A little bit of everything, all rolled into one

10 tips om minder op je smartphone te zitten

Na die twee verhalen vol mijmeringen over mijn nieuwe ‘telefoonvrije’ leven denk je natuurlijk: DAT WIL IK OOK, en vraag je je misschien af hoe ik dat aanpak.

Natuurlijk, in de ideale situatie begin je net als ik met een paar weken cold turkey zonder smartphone, bijvoorbeeld als je op vakantie gaat. Ver weg van je normale leven zijn er een stuk minder verleidingen, en bovendien kún je die telefoon simpelweg niet toch stiekem weer pakken (en dat geeft veel rust).

Maar ook als je voorlopig geen reisje hebt gepland, kun je van alles doen om de rol en invloed van je smartphone in je leven minder groot te maken. Welke dingen heb ik veranderd en belangrijker, welke checks heb ik ingebouwd om te voorkomen dat ik over een paar maanden weer terug bij af ben?

1. Laat je iPhone thuis als je de deur uit gaat. Inderdaad, dat kan niet altijd, maar veel vaker dan je denkt kan het wél. Naar mijn werk moet-ie mee (mijn telefoon is ook m’n werktelefoon), maar als ik boodschappen ga doen of afspreek met een vriendin heb ik dat hele ding niet nodig. En als ik naar het theater ga moet-ie sowieso op stil, dus dan kan ik hem net zo goed thuis laten.

Als je hem niet bij je hebt, kun je er ook niet op kijken.

Trouwens, vaak verleidt mijn brein me nog met de gedachte dat het “nu écht belangrijk is dat mijn iPhone meegaat”. Vanavond bijvoorbeeld ga ik naar wijnclub. Dan scan ik graag de etiketten van de flessen op Vivino, en regelmatig maak ik ook een paar foto’s. Maar nu ik erover nadenk: die wijnhuizen kan ik ook morgen thuis toevoegen aan m’n account, en er zijn genoeg anderen die foto’s maken (en zo niet, dan kan altijd m’n camera nog mee).

Dat avondje ‘rust’ is me die extra moeite wel waard – en netto levert dit me waarschijnlijk nog tijd op ook, want anders zit ik tussen wijnclub door steeds op m’n telefoon.

2. Zet je telefoon vaker een tijdje uit. Zeker in het weekend kan dat vaak gewoon de hele dag, tenzij ik bijvoorbeeld even Runkeeper nodig heb omdat ik ga hardlopen. En ja, ik vond dit ook een onmogelijke gedachte voordat ik naar Italië ging en de iPhone thuis liet. Maar echt, het kan, en als je eraan went is het súperchill.

En als je telefoon toch aan moet (omdat je op je werk bereikbaar moet zijn), zet dan in elk geval internet uit. Zo komen er geen appjes of andere berichten binnen en kun je toch bellen als dat nodig is. Grappig is dat ik dit deze week voor het eerst deed op werkdagen, en vaak gewoon vergat dat ik mobiele data had uitgeschakeld. Pas ‘s avonds bedacht ik me dat ik daarom de hele dag ‘geen appjes’ had gekregen ;-)

3. Koop een ouderwetse wekker en zet die naast je bed. Zelf haalde ik dit digitale dingetje van IKEA (5 euro). Heeft ook nog een timer waarmee je kunt mediteren, top. Zo hoef ik mijn telefoon niet meer in de slaapkamer te hebben én is “mijn telefoon pakken” niet meer het eerste dat ik doe op een dag. Sterker nog, ik probeer er een gewoonte van te maken om het ding pas aan te zetten als ik na het ontbijt de deur uit ga.

