A little bit of everything, all rolled into one

Suus op ski’s

Dus ik ging op wintersport, voor het eerst, of nou ja bijna voor het eerst, toen ik zeven was ging ik al eens een paar dagen in Frankrijk in een ski-klasje maar ja, twintig jaar geleden en ik herinner me er weinig van. Nu gingen B en ik een midweek naar Oostenrijk, met z’n tweetjes.

Je moet weten dat ik nogal een zomerkind ben. Vakantie is voor mij warme zon op m’n huid, fladderend jurkje aan en lekker op het terras met een koud drankje, of met boek in de hangmat, tussendoor een frisse duik in zee of meer. O, sneeuw vind ik best mooi hoor en ik kan heus genieten van een kraakheldere winterochtend, maar in Nederland genoeg winter, wat mij betreft, waarom zou je vrijwillig de kou opzoeken?

Maar ja, nu heb ik dus een vriend die z’n ski’s het hele jaar door aan de muur heeft hangen, vol in het zicht. Zo’n man die gaat glimmen bij de gedachte aan bergen, die vol verhalen zit over de off-piste-avonturen die hij met z’n twee beste vrienden beleefde. Die vorig jaar al hoopte dat ik mee zou gaan op de jaarlijkse ski-trip.

En omdat ik al eens leerde dat dingen waarvan ik dácht dat ze niets voor mij waren, toch heel leuk bleken te zijn – festivals bijvoorbeeld, al die massa’s en drukte en dat gebrek aan comfort en het lawaai leek me hélemaal niets, tot ik naar Best Kept Secret ging en dat heerlijk was – besloot ik: kom maar op. Let’s go. We boekten een fijn hotelletje met halfpension (leve last minute-deals!) en stapten zondag in alle vroegte in de auto naar de Zugspitz Arena.

De eerste dag was superleuk. Mensen hadden me al gezegd dat ‘je toch zult merken dat je het eerder hebt gedaan’ en inderdaad, het remmen en de bochtjes die ik en de anderen op baby-heuvel oefenden gingen me goed af. ‘s Middags ging ik zelfs al samen met B allerlei blauwe pistes af en woei, wat lekker dit zeg, zo naar beneden sjeezen! Ik snap nu ook waarom een ski-bril nuttig is want als alles zonovergoten wit is kun je niet zo veel zien en vooral, wat gaan je ogen tranen als je een beetje vaart begint te maken. “Wat wil je doen”, zei B om een uur of 4 en ik zei MEER SKIEN dus yes, daar gingen we weer, de stoeltjeslift in. Ik ski’de nog in pizzapunten maar dat gaf niet, hé zeg het was mijn eerste dag, dit was boven alle verwachtingen.

De tweede dag was stom, ik mocht naar een ‘moeilijker’ klasje omdat dag 1 zo goed ging en toen deed ik twee uur lang allerlei oefeningen die nog helemaal niet lukten en de leraar praatte alleen Duits en bleef maar zeggen wat ik anders moest doen en ik dacht JA IK WEET HET MAAR HET LUKT GEWOON NOG NIET. ‘s Middags belandden B en ik ook nog per ongeluk twee keer op een zwarte piste, ik snap nu wat ze daarmee bedoelen want oef wat steil, ik voelde me een klein katje dat in een boom is geklommen en er niet meer uit durft. De rest van de middag had ik trillende beentjes en een wolk in m’n hoofd, en ook al weet ik dat je juist voorover moet blijven hangen, doe dat maar eens als alles in je lijf roept NEE IK DURF NIET HELP IK GA VALLEN – ja, dan ga je juist vallen.

Daarna werd het weer alleen maar leuker. Ik besloot dat het helemaal niet erg is dat ik niet meteen een prof-skiër ben, dat ik ook gewoon mezelf tijd mag geven, alle tijd, ook als ik over tien jaar nog steeds pizzapunten ski is dat prima, het is toch mijn vakantie en ik hoef die ski-leraar niet blij te maken, als het maar leuk is, zo leuk als op de eerste dag. Lekker buiten en adrenaline-kickjes zo veel of weinig als je wilt. Toen was de druk er (een beetje) af, ontspande ik, en ja als je ontspant en vertrouwt gaat skiën gewoon stukken beter, wat is die sport mentaal zeg.

