Feesboek

Ik zit dus al sinds 24 januari (de dag dat ik naar Maleisie vertrok) nauwelijks meer op Facebook. Dat is nu ruim een maand – iets dat niet is gebeurd sinds ik me in 2009 aanmeldde op het sociale netwerk.

Tijdens m’n vakantie heb ik helemaal niet meer op het platform gekeken. Nu ik weer thuis ben doe ik het af en toe (vooral voor m’n werk), maar ik probeer het zo veel mogelijk te vermijden. Stiekem ben ik een beetje bang dat ik in no-time weer word opgezogen in de Eindeloze Tijdlijn der Afleiding. Dat ik opnieuw verslaafd raak.

Het grappige – en eigenlijk belachelijke – is dat Facebook er werkelijk alles aan doet om mij binnen te houden. Toen ik vandaag na een aantal dagen offline weer eens inlogde, had ik maar liefst 20 (!) notificaties.

Nou, denk je, wat zit daar dan tussen?

Mijn moeder heeft haar status bijgewerkt.
Vage kennis 1 heeft een foto geplaatst. (Niet eens één van/met mij he! Gewoon, een foto.)
Vage kennis 2 heeft een foto geplaatst.
Mijn moeder heeft haar status weer bijgewerkt.
Vriendinnetje zegt dat ze samen met jou was bij restaurant X. Plaats nu een recensie over deze plaats!
De pagina ‘studio/appartement in Utrecht aangeboden’ heeft een oproep voor verkoop geplaatst.
Organisatie C heeft een evenement aangemaakt. Laat weten of je gaat.
Zeer vage Kennis 3 was in Hamburg.
Organisatie Y heeft het thema van Groep Z veranderd van “kopen en verkopen” in “reizen”.

Argh!!

Let wel: dit zijn dus niet eens de berichten in mijn tijdlijn zelf he. Want ook daar gooit Facebook al z’n charmes in de strijd. Door alle recente updates achter elkaar te plaatsen van de mensen die ik volgens het bedrijf het interessantst vind (en inderdaad, ik lees meteen wat leuke nieuwtjes en zie fijne foto’s). Door me artikelen aan te bieden die ik Vast Echt Wil Lezen. Door recente fotoseries van mijn vrienden te laten zien. En door zelfs “vriendschapsvoorstellen” te doen.

Voor de duidelijkheid: die laatste zijn géén vriendschapsverzoeken (waarbij mensen op mijn profiel hebben geklikt en gevraagd of we vrienden zullen worden), maar voorstellen van Facebook zélf, die waarschijnlijk vermoedt dat ik de betreffende mensen ken (dat is inderdaad zo, maar ik wil geen vrienden met hen worden – al was ik eerst hoogst verbaasd om de “voorstellen”, omdat ik dacht dat één van hen me inderdaad zelf had toegevoegd en dat leek me om allerlei redenen zeer sterk).

En zo zit ik in no-time weer een kwartier rond te klikken op Facebook.

Maar elke seconde dat het platform aan staat, bekruipt me zo’n ontzettende irritatie. Ik wil hier niet zijn. Ik wil geen tijd besteden aan de dingen die Facebook wil dat ik zie of lees. Ik wil geen minuten, uren, dagen van mijn leven laten wegslurpen door dit netwerk.

Dit zijn geen nieuwe gedachten. Ik wil al jaren minder tijd doorbrengen op sociale media. Maar dan was er altijd een stemmetje dat zei: “Maar je haalt er toch ook veel? Al die artikelen dan, die je dankzij Facebook leest? Al die inspiratie over vegan eten, over hardlopen, al die leuke en interessante mensen die hun verhalen en mijlpalen delen en die jou ook weer verder brengen? Dat moet je dan allemaal missen!”

Pas nu ik een maand (vrijwel) Facebookloos leef, ontdek ik wat een drogreden dat is.
Ik vertelde mezelf dat Facebook mijn leven ver-armde. Dat ik minder kennis, inspiratie en nieuwigheid zou tegenkomen.

