Huiselijk geweld

Dat de huizenmarkt op dit moment ellendig is, wisten we natuurlijk wel. Maar toen B en ik in de kerstvakantie besloten nu écht op huizenjacht te gaan, hadden we geloof ik niet helemaal voorzien wat er dan allemaal op ons af zou komen.

Het is de laatste maanden één van de grootste energievreters hier, dat zoeken-naar-een-koophuis. Man, wat een intensief proces. Vooral heel anders ook dan een huurhuis zoeken – klinkt logisch, maar ergens had ik het niet verwacht.

Als je een huurhuis zoekt, kijk je vooral of het huis groot genoeg is, logisch ingedeeld, of het een beetje oké bereikbaar is en prettig aanvoelt. Zoek je naar een koophuis, dan zit je ineens met je fietssleutel in het raamkozijn te peuren om te controleren of het hout niet verrot is. Je klopt op de muren (zijn ze stevig, zijn ze dragend, wat is de kwaliteit?), opent kastjes en lades om de schanieren te checken, neemt een kijkje in de meterkast. Je denkt diep na over je wensen en eisen en hoe belangrijk die zijn. Ineens hoor je jezelf aan de makelaar vragen uit welk jaar het dubbelglas komt. Stamt de cv-ketel uit 2008, dan weet je ineens dat dat een probleem is (én wat het kost om een nieuwe te kopen). Je denkt na over hoe je leven er over vijf of tien jaar uit zou kunnen zien: pas je dan ook nog in dit huis? En je kijkt uitgebreid naar de wijk: wat voor plek is dit, wie zijn de buren, hoe is de sfeer? Is er groen in de buurt?

We zijn nu zo’n drie maanden aan het zoeken. Eerst deden we alleen voorzichtige verkenningsrondes op Funda: wat voor soort huizen en dorpen spreken ons aan? Worden we blij van een nieuwbouwhuis (B duidelijk NIET ;-)), hoeveel kamers willen we, vinden we een tuin belangrijk (JA)? Hoe makkelijk reis je vanaf plek X naar de bewoonde wereld?

En ook niet onbelangrijk: wat kunnen – en willen – we uitgeven?

Langzaam ontstond een duidelijk lijstje. Een woning in een levendig dorp rondom Arnhem of Nijmegen. Minstens 100 vierkante meter (liefst 120), met minimaal drie slaapkamers (vier, bij voorkeur), een tuin. Genoeg daglicht in huis, een niet-te-kleine keuken. Als het even kan: een bad (maar da’s totaal geen must, badkamers kun je verbouwen – en liever alleen een douche dan douchen in bad). En dit dan het liefst onder de drieënhalve ton.

Precies ja: net zoals die duizenden andere starters.

Tja, en dan ga je die giga-overspannen huizenmarkt op en leer je al snel een paar dingen:

