Over self love & technical debt

Hoe vaak op een dag voel jij je voeten?

Gisteren in de trein stuitte ik toevallig op een online mini-cursus ‘Self Love’, die deze week wordt gegeven door Margo Awanata. Ik ken Margo niet persoonlijk, maar wel via-via, en weet dat zij al jaren werkt met vrouwen, empowerment, sisterhood en meer van die dingen.

Dus ja, een mini-cursus zelfliefde – gratis! – die precies op 2 januari begint? Sign me up! Tip: doe dat ook. Margo nodigt je uit om deel te worden van een Facebook-community, die nu al bestaat uit bijna 200 vrouwen van over de hele wereld. Ze post video’s met oefeningen, mensen delen hun verhalen. Het is gisteren pas begonnen, en nu al gaaf.

Deze zin van Margo raakte me in het bijzonder:

“Self love is not a quick fix and it’s not something you work on and then let go. It’s like getting a fit body. You have to keep working on it.”

Ja, dat dus.
Zo logisch, en toch denk ik: shit, inderdaad. Wat ik tot nu toe bij vlagen wel deed – van mezelf leren houden – verslapte dan altijd na een tijdje weer, zoals sommige mensen twee maanden fanatiek gaan fitnessen en daarna weer maandenlang geen aandacht besteden aan het gezond houden van hun lichaam.

Als ik echt wil leven vanuit een houding van self love en acceptatie, dan zal ik daar vanaf nu elke dag aan moeten – willen – werken, mijn hele leven lang. Nu ik dat zo opschrijf klinkt ‘t wat heftig, maar eigenlijk voelt het juist als een bevrijdend inzicht.

Ik wil dit. En ik wens het jou ook toe. Dus doe je mee?

***

Vóórdat ik dit alles tegenkwam, besteedde ik na werktijd ruim drie uur bijkletsend met m’n oude studievriendinnetje DK. Het was al meer dan een jaar geleden dat we elkaar echt gesproken hadden en daarvoor geloof ik óók alweer een jaar geleden. En ja, aangezien we in die twee jaar allebei nogal veel nieuwe dingen zijn gaan doen en gegroeid zijn, hadden we genoeg te bespreken.

Pratend over therapie – en dat je heus niet altijd op het randje van de afgrond hoeft te staan om baat te hebben bij een psycholoog of andere vormen van ‘aan jezelf werken’ – leerde DK me over ‘technical debt’. Als je als computer-programmeur een stuk software schrijft, vertelde ze (ze is afgestudeerd informaticus), dan ontstaan in dat proces vaak allerlei kleine foutjes in je code. Klein gerommel waar je in principe niet direct last van hebt. Of kleine probleempjes die je makkelijk even met een metaforisch pleistertje kunt oplossen. Dan kun je gewoon vrolijk verder bouwen, de boel blijft wel werken.

Vaak is het op korte termijn het goedkoopst om een tussenoplossing te bedenken voor die kleine probleempjes. Maar ja, als je maar gewoon doorgaat en doorgaat en nooit de boel écht opschoont – nooit investeert in de herstelwerkzaamheden die eigenlijk nodig zijn – gaat het op een gegeven moment wel een beetje wankelen allemaal…

Technical debt ontstaat dus als je, al dan niet bewust, een oplossing kiest die op de korte termijn voordelig is (of lijkt) maar op de lange termijn juist extra kosten met zich meebrengt. En weet je wat het is, zei DK? ‘Ik geloof dat er ook zoiets is als emotional debt.’

Daar heeft ze natuurlijk een punt. Als je allerlei verdriet en boosheid en andere rommel in jezelf houdt en niet verwerkt, stapelt zich dat ongemerkt op – mentaal, maar ook fysiek. Heel langzaam, zo langzaam dat je het niet merkt, bouwt zich spanning op in je lichaam.

Ik denk dat we als mensen op dat moment steeds meer in ons hoofd gaan leven, omdat ons lijf ongemakkelijk gaat voelen. Omdat we dan onverwerkte pijn en oud verdriet voelen, dat we niet willen voelen. Dan gaan we dus oppervlakkiger ademen (en daardoor weer: sneller praten, jachtiger leven). Vergeten we onze voeten te voelen, onze benen, buik, romp, armen. Vergeten we in feite een beetje dat we een lichaam hebben. Worden we geregeerd door ons hoofd, ons denken. (“Maar denken brengt me toch ook heel veel?”, zul je zeggen – hm, en bedenk je dan eens welk deel van jou daarvan zo overtuigd is ;-))

Gaan we drinken, eten, rondrennen, geld uitgeven, indrukwekkende dingen doen, onszelf steeds nieuwe doelen stellen, scrollen over onze smartphone. Kijken we naar het leven van andere mensen, dat altijd beter lijkt. Gaan we verlangen naar meer, beter, verder, groter, sterker. Raken we daarmee eigenlijk steeds verder weg van onszelf.

