Drie maanden moeder: terugblik op het vierde trimester

Drie maanden ben ik nu moeder. Al ruim 90 dagen met kleine M in ons leven! Door de dagen heen bedenk ik zoveel dingen die ik erover zou willen schrijven, maar de flarden vervliegen even snel weer als ze in mijn hoofd opkomen. Misschien is dat wel kenmerkend voor dit jonge ouderschap: er zijn zó veel kleine momenten die je verwonderen of diep raken, en tegelijkertijd vloeit alles zo geleidelijk in elkaar over dat je het nauwelijks doorhebt – laat staan dat je die indrukken onthoudt.

Alleen al het kind zelf. Ik heb een album op m’n telefoon waarin ik elke dag een foto van kleine M plaats. Per dag lijkt ze nauwelijks te groeien, maar scroll je door de weken dan zie je hoe snel ze verandert. En dat er alweer zoveel verdwenen is; van de velletjes op haar handjes in de eerste week (toen ze letterlijk uit haar vel groeide), tot het spitse pasgeborene-hoofdje (is nu een gezonde bolle toet), haar ingedeukte neusje (staat intussen recht) en de ongefocuste blik in haar ogen, alsof ze nog niet helemaal híér was. Nu kijkt ze helder de wereld in.

Het was een van de eerste ontdekkingen in deze periode: hóé snel het gaat. Ja, ik weet dat iedereen dit zegt, baby’s groeien als kool enzo, maar pas als het voor je neus gebeurt besef je wat het betekent. Eigenlijk heb je maar 2 weken een newborn, zei iemand onlangs, en dat is niet overdreven. Afgelopen tijd zijn in onze vriendenkring nog een paar baby’s geboren en het is wonderlijk om te zien hoe groot – stevig, alert, uitgevouwen – kleine M al is vergeleken bij die kindjes die 5-6 weken jonger zijn.

Het is prachtig om haar zich te zien ontwikkelen, en ik kan niet wachten tot ze nog veel meer kan. Ik zie uit naar de dag dat we echt boekjes kunnen lezen samen (doen we nu al maar is toch een beetje eenrichtingsverkeer), dat ze in het zitje op de fiets mag, dat we kunnen gaan experimenteren met vaste voeding.

Tegelijkertijd – en dit is het paradoxale – word ik al een beetje sip bij het besef dat ze hierna nóóit meer zo klein is als vandaag. Blijf alsjeblieft nog maar even zo’n knuffelig mini-bolletje, denk ik dan. Hoewel een vriendin me erop wees dat de tijd waarin ze met open ogen rustig in m’n armen ligt nú al voorbij is. Slapen doet ze nog steeds het liefst op mij, maar zodra ze wakker is, wil kleine M stáán op schoot. Liefst met haar rug naar me toe; lekker rondkijken de wereld in.

Men noemt deze eerste 3 maanden wel het vierde trimester. Het is de periode waarin het kindje nog moet landen op aarde, een tijd om veel samen te zijn, de baby heeft volop nabijheid en warmte en liefde (en melk) nodig. En als vrouw moet je veel rusten om te herstellen. Ik merk dat de dagen het fijnst zijn als ik me hieraan kan overgeven – wanneer ik kan accepteren dat dit is wat ik nu te doen heb: er voor mijn kind zijn en zelf herstellen. Zodra ik te veel andere, eigen verwachtingen van de dag krijg en die blijken niet te passen (omdat ik weer eens bekkenpijn heb, of m’n baby die dag écht niet wil dat ik haar wegleg en ik dus praktisch de hele dag met haar op de bank lig of rondzeul), dan raak ik gefrustreerd. Ouderschap is verwachtingsmanagement.

En een continue spirituele oefening: telkens weer de uitnodiging om te aanvaarden wat er is, mee te bewegen met wat zich aandient. Kortom: te leven in het nu. Go with the flow.

Soms is die flow: overdag een dut doen. Zeker de eerste weken maakte die 2 uur extra slaap zó veel verschil. Slaaptekort is heftig, en dat terwijl de echt scherpe randjes ons bespaard zijn gebleven – met dank aan een rustige baby en aan familie/vrienden die maaltijden kookten en af en toe kwamen oppassen om ons wat slaap te gunnen. Echt, je omgeving is góud in de kraamtijd. Ik hoop dat ik dit in de toekomst ook weer kan terugdoen voor andere ouders!

(Ter indicatie, wat betreft leven in het nu: ik heb het schrijven van deze blog al 4 keer onderbroken om mijn kind te voeden/te verschonen/te troosten/te knuffelen en typ deze zin nu terwijl ze op m’n schoot hangt – benieuwd hoe lang dat goed gaat, ik vermoed niet langer dan 2 minuten, ah kijk, daar gaat alweer een golf melk over onze kleding en de bank. ;-) (…) En vanaf hier typ ik verder in de avond, want de rest van de dag kwam het er niet meer van. Dit om je een idee te geven. Het is moeilijk te zeggen waar ik dan nou precies zo druk mee ben, maar de meeste dagen vliegen voorbij. Behalve de baaldag die ik vorige week had, die ging tergend langzaam.)