4. Schaf een camera aan. “Ik wil foto’s maken” is dan geen reden meer om je smartphone mee te nemen op reis.

5. Stop met sociale media. Want ja, dan valt er meteen een stuk minder te ‘halen’ op die telefoon… je kunt je accounts op Facebook en Instagram deactiveren (da’s een stap minder rigoureus dan verwijderen). Wil je het grondig(er) aanpakken, laat dan je wachtwoorden veranderen door iemand anders. Dan kún je er simpelweg niet meer bij. :)

6. Denk na over wat je smartphone je brengt, en zoek naar alternatieven. Ik word bijvoorbeeld blij van foto’s maken (daarom kocht ik een camera), track graag mijn hardlooprondjes (daarom denk ik erover een sporthorloge aan te schaffen) en luister graag muziek (daarom downloadde ik mijn favoriete playlists, zodat ik geen internet nodig heb om ze te beluisteren). En o ja, sociaal contact op WhatsApp vervang ik door vaker met mensen af te spreken (grappig genoeg krijg ik daar veel vaker zin in, nu ik niet al uren online met iedereen loop te kletsen!) en door te bellen of Skypen (zoals met mijn moeder in Zweden).

Denk ik er verder over, dan geloof ik ook dat mijn smartphone een ‘vlucht’ voor me is in situaties waarin ik me oncomfortabel voel, zoals wanneer ik bij veel onbekenden ben of als ik erg moe ben. Daar kan ik wat aan doen door a) beter voor mezelf te zorgen en b) kritisch te kijken naar de sociale activiteiten in mijn leven.

7. Begin met mediteren. Eén tot twee keer per dag eventjes tot jezelf komen, zelfs al is het maar 2-3 minuten per keer, helpt je om te aarden – en trekt je uit de onrust die je naar je smartphone doet grijpen. Ik begon weer met mediteren nadat ik het nieuwe boek van Jelle Hermus las (Leven met wind mee). Ik ben medium enthousiast over dat boek, maar het is in elk geval erg praktisch, nuchter en toegankelijk geschreven, én het bereikte z’n doel: ik mediteer nu al ruim 3 weken dagelijks.

8. Zorg voor een ‘supportive’ omgeving. Zelf heb ik het geluk dat mijn B niet of nauwelijks telefoonverslaafd is, niet op sociale media zit (behalve WhatsApp) en sowieso een hekel had aan dat ge-scroll van mij over Instagram. Vertel je naasten over je nieuwe voornemens, wees eerlijk over je telefoonverslaving en zeg hen ook dat ze je eraan mogen herinneren als ze het idee hebben dat je ‘terugvalt’ in verslaafd schermgedrag.

9. Realisme. Besef dat je niet 100% zonder smartphone hoeft te leven. Dat is voor veel mensen niet haalbaar anno 2019, en bovendien geloof ik ook niet dat het zo zwart-wit is: smartphones zijn wel degelijk superhandig. Bijvoorbeeld:

  • Om de weg te vinden met Google Maps.
  • Om dingen op te zoeken, zoals hoe laat de trein vertrekt of wat de hoofdstad van Tadzjikistan is.
  • Voor mobiel bankieren en bijvoorbeeld Tikkie, om makkelijk geld terug te vragen van mensen.
  • Ter ondersteuning van mijn hobby’s, zoals Runkeeper of Vivino (een app waarmee je kunt bijhouden welke wijnen je hebt gedronken).
  • Om podcasts en muziek te luisteren.

Superfijn dus, dat er smartphones zijn. Ik streef dan ook niet naar een leven zonder smartphone. Wél wil ik m’n iPhone een functionele rol geven in mijn leven (zoals uit het lijstje hierboven blijkt), en niet de leidende rol die het dingetje de afgelopen jaren had.

