Skip to content

Categorie: een beetje van alles

Hartje Utrecht in de herfst

Ramen open, najaarswind – zacht als lentebries. Zon, zon, zo’n zonovergoten oktoberdag waarop gedachten uit hun voegen barsten, ineens alles kan, en dit huis zo thuis voelt, dat ik nooit meer iets anders zou willen.

Wow, ja. Wat een fietstochtje van een kwartier door de Utrechtse binnenstad met een mens kan doen. Vanmorgen werd ik alleen wakker in B’s bed (hij heeft weekenddienst en moest er al om zes uur uit) en besloot de ochtend te beginnen met tien minuten mediteren. Dat bleek een goed idee, ik merkte erdoor hoe onrustig mijn hoofd was.

Na een ontbijt van croissantjes fietste ik naar huis, door die prachtige stad. Ik ben meerdere keren afgestapt om een foto te maken. Ik bedoel, kijk nou!



Soms denk ik: het is tijd om naar Nijmegen te verhuizen. Die tweeënhalf uur per (werk)dag reizen kost zo veel tijd en energie, en hoe heerlijk zou het zijn om gewoon op de fiets naar Einder te kunnen. En Nijmegen is óók een fijne stad, ik woonde er vijf jaar met veel plezier. Maar god, wat ben ik van Utrecht gaan houden. Hier weggaan, nu? Ik moet er niet aan denken. Nee, nog niet.

Laat een reactie achter

Verbeelding

Vanmorgen las ik Femke Halsema’s boekje ‘Macht en verbeelding’ uit, dat ik voor mijn verjaardag had gekregen van mijn goede vriend J. Het boekje is eigenlijk een essay, dat Halsema schreef voor de Maand van de Filosofie in maart dit jaar. In rake observaties laat ze zien hoe de Nederlandse politiek vanaf de jaren tachtig “technocratisch en repressief” is geworden. “Aan de hand van werk van filosofen als Richard Rorty en Hannah Arendt pleit ze vurig voor een terugkeer van idealisme, verbeelding en hoop”, valt te lezen op de achterflap.

Interessante materie, en Halsema kan sowieso boeiend schrijven. Maar één passage, op bijna de laatste bladzijde, raakte me in het bijzonder:

Er zijn (…) problemen die enkel door de verbeeldingskracht in te roepen, door een andere samenleving te schetsen, kunnen worden ontleed en misschien wel worden opgelost. (…) Het vergt verbeelding en creativiteit om het onderwijs en de gezondheidszorg te bevrijden van het controlefetisjisme van semipublieke managers en bestuurders en het opnieuw, kleinschaliger en eenvoudiger, te organiseren. En voordat de regels voor de landbouw, de energievoorziening, de ruimtelijke ordening of het openbaar vervoer weer eens worden aangepast, zou eerst een toekomstbeeld van onze stedelijke samenleving moeten worden ontwikkeld.

Halsema zegt dus: we kunnen niet zonder verbeelding en creativiteit. Door alles te rationaliseren, te willen controleren, sla je het dood. Je verliest de idealen, de hoop, de helikopterview, het (diepere) waarom. Misschien zelfs wel – dit is mijn toevoeging – de levensenergie, de drive.

Dat gaat niet alleen op voor de samenleving, realiseerde ik me. Het geldt evengoed op persoonlijk niveau. Ik merk het als ik bijvoorbeeld loop te piekeren over mijn relatie, als een vriendschap even wat stroef loopt of als ik een paar moeizame dagen heb op mijn werk. Op een gegeven moment helpt het niet meer, om heel analytisch, technisch en ‘rationeel’ te proberen het probleem te ontleden en de mogelijke oplossingsrichtingen stapsgewijs na te gaan. Je praat en denkt jezelf – en elkaar – vast.

Wat wél helpt, is een paar stappen achteruit doen. Wat zouden we samen willen? Waar willen we heen? En hoe zie ik mezelf daarin? Waar gaat mijn hart sneller van kloppen?

Stoppen met nadenken. Voelen, visualiseren. Je verbeeldingskracht gebruiken.

Ik moet denken aan een verhaal dat B’s vader een keer vertelde. Je moet weten dat B’s ouders – net als mijn moeder overigens – best eco-hippies zijn. Zonnepanelen op het dak, dat is dus een logische keus, vond zijn moeder al jaren. Zijn vader was er minder enthousiast over en dat zorgde voor de nodige discussies. Tot vader op een gegeven moment bedacht: wat wil ik nu eigenlijk? Ik wil met mijn vrouw samenzijn, en in harmonie met haar leven. Dat wil ik liever, dan dat ik géén zonnepanelen wil. En vanaf het moment dat hij die langetermijnwens visualiseerde, kon hij het loslaten. Hij wist nu wat hij echt belangrijk vond. De strijd over de zonnepanelen was voorbij.

