Nu het kan

Het is kerstvakantie en ik zit aan de keukentafel. Door de kamer klinkt de Top 2000, de tafel zelf is nauwelijks zichtbaar door de berg foto’s die er in stapeltjes over verspreid ligt. Georganiseerde chaos.

Vanmorgen haalde ik de foto’s op bij HEMA; zo’n zeshonderd stuks, een doosje vol. Het is mijn selectie van beelden uit 2019 en ik gebruik deze vrije weken om ze netjes in een album te plakken.

Terwijl ik hier zo zit, foto’s plakkend, verhalen ophalend, steeds vergetend dat de kop thee naast me koud wordt, en op de achtergrond B af en toe hoor grinniken om zijn boek, overvalt het me weer.

Man, wat een goed jaar was dit voor mij. Wat bof ik dat ik al deze dingen, al deze mensen heb mogen meemaken. Het is bijna niet te bevatten hóe veel er was in 2019. Ik bedoel, 600 foto’s…en ik heb écht mijn best gedaan om te selecteren. En dan zijn er ook nog genoeg dingen geweest waarvan ik vergat een foto te maken.

Tegelijkertijd ben ik me er enorm van bewust dat dit niet vanzelfsprekend is. Dat alles in één klap zomaar anders kan zijn. Het is nog geen half jaar geleden dat we de moeder van een vriend begroeven, en vorig jaar met Kerstmis had niemand durven denken dat zij er dit jaar al niet meer bij zou zijn. Eergisteren nog kreeg ik een appje van een vriendin, dat de moeder van haar lief ziek is. Ook mijn eigen oma kreeg dit jaar slecht nieuws.

En wat me misschien nog wel het meest aangreep, was de zus van een vriendin die een paar dagen na haar 31e verjaardag te horen kreeg dat ze doodziek was, kanker overal, prognose: zes maanden. Het werden er nauwelijks twee.

De verhalen beginnen vaker te komen. En de realiteit is dat dat de komende jaren nog veel vaker gaat gebeuren. Naast al het goede nieuws over vrienden die trouwen, baby’s krijgen, ouders die dertig of zelfs veertig jaar getrouwd zijn, is dit er ook.

Het geeft al die kleine en grotere momenten die voor me op tafel liggen een andere dimensie. De kwetsbaarheid van het leven, en de dankbaarheid erom, gaan hand in hand. Het maakt dat ik de mensen op de foto’s nog eens goed bekijk, voor ik ze zorgvuldig inplak. Dat ik mijn vrienden extra stevig knuffel, als ze hier bij me thuis komen. Dat ik een paar tranen laat, als ik het blog lees van die jonge vrouw die er nu niet meer is.

En het doet me realiseren dat ik voor 2020 van alles kan bedenken en wensen, maar dat ik vooral hoop dat er nog een beetje meer mag zijn van dit, van hier en nu: liefsten die gezond blijven en waar ik tijd mee mag besteden, een fijn warm thuis waar ik kan pianospelen, schrijven, lezen en koken, een baan waarin ik kan blijven leren en me gewaardeerd voel, en een B naast me waarmee ik dit alles deel.

Misschien klinkt het allemaal eenvoudig, cliché zelfs zo je wilt, maar vandaag voel ik me doordrenkt van besef hoe bijzonder fragiel het allemaal is. Dus voel ik het maar, dit moment, nu het kan.

Dank voor 2019, lieve lezer.
Ik wens je een prachtig 2020.

Het is oké

In mijn concepten staan allemaal blogjes klaar met terug- en vooruitblikken. Hoe was 2019, hoe wordt 2020, zelfs een halve samenvatting van het afgelopen decennium. Maar ineens voel ik niet meer zo de behoefte ze af te maken.

Dat kan ermee te maken hebben dat ik al een paar dagen flink verkouden ben, wat grieperig ook. Dan voel ik niet zo de behoefte om te delen en te zeggen: kijk mij eens met mijn leven.

