Skip to content

Maand: maart 2018

Dinsdag

Ik heb het idee dat ik de laatste tijd niet zo scherp ben. Dat ik de vinger niet precies kan leggen op de dingen die in me gebeuren; dat ik ze beter, nauwkeuriger wil opschrijven hier. Misschien ben ik (weer eens) te hard voor mezelf, hoor, en misschien gebeuren er onder de oppervlakte in m’n hoofd juist allerlei dingen – verschuivingen, inzichten, genezingen, groei – en moet het gewoon allemaal nog een beetje landen.

Want intussen zit ik totaal niet stil. Werk is druk, leuk en (soms net iets te) vol dingen die nét wat uit m’n comfort zone zijn. Leerzaam, dus. Verder lees ik boeken, zie ik vrienden, ga ik naar yoga, loop ik hard… kortom, het is nog vaak lastig om aan m’n prioriteit “zachtheid en ruimte maken, leegte laten” te voldoen.

Goed, in het kader van ‘scherpte terugvinden’, hier zomaar wat dingen die ik de laatste tijd denk en doe:

  • B is deze week op wintersport met z’n vrienden, dus ik heb de stad voor mezelf ;) en dat is best interessant om eens mee te maken, maar ook een beetje leeg.
  • Nog steeds erg blij met m’n wekelijkse therapie-uurtje. Laatste nuttige inzicht: ik heb een soort cirkeltje van grip willen hebben op dingen > hoge eisen stellen aan mezelf (want dat voelt lekker veilig en absoluut) > agenda volplannen (sociaal/sport/werk/klusjes) > daar (over)vermoeid van raken > grip verliezen > meer grip nodig > meer eisen stellen.
  • Ik kan dat cirkeltje doorbreken door meer liefde en zachtheid te tonen naar mezelf. Hoe? Simpelweg door ruimte te maken. Mezelf ruimte te gunnen er gewoon te zijn. (Onder dat cirkeltje zit overigens een basis-overtuiging, ‘het is nooit goed‘, waar ik natuurlijk ook mee aan de slag moet.)
  • Wat liefde betreft, ik las onlangs (in Levenslessen van Elisabeth Kubler-Ross, sowieso een aanrader, geschreven na decennia aan psychologisch onderzoek en interviews met mensen aan het eind van hun leven) over wat liefde dan precies is. Dit bleef hangen: liefde is er zijn. De auteur schrijft over iemand die vaak de denkfout maakte dat ‘ie een ander gelukkig moet maken om liefde te tonen. (Ehm ja en dat is zacht uitgedrukt herkenbaar.) Maar wat vraag je van iemand, als je liefde wilt? Soms wil je helemaal niet iemand die jou blij of gelukkig maakt. Je wilt gewoon iemand die er is – die bij je is en blijft, een arm om je heen slaat. “Hier ben ik.”
    Dat vertaalde ik door naar: liefde voor jezelf hebben is ook tegen jezelf zeggen “hier ben ik”. Er zijn voor jezelf. Ik hoef mezelf niet altijd blij te maken, om liefde te tonen. Gewoon er zijn is genoeg.
  • Iets heel anders: wijnclub is zo leuk! Zaterdag deden we alweer de 14e editie, thema Nieuw-Zeeland dit keer. Ik organiseerde (samen met S),
  • Over wijn gesproken, grappig detail: een jaar geleden – toen ik regelmatig pogingen deed om geen alcohol meer te drinken, met wisselend succes – kon ik me niet voorstellen dat die ééns-in-de-zes-weken-wijnclub vrijwel het enige moment zou zijn waarop ik meer dan 1 glas drink (en sowieso: de enige avond in de week). Nu gaat dat compleet vanzelf, en zelfs zonder dat ik veel moeite moest doen om op dit punt te komen.
  • O ja en ik lees zo veel boeken en dat is zo lekker. Momenteel bezig in het hartverscheurende Tonio (A.F.Th. Van der Heijden) dat, hoewel goed geschreven, soms ook best worstelen is. Niettemin de moeite waard – ergens denk ik ook juist, die worsteling, die eindeloosheid, daarmee roept de auteur juist een vleugje van het gevoel op dat hij zelf ook moet hebben doorgemaakt in die eerste maanden na het overlijden van zijn zoon…
  • Het is niet zo’n goed idee om een boek te lezen over een verongelukte jongen in de week dat je vriendje op wintersport gaat – en dan tot ver in de volgende ochtend niets laat horen over z’n aankomst na een lange autorit door de Franse Alpen. (Note to self: blijkbaar is er nog niet overal in Europa goed internet of mobiel bereik. Don’t panic.)
  • Op De Correspondent deze week een interessant stuk over ambitie van vrouwen en wat dat betekent voor relaties. Het is in feite de start van een onderzoek, met lezersoproep, maar het eerste artikel (Van Tamar Stelling) is al de moeite waard. Leestip – alleen al voor die geweldige grafiek “Alle vrouwen winnen nipt van Peter”.
1 reactie