10. Misschien wel het belangrijkste: zorg dat je helder en concreet voor ogen hebt waarom je het anders wilt. Voor mij zijn dit de belangrijkste reden om m’n iPhone een (véél) kleinere rol te geven in m’n leven:

  • Ik wil meer creativiteit in mijn leven. Daarmee bedoel ik: de vrijheid en ruimte in mijn hoofd om nieuwe ideeën te laten ontstaan.
  • Ik wil af van de stress die het met zich meebrengt om ‘altijd bereikbaar te zijn’.
  • Ik ben al tijden op zoek naar manieren om dichter bij mezelf te raken, en steviger in mijn basis te leren staan. Mijn smartphone ondermijnt dit, omdat ik steeds vlucht in contact met anderen, in levens van anderen en in verwachtingen die ik dénk dat anderen van mij hebben.
  • Tijdens twee telefoonvrije weken miste ik al die uren op sociale media totaal niet. Waarom zou ik elke dag drie uur besteden aan iets dat ik niet mis, wanneer het weg is?
  • Ik wil wél meer tijd vrij maken door dingen die ik graag vaker doe, zoals pianospelen, boeken lezen, koken en aanrommelen in huis.
  • Gesprekken op WhatsApp voelen niet als ‘gebeurtenissen in mijn leven’, kopjes thee en wijntjes met mijn liefsten wél. Ik besteed dus liever geen tijd meer aan appgesprekken, zodat ik tijd én energie overhoud voor offline sociaal contact.
  • Het leven is al zo kort. Elke dag 4 uur op mijn smartphone (en ja, dat deed ik gemiddeld) betekent per week 28 uur, per jaar 1.456 uur (!!!). Holy shit, ik zou die tijd veel liever anders besteden

 

0

Pionieren

Dat blogje over m’n smartphone was pas het topje van de ijsberg, zo veel heb ik erover te vertellen. Wat een realisaties, wat een… wakker worden. Ja, zo voelt het: alsof ik wakker word. De gedachtes buitelen over elkaar heen.

Een poging ze te ordenen:

Ik zat deze week in de trein naar mijn werk en merkte de impuls om mijn telefoon te pakken. En toen dacht ik: nee, ik doe het niet. Want weet je, die momenten in de trein zijn een van de weinige momenten van de dag dat ik ‘alleen’ ben. Dat er sociaal niets van mij wordt verwacht. Ik heb al jaren chronisch het gevoel dat ik te weinig toekom aan tijd voor mezelf. Maar door die smartphone te pakken op de momenten dat ik alleen ben (en met ‘smartphone pakken’ bedoel ik: appjes lezen, mensen appen, op sociale media zitten), beroof ik mijzelf in feite van die spaarzame minuten.

Telkens als ik mijn smartphone pak, laat ik de hele wereld letterlijk op 30 centimeter afstand van mijn hoofd komen. Da’s best dichtbij, en daarmee laat ik behoorlijk weinig ruimte over voor mezelf. Terwijl ik nu juist aan het leren ben om méér ruimte voor Suus te maken, meer ruimte te durven innemen.

Bovendien berooft die smartphone me, ik zei het al eerder, van mijn creativiteit. Nieuwe ideeën ontstaan in de leegte, je hebt er ruimte voor nodig. Mijmertijd, lucht in je hoofd. Hoe kan die ruimte er zijn, als ik letterlijk élke vrije minuut van de dag volprop met smartphonetijd? Ik bedoel, zelfs als ik in gesprek met iemand ben en diegene gaat even naar het toilet, check(te) ik mijn phone. En zelfs als ik zélf op de wc zat, ging mijn telefoon mee.

Het voelt zo, zo ontzettend zonde. Niet omdat ik streef naar zo véél mogelijk creativiteit, of omdat ik dat van mezelf wil eisen. Maar gewoon, omdat ik benieuwd ben naar wat er allemaal zou kunnen ontstaan, als ik die ruimte toelaat.

Sterker nog, ik merkte het al in die tweede telefoonvrije vakantieweek. Het voelde alsof de wind door m’n hoofd waaide. Heel subtiel was het, maar er kwamen allerlei nieuwe ideeën in me op, vaak kleine dingen. En nu ik ruim drie weken verder ben, merk ik vooral dat de dag veel meer een eenheid lijkt. Alsof de momenten niet meer zo gefragmenteerd zijn, nu ik niet meer steeds tussendoor ‘uit-tune’. Ik lijk gebeurtenissen ook beter te onthouden (maar dat kan natuurlijk placebo zijn).

