Skip to content

Categorie: een beetje van alles

Genoeg

Zelfcompassie. Lief zijn voor de Suusie. Ja, jeetje, het blijft een proces van vallen en opstaan. Dat is oké natuurlijk, maar ook ingewikkeld. Vanavond, terwijl ik in een pan soep stond te roeren en de neiging had steeds naar boven te rennen – want daar lag mijn telefoon en dan kon ik weer even scrollen – drong tot me door: ik wil weg uit het hier en nu, want hier en nu ben ik zelf en die zelf is de laatste tijd weer een harde, medogenloze Suzer voor wie het allemaal nooit genoeg is.

Je werkt niet hard genoeg.
Je bent niet mooi genoeg.
Je doet niet genoeg je best.
Je bent geen goede vriendin voor mensen.
Je bent niet fit genoeg.
Je kleding is niet leuk genoeg.
Je vergeet te veel.
Je let niet genoeg op je geld.
Je eet niet gezond genoeg.
Je bent geen leuke huisgenote.
Je beweegt niet genoeg.
Je gedraagt je niet sociaal genoeg.

Allemaal niet genoeg.

Au, best pijnlijk om al die dingen zo eens onder elkaar op te schrijven. En geen wonder eigenlijk, dat ik graag weg wil bij mezelf. Begrijpelijk – het is daar helemaal niet leuk met die gemene criticus die me continu de grond in stampt. Logisch dat ik continu afleiding zoek, onrustig ben. Me naar voel.

En met dat besef komt ineens de zachtheid terug. Mededogen.

Goed om op te merken dat het belangrijk is om ook in dit proces weer zacht voor mezelf zijn: het geeft niet Susie, kan gebeuren dat je het even kwijt was, kom nu maar weer terug, het is veilig. En je bent genoeg.

Nu probeer ik het weer om te keren. Het goed te maken met mezelf. Dus kocht ik afgelopen weekend een kleurige bos lentebloemen voor op mijn kamer. Mocht ik van mezelf m’n AH-mandje helemaal vol gooien met alle lekkere boodschappen waar ik maar zin in had: gerookte forel, Tony’s donkere melk, bosbessen, aardbeien, witte bakkersbollen, dure honingtomaatjes, pure hagelslag. Het is feest vandaag Susie, feest de hele week, je mag alles, je verdient dat.

Wat ook helpt is te visualiseren welke keus ik zou maken als het om een goede vriendin zou gaan. Kamer opruimen? Geen zin in, zegt mijn hoofd dan, ik ben moe, laat maar joh. Maar nee, als hier een vriendin kwam chillen zou ik wél even stofzuigen en de afwas naar beneden brengen – dus nu ook voor mijzelf. Kwam iemand anders bankhangen, dan zette ik een gezellig muziekje aan en maakte ik een lekkere kop thee – dus nu ook voor mij alleen. Klinkt zo logisch he, maar al die kleine dingen gaan bij mij dus niet vanzelf. Het kost energie, werkelijk zorgzaam te zijn voor de Susie. Maar het is mijn taak.

Vandaag voelde ik me fysiek niet lekker; keel- en hoofdpijn, zeer lijf. Na een dag thuiswerken ging ik aan het eind van de dag in een warm bad. Olie erin, boekje erbij, en naderhand mezelf helemaal insmeren met lekker geurende bodylotion (die ik ook dit weekend kocht in het kader van ‘liever zijn voor mijn lijf, haar koesteren’). En nu, nu lig ik op de bank met mijn boek en voel dat ik eindelijk weer een beetje land. Hier en nu.

1 reactie

Terugkomen

Ja, nog even over dat wegraken bij mezelf. Dat gebeurt weer, het gebeurde weer, ik besefte het toen ik vrijdag de hele dag alleen thuis was en me enorm rusteloos voelde. Almaar die smartphone pakken. Scrollen, checken, refreshen. Niet meer de aandachtspanne om een artikel te lezen, laat staan een boek.

O, en natuurlijk zijn er fases in het leven, ik hoef niet altijd dikke trilogieën te verslinden. Maar wat ik merk als ik zo veel online ben, zo veel op sociale media: mijn focus ligt zo veel bij anderen dat ik mezelf een beetje verlies. Niet dat ik me nu per se bewust loop te vergelijken met hoe anderen hun leven leiden (al doet het vast heus wat, al die meningen); het is subtieler. Ruis is het. Gebabbel, gedoe, afleiding. In principe niets mis mee maar ineens merk ik dat ik

slechter slaap
moeilijker alleen kan zijn
minder focus heb op werk
geen piano speel

en nee, dat is het me niet waard. Toch ingewikkeld, want dit schrijven brengt ook veel goeds. ‘Wat vind je het leukste aan dat bloggen’, vroeg een huisgenootje dat overweegt een blog te starten me zondagavond. Ik dacht even na en concludeerde dat dat toch de verbinding is, het offline contact dat ik krijg door dit online schrijven.