  1. Overbieden is tegenwoordig noodzaak. En dan gaat het niet om tienduizend euro erbij, nee, denk zeker aan 10 tot 15 procent van de vraagprijs erbovenop. Bij een huis van 350.000 euro gaat dat dus om 35.000 tot 50.000 (!) euro.
  2. Je kunt alleen een hypotheek krijgen voor de taxatiewaarde van je huis. Dat betekent dat (het grootste deel van) wat je overbiedt, uit eigen zak komt. Yep. Heb jij nog een halve ton liggen? ;-)
  3. Vanwege punt 2 (taxatiewaarde = maximale hypotheek) laten aankoopmakelaars in de prakijk hun eigen taxateur de waarde van het huis bepalen. Voor jou als koper lekker handig, want met een beetje geluk kan die taxateur het huis taxeren op 15.000 euro boven de vraagprijs – en dat kun je dan ‘gratis’ extra overbieden. Niet echt gratis natuurlijk, want je hebt wel een hogere hypotheek, maar je hoeft die 15K in elk geval niet uit eigen zak te betalen. Lees: je kunt 15K éxtra overbieden.
  4. Kopen zonder aankoopmakelaar is (bijna) niet te doen. Je komt er simpelweg niet tussen. Zodra een huis op Funda komt, zijn de bezichtigingen vaak al vol. Of nou ja: ‘vol’, want een aantal bezichtigingsplekken zijn per definitie gereserveerd voor betalende klanten van makelaars. Zo kan het gebeuren dat wij nu – via onze aankoopmakelaar – wél nog mogen komen kijken als we bellen, terwijl iemand die via Funda belt al achter het net vist. Een compleet vercrackt systeem natuurlijk, dat zichzelf in stand houdt.
  5. Over vercrackte systemen gesproken: er bestaat een ‘behind the scenes’-Funda. Copaan heet het (volgens mij zijn er meerdere systemen, Move is er ook eentje) en hier komen alle huizen eerder op dan op Funda. Soms een paar uur eerder, soms zelfs een paar dagen sneller. En je raadt het al: op Copaan kom je alleen via je aankoopmakelaar. Zodra je handtekening onder de offerte staat, krijg je je logingegevens. Ik moet trouwens wel zeggen dat Copaan daadwerkelijk een veel fijner – en verfijnder – zoeksysteem is dan Funda. Je stelt eerst een uitgebreid zoekprofiel op en ziet daarna per huis in één oogopslag de plus- en minpunten die voor jou gelden.
  6. Het gaat allemaal razendsnel. Het proces van bieden is tegenwoordig geen heen-en-weer-onderhandeling meer met de verkopers. Nee, iedereen doet één bod – blind, dus zonder dat je weet wat andere mensen bieden – en dan wint de hoogste bieder. Vreselijk stressvol natuurlijk, want hoe weet je in godsnaam dat je niet veel te veel hebt betaald (of juist nét duizend euro te weinig…).
  7. Mensen zijn compleet hysterisch. Wij hebben nu één keer op een huis geboden; na lang twijfelen besloten we 31K boven de vraagprijs te bieden. Eenendertigduizend euro, mensen. Een astronomisch bedrag natuurlijk. Maar het was ook dan een huis dat we écht heel graag wilden. Nou, wat denk je? We waren vierde. Het huis ging uiteindelijk weg voor 52K boven de vraagprijs.

Nou, je snapt het, te midden van al dit huiselijk geweld worden we af en toe horendol. En wat ook gebeurt: onze eisen verschuiven. Wilden we aanvankelijk géén klushuis, maar het liefst een plekje waar we zó in kunnen, inmiddels hebben we al precies in kaart wat het kost om een woning compleet te renoveren. En de term ‘bouwdepot‘ is ook niet vreemd meer voor me. O ja, dan loop je trouwens wel meteen tegen het volgende probleem aan: vrijwel alle aannemers en bouwmensen zitten de komende 1,5 jaar (!) vol. Je kúnt dus niet meteen gaan verbouwen, als je dat al zou willen.

We hebben onszelf inmiddels een limiet gesteld van één bezichtiging per week. Zo’n kijkronde kost immers toch al snel een halve dag omdat we twee keer een uur moeten rijden, en bovendien ben je ongemerkt alle vrije uurtjes aan het piekeren, rekenen, nadenken en discussiëren over wat je wel of niet wilt gaan bieden en wat er eventueel aan het huis zou moeten gebeuren. Gelukkig hebben we een aantal ervaren mensen in onze omgeving die meekijken – geloof me, dat is echt goud waard.

En weet je: nog steeds leren we van elke bezichtiging. Telkens worden we een stukje wijzer. Want dat is het wel met huizen kopen: je kunt je nog zo blindstaren op de Funda-plaatjes; pas als je er rondloopt, kun je je echt voorstellen hoe het voelt.

Deze week gaan we weer twee keer bieden. Voordeel van de hysterische markt is dat je wél vrij snel weet of je het huis hebt gekregen – meestal binnen een dag. Dus ja, daar gaan we dan. Duim je mee?

2+

Move, she wants to move

Ja, dit was een goede week. Om te kunnen leven – echt leven – heb ik inspiratie nodig, en inspiratie opdoen gebeurt vooral als ik dingen meemaak. Door rond te lopen, te kijken, te luisteren, observeren, vertellen, vragen, horen, door onderweg uit het raam te staren…

Zolang er maar beweging is.

Vandaag zat ik ruim drie uur in m’n eentje in de auto; E wordt morgen dertig en ik had besloten haar bij de voordeur te verrassen met taart. Onderweg luisterde ik podcasts en terwijl ik mijmerend over de rustige snelwegen zoefde, gebeurde er van alles in mijn hoofd. Eigenlijk nog het meest op de terugweg, toen ik – vervuld van een fijne middag – een onverwacht goede podcast luisterde. In de nieuwste aflevering van de Rudi & Freddie Show is Roanne van Voorst te gast, je weet wel, de auteur van Ooit aten we dieren.

