A little bit of everything, all rolled into one

alle dagen heel druk

ADHD, dat associeerde ik altijd met stuiterende jongetjes. Op de basisschool hadden we een jochie in de klas met ADHD. Hij had knalrode stekeltjes, een guitig sproetengezicht en kon nooit stilzitten – daarom lag er een wiebelkussen op z’n stoel.

Zelf was ik op school doorgaans een rustig meisje. Ik werkte zelfstandig en snel – vanaf groep 3 volgde ik de lesstof van een klas hoger – en was meestal gemotiveerd. Vaak kon ik muisstil zitten werken en dan hoorde ik niets of niemand om me heen. Thuis ook: dan zat ik uren te lezen of te spelen en registreerde ik de vraag van mijn moeder pas als ze voor de derde keer riep.

De middelbare school en universiteit vormden op leergebied geen probleem voor me. Ik schreef altijd ijverig mee zodat ik goede aantekeningen had (de keren dat ik dat níet deed had ik een probleem), heb een cum laude vwo-diploma en een universitaire master (bene meritum) op zak.

Ik ben dus – kort door de bocht – geen klassiek probleemgeval dat continu botst met de maatschappij of daar compleet in vastloopt.

Wel had ik één grote valkuil, die me al zo lang ik me kan herinneren steeds weer parten speelt: teveel hooi op mijn vork nemen. Almaar doorrennen. Te hard gaan.

Op alles JA zeggen

Ja, dat doordraven van mij. Niet op tijd voelen dat ik vermoeid of overprikkeld ben. Overal JA op zeggen en me achteraf realiseren dat ik in de knel kom. Niet kunnen inschatten hoeveel tijd of moeite iets kost en daardoor veel te veel willen doen op een dag. Kleine dingen niet kunnen onthouden. Vergeten dat ik met iemand had afgesproken of een belofte had gedaan – en alsnog álles willen doen, met een knettergek schema tot gevolg.

Nou ja, als je hier al wat langer meeleest zul je het patroon wel herkennen. ;-)

Ik heb altijd gedacht dat die dingen gewoon gebeurden doordat ik moeilijk ‘nee’ kon zeggen. Dat ik het lastig vond om mijn grenzen aan te geven – en dat is natuurlijk ook zo. Maar waarom is het eigenlijk zo lastig voor me? Waarom kan ik het ene moment overlopen van de ideeën en plannen en het volgende moment totaal overdonderd worden door alles wat nog moet?

Gevecht met de rommel

Nog zo’n terugkerende frustratie: de chaos in mijn huis. Al 29 jaar vecht ik tegen de troep in m’n leven. Stapeltjes papieren, losse voorwerpen die overal slingeren. Mijn ex had er een woord voor: suusplosies. Mijn huis is nooit víes (ik kan prima schoonmaken) maar wel structureel rommelig.* Ik weet niet hoe vaak ik niet met m’n handen in het haar heb gezeten, ik heb nota bene gisteren nog opgeruimd, hoe kan het nou alwéér een zooi zijn?

*Tegenwoordig wat minder dan vroeger, dankzij eindeloos gewoontes drillen én een lief met extreme opruimwoede. ;-) Maar ik moet mezelf serieus nog elke keer actief dwingen om mijn kop erbij te houden. Boterham gesmeerd? -> Deksel terug op de pindakaas -> pot in de kast. Omgekleed? -> Stapeltje kleding oprapen van de vloer -> in de was doen. Dag thuisgewerkt? -> Stapels papieren in de kast, schrijfboekje en koptelefoon in rugzak, bordjes van ontbijt en lunch, drie koppen thee en vier glazen die in een straal van 4 meter om me heen slingeren in de vaatwasser. Het klinkt allemaal zo logisch he?