Die middag dronken B en ik chocomel en aten we kaiserschmarrn bovenop de berg, waar je alleen weer vanaf kon via een rode piste, want ach ja een béétje uitdaging kan best toch?! En ik voelde me weer dat katje maar het hielp om niet te veel naar beneden te kijken (ZO HOOG) en gewoon naar voren leunen op je dal-ski, bochtje maken, weer naar voren leunen, dal-ski, naar voren, zo werd het een mantra in m’n hoofd waarmee ik m’n angst wegduwde en ineens was ik al vier bochtjes niet gevallen en hoorde ik B achter me juichen en ging ik nog een stukje harder en nog verder en zoef, ineens waren we al beneden, weer op de blauwe piste, was dat nou alles?

Dag 4, de laatste alweer, leerde ik dat het slim is om de ochtend gewoon rustig te beginnen met wat oefeningen, weer even voelen en je lijf vertrouwen geven dat je het gewoon kan. Kleine heuveltjes, iets groter, iets harder, iets minder bochtjes en wat meer recht naar beneden, en steeds maar weer in de sleeplift om nog en nog een keer te oefenen. Nog voor de middag zoefde ik met 50 kilometer per uur de berg af en kwam keurig voor de lift tot stilstand. Omdat de lunch bovenop die rode piste het lekkerst was gingen we daar nog maar eens heen, en de choco was er trouwens ook goed dus nog eens, uiteindelijk ging ik 3 of 4 keer van die piste af. Angsten overwinnen, ha. (Al helpt het dan niet, beste onbekende Nederlandse vrouw, als je tegen me zegt dat ‘het gewoon zó moet, kijk maar’ en ‘je niet steeds moet vallen want dan kom je nooit beneden’, argh.) Veel te snel was het half vijf, de liften dicht, ski’s inleveren en een laatste avond samen genieten van een grote pan kaasfondue.

Want o ja, wat wintersport voor mij veel fijner maakte dan ik had verwacht was lekker eten (chocomel! apfelstrudel! kaiserschmarrn! – van de hele dag buiten zijn krijg je veel honger), die fijne ruime hotelkamer met regendouche, ‘s avonds lekker in de sauna, rozig en moe op tijd naar bed, nog even een spelletje Ticket to Ride, en vooral die liefste B van mij, met z’n eeuwige geduld, die mijn nukken best snapte en me dan gewoon even vasthield, blij werd van m’n enthousiaste stuiterigheid op de piste, vertelde over z’n eigen eerste ski-jaren als ongeleid projectiel en die terwijl ik les had ook gewoon lekker z’n eigen ding bleef doen (= met 110 km per uur een zwarte piste af scheuren, inmiddels wél met beleid ;-)).

Het was, kortom, net als met dat festival: tegen alle verwachtingen in voor herhaling vatbaar.

0

Fase

Een kort stukje vanuit mijn bed, waar ik nu – 9 uur ‘s avonds – al in lig omdat er (alweer?!) een keel-en-oorpijn-achtig virusje in mij is geslopen en ik niet ziek wil worden (normaalgesproken word ik maar 1 keer per winter ziek?!).

Ik hoor ouders met jonge kinderen vaak zeggen: ‘het is een fase’, en dan hebben ze het over hun krijsende kroost. Daar moest ik aan denken toen ik me deze week realiseerde dat ik ook in een fase zit. Niet eentje waarin het nodig is om me schreeuwend op de grond te werpen of overal NEE op te zeggen, gelukkig, maar de fase die mensen ouder dan dertig vast nog herkennen: de fase dat al je vrienden ineens gaan trouwen (en daarna: kinderen krijgen).