En dan is er dus het punt van sociaal contact. Want ja, als je niet meer (of in elk geval: minder) op WhatsApp zit, verandert er best wat, althans voor mij. Ik wil real life-contact voorop gaan stellen, aangevuld met hier en daar een e-mail misschien. Dat betekent dat ik veel mensen minder ga spreken, maar ook – en dat merk ik nu al – dat ik veel minder sterk een chronisch knagend schuldgevoel heb over de mensen die ik (volgens mijn eigen eisende kant) “niet genoeg spreek”.

Met je smartphone is immers iedereen maar een appje verwijderd. En appen kan altijd. Dus als je niet appt, of “laat” terug-appt, wat zegt dat dan over je vriendschap? Overigens klinkt dat me sowieso steeds bizarder in de oren: dat er zo’n mores is rondom het reageren op berichten, dat langer dan een dag niets laten horen soms al reden is om je zorgen te maken. Want ja, je kon toch tenminste even kort iets terugsturen?

Man, wat eisen en verwachten we de hele tijd veel van elkaar.
(En van onszelf.)

Punt is dat WhatsApp in mijn geval zó vervlochten is met mijn leven, dat ik m’n omgeving inderdaad uitleg verschuldigd ben nu ik er minder goed bereikbaar ben. Zelfs B was afgelopen week toch wat chagrijnig, toen ik mijn telefoon weer eens had uitstaan en hij me dus niet goed kon bereiken, en hij vond het ook wat ongezellig toen ik een paar avonden achter elkaar geen welterusten-appje had gestuurd. Begrijpelijk (en vooral een reden om snel samen te gaan wonen ;-)) maar ja, tegen hem én anderen moet ik toch zeggen: wen er maar aan.

O ja, en dan sociale media. Eén van die goede ideeën die ik op vakantie had, was dat ik plots bedacht: als ik écht niet meer op social wil, kan ik wel zelf mijn account deactiveren, maar dat deed ik al zo vaak en de ervaring leert dat ik er in een zwak moment ook zo weer terug ben. Dus waarom niet zorgen dat ik er gewoon echt niet meer bij kan? Voordat ik me kon bedenken, vroeg ik B of hij na thuiskomst mijn wachtwoorden wilde veranderen. Dat wilde hij wel (en nadat-ie verbaasd zei: ‘weet je het zeker?’, kreeg ik een BOKS omdat-ie het zo stoer vond).

Facebook, Twitter en Instagram, het was een leuke tijd, maar nu is het tijd voor een nieuwe tijd.

Tot slot: ik ben weer aan het mediteren geslagen, en dat is geen toeval. Meditatie blijkt een súpergoede manier om dit afkicken kracht bij te zetten. Ook dat ‘zitten’ brengt me immers bij mezelf. Het herinnert me eraan welke kant ik op wil, het brengt de rust terug als ik onrustig ben (en naar m’n telefoon wil grijpen). Al drie weken mediteer ik vrijwel dagelijks, en ik kan me niet herinneren wanneer dat voor het laatst zo was.

Stiekem ben ik nog een beetje bang dat het allemaal een bevlieging blijkt. Dat ik over twee maanden weer net zo vastgeplakt zit aan m’n telefoonscherm als de afgelopen jaren. Maar o, ik hoop dat dit zo blijft, ik hoop het zo.

Want het is goed zo, en ik hoef niet meer anders.

0

Vrij

Op vakantie gaan betekende ook twee telefoonvrije weken. Al een tijdje terug had ik namelijk besloten mijn smartphone thuis te laten. Dat was niet voor het eerst; ik geloof dat dit de derde of vierde keer is dat ik zonder dat ding op vakantie ga. Even helemaal weg, en vooral: afkicken.