I know, ik heb – of nou ja, had – ook geen idee hoe ik het voor elkaar krijg. Of hoe het kon dat ik nou alwéér mijn sleutels kwijt was. Of m’n telefoon, portemonnee of ov-chipkaart. In m’n tienertijd was het regelmatig drama & paniek bij ons thuis omdat ik nú naar school moest en niet wist waar Belangrijk Ding X was gebleven.

Tegenwoordig ben ik wat dat betreft een stuk rustiger. Het gebeurt zelden dat ik écht wat kwijt ben, de dingen duiken meestal wel weer ergens op. Om het mezelf makkelijker te maken heb ik van dingen die ik vaak kwijtraak al jaren twee exemplaren in gebruik: twee haarborstels, twee deobussen, twee scheermesjes, twee mascara’s, twee paar oortjes en twee opschrijfboekjes. Scheelt een hoop stress, ik kan altijd wel één van de twee dingen vinden. (Alleen bij die schrijfboekjes is het wel eens onhandig, want in welke van de twee had ik nou die ene set aantekeningen gemaakt?!)

Dwangbevel

Om dezelfde reden – mezelf dingen makkelijker maken – zet ik álles in mijn agenda. Niet alleen mijn werkdagen inclusief locatie, dates met vrienden, yogalessen en kappersafspraken, maar ook dingen als ‘taart bakken’, ‘oma bellen’ of ‘pakketbezorger komt’.

Doe ik dat niet, dan is de kans vrij groot dat ik me op zaterdagochtend realiseer dat we over twee uur bezoek krijgen en ik B had beloofd om cheesecake te maken – terwijl die een nacht in de oven moet voor-ie klaar is.

Rekeningen, ook zoiets. Hoe vaak ik niet een aanmaning heb gehad?! Deze zomer nog – we kwamen terug uit Frankrijk en in mijn mail lagen maar liefst zeven (!) betalingsherinneringen op me te wachten, waarvan twee met flinke incassokosten. Terwijl ik nota bene de dag voor de vakantie bewust alles was nagelopen om te betalen wat nog open stond – dácht ik.

Het dieptepunt was toen ik ooit een blauwe envelop ontving waar zoiets op stond als DIRECT OPENMAKEN. Blijkbaar was ik tot drie keer toe vergeten 60 euro naar de Belastingdienst over te maken – waarop ze me een ‘Dwangbevel van de Koning‘ stuurden. Meer dan honderd euro, binnen 2 dagen betalen anders leggen we beslag op je eigendommen. Oeps.

De puzzel in elkaar leggen

Nou goed, zo kan ik nog wel even doorgaan (haha – pun intended). Het zijn allemaal flarden natuurlijk. Of eigenlijk: puzzelstukjes.

Toch had ik dat totaal niet in de gaten. Integendeel: toen mijn therapeute vorig jaar in ons eindgesprek ineens opperde dat de rusteloosheid die ik ondanks 2,5 jaar therapie nog stééds ervoer misschien wel ADHD kon zijn, viel ik bijna van m’n stoel.

Serieus, ik, ADHD? Had ze überhaupt wel opgelet tijdens al die sessies? (Nou, dat had ze dus inderdaad.)

Ondanks m’n aanvankelijke ongeloof vond ik de gedachte ergens ook prikkelend. Tot dan toe hadden we altijd in m’n verleden gezocht naar verklaringen voor mijn onrust. Maar wat als op z’n minst een deel ervan gewoon te maken heeft met hoe mijn brein werkt?

Anyway, ik voelde me na dat gesprek vooral een beetje…raar. Die avond kwam een vriendin eten en omdat ik er best mee zat, vertelde ik haar en B aarzelend wat de psycholoog had gezegd. Ik geloof dat ik vooral had verwacht dat ze me ongelovig zouden aankijken.

Maar dat deden ze dus niet.
‘Oh,’ zei S bedachtzaam. ‘Oóóoh. Dat kan ik me eigenlijk heel goed voorstellen.’

