La La Land

Dat het leven begint buiten je comfort zone, zoals het cliché wil, ontdekte ik onlangs – of all places – in de bioscoop.

In de kerstvakantie kwam A logeren, het 13-jarige nichtje van mijn B. Ze is de dochter van zijn broer en het is een ontzettend leuk kind (al kun je iemand die bijna 14 wordt eigenlijk geen kind meer noemen, misschien). Dus nu we een huis met logeerruimte hebben, was het slaapfeestje zo geregeld.

We zouden haar meenemen naar de film, hadden we bedacht, en zij mocht natuurlijk kiezen naar welke. Om de keus makkelijker te maken had ik een pre-selectie gemaakt: de romantische kerstkomedie Last Christmas leek me wel een goede, en ik zag dat ook La La Land draaide in de grote Pathé-bioscoop van Leidsche Rijn. Die tweede is natuurlijk al drie jaar oud, dus ik vermoed dat ze ‘m vanwege de kerstdagen eenmalig nog eens draaiden.

Nadat we beide trailers uitvoerig hadden bestudeerd samen met A, koos ze voor La La Land. Wij ook blij, want B en ik hadden de veelgeprezen film met Ryan Gosling en Emma Stone ook nog niet gezien en hij stond al tijden op ons lijstje. B kocht kaartjes en hup, daar gingen we, eerst een hapje eten bij het restaurantje om de hoek en daarna naar de bios.

‘Het is wel koud zeg’, zei A nog vanaf de bagagedrager, en ze drukte zich maar eens stevig tegen mijn rug aan terwijl we over de gele brug fietsten. Het vroor inderdaad zo ongeveer en ik was blij met de gedachte dat we zo lekker binnen zouden zitten.

Dat liep even anders dan gepland.

Beneden in de hal zagen we op het bord in welke zaal de film draaide: ‘Rooftop’. En toen we de mensen voor ons iets horen zeggen als ‘gelukkig hebben ze dekentjes’, keken B, A en ik elkaar een tikje bezorgd aan.

Ik wist natuurlijk dat deze bioscoop De Sterrenkijker wordt genoemd, en herinnerde me vaag dat er een panoramadak is waar soms openluchtfilms worden gedraaid.

Maar dat ze dat ook OP 27 DECEMBER IN DE VRIESKOU zouden doen, was niet bij me opgekomen.

Dus wij naar de bovenste verdieping, half giechelend en hopend dat het tóch een zaal zou zijn, en toen zagen we het dakterras. Er stonden rijen metalen stoeltjes, omringd door gezellige vuurkorven, en op de tuinbanken zaten al wat groepjes mensen stevig ingepakt tegen elkaar.

Eh, zei ik, zal ik dan maar thee halen?

We pakten alledrie twee dekentjes uit de bak en pakten onszelf zo goed en zo kwaad in als het kon. Onze adem blies wolkjes en terwijl de voorfilmpjes van start gingen voelde ik mijn tenen al tintelen. Waar de hell zijn we aan begonnen?

Of het zo koud was als dit klinkt? JA. (Die vuurkorven waren leuk geprobeerd en het zal vast íets hebben gescheeld, maar ze zorgden vooral dat ik de volgende dag mijn winterjas kon uitwassen. ;-))

Of ik af en toe serieus overwoog maar gewoon weg te lopen – we hebben deze film nota bene ook thuis op de computer staan – ? Zeker. Waren we nou toch maar naar Last Christmas gegaan, ook die gedachte kwam natuurlijk langs.

En of we unaniem blij waren dat we die 2,5 uur zijn blijven zitten tot The End in beeld kwam? JA!

Het was namelijk een totaal andere bioscoopervaring dan ik ooit had gehad. Regelmatig was ik toch écht even meegezogen door het verhaal, om op andere momenten vooral mijn pijnlijk koude voetjes te voelen. Zo nu en dan keken we elkaar onderzoekend aan, om te fluisteren: ‘Gaat het nog?’

Halverwege kroop A bij me op schoot, B stopte alle dekentjes nog eens extra goed in en vleide zichzelf tegen ons aan.

Eigenlijk was het gewoon hartstikke knus.

Nadat de aftiteling in beeld kwam, bleven we eerst een kwartier in de hal staan om op te warmen, voor mijn benen weer in staat waren de trappen af te lopen en naar huis te fietsen.

Eenmaal thuis zette ik meteen een pot thee. We trokken onze schoenen en sokken uit, sloegen dekentjes om, B masseerde uitgebreid mijn voeten weer warm en daarna ook die van A. Als een hoopje op de bank maakten we onszelf en elkaar weer warm, aten nog een paar kerstkransjes, praatten na over de film en deze rare ervaring.

Want wát een ervaring! En wat hadden we een plezier, samen – het was op een gekke manier verbindend, deze maffe stadse ontbering. Zoals B het treffend verwoordde: ‘Had ik dit van tevoren geweten, dan was ik nóóit gegaan. Maar ik ben wel heel blij dat we dit hebben gedaan.’

Ja, het was een klein avontuur. Zo eentje in de categorie waar je over tien jaar nóg samen om lacht, ‘weet je nog die keer dat we…’

En zijn dat niet precies de dingen die je leven léven maken?

Dus inderdaad, bedacht ik de volgende dag; het leven begint buiten je comfort zone. Het begint op plekken waar je soms eerst denkt: G#TVERDEK*T wat overkomt me nu weer!? Op momenten waar je er niet om vraagt, en er al helemaal niet op zit te wachten.

Het is stom, vervelend, raar, oncomfortabel, frustrerend, bizar – eigenlijk precies die verre reizen onvergetelijk maken. De dingen waar we dan, paradoxaal genoeg, massaal naar op zoek gaan. Waardoor we zeggen: ik voel nu dat ik leef.

En het mooie is: je kunt dat dus blijkbaar óók gewoon vinden in je eigen stad.

Een gedachte over “La La Land

  1. Wat leuk. Ik zou ook wel zo zijn dat als ik het op voorhand allemaal wist, ik geen moeite zou doen. Maar daardoor mis ik ongetwijfeld wel eens leuke dingen.
    En ik vond LaLaLand ook een heel toffe film, al heb ik em wel gezien in een warme bioscoop ;-)

Laat een reactie achter op Annelies Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.