Het tegendeel blijkt waar.

Ik heb veel meer tijd én veel meer rust in m’n hoofd. Doordat ik me niet steeds laat afleiden door sociale media, pak ik veel sneller een boek. Sterker nog: ik heb sinds 1 januari al 11 boeken (!) gelezen – waaronder Een klein leven (ruim 750 pagina’s) en De nieuwe achternaam (550 pagina’s).

En doordat ik niet tijdens de werkdag en in de trein al allerlei hap-snap-artikelen en stukjes lees die Facebook me opdringt, ontstaat vanzelf “lees-zin”. Honger naar nieuwe kennis. Kennis die ik zelf uitkies, niet de dingen die anderen mij digitaal voorschotelen.

In de leegte ontstaat ruimte. In de ruimte ontstaat inspiratie.
En dat is me zo veel waard, dat ik er inmiddels graag die paar mini-voordeeltjes van Facebook voor opgeef. O, ik houd m’n profiel wel hoor – het is nodig voor m’n werk en als ik ooit weer een huis moet vinden, is Facebook een geweldige plek. Maar intussen blijf ik er zo veel mogelijk weg.

 

PS. in dit blogje kun je de naam ‘Facebook’ ook vervangen door ‘Instagram’ of ‘Twitter’. Geldt hetzelfde voor.

PPS. ik ga ook niet/nauwelijks meer blogjes posten op Facebook. Wil je toch graag meteen weten als ik een nieuw blogje online plaats? Subscribe! Dat kan door bovenin de linkerbalk <<< je e-mailadres in te vullen.

Mindful

Het is zo fijn he, dat mediteren. Ik zit op de grond, benen recht voor me uit, ontspannen. Armen ook langs mijn lichaam, handen rustend op de vloer naast me, handpalmen naar boven. Een open houding, zou Edel Maex zeggen.

Ik doe de oefening ‘zittend mediteren’. Eerst concentreer ik een tijdje op mijn ademhaling. Als je merkt dat je afgedwaald bent; geen probleem, gewoon terug naar je ademhaling. Telkens weer terugkomen. Terugkomen, terugkomen. 

Daarna vraagt Edel me om mijn aandacht uit te breiden naar m’n hele lichaam. Doordrenk je hele lichaam met aandacht. Net als wanneer je in het water ligt, overspoel je jezelf nu helemaal met aandacht, zodat er geen plekje meer is dat geen aandacht krijgt. En omhul jezelf met die aandacht.

Dit is precies de reden dat deze zittende meditatie mijn lievelingsoefening is. Vaak voel ik me helemaal in mijn lichaam zakken als ik dit doe. Natuurlijk raak ik ook nog steeds afgeleid door gedachten – moet ik mezelf weer terug duwen naar die aandacht bij het hier en nu. Maar ik zak erin. Ik ben hier.

En dan, in de laatste minuten, vraagt Edel me om mijn aandacht helemaal open te stellen. (Overigens zegt Edel nooit dat ‘ie het van je vraagt, merkte B laatst scherp op. Hij nodigt je uit om iets te doen.) Maar goed, helemaal open dus. Stel je open voor alles dat zich aandient. In jezelf, in je omgeving, alles. Ga er niet in mee, duw het ook niet weg. Laat het gewoon zijn.

Als de oefening voorbij is, voel ik me tegelijkertijd helemaal hier en in mijn lichaam én als het ware een beetje erboven zweven. Mijn lijf voelt zwaar – maar dan op de positieve manier – en ontspannen, ik kijk naar het zonlicht dat in mijn kamer valt.

Ik ben hier.
Het is goed.