Koptelefoon op en gaan

Ook B vond het geen gekke gedachte, en in de weken erna begonnen hem dingen op te vallen in mijn gedrag. Dingen die er altijd al waren, maar-ie eerst niet aan elkaar had gekoppeld.

Met mij naar IKEA vindt hij bijvoorbeeld vreselijk. Ik moet namelijk ALLES bekijken en zelfs als we strakke afspraken maken (‘maximaal drie kwartier binnen’) moet hij me continu meesleuren (‘Suus, we gingen een eetkamerlamp kopen, geen nieuwe pannenset!’). Niet dat ik zo van shoppen houd, er is gewoon ZO VEEL TE ZIEN op de woonboulevard dat ik compleet doordraai en door de bomen het bos niet meer zie.

Of het fenomeen ‘hyperfocus’. Dat woord gebruik ik al jaren om de staat aan te duiden waarin ik werk: koptelefoon op en gáán. Werken is bij mij alles of niets, qua concentratie. Ik kan niet ‘een beetje rustig doorwerken’ en heb nooit begrepen hoe anderen dat doen. Dan ben je toch de hele tijd afgeleid door honderd dingen?

Blijkt hyperfocus dus een belangrijk kenmerk van ADHD te zijn. Net als hooggevoeligheid trouwens (een ‘diagnose’ die ik mezelf jaren terug al eens had gesteld).

En dan was er natuurlijk nog dat snelle praten van me, iets waar ik al sinds de basisschool mee worstel. Hoe dan ook: genoeg reden om eens uit te zoeken hoe en wat.

Tijd voor de test

Half augustus kon ik terecht voor de testdag. Die zou een halve óf een hele dag duren, afhankelijk van of de diagnose werd gesteld. Voor de zekerheid hield ik de middag vrij, maar minstens de helft van mij verwachtte gewoon om half één weer buiten te staan.

Nou, verrassing, zo liep het dus niet helemaal. ;-)

Ik kan van alles over de testdag zeggen maar ik raad je aan om de post van Lianne hierover te lezen, die schrijft het al precies goed op.

Hoewel ADHD natuurlijk geen eenduidig beeld is – het uit zich bij iedereen anders, en bij vrouwen vaak anders dan bij mannen – gold ook voor mij dat in de gesprekken met de verpleegkundige, psycholoog en psychiater dingen naar voren kwamen waar ik nog nooit aan had gedacht.

Altijd zitten bewegen, bijvoorbeeld. Niet in de zin van stuiteren op m’n stoel, maar wel wiebelen met m’n voeten of tenen. En als ik een boek lees, heb ik daarna kapotgekauwde wangen.
Een heel druk hoofd dat almaar doorgaat, tig gedachten tegelijk hebben en niet weten waar ik moet beginnen in een verhaal.
Mezelf moeilijk kunnen afremmen.
Het gevoel alsof ik word aangedreven door een enorme motor, of ik een treintje in me heb dat – eenmaal op stoom – blijft doordenderen.
Nauwelijks kunnen opbrengen om iets te doen waar ik geen interesse (meer) in heb.
Als ik iets in m’n hoofd heb gehaald het meteen NU willen/moeten doen.
Het lastig vinden om een film af te kijken (sterker nog: vrijwel nooit een film afkijken als ik alleen ben).
Vaak dubbele afspraken maken. Of stress hebben omdat ik weer eens wat belangrijks ben vergeten.
Belangrijke papieren verliezen (en ze weken later terugvinden als verfrommeld hoopje onderin een tas).
Alles opschrijven, overal lijstjes van maken. (HAHA, laatste punt van dit lijstje.)

Lang verhaal kort: ik stond inderdáád aan het begin van de middag weer buiten, maar dan met een proefdosis metylfenidaat (Ritalin) in m’n lijf. “Ga maar eens door de stad lopen en kijken wat je merkt”, had de behandelaar gezegd. Na een uur moest ik terug zijn voor deel twee van de computertest die ik ‘s morgens ook al deed.

