Hier

Zo, wat een dag was het hè. Hoewel, eigenlijk raar dat ik dat zeg, want voor mij leek het inderdaad een werkdag als alle andere. Oké, vanwege de treinpersoneelstakingen begon ik vanmorgen vroeg aan de keukentafel – als ervaren treinreiziger heb ik één ding geleerd en dat is niet de ellende opzoeken als het niet hoeft. Na de spits reizen dan maar.

Had je me geobserveerd, dan had je kunnen zien dat ik langer dan ‘na de spits’ aan die keukentafel bleef zitten. Zo nu en dan stond ik op voor een kop thee, een glas water, een toiletbezoek. Twee keer voerde ik een telefoongesprek van een half uur. Maar verder was het op het oog een normale dag.

Maar dat wás het niet.

‘Er is iets met schieten in Utrecht, blijf maar even binnen’, stuurde mijn baas net voor twaalven. Ik stond op het punt naar Nijmegen te gaan. Whut? Inderdaad, op NU.nl en Twitter viel al van alles te lezen. Schoten in een tram, misschien een dode. #24oktoberplein was trending. Niet veel later belde een andere collega: ‘ik hoor dat er ook schoten op de Uithof zijn, kom nog maar even niet hierheen’.

Dat van de Uithof bleek gelukkig niet waar. Maar de sirenes loeiden, heli’s zoemden boven m’n hoofd en op Twitter probeerde iedereen te volgen wat er gebeurde. Politieacties bij een appartement – hé, was dat niet het huis van een vriendin? Intussen stond m’n telefoon roodgloeiend. In appgroepen lieten we elkaar weten dat we veilig waren. Ook mensen die ik niet vaak spreek, stuurden ineens een berichtje: alles goed met jou?

Ineens was het hier. Wat dat ‘het’ precies is, wisten (en weten) we trouwens helemaal niet. Onwerkelijk was het wel. Ik dacht aan het boek over Breivik dat ik onlangs las – en begreep waarom veiligheidsdiensten het dreigingsniveau direct opschaalden naar vijf. Ik begreep ook ineens hoe het is als je wereld onzeker en onveilig voelt. Als in je eigen stad plots van alles kan gebeuren – en dan niet positief.

Want ja, inmiddels is de dader (pardon, verdachte) gepakt. Ze noemen hem al ‘doorgesnoven gek, geen terrorist’. Er zijn geen explosies geweest, geen moorden op andere plekken in de stad.

Maar op dat moment wéét je het niet.

Rond drie uur ‘s middags wist ik wel een paar andere dingen. In mijn stad zijn vandaag drie mensen vermoord en vijf verwond. Scholen en ziekenhuizen waren dicht. Blijf binnen, zei de burgemeester. Twee vriendinnen konden niet naar huis omdat daar politieacties plaatsvonden. Eén van hen liep zelfs nog buiten rond, wachtend op een bus die niet kwam – helemaal gerust was ik er niet op. Utrecht was wereldnieuws. En de heli’s bleven maar vliegen.

Zelf ging ik uiteindelijk niet naar Nijmegen. Wel liep ik rond zes uur, we mochten weer naar buiten, even de stad in om boodschappen te doen. Op weg naar de Twijnstraat viel me op hoe het toch ook een dag als alle andere was. De zon scheen, het kruispunt bij Ledig Erf was een doodnormaal gekriskras van fietsers, voetgangers en auto’s. Albert Heijn was spitsdruk als altijd. Nergens iets van angst, onrust of zelfs maar verwarring te merken. Zelfs de bus reed weer.

Het strookte nauwelijks met de nieuwsfeed die ik net nog had zitten lezen: bioscopen dicht, theatervoorstellingen afgelast, horeca gesloten. ‘Spookstad.’ Vrienden en kennissen die zichzelf ‘als veilig hadden gemarkeerd tijdens de schietpartij in Utrecht’. Allemaal óók waar.

Tegelijkertijd leken mijn Nijmeegse collega’s nauwelijks bezig met het geweld. Kwam mijn liefste een uur later veilig thuis met de mededeling dat ‘op de weg alles normaal was, behalve dat ik afgelopen tien minuten minstens twintig politieauto’s tegenkwam’. Aten we curry met bloemkool. Vertelden we elkaar over onze dag.

Wat zijn er toch veel werelden tegelijk. En wat verdrietig, dat sommige stadsgenoten geen wereld meer hebben na vandaag.

Een gedachte over “Hier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.