Skip to content

Maand: oktober 2018

Wijnclub XIX: Wijnen langs de Rijn

Zoals je misschien weet, heb ik twee jaar geleden met vriendinnetje S. – m’n partner-in-crime op het gebied van goed eten en drinken – een wijnclub opgericht. Elke zes weken komen we met een groep van zeven a tien man bij elkaar. Twee mensen bedenken een thema en kopen wijn, iedereen legt twaalf euro in en we hangen gezellig een avond de wijnsnob uit.

Ontzettend leuk én leerzaam. We zijn nu bijna twintig edities verder en ik durf wel te beweren dat ik in die tijd een stukje wijn-wijzer ben geworden. Bovendien hebben m’n clubmaatjes en ik de grootste lol tijdens die proefavonden, alleen al met uitvogelen hoe we de wijn zouden omschrijven. Wijn kan immers smaken naar toast, bloemetjes, honing of dieprood fruit, maar er zit er ook wel eens een fles tussen die smaakt naar asbak of die aroma’s van benzine heeft.

Als wijn-nerd maak ik tijdens de avonden natuurlijk aantekeningen – en noteer daarbij vooral de hilarische doch rake opmerkingen van m’n tafelpartners. Dus waarom niet onze bevindingen delen met jullie? Weet jij ook weer welke wijn je moet inslaan en welke je beter kunt laten staan.

O ja, DISCLAIMER: ik ben/we zijn geen professionele proevers. Kan dus gebeuren dat ik af en toe verkeerde termen gebruik in deze wijnblogs. Of een wijn heel ongebruikelijk omschrijf. We zijn aan het leren! Verbeter me gerust. ;-)

Wijnen langs de Rijn
Oké, maar die Rijn-wijnen dus. Vorige week organiseerden F en M editie XIX. M riep al langer dat we echt eens Nederlandse wijn (!) moesten proberen, en dus nam het duo ons mee op een avondje wijnproeven langs de Rijn. Nou ja, gewoon vanuit een Utrechtse keukentafel dan.

Onze opdracht was om de zes wijnen uit vijf wijngebieden – Elzas, Pfalz, Rheinhessen, Middenrijn en Nederland – te plaatsen in het juiste gebied. Ik moet zeggen, dat ging ons best redelijk af! Al had geloof ik niemand verwacht dat die laatste rode knaller in – of all places – Doetinchem was gemaakt…

Dit proefden we en dit vonden we ervan:

Wijn 1 – NEDERLAND: Betuws Wijndomein LingeParel rosé, 12 euro
(o.a. te koop bij Kwestie van Smaak in Utrecht)

Weinig geur. Smaak vrij zoet en vlak. “Ik heb het idee dat ik limonade aan het drinken ben.” Framboos, aardbei. Nasmaak van kers. Doet denken aan Fanta pomegrenade of cassis. “Prima in het park in de zon, wel wat eentonig. En voor dat geld heb je betere bubbels.”

Deze wijn is gemaakt van twee druiven: de Regent (1994) en de Cabernet Cartis (1982). Die laatste is dan weer een kruising van drie andere druiven. In Nederland wordt veel gebruikt gemaakt van zulke kruisingen – je moet wat, immers, om de druiven te laten gedijen in ons matige wijnklimaat…

Wijn 2 – NEDERLAND: Colonjes Knapse Witte, Groesbeek 2016, 13 euro
(o.a. te koop bij Nijmeegse wijnhandels)

Licht dierlijke aroma’s, maar weinig geur. De smaak heeft aanvankelijk iets weg van viognier, maar dat verdwijnt na een paar slokken. Kruidig, plantaardige smaak ook. “Het smaakt alsof je een kamerplant eet.” Hoog in de zuren. “Heeft bijna iets medicinaals”, aldus de apotheker in het gezelschap. “Alsof je op paracetamol zit te zuigen.” Dat mag allemaal niet zo lekker klinken; we waren best positief over deze wijn. Hij is lekker fris, goed voor een zomermiddag. “Nieuwe punten voor Nederlandse wijn”, noteerde ik namens de tafel.

Ook deze wijn is gemaakt van twee ‘gekruiste’ druiven: Helios (1973) en Riesel (1989). Die laatste is, zoals de naam al doet vermoeden, ontstaan vanuit de bekendere Riesling-druif, en is als het ware de ‘duurzamere versie’ daarvan. Riesel hoeft minder bespoten te worden en is daarmee een ‘praktische druif’.