Zwart op wit

Het stomme is, hoewel drie zorgprofessionals ‘s morgens dus al hadden besloten dat ik ADHD had, geloofde ik het ineens een stuk meer toen ik die twee testuitslagen voor mijn neus had.

Test 1 (zonder medicatie) maakte ik niet eens bizar slecht, maar het verschil met test 2 (met metylfenidaat) was onmiskenbaar. Ik zat doodstil, reageerde sneller én gelijkmatiger, en maakte in twintig minuten nog maar één foutje. Bovendien had ik bij die tweede test het gevoel dat ik véél meer ruimte in m’n hoofd had.

“Als je geen ADHD had”, legde de behandelaar uit, “was dat precies andersom geweest.”

O ja, door de stad lopen was ook grappig: mijn zicht leek veel meer gekanaliseerd en ik voelde minder de neiging om ALLES TE BEKIJKEN. Ik ging bijvoorbeeld naar de HEMA, kocht een bewaardoos die ik nodig had en stond binnen 3 minuten weer buiten. Dat gebeurt me anders nooit. En wow, het was aanzienlijk rustiger in mijn hoofd.

Maar waar ik nog het meest versteld van stond, was de opmerking die de behandelaar maakte toen we de uitslag bespraken. “Hoor je zelf”, zei ze, “dat je met metylfenidaat ineens een stuk rustiger praat?”

En verrek. Ik merkte het. Ineens liet ik ‘vanzelf’ stiltes valllen tussen m’n zinnen, zonder dat ik daardoor de draad kwijtraakte. Articuleren was makkelijker – alsof niet elk woord er meer in één seconde uit hoefde. En ik voelde me sowieso minder all over the place. Niet zo geháást.

Amfetamine-achtbaan

Dat de verbale rem die ik mezelf al m’n leven lang in elk gesprek opleg ineens vanzélf aanwezig was, is voor mij genoeg reden om uit te proberen wat medicatie voor me kan betekenen.

Natuurlijk ben ik niet klakkeloos gaan slikken. Ik heb de laatste weken veel nagedacht, gelezen en met mensen gepraat. Amfetamine nemen is immers niet ‘niets’ – en jemig, dat bleek wel, afgelopen anderhalve maand. ;-) Maar goed, dat het vaak een tijdje zoeken is naar de juiste dosering was me van tevoren verteld.

Niettemin was het bij vlagen best een achtbaan.

En toch heb ik het gevoel dat dit alles me veel brengt. De diagnose, de medicatie (zeker nu die goed begint te vallen), de puzzelstukjes die ik sindsdien ontdek – in allerlei hoekjes van m’n brein en in gesprekken met anderen – en die me dingen leren over hoe ik in elkaar zit. Binnenkort start ik met een korte reeks therapiesessies met een ADHD-deskundige. Altijd nuttig, tenslotte, om jezelf nog beter te leren kennen.

Daarmee ben ik aanbeland bij vandaag. Ik merk dat ik nog véél meer schrijfstof heb, maar 2000 woorden is zelfs voor een longread-blogpost meer dan genoeg. Later meer.

Trouwens, als jou bij het lezen van dit relaas inzichten of herinneringen te binnen schieten, deel ze dan vooral!

Want ding weet ik zeker: mijn puzzel is nog lang niet klaar.

puzzel
Deze trouwens wel, maar da’s weer een ander verhaal. ;-)

Tot slot wil ik graag benadrukken dat wat je net hebt gelezen alleen een inkijkje in mijn verhaal is. Ik ben geen ADHD-deskundige, en deze post geeft zéker geen volledig beeld waaruit je over jezelf conclusies kunt trekken. Niet voor niets doen ze er bij expertisecentra een volledige dag over om een diagnose te stellen. ;-)

Dat neemt niet weg dat ik graag mijn ervaringen deel, om je meer inzicht te geven in wat ADHD is of kan zijn. Heb je vragen of ben je nog ergens nieuwsgierig naar, aarzel dan niet om me een berichtje te sturen! Sowieso vertel ik graag een keer over ADHD bij vrouwen – maar daar moet ik eerst zelf ook nog wat meer over leren. Hier vind je in elk geval een interessant artikel waarin een paar deskundigen aan het woord komen.

