Vakantie

Ik ga twee weekjes op vakantie en laat mijn telefoon thuis. Morgenvroeg vertrekken we, naar Italië. Of eigenlijk naar een dorpje aan de Frans-Zwitserse grens, bij Genève; we maken een omweg om mijn oom en tante op te zoeken. De volgende dag gassen we door naar de bergen en de meren.

En o, wat zie ik ernaar uit. Niet dat ik nu zo gestrest ben; de laatste weken waren prima, qua werkbelasting. Maar wat zal het fijn zijn om er helemaal uit te zijn. Geen mails, geen sociale media, geen whatsappgesprekken. Gewoon ik, mijn B, mijn boekje, en een hele berg lekker Italiaans eten.

Vandaag ben ik al vrij. De out-of-officereply’s staan aan – die gebruik ik alleen als ik langer dan een week onbereikbaar ben – en op de keukentafel ligt een lijstje met dingen om te halen in de stad. Shampoo, hoofdlamp, oordoppen, campinggids. Bikini, als het lukt.

Dan eten we vanavond met de ouders van B, nog voor mijn verjaardag, en hoewel we naar verwachting superlekker dineren (bij Madeleine, een Franse bistro die me al vaker werd aangeraden en onlangs een 8,5 kreeg in de Volkskrant) houd ik het bij één glas wijn. Ik heb eerder ervaren dat de avond voor een lange reisdag alcohol drinken niet erg prettig is. ;-) Bovendien probeer ik vandaag al wat tot rust te komen, bij mezelf te raken, en alcohol heeft dan toch een beetje het tegenovergestelde effect.

Wat ik ook heb gedaan: Facebook en Instagram deactiveren, de andere social-apps uitloggen. Van begin vorig jaar herinner ik me nog vaag wat écht langduriger afkicken van schermen met me deed. Ruimte, creativiteit, nieuwe ruimte voor eigen interesses. Ik wil dat weer. Een beetje uit de rush, uit de stroom.

Het helpt me ook om dieper te wortelen in mijn eigen leven. Me minder te laten meesleuren door verwachtingen van anderen, minder verwachtingen van mezelf te hebben. Gisteren had ik het er nog met een vriendin over; hoe je toch (semi-)onbewust wordt beïnvloed door al die beelden en verhalen in je feed. Ik herinner me bijvoorbeeld hoe ik veel meer eisen stelde op hardloopgebied toen ik allerlei running junkies volgde, hoe ik veel vaker bezig was met ‘een goed eetpatroon hebben’ toen ik foodies volgde, hoe ik begon te verlangen naar een gezinnetje toen ik mom bloggers volgde.

Ik denk dan dat ik die dingen wil, maar het is allemaal beïnvloed, besef ik nu. En nee, natuurlijk kun je beïnvloeding door je omgeving niet helemaal voorkomen. Wij mensen zijn sociale dieren, je bent per definitie deels het product van je omgeving, maar ik geloof toch dat het helpt om mezelf niet de hele dag vrijwillig te indoctrineren met beelden van andermans levens.

Goed, genoeg om over te mijmeren komende weken. Twee weken heb ik om te mijmeren, aan te rommelen, te doen wat op dat moment fijn voelt. Ik wens jullie allemaal ook hele fijne weken en zie jullie graag weer hier, daarna!

Deugen

Soms denk ik: wat zou het makkelijk zijn, om PVV- of Forum voor Democratie-stemmer te zijn.

Fijn de klimaatverandering ontkennen, geen last van vlieg-, vlees-, kaas- en H&M-schaamte. Mensen uit andere culturen de schuld geven van alles wat niet deugt. Zodra iets of iemand je niet bevalt, er het woord ‘deug-‘ voor plakken en lekker roeptoeteren (want je zou maar eens gelijkwaardig luisteren naar een ander).

