Skip to content

Maand: januari 2019

Fase

Een kort stukje vanuit mijn bed, waar ik nu – 9 uur ‘s avonds – al in lig omdat er (alweer?!) een keel-en-oorpijn-achtig virusje in mij is geslopen en ik niet ziek wil worden (normaalgesproken word ik maar 1 keer per winter ziek?!).

Ik hoor ouders met jonge kinderen vaak zeggen: ‘het is een fase’, en dan hebben ze het over hun krijsende kroost. Daar moest ik aan denken toen ik me deze week realiseerde dat ik ook in een fase zit. Niet eentje waarin het nodig is om me schreeuwend op de grond te werpen of overal NEE op te zeggen, gelukkig, maar de fase die mensen ouder dan dertig vast nog herkennen: de fase dat al je vrienden ineens gaan trouwen (en daarna: kinderen krijgen).

Komend jaar heb ik twee bruiloften, en er zou zomaar een derde bij kunnen komen want een van mijn beste vriendinnetjes gaat ook trouwen, hoorde ik gisteren. <3 Toen B van de week met zijn twee beste vrienden op de bank hing en vertelde over deze lichte trouwtsunami in mijn vriendenkring, en zich afvroeg ‘wanneer jullie dan gaan trouwen’, antwoordde de aanwezige vriendin van een van hen: ‘als hij me vraagt’ (in plaats van het antwoord dat we elkaar vijf jaar geleden gaven: iets in de trant van ‘trouwen?! Ja misschien ooit maar nee echt ik moet er nog niet aan denken hoor’).

Kortom, ik zit er middenin, in die fase. Superleuk, merk ik tot m’n lichte verbazing, ik krijg er blije kriebels van – er gebeuren Spannende Nieuwe Dingen! Ik mag het zelfs van behoorlijk dichtbij meemaken allemaal, want voor één van die bruiloften ben ik gevraagd als ceremoniemeester en laat dingen plannen en organiseren nu net een van mijn specialiteiten zijn. Maar als jij ooit een bruiloft (mee) hebt georganiseerd, gooi vooral je pro-tips op me!

O ja, en mocht het je afvragen: nee, ik heb zelf geen trouwplannen. En als ik B’s enigszins paniekerige gezicht zag vanmiddag, toen hij me vertelde over het besef dat De Fase ook bij hem is aangebroken, duurt dat ook nog wel even. ;-)

Laat een reactie achter

Optreden

Gisteravond speelde ik voor het eerst piano voor publiek. Mijn goede vriend J was jarig en hij organiseert elk jaar – tegenwoordig samen met z’n vriendin, nee, verloofde! – een open podium-avond. Zelf maakt J graag en veel muziek. Akoestische gitaar, mondharmonica, mandoline, zang, in bandjes en met vrienden die dan ook gitaarspelen, zingen of een combinatie daarvan. Kortom, genoeg enthousiastelingen op zo’n avond die graag een paar optredens verzorgen. Ook wie geen instrument speelt mag bijdragen – met een gedicht, verhaal of wat dan ook.

Zes jaar geleden was ik voor het eerst bij dit festijn. En, zo bedacht ik me gisteren met een glas grüner veltliner in de hand (‘we hebben kleine onbreekbare glaasjes vanavond, maar ik weet dat jij heel blij wordt van een echt wijnglas’, had J een paar minuten eerder gezegd en pakte er één uit de kast), het is mooi om te zien hoe de muziekfeestjes door de jaren heen veranderen.

Op die eerste feestjes stonden we met z’n allen in J’s studentenkamer, met zo veel mensen dat het nauwelijks paste. Nu stonden we met z’n allen in J en E’s ruime woonkamer in Lombok, met zo veel mensen dat het nauwelijks paste. Destijds was het geluid geregeld met één microfoon en een kleine versterker, nu stond de professionele band-apparatuur opgesteld, met allerlei kasten, kabels, knoppen en twee speakers op palen.

In al die jaren valt een vaste kern aanwezige te ontwaren, worden we allemaal natuurlijk langzaam ouder. Nieuwe partners en vrienden-van-vrienden schuiven aan, van sommige vrouwen weet ik dat ze een kind kregen. Was de avond destijds één groot drankgelag, de gastheer voorop, gisteravond stonden op de sta-tafels vooral lege flesjes Jever Fun, was de ijsthee eerder op dan de wijn en gingen sommigen voor het einde van het laatste optreden alweer huiswaarts – de plicht roept, de oppas wacht.

Daar ging ik dus spelen. E’s digitale piano staat boven in de studeerkamer, naar beneden slepen was geen optie en dus werd het een intieme luistersessie, mensen zaten op haar bureau en ervoor op de grond, tot ver in de smalle gang en het trappenhuis. “Hoi, ik ben Suus”, zei ik, “en jullie zijn mijn eerste piano-publiek.”

