Mijn body battery meten

Tijd voor een vlog! In deze video test ik m’n nieuwe fitnesstracker uit, de Garmin vivosmart 4. Met dat apparaatje kun je onder meer je stressniveau en ‘body battery’ meten. En eerlijk is eerlijk: dat blijkt behoorlijk confronterend…

Verder een kleine update van het huizenfront (daarover las je hier al meer!) en zo nog wat wekelijkse dingetjes. Veel kijkplezier!

0

Bruis

Vandaag sprak ik op straat zomaar een 81-jarige vrouw.

Of nou, niet helemaal ‘zomaar’ – ik was voor een schrijfklus op pad in Den Bosch. Samen met een van onze fotografen struinde ik door een woonwijk, op zoek naar mensen die even met ons wilden kletsen.

Voor het magazine van een woningcorporatie moesten we een serie voxpopjes maken rondom de vraag ‘hoe ziet jouw zomer eruit?’ (Voxpop komt van vox populi, ofwel de stem van het volk – het is een term uit de journalistiek waarmee straatinterviews worden bedoeld waarin ‘gewone mensen’ om hun mening worden gevraagd.)

Goed, we waren dus op zoek naar deelnemers.

Nog niet zo simpel, want het was maandagochtend en het regende en ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik kán me voorstellen dat je dan niet zoveel zin hebt in een praatje met een onbekende. Laat staan dat je ook nog op de foto wilt. (Sowieso is foto’s maken in de regen een crime, maar dat terzijde – gelukkig was het regelmatig even soort-van droog.)

Toen spraken we H aan. Met een volle boodschappentas kwam ze uit het winkelcentrum gelopen. En vooruit, natuurlijk wilde ze meedoen. Ik stelde mijn vraag, we kletsten even, en omdat de fotograaf z’n toestemmingsverklaringen in de auto had laten liggen kletsten we nog wat langer.

Eerst over die zomer (‘gewoon thuis, ik heb een balkon op het noorden en eentje op het zuiden, wat een heerlijkheid’), maar al gauw over andere dingen. Ze was graag op zichzelf, zei ze. Vijftig jaar verpleegkundige geweest, ‘dus nu heb ik wel genoeg geluisterd naar anderen’. Als iemand een verhaal begint, zei ze, kan ze bijna meteen de rest al invullen.

Terwijl ze dat zei klonk ze – verrassend genoeg – allerminst vermoeid. Haar blik was helder en geïnteresseerd. Elke dag wandelt ze een stuk, en elke morgen om zes uur staat ze op voor Nederland in beweging. ‘Ja, je moet wel bezig blijven, dat is heel belangrijk om scherp te blijven.’

81, hè. De heldin.

Maar wat me vooral bijbleef, was hoe ze vertelde over haar kinderen en kleinkinderen. Als die over de vloer komen, vertelde ze, dan is alles bespreekbaar. ‘Wij spreken alles uit.’ Geen gekonkel, geen geheimen. Alles mag er gewoon zijn. ‘Dat is fantastisch, dat is het aller-waardevolste. Ik hoor zoveel mensen die mot hebben met hun kinderen. Of die klagen dat ze niet op bezoek komen. Zo zonde en niet nodig.’

Begrijp me niet verkeerd: ze vertelde niet alleen, ze vroeg ook naar mijn verhalen. Maar eigenlijk maakte het niet zoveel uit wat we elkaar zeiden. Beide ervoeren we vooral de ontmoeting.

Je hebt, terwijl ze me aankeek met een Perkamentus-achtige blik, twee soorten mensen: bruistabletten en zuigtabletten. Die laatste groep herken je meteen: je voelt je energie leeglopen als je met hen bent. Het kóst je veel.

Blijf weg bij die zuigers. Zonde van je leven. Laat ze maar lekker klagen, jij hoeft niet altijd degene te zijn die geeft en geeft en geeft. Wees dan maar lekker op jezelf.

Ik vond het bijna jammer toen na een kleine tien minuten de fotograaf weer voor onze neus stond, en de rest van de dag bleef haar heldere gezicht me bij. De huid vol rimpels, geen plooitje meer strak – en wat een uitstraling had ze.

Duidelijk: bruis.

