Telefoonvrij leven: een update

En dan was er natuurlijk nog dat telefoonvrije leven van me! Of nou ja, ‘telefoonvrij’ is wat overdreven, maar een telefoondieet kun je het toch op z’n minst noemen.

Voor wie net aanhaakt: in augustus ging ik twee weken op vakantie naar Italië en toen liet ik mijn smartphone thuis. Het was niet de eerste vakantie dat ik dat deed, maar zorgde wél weer voor een diep besef dat ik nu echt van mijn telefoonverslaving af wil.

Allereerst: wat een reacties kreeg ik op mijn posts over dit onderwerp! Heel mooi en interessant om te merken dat afkicken van je smartphone veel van jullie ook bezighoudt. Dank ook voor alle tips en goede adviezen – helpt en motiveert.

En over motivatie gesproken: JA, die heb ik nog steeds. Het is nu 25 oktober en dat betekent dat ik al ruim 2 maanden niet op sociale media zit (behalve WhatsApp en LinkedIn; dat laatste alleen voor mijn werk, en niet op m’n smartphone).

Mijn dagelijkse schermtijd – die de iPhone handig bijhoudt – is meer dan gehalveerd. Gemiddeld zit ik nu op 1,5 tot 2 uur telefoontijd per dag. Dat klinkt nog altijd vrij veel, maar de ‘pieken’ (2 uur per dag) worden vooral veroorzaakt door:

  • WhatsApp – waarover hieronder meer.
  • Google Maps, dat ik gebruik als ik in de auto onderweg naar klanten ben.
  • Duolingo, dat ik gebruik om mijn Chinees op te halen en te verbeteren.
  • InsightTimer, een meditatie-app die ik vrijwel dagelijks 2 x 10 minuten gebruik.
  • Spotify en Podcasts, dat ik gebruik om.. juist, muziek en podcasts te luisteren.

Een heel ander soort gebruik dus, dan dat eindeloze gescroll dat ik eerder deed. Het is nu grotendeels functioneel en bovendien bewust gebruik.

Niet dat de neiging om te verdwijnen in m’n smartphone trouwens helemaal weg is, hoor. Vooral als ik moe ben of me niet lekker voel, grijp ik nog steeds graag naar mijn telefoon om te surfen. Maar steeds vaker merk ik dat automatisme op; soms stop ik er dan bewust mee en zet mijn telefoon uit, soms zeg ik mezelf dat het nu best even mag. Het is dan in elk geval geen tijd die ik ongemerkt wegscroll.

En WhatsApp dan?
Ja, dat is de voornaamste app die ik graag verder wil inperken. ‘Alleen functionele appjes’, kun je tegenwoordig lezen onder mijn status, en dat is inderdaad het doel. Helemaal van WhatsApp af vind ik vooralsnog niet realistisch; wel zou het fijn zijn als ik de app bijvoorbeeld elke dag 1 of 2 keer open om berichtjes te lezen/beantwoorden en verder met rust laat.

Dat blijkt in de praktijk nog best ingewikkeld. Ik merk dat ik me regelmatig een beetje schuldig voel dat ik vriendinnen veel minder app om te vragen hoe het met hen gaat. Het is zo ingeburgerd om elkaar via berichtjes op de hoogte te houden!

Tegelijkertijd merk ik iets interessants op: doordat ik niet meer de hele dag door mensen ‘spreek’, en niet direct berichtjes stuur zodra ik bedenk dat ik iemand wat wil vertellen, ontstaat na verloop van tijd vanzelf de zin om die mensen weer te zien. Ik krijg dan behoefte om te horen hoe het met iemand is, om dingen te vertellen die ik heb meegemaakt – om bij te praten.

Nu is dat makkelijker gezegd dan gedaan, want intussen wordt ‘me-time’ thuis ook steeds belangrijker voor me. Een tussenoplossing is om vriendinnetjes te bellen. Dat doe ik nu bijvoorbeeld met E, die geen WhatsApp meer heeft. En dan merk ik dat zo’n telefoongesprek vaak helemaal niet lang hoeft te duren; vaak bellen we tussen de 5 en 10 minuutjes, en dat werkt heel goed. Opvallend is dat ik me die telefoongesprekken nog dagen levendig herinner, terwijl de meeste van de berg appjes die ik voorheen stuurde/kreeg veel sneller naar de achtergrond van mijn geheugen dreven.

Ook zoiets van WhatsApp: gebruik genereert gebruik.

Kortom: als je appt, krijg je ook weer appjes, waarop je meer gaat appen. Stuur je zelf geen berichtjes, dan verstilt de app na verloop van tijd. Nu is het soms zo dat ik uren niet op mijn telefoon kijk en daarna geen, of hooguit 2 berichtjes heb. Best lekker (en, toegegeven, ook even wennen ;-)).

Sociale media mis ik verder niet of nauwelijks. Het voornaamste verschil is dat ik wat minder goed op de hoogte ben van wat in andermans leven speelt; al merk ik ook dat je de écht belangrijke dingen toch wel meekrijgt, hooguit wat later.