Maar ook los daarvan denk ik wel eens: pfoe, wat zijn we toch veel met onszelf bezig in deze wereld. En ja, ik dus ook. Onze carrière, ons uiterlijk, onze persoonlijke ontwikkeling, alle gedoe en sores…

We verzinnen steeds wel weer wat om ontevreden of ongelukkig over te zijn.

Daarmee bedoel ik niet dat geen shit ís, natuurlijk. Er gebeuren behoorlijk rottige dingen in de wereld, dingen om je terecht zorgen over te maken: klimaatverandering, ziekte, oorlog, misbruik, corruptie.

Maar als ik even kritisch naar mijn eigen leven kijk, vind ik dat ik me behoorlijk vaak druk maak over dingen die dat echt niet waard zijn. Dat ik de perfecte kerstkaarten nog niet gevonden heb, bijvoorbeeld, dat de nieuwe tv wel erg groot is in de woonkamer (hello, first world problems?!), of dat de nieuwe spijkerbroeken die ik bestelde (zelfde maat en model als ik al in de kast heb liggen) ineens te klein vallen.

Twee dagen terug stond ik te vloeken in de regen toen het niet binnen vijf minuten lukte om m’n kettingkast goed terug op m’n fiets te zetten.* Ja oké het regende, het werd al donker, ik was snipverkouden en haalde mijn hand open aan de scherpe randjes, maar kom op Suusie, zo’n ramp is dat allemaal niet.

You’ll survive, zeg maar.

Dus dat is dan misschien wel mijn belangrijkste voornemen voor 2020: zeik niet zo (met dank aan dit boek, haha).

Er is zo veel in onze wereld om blij en dankbaar voor te zijn. En ik wil mijn dagelijkse portie energie liever steken in het béter maken van de wereld, in anderen verder helpen, in zorgen dat we het samen goed hebben, dan in steeds maar zoeken naar tekortkomingen (in mezelf en anderen), in zelfverrijking en in boos worden omdat dingen niet gaan zoals ik wil.

Dus de volgende keer dat ik met gereedschap sta te klooien in de regen, of ik weer eens onredelijk chagrijnig ben omdat de trein niet rijdt, ik een ingrediënt ben vergeten te halen in de supermarkt (of vul hier een andere willekeurige futiele gebeurtenis in), wil ik proberen mezelf weer een hand op de schouders te leggen, er een zacht klopje op te geven. M’n schouders op te halen.

Laat maar Suusie, ja balen maar zo belangrijk is het niet. Het is oké.

*Uiteindelijk bleek ik het ding er verkeerd om op te hebben gedaan – toen ik de twee onderdelen omwisselde was het probleem opgelost. Weer wat geleerd ;-)

2019: de 10 leukste eet- en drinkplekjes van Utrecht

Inmiddels weet ik in Utrecht aardig goed waar je moet zijn om lekker te eten en drinken (en ook: waar je beter kunt wegblijven…). Omdat mensen me regelmatig om tips vragen: hier mijn favoriete plekjes van Utrecht in 2019!

1. Wijn en bruschetta’s van Verde Marrone
Verde Marrone ontdekte ik per ongeluk toen wijnbar Talud9, dat er tegenover huist, weer eens propvol zat. De eigenaren hadden ook door dat ze meer klanten kregen dan ze aankonden, en openden daarom deze nieuwe tent met eigen concept. Bij Verde Marrone alleen Italiaanse wijnen op de kaart, én een hele reeks verse bruschetta en andere hapjes.

Donkere Gaard 2

2. Taartjes van de Bakkerswinkel
Natuurlijk eet ik ook wel eens op andere plekken in Utrecht een taartje. Maar keer op keer kom ik weer tot de conclusie dat niets kan tippen aan de lekkernijen van de Bakkerswinkel. Voor hun cheesecake met witte chocolade en framboos fiets ik graag een blokje om, en in het weekend haal ik er ook graag een halfje vers desembrood (Van Menno). Althans, háálde, want sinds kort bak ik zelf!