De simpele waarheid is namelijk dat ik weer nogal verslaafd ben aan dat ding. Sinds ik een iPhone heb, weet ik dat ik gemiddeld vier uur per dag op dat ding zat. Vier uur!! Vooruit, een deel van die tijd ging op aan (zakelijke) telefoontjes en praktische dingen als Google Maps, podcasts of muziek luisteren. Maar eerlijk is eerlijk, verreweg de meeste tijd besteedde ik aan scrollen op sociale media.

En dat scrollen, dat maakt meer stuk in mijn leven dan me lief is. Mijn creativiteit, bijvoorbeeld, maar ook mijn rust, mijn focus en mijn tijd-voor-mezelf. Dat was ik al langer beu (en ik weet dat ik hierin niet de enige ben), maar het voelde als onmogelijk om van de ene op de andere dag radicaal in te grijpen in m’n smartphonegebruik.

Natuurlijk, ik had al van alles geprobeerd: de maximale tijd per dag op de apps begrenzen, Instagram, Facebook en Twitter eraf gooien. Maar steeds vond ik weer manieren om m’n eigen aficktrucjes te omzeilen. Tja, het verslaafde brein is in die zin ook best creatief.

Maar ik wil het gewoon niet meer. Echt niet meer. En daarmee bedoel ik niet dat ik nooit meer een smartphone zal gebruiken, want die dingen horen bij de tijd waarin we leven ze zijn óók heus hartstikke handig. Dat maakt het tegelijkertijd lastig, want waar je tegen een alcohol- of drugsverslaafde kunt zeggen ‘blijf gewoon van de drank/drugs af’ is dat met smartphones, net als bij bijvoorbeeld een eetverslaving, een stuk moeilijker.

Die twee smartphonevrije weken kwamen dus als geroepen. En geloof me, wat een openbaring was dat. Wat ik misschien wel het schokkendste vond: ik miste al die sociale media en al dat scrollen dus totaal niet. Gewoon: NIET. Ik hoefde in die zin ook helemaal niet ‘af te kicken’, had geen onrust of neiging om toch dat ding te grijpen. Het was stil en rustig en dat was prima.

Goed, ik was wél blij dat we de telefoon van B bij ons hadden; om praktische dingen op te zoeken, zoals de camping waar we zouden staan, en om in de auto muziek en podcasts te luisteren. Al merkte ik ook dat ik bij dat ‘dingen opzoeken’ moest opletten dat ik het niet dwangmatig ging doen. Hartstikke leuk, een beetje research doen naar wat er in de omgeving te doen is, maar dat hoeft echt geen twee uur te kosten.

En toen kwam ik thuis, na dik twee weken, en beheerste me ‘s avonds bij thuiskomst om direct dat ding aan te zetten. Dat bleek een goed idee, want toen ik ‘m zondagochtend aanzette om te kijken hoe het digitale leven ervoor stond, gebeurde er iets dat ik niet gauw zal vergeten. Tweehonderd appjes had ik, en terwijl ik ze las (een groot deel overigens in groepsapps en dus niet meer relevant) voelde ik een golf van spanning door mijn lijf trekken.

Het overspoelde me een beetje, het was alsof al die stemmen van al die mensen in al hun hevigheid TEGELIJK op me af kwamen – wat in feite natuurlijk ook zo was – en het was zo heftig dat ik een beetje begon te trillen en misselijk werd.

Wow, dacht ik. Ja, dit gebeurt er dus. Dit laat ik normaal elke dag gebeuren. Er waren een paar leuke appjes waar ik blij van werd, een paar moeilijke appjes waar ik buikpijn van kreeg en verder was het allemaal eigenlijk niet zo bijzonder. Dus in plaats van iedereen direct terug te appen, deed ik het ‘hoognodige’ en daarna zette ik m’n telefoon weer uit.

Pfoe, ja, en toen wist ik het zeker: ik wil dit anders gaan doen. Ik wil mijn smartphone veel meer functioneel gaan gebruiken, en niet meer als continue afleiding van mijn leven. Ik wil geen eindeloze ‘appgesprekken’ meer voeren, maar WhatsApp alleen nog gebruiken voor hoognodige communicatie, bijvoorbeeld om afspraken te maken.