En opnieuw wist ze me te raken met haar woorden, en minstens zo met de rustige, genuanceerde, weldoordachte manier waarop ze in gesprek ging met de heren. Wauw, wat een powervrouw.

In de dingen die ik tegenkom, vind ik mezelf terug. Misschien kan ik zelfs alleen maar weten wie ik ben doordat ik reageer op wat ik tegenkom. Dus moet ik dingen meemaken, hup, de deur uit. Soms lijkt het makkelijker en comfortabeler om in je holletje te blijven hangen (en begrijp me niet verkeerd, hermit-tijd is óók belangrijk, alles in balans!) maar ik weet 100% zeker dat ik me nu véél beter voel dan wanneer ik vandaag voor de derde dag op rij achter de spelcomputer had gezeten.

Ik bakte carrot cake (leerde en passant een goed plantaardig recept daarvoor), blies een ballon op, reed naar Groenlo, belde onderweg een vriend, praatte bij met E en J. Ik maakte kortom herinneringen, maar meer dan dat: met al die nieuwe input stookte ik m’n innerlijke vuurtje op. En alleen als dát gebeurt, kan ik ook anderen ‘aan’ zetten.

Ook met zo’n podcast voel ik dat vanbinnen van alles begint te borrelen: ja, ja ja JA! En dan moet ik toch weer aan een van m’n favoriete Loesjes denken: als je naar je hart luistert, hoor je dat het leven klopt.

2+

Gedachten

Grappig toch hoe dat werkt hè, met inspiratie. Ik zit nu in een hotelkamer met uitzicht op zee en ineens is het weer zo helder allemaal. Gisteravond las ik een fijne blog van Dominique, met vegan tips voor de Paasdagen, en prompt bestelde ik voor komende week een Vegan Box voor drie dagen. Kon nog nét, deadline dinsdagavond 23.59 uur.

Volgens mij wil het leven me wat leren: volg je eigen weg, Suusie. Doe maar wat voor jou werkt, ook als je dan rare blikken krijgt. Ook als het je in eerste instantie iets lijkt te ‘kosten’.

Toch blijft de balans lastig. Wanneer is het ‘je grenzen bewaken’ en ‘trouw aan jezelf blijven’, wanneer wordt het inflexibel en rigide? Zo installeerde ik twee weken terug tóch weer WhatsApp, na lang twijfelen. Niet omdat ik daar zelf nou zo op zat te wachten, maar omdat een opdrachtgever gewend is op die manier te communiceren. Ze vroeg het niet direct van me overigens, ik was het zelf die uiteindelijk zei: oké, doe toch maar WhatsApp. Op dat moment was het me het gedoe niet waard. En eerlijk is eerlijk, ik was vooral bang dat het onze relatie in de weg zou komen te staan.

En dan over dat plantaardig eten, of het gebrek eraan. Het begon met een eitje aan de ontbijttafel bij vrienden, toen zat ik plots weer Twixen te snaaien, bestelde een pizza met zalm en roomkaas. En ik heb ook al dagen zin in kibbeling – handig, nu we aan zee zitten.

Joh meid, maak je niet druk, zou je zeggen, leef lekker! En begrijp me niet verkeerd, ik zie dat het niet ‘alles of niets’ is. Ik ben nooit zo strikt geweest in dingen, hoe minder ik iets ‘mag’ van mezelf hoe meer ik het juist wil. Het gaat me erom dat, als ik diep vanbinnen voel wat ik wil, waar ik voor sta, dat ik helemaal niet die koeienmelk-chocolademelk wil drinken. Of nou ja, mééstal niet. Als ik werkelijk stilsta bij de impact van wat ik doe, vergaat me de trek.

Tegelijkertijd ben ik soms ook gewoon een mens met cravings. En dat is oké, voor mijzelf althans, het is vooral de buitenwereld die de neiging heeft stempels te plakken. Ben je nou vegan of niet? 80-20 voelt op dit moment als een mooie balans; meestal plantaardig en af en toe een stuk cheesecake, of B’s lasagne met blauwe kaas.