Tip: ‘s avonds kun je bij de Bakkerswinkel ook kaasfonduen. Dit probeerde ik afgelopen week uit en was erg leuk en lekker! Heb je heimwee naar je wintersportvakantie, of zoek je gewoon een knus, romantisch en niet te ingewikkeld restaurant, dan raad ik je dit zeker aan.

Wittevrouwenstraat 2

Taartjes van de Bakkerswinkel kun je ook heel goed mee naar huis nemen!

3. Uitgebreid dineren bij Madeleine
Ja oké, ze stonden natuurlijk in de Volkskrant dit jaar en sindsdien is het er standaard zó druk dat dat bijna een beetje afdoet aan de gemoedelijke sfeer. Maar Bistro Madeleine is niet voor niets een van mijn favoriete restaurants geworden dit jaar. Mooie, originele gerechten en smaken, heerlijke (bijpassende) wijnen. Enige minpuntje: voor vegetariërs hebben ze, behalve de groentegerechten (ter grootte van een tussengerecht), wat minder keus.

Madeleine zit trouwens praktisch naast Verde Marrone en Talud9, dus begin je avond zeker met een goed glas daar!

Het Wed 3A

4. Biertjes bij Olivier
Bij Olivier moet je sowieso even naar binnenlopen, ook als je niet van bier houdt. Dit Belgisch biercafé is namelijk gevestigd in een oude kerk – inclusief torenhoog plafond, orgel en fresco’s op de muur. Dat maakt wel dat je op een zaterdagavond knettergek wordt (de akoestiek is, zoals je zult begrijpen, niet geweldig) maar hé, het goede speciaalbier maakt veel goed.

Tip: ga rond de middag naar Olivier, als het lekker rustig is, en bestel een warme wafel met kersen en/of chocomel.

Achter Clarenburg 6A

5. Pizza van O’Panuozzo
Ja, als ik ooit verhuis uit Utrecht, zal ik dit plekje denk ik het meeste missen. De pizza’s van O’Panuozzo zijn beter dan die in (Noord-)Italië, ik beloof het je. Vooruit, er staat dan ook een team rasechte Italianen in de keuken én achter de bar, en ze importeren al hun ingrediënten uit la bella Italia. Originele smaakcombinaties en vooral een HELE. LEKKERE. KORST. Glas bijzonder prima huiswijn erbij (voor 3,75 euro, waar vind je dat nog in Utrecht?!) en je hebt mij gelukkig, hoor.

O, en vergeet zéker ook niet de tiramisu te proeven. Die is namelijk echt heel goed hier.

Mariastraat 35 (er zit ook een vestiging aan de Voorstraat, maar daar schenken ze geen wijn)

6. Indonesisch bij Blauw
Heb je zin in een goeie rijsttafel, dan ga je naar Blauw. Dit restaurant – met knalrood interieur ;-) – is al jaren dé hotspot voor Indonesisch eten. Onlangs gingen B en ik ergens anders rijsttafel eten, en hoewel dat ook prima was hadden we achteraf toch een beetje spijt. Blauw is gewoon het allerbest.

Springweg 64

7. Simpel en gezellig eten bij West
Eetcafé West zit bij mij om de hoek en wat ik hier zo prettig vind, is dat het niet pretentieus is. Bij West vind je prima eten voor schappelijke prijzen. Verwacht geen bijzondere combi’s, maar gewoon, een goede maaltijd zonder poespas. En vooral (!): geen gedoe met shared dining-concepten – dat was vijf jaar geleden leuk voor de verandering, maar inmiddels ben ik er heel erg klaar mee. Negen van de tien keer betekent het vooral “duur en weinig”, en een excuus om alle borden in random volgorde op tafel te kwakken.