Komend jaar heb ik twee bruiloften, en er zou zomaar een derde bij kunnen komen want een van mijn beste vriendinnetjes gaat ook trouwen, hoorde ik gisteren. <3 Toen B van de week met zijn twee beste vrienden op de bank hing en vertelde over deze lichte trouwtsunami in mijn vriendenkring, en zich afvroeg ‘wanneer jullie dan gaan trouwen’, antwoordde de aanwezige vriendin van een van hen: ‘als hij me vraagt’ (in plaats van het antwoord dat we elkaar vijf jaar geleden gaven: iets in de trant van ‘trouwen?! Ja misschien ooit maar nee echt ik moet er nog niet aan denken hoor’).

Kortom, ik zit er middenin, in die fase. Superleuk, merk ik tot m’n lichte verbazing, ik krijg er blije kriebels van – er gebeuren Spannende Nieuwe Dingen! Ik mag het zelfs van behoorlijk dichtbij meemaken allemaal, want voor één van die bruiloften ben ik gevraagd als ceremoniemeester en laat dingen plannen en organiseren nu net een van mijn specialiteiten zijn. Maar als jij ooit een bruiloft (mee) hebt georganiseerd, gooi vooral je pro-tips op me!

O ja, en mocht het je afvragen: nee, ik heb zelf geen trouwplannen. En als ik B’s enigszins paniekerige gezicht zag vanmiddag, toen hij me vertelde over het besef dat De Fase ook bij hem is aangebroken, duurt dat ook nog wel even. ;-)

0

Optreden

Gisteravond speelde ik voor het eerst piano voor publiek. Mijn goede vriend J was jarig en hij organiseert elk jaar – tegenwoordig samen met z’n vriendin, nee, verloofde! – een open podium-avond. Zelf maakt J graag en veel muziek. Akoestische gitaar, mondharmonica, mandoline, zang, in bandjes en met vrienden die dan ook gitaarspelen, zingen of een combinatie daarvan. Kortom, genoeg enthousiastelingen op zo’n avond die graag een paar optredens verzorgen. Ook wie geen instrument speelt mag bijdragen – met een gedicht, verhaal of wat dan ook.

Zes jaar geleden was ik voor het eerst bij dit festijn. En, zo bedacht ik me gisteren met een glas grüner veltliner in de hand (‘we hebben kleine onbreekbare glaasjes vanavond, maar ik weet dat jij heel blij wordt van een echt wijnglas’, had J een paar minuten eerder gezegd en pakte er één uit de kast), het is mooi om te zien hoe de muziekfeestjes door de jaren heen veranderen.

Op die eerste feestjes stonden we met z’n allen in J’s studentenkamer, met zo veel mensen dat het nauwelijks paste. Nu stonden we met z’n allen in J en E’s ruime woonkamer in Lombok, met zo veel mensen dat het nauwelijks paste. Destijds was het geluid geregeld met één microfoon en een kleine versterker, nu stond de professionele band-apparatuur opgesteld, met allerlei kasten, kabels, knoppen en twee speakers op palen.

In al die jaren valt een vaste kern aanwezige te ontwaren, worden we allemaal natuurlijk langzaam ouder. Nieuwe partners en vrienden-van-vrienden schuiven aan, van sommige vrouwen weet ik dat ze een kind kregen. Was de avond destijds één groot drankgelag, de gastheer voorop, gisteravond stonden op de sta-tafels vooral lege flesjes Jever Fun, was de ijsthee eerder op dan de wijn en gingen sommigen voor het einde van het laatste optreden alweer huiswaarts – de plicht roept, de oppas wacht.

Daar ging ik dus spelen. E’s digitale piano staat boven in de studeerkamer, naar beneden slepen was geen optie en dus werd het een intieme luistersessie, mensen zaten op haar bureau en ervoor op de grond, tot ver in de smalle gang en het trappenhuis. “Hoi, ik ben Suus”, zei ik, “en jullie zijn mijn eerste piano-publiek.”