Grip

Zo belangrijk is het dus he, om die ruimte in mijn hoofd en agenda te bewaken. Om leegte te blijven toelaten. Want afgelopen week deed ik het niet (of te weinig), en hup, daar ging ik weer, ont-aard.

Vrijdag, mijn vrije dag, had ik in de ochtend eerst een fijne doch pittige Ashtanga-yogales. Daarna ging ik wijn kopen voor de wijnclub en gezellig lunchen met de liefste S. Meteen daarna had ik een thee-en-taart-afspraak met mijn nichtje. En direct daarna fietste ik, met een volle tas boodschappen, door naar B, waar ik kookte, we samen aten en een goed glas wijn dronken (Maria de Moya).

Ik had, kortom, 3 sociale afspraken achter elkaar – iets dat vroeger regelmatig voorkwam, maar ik tegenwoordig probeer te vermijden. En o ja, ik weet weer waarom – want woei, natuurlijk heel leuk en gezellig en fijn allemaal, maar m’n hoofd suisde ervan. Note to self: één sociale afspraak per dag, dat werkt gewoon veel beter. Kun je die goede gesprekken tenminste ook nog een beetje laten na-echo’en in je hoofd, in plaats van meteen door te rennen naar het volgende en dáár al je energie aan te geven.

En als dat het dan was, maar nee.

De volgende dag – zaterdag – hup, op tijd uit bed voor een dagje sauna in Brabant. Ja, natuurlijk erg chill en relaxed en ontspannen. Maar het was ook weer weg van huis – en daar was ik de rest van week sowieso ook al weinig geweest. Zaterdagavond rond 22 uur kroop ik wel in m’n eigen bedje, samen met B, maar de wekker ging wederom om 8 uur want om 12 uur stond ik aan de start van de Nijmeegse Stevensloop.

Nog meer leuke dingen! Collega’s, gezelligheid (en o ja een portie stress + paniekaanval doordat ik m’n sleutels niet kon vinden, trein miste), KOU en HARDE WIND tijdens de loop, desalniettemin lekker gerend en zelfs nog in 25:13 min over de 5km-fnish gekomen. Tevreden, warme soep, douchen bij collega’s, even met een boekje op de bank, daar ‘s avonds gezellig eten en een paar glazen lekkere wijn, spelletjes aan tafel (Phases, was tof!), nog even praten over Belangrijke Dingen en even na elven in bed.

Maandag. Naar een klant, trein reed niet, Greenwheels deed moeilijk, dus chaos en haast, uiteindelijk toch een goede ochtendsessie daar (en zo leuk dan om te merken dat je het heus niet alleen de hele tijd over werk hoeft te hebben, dat het tussendoor ook even kan gaan over wat belangrijk is in je leven, over dromen en keuzes, over bijdragen aan de wereld).