Ik speelde Le Moulin van Yann Tiersen en daarna Stella del Mattino van Ludovico Einaudi, en hoewel m’n klamme handjes trilden, ging het verrassend goed. In de aanloop naar dit moment had ik vooral geprobeerd mezelf niet te veel druk op te leggen; het hoeft niet perfect, redelijk is mooi genoeg, en zoals J al zei, ‘het publiek is enorm makkelijk, vinden alles mooi, niets om je zorgen over te maken’.

Bovendien denk ik: ik wil elke kans aangrijpen om voor mensen te spelen, zodat dat minder spannend wordt.

Tweemaal kreeg ik enthousiast applaus. De rest van de avond kon ik ontspannen, luisteren naar de andere muzikanten, waaronder mijn B die met Questa Notte de sterren van de hemel speelde, en J’s band, die dit jaar gewoon nóg strakker is gaan spelen. Rond middernacht, ik had haar net gedag gekust in de keuken, gaf E (die zelf ruim twintig jaar piano speelt) me zelfs een enorm compliment waar ik nog steeds van na-glim.

Ja, ik geloof dat ik dit gewoon volgend jaar weer ga doen.

Laat een reactie achter

Open

Je zou het niet zeggen, met die enorme lappen tekst hier afgelopen week, maar ik heb best wat blogvrees. Zo, daar heb ik het gezegd. Wat dan? Nou gewoon, ik ben natuurlijk tekstschrijver van beroep tegenwoordig (al wel een tijdje natuurlijk) en ik merk dat (daardoor?) een klein beestje in mijn hoofd is genesteld. Een beestje dat Heel Kritisch is op hoe ik zelf schrijf, en vindt dat ik het allemaal Heel Erg Goed moet doen.

Want ja, met dit blog laat eigenlijk toch óók zien hoe goed – of niet goed – ik schrijf?

En dus wil ik eigenlijk dat elk stukje hier Enorm Doordacht, Superslim, Mega-Inspirerend of oké, dan toch op z’n minst Leuk Geschreven is. (Intussen vraag ik me af hoe vaak ik in m’n 12-jarige blogcarriere al een stukje met deze strekking heb gepost. Pfoe.) Dus. Nee. Hoeft niet, he. Ik kan ook gewoon 300 woorden neertikken over wat-dan-ook. Hoeft ook niet allemaal perfect verwoord en mega-treffend te zijn. Ik vind het zelf althans ook – juist! – leuk om bij mijn favoriete bloggers te lezen wat er in hun hoofd en leven gebeurt. Ook als dat geen prachtig gepolijste stukjes zijn.

Gewoon, de dingen.

Zo, ik deed gisteren het eind van de werkdag even iets dat best spannend was. Een collega volgt een opleiding haptoherapie, en zij zocht mensen om op te ‘oefenen’. In groepsverband dus, in een studie-setting, en tegelijkertijd als ware het een ‘gewone’ sessie. En ik, ik las haar oproepje op ons Slack-kanaal en dacht: ja, hé, waarom ook niet? Kom maar hoor, ik help je wel. En zoals ze zelf ook al terecht zei: je (ik dus) kunt er ook wat van leren over jezelf.

Dus daar zat ik gisteren, in een Nijmeegse hotelkamer (bij wijze van studielokaal – de vaste opleidingslocatie wordt blijkbaar verbouwd, ha) met die collega tegenover me en op twee meter afstand nog eens vier mensen, drie medestudenten en een docent. Dus, vroeg ze, wat voor ontwikkelvraag of leerdoel zou je willen bespreken?

En daar zat ik, tegenover al die mensen, en ik begon zomaar wat te vertellen – van tevoren had ik een klein beetje nagedacht wat ik zou willen delen, maar uiteindelijk kwam er veel meer uit dan ik had gepland – en zij vroeg wat, probeerde met me mee te bewegen, en samen zochten we een beetje, en af en toe kwam haar docent tussenbeide en tegen het eind zei die docent iets dat me ontzettend trof:

“Wat ik hoor, is dat je je graag wilt laten zien. Dat je ernaar zoekt om ruimte in te nemen, je te uiten, en dat ook dóet, en dat je dan ook soms ineens heel bang wordt, kwetsbaar, en heel hard wilt wegrennen.”

Zo, ja. Wow.
Mooi toch hè, hoe zo’n therapeut dat kan. Al die flarden en eindjes aan elkaar knopen.

We hebben nog twee sessies maar ik ben nú al blij, want al voelde het in de trein naar huis best kwetsbaar (wat heb ik in godsnaam allemaal verteld?! ik moet ook gewoon weer samenwerken en lunchen en alles met m’n collega?!), ik voelde me ook best dapper want weet je, ik geloof hierin, in delen en openen en dat dingen minder eng en groots worden als je erover praat. Durf maar, deel maar, wees maar mens.

Dat laatste is ook weer een reden om vaker gewoon een stukje te bloggen.

Laat een reactie achter