Wijn 3 – RHEINHESSEN: Pfannebecker Weissburgunder 2017, 10 euro
(o.a. te koop bij Grape District)

Een biologische, veganistische wijn! (Huh, maar is dan niet alle wijn plantaardig, zeg je misschien? Nope, google maar ;-)). Mineralige geur. “De geur klopt niet met de smaak.” Want die is bloemig, met tropisch fruit en toast. Zacht, maar mét een prikkeltje! “De nasmaak is alsof je lemon merengue pie eet.” Ook gehoord: “van die Napoleonballen”. Wederom hoog in de zuren dus ;-) Maar ook perzik, kamille, hooi-achtig, vonden sommigen. Iemand vond deze wijn een ijzeren nasmaak hebben: “alsof je zo’n vork in je mond hebt die net niet helemaal lekker smaakt”. Boeiende wijn, in elk geval. Geen hout.

Zelf gaf ik deze wijn 3/5 sterren op Vivino.

Wijn 4 – ELZAS: Willm Riesling Réserve 2017, 10 euro
(o.a. te koop bij Grape District)

Héle strakdroge Riesling uit de Elzas. Mineralige aroma’s! Wat voor mineraal? Petroleum, rubber, latexgeur, noteerde ik, kijkend naar mijn wijn-aromawiel. Hij komt wel binnen, deze Willem. “Ik weet nog niet of ik hem lekker vind, maar hij is wel curieus”, aldus één van de aanwezigen. Een ander moest aan kaasfondue denken – Emmentaler! Na een hap kaas smaakte Willm overigens veel beter, daar waren we het over eens. “Die benzinelucht gaat er dan een beetje af.”

En o ja, het etiket vonden we unaniem ‘knullig’. Voor één clublid was dat zelfs reden om Willm voortaan links te laten liggen.

Wijn 5 – RHEINHESSEN: Becker Landgraf J2 Spätburgunder – Sankt Laurent 2014, 10,50 euro
(o.a. te koop bij Kwestie van Smaak in Utrecht)

Ja, en tóen gingen we los hoor. Wauw. Hallelujah. Voor het eerst die avond zag ik iedereen écht enthousiast slurpen. Tja, een goede spätburgunder (pinot noir) uit de Elzas is natuurlijk ook geen partij voor die Hollandse witjes. Toch, toen ‘ie werd ingeschonken had niemand aan de onschuldig dieproze kleur verwacht dat we hier met Serieus Lekkere Wijn te maken hadden. Oogde alsof het naar rood fruit ging ruiken, maar het tegendeel bleek waar. In de woorden van B: “Ik had een rood huppelig wijntje verwacht, maar dat is het helemaal niet.”

Koffiegeur, aards! Bij het proeven: “mmmm, karamel”. “Misschien wel de lekkerste rode die ik ooit dronk.” Toch ook rood fruit in de mond, “geen 3000 kilo tannines”. “Deze wijn zou briljant zijn bij vijgen.” Eindconclusie: “nee, dit had ik echt niet aan zien komen.”

Interessante vraag: (hoe) had dit toch nog relatief zachte rood zich staande gehouden naast een serie rode knallers? Of vonden we ‘m vooral lekker omdat ‘ie zo’n contrast vormde met het voorgaande?

Wijn 6 – NEDERLAND: Duetinghem 838 Pinotin/Cabertin, Doetinchem 2015, 15,95 euro
(o.a. te koop bij Hinkelman in Utrecht)

Robijnrode kleur. Ruikt aards en muffig, maar ook naar chocola. “Natte kelder- of aardelucht.” Smaakt naar tabak – wel op de lekkere manier dan, vinden de meesten (ik was er zelf niet zo van). “Alsof je een pakje shag opentrekt.” Beetje rood en zwart fruit in de mond – kers, braam. Wat hout.

Deze Achterhoekse wijn is een combinatie van wederom gekruiste druiven: Pinotine en Cabertine. Hoewel de spätburgunder dé verrassing van de avond was, had niemand zien aankomen dat deze laatste wijn uit Nederland afkomstig was. Whut?, was de reactie. Vooruit, een briljánte wijn vond ik het niet, maar het was zeker een prima glas dus de stelling dat Nederlandse wijn per definitie weinig soeps is, gaat niet meer op. “Doeti’m nog maar een beetje.”