4+

Het is rond

‘Dit’, zei B terwijl de makelaar de voordeur achter ons dicht deed, ‘was het mooiste huis dat we hebben gezien.’ We waren weer eens op huizenjacht – het was die ene week waarin we maar liefst twee bezichtigingen hadden en uiteindelijk ook twee keer zouden gaan bieden.

Met huizen weet je het eigenlijk altijd vrij snel, is mijn ervaring. Bijna zodra je ergens binnenloopt, voel je of het ja of nee is. En bij woningen geldt zéker de stelregel ‘bij twijfel: niet doen’.

Nou, dit was overduidelijk een JA.

We liepen nog een ommetje door de wijk. Het was een prachtige lentedag, de vogeltjes floten en in het park om de hoek schitterde alles in twintig tinten lentegroen. En ik dacht alleen maar: hier wil ik wonen.

Sowieso stond dit dorp in de regio Arnhem-Nijmegen hoog op ons lijstje. Grappig genoeg was dat niet altijd zo geweest: helemaal aan het begin van de zoektocht hadden we uitgerekend déze plek afgeschreven. Precies tussen twee steden in, was toen onze conclusie, dat is eigenlijk nét niks.

Maar toen ontdekten we het levendige centrum. De uitstekende treinverbinding naar beide steden. De gezellige terrasjes. De levendige sfeer – zelfs in lockdowntijden. De relatief (ik herhaal: relatief) gunstige huizenprijzen. En ik had zelfs al een mooie yogastudio gespot.

En toen was er dus ineens dat mooie huis. Een ruime, lichte hoekwoning, helemaal instapklaar. Ruime, nieuwe keuken met kastjes in mijn lievelingskleur (wie m’n vlogs wel eens heeft gezien: de kleur van de kastdeurtjes in onze woonkamer), een badkamer met hoekbad (!), drie slaapkamers plus een geweldig ruime lichte zolder die gewoon vráágt om wekelijkse yogasessies.

O ja, en een ruime tuin op het westen.

Duidelijk: dit wilden we. Wat alleen mentaal een tikje ingewikkeld was, is dat we diezelfde week dus bij nóg een leuk huis waren gaan kijken. Ander dorp, ook een hoekwoning met een mooie zonnige tuin en verder zo’n beetje het tegenovergestelde qua onderhoud – een echte fixer upper. Maar ook zeker een huis met mogelijkheden.

Tja, en wat doe je dan? Twee keer bieden, op hoop van zegen. ‘Straks krijgen we ze allebei nog’, grapte B in een van onze vele telefoongesprekken met de aankoopmakelaar. Die moest hartelijk lachen. ‘Stel je daar maar niet op in.’

Mijn brein ontplofte zowat die dagen, want man, ZO VEEL GEDACHTEN EN EMOTIES. Maar goed, we boden (best flink) bij het klushuis, werden het niet, waren stiekem een tikje opgelucht, en boden precies 24 uur later op het Mooie Huis.

Op donderdagmiddag kregen we om half vier een telefoontje van de makelaar. ‘Ditmaal heb ik goed nieuws voor jullie: ons bod is geaccepteerd!’

Ik geloof dat ik me even moest vasthouden aan de tafel, terwijl ik half-ongelovig naar B staarde. Wacht, hebben we nou een huis??!!

Yes, we hebben een huis!
Hyperheid all over the place natuurlijk, mensen bellen en samen door de kamer springen. (En toen moest B naar z’n nachtdienst, beetje anticlimax, maar ja het grotemensenleven hè.)

Toen ik de volgende dag over de markt liep, werd ik alweer gebeld door de aankoopmakelaar. ‘Dit ga je niet geloven’, zei hij, ‘ik heb nóg een huis voor jullie.’ Wat bleek: de hoogste bieders van dat klushuis hadden blijkbaar toch afgezien van de koop. Dus of we alsnog interesse hadden. Ha, grapjassen! Na een minuutje overleg bedankten we vriendelijk – ons lievelingshuis hadden we al.

Ik kan je vertellen: die blijdschap duurt ongeveer twee weken. De eerste week was ik tussen de bedrijven door tig dingen aan het regelen: taxatie, bouwtechnische keuring, alle 3024284 documenten voor de hypotheek verzamelen en natuurlijk het voorlopig koopcontract tekenen. Na een week dienden we de hypotheekaanvraag in, en toen was het wachten.