Dat mag allemaal nogal rigoureus klinken, dat besef ik. Maar weet je, ik zie op dit moment heel helder wat het me brengt. Het is de weg naar een leven dichter bij mezelf. Naar een leven met meer rust en betekenisvolle momenten met de mensen van wie ik houd. Want het grappige: doordat ik niet direct alle vakantieverhalen online met iedereen deelde, en niet via de app aan al m’n vriendinnen om updates van hun leven vroeg, kreeg ik veel meer zin om hen snel te zien. Hen aan te kijken, thee te drinken, bij te praten.

Dus dat deed ik.

En nu ik probeer niet  dat me door de dag heen te binnen schiet en dat ik nog aan B of iemand anders wil vertellen, meteen in een berichtje te zetten. Ik spaar ik al die dingen op en vertel hem (en anderen) er vol enthousiasme over zodra ik hen weer zie.

Ik vind het moeilijk om in woorden uit te leggen hoe dat voelt, maar in mijn hoofd is het een wereld van verschil.

0

Italië

Zo, ik ben dus weer terug van vakantie, en Italië, wat was je héérlijk zeg. Vooruit, ik moest wel even wennen.

Natuurlijk had ik online en in reisgidsjes al gelezen dat de campingplekken in Italië doorgaans een stuk kleiner zijn dan in Frankrijk, maar dat dat kan betekenen dat je recht tegenover andere Nederlanders staat, met alleen een smalle open ruimte ertussen – en de campingeigenaar was een beetje dwangmatig, dus onze camperbus als muurtje gebruiken was geen optie, hij móest op een bepaalde manier staan – maakte me aanvankelijk wat benauwd.

Maar toen ging ik gewoon weg bij ons plekje, lekker in de zon aan het meer, waar het vrijwel stil en leeg was want de ochtend was bewolkt geweest dus bijna iedereen was nog bij z’n tent. Boekje, erbij, top.

En zo zakte ik langzaam in het vakantiegevoel. ‘s Middags een Aperol Spritz, eindeloos veel spelletjes Codenames Duet (wat een topspel is dat toch ook), ‘s avonds pizza melanzane bij het campingrestaurantje.

Tochtjes naar de supermarkt, telkens weer onder de indruk van de gigantische hoeveelheid lekkernijen – een schap vol ricotta en mascarpone, grote brokken kaas, twaalf soorten gnocchi en nog veel meer verschillende verse pasta’s. Ja, het is wel weer duidelijk hoe veel belangrijker lekker eten is in Italië en dat is wel iets dat ik wil meenemen terug naar huis: goed eten is belangrijk voor me, het verhoogt mijn levensgeluk, daar wil ik dus niet op besparen. Ik kan ook niet wachten tot ik weer m’n eigen keuken heb. En weet iemand toevallig een goed Italiaans speciaalzaakje in Utrecht?

Fietsen door de heuvels, de Franciacorta Satén-route die ons 30 kilometer lang voerde langs eindeloos veel wijnvelden en wijnboeren. Ik leerde over Franciacorta, de regio die blijkbaar het Italiaanse equiavalent is van de Champagnestreek, en man, wat een goeie bubbels proefden we. We kochten te veel om mee te nemen op de fiets, gelukkig konden we dat doosje ook gewoon de volgende dag met de auto komen ophalen.

Tip: Ferghettina is een schitterendmooi familiebedrijfje en ze laten je rijkelijk proeven – na de officiële tasting van brut, satén en rosé kwam er ook nog een exclusieve vintage sparkling rosé uit 2011 op tafel (en die was zo lekker dat ik er met liefde 28 euro voor neertelde), en toen we lieten doorschemeren dat we ook wel rood wilden kopen, kregen we daarvan ook nog een glas te proeven.