Nu moet ik bekennen dat West wél de optie heeft om halve gerechten te bestellen, maar dat is vooral handig als je niet kunt kiezen en verder hoef je je daar ook niets van aan te trekken. ‘De huiskamer van Utrecht’, noemen ze zichzelf – en dat geeft wel een goed beeld van de sfeer.

Vleutenseweg 433

8. Lekker dineren en wijntjes in de zon bij Blij
Eén stapje meer ‘restaurant’ dan West, maar nog steeds lekker no-nonsense én met verrassend goed eten – dat vind je bij Blij. In de zomer kun je heerlijk aan het water zitten (de Vecht stroomt door de achtertuin) en ook binnen is dit een gezellige plek. Ook geschikt voor grotere groepen; de kaart heeft voor elk wat wils, de wijn is lekker en de desserts stellen niet teleur.

Brugstraat 2

9. Cocktails van Behind Bars
In een zijstraatje van de Oudegracht, op loopafstand van de Dom, zit Behind Bars. Bij deze knusse cocktailbar vind je op het menu niet de ‘standaard’ cocktails, maar allerlei eigen creaties met namen als Antibiotic, Painkiller en Reina’s Heritage (hoewel je ook gewoon een Cosmo kunt bestellen hoor). Naast de ‘vaste’ kaart maken ze ook drankjes op aanvraag, dus ben je in een avontuurlijke bui, laat je dan vooral verrassen!

O ja, en let even goed op de huisregels als je de kaart bestudeert, want je wordt óók nog gerickrolled, haha.

10. Whiskeyproeven bij The Malt Vault
Woon je in Utrecht en heb je nog nooit van deze plek gehoord? Dat kan kloppen. De eigenaar wil namelijk geen zuipende toeristen in z’n whiskeybar, dus The Malt Vault heeft geen uithangbord en je moet met een trappetje naar de werf langs de Oudegracht om er te komen. Alleen te vinden als je weet waar je moet zijn, dus, en dat alleen al maakt deze plek zo leuk.

In een van de werfkelders hebben ze een muur met meer dan 100 flessen whiskey, en de barman bedenkt graag een proeverij die precies past bij jouw smaak. Heb je geen idee wat jouw smaak is? Geen probleem, hij helpt je graag op weg. Voor erbij serveren ze kaas-, worst- en chocoladeplankjes.

Oudegracht aan de werf 54A

2019: de 5 beste concerten

Een van de dingen waarin B en ik elkaar vinden, is onze liefde voor livemuziek en het ontdekken van nieuwe artiesten. Ook dit jaar gingen we weer naar een aantal fijne concerten; hier mijn top-5! Weet jij ook waar je komende jaren kaartjes voor moet kopen.

PRO-TIP: wat wij tegenwoordig vaak doen, is niet van tevoren al tickets kopen maar een concert met potlood in de agenda zetten en dan op de avond zelf kaarten regelen via TicketSwap. Dan kun je op het moment besluiten of je écht zin hebt om te gaan (voelt je agenda stukken minder vol verplichtingen) en zo’n tweedehands kaartje is vaak ook nog stukken goedkoper. Natuurlijk doe ik dit niet bij artiesten waar ik sowieso graag heen wil (zoals Steven Wilson) – dan wil ik het risico niet lopen.

1. Balthazar op Down The Rabbit Hole
De Vlaamse band Balthazar is voor mij dé ontdekking van 2019. In 2017 ging ik al eens naar J. Bernardt, het soloproject van een van de leden (Jinte Deprez), en dat was steengoed. Dus ja, geen wonder dat het nieuwe album van Balthazar – de mannen kwamen weer bij elkaar na een pauze van een paar jaar, waarin ze dus allemaal hun eigen ding hadden gedaan – genieten is.

Dit concert op DTRH blijft me bij, te meer omdat we bijna vooraan stonden, het na drie nummers begon te regenen en dat ons – en alle andere enthousiaste festivalgangers – helemaal niets kon schelen.