Een weekje wachten, da’s wel te doen.
Na twee weken begon ik íets onrustiger te slapen.
En aan het begin van week drie besloten we voorzichtig te informeren bij onze hypotheekadviseur – we hadden immers vier weken voorbehoud van financiering afgesproken, en de deadline kwam steeds dichterbij.

Nou, en toen was er lastminute nog een bak stress (iets met gedoe rond de overlijdensrisicoverzekering), maar gelúkkig kwam alles goed en toen kregen we afgelopen donderdag – exact vier weken nadat ons bod was geaccepteerd – het verlossende telefoontje. De hypotheek is rond!

Ja, jeetje.
En nu is het dus echt, nu mag het van de daken: we gaan verhuizen. Holy crap, de stad uit, naar een koopwoning. +250 burgerpunten. Maar vooral natuurlijk +400 blijdschap en +1000 comfort. ;-)

Ik vind het spannend jongens.

Ik bedoel: ik wéét dat ik dit wil, dat we er klaar voor zijn, en het is een giga-opluchting dat het allemaal gelukt is. Ik kan niet wachten om m’n eerste downward facing dog te doen op die prachtige zolder, heb al grootste plannen met de tuin en fantaseer over de inrichting van m’n nieuwe keuken (zoveel ruimte!). En man, straks hoef ik gewoon nooit meer naar een hotel als ik in bad wil, maar draai ik gewoon thuis de kraan open voor een ontspanningsuurtje in warm water.

En tegelijkertijd is het ook gewoon eng. Je weet wel, het grote onbekende. Ik ga verhuizen naar een plek waar ik nauwelijks de weg weet (waar ik gelukkig wél een paar mensen ken, scheelt best een beetje). Maar wat als we het er niet leuk vinden? Het lijkt me heerlijk, die rust en ruimte, maar misschien ga ik me wel gruwelijk vervelen?

Dan kijk ik nog maar eens het filmpje op Funda. Scroll door de foto’s, laat Google Maps voor de achtste keer uitrekenen hoe lang het duurt om te fietsen naar de supermarkt (3 minuten), de yogastudio (4 minuten) of het treinstation (7 minuten).

En dan ben ik vooral weer heel benieuwd hoe het is. Hoe dat Mooie Huis er straks uitziet als wij erin wonen. Nog een kleine 100 dagen – aftellen maar.


1+

Kleding kopen op Vinted: mijn tips & tricks

Je kunt wel stellen dat ik Vinted helemaal heb ontdekt. Was ik een paar maanden geleden nog huiverig om me te wagen aan tweedehands kleding, inmiddels denk ik: had ik dit maar eerder gedaan! Al moest ik het wel even onder de knie krijgen… Daarom deel ik vandaag graag mijn tips & tricks met je.

Vinted is een superhandig platform om prachtige kleding te vinden voor veel minder geld. Bovendien is tweedehands shoppen een stuk beter voor de wereld. Maar hoe pak je het slim aan?

Vinted - Wikipedia

Oké, ik ben totaal nieuw hier… Help, hoe vind ik de weg?!

Ten eerste: op Vinted is véél te vinden. Dat zorgt ervoor dat het nogal een vergaarbak is. Vergelijk het met die enorme uitverkoopbakken in warenhuizen: er zitten juweeltjes tussen, maar ook prul.

Met de zoekfunctie kun je het assortiment wat verkleinen, maar ook dan kan het nog lastig zijn om het kaf van het koren te scheiden. Mijn meest basic tip is dan ook: zoek op één specifiek (kwaliteits)merk! Dan weet je ongeveer wat je kunt verwachten qua stof, model, stijl, materiaal en pasvorm.

Extra voordeel: merken die in de winkel stikduur zijn, zijn op Vinted ineens goed te betalen. Misschien geef je dan nog steeds 30 tot 40 euro uit aan een trui – maar dan een duurzame trui van wol of een andere dikke stof die jaren meegaat, in plaats van een fast fashion-item van H&M.

Uh, maar ik ken nauwelijks kledingmerken…

Heb je – net als ik een paar maanden terug – geen idéé welke merken je leuk vindt? Een rondje googlen helpt. Snuffel eens rond in de webshops van online warenhuizen (About You, Zalando, Bijenkorf, Wehkamp, etc.) en kijk welke kleding je aanspreekt.