Project 333 – de eerste 2 weken

Op de dag dat ik terugkwam uit Maleisië pakte ik niet alleen mijn backpack uit. Nee, ik leegde mijn volledige kledingkast en maakte hem ‘Project 333-ready’. Dat wil zeggen dat ik 33 kledingstukken uitkoos (inclusief schoenen, jassen en sieraden!) waar ik de komende drie maanden mee doe. De rest van m’n kleding en schoenen – twee kratten en twee grote tassen vol – stopte ik weg achterin m’n berghok.

Waarom zou je zoiets doen? Het idee achter deze ‘minimalist fashion challenge’ is dat je leven er opgeruimder, eenvoudiger, lichter en gelukkiger van wordt. Duizenden mensen over de hele wereld hebben de afgelopen jaren Project 333 gedaan – of doen het nog steeds. Lees hier meer over het initiatief.

Waarom mij dit zo aanspreekt:

  1. Sinds ik op 16m2 woon, ben ik sowieso veel bezig met spullen wegdoen, minder bezittingen hebben en nadenken over of al dat kopen me nu echt zo blij maakt(e).
  2. Nu ik al bijna twee jaar een vaste baan (en dito salaris) heb, was de gewoonte er een beetje in geslopen om m’n kledingkast al maar uit te breiden met nieuwe, toffe items. Onlangs nog moest ik (weer) een setje nieuwe kleerhangers halen omdat ‘t niet paste.
  3. Als ik heel eerlijk was, droeg ik een groot deel van m’n kast nauwelijks. Broeken die niet lekker (meer) zaten, truitjes die het eigenlijk net niet waren… Ik droeg trouwens wél meer dan 33 items, hoor.
  4. Het fijne van een grote kledingkast was dat ik rustig 2-3 weken niet kon wassen, zonder daar echt last van te hebben. Het nadeel was dan wel weer dat ik soms gigantische bergen was liep te doen.
  5. Ik was benieuwd welke keuzes ik zou maken voor de 33 items en of ik echt het gevoel zou krijgen dat ik “niets heb om aan te trekken”. Mensen die Project 333 doen, zeggen dat het tegendeel waar is; het valt andere mensen ook totaal niet op, zeggen ze.
  6. Sterker nog; deelnemers krijgen juist complimenten over hun kledingstijl. Logisch ook, want als je maar 33 items hebt denk je goed na welke dat zijn en ga je er wel voor zorgen dat je daar – qua kleur en stijl – zo veel mogelijk verschillende combinaties mee kunt maken.
  7. Ik speelde al een tijdje met de gedachte om een aantal maanden gewoon geen nieuwe kleding te kopen. Project 333 maakt dit een stuk makkelijker.
  8. Een lange-termijndoel van me is om steeds meer duurzame kleding te kopen. Dat doe ik nu nog helemaal niet; als Project 333 een succes is, ga ik *als het goed is* sowieso meer nadenken over nieuwe dingen die ik aanschaf. Dus dan kan ik ook de moeite gaan doen om op zoek te gaan naar die eco-friendly spijkerbroek of dat jasje-zonder-kinderarbeid.

Dus ik ging van start! Eerst mestte ik m’n kast dus uit; van tevoren had ik al een lijst gemaakt met 33 items. In de uiteindelijke selectie veranderde ik daar nog een beetje aan. Sokken en ondergoed tellen niet mee en omdat ik een koukleum ben, besloot ik dat zwarte & witte hemdjes daar ook bij horen. Die heb ik namelijk, zeker in de winter, standaard onder m’n kleding en anders zit je met alleen die hemdjes en t-shirts al op zo’n 15 items. Sport- en chillkleding is ook uitgezonderd.