Dinsdag: nog vroeger dan normaal de trein in, werkdag vol dingen, naar huis, la dolce vita-lasagne maken met huisgenootjes – en toen dacht ik: nee, die bikram yoga-les is vanavond toch niet zo’n goed idee. Even over negenen kroop ik met m’n boek in bed.

Nou, denk je misschien als je dit allemaal leest, wat is dan nu eigenlijk het probleem Suusie? Prima leven toch? (Ik zie mezelf deze woorden typen en denk een beetje: zucht, stel je niet aan, het valt toch ook best mee.)

Ja! Prima leven! Blij! Leuke dingen! Voldoening! Waardering! Liefde!

En ook onrust. Ook moeite hebben mezelf te accepteren. Ook weer de neiging hebben om grip te krijgen op mijn lichaam (sporten-eten-slapen), om mijn agenda vol te plannen (hallo vrienden-die-ik-al-te-lang-niet-heb-gezien), ook het gevoel continu tekort te schieten, niet te voldoen.

Dat is het. Het sluipt erin. Geen wereldramp, maar weet je, ik zit nog zo vol in dit leerproces. Als ik echt wil veranderen – en met veranderen bedoel ik niet ‘perfecter worden’ maar vooral ‘minder last hebben van mijn valkuilen’ – moet ik er tijd voor blijven maken. Moet ik die leegte durven opzoeken. Moet ik niet even het trucje van yoga en zen en vrije tijd (echt vrije tijd) een paar weken doen, als ware het een crashdieet; moet ik (wil ik!) structureel iets veranderen in mijn leven.

“Als ik blijf doen wat ik altijd heb gedaan, blijft mij overkomen wat me altijd overkomt.”

Ik heb geen grip op de dingen, vertel ik mezelf vandaag.
Er is onrust. Er is chaos. Er is afkeer, angst, onzekerheid. En dat is oké.

Toelaten, schreef, Des laatst al heel mooi. Steeds maar toelaten. En zo land ik langzaam weer, zo aard ik.

Laat een reactie achter

Utrecht

Wat is het fijn, bedenk ik me de laatste dagen, om in de stad te wonen. Hoewel ik me aan de ene kant steeds beter kan voorstellen dat ik Utrecht over een paar jaar verruil voor een rustiger omgeving, geniet ik er op dit moment enorm van om hier mijn plekje te hebben.

Steeds meer nestel ik me ook in de omgeving; maak ik gebruik van de vele mogelijkheden die de grote stad biedt. Onbeperkt yogalessen op allerlei locaties (OneFit, je bent de hemel). Rondjes hardlopen om de Singel (deed ik natuurlijk al langer). Lekker, knapperig vers brood halen bij de Bakkerswinkel. Vaker boodschapjes doen bij een van de natuurwinkels in de buurt van mijn huis. In het weekend een goed flesje wijn halen bij het nieuwe wijnzaakje aan het Willem van Noortplein, even kletsen met de vriendelijke eigenaar. Naar de bibliotheek voor een nieuwe stapel leesvoer. Thee halen bij Simon Lévelt. Een introductiecursus zenboeddhisme volgen.

O, ik kan hier zo veel en dat voelt zo vrij.

Tegelijkertijd voel ik steeds vaker dat er niet zo veel hoeft. De dingen hierboven: het zijn in feite kleine dingen. Ging ik een jaar geleden nog het liefst elke dag uit eten en snakte ik naar Groots en Meeslepend leven, nu doe ik op zondag – vandaag – niets liever dan me in een dekentje hullen op de bank, met een goed boek en een pot Smokey Himalaya. Of dus even naar yoga. De Bakkerswinkel. Simon Lévelt. Of niets van dat alles – gewoon thuis, lang in bed liggen, hier zijn.