Ik speelde Le Moulin van Yann Tiersen en daarna Stella del Mattino van Ludovico Einaudi, en hoewel m’n klamme handjes trilden, ging het verrassend goed. In de aanloop naar dit moment had ik vooral geprobeerd mezelf niet te veel druk op te leggen; het hoeft niet perfect, redelijk is mooi genoeg, en zoals J al zei, ‘het publiek is enorm makkelijk, vinden alles mooi, niets om je zorgen over te maken’.

Bovendien denk ik: ik wil elke kans aangrijpen om voor mensen te spelen, zodat dat minder spannend wordt.

Tweemaal kreeg ik enthousiast applaus. De rest van de avond kon ik ontspannen, luisteren naar de andere muzikanten, waaronder mijn B die met Questa Notte de sterren van de hemel speelde, en J’s band, die dit jaar gewoon nóg strakker is gaan spelen. Rond middernacht, ik had haar net gedag gekust in de keuken, gaf E (die zelf ruim twintig jaar piano speelt) me zelfs een enorm compliment waar ik nog steeds van na-glim.

Ja, ik geloof dat ik dit gewoon volgend jaar weer ga doen.

0

Open

Je zou het niet zeggen, met die enorme lappen tekst hier afgelopen week, maar ik heb best wat blogvrees. Zo, daar heb ik het gezegd. Wat dan? Nou gewoon, ik ben natuurlijk tekstschrijver van beroep tegenwoordig (al wel een tijdje natuurlijk) en ik merk dat (daardoor?) een klein beestje in mijn hoofd is genesteld. Een beestje dat Heel Kritisch is op hoe ik zelf schrijf, en vindt dat ik het allemaal Heel Erg Goed moet doen.

Want ja, met dit blog laat eigenlijk toch óók zien hoe goed – of niet goed – ik schrijf?

En dus wil ik eigenlijk dat elk stukje hier Enorm Doordacht, Superslim, Mega-Inspirerend of oké, dan toch op z’n minst Leuk Geschreven is. (Intussen vraag ik me af hoe vaak ik in m’n 12-jarige blogcarriere al een stukje met deze strekking heb gepost. Pfoe.) Dus. Nee. Hoeft niet, he. Ik kan ook gewoon 300 woorden neertikken over wat-dan-ook. Hoeft ook niet allemaal perfect verwoord en mega-treffend te zijn. Ik vind het zelf althans ook – juist! – leuk om bij mijn favoriete bloggers te lezen wat er in hun hoofd en leven gebeurt. Ook als dat geen prachtig gepolijste stukjes zijn.

Gewoon, de dingen.

Zo, ik deed gisteren het eind van de werkdag even iets dat best spannend was. Een collega volgt een opleiding haptoherapie, en zij zocht mensen om op te ‘oefenen’. In groepsverband dus, in een studie-setting, en tegelijkertijd als ware het een ‘gewone’ sessie. En ik, ik las haar oproepje op ons Slack-kanaal en dacht: ja, hé, waarom ook niet? Kom maar hoor, ik help je wel. En zoals ze zelf ook al terecht zei: je (ik dus) kunt er ook wat van leren over jezelf.

Dus daar zat ik gisteren, in een Nijmeegse hotelkamer (bij wijze van studielokaal – de vaste opleidingslocatie wordt blijkbaar verbouwd, ha) met die collega tegenover me en op twee meter afstand nog eens vier mensen, drie medestudenten en een docent. Dus, vroeg ze, wat voor ontwikkelvraag of leerdoel zou je willen bespreken?

En daar zat ik, tegenover al die mensen, en ik begon zomaar wat te vertellen – van tevoren had ik een klein beetje nagedacht wat ik zou willen delen, maar uiteindelijk kwam er veel meer uit dan ik had gepland – en zij vroeg wat, probeerde met me mee te bewegen, en samen zochten we een beetje, en af en toe kwam haar docent tussenbeide en tegen het eind zei die docent iets dat me ontzettend trof:

“Wat ik hoor, is dat je je graag wilt laten zien. Dat je ernaar zoekt om ruimte in te nemen, je te uiten, en dat ook dóet, en dat je dan ook soms ineens heel bang wordt, kwetsbaar, en heel hard wilt wegrennen.”