Voor de geïnteresseerde, dit is mijn Project 333-lijst voor 9 februari t/m 9 mei:

  1. Warme winterjas uit Zweden (zwart)
  2. Tussen-jas (grijs)
    *
  3. Donkerblauwe jeans
  4. Zwarte hoge skinny jeans
  5. Blauwe jeans
  6. Lichtblauwe skinny jeans
    *
  7. Zwart t-shirt
  8. Lichtgrijs t-shirt
  9. Donkerblauw t-shirt
  10. Wit t-shirt
  11. Gebroken wit t-shirt
  12. Wit-blauw gestreept t-shit met v-hals
  13. Donkerblauw met witte stippen-shirtje met knoopjes
    *
  14. Zwart-roze hemdje met bloemetjes
  15. Lichtblauw hemdje met kraaltjes-kraag
    *
  16. Lichtblauwe blouse
  17. Blouse van donkerblauwe spijkerstof
  18. Donkerblauwe trui met kasjmier
  19. Shirt met lange mouwen, donkerblauw met witte strepen
  20. Roze trui met halflange mouwen
  21. Lichtblauw/grijze wollen warme trui
  22. Lichte asymmetrische trui met knoopjes
  23. Zwart net jasje met knoopjes
  24. Zwart halflang open vestje
    *
  25. Strak jurkje met donkergrijze print
  26. Bruine warme winterlaarzen
  27. Zwarte wedge sneakers met zilverkleurige rand
  28. Donkerblauwe schoenen met lichte veters en witte zool
  29. Ballerina’s
    *
  30. Oorbellen 1: zilveren ringetjes
  31. Oorbellen 2: blauwe hangertjes
  32. Oorbellen 3: wit met rode kraaltjes
  33. Ray Ban-zonnebril

Zo! Da’s toch eigenlijk nog best wel een lijst, he? Ik moet zeggen, er waren echt wel een stuk of zeven, acht kledingstukken waar ik enorm over heb getwijfeld en er zitten dus zeker een paar dingen in m’n berging weggestopt waarvan ik er naar uitkijk om ze straks weer te hebben. Maar da’s juist tof, want dan ben ik er over 2,5 maand weer écht blij mee, alsof ‘t iets nieuws is.

Ook merk ik dat er veel zwart/wit/donkerblauw in m’n kast hangt; interessant om eens verder na te denken over of dat inderdaad mijn “beste kleuren” zijn om te dragen (of misschien juist niet!). Zo’n capsule wardrobe – zoals Project 333 ook wel wordt genoemd – maakt in elk geval dat je wat meer gaat kijken naar het kleurenpalet in je kast en de stoffen die je draagt. Het is fijn als dat allemaal op elkaar afgestemd is. Ik merk nu bijvoorbeeld dat ik die spijkerstof blouse alléén maar kan dragen in combinatie met m’n zwarte broek, en dat is combinatie-technisch helemaal niet efficiënt. Maar goed, al doende leert men.

Ik ben trouwens ook benieuwd in hoeverre deze 33 stukken versleten zijn als ik ze 3 maanden veel heb gedragen… en welke stukken ik over 3 maanden ga uitkiezen voor de zomerperiode. Want één ding weet ik wel: dit voelt nu al heel erg fijn om te doen. Rustiger, inderdaad, gebalanceerder. Leuk.

 

Maleisië – al mijn tips om lekker te eten, te slapen en toffe dingen te doen

Ga je binnenkort toevallig naar Maleisië? Nou, da’s handig, want ik kom er net vandaan. En ik testte een boel leuke plekken uit om te eten en te slapen. En wat leuke dingen om te doen.

Hier m’n aanraders:

