Skip to content

Flarden na een dag alleen zijn

Soms heb ik zó de neiging om alles er gewoon uit te gooien. Alle gedachten, ervaringen, gevoelens. Zo van: hoi, laten we met z’n allen de wereld een beetje echter maken. Ik begin wel.

Rauw, puur, eerlijk.
Naakte tekst.

Maar ja hè, hoe slim is het om het internet vol te schrijven met je hartekreten?

Soms slechts een paar seconden later bedenk ik me weer dat dat een ontzettend slecht idee is. Wil ik juist het liefst m’n laptop/telefoon wegleggen en me verstoppen onder m’n rode fleecedekentje. Die extremen, ja.

(Net als dit blogje, overigens: zijn dit dingen die je met de wereld zou moeten delen? Zo veel mensen, zo veel meningen.)

Anno 2016 zijn er mensen die dagelijks de hele dag met een videocamera in de hand lopen, op zichzelf gericht. Er zijn ook mensen die bewust geen account op Facebook, Twitter en Instagram hebben en vrijwel helemaal ‘offline’ leven. Die extremen ja,
en alles ertussenin.

Waar sta ik dan?
En: waar wil ik staan?
Soms denk ik: als ik later misschien kinderen krijg, zou ik hen dan ook fotograferen en dat delen met mijn zeshonderdzoveel Facebookvrienden delen?
Ik hoop van niet, ik vrees van wel.
Als ik nú al de halve dag met m’n telefoon in de hand zit, waarom zou dat dan tegen die tijd anders zijn?

Wat ik trouwens wel ontnuchterend ‘echt‘ vind (althans, hoe echt iets gefilmds kan zijn): de YouTube-serie die zangeres Anouk maakte ter ere van haar nieuwe album. Ze nodigt Henk van Straten, Patrick Laureij, Jiggy Djé en (haar manager) Kees de Koning uit om gezellig te komen praten aan de keukentafel.

“Geen talkshow ofzo, maar gewoon lekker eten, goede wijn en sterke verhalen.”
Fijn toch, dat de gesprekken aan zo’n tafel dan niet zo heel anders blijken te zijn dan de avonden die ik met vrienden beleef.

Jongens, even heel wat anders (en toch ook: meer van hetzelfde). Er gebeurt veel in de wereld. Dan heb ik het natuurlijk over Trump en wat sommige mensen al ‘de rentree van het fascisme’ noemen. De twee beste stukken daarover las ik vorige week in Vonk, waar Kustaw Bessems schreef dat ‘Trump als president net zo gewoon is als wij neushoorns‘, en vandaag op De Correspondent, waar Rutger Bregman betoogde dat het tijd is om met z’n allen wakker te worden (‘2016 is het 1933 van mijn generatie‘) en iets te gaan dóen.

Ik hoop trouwens natuurlijk dat ze ongelijk hebben.

Misschien, denk ik af en toe, is een beetje meer menselijkheid deel van de oplossing. Een beetje minder oordeel. Een beetje meer elkaar in de ogen kijken en respect tonen van mens tot mens. Ook, nee juist als die mens anders is dan jij.

Een beetje minder afgunst, ook. Een beetje minder kritiek en heel veel meer waardering voor elkaar, voor de nuance, voor…nou ja, je snapt het idee. Waarom moeten we vaak zo hard voor elkaar zijn?

Ik merk bijvoorbeeld dat ik, ook op mijn werk, alle kritiek die mensen hebben op anderen ‘opzuig’ en dan projecteer op mezelf. Want ja hè, het is niet alsof ik op mijn vijfentwintigste al zo veel ervaring heb, dat ik alles meteen goed kan doen. Vervolgens voel ik me enorm onkundig (duh).

En toch. Vaak denk ik de laatste maanden: ik ben 25, ik zou mijn plek in de wereld nu toch wel een beetje gevonden moeten hebben. Als ik in de tl-verlichting van een H&M-pashokje mijn gezicht van dichtbij bekijk, zie ik dat de huid op mijn voorhoofd ouder is dan toen ik zeventien was.

Op dat soort momenten helpt het als ik denk aan de graffit-tag die ik ooit achter het Nijmegse station fotografeerde. In zwarte hanenpoten stond daar:

Ik doe maar wat.

Het besef dat dat in zekere zin voor iedereen geldt (sommigen hebben alleen wat beter geleerd te doen alsof ze tot in het diepste weten waar ze mee bezig zijn), vind ik soms zó’n opluchting.

 

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.