0

zaterdag

  • Dat m’n WSET2-examen vet goed ging. Veruit de meeste vragen kon ik zonder twijfel beantwoorden; de uitslag komt pas over ongeveer een maand, maar ik maak me er totaal geen zorgen over. Sowieso was het stiekem best leuk om weer eens ouderwets te blokken. Feitjes stampen en merken dat ik dat nog steeds kan als ik er echt voor ga zitten en m’n best voor doe. Soms heb ik het idee dat m’n geheugen met de jaren alleen maar slechter wordt, maar misschien is het vooral zo dat ik weinig meer op een ‘schoolse’ manier leer.
  • Hoe veel fijner ik me voel, vandaag en deze week. Wat er verandert in me, in goede zin. #happythankyoumoreplease
  • Wijnclub. Wat een toffe editie hadden we weer! Gaaf ook om te merken dat ik m’n WSET-kennis hier meteen kan toepassen. Ook fijn: dat ik – voor het eerst in de geschiedenis van wijnclub – het merendeel van de wijn alleen proefde (en dus uitspuugde). Alcohol + medicatie gaan niet lekker samen maar eigenlijk vond ik dit een win-winsituatie. Wél proeven, ontdekken en leren, maar aan het eind van de avond nog gewoon helder en vandaag niet brak.
0

vrijdag

  • Pianoles. Het lukte me afgelopen weken om vrij gestructureerd te oefenen (zo fijn om beter te snappen hoe je brein werkt en daar rekening mee te houden!) en dat maakt de les altijd nog leuker. O en van tevoren lunchen op de Biltstraat met A. Merken dat ‘vier afspraken op een dag’ op dit moment helemaal niet als teveel voelt.
  • Winnie de Poeh lezen met m’n voorleeskindje, merken hoe ze helemaal opgaat in het verhaal. Zo trots op hoe goed ze het doet.
  • Als pre-dinnersnack deze plaattaart met falafel en aubergine maken (lekker!) en met B op de bank Sorjonen kijken. Daarna uit eten gaan met een paar van zijn oud-huisgenoten. De goede Duitse wijnen die ze schonken bij Kantien.
0

méér doen door minder te doen

Zo, dat was wel even met de billen bloot hè, deze week?
Jeetje, twee komma acht aardes, het galmt nog na in m’n hoofd.

Maar goed, genoeg getreurd – zitten sippen helpt mij én jou niet verder. Interessantere vraag: wat kan ik doen om mijn milieu-impact te verkleinen?

Ik doe het al (relatief) goed

Laat ik beginnen mezelf een compliment te geven. Want hé, ik begin natuurlijk niet bij nul. Impliciet liet de test ook helder zien wat ik al wél doe:

  • Ik eet vegetarisch – en sinds kort voor 90 procent plantaardig.
  • In principe ben ik gestopt met vliegen. Zeg nooit nooit, maar ik wil het zo veel mogelijk vermijden.
  • Ik koop mijn kleding bewust. Dat wil zeggen, mijn kast heeft per seizoen een maximumaantal kledingstukken (33!) en in tegenstelling tot een paar jaar eerder koop ik niet meer lukraak nieuwe dingen. Ik ga alleen winkelen als ik écht wat nodig heb.
  • Ik let op hoe lang ik onder de douche sta (= zo kort mogelijk).

Oké, hartstikke goed Suusie! En dat bedoel ik niet sarcastisch – ik meen het, je successen vieren is superbelangrijk als het om dit soort dingen gaat. Ja, je kunt altijd méér doen en dat is (bijna) altijd een goed plan. Maar vergeet ook niet waar je al staat. En wees daar blij mee, trots op.