Anyway, het was jullie al opgevallen dat het moederschap me tot nu toe heel goed bevalt. Ik ben op mijn plek, zo voelt het: dit is precies waar ik nu moet zijn. Bizar idee ook, dat ik een jaar geleden nog verdrietig was omdat ik zo graag een kindje wilde – en kijk ons nu eens.

In hoeverre is het moederschap bepalend voor je identiteit geworden, vroeg een vriendin me. Ik bedacht de vergelijking met een huis. Stel, je bouwt een extra verdieping op je huis. Dan is er flink verbouwd, en toch is het grootste deel van het huis nog steeds hetzelfde: de woonkamer, keuken, badkamer et cetera zijn niet veranderd. Ze zijn nog altijd hun vertrouwde zelf. Maar zoom je uit, dan heeft het huis als totaalplaatje wel een heel ander gezicht gekregen.

Zo voelt het een beetje voor mij om moeder te zijn: het is niet alsof mijn hele zelf is gesloopt en de andere delen van mij zijn verdwenen. Ik ben nog steeds Suus de schrijver en ik houd ook nog steeds van wijn en lekker eten en ik ben gek op reizen met de trein en thee drinken en ook mijn mentale struggles zijn niet ineens opgelost. Wel is er iets naast gekomen, ónder eigenlijk, als fundament: het leven heeft een diepere laag gekregen. Daarmee is de verhouding ook veranderd: al die andere delen hebben een relatief minder dominante plek.

Andere veelgehoorde dingen die ook echt waar zijn (maar die ik pas ten volste begrijp nu ik zelf een kind heb):

  • je bent die eindeloze krampjes-huilbui en andere relatieve ellende meteen vergeten als je kind naar je lacht;
  • je voelt je mégatrots als je baby wat nieuws kan;
  • baby’s groeien écht razendsnel uit die kleinste maten (geef geen rompers in maat 50 cadeau, als je dan toch een rompertje koopt dan liever maat 62/68 zou ik zeggen);
  • goede slaap is goud waard, ik herhaal: goede slaap is goud waard;
  • de relatie met je eigen ouders verdiept en je gaat hen op een nieuwe manier bekijken en waarderen;
  • werken wordt “heerlijk even iets voor jezelf doen”;
  • dit is een ding: snakken naar het moment dat je kind op bed ligt en vervolgens haar een beetje missen, dus dan maar op de bank foto’s en filmpjes van haar gaan kijken;
  • je kunt opnieuw verliefd worden op je partner in diens rol als ouder (ik heb warme herinneringen aan hoe ik de eerste weken vanuit m’n kraambed hoorde hoe B kleine M aankleedde of haar luier verschoonde in de kamer ernaast, ZO LIEF hoe hij dan tegen haar praatte);
  • ik koop bijna alleen nog maar kleding voor mijn kind;
  • postpartum-herstel is geen grapje, duurt láng en is voor iedereen anders (zelfs als je een topbevalling had kan het daarna nog tegenvallen, en vooral: ik dacht dat ‘herstel’ vooral betekende dat je wonden moesten genezen en dat ‘ontzwangeren’ wilde zeggen: ‘wachten tot je hormonen weer een beetje normaal doen’ – blijkt er ineens zoiets te bestaan als een verzwakte bekkenbodem waarmee je na 3 maanden nog geen kwartier buiten kunt wandelen).

Verder zijn er tig dingen die niemand me verteld had, maar die óók waar zijn:

  • Met een baby word je heel goed in allerlei taken met 1 hand uitvoeren (en op de andere arm je kind dat heel graag bij je wil zijn en anders hard gaat huilen).
  • Borstvoeding is zó chill: je hoeft je nooit zorgen maken over of je kind wel genoeg binnenkrijgt (het regelt zichzelf), je hebt het altijd bij je en hoeft niet na te denken over wanneer je een fles op moet warmen (of hoeveel daar dan in moet), als je twijfelt of je kind huilt vanwege honger leg je haar gewoon ff aan, bij nachtvoedingen blijf je lekker in je warme bed liggen wanneer je een co-sleeper hebt (tegenwoordig doe ik niet eens meer het licht aan – ik pak kleine M gewoon in het donker uit haar co-sleeper, leg haar op d’r zij tegen me aan en zij drinkt terwijl ik half verder-dut) en daarna slaap je dankzij de hormonen ook nog eens sneller weer in. Oh ja en had ik al gezegd dat het zo gezellig knus is?
  • Kleine baby’s maken herrie! En dan bedoel ik niet dat ze huilen, nee, eerder een soort diep zuchtende neusademhaling, snurk-achtig gekreun, tja hoe leg je dit uit? Wij noemden het dino’en. Vooral in de tweede helft van de nacht trouwens, en het verdween na een week of zeven. Tegenwoordig slaapt kleine M een stuk rustiger.
  • Dit hele gebeuren – een kind krijgen/hebben, moeder of vader worden – is grotendeels niet rationeel, en juist dat is er zo prachtig aan, vind ik. Zo veel gaat op instinct, op intuïtie, ik maak keuzes op basis van een dieper weten en merk de onzichtbare ijzersterke connectie die ik heb met kleine M. Ik ben er bijvoorbeeld van overtuigd dat hoe meer ik wil dat zij gaat slapen (ofwel, hoe meer ik probeer controle te hebben over haar gedrag), hoe moeilijker ze in slaap valt. Pas wanneer ik de verwachting loslaat, kan zij ook loslaten, ontspant ze zich en tukt ze in. Sowieso blijkt dat hele ‘ouderschap is loslaten’ ineens duizend dimensies te hebben.
  • Nog een voorbeeldje: als we in een sociale situatie zijn en ik merk dat ik overprikkeld raak, moe of onzeker word, zie ik dat meteen terug in het gedrag van kleine M: die wordt dan ook onrustiger. Er voor mijn dochter kunnen zijn vraagt dus dat ik stevig sta. Daarmee vraagt het ook goede zelfzorg – sterker nog, dat is essentieel voor haar welzijn.
  • Het is behoorlijk ingewikkeld om je aandacht te verdelen tussen je kind en de anderen in de ruimte. Je hebt immers maar 100% te verdelen en ik was gewend om 100% aan de ánder te geven (en mezelf daarbij regelmatig te vergeten ;-)). Nu wil mijn kind 100% en die ander is ook gewend aan zijn 100%, plus ik ben me meer bewust van het belang van zelfzorg – zie vorige punt –, dus… tja, dat gaat niet en dan loopt je hoofd al snel over. Geen wonder dat ik zo snel overprikkeld raak. Oefenen, denk ik.
  • Je hebt ineens heel andere gesprekken en begripvolle uitwisselingen met andere ouders. Ik had de eerste weken echt een soort “welcome to the club”-vibe; eigenlijk in de zwangerschap al een beetje, maar helemaal sinds kleine M er is. (Vind dit trouwens wel extra stom voor mensen die wel graag een kind zouden willen maar het (nog) niet hebben, want je kunt hier dus weinig aan doen, zelf had ik best alvast een clubpas willen hebben voordat ik zwanger was.)
  • Voordat ik kinderen had dacht ik altijd: het maakt niet zo veel uit of je een oppas vraagt die zelf kinderen heeft of niet. Maar nu ik zelf een kind heb snap ik de neiging om (eerst) je ouders te vragen, of andere mensen die zelf kinderen hebben. Heel stom vind ik ergens, maar blijkbaar werkt het toch zo… Ik probeer hier trouwens wel tegenin te gaan, want wanneer vriendinnen-zonder-kids op kleine M willen passen en een band met haar opbouwen, vind ik dat juist héél leuk.
  • Want, laatste punt: ik heb sterker dan ooit het gevoel dat we elkaar nodig hebben om onze kinderen groot te brengen. It takes a village, je weet wel. B en ik willen dan ook heel graag een kring mensen om ons heen verzamelen die een rol gaan spelen in kleine M’s leven – volwassenen met én zonder eigen kinderen. Ik geloof dat dit je rol als ouder zo veel lichter kan maken, ik denk dat het voor een kind waardevol is om verschillende rolmodellen om zich heen te zien en ik kan me voorstellen (maar dit is natuurlijk invulling) dat het voor mensen die zelf geen kind willen opvoeden, iets kan toevoegen om wel tijd te besteden met een kind. Ik voel me trouwens dankbaar en gezegend met de village die wij al hebben, en de fysieke én emotionele nabijheid die ik daarin ervaar. De liefde voor je kind delen met anderen maakt het allemaal nog zó veel leuker. Echt x1000. Geldt ook voor het kunnen delen met je partner, trouwens.

Tot slot nog wat random observaties: hormoonveranderingen zijn raar (ik, de chaotische ADHD’er, wil nog steeds dat alles de hele tijd opgeruimd is in huis???), ik ben blij dat ik een babyfoon heb zonder camera (anders zou ik de halve avond gaan staren naar dat beeld van mijn slapende kind), wat is Vinted een top-uitvinding voor babykleertjes, ik vind samen slapen mega-gezellig (en ja heb goed gekeken naar/nagedacht over veiligheid), wat ga ik het straks waarderen om weer normaal en onbeperkt te kunnen bewegen (boswandelingen!, treinreizen!, fietsen naar werk!, en wanneer zou ik weer op de stairmaster kunnen in de sportschool?)

en wat had ik al deze ervaringen voor geen goud willen missen.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Eén reactie op “Drie maanden moeder: terugblik op het vierde trimester”

  1. Wat een lieve en herkenbare blog. Er spreekt echt uit alles dat je zo geniet van het moeder/ouderschap (sorry, deze term vind ik eigenlijk echt vreselijk, maar het stond er ineens). Heel fijn om te lezen, is je gegund!

    Hopelijk maakt je herstel ook gauw een sprong vooruit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.