Kuala Lumpur

  • SLAPEN: heb je na een lange vlucht zin om je even in een superluxe kingsize bed te laten vallen, onder de regendouche te staan of te genieten van de stad vanuit een infinity pool? (JA, dat heb je.) En dat alles zonder de – westerse – hoofdprijs te betalen? Ga dan naar Fraser Place. Dit ‘hotel’ met studio’s en appartementen was een heerlijke plek om van de jetlag af te komen. Voor 80 euro per nacht (incl. uitgebreid ontbijt) hadden B en ik zo’n beetje de meest luxe kamer waar we ooit in hebben geslapen.
  • ETEN: heerlijke sushi haal je bij Senya, dat – niet geheel toevallig – om de hoek zit van Fraser Place. Je bestelt op een tablet en kunt je voor 15-20 euro helemaal volvreten (afhankelijk van hoeveel honger je hebt). Ook leuk om te zitten, want je zit half buiten op een soort overdekt terras, met de levendigheid van KL om je heen.
  • COCKTAILS: voor een supergave ervaring ga je naar de Heli Lounge Bar, een cocktailbar op de 34e verdieping van een wolkenkrabber, mét helikopterplatform waar je van je Cosmopolitan kunt nippen. Helaas heb ik dat laatste niet gedaan – toen wij er waren, was het platform nog dicht – maar ook binnen is het gaaf om te genieten van het uitzicht. Cocktails wel duurder dan op andere plekken (6-7 euro) maar is de ervaring waard.
  • DOEN: vergeet die Petronas Towers, ga naar de KL Tower. Deze is net wat minder hoog en shiny, maar heeft beter uitzicht op de stad (én op de Petronas Towers, natuurlijk). En ze hebben een skybox waar je in kunt gaan staan – een glazen vloer op 300 meter hoogte, holy shit.

Melaka

  • SLAPEN: waar je moet gaan slapen weet ik niet, maar het Discovery Hostel kan ik afraden. Oké, het is goedkoop (17 euro met z’n tweetjes voor 2 nachten) maar we sliepen op een slecht bed met nauwelijks dekens, brullende airco en veel licht in de kamer. Nee, dat was jammer.
  • ETEN #1: Oh em gee, de double cheese garlic naan bij Pak Putra was echt fantastisch. Net als de kip tandoori (nee, ik was niet altijd een brave vega in Maleisië, maar sommige dingen moet je gewoon proberen in het leven).
  • ETEN #2: Heb je het even gehad met dat Aziatische voedsel, bestel dan een lekker broodje/tosti/taartje/sapje/yoghurt-met-fruit-bak bij Limau-Limau Café. Fijn goed gezond comfort food.

Cameron Highlands

  • SLAPEN: het Father’s Guesthouse (in Tanah Rata) is heerlijk! Aardige mensen, schone kamers, prima bedden en goed geprijsd (ca. 20 euro per nacht voor een privékamer met eigen badkamer). Je kunt er ook scooters huren en ze hebben tips voor jungle trails die je kunt hiken.
  • ETEN #1: bij Barracks Café hebben ze goeie curry’s – die als je dat wilt zelfs in een bol brood worden geserveerd – en dito lassi en carrot cake.
  • ETEN #2: zin in Japans slash Koreaans, ga dan naar KouGen. Dit tentje wordt gerund door een echtpaar en is echt zo typisch Aziatisch. In de zin dat de opzet ervan nooit door onze voedsel- en warenautoriteit zou worden toegestaan, én in de zin dat je fantastisch eten krijgt voor een zeer schappelijke prijs.
  • DOEN: ben je niet in je eentje en houd je wel van een stevige wandeling door de jungle, loop dan vanaf Tanah Rata Trail 10 naar de top van een van de bergen in de omgeving, en pak dan Trail 6 naar beneden het dal in, de Cameron Valley. Adembenemende theeplantages en een gave onderneming. Je kunt vanaf het theehuis in Cameron Valley een taxi terug nemen.