Maar er valt ook nog veel te winnen…

Ja, de uitslag loog er niet om. Maar wat zien we nu precies op dit plaatje?

Ik trek er een paar conclusies uit:

  1. Ik kan heel, héél veel winst behalen door minder spullen te kopen. Of minder nieuwe spullen, in elk geval.
  2. Treinen mag dan ‘milieuvriendelijk’ zijn, mijn ov-impact is alsnog flink. Bijna net zo groot als mijn impact door autorijden.
  3. De auto begint ook best een grote ecologische kostenpost te worden. Toen ik nog alleen woonde reed ik amper, alleen soms met de Greenwheels naar klanten. Maar nu B en ik een auto voor de deur hebben, is het soms toch best makkelijk…
  4. En tot slot: wat wonen betreft kan ik ook nog stappen zetten. Hoewel m’n mogelijkheden beperkt zijn (want huur- en geen koophuis), kunnen we bijvoorbeeld wel radiatorfolie aanbrengen. Mooie timing ook, nu binnenkort de kachel weer aangaat.

Omdat je nu eenmaal niet alles tegelijk kunt doen, wil ik graag beginnen bij de post waar ik het meest te winnen heb: minder spullen kopen dus.

Minder spullen kopen

Stél dat het me lukt om komend jaar de helft minder geld uit te geven aan nieuwe spullen. Dat zou gigantisch veel schelen:

Wauw, dat is nog maar 1,5 aardbol!

Ik realiseer me trouwens wel dat ‘spullen’ in deze tool uitgedrukt zijn in geld. Dat zou impliceren dat je minder belastend leeft als je goedkope prul uit China koopt, dan wanneer je premiumkwaliteit materialen uit Nederland aanschaft. Dat lijkt me onzinnig.

Ik kan zo snel niet vinden hoe dit zit – voor nu ga ik er maar vanuit dat het Verborgen Impact-rekenmodel werkt met gemiddeldes, en dat het bedrag dat je invult een indicatie geeft.

Van een bloglezer kreeg ik ook de opmerking dat het principe van ‘je carbon footprint berekenen’ oorspronkelijk uit onverwachte hoek komt: van de vervuilende industrie. In de zin van ‘lekker de aandacht van jezelf afleiden door te wijzen op de verantwoordelijkheid van het individu’.

Ook daar moet ik nog in duiken, maar laat ik er nu dit over zeggen: ja, om klimaatverandering écht tegen te gaan kunnen we het als burgers niet alleen. De politiek moet mee. De wetgeving moet mee. En de grote bedrijven moeten mee.

Maar dat betekent niet dat je niets kunt doen. Integendeel. Veruit de meeste grote veranderingen in de samenleving beginnen niet bij wetgeving – maar bij individuen die het anders willen. In aflevering 4 van de podcast Klimaattherapie (en in haar boek Ooit aten we dieren) vertelt Roanne van Voorst er een heel interessant verhaal over.

Publieke opinie is een ontzettend krachtig middel om de maatschappij te sturen. Kijk naar de afschaffing van de slavernij, de discussie over Zwarte Piet en zelfs naar wat nu gebeurt in de coronacrisis. Beleid staat nooit op zichzelf. Zonder draagvlak ben je nergens.

Ga maar na: als de overheid nú zou zeggen dat vlees eten voortaan verboden is, krijgen we hoogstwaarschijnlijk gigantische protesten (of erger). Maar als een significant deel van de bevolking ervan overtuigd raakt dat vlees eten niet meer van deze tijd is, wordt dat een heel ander verhaal.

Maar goed, minder kopen dus. Of in elk geval: minder nieuwe dingen kopen. Ik vind het wel een interessante uitdaging. Marktplaats, kringloopwinkels, refurbished shops, ruilplatforms, repaircafés… Er zijn zo veel manieren waarop ik kan leren om langer te doen met de spullen die al bestaan, in plaats van steeds bij te dragen aan de productie van nieuwe dingen.