Dus concluderend: wat levert dat telefoonvrije leven me op?

  1. Aan het eind van de dag ben ik substantieel minder (mentaal) moe, gaar en overprikkeld.
  2. Ik ervaar meer ruimte om zélf te kiezen welke informatie ik tot me neem, waar ik me in wil verdiepen. Het is niet meer het algoritme van Facebook dat me voorschotelt wat ik lees. Nu luister ik bijvoorbeeld podcasts (binnenkort een blog daarover!), lees ik allerlei verschillende boeken en tijdschriften, ben ik weer bezig Chinees te leren.
  3. Ik voel een diepere behoefte om vrienden ‘in het echt’ te ontmoeten voor een kop thee en een goed gesprek. Al blijft het dus nog moeilijk om hier de tijd/ruimte voor te vinden, hoewel dat denk ik ook te maken heeft met de drukte van verhuizing en bruiloft afgelopen maanden.
  4. Ik heb ook het idee dat ik die gesprekken-op-de-bank beter onthoud. Alsof mijn brein nu meer rust heeft om de informatie van zo’n ontmoeting te verwerken; ik zit immers niet direct (of al tijdens!) een sociale afspraak met m’n hoofd ook midden in allerlei andere – digitale – gesprekken.
  5. Ik voel me langzaamaan wat minder chronisch schuldig over vrienden/kennissen die ik ‘al zo lang niets heb laten weten’. Dit blijft een puntje van ontwikkeling, maar ik kan al vaker denken: dat ik niet app, is geen communicatie naar die ander dat ik onze vriendschap niet belangrijk vind. Appen doe ik gewoon niet, dat staat er los van. Dit geeft een gevoel van vrijheid.
  6. Ik vergelijk mijn eigen leven veel minder met dat van anderen. Ik voel minder ‘urges’ door de week heen om allerlei dingen te gaan ondernemen, aan te schaffen, om hippe restaurantjes af te gaan, nieuwe spullen te kopen, mooie reisjes te boeken. Ik ben gewoon hier, Suus, thuis, en het is goed zo.

Post

In ons nieuwe huis woonde vóór ons een oud vrouwtje. Dat weten we omdat het de reden schijnt te zijn geweest dat ons huis compleet gerenoveerd is – van de verhuurder begrepen we dat ze dementerend was, dat het pand compleet was uitgewoond en buren klaagden over muizen en ratten (!). Blijkbaar woonde ze hier sinds 1968 en is ze vorig jaar uit huis geplaatst. Een triest verhaal, natuurlijk.

Maar zelfs nu, een dik jaar na haar vertrek, houdt de triestheid hier niet op. Bijna dagelijks schuiven de verhalen door de brievenbus. Het verhaal van Janny, die in 2002 werd getroffen door een hartaanval en sindsdien wordt verzorgd door haar bejaarde echtgenoot. Van de 73-jarige Annemarie, die eenzaam voor haar raam zit en steeds vaker naar de fles grijpt. Van van Chaya, die nog altijd geen schoon drinkwater heeft, Lisa, die heel graag naar school wil.

Ik hoorde natuurlijk wel eens over goede doelen die oudere mensen bestoken met acceptgiro’s. Maar dat je zo bedolven kunt worden onder dit soort emotionele-chantage-post, was me tot nu toe ontgaan. Stichting Zonnebloem en Artsen Zonder Grenzen kende ik nog wel, maar van de meeste organisaties die hier op de mat vallen had ik nog nooit gehoord. Blijkbaar was het oude vrouwtje een trouwe financier van goede doelen – dat, of ze liet zich makkelijk ompraten door deur-aan-deur-verkopers en telefonische wervingsacties.

Waarom ik die post dan openmaak en niet gewoon ongelezen bij het oud papier flikker? Simpel: het houdt niet op, niet vanzelf. Dus ben ik een tegenoffensief gestart: elke ongewenste afzender die hier z’n verhaal opdringt, bel ik meteen op, met het vriendelijke verzoek om mijn adres uit hun systeem te verwijderen. Kost me nog geen twee minuten per telefoontje, en is minder moeite dan telkens naar de brievenbus te lopen en de boel ‘retour afzender’ te sturen. Bovendien komt de boodschap meteen over.

Opvallend trouwens, hoe geroutineerd de telefonisten steevast klinken als ik mijn verzoek voorleg. Alsof ze heus weten dat hun truc om de nee-neesticker op mijn voordeur te omzeilen (er staat immers een naam én adres van de bewoner op hun brief!) niet bij iedereen werkt. Alleen het Leger des Heils nam niet op, maar het mailtje dat ik daarop stuurde werd binnen vijf minuten beantwoord door Engracia van het servicecenter Fondsenwerving & Marketing, die overigens net als al haar conculega’s uitermate vriendelijk was. Ik bedoel: ergens had ik meer verzet verwacht.