George Town

  • SLAPEN: het Eton Hotel zou ik je niet perse aanraden (best een stuk lopen uit het centrum), maar het was er wel schoon en ze hadden prima king size bedden en een badkamer met regendouche voor 35 euro per nacht.
  • ETEN #1: zei ik al iets over goede kip tandoori? Nou, bij The Captain hebben ze echt de allerbeste kip tandoori – voor ongeveer 3 euro heb je een knalrood en smakelijk exemplaar mét garlic naan. Ook lekkere bloemkoolcurry (die kreeg ik toen ik vroeg welk groente-gerecht het lekkerst was).
  • ETEN #2: tja, George Town is niet voor niets de food capital van Maleisië… bij het food court Red Garden heb je ruime keus uit voedsel uit elke hoek van Azië. Bij het Thaise tentje waren de pad thai en de papaya-salade heerlijk.
  • ETEN #3: blijkbaar had een of andere Chinees zin om Duits brood te gaan maken. George Town heeft dus zelfs een heuse ‘zuurdesembakkerij’ waar je erg goed westers kunt ontbijten en zelfs volkorenbrood kunt scoren (een zeldzaamheid in Azië). Zoek naar Yin’s Sourdough Bakery.
  • DOEN: Street art bekijken. De stad zit er vol mee. Is leuk. (Tip: zoek de street art op via offlinekaarten-app MAPS.ME – die app is sowieso dé must-have voor elke reiziger.)

Langkawi

  • SLAPEN: wil je je eigen bungalow pal aan het tropische strand, maar heb je geen zin om daarvoor de hoofdprijs te betalen? En kun je ermee leven dat je kamer dan niet super-ultra-luxe is? Dan is het Malibest Resort de plek voor jou. Vijf ochtenden lang kon ik wakker worden en met een blik uit het raam het witte strand, de turkooisblauwe zee en de knalgroene palmbomen zien. Wat een luxe! En dat voor omgerekend 17,50 euro per nacht (wij hadden de ‘deluxe brick cabin’ – verwacht geen grote luxe, dan ben je prima tevreden – het is schoon, het bed is comfortabel genoeg en je hebt een eigen koelkastje in je kamer).
  • ETEN #1: bij het Koreaanse Haroo – net buiten Pantai Tengah – hadden B en ik de avond van ons leven. Dat kwam vooral door de te gekke ober, maar ook door het heerlijke voedsel en de relaxte, rustige sfeer, een beetje weg van alle drukke toeristen-ellende. Jammie en fijn.
  • ETEN #2: zin in een romantisch diner aan zee? Bij The Cliff kan het. Half in de open lucht, golven op de achtergrond, jazzy muziekje erbij, cocktail in je hand, goed voedsel…vooruit, je betaalt wat meer (80 euro, maar ja dat ben je bij een “gewone” avond uit eten in Utrecht ook in no-time kwijt) maar wat een gave ervaring. Tip: ga voor de chef specials en neem een glas Japanse whiskey als dessert.
  • ETEN #3: The Kasbah is een geweldige hippie-plek net buiten Pantai Cenang. Loop de zandweg helemaal af (geef niet op!) en je komt bij deze grote ‘boerderij’ half in de open lucht. Incl. plateau met kussens om op te zitten, metalen/bamboe-rietjes (want geen plastic), mensen op blote voeten en een rasta-dude achter de bar.
  • DOEN: huur een scooter. Kost je 7 euro per dag en geeft zó veel vrijheid. Op je scootertje over het eiland crossen was echt een van de fijnste dingen om te doen op Langkawi. Bovendien kun je dan naar het schitterende strand van Pantai Kok, waar nauwelijks een kip te bekennen is en dat nog 100 keer zo mooi is als de (ook al erg mooie) stranden van Pantai Cenang en -Tengah.
  • OOK ZEKER DOEN: de waterval bij Telaga Tujuh! Echt, als je één ding doet op Langkawi… schitterende waterval met heerlijke plekjes om te dobberen in het water (perfecte temperatuur) en uren te chillen. Bij één van de tentjes beneden bij de ingang verkopen ze heerlijke gekoelde verse kokosnoten.
  • ABSOLUUT NIET DOEN: een snorkeltrip maken. Tenzij je het leuk vindt om 5 uur lang zeeziek in een propvolle ferry/bus door te brengen samen met 200 Chinezen. En je te bezeren aan vrijwel afgestorven koraal, waar hier en daar een paar vissen zwemmen. En nauwelijks te eten behalve wat lauwe frietjes en rijst. En daar 70 euro per persoon voor te betalen.
  • MAAR WEL ECHT DOEN: de SkyCab, een mega-hoge kabelbaan die je helemaal nat de top van een berg brengt. Heb ik helaas niet gedaan, snik snik, vanwege tijdgebrek…eeuwig jammer want volgens mij heb je echt schitterend uitzicht over het eiland. EN ER IS EEN SKY BRIDGE. Sjit, ik moet dus gewoon terug naar Langkawi.