O ja, en doordat ik Balthazar (beter) leerde kennen, ontdekte ik ook Warhaus, het soloproject van Maarten Devoldere, één van de andere leden. Zijn liedje Love’s A Stranger heb ik volgens Spotify dit jaar het allervaakst geluisterd.

2. De Staat op DTRH
Door Down The Rabbit Hole ontdekte ik in 2019 ook de Nijmeegse band De Staat. Natuurlijk kende ik hen al wel van naam, maar ik had nooit de moeite genomen goed naar de muziek te luisteren. En man, wat een knaller is hun laatste album ‘Bubble Gum’! Mona Lisa stond hier deze zomer meer dan eens op repeat. En ja, dat ze dat nummer op DTRH niet speelden was dus een béétje jammer, maar dat neemt niet weg dat ik het vet vond om ze eens live te zien.

3. Aaron Parks (In Het Koorenhuis, Den Haag)
Kom, zei B, ga je mee naar een jazzpianist? Dat hij de maand ervoor veel Aaron Parks had geluisterd wist ik al wel – zelf had ik me nog nauwelijks in de artiest verdiept. Dus op een vrijdagavond na werk reisden we samen met vriend J naar Den Haag, waar we tot ons aller verrassing compleet omvergeblazen werden door Aaron en zijn driekoppigeband Little Big. Wauw, wat een muziek! De swingende jazz heeft veel moderne invloeden en het melodieuze ervan en de uitgestrekte verhaallijnen doen me denken aan progressieve rock, mijn favoriete genre.

Grappig detail is dat we Aaron beiden heel erg op mijn broer vonden lijken, met zijn baardje, donkere ogen en mutsje, alleen is de Amerikaanse Aaron een halve meter kleiner.

4. Remy van Kesteren (De Kleine Komedie, Amsterdam)
Best grappig om naar Remy te gaan, want dat is dus blijkbaar een oud-klasgenootje van mijn B (niet dat ze elkaar ooit nog spreken, trouwens). Die wist te vertellen dat Remy als 8-jarig jongetje al niet weg te slaan was van z’n harp. Nou, dat is te merken. Naar deze show nam Remy een heus ‘robot-orkest’ mee, een gave en creatieve aanvulling op zijn eigen aanwezigheid.

Sowieso was ik verrast door de knusse sfeer in De Kleine Komedie; wat een fijn thetaer om heen te gaan! En wie denkt: ‘harpmuziek, dat is niets voor mij’ – ik zou zeggen, probeer toch eens zijn album Shadows.

5. Janelle Monáe op DTRH
Als Aaron Parks níet de grote verrassing van 2019 was, dan is het – voor mij althans – Janelle Monáe wel. Deze show was alles waar ik uit mezelf niet heen was gegaan: groot, geregisseerd, Amerikaans (ik geloof dat Janelle zich zeker 8 keer heeft omgekleed in die anderhalf uur). Maar ze overtuigde me, want de jazz/soulzangeres zong gewoon óók loepzuiver en danste er superstrak bij.

Ik herinner me nog goed dat ze het aanvankelijk wat argwanende, koele DTRH-publiek echt moest overtuigen – én dat met verve deed. Bij het laatste nummer stond iedereen uitbundig te klappen en te dansen. Toch gaaf als je dat kan.

Dat kleine rode stipje daar is Janelle!

Het maakt wel uit

Gisteren keken B en ik Cloud Atlas. Die film had ik jaren terug al eens gezien en toen was ik compleet overweldigd, meegesleept door het fascinerende verhaal – de verhalen, eigenlijk.

Ik zal verder niet spoilen, maar de achterliggende boodschap in Cloud Atlas is best een beetje idealistisch. Opstaan voor het goede, voor de waarheid – omdat je het niet niet kunt doen.

Quote uit de film die bleef hangen: “What is an ocean but a multitude of drops?”