Nee, het verzet openbaarde zich op andere wijze. Toen ik vandaag de zoveelste dikke envelop opende en daaruit de stapel ansichtkaarten, adresstickers – ik begrijp ineens waarom mijn oma die altijd heeft! – én de vrolijk gekleurde jaarkalender met ringband van de Uitgever voor Vereniging van Hand- en Mondschilders haalde, begon ik me zowaar een slecht mens te voelen. Ach, kijk nou, deze kleinschalige organisatie die zich hard maakt voor gehandicapte kunstenaars – die zelfs volledig vrijblijvend de moeite doet om mij een set gratis kaarten te sturen.

Ik bekeek de foto’s van Hanneke, Käthe, Coen en Pieter, die met hun schildersezel poseerden, kwast in de mond. Wat was ik eigenlijk voor mens om dit soort verhalen subiet de prullenbak in te flikkeren? De bijgevoegde brief, in bibberige letters, was hand- pardon, mondgeschreven door mondschilderes Hanneke. Bijna overwoog ik deze organisatie mijn telefoontje te besparen.

Waarom zou ik eigenlijk niet zélf een donatie doen, bevoorrechte burger die ik ben – hoogopgeleid, wit, jong, gezond –, waarom bekommer ik me eigenlijk niet wat meer om de zwakkeren in de samenleving, hier vanuit mijn lichte gerenoveerde Utrechtse bovenwoning?

Het schuldgevoel daalde in.
Even zat ik daar, met Hannekes brief in mijn hand. Toen pakte ik toch maar de telefoon.

Naar binnen

“Misschien ben je veel introverter dan je tot nu toe zelf dacht.” Dat zinnetje, dat mijn psych me gisteren zei aan het einde van onze een-na-laatste sessie samen, spookt vandaag een beetje door mijn hoofd.

Het is waar, voel ik. En echt een verrassing is dat ook weer niet. Al aanrommelend in mijn nieuwe huis realiseer ik me hoe fijn ik dit vind, gewoon hier zijn, alleen thuis. En hoezeer ik ook geniet van met vrienden zijn, voor mensen koken, goede gesprekken voeren; m’n behoefte aan tijd-alleen wordt met de maanden alleen maar groter, zo lijkt het. Of was die behoefte er altijd al en voel ik ‘m alleen beter nu ik vrijwel elke dag mediteer?

Nog vrijwel dagelijks vind ik het een lastige: hoeveel ruimte neem ik in, in mijn eigen leven? Hoeveel durf ik af te bakenen? Begin deze week kwam een vriendin een kop thee drinken, in no-time belandden we in een mooi gesprek, het werd later en ze bleef eten, en toen ik daarna vrij direct (en voor m’n gevoel: een beetje hard) voorstelde het af te ronden, had ik daar achteraf buikpijn van. Op het moment dat ik zoiets vraag wil ik eigenlijk alweer meteen zeggen “o nee hoor, laat maar, blijf maar langer, gezellig, zo lang als je wilt”.

Terwijl, hoe lief ik haar ook vind, ik die tijd die ik alleen wil besteden ook mag leren respecteren. (En de mensen om mij heen ook – wat ze, als ik er rationeel over nadenk, ongetwijfeld ook dóen, en zo niet dan moet ik me misschien afvragen wat ze in mijn leven doen, maar goed, m’n eigen oordeel verpakt-als-dat-van-anderen kan nog altijd behoorlijk hard klinken.)

Weet je, misschien is het ook de herfst. Najaar is immers toch een beetje de tijd van naar binnen gaan, terugkeren bij jezelf. Op de bank met een kop thee, een boek. Muziek luisteren. Gevulde speculaas maken.

Ik gun mezelf alle tijd die ik nodig heb. En tegelijkertijd gun ik de mensen om me heen dat ik er voor – en met – ze ben. Daar zit een enorm spanningsveld, voelt het. “Hoe moeilijk kan het zijn voor ons om gewoon een keer af te spreken om te eten?!”, verzuchtte een vriend uit Nijmegen laatst, en dat knaagt dan aan me. Want ja, we hebben elkaar alweer bijna een jaar niet gezien. Tegelijkertijd: blijkbaar ís dat moeilijk, ik zou wat minder de neiging willen hebben me ertegen te verdedigen.

Vanavond keek ik een aflevering van Ruben Terlou’s serie Door het hart van China (aanrader, sowieso). Daarin gaat het regelmatig over de druk die Chinese jongeren – en uberhaupt, mensen daar – ervaren van hun omgeving. Dat klinkt dan altijd enorm ver-van-mijn-bed-show; dat je zó in een samenleving leeft waar je aan de verwachtingen van je ouders dient te voldoen, dat je anders wordt verstoten, dat je leeft om je plichten te vervullen.

Goh wat zijn we hier vrij, denk ik dan als vanzelf. Maar hoewel het natuurlijk niet één-op-één te vergelijken is; hebben we hier niet in zekere zin ook allerlei verwachtingen, waar we onszelf en anderen mee kwellen?

Er is altijd wel iemand niet tevreden met wie ik ben, hoe ik ben, wat ik doe of laat.
Laat ik dan tenminste zelf níet diegene zijn.