Zo, ja. Wow.
Mooi toch hè, hoe zo’n therapeut dat kan. Al die flarden en eindjes aan elkaar knopen.

We hebben nog twee sessies maar ik ben nú al blij, want al voelde het in de trein naar huis best kwetsbaar (wat heb ik in godsnaam allemaal verteld?! ik moet ook gewoon weer samenwerken en lunchen en alles met m’n collega?!), ik voelde me ook best dapper want weet je, ik geloof hierin, in delen en openen en dat dingen minder eng en groots worden als je erover praat. Durf maar, deel maar, wees maar mens.

Dat laatste is ook weer een reden om vaker gewoon een stukje te bloggen.

0

Wat ik leerde in 2018

Lieve bloglezers, gelukkig nieuwjaar! Ik wens jullie allemaal een heel fijn en gezond 2019. En om dan toch nog héél even terug te blikken…

Ik schreef natuurlijk al een uitgebreid, puntsgewijs jaarverslag (in twee delen). Maar weet je, meer dan ooit heb ik het gevoel dat die lijst leuke (en soms minder leuke) dingen de lading van het jaar niet dekt. Er was veel meer, veel meer doorslaggevends zelfs, en dat gebeurde vooral in mijn hoofd en tussen de dagen door, met de tijd.

Hier ging 2018 voor mij écht om, ofwel, dit leerde ik en neem ik graag mee naar 2019:

Oefenen met zelfcompassie. De retraite, workshop en training die ik dit voorjaar deed, heeft (in combinatie met de therapie die ik al volgde) mijn leven echt veranderd. Ik leer zachter en vriendelijker voor mezelf te zijn, niet meer steeds boos worden als iets ‘fout’ gaat, niet mezelf overal de schuld van te geven. Dat werkt door op vrijwel alle vlakken in m’n leven. Zoals…

Mijn grenzen leren aangeven. Met andere woorden: plek durven innemen. Want hé, ik ben het waard om rekening mee te houden. (Dit is een nieuw gevoel. Het is een goed gevoel.) Dus dat begint ermee dat ik zélf rekening met mij houd, in plaats van mezelf en mijn wensen/verlangens als eerste aan de kant te schuiven als dat anderen beter uitkomt. De ‘sorry’ ligt nog vaak op het puntje van mijn tong, maar ik probeer me niet steeds meer te excuseren voor van alles. Veel te snel ligt achter die kleine sorry namelijk een veel grotere: ‘sorry dat ik besta’. En ik wil daar niet meer sorry voor zeggen. Ik mag er zijn en ik mag mijn ruimte opeisen. Ook als anderen het daar soms niet mee eens zijn.

(En ook als ik daar in eerste instantie enorm veel buikpijn van krijg, want ja, natuurlijk wil iets in mij nog altijd iedereen blij en tevreden maken. Maar ik kan je vertellen: oefening baart kunst en hoe vaker ik grenzen trek, hoe makkelijker het gaat. Sterker nog, ik denk dat het in het begin voor iedereen wennen is – anderen weten natuurlijk niet wat hen overkomt als jij ineens wél grenzen aangeeft! – maar mijn ervaring is dat hoe duidelijker je leert zijn, hoe meer anderen jouw grenzen gaan respecteren. Of niet, en dan kun je zelf conclusies uit trekken over wat voor contact je met diegene wilt.)

Alleen zijn (en in die tijd minder ‘moeten’). Vanmorgen nog luisterde ik een podcast, waar iemand werd gevraagd: ‘wat is het beste dat je in je leven hebt geleerd?’ Alleen zijn, antwoordde de geïnterviewde. Ik kan me dat goed voorstellen. Ik geloof dat ik nooit eerder zo veel rust vond in mijn eigen huisje. Als ik vroeger al alleen was, was ik die tijd vooral altijd BEZIG. Niet eerder koos ik zo vaak voor lekker thuis op de bank zitten, voor weekenden ‘niets doen’, voor lege avonden – waarin dan soms juist ruimte ontstaat voor spontane acties!