Eerder dit jaar werd ik nogal geplaagd door cynische gedachten, als het gaat om de wereld.

Wat maakt het uit of ik vier keer per jaar in een vliegtuig stap – zat mensen die dat elke week doen.
Wat maakt het uit of ik netjes m’n afval scheid en probeer minder plastic te gebruiken – in China zijn miljoenen mensen hier geen seconde mee bezig.
Wat boeit het of ik vlees eet.
Waarom zou ik dure ‘fair fashion’ en biologisch eten kopen als de meeste Nederlanders dat toch niet doen.
Waarom zou ik erop letten dat ik niet te lang onder de douche sta.

Nou ja, je snapt me. Cynisch en fatalistisch was ik. De wereld gaat toch wel stuk. Verongelijkt misschien ook wel: ‘als we toch allemaal doodgaan, waarom zij dan nu wel onbeschaamd genieten en ik niet?’
En dus vloog ik naar Maleisië, Californië, Zweden. Bestelde nog een hamburger. Kocht weer shirtjes van H&M.

Maar weet je, het maakt wél uit. Ten eerste omdat je in één heel mensenleven al behoorlijk wat spullen verbruikt (bedenk maar eens hoeveel koeien, kippen en varkens jij al in je leven hebt opgegeten – past dat nog in je woonkamer?) en ten tweede omdat je met je keuzes ook een signaal afgeeft.

En dat signaal, jouw druppel, die heeft weer invloed op anderen. Kies ik in een restaurant voor een vegetarisch gerecht, dan is dat +1 op het wekelijkse aantal bestelde vegamaaltijden in dat restaurant. En als er met mij nog 10 andere mensen ook een vegamaaltijd bestellen, denkt de restauranteigenaar wellicht: hmm, dit is populair, laat ik meer vegamaaltijden op de kaart zetten.

Besluit ik om niet – of in elk geval minder – te vliegen en blog ik vervolgens over een fijne vakantie naar de Ardennen, of hoe ik met de trein naar Londen of Lissabon ging (dat laatste is nog niet gebeurd, wel op m’n bucketlist!), of over hoe prachtig Slovenië is, dan kan het zomaar zijn dat een lezer denkt: ah, Europa is ook supermooi, waarom ga ik eigenlijk nog zo ver weg?

En nee, dat is geen wishful thinking, het gebeurt zelfs al. ‘Kun je met de trein naar Londen dan?!‘, vroeg een vriendin zaterdag verbaasd toen ik vertelde dat ik daar in april heen ga met mijn stiefvader en dan de Eurostar pak (ja, die rijdt al jaren en als het goed is vanaf 2020 zelfs zonder overstap, ben je in 4 uurtjes in Londen – da’s even snel als vliegen, als je alle gedoe met security en wachten-bij-de-gate meerekent).

Kortom, er zijn zat mogelijkheden om het anders te doen – om een leuk leven te hebben zonder biefstuk en vliegreizen. Het is alleen nog een beetje buiten m’n comfortzone, omdat ik nog lang niet alle opties heb verkend.

Ik bedoel, ja natuurlijk is het een pokkeneind naar mijn moeder in Zweden als ik niet in een vliegtuig wil stappen. Maar het kan vást, met de trein. Plak ik er bijvoorbeeld een nachtje Kopenhagen aan vast – kwestie van uitzoeken en creatief zijn.

Hetzelfde geldt voor eten; die mooie braadslede die ik onlangs kocht, daar hóeft geen kip in. In restaurants at ik wel eens prachtig gegaarde stukken groente (pastinaak, aubergine), gepresenteerd als ‘vlezig’ hoofdgerecht. Daar kan ik ook thuis mee experimenteren.

Dus met de beelden uit een filmpje van Arjen Lubach over de vleesindustrie nog in m’n achterhoofd, vermengd met het verhaal van Cloud Atlas, besluit ik:

in 2020 wil ik een jaar niet vliegen,
en geen vlees meer eten.