Bruggetje

Tussen Veenendaal en Utrecht stond de trein plots stil. Links en rechts weilanden, coupé vol forenzen. Ik sloeg er nauwelijks acht op – een sein staat wel vaker op rood – en ging verder met het mailtje dat ik aan het typen was. Na tien minuten, reizigers begonnen onrustig om zich heen te kijken, klonk de machinist door de intercom. ‘De trein vóór ons heeft een aanrijding met een voertuig. We weten nog niet of we verder kunnen.’
 
Twintig minuten later was de intercity nog geen meter opgeschoten. Ik hoorde mensen ‘schat-ik-ben-wat-later’-telefoontjes plegen en uiteindelijk, het liep tegen zessen, was daar opnieuw de conducteur: helaas, we gingen terug naar Ede en Arnhem. Reizigers naar Utrecht konden het beste met het boemeltje via Amersfoort. Plus anderhalf uur, zag ik in de NS-app.
 
Toen gebeurde er wat moois. ‘Zeg’, stootte het meisje tegenover mij me aan, ‘ik heb een Greenwheels gehuurd in Ede en rijd naar Amsterdam. Je mag mee.’ Tof!, zei ik, maar ik moet naar Utrecht, ik weet niet of dat handig is? ‘O, ik heb de auto in Ede staan en rijd naar Driebergen-Zeist’, zei een andere vrouw, ‘stap maar in hoor, zij – ze wees op de vrouw tegenover haar – gaat al mee.’ De jongen tegenover haar kon er ook nog bij.
 
Tegen de tijd dat de trein het station binnenreed, wist iedereen bij welk groepje gestrande reizigers ‘ie hoorde. In een slinger liep mijn eigen bij elkaar geharkte gezelschap het perron af. We waren al bij de trap toen een klein meisje me aantikte. ‘Kan ik er ook nog bij?’
 
Zo belandde ik met Mariëlle, Jade, Saskia en Luuk in een dikke Range Rover. ‘Ik ben autogek’, verklaarde Mariëlle. ‘En deze vind ik de allermooiste die er bestaan. Helaas worden ze niet meer gemaakt.’
 
Grappig toch, hoe je naar iedereen wel een bruggetje kunt bouwen. Saskia werkte bij het CITO, vertelde ze, het was haar baan om geschiedenisexamens in elkaar te zetten – en laat ik dat nu net hebben gestudeerd. Jade op haar beurt bleek coassistent, ‘bijna klaar’, ze wilde dermatoloog worden en ik dacht aan mijn B z’n verhalen over het medische vak. Luuk en Mariëlle hadden het voorin nog steeds over Range Rovers – niet mijn ding, maar met een vader die graag aan oldtimes sleutelt kan ik me ook bij die passie wel iets voorstellen.
 
Het werd kortom nog best gezellig. Goed, al snel belandden we in dikke file dus qua tijd had ik waarschijnlijk evengoed via Amersfoort kunnen reizen. Twee kilometer voor de afslag zuchtte Mariëlle dat ze haar eetafspraak beter had kunnen cancellen en ik vroeg me in stilte af of ze een beetje spijt had van haar barmhartige actie.
 
Dus Mariëlle, je leest dit vast niet maar áls: nogmaals bedankt voor de lift in die stoere bak van je. Je deed meer dan een lift geven; je trok mensen van hun forenzeneilandje. We bouwden bruggetjes van saamhorigheid, al was het maar even, oefenden elkaar te helpen en te láten helpen. Voelden dat we elkaar nodig hebben, als mensen.
 
Hoe moe en hongerig ook; daar kom ik met liefde wat later voor thuis.

Een gedachte over “Bruggetje

  1. Hé was dit op 11 maart? Wij zaten in de trein aan de ‘andere kant’ en gingen na een minuut of 20 terug naar Driebergen-Zeist en Utrecht. (De coupé was ietsje minder saamhorig—gelukkig reed er een streekbus naar onze bestemming, al waren we niet de enige ontspoorden met dat idee.)

Laat een reactie achter op ZZ Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.