Het mooie: terugkijkend geloof ik niet dat ik een luie lapzwans ben geworden van dat minder ‘moeten’ (dat was natuurlijk mijn grootste angst). Ik sport nog steeds, ik knal graag op werk, ik regel m’n zaken. De basis is alleen anders geworden – steeds minder vanuit perfectionisme/bewijsdrang handelen, steeds vaker vanuit puur enthousiasme en nieuwsgierigheid.

Me kwetsbaar durven opstellen in vriendschappen. Ja, dat hangt natuurlijk ook samen met dit hele verhaal over zelfcompassie, mezelf-beter-leren-kennen, er-durven-zijn en al die dingen. In 2018 waren er een paar waardevolle momenten waarin ik durfde te ‘breken’ in aanwezigheid van een goede vriendin. Sowieso: ik laat veel makkelijker een traan in aanwezigheid van anderen. Ik schaam me daar niet meer (of in elk geval veel minder) voor. Ik mag geraakt, verdrietig of ontroerd zijn. En mijn liefsten laten me niet vallen, als we een keer botsen.

Beginnen met pianoles. Ja, jippie! Dat was toch wel een heel goed plan hoor.

Op werkgebied: groeien in mijn rol als professional. Heel lang had ik op de werkvloer zo’n gevoel van “wat weet ik nou helemaal, ik kom net kijken”. Begin vorig jaar schreef ik daar ook een stukje over. De laatste maanden begin ik door te krijgen: hé Suusie, dat ís gewoon niet meer zo. Ik ben nu even lang aan het werk als ik heb gestudeerd. En als je al langer dan vijf jaar regelmatig mensen interviewt, ben je geen beginner meer. Ja, natuurlijk zijn sommige taken nog nieuw voor me en heb ik nog véél te leren (wie niet?!). Maar ik begin steeds meer vertrouwen te krijgen in mijn ervaring en vaardigheden . In 2018 ben ik (ook) op dit vlak sterker in m’n schoenen komen te staan, en dat scheelt bergen stress.

Verdieping van vriendschappen. In navolging van het voorgaande; over al deze én andere zaken had ik dit jaar prachtige gesprekken met mijn liefsten. Ik ben selectiever geworden met wie er in mijn leven is, aan wie ik tijd besteed. Dat klinkt ‘hard’, maar al zijn er zó veel mooie mensen, mijn tijd is kostbaar en te veel losse contacten gaan ten koste van de verdieping. Ik wil die verdieping en ik ben blij om te merken dat mensen die ook met mij willen.

Fijne boeken lezen. Een kleine 30 boeken las ik in 2018, waarvan een aanzienlijk deel meer dan 400 pagina’s dik was. Het hart van alle dingen (Elizabeth Gilbert), dat ik op de valreep van het jaar las, sloot dit leesjaar verrassend waardig af. (Ja, dat is een leestip – anders dan de titel doet vermoeden is dit boek totáál niet zweverig en juist een ode aan de wetenschap, en verder is het een meeslepende historische roman.) Nu liggen op mijn nachtkastje nog een aantal mooie boeken te wachten, maar leestips voor het nieuwe jaar zijn altijd welkom.

Verder groeien met B. We maken het elkaar niet altijd makkelijk, mijn B en ik, en we triggeren een hoop bij elkaar. Juist daarom leren we zo veel in deze relatie, en ik ben blij en dankbaar dat hij samen met mij wil groeien. Ik geloof dat we samen nog heel veel verder kunnen. Ik wil dat.