Dingen moeten uiteindelijk een gewoonte worden, ergens elke dag moeite voor blijven doen houd je niet vol. En weet je, heel veel goede dingen zijn al wél een gewoonte. Het aantal recepten en producten op m’n lijstje van “superlekkere dingen die per ongeluk vegan zijn” groeit nog steeds.

Weet je, soms heb ik het idee dat we hier in Nederland zo ontzettend op elkaars vingers zitten te kijken. We vinden van alles van wat anderen doen en als dat anders is dan we gewend zijn, of anders dan wat we zélf doen, dan vinden we dat raar. Begrijp me niet verkeerd, ook ik betrap mezelf regelmatig op een hoofd vol oordelende gedachten.

Maar van wie zijn die gedachten eigenlijk? En wat doen ze in mijn hoofd?
Kinderlijke naïviteit wordt laag geacht maar misschien stiekem gewoon gruwelijk onderschat. Misschien is het niet nodig om overal altijd iets van te vinden. Kijk maar gewoon, observeer.

En durf je maar te laten raken.

PS. Wat fijn gisteren, jullie reacties op m’n vorige post. Allemaal fijne en bemoedigende woorden, dank daarvoor. Maakte me blij.

2+

Rand/tje

Ik doe het nog steeds best goed hoor, maar het leuke is er nu wel vanaf. Voor zover een lockdown ooit ‘leuk’ was, natuurlijk, maar laten we niet vergeten dat het idee van ‘een tandje terug’ me in eerste instantie veel bracht.

Maar jongens, het is eind máárt 2021 nu en het einde is nog niet in zicht. Vorige week vierde de pandemie z’n eerste verjaardag, een twijfelachtig feestje. Om me heen zie ik mensen op het randje zitten. Vrienden die almaar somberder wegkruipen in hun holletje. Collega’s die bleekjes in de Teams-vergadering zitten. Mensen die uit frustratie niet meer weten waar ze het moeten zoeken. Relaties die stukgaan.

En alle cafés en restaurants zijn nu al een halfjaar dicht, de winkels ook al maanden. Tegelijkertijd liep ik vorige week twee keer op Utrecht Centraal en twee keer was het hartstikke druk. Ik bedoel: hóe dan?

Kijk, ergens vind ik nog steeds dat ik persoonlijk niets te zeuren heb. B en ik doen het goed samen, we zijn elkaar niet beu. We hebben een fijn huis met voldoende ruimte voor ons tweeën. Over mijn inkomen hoef ik me geen zorgen te maken. Het lukt me nog steeds om bijna dagelijks te wandelen, om een paar keer per week een yogales te doen. Ik probeer regelmatig één-op-één met mensen af te spreken.

En toch hè, en toch.

Te midden van deze gekte zoeken naar een koophuis is bij vlagen behoorlijk intens. Soms maakt het me boos, te zien hoe het systeem werkt – als je probeert de huizenmarkt te betreden gaat er ineens een kapitalistische wereld voor je open, jémig. De verkiezingsuitslag maakte me verdrietig: hoe kan het toch dat zó veel mensen in Nederland alleen maar aan zichzelf lijken te denken? Hoe kan het dat een partij die al ruim tien jaar aan de macht is – onder wie de verschillen in Nederland steeds groter zijn geworden – nog altijd zo populair is?

Ik begrijp het niet en het maakt me somber over de toekomst. Acht jaar, jongens, acht jaar hebben we nog maar om onder de 1,5 tot 2 graden opwarming van de aarde te blijven. Volgens de wetenschappelijke modellen is het na 2030 te laat (en die 1,5 graden is geen random getal; daarboven hebben we zacht gezegd best een probleem). Kortom: dit zijn de jaren waarin we het verschil kunnen maken. Waarom doen we dat dan niet?

Tegelijkertijd zie ik ook dat het niet zo zwart-wit is. Er zijn evengoed heel veel mensen die wél een sociale, gelijkwaardige, groene wereld willen. Die daar hun best voor doen, hun stem laten horen. Ja, GroenLinks kreeg een klap, maar de Partij voor de Dieren – ‘de enige die pleit voor een echte systeemverandering’, zoals ze zelf zeggen – komt met maar liefst zes zetels in de Kamer en de pan-Europese partij Volt met drie. Dat zijn samen toch al grofweg 630.000 Nederlanders, en dan heb ik niet eens de andere green-minded partijen meegeteld.