En met toenemende mate wil ik al deze dingen ook doen omdat ik denk: als niet nu, wanneer dan? Ik bedoel: van sommige dingen heb ik in mijn hoofd dat ik ze nog wel eens ga doen, ‘later als ik groot ben en weer in een echt eigen huis woon’. Een mooie keukenmachine kopen, bijvoorbeeld, zodat ik weer zelf notenpasta’s kan maken en allerlei spreads. Of pianoles nemen. Of dus op regelmatige basis naar yoga.

Maar weet je, hoe kazig het misschien ook klinkt, niemand heeft je ooit een later beloofd. En wie weet wat er straks, als ik (misschien) inderdaad niet meer op deze 16 m2 woon maar in een “grote mensen-huis”, allemaal tussen komt waardoor ik wéér niet doe wat ik eigenlijk wil.

Ik ga al die dingen dus maar gewoon doen. De dingen waarvan mijn hart denkt JA – waarvan mijn hoofd denkt ENG.

En terwijl ik al deze dingen zo doe, terwijl ik intussen steeds rustiger door de weken glijd (minder mensen, minder vluchtige contacten, minder verwachtingen van mezelf, minder doen, meer diepe vriendschap, meer tijd alleen, meer liefde en zachtheid), realiseer ik me dat ik in een ontzettende luxepositie zit. Hoe dankbaar ik daarvoor ben. Ja, echt, je leest er wel eens over maar ik geloof dat dit is hoe het voelt: dankbaarheid.

Dankbaar dat ik lieve, begripvolle en prachtige vrienden om me heen heb. Dankbaar dat veel van hen zo dichtbij wonen.
Dankbaar dat ik die fantastische, lieve B heb met wie ik samen mag groeien, die de zondagochtenden het allermooist maakt, die ook kwetsbaar durft te zijn bij mij en die me steeds weer nieuwe kanten van mezelf laat zien.
Dankbaar dat ik ouders en een broer heb die – hoewel soms op afstand – in mijn leven zijn en gezond zijn.
Dankbaar om die andere waardevolle mensen in mijn leven, soms dichtbij en soms ver weg, van en met wie ik mag leren, lachen en huilen.
Dankbaar om mijn droombaan (kan me werkelijk geen andere plek bedenken waar ik zou willen werken), en de mensen daar die me zo veel vertrouwen, kansen en waardering geven.
Dankbaar dat ik door die baan zulk lekker brood kan eten, zulke lekkere thee kan drinken, geld heb voor yogales.
Dankbaar vanwege mijn huisje, dit lichte fijne mini-plekje met uitzicht op de Dom, met fijne huisgenootjes, met mijn rode bankje, m’n grote nieuwe warme deken op het bed en m’n bad.
Dankbaar voor Utrecht, als stad.

Dankbaar, ten slotte, dat ik steeds meer leer om rustig en alleen te zijn. Dat het vaker lukt om niet boos te worden op mezelf als er dingen verkeerd (of niet volgens plan) gaan. Dat ik in therapie mag (laten we nu alsjeblieft eens ophouden met dat taboe op therapie en dat je alleen naar een psych gaat als je een complete brok ellende bent – want jee, wat goed en waardevol zijn die sessies, is dit traject, wat gaat het mijn toekomstige leven fijner maken – wat is het dat nu al aan het doen).

Dankbaar, ja, voor al deze dingen.

Tja. Dat krijg je dan dus he, als je ineens op zondag zo regelmatig alleen thuis zit op de bank. Als er ruimte komt in je leven. (Nee: als je ruimte maakt). Soms wordt die ruimte dan eerst gevuld met pijn. Later ook nog steeds, met vlagen. (Pijn, verdriet, schaamte, wrijving. Nee, natuurlijk zijn ze niet weg. Ze komen en gaan.)

Maar soms – en steeds vaker! – vult die ruimte van zo’n rustig weekend zich met iets anders. Dan zit je ineens half ontroerd om ‘niets’ op de bank te zuchten.
Vult je alles zich met puur geluk en dankbaarheid.

1 reactie