DE WINNAAR: ja, dat was nogal duidelijk. Het zwijmelen begon pas écht deze avond toen het rood op tafel kwam. O spätburgunder, wat was je heerlijk. Zullen we nog eens?

EN LAAT DEZE MAAR ZITTEN: sorry, LingeParel. Leuk geprobeerd, zo’n Nederlandse bubbel, maar je redt het écht niet bij je mediterrane soortgenoten.

OOK LEUK OM TE WETEN: de Rijn ontspringt in Zwitserland en daar maken ze óók wijn. Hele goeie zelfs! Alleen..ze exporteren het nauwelijks. Slechts 1 procent, om precies te zijn. Dus hoewel F en M ons graag een Zwitserse wijn hadden laten proeven, is het hier gewoon niet te krijgen.

Laat een reactie achter

Verbeelding

Vanmorgen las ik Femke Halsema’s boekje ‘Macht en verbeelding’ uit, dat ik voor mijn verjaardag had gekregen van mijn goede vriend J. Het boekje is eigenlijk een essay, dat Halsema schreef voor de Maand van de Filosofie in maart dit jaar. In rake observaties laat ze zien hoe de Nederlandse politiek vanaf de jaren tachtig “technocratisch en repressief” is geworden. “Aan de hand van werk van filosofen als Richard Rorty en Hannah Arendt pleit ze vurig voor een terugkeer van idealisme, verbeelding en hoop”, valt te lezen op de achterflap.

Interessante materie, en Halsema kan sowieso boeiend schrijven. Maar één passage, op bijna de laatste bladzijde, raakte me in het bijzonder:

Er zijn (…) problemen die enkel door de verbeeldingskracht in te roepen, door een andere samenleving te schetsen, kunnen worden ontleed en misschien wel worden opgelost. (…) Het vergt verbeelding en creativiteit om het onderwijs en de gezondheidszorg te bevrijden van het controlefetisjisme van semipublieke managers en bestuurders en het opnieuw, kleinschaliger en eenvoudiger, te organiseren. En voordat de regels voor de landbouw, de energievoorziening, de ruimtelijke ordening of het openbaar vervoer weer eens worden aangepast, zou eerst een toekomstbeeld van onze stedelijke samenleving moeten worden ontwikkeld.

Halsema zegt dus: we kunnen niet zonder verbeelding en creativiteit. Door alles te rationaliseren, te willen controleren, sla je het dood. Je verliest de idealen, de hoop, de helikopterview, het (diepere) waarom. Misschien zelfs wel – dit is mijn toevoeging – de levensenergie, de drive.

Dat gaat niet alleen op voor de samenleving, realiseerde ik me. Het geldt evengoed op persoonlijk niveau. Ik merk het als ik bijvoorbeeld loop te piekeren over mijn relatie, als een vriendschap even wat stroef loopt of als ik een paar moeizame dagen heb op mijn werk. Op een gegeven moment helpt het niet meer, om heel analytisch, technisch en ‘rationeel’ te proberen het probleem te ontleden en de mogelijke oplossingsrichtingen stapsgewijs na te gaan. Je praat en denkt jezelf – en elkaar – vast.

Wat wél helpt, is een paar stappen achteruit doen. Wat zouden we samen willen? Waar willen we heen? En hoe zie ik mezelf daarin? Waar gaat mijn hart sneller van kloppen?

Stoppen met nadenken. Voelen, visualiseren. Je verbeeldingskracht gebruiken.

Ik moet denken aan een verhaal dat B’s vader een keer vertelde. Je moet weten dat B’s ouders – net als mijn moeder overigens – best eco-hippies zijn. Zonnepanelen op het dak, dat is dus een logische keus, vond zijn moeder al jaren. Zijn vader was er minder enthousiast over en dat zorgde voor de nodige discussies. Tot vader op een gegeven moment bedacht: wat wil ik nu eigenlijk? Ik wil met mijn vrouw samenzijn, en in harmonie met haar leven. Dat wil ik liever, dan dat ik géén zonnepanelen wil. En vanaf het moment dat hij die langetermijnwens visualiseerde, kon hij het loslaten. Hij wist nu wat hij echt belangrijk vond. De strijd over de zonnepanelen was voorbij.

Verbeelding, creativiteit, fantasie en spel – ze zijn belangrijker dan we met z’n allen denken. Ze vervullen ons, geven betekenis. Ja. Zo, en dan ga ik nu maar weer eens een stukje pianospelen.