Per definitie alles wantrouwen wat van wetenschap of overheid afkomstig is (want stel je voor dat je daadwerkelijk moeite doet om je een plan of theorie inhoudelijk eigen te maken, de voors- en tegens genuanceerd af te wegen!).

En vooral: lekker onbeperkt biefstukken eten, keihard over de snelweg cruisen in je fourwheeldrive, drie keer per jaar het vliegtuig pakken naar de zon.

O, wat een zorgeloos leven heb je dan. Toch?

Hoewel je waarschijnlijk zelf juist vindt dat je ontzettend veel zorgen hebt. Want ja, die klimaatgekkies! En die immigranten!!!! En die linkse ivorentorenwetenschappers!!11!!

Ja, dat is misschien wel het treurige. Dat de mensen die zichzelf hebben ontheven van ‘zich druk maken om de wereld’, zich juist het drukst schijnen te maken van iedereen.

En ja, natuurlijk generaliseer ik nu. En nee, ik doe het zelf ook héus niet allemaal goed. Pak me maar, dat is mijn punt nu niet.

Wat wel?
Misschien wel juist de moeite die ik heb om dit stukje te plaatsen. Te bang ongenuanceerd te zijn, op teentjes te trappen, stennis te veroorzaken.

Als ik op Twitter weer zo’n klimaatontkenner los zie gaan (laatst had ik er ook een paar aan m’n broek, toen ik het waagde iets te zeggen over de #zomerhitte), krijg ik vaak zo’n beeld in mijn hoofd van de etterbak op het schoolplein, vroeger op de basisschool.

Van die rotventjes die je met zo’n zelfvoldane grijns zitten aan te kijken. Die schamper lachen om wat je dan ook maar zegt, waar het ook over gaat. Die nog net niet voor je op de grond spugen. Minachting, doof voor de ander, totaal uit verbinding, want het enige dat hen boeit is je nog een stukje verder de grond in trappen.

Deugkind. Met je nuance.

Heksenketel

Ik zit in de McDonald’s en ineens vliegt het me aan: die heksenketelsamenleving die de stad soms is. Voor me, voor de gevelvullende raampartij, zoemen fietsers richting stoplicht. Ze komen van de Neude, nee, van overal in de stad, en ze gaan naar het station, of waar dan ook maar naartoe.

Nu is het niet alsof ik dagelijks in de Mac zit. Integendeel: ‘mijn foodie-vriendinnetje naar McDonald’s?!’ riep B verbaasd uit toen ik mijn plannen deelde. Maar ja, alle vleesschaamte en afkeer van multinationals ten spijt, ik had al ruim een week onstilbare trek in kipnuggets.

Die achteloosheid merk ik vaker, de laatste tijd. Veel vaker in elk geval, dan voordat ik begon met werken. Ik ben minder idealistisch dan toen ik scholier of student was. Gemakzucht en fatalisme sluipen erin.

‘Ach, wat zou het ook. Je leeft maar één keer. We gaan toch allemaal naar de tyfus.’

En dat is natuurlijk niet zo, wil ik er achteraan typen, maar eerlijk? Die zin kreeg ik nauwelijks mijn toetsenbord uit. Ik begin het echt te geloven. Dat de aarde stuk is/gaat en dat we er weinig meer aan kunnen doen. Of: we wel, op grote schaal, maar ik niet. Dus dan bestel ik maar weer een biefstukje, boek nog een reis, koop in het weekend wat zalm, ga uitgebreid in bad.

Het is die heksenketel, de veelheid van alles waarin ik me zo klein en nietig voel, die niet helpt, hoewel je – afgaande op het aantal vegan-tentjes en biowinkels hier in de stad – misschien het tegenovergestelde zou verwachten.

En het is ook wat anders: het gevoel dat ik mezelf dingen ontzeg, dat ik ‘streng’ doe naar mezelf, als ik leef volgens principes of regels. Dan gaat alles in me steigeren, want ik wil nu juist leren weg te gaan van de regels, weg van de hardheid en het ontzeggen, al helemaal als het om eten gaat.