Een beetje is ook oké

Wie me kent, weet dat ik altijd van de Grootste Plannen ben – vooral op het gebied van persoonlijke groei (lees: zelfverbetering). En in dit tijdperk van ‘challenges’ , al dan niet online en samen met anderen, is het erg verleidelijk om daar lekker in op te gaan.

Dertig dagen lang elke dag sporten.
Een maand vegan eten.
Dertig dagen bikram yoga – of nee, honderd!
Elke dag bloggen.
Dagelijks vijf minuten planken.
Drie dagen juice fasten.
Veertig dagen zonder alcohol.
Alleen nog maar biologisch eten.
Vijftig boeken lezen in een jaar.
Elke ochtend beginnen met een meditatie-oefening.

O, je kunt het hele jaar lang challengen als je wilt. Maar ja he, denk ik steeds vaker: waarom eigenlijk? Ja, om ergens ‘beter’ in te worden – vanuit de gedachte dat je een nieuwe gewoonte aanleert als je jezelf er een paar weken gedisciplineerd toe zet. Maar is dat wel de juiste manier? Waarom dwing ik mezelf tot al die dingen, wordt mijn dagelijks leven daar echt fijner dan?

Nee, besef ik steeds sterker. Rigoreuze plannen werken helemaal niet voor mij. Ja, oké, misschien houd ik die maand vegan eten wel vol (vaak ook niet trouwens, hoor, meestal ben ik er na vier dagen wel klaar mee). Maar het kost ontzettend veel kracht en energie – energie die ik eigenlijk veel liever in andere dingen steek. Leren ontspannen. Boeken lezen. Muziek luisteren. Er zijn voor mijn liefsten.

Is het dan hopeloos en overtrokken om überhaupt doelen te stellen? Kan ik dan helemaal niet mijn gewoonten veranderen? O, jawel hoor. Ik merk alleen dat het veel beter gaat als ik dat rustig doe, met baby-stapjes (!) en vol mildheid naar mezelf. Als ik bij de intenties blijf die ik diep vanbinnen voel en daar (meestal) naar handel. Als ik er geen punt van maak om die dingen niet honderd procent te doen. Als ik gewoon tevreden ben met 70 of 80 procent – en niet stilsta bij een uitzondering, maar daarna gewoon doorga met m’n leven.

Geen haast, geen oordeel.

Een tijdje geleden realiseerde ik me dat er een aantal dingen zijn die ik nu al jaren ‘wil’ qua leefstijl, maar die nooit 100 procent ‘lukken’ zoals ik ze in m’n hoofd had.

Vegetarisch en biologisch eten.
Regelmatig naar yoga.
Hardlopen.
Weinig alcohol drinken, maar wel zo nu en dan genieten van een goed glas wijn.
Boeken lezen.

Ineens zag ik dat juist de druk die ik op al die dingen legde, de eisen die ik stelde aan mezelf (eisen die altijd nóg hoger werden als ik m’n doel had behaald!), er juist voor zorgde dat het niet “lukte”. De spanning maakte dat ik faalde. Dat ik dacht “laat ook maar”.

