A little bit of everything, all rolled into one

craquelé

Na de verjaardag van zijn vrouw liep mijn vader vanavond even mee naar de auto om me uit te zwaaien. We hadden elkaar nog nauwelijks gesproken – zo gaat dat met verjaardagen – dus nadat we elkaar een onhandige coronaknuffel hadden gegeven, vroeg ik hem hoe het nou eigenlijk ging.

Ja wel goed, zei hij, en begon wat te vertellen over de sores waar ze de laatste tijd mee van doen hebben gehad – de details doen er hier niet toe.

Ik was al een beetje op de hoogte en toch was het fijn om hem te horen vertellen, zich te zien openen. Te merken hoe hij zijn best deed me te betrekken.

Ik vind het fijn, zei ik, dat jullie hier zo open over zijn.

Het was even stil. Ik las een stukje ongemak op zijn gezicht, hij wist niet goed waar hij moest kijken – of was ik dat zelf? Hij glimlachte.

Pas toen ik de snelweg op draaide, drong tot me door dat ik nog geen woord had verstaan van de podcast die al twintig minuten opstond. Misschien verzin ik het volledig, maar in die ene blik die we kruisten ving ik iets dat zich nu ingraaft in mijn hart. Een brokje dat in me kan uitgroeien tot fontein van vergeving.

Ik ving de ogen van een jongen die het vooral gewoon heel graag goed wil doen. Die geliefd wil zijn. Die misschien zelfs een stukje heelde door de woorden van zijn dochter.

(En die, doordat hij dat kon toestaan, ook de dochter hielp te helen.)

Het geeft niet, pap, het is goed, zei ik in gedachten, en het ging inmiddels allang niet meer over de sores van nu. Ik kwam thuis, liet mijn tranen stromen en nam kleine Suusie maar weer even op schoot.

5+

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.