Meer chillen op de camping – later in de week werd het daar een stuk rustiger –, wijntjes proberen, het deed me denken aan de zomers in Montrouant met mijn S. Eenvoudig koken en dan stiekem een beetje verbaasd zijn hoe lekker dat smaakt, dat krijg je dan toch hè, met die goede, smaakvolle ingrediënten daar. Kaas natuurlijk, hup naar de markt, een giga-stuk Taleggio kopen, een grote bol buffelmozzarella en o ja, doe ook maar een homp Peccorino, dat is dan 13 euro alstublieft.

Iseo, dat een prettig rustig idyllisch dorpje bleek. Gargnano aan het Gardameer, waar we de laatste paar dagen waren en dat zo mogelijk nóg drie tandjes idyllischer was.

Een top-3 maken van de lekkerste pasta’s die ik at: de casoncelli met pompoen en salieboter, de pasta cacio y pepe, en met stip op 1 natuurlijk de spaghetti met zeevruchten die ik at in het sterrenrestaurant (wat?, ja echt, en wees gerust, daarover volgt nog een apart blogje).

Nog meer fietsen, nu over het eiland Monte Isola – schijnbaar het grootste eiland-in-een-Europees-meer. Willen jullie echt geen e-bikes, vroeg de jongen bij de infokiosk verbaasd, zeker toen hij vertelde dat je ook helemaal naar de top van de berg op het eiland kon fietsen, in een paar kilometer 460 meter omhoog, en ik ging glimmen bij dat idee.

Dus nee, geen e-bikes, en ja natuurlijk trapten we naar boven. In de hitte, en zwaar dat het was, WAAROM DOEN WE DIT SUUS riep B af en toe, maar hij ging mooi wel mee, en ik zwoegde en genoot, want dit zijn het soort dingen dat ik altijd onthoud van mijn vakanties, de lichte ontberingen, het testen van mijn krachten. En ja, het uitzicht was het waard, wat wil je ook, met een schattig kerkje bovenop die berg en dan het blauwgroene fonkelende meer eronder, hier en daar kleine dorpjes van huisjes in warme kleuren.

Na de afdaling – we hadden echt HARD gekund maar ik vertrouwde de remmen van m’n gammele huurfiets niet helemaal – was het tijd voor een duik. En daarna voor voedsel. Hup, goeie fles Etna bianco erbij, zouden we die opkrijgen?, oeps de fles is al leeg.

Toen was ik moe, ja, tussendoor was ik best vaak moe, misschien vermoeidheid die eruit moest of gewoon moe van de indrukken en het buiten-zijn. Ik sliep in elk geval als een roosje, in die heerlijke camperbus met hor-raampjes aan drie kanten, nog méér dan bij een tentje was het slapen in de buitenlucht. Sowieso: die bus, wat een luxe was dat. Een goede koelkast, méér dan genoeg ruimte voor al je spullen (en de wijn die mee terug moest), en supercomfortabel rijden. In één dag terugkarren vanaf het Gardameer – een reis van zo’n 15 uur – bleek geen probleem.

En ja, natuurlijk was niet elke dag zo idyllisch als dit blogje doet lijken. Af en toe was ik grumpy, geïrriteerd, wist ik niet wat ik met mezelf aanmoest. Maar terugkijkend beklijven vooral de hoogtepunten. En die waren soms heel eenvoudig: de ochtendduik in het meer, bijvoorbeeld, waar we elke dag mee begonnen (véél lekkerder dan een douche!).

Dat de vakantie telefoonvrij was, en hoe heerlijk dat was, en hoe ik al die socialmediadingen totaal niet miste (hier komt ook nog een blogje over). Dat het niettemin fijn was dat we de telefoon van B bij ons hadden, want praktische dingen kunnen opzoeken is wél echt fijn aan zo’n smartphone, niets is zwart-wit.