Een collega die m’n stukje leest en er een gesprekje over begint op werk. Een vage kennis met wie ik op een feestje direct een klik voel doordat ‘ie open tegen me durft te zijn – dat ben ik voor zijn gevoel immers ook al geweest, hier. Een goede vriendin die zomaar appt naar aanleiding van iets dat ik schrijf. Mijn vader, met wie ik relatief weinig bespreek maar die op Facebook vaak als eerste m’n stukjes liket.

En ja, natuurlijk is het leuk om afgelopen weken op Facebook allerlei comments te krijgen onder m’n stukjes – om de een of andere reden gebeurt dat daar veel meer dan hier. Maar ik heb nog geen manier gevonden om daar wél te posten (en die reacties te lezen) en mezelf toch te wapenen tegen het meegezogen-worden in die afleidingmachine.

Het enige dat ik kan doen is weer hallo tegen mezelf zeggen. Terugkomen. Voelen, ook al voelt (haha) dat in-mijn-hoofd-zitten alweer zo vertrouwd. Dus vrijdag gooide ik halverwege de middag alle social-apps weer van mijn telefoon. Uit de kast pakte ik een blaadje, lichtgeel, daar scheurde ik een strook vanaf en ik schreef op: verankeren in het moment.

Want weet je, eigenlijk is hier alles dat ik nodig heb.

1 reactie

Kriebel

In alle eerlijkheid: ik vind het nog niet zo makkelijk hoor, bijna elke dag een stukje tikken. O Suusie, vraag je je af, waarom doe je jezelf dat dan aan? Simpel: ik wil schrijven. Ik wil de routine terug, groeien. En het mooie is dat ik nu, na een week of vier, inderdaad merk dat dat lukt.

Nee, natuurlijk zijn nog niet alle blogs even scherp. Hoewel ik ze heus een paar keer nalees, zie ik de volgende dag vaak alweer dingen die ik anders had willen doen. Maar ik heb besloten m’n perfectionisme opzij te zetten en gewoon te schrijven. Te schrijven én te plaatsen. Ik moet dan denken aan woorden die een vriendin ooit zei: pas op dat je jezelf niet zó in de weg zit, dat mensen die eigenlijk minder goed zijn je gaan inhalen – omdat ze minder kritisch zijn, meer durven en vaker oefenen.

Dóór dus. En zowaar, het begint me weer te overvallen. Op de fiets of in de trein, of gewoon terwijl ik in een dagelijkse situatie beland: de observatieblik. Het ‘hé-hier-kan-ik-over-schrijven’-kriebeltje. Dan is het of de woorden zich vanzelf vormen in m’n hoofd en eigenlijk moet ik dan meteen even pen en papier (of smartphone) pakken, die zinnen noteren voor ze vervliegen.

Kijk, díe kriebel wilde ik wakker maken. Daar heb je dus helemaal geen dure schrijfretraites of ontwaaksessies voor nodig. Dat kun je gewoon doen, hier en nu. Simpelweg door het te gaan doen. (Geldt overigens niet alleen voor schrijven, Des had daar een heel mooi stukje over.)

Soms heb ik zelfs al wat geschreven maar zijn er woorden over, meer woorden die eruit willen. Kortom, het begint te borrelen, te vloeien en dat was precies de bedoeling. Immers, om er maar weer een Stephen King-quote in te gooien: amateurs just sit and wait for inspiration, the rest of us just get up and go to work.

Aan het werk dus. Dan maar mét die spookjes in m’n hoofd. Misschien ken je dat ‘zitten mensen hier wel op te wachten’-gevoel, het ‘ik kan ook best een stukje per week maken’-gefluister (dat wordt er uiteindelijk géén, leert de ervaring), die gedachten in de categorie ‘het laatste blogje had minder likes dan dat ervoor, was het dan minder goed?’

Ja, want dat dan toch even: één ding aan dit nieuwe schrijfritme bevalt me minder goed. Bij wijze van experiment plaatste ik afgelopen vier weken m’n stukjes direct door op Facebook. Dat leverde inderdaad een stuk meer lezers op en laten we eerlijk zijn, elke schrijver wil gelezen worden. Wat het echter óók meebracht, was onrust. Continu-Facebook-checken. (En dan ook meteen Twitter. En Instagram. En LinkedIn.) Socialmediaverslaving ligt al snel op de loer en pas toen ik dit weekend drie dagen vrij was, besefte ik wat dat met me doet: ik raak weg bij mezelf.

Dus nee, weer even van de socials af. Dan maar wat minder lezers – misschien is het net als met vrienden, de mensen die je echt om je heen wilt weten je toch wel te vinden. Ga ik nu mooi weer verder met wat ik in dit leven wil doen: gehoor geven aan die kriebel.

Laat een reactie achter