Of zoek op internet lijstjes van duurzame/hippe/vrouwelijke/stoere kledingmerken en onderzoek wat past bij jouw smaak. Je kunt natuurlijk ook kijken wat je nu al in de kast hebt hangen en dat als startpunt nemen – dan weet je meteen welke maat je nodig hebt!

In mijn kast hangen inmiddels fijne items van:

  • Filippa K (een duurzaam Scandinavisch merk, ze hebben hele fijne truien en jurkjes)
  • Samsoe & samsoe (ook Scandinavisch)
  • Ivy & Oak
  • Armedangels (ook duurzaam en fairtrade)
  • Gstar (vooral fijne spijkerbroeken)
  • Object (idem, soms ook shirtjes)
  • Studio Jux (pas ontdekt, ook een wat kleiner duurzaam merk)
  • Naketano (een Duits eco-merk dat niet meer bestaat, maar op Vinted kun je er nog veel van vinden! Ik heb een fijne jas gekocht en een paar comfy chilltruien)
  • Air Force (Nederlands merk voor superfijne warme winterjassen, één nadeel: ze hebben in het verleden wel bont gebruikt in hun kleding)
  • Didriksons (ook fijne winterjassen)

Een lijst van alle merken op Vinted vind je in je account onder Personalisatie > Merken.

Hoe weet ik of het niet te groot of te klein is?

Je kunt items op Vinted helaas niet terugsturen, tenzij er aantoonbaar wat mis mee is. Je kunt ze natuurlijk wél doorverkopen; dit wordt veel gedaan en in mijn ervaring lukt dat – afhankelijk van het kledingstuk – ook best makkelijk. Een gele Sissy Boy-trui die ik uiteindelijk toch té geel vond, verkocht ik zelfs door met 5 euro winst.

Dit kun je doen om in te schatten of een kledingstuk past:

  • Vraag de verkoper hoe de maat valt. Groot of klein voor een S/M/L?
  • Bij broeken: maten wisselen nogal (mij is een maat 28 soms perfect, soms veel te klein). Vraag de verkoper om de tailleband op te meten – de plek waar je riem zit. Meet ook het aantal centimeters van de tailleband bij broeken die al in je kast liggen. Dat geeft een redelijk beeld.
  • Bij truien/shirts: vraag om het aantal centimeters van nek tot onderkant, en meet dit ook bij je eigen truien.
  • Koop vaker items van hetzelfde merk. Zo weet ik inmiddels dat Filippa K meestal wat groter valt; mijn truien heb ik in een S, terwijl ik bij bovenstukken vrijwel altijd maat M draag. Ga desnoods een keer naar een winkel om jouw maat bij een bepaald merk te testen (niet zo netjes, I know, maar toch ;-)).

Hoe voorkom ik dat mijn kast straks een ratjetoe van spullen en stijlen is?

Tja, voor je het weet koop je ‘van alles wat’ en heb je uiteindelijk allemaal items die niet bij elkaar passen.

Wat mij helpt, is vóórdat ik Vinted ga afspeuren, in mijn kledingkast te kijken en een ‘boodschappenlijstje’ te maken. Zo zocht ik een tijdje specifiek naar warme truien, en filterde ik alle andere items weg uit de resultaten. Dat scheelt veel scrollen.

Een tweede tip is om te onderzoeken welke kleuren, stoffen en pasvormen goed bij jouw lichaam passen. Welke kleuren maken je bleek, wat voor kleding doet jouw lichaam goed uitkomen, en welke stoffen vind je prettig op je huid?

Om je een idee te geven:

  • Kleuren die mij vaak goed staan: groen- en blauwtinten (turquoise, mintgroen, khaki, kobalt- en marineblauw), zwart, warme grijstinten, gebroken wit, warme tinten geel en oranje – mits niet fluoriserend. ;-)
  • Kleuren die ik laat liggen, omdat ik er grauw of bleek van word: beige, zalmroze, lichtbruin, koele grijstinten, felrood, te licht/hard oranje.
  • Ik heb een relatief lange rug, dus het is voor mij belangrijk dat bovenstukken niet te kort zijn.
  • Ik voel me onprettig in broeken met een hoge taille. De ervaring leert dat ze soms best leuk staan, maar ik trek ze gewoon niet aan. Ik check dus of een broek medium rise is.
  • Mensen schatten me al vaak jonger; voor mij een reden om geen ‘schattige’ kleding of shirtjes met teksten en speelse illustraties te kopen.
  • Te hysterische prints zijn vaak ook geen succes: ten eerste voel ik me er niet prettig in, en ik heb ook vaak het idee dat mijn gezicht en figuur ‘wegvallen’.
  • Wat dus wél: effen, heldere kleuren. Of ‘rustige’ prints, zoals een jurk met stijlvolle bloemen.
  • Ik zoek ook vaak naar nette spijkerbroeken (geen rafels) en ‘lange’ items, zoals een halflang open vest. Dan weet ik zeker dat het niet telkens omhoogkruipt (irritant!).
  • Natuurlijke materialen zoals katoen en wol vind ik vaak het prettigst zitten. Wollen truien zijn véél lekkerder warm dan gebreide truien van katoen. Wel even nagaan of het niet kriebelt – al lost een ondershirt met lange mouwen dat ook op.

