Skip to content

Doorgaan

Angsten overwinnen, zo las ik in Psychologie Magazine, doe je in kleine stapjes. Door steeds maar weer te doen, aan te gaan, te confronteren. Steeds een stapje buiten wat comfortabel voelt. En dat stug volhouden. Niet opgeven.

Dan, en alleen dan, wordt het steeds een beetje beter. Zo ervaar ik dat zelf ook. Want net als de auteur van het artikel dat ik las, had (en heb) ik nogal wat angsten. Autorijden in tunnels of op smalle weggetjes, spreken voor groepen. Beetje hoogtevrees. En ik kan het me nu niet meer voorstellen, maar ooit vond ik het doodeng om een zakelijk telefoontje te plegen. Maar ja, dan word je journalist en moet je de hele dag bellen. Dan leer je dat wel af.

De meeste mensen moeten ervoor werken. Soms weken, soms maanden en soms jaren. En als beloning krijg je geen kortdurende euforie, maar langdurige vrijheid. Het tegenovergestelde van de angst je doen en laten bepalen, is een leven dat geregeerd wordt door verlangen.’

De beste remedie om je angst de baas te worden, is dus datgene wat je eng vindt heel veel doen. Niet dat je altijd in het diepe moet springen, integendeel. ‘Precies tussen saai en paniek in gaan zitten’, dat is de crux. Net zolang totdat dat normaal wordt. En dan weer een stapje verder. Alsof er langzaam iets verschuift in je brein. En nee, dat gaat niet van het ene op het andere moment. De angst slijt langzaam, tot je op een bepaald moment je realiseert dat je plotseling een presentatie hebt gegeven aan 100 man zonder in paniek te raken.

Zo reed ik deze vakantie door een Zwitserse tunnel van ruim 16 kilometer. En toen, of eigenlijk eerder op de heenreis al, besloten B en ik samen dat ik eigenlijk geen reden meer heb om bang te zijn voor tunnels of bergweggetjes. Ik kan dat gewoon. En warempel, vanaf het moment dat ik dat tot me liet doordringen, ging het allemaal een stuk makkelijker. Joeg de paniek nog nauwelijks door m’n lijf als ik weer zo’n donkere tunnel in reed.

We gingen ook een dagje klettersteigen, ofwel via ferrata. ‘Een soort bergwandelen maar dan zit je met een klimgordel vast aan een ijzeren rail, omdat er soms wat stukjes langs een afgrond zijn of een klein beetje klimmen’, had B gezegd. Nou, no way dus. Ja oké, die ijzeren rails was er wel. En onze gids (voor wie overigens alle lof) had die vroege zomerochtend een prachtige route uitgezocht. Een rotswand van 200 meter steil omhoog.

Uh.
Ja.

Dat deed ik dus. Want zo kan het dan ook: wegduwen die angst, niet toelaten, niet erkennen. Verstand op nul en gaan.

Twee uur klommen we. Twee uur waarin ik voornamelijk stil was – ‘ik merkte wel aan je stem dat je het eng vond’, zei B – maar waarin ik tussendoor óók genoot van tegen die rots aan hangen, uitkijkend over het zonovergoten prachtig stille dal.

En dan sta je plots op de top, een beetje bibberend, maar bovenal beretrots.

Zou het dan ook zo kunnen gaan met mijn grootste angst – mensen teleurstellen?
Ja. Misschien moet ik dat ook maar eens wat vaker gaan doen.

Zoals Roanne van Voorst het zo mooi schreef in Psychologie Magazine: ‘Vaak voelt het een beetje onprettig als je oefent met dingen die je wel wilt, maar ook eng vindt. Soms is het ietwat saai, vervelend of ben je wanhopig. En dan ineens is er rust: de angst is weg.’

Laat als eerste een reactie achter!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.