Oké, dus hoe pak ik het aan?

Om die ambitie (‘minder spullen kopen’) dan maar meteen te koppelen aan concrete doelen:

  • Ik wil drie kringloopwinkels in de stad verkennen. Gewoon eens naar binnen om vertrouwd te raken met de plek, zien wat ze allemaal hebben. Zodat ik ook aan die plek denk als ik ergens naar op zoek ben. (Dat verschilt natuurlijk per moment, maar in mijn ervaring verschilt het ook nogal per kringloopwinkel.)
  • Als ik in de toekomst een nieuwe telefoon, laptop of andere gadget wil, ga ik op zoek naar een refurbished exemplaar. Ook nog eens goed voor m’n portemonnee; B kocht een refurbished iPhone 7 waarvoor hij de helft minder betaalde dan ik voor mijn nieuwe exemplaar. Ze functioneren precies even goed.
  • Heb ik mijn zinnen gezet op wat nieuws? In plaats van meteen naar de stad te rennen of naar de webshop te surfen, ga ik:
    1. Checken ik het kan lenen van iemand in mijn omgeving.
    2. Op Marktplaats kijken, daar is het aanbod enorm.
    3. Tijd nemen om me af te vragen of ik dit écht nodig heb. Hoe vaak heb ik niet gedacht dat ik écht wat wilde hebben, maar bleek dat een paar maanden later best mee te vallen? (Heel vaak dus.)
  • Boeken leen ik in principe bij de bieb. Of van vrienden. Dit doe ik al een aantal maanden en bevalt supergoed. De meeste boeken lees ik toch maar één keer!
  • Kleding: Project 333 zorgt dat ik precies koop wat ik nodig heb. Alleen mooie items die ik écht ga dragen dus, geen twijfelgevalletjes die vooral ik uit hamsterwoede (‘ach, uitverkoop!’) aanschaf.
  • Ik wil me verder gaan verdiepen in duurzame (dierproefvrije & vegan) cosmetica. Mijn haar was ik al een tijdje met Werfzeep, bijvoorbeeld.
  • Tot slot: ik houd sinds vorige maand precies bij welke spullen ik allemaal koop. Inzicht in je huidige situatie is immers de eerste stap naar verandering. :-) Ik merk nu al dat dit me enorm helpt om me bewust te worden van wanneer ik eigenlijk iets aanschaf – en wat dat dan is. Bovendien kan ik dan straks zien of het over een jaar inderdaad minder is!

Oké, deze lijst lijkt me voorlopig meer dan genoeg. Al zijn jullie tips en aanvullingen natuurlijk héél welkom! Misschien zie ik immers een gigantisch winstpunt over het hoofd…

Zo, tijd om van m’n vrije dag te genieten. Even naar de bieb, lunchen naar een vriendin, pianoles en dan door naar m’n voorleeskindje. Best een druk programma, als ik het zo opsom, maar het zijn allemaal dingen waar ik naar uitkijk.

Ik wens je alvast een fijn weekend!

0

donderdag

  • ‘s Morgens nog een flinke berg werk te verzetten; ‘s middags twee deadlines gehaald!
  • Dat E er nog een groot deel van de dag was. Samen ontbijten met appel-kaneelpancakes en tussen het werken door even samen taartjes eten die B had gehaald.
  • Weekend – me moe maar voldaan voelen. Avondeten met een glas rode wijn (een aglianico uit Zuid-Italië) op de bank.

PS. Kijk nou hoe tof: de Volkskrant heeft deze week een online special over veganistisch eten. Met onder meer een restaurantrecensie waarvan ik ga watertanden, en Volkskok Pay-Uun Hiu die de beste kookboeken en recepten tipt. En natuurlijk een overzichtelijk stuk over waarom plantaardig eten nou ook alweer een goed idee is.

0