Ik weet idealisme gewoon nog niet zo goed te rijmen met zelfcompassie. Maar ja, is hedonisme dan écht zelfliefde? Of is het de zoveelste afleiding, het wegrennen-van? Loont het om bij mezelf te onderzoeken waar ik eigenlijk voor wil staan, is het misschien juist compassievol naar mezelf en de wereld om te leven op een manier die de aarde niet (of minder) sloopt?

En zo ja, hoe verwezenlijk ik dat dan zonder dat ik mijn leven weer de harde stelligheid in jaag?
Ik ben er nog niet uit.

Misschien moet ik eruit, de stad uit.

…zei ze, en ze hervatte haar zoektocht naar het perfecte appartement.

Klik

Glimmen, na-glimmen, ja ik glim na. En dan moet ik toch echt even schrijven. Dan zijn er woorden die eruit willen.

Waar zal ik beginnen? Vanavond kletste ik bij met een collega/vriendinnetje. Ruim een jaar ging voorbij sinds we elkaar écht spraken – korte koffietafelgesprekken daargelaten. En jee, wat was ze gegroeid ineens, wat prachtig om de schittering in haar ogen te zien. Fijn ook, die klik, die herkenbaarheid weer te voelen die ik eigenlijk al vanaf moment één met haar had.

Soms heb je van die mensen hè, bij wie het gewoon goed is. Met wie je aan een half woord genoeg hebt. Bij wie je weet: JA, met jou wil ik wel, met jou kan ik goed.

En dan is het ook helemaal niet erg als je soms een tijdje langs elkaar heen lijkt te leven, je eigen gedoetjes en processen doorloopt. Af en toe moet dat. Langdurige vriendschap betekent nu eenmaal niet altijd dat je een leven lang synchroon loopt.

Soms bots je, soms wringt het, snap je elkaar een tijdje niet of minder. En steeds vaker zie en voel ik: liefde is blijven. Liefde is ondergaan, verdragen, af en toe – met respect voor je eigen grenzen natuurlijk, dat wel, dat zeker. Je hoeft niet in alles mee. Maar dat betekent ook niet dat je los hoeft te laten.

Wacht dan maar gewoon een tijdje, heb maar geduld, stuur maar liefde en vertrouwen. Dan klikt en stroomt en flowt het vanzelf weer.

Het mooie is dat ik in relatie tot anderen steeds meer mijn eigenwaarde begin te ontdekken. Was ik vroeger onbewust vooral steeds bang om mensen kwijt te raken (en natuurlijk, nu bewuster soms nog steeds enorm), steeds vaker kan ik ook denken: mijn vriendschap, als in, mijn vriendin mogen zijn, dat is een kostbaar goed. Daar mag ik ook wel voorzichtig mee omspringen – want voor ik het weet deel ik alle liefde en aandacht en energie uit aan anderen en blijft er niets meer over voor mijzelf.

Over al deze en andere dingen spraken we vanavond. Over liefde voor het leven, ook. Genieten van de dagen, van goed eten, mooie wijn, in je eentje lange fietstochten maken, zelfreflectie en rake inzichten.

God, ja, wat vind ik die momenten, die gesprekken waardevol.

Dit weekend ben ik uitgenodigd voor een bijzonder vriendinnenweekend. Mijn liefste S wordt dertig en viert dat op extravagante wijze – hotelsuite met bad, champagne, dat werk. Ik mag mee, samen met haar twee andere beste vriendinnetjes, en jee wat heb ik daar zin in, wat ben ik blij en vereerd.

Mijn taak voor dit weekend – behalve het leven vieren, háár vieren, genieten met z’n vier: Suus zijn. Suus mogen zijn. Want ik ben gewoon een Suus, ik mag er zijn, ik mag mee, gewoon zoals het nu is, zoals ik nu ben en wij nu zijn, die andere drie en ik, samen.

En dat is helemaal goed genoeg.