O, en pro-tip: zoek naar kleuren die matchen met de kleur van je ogen!

Mooie items, maar niet voor mij.

Nog een paar zoektips:

  • Zet de sortering op ‘nieuwste items eerst’.
  • Selecteer ook alvast de maten die jij (meestal) hebt, met een range: ik zoek bijvoorbeeld vaak op S en M of M en L, afhankelijk van het merk. Als ik nog geen idee heb, zet ik ‘m op S-M-L; de kans dat ik ooit een XS nodig heb, is nihil.
  • Heb je een bepaald item nodig, dan kun je in plaats van ‘alle’ kleding bijvoorbeeld ook alleen op ‘truien’ zoeken.
  • Je kunt merken ook ‘volgen’; ze verschijnen dan vaker op je homepagina. Handig!
  • Je kunt ook nog specifieker zoeken op één bepaald model, door die term in te typen in de zoekbalk. Zo vind ik bijvoorbeeld m’n favoriete G-starbroek: ‘Gstar midge cody’. Realiseer je wel dat niet alle verkopers de naam van het model in hun advertentie zetten.

Yes, gevonden! …En dan?

Tof, je hebt wat moois gevonden! En nu? Je kunt drie dingen doen:

1. Het item toevoegen aan je favorieten, en nog even verder zoeken
2. Meteen het item kopen
2. Proberen af te dingen door de verkoper een bod te doen

Voordeel van meteen kopen is dat het je weinig tijd en moeite kost: je doorloopt het bestelproces en hoppa, na bevestiging van de verkoper komt het kledingstuk jouw kant op. Je hoeft dus niet eens te babbelen, als je daar geen zin in hebt.

Nou hoeft dat laatste óók niet als je een bod doet, dus dat scheelt. En afdingen kan zeker lonen – al staan niet alle verkopers ervoor open. En je loopt natuurlijk het risico dat iemand anders intussen wél het item voor de vraagprijs koopt.

Ik probeer vaak wel een prijsvoorstel te doen, en ik denk dat ik daarmee in 2/3 van de gevallen uiteindelijk geld bespaar. Maar als een item al voor een hele goede prijs te koop staat, laat ik het lekker zo.

Zelf gebruik ik de favorieten-functie om een pre-selectie te maken. Zo kan ik regelmatig lekker grasduinen.

Verkopers krijgen trouwens een melding als je een item toevoegt aan je favorieten. Voor hen kan dat aanleiding zijn om jóu een scherpe aanbieding te doen!

Selectie uit mijn favoriete items.

Pakketpunten?! Wil ik dat?

Je kunt ervoor kiezen om je aanwinst thuis te laten bezorgen, maar je kunt het ook naar een pakketpunt sturen. Mijn ervaring met pakketpunten is heel positief, dus als er eentje in jouw buurt zit, zou ik dit zeker overwegen. De verzending is goedkoper én milieuvriendelijker – er hoeven immers geen bestelbussen vol pakketjes door alle straten te rijden.

Meestal kun je kiezen uit verzending via verschillende diensten, zoals Homerr, DPD en Mondial Relay. Ik heb tussen de diensten nog geen relevante verschillen ontdekt; de één is misschien wat sneller dan de ander, maar ze zijn allemaal prima.

Meer tips, opmerkingen, vragen?

Tot zover deze Vinted-handleiding. ;-) Heb jij nog andere goede tips, of ken je merken die ook de moeite waard zijn om uit te checken, laat het me dan vooral weten in de comments. Veel succes!

0