Skip to content

Dit las ik in juli: over Jan van Schaffelaar & stedelijk leven in Afrika

We zijn alweer een week in augustus (en daarmee ruim over de helft van 2016!), maar ik had nog niet geschreven over de boeken die ik in juli las.

Op deze rustige zondag – lekker thuis, wasjes doen, goed eten, spelletje – vind ik daarvoor eindelijk de tijd. ;) In mijn verjaardagsmaand las ik “maar” twee boeken, maar het waren beide wel werken van +300 pagina’s, dus hè, geen slechte score toch

O ja, voor mijn verjaardag kreeg ik trouwens van Tom een e-reader! Nu heb ik dus nóg meer te lezen. ;)

Thea Beckman – Hasse Simonsdochter ***

Wie verslond vroeger niet de historische romans van Thea Beckman? Ik ben al jaren verliefd op haar Thule-triologie (toekomstromans waarin Groenland een soort paradijs is geworden), maar sommige andere klassiekers had ik nog altijd niet gelezen.

Hasse Simonsdochter bijvoorbeeld. Hoewel het al op mijn basisschool op de boekenplank stond, trok het boek me nooit genoeg om echt te gaan lezen. Tot ik laatst, na de verhuizing, een Boektoppers-exemplaar vond in een oude doos.

Hasse Simonsdochter speelt in de 15e-eeuwse Nederlanden. Het beschrijft het verhaal van Hasse, een eenvoudig maar vrijgevochten en temperamentvol meisje dat opgroeit in de rietvelden rondom Kampen. Net als in veel andere boeken van Thea Beckman zitten in het verhaal verwijzingen naar bestaande personen – in dit geval Jan van Schaffelaar, één van de hoofdpersonen, en de schilder Jeroen Bosch.

Ik vond Hasse Simonsdochter een fijn verhaal om te lezen. Het prettige van jeugdboeken vind ik soms dat ze lekker weglezen en ik helemaal in het verhaal kan raken, zonder dat het (te) zwaar wordt. Bovendien leer ik en passant een hoop, want ik mag dan wel historica zijn, van de middeleeuwen weet ik stiekem bar weinig.

Niet het állerbeste boek van Thea Beckman als je het mij vraagt – dat blijven toch de Thule-boeken – maar deze historische roman is zeker het lezen waard.

Femke van Zeijl – Gin-tonic & cholera ****

Femke, ik ben fan van je. Vlotte pen, rake observaties… ja, Dit is een boek dat iedereen zou moeten lezen die meer wil weten over de wereld, maar geen zin heeft zich door een saai epistel te werken.

Hoewel de titel misschien anders doet vermoeden, is Gin-tonic & cholera géén chicklit. Integendeel! Dit boek is in feite het reisverslag van journaliste Femke van Zeijl, die een tijd lang woonde in verschillende Afrikaanse steden om zo het stadsleven op dat continent te ontdekken.

Femke neemt je mee naar Luanda (Angola), Bukavu (Democratische Republiek Congo), Ibadan (Nigeria), Jinja (Oeganda), Maputo (Mozambique) en Bobo-Dioiulasso (Burkina Faso). In elk land licht ze een thema uit: de enorme verschillen tussen rijk en arm, familie en traditie versus het moderne leven, seks en liefde, het (klein)-crimineel circuit.

De verhalen in dit boek lezen een beetje als blogs; je volgt Femke terwijl ze mensen ontmoet en hun verhalen vertelt. Dat alles doet ze op een aanstekelijke manier – hoewel ze soms best in details treedt, wordt het nooit saai.

Toch moet ik eerlijk zeggen dat het wel een paar weken duurde voor ik dit boek uit had. Dat komt denk ik vooral doordat het geen lopend fictie-verhaal is met een spanningsboog, waardoor ik op vermoeide middagen in de trein soms m’n aandacht verloor. Maar zat ik eenmaal weer in het verhaal, dan werd ik er meteen ook weer goed in getrokken, dus dit heeft misschien ook meer te maken met mijn soms wat korte spanningsboog.

Om eerlijk te zijn: voordat ik dit boek was, wist ik weinig van Afrika – het continent was voor mij toch altijd een beetje één groot, stereotiep geheel. Maar de verhalen uit Gin-tonic & cholera zijn blijven hangen en zorgen ervoor dat ik nu veel genuanceerder over het leven in Afrikaanse steden denk. Mooi!

Laat als eerste een reactie achter!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.