Goed, ik was niet van plan hier een politieke rant van te maken ;-) En het stomme is: ik ben zelf natuurlijk ook verre van perfect. Als ik zo in m’n lockdowntunneltje zit en alles lijkt nutteloos en ver weg, vind ik het ook moeilijk om plantaardig te blijven eten. Om niet uit gemak de auto te pakken. Om mijn afval goed te blijven scheiden.

Je idealen volgen vereist motivatie en energie. Weten waar je het voor doet. En dat is nu net het punt met deze lockdown: soms weet je gewoon even niet meer waar je het moet zoeken.

Maar weet je, als het thuis even niet te vinden is, wordt het misschien even tijd voor change of scenery. En dus nam ik een week vrij (ja, ik besef dat het een luxe is dat ik dit ‘zomaar’ kan) en boekte een paar dagen aan zee. Natuurlijk, de restaurants en musea zijn gesloten, maar uitwaaien aan het strand kan altijd én het hotel heeft een bad. Gisteren plunderde ik de Lush en ik bn van plan lekker met een goed boek in het warme water te gaan chillen. Verder: bordspelletjes mee, yogamat in de tas, hoppakee.

Na de lunch gaan we weg – vrijdag weer terug. Fijne week!

2+

Voeten

Vanavond wist ik één ding zeker: ik wil geen yoga.

Moe was ik, moe en klaar met de wereld. Ik had nog wel een halfuurtje piano gespeeld en was daar uiteindelijk gefrustreerd mee gestopt. Lukt niet. Kan niet. Wil niet. Dus ja, jammer van die geplande yin-les, boeiend, dan skip ik maar een keer. Net als vorige week. Ach ja, waarom doe ik überhaupt eigenlijk yoga… Stom.

Zie je de staat waar ik in verkeerde?
Nou, zelf zag ik het dus niet zo (ok, érgens natuurlijk wel, maar hey ik had zondag ook al de hele dag zitten hermitten én vrijdag rustig aan gedaan, dus nu ben ik toch wel weer uitgerust?!). B zag het wel, en nadat-ie mijn betraande rant even had aangehoord, zei hij: ga jij nou maar alsnog die yin yoga doen. Is goed voor je.

Ik: maar waarom doe ik eigenlijk yoga, ik wil geen yoga.
Hij: ik spreek jou over een uur wel weer.

Officieel was de les al een kwartier begonnen, maar het toeval wilde dat ik per ongeluk een video-les had aangeklikt (eerder opgenomen) in plaats van een livesessie via Zoom. Kon ik mooi alsnog het hele uur meedoen.

En ja, dan lig je daar. Yin yoga is eigenlijk één grote oefening in loslaten. Liggen in een houding, je benen of armen vaak in een gekke draai en dan maar ademen. Los, los, los. Stil liggen, je zo min mogelijk verplaatsen. Niet om ‘streng’ te zijn, maar omdat je juist door niet te bewegen langzaam op een steeds dieper niveau leert te ontspannen.

Zoals een egel die pas uit z’n holletje kruipt als de storm gaat liggen.

Eerder vandaag was ik juist bewust wél aan het bewegen. Al een paar dagen had ik ‘s morgens geen ommetje gemaakt – te laat opgestaan, te druk, geen zin – en dat begon z’n sporen na te laten. Ik werd aldoor gaarder, sipper, minder gemotiveerd. Om je leven weer in beweging te brengen, dacht ik terwijl ik door het park wandelde, moet je soms létterlijk in beweging komen. Mooi toch, hoe dat werkt.

En net als je denkt te hebben uitgevolgd hoe de wereld in elkaar zit, zegt diezelfde wereld: hallo, het omgekeerde is eveneens waar. Pauze brengt óók beweging. Neem je te weinig rust, dan groeit onbewust het verzet in je, schiet je in de kramp – en stopt de stroom. Weg flow.

Pas nu, na een uur op de yogamat, zie ik hoe mijn hele lijf – en daardoor ook m’n hoofd – zich aan het verzetten was. Dat ik niet kon pianospelen zonder m’n geduld te verliezen en boos op mezelf te worden, was vooral een signaal dat ik NIET WILDE VOELEN. Note to self: door te dobberen kom je heus óók ergens.

Weet je, vaak voelt mijn hoofd veel meer ‘deel van mij’ dan m’n voeten. Yoga herinnert me eraan dat ik ook voeten heb.
En ik weet één ding zeker: zonder voeten val je om.

4+