Mijn financiën op orde. Oké, dat klinkt heftiger dan ik het bedoel. Wat ik dan bedoel? Dit jaar heb ik tijd en energie gestoken in ‘bewuster geld uitgeven’ en beter nadenken over de financiële keuzes die ik maak. Begrijp me niet verkeerd, ik hou van LEVEN en aarzel niet om mijn portemonnee te trekken voor iets dat ik de moeite waard vind, maar ik was het zat om in een soort blinde spending spree regelmatig allerlei dingen te kopen die ik niet nodig heb.

Over wat ik dan precies ‘veranderde’ kan ik later nog wel eens een blogje schrijven, maar in het kort: ik houd tegenwoordig per maand mijn inkomsten en uitgaven bij per categorie, en bedenk van tevoren hoeveel geld ik aan bepaalde zaken wil uitgeven. Daarbij is het belangrijk dat ik zorg voor voldoende budget voor dingen die ik belangrijk vind – zoals lekker eten en goede wijn, maar ook bijvoorbeeld pianoles – en dat ik andere zaken probeer te laten (zoals bijna dagelijks thee of iets te snacken halen op het station).

Een duurzame(re) kledingkast. Tijdens dat financiële projectje (in combinatie met Project 333) realiseerde ik me dat ik méér dan genoeg kleding heb. En dat ik de jaren ervoor die berg kleding nogal makkelijk aanvulde, als dat me zo uitkwam. Kleding was dus een mooie post om bewuster mee om te gaan. En nadat ik de NPO-serie Genaaid zag, nam ik me voor om mijn kledingkast te verduurzamen. Ik vind het belangrijk om comfortabele, stijlvolle casual/chic kledingstukken te hebben voor op mijn werk en thuis, en ik heb graag spullen van goede kwaliteit die niet door kinderhandjes gemaakt zijn (kortom, deze kostenpost moest niet te hoog maar zeker ook niet te laag zijn, want dan eindig je alsnog met fast fashion-troep).

Dit is een meerjarenproject; in één keer een compleet nieuwe “duurzame” garderobe aanschaffen is immers helemaal niet duurzaam ;-), maar ik ben al goed begonnen met een mooie zwarte jeans van Nukuhiva (het merk van Floortje Dessing) en een trui van Village People. Kost wat meer, maar zit prachtig, is beter voor de wereld en gaat (hopelijk) een stuk langer mee dan die zoveelste H&M-trui.

Dus in het kort: in 2019 ben ik op allerlei vlakken bewuster gaan leven (oké, behalve op vegetarisch vlak, ik ben nogal flexi de laatste maanden, maar nou ja je kunt niet alles tegelijk toch?). Ik ben meer gaan kiezen voor de dingen waar ik energie van krijg. En ik durf steeds meer ‘nee’ te zeggen tegen dingen waar ik – nu even, of in het algemeen – geen ruimte (meer) aan wil geven. Zo stopte ik met het eetclubje waar ik 3 jaar deel van was; dat waren fijne tijden, maar voor mij was het rond.

Dit aanvaarden dat ik verander, dat dingen (of mensen) die vroeger goed pasten nu wringen – en dat je ze dan gewoon mag afsluiten, afscheid mag nemen, zonder schuldgevoel! – is iets wat ik steeds belangrijker gaan vinden. We mogen onszelf, en elkaar, daar vrij in laten, vind ik. Bovenal: we mogen voelen. Voelen is goed. We denken al zo veel… Een klein trucje dat ik tegenwoordig vaak doe, als ik in bed lig en m’n gedachten razen: ik bedank mijn brein voor al z’n inspanningen. “Dankjewel brein, je hebt weer goed werk geleverd vandaag. En nu heb je genoeg nagedacht voor deze dag. Morgen mag je weer. Nu is het tijd om te voelen.”

Dus met het risico dat ik nu wél ontzettend zweverig klink: laten we in 2019 maar heel veel gaan voelen met z’n allen. Mooie en fijne dingen, en ook verdrietige en pijnlijke dingen. Voel maar, vertrouw maar. Wees maar hier en bij jezelf.

Liefs!

0