En dat ik weer begon met mediteren, geïnspireerd door het nieuwste boek van Jelle van SoChicken. Elke dag vijf minuten, soms tien, soms een kwartier, regelmatig zelfs twee keer per dag. En ook door de dag heen mindfulness oefenen: mijn lijf voelen, mijn voeten in het gras, de geluiden en geuren van de Italiaanse zomer.

0

Doorgaan

Angsten overwinnen, zo las ik in Psychologie Magazine, doe je in kleine stapjes. Door steeds maar weer te doen, aan te gaan, te confronteren. Steeds een stapje buiten wat comfortabel voelt. En dat stug volhouden. Niet opgeven.

Dan, en alleen dan, wordt het steeds een beetje beter. Zo ervaar ik dat zelf ook. Want net als de auteur van het artikel dat ik las, had (en heb) ik nogal wat angsten. Autorijden in tunnels of op smalle weggetjes, spreken voor groepen. Beetje hoogtevrees. En ik kan het me nu niet meer voorstellen, maar ooit vond ik het doodeng om een zakelijk telefoontje te plegen. Maar ja, dan word je journalist en moet je de hele dag bellen. Dan leer je dat wel af.

De meeste mensen moeten ervoor werken. Soms weken, soms maanden en soms jaren. En als beloning krijg je geen kortdurende euforie, maar langdurige vrijheid. Het tegenovergestelde van de angst je doen en laten bepalen, is een leven dat geregeerd wordt door verlangen.’

De beste remedie om je angst de baas te worden, is dus datgene wat je eng vindt heel veel doen. Niet dat je altijd in het diepe moet springen, integendeel. ‘Precies tussen saai en paniek in gaan zitten’, dat is de crux. Net zolang totdat dat normaal wordt. En dan weer een stapje verder. Alsof er langzaam iets verschuift in je brein. En nee, dat gaat niet van het ene op het andere moment. De angst slijt langzaam, tot je op een bepaald moment je realiseert dat je plotseling een presentatie hebt gegeven aan 100 man zonder in paniek te raken.

Zo reed ik deze vakantie door een Zwitserse tunnel van ruim 16 kilometer. En toen, of eigenlijk eerder op de heenreis al, besloten B en ik samen dat ik eigenlijk geen reden meer heb om bang te zijn voor tunnels of bergweggetjes. Ik kan dat gewoon. En warempel, vanaf het moment dat ik dat tot me liet doordringen, ging het allemaal een stuk makkelijker. Joeg de paniek nog nauwelijks door m’n lijf als ik weer zo’n donkere tunnel in reed.

We gingen ook een dagje klettersteigen, ofwel via ferrata. ‘Een soort bergwandelen maar dan zit je met een klimgordel vast aan een ijzeren rail, omdat er soms wat stukjes langs een afgrond zijn of een klein beetje klimmen’, had B gezegd. Nou, no way dus. Ja oké, die ijzeren rails was er wel. En onze gids (voor wie overigens alle lof) had die vroege zomerochtend een prachtige route uitgezocht. Een rotswand van 200 meter steil omhoog.

Uh.
Ja.

Dat deed ik dus. Want zo kan het dan ook: wegduwen die angst, niet toelaten, niet erkennen. Verstand op nul en gaan.

Twee uur klommen we. Twee uur waarin ik voornamelijk stil was – ‘ik merkte wel aan je stem dat je het eng vond’, zei B – maar waarin ik tussendoor óók genoot van tegen die rots aan hangen, uitkijkend over het zonovergoten prachtig stille dal.

En dan sta je plots op de top, een beetje bibberend, maar bovenal beretrots.

Zou het dan ook zo kunnen gaan met mijn grootste angst – mensen teleurstellen?
Ja. Misschien moet ik dat ook maar eens wat vaker gaan doen.

Zoals Roanne van Voorst het zo mooi schreef in Psychologie Magazine: ‘Vaak voelt het een beetje onprettig als je oefent met dingen die je wel wilt, maar ook eng vindt. Soms is het ietwat saai, vervelend of ben je wanhopig. En dan ineens is er rust: de angst is weg.’

0