Laat een reactie achter

Hello, it’s me

Dus ik deelde voor het eerst een filmpje op Instagram, deze week. Een filmpje met mijn hoofd erop, welteverstaan. Echt veel had ik nog niet te vertellen, maar ineens dacht ik: misschien is dit goed. Leerzaam. Jezelf filmen terwijl je een beetje over dingen loopt te kletsen kun je immers zien als bewijs van hoe egocentrisch en individualistisch onze cultuur is geworden – je kunt het ook zien als er durven zijn.

En er durven zijn, dat is nog wel eens een dingetje bij mij. O, ik kan steeds beter spreken voor groepen (leve vier-presentaties-per-week-geven op m’n werk, de laatste tijd!), voel me minder vaak de awkward weirdo als ik met m’n huisgenootjes of vrienden van B ben, en kan – afhankelijk van mijn bui – best zelfverzekerd zijn over sommige dingen die ik doe en ben.

Ik kan schrijven. Ik kan hardlopen. Ik heb een gezond, sterk en mooi lichaam. Ik weet een beetje over wijn. Ik kan redelijk koken. Ik ben goed in dingen organiseren en mensen met elkaar verbinden. Ik ben goed in enorm genieten van dingen, zoals lekker eten of goede muziek. Ik onthoud datums heel precies (meestal totaal niet nuttig, soms wel leuk). Ik houd van progressieve rock. Ik word vaak blij van moderne kunst. Ik vind het belangrijk om open te zijn over wat er gebeurt in mijn leven – de leuke en de minder leuke dingen. Ik houd er enorm van als andere mensen dan ook doen, en je dan samen hele mooie pure gesprekken kunt voeren. Ik ben aan het leren om ruimte te geven aan mijn kwetsbaarheid. Ik ben best snel in leren pianospelen. Ik ben sowieso best snel in nieuwe dingen oppakken. Ik heb altijd weer nieuwe uitdagingen nodig, maar evengoed ruimte om bij te komen. Als ik iets wil, geef ik niet gauw op. Ik ben best leuk om een avond wijn mee te drinken. Soms kan ik enorm losgaan op de dansvloer.

(Tip: maak ook eens een lijstje van dingen die je kan en bent, en waar je blij mee bent. Doet je goed.) (En vraag het ook eens aan anderen: waar vind jij dat ik goed in ben?)

Maar er zijn, er staan, dat is wat anders. Daar bedoel ik mee: helemaal oké zijn met wie je bent. Met wat leuk aan je is, en ook met wat stom of onhandig of niet zo leuk aan je is. Er ook nog oké mee zijn, als andere mensen iets van jou niet oké vinden.

En ja, als je dan jezelf gaat filmen terwijl je verhaaltjes vertelt en meer dan 100 mensen kijken dat, dan ga je er wel staan. Dat is ook een beetje vragen om mensen-die-daar-iets-van-vinden, misschien. Tegelijkertijd denk ik: ga er maar staan, Susie. Vanavond in de sportschool, toen ik als afsluiting 20 minuutjes aan het fietsen was, keek ik wat video’s op YouTube. Al die mensen die daar hele verhalen houden over van alles en nog wat, die doen dat ook gewoon. Bij hen staat ook niet op hun voorhoofd WAT BEN IK EIGENLIJK AAN HET DOEN EN KAN IK DIT WEL, WIE BEN IK EIGENLIJK OM DIT TE ZEGGEN EN TE VINDEN.

Die mensen doen gewoon. Gáán.

Als ik hardloop doe ik ook gewoon. Als ik in m’n eentje thuis piano zit te spelen, doe ik gewoon. Als ik schrijf in mijn dagboek, doe ik gewoon. En als ik na een halve fles wijn een intens gesprek met iemand voer, doe ik gewoon. Op die momenten ben ik niet (of nauwelijks) meer bezig met of wat ik doe wel goed is. Of iemand me gaat bekritiseren. Of ik het anders of beter zou moeten doen.

Ik gun mezelf meer van die momenten. Ik gun het mezelf dat als ik over een tijdje weer zo’n presentatie geef op m’n werk, ik daar gewoon ga staan – niet onzeker en ook niet met een opgepoetst ego, maar gewoon, zo van: hoi, ik ben Susie, en ik kom hier even iets vertellen.

2 reacties