Ik voel steeds meer hoe belangrijk – cruciaal zelfs! – het is dat we in ons leven tijd en ruimte maken om die ’emotional debt’ in te lossen. Om terug te blikken op de moeilijke momenten in ons leven. Het onszelf te gunnen verdrietig of boos te zijn. Te rusten. Maar ook: te spelen. Dingen te doen die niet nuttig zijn. Dingen doen waarvoor geen of minder denken nodig is; sporten, mediteren.

Of gewoon, een aantal keer per dag even bewust en diep ademhalen. Een minuutje vrijuit dansen door de kamer. Jezelf een knuffel geven. Je voeten voelen.

 

0

Het negatieve omarmen

De vraag die op Oudejaarsavond kwam, was natuurlijk onvermijdelijk: ‘zeg, heb jij nog goede voornemens?’

Mijn eerste gedachte was: nou nee, eigenlijk niet. Voor de verandering wil ik dit jaar vooral eens doorgaan met wat ik al een tijdje steeds meer aan het doen ben: meer rust en ruimte maken in mijn leven, van mezelf leren houden, vriendschappen verdiepen, tevreden zijn met wat er is.

Bovendien: ik kan wel lijstjes maken met dingen die ik van mezelf moet gaan doen (geen alcohol drinken, elke dag mediteren, weer een halve marathon lopen et cetera), maar weet je: bij al die dingen is het niet het ‘doen’ dat het verschil maakt, maar de intentie waarmee het gebeurt.

Als ik mezelf elke dag dwing om een kwartier te mediteren omdat ik anders niet blij met mezelf ben, is het idee van mindful zijn en mezelf accepteren ook een beetje weg, he. En ik wil heus nog wel eens over de finish van een halve marathon komen, maar op dit moment zijn er andere dingen waarvan ik het belangrijk vind er tijd in te steken.

Maar goed, als ik er wat langer over nadenk, zijn er natuurlijk wel graag dingen waar ik me op wil richten komende tijd. Zo kwam ik na m’n nieuwjaarsfeestje om vier uur met een tollend hoofd thuis en voelde ineens heel diep vanbinnen: alcohol verwijdert me zo ver van mezelf. O, natuurlijk had ik een leuke avond, hoor. Maar waar ik jarenlang dacht dat ‘de beste gesprekken op een avond nu eenmaal komen na een fles wijn’, geloof ik nu steeds meer dat de nóg betere momenten diezelfde gesprekken zijn, maar dan zonder die wijn. Enger, ja. Maar ook puurder, echter, helderder.

Dus hoewel ik nu niet ga zeggen “ik mag geen alcohol drinken”, ga ik weer lekker dor met wat ik de afgelopen maanden – dat wil zeggen voor de kerstvakantie begon – deed: minder, veel minder drinken. Gewoon omdat dat fijner en rustiger voelt. Omdat het me helpt om bij mezelf te blijven.

En dan is er nog zo’n ander ‘voornemen’: het negatieve omarmen. Ook nogal wat, voor iemand die jarenlang vond dat het leven een groot feestje moest zijn en je zelf de slingers moest ophangen en je uit alles wel vreugde kunt halen en dat het een mindset is om blij en positief te zijn.

Want weet je, dat mag dan wel zo zijn, soms zijn dingen gewoon STOM/ROT/NAAR/KUT. Dan kan ik wel direct “komt wel goed” zeggen om mezelf en/of anderen een negatief of ongemakkelijk gevoel te besparen, maar loop ik daarmee niet ook een beetje voorbij aan een belangrijk deel van het verhaal? Ontken ik daarmee niet een stukje werkelijkheid?

Ik ben nog niet altijd op het punt dat ik anders kan reageren, maar ik hoor mezelf wel steeds vaker praten en dan denk ik: kijk Susie, daar ga je weer. Een vriendin vervloekt haar enorme studieschuld. ‘Ah joh, don’t worry’, zeg ik. (Terwijl: ja inderdaad, mooi klote die schuld, lijkt me vreselijk stressvol!) Een vriend baalt dat hij een baan niet krijgt. ‘Joh, er komt vast wat beters’, roep ik. (Is ongetwijfeld zo, en toch: balen, man.) Of ikzelf ben verdrietig om het een of het ander. ‘Ach’, vertel ik mezelf en bedenk allemaal redenen waarom het toch heus toch niet zo slecht is en er ergere dingen in de wereld zijn. Terwijl: ik ben nu gewoon even verdrietig, punt.

Op die momenten wil ik leren om gewoon te luisteren. Niet bij de pakken neerzitten natuurlijk, niet erin gaan hangen…maar wel: kijken, erkennen. Ja, da’s eng, want er zullen meer momenten van spanning en ongemak zijn dan ik tot nu toe ken en daar moet ik dan dus mee leren omgaan.

Maar dat wil ik nu wel eens durven.

 

0