Nu probeer ik niet meer te denken in termen van goed en fout. Nu probeer ik niet meer van mezelf te eisen dat ik alles altijd de hele tijd doe op de manier die ik me had voorgenomen. Niet meer boos op mezelf te worden als ik een keer een biefstuk eet, me niet mislukt te voelen als ik een week niet hardloop of een yogales oversla omdat ik moe ben.

Het gaat om de intentie, zeg ik nu tegen mezelf. En vooral: het gaat om de langetermijntrend. Ga ik meestal naar yoga? Loop ik meestal in het weekend een stuk hard? Doe ik regelmatig – en niet perse altijd – een mindfulnessoefening in de trein? Eet ik meestal vegetarisch?

Dan is het oké. Goed genoeg.
(Als ik het niet doe, is het trouwens ook oké. Dan moet ik me alleen misschien afvraag of m’n intenties wel kloppen met wie ik ben, of dat ze vooral een afspiegeling zijn van wie ik vind dat ik moet zijn.)

Want weet je, als je naar de lange termijn kijkt, maakt dat ene dagje of weekje minder helemaal niets uit. In twee jaar tijd 70% van de weken 1x naar yoga gaan is nog altijd meer (en prettiger!) dan 30 dagen achter elkaar gaan en de rest van het jaar niet omdat ik het niet meer kan opbrengen. Een jaar lang 2 keer per week genieten van een glas wijn is nog altijd minder dan 40 dagen alcoholvrij en daarna weer elke dag 3 glazen bij het diner.

Langzame, gestage verandering is misschien niet iets dat hip en sexy is te vatten in een challenge. Het is zelfs nauwelijks iets waar je in één blogje de juiste woorden voor kan vinden, merk ik nu ik dit schrijf.

Maar het verschil is enorm. Als ik elke dag minuscule, nauwelijks waarneaembare stapjes in een bepaalde richting zet, hoef ik alleen maar rustig af te wachten voor ik “vanzelf” op een heel nieuwe plek ben.

Het mooie: omdat ik mezelf de tijd gun te wennen aan die aanpassingen, kost het op een dag veel minder energie. Zo ben ik nu al ruim een half jaar bezig met steeds minder drinken. Niet als strenge opgelegde regel, maar gewoon: m’n oude gewoonte van doordeweeks-vaker-wel-dan-niet-een-glas-wijn er langzaam uit laten slijten.

Op dezelfde manier ben ik de laatste tijd weer meer bezig met plantaardig eten. Niet door rigoureus te stoppen met kaas of roomboter. Maar gewoon, door wat vaker voor hummus te kiezen bij de lunch. Door fruit en noten-vruchtenrepen te herontdekken. Door 1 of 2 keer per maand een nieuw veganistisch gerecht uit te proberen (en niet 5 keer per week, zoals ik eerder zou hebben gevraagd van mezelf).

Ik wil maar zeggen – in de eerste plaats natuurlijk vooral nog steeds tegen mezelf: een beetje is ook oké. Een beetje yoga. Een beetje hardlopen. Een beetje lezen. Een beetje plantaardig eten. Een beetje op tijd naar bed. Een beetje wandelen ‘s avonds – want waarom vind ik dan dat ik gelijk een half uur de deur uit moet? In de praktijk ga ik dan NIET, terwijl ik ook elke dag eventjes een blokje van 5 minuten zou kunnen gaan. Dan zou ik in een maand tijd zo’n 2,5 uur hebben gelopen. Niet dat het daar nu om gaat, maar je snap het idee….

Dit alles wil overigens niet zeggen dat ik nu hoop/verwacht dat ik op een dag wél dat perfecte leven heb waar ik volledig volgens al m’n intenties leef. Het leven is niet volmaakt en dat zal het ook nooit zijn. Ik ben dat evenmin. Niet elke week of maand is hetzelfde. En de wereld vergaat niet als ik het een keertje anders doe.

En als ik het steeds opnieuw anders doe? Als iets almaar “niet lukt”? Dan moet ik me misschien afvragen of ik het wel echt wil.