Verbeelding, creativiteit, fantasie en spel – ze zijn belangrijker dan we met z’n allen denken. Ze vervullen ons, geven betekenis. Ja. Zo, en dan ga ik nu maar weer eens een stukje pianospelen.

Laat een reactie achter

Hello, it’s me

Dus ik deelde voor het eerst een filmpje op Instagram, deze week. Een filmpje met mijn hoofd erop, welteverstaan. Echt veel had ik nog niet te vertellen, maar ineens dacht ik: misschien is dit goed. Leerzaam. Jezelf filmen terwijl je een beetje over dingen loopt te kletsen kun je immers zien als bewijs van hoe egocentrisch en individualistisch onze cultuur is geworden – je kunt het ook zien als er durven zijn.

En er durven zijn, dat is nog wel eens een dingetje bij mij. O, ik kan steeds beter spreken voor groepen (leve vier-presentaties-per-week-geven op m’n werk, de laatste tijd!), voel me minder vaak de awkward weirdo als ik met m’n huisgenootjes of vrienden van B ben, en kan – afhankelijk van mijn bui – best zelfverzekerd zijn over sommige dingen die ik doe en ben.

Ik kan schrijven. Ik kan hardlopen. Ik heb een gezond, sterk en mooi lichaam. Ik weet een beetje over wijn. Ik kan redelijk koken. Ik ben goed in dingen organiseren en mensen met elkaar verbinden. Ik ben goed in enorm genieten van dingen, zoals lekker eten of goede muziek. Ik onthoud datums heel precies (meestal totaal niet nuttig, soms wel leuk). Ik houd van progressieve rock. Ik word vaak blij van moderne kunst. Ik vind het belangrijk om open te zijn over wat er gebeurt in mijn leven – de leuke en de minder leuke dingen. Ik houd er enorm van als andere mensen dan ook doen, en je dan samen hele mooie pure gesprekken kunt voeren. Ik ben aan het leren om ruimte te geven aan mijn kwetsbaarheid. Ik ben best snel in leren pianospelen. Ik ben sowieso best snel in nieuwe dingen oppakken. Ik heb altijd weer nieuwe uitdagingen nodig, maar evengoed ruimte om bij te komen. Als ik iets wil, geef ik niet gauw op. Ik ben best leuk om een avond wijn mee te drinken. Soms kan ik enorm losgaan op de dansvloer.

(Tip: maak ook eens een lijstje van dingen die je kan en bent, en waar je blij mee bent. Doet je goed.) (En vraag het ook eens aan anderen: waar vind jij dat ik goed in ben?)

Maar er zijn, er staan, dat is wat anders. Daar bedoel ik mee: helemaal oké zijn met wie je bent. Met wat leuk aan je is, en ook met wat stom of onhandig of niet zo leuk aan je is. Er ook nog oké mee zijn, als andere mensen iets van jou niet oké vinden.

En ja, als je dan jezelf gaat filmen terwijl je verhaaltjes vertelt en meer dan 100 mensen kijken dat, dan ga je er wel staan. Dat is ook een beetje vragen om mensen-die-daar-iets-van-vinden, misschien. Tegelijkertijd denk ik: ga er maar staan, Susie. Vanavond in de sportschool, toen ik als afsluiting 20 minuutjes aan het fietsen was, keek ik wat video’s op YouTube. Al die mensen die daar hele verhalen houden over van alles en nog wat, die doen dat ook gewoon. Bij hen staat ook niet op hun voorhoofd WAT BEN IK EIGENLIJK AAN HET DOEN EN KAN IK DIT WEL, WIE BEN IK EIGENLIJK OM DIT TE ZEGGEN EN TE VINDEN.

Die mensen doen gewoon. Gáán.

Als ik hardloop doe ik ook gewoon. Als ik in m’n eentje thuis piano zit te spelen, doe ik gewoon. Als ik schrijf in mijn dagboek, doe ik gewoon. En als ik na een halve fles wijn een intens gesprek met iemand voer, doe ik gewoon. Op die momenten ben ik niet (of nauwelijks) meer bezig met of wat ik doe wel goed is. Of iemand me gaat bekritiseren. Of ik het anders of beter zou moeten doen.

Ik gun mezelf meer van die momenten. Ik gun het mezelf dat als ik over een tijdje weer zo’n presentatie geef op m’n werk, ik daar gewoon ga staan – niet onzeker en ook niet met een opgepoetst ego, maar gewoon, zo van: hoi, ik ben Susie, en ik kom hier even iets vertellen.

2 reacties