Skip to content

Maand: januari 2018

Gewoon

Vanmiddag liep ik even door de stad. In mijn eentje was ik, na een paar uur fijn bijkletsen met vriendinnetje A. Daarna had ik een cadeautje gekocht voor de verjaardag van de Historicus, vanavond, en was ik de bieb in gedoken. Met een stapeltje boeken nestelde ik me aan een tafeltje. Pas ruim een uur later, toen de bieb dicht ging, kwam ik weer naar buiten.

Daarna liep ik dus terug naar mijn fiets. En ineens overviel me het besef: wauw, wat ben ik aan het groeien. Ik kan moeilijk uitleggen hoe dat nu precies voelt – en misschien is het ook wel wat gek om zo over jezelf te zeggen? – maar het is vandaag ineens zo helder.

Zo was ik afgelopen dagen weer even op Instagram. En eerlijk? Dat was best heel leuk. Allemaal foto’s en berichtjes zien van mensen die ik on/offline ken en de dingen die ze beleven, geïnspireerd raken door wat anderen doen. Ik postte zelf ook een paar foto’s in m’n story en werd daar best heel blij van.

Toch klikte ik vanmiddag weer op ‘delete deze app’. Want al na nauwelijks drie dagen merkte ik hoe ik weer de hele dag, tussen de bedrijven door, zat te scrollen. Hoe dat me uit mijn eigen dag, mijn eigen ritme, mijn eigen gevoel en gedachten haalde. Hoe ik steeds maar weer dezelfde foto’s langs zag komen (want ja, zo veel posten de 97 mensen die ik volg nou ook weer niet).

Ja, Instagram levert me best wel wat op. Nee, het is heus niet allemaal duivels. Maar op dit moment kost het mij onder de streep nog steeds meer dan het oplevert. Ik ben dus weer even offline.

Verder probeer ik de laatste weken bewust om dit mini-huisje van mij steeds meer ‘thuis’ te maken. Hoewel dat aan de ene kant betekent dat ik heel veel spullen wegdoe (als je woont op 16m2 neemt alles letterlijk ruimte in, dat dwingt tot keuzes maken), heb ik ook geïnvesteerd in een paar fijne dingen om m’n leefcomfort te verhogen. M’n laatste aanwinst is een nieuw, fijn, groot, zacht, luxe dekbed. Wauw, wat voelt het nu hemels om elke avond in bed te kruipen! M’n bed is net een hotelbed en ik geniet er intens van.

Verder: een kacheltje (misschien wel de best bestede 30 euro van deze winter, want op mijn kamer werd het met de centrale verwarming nooit warmer dan 18 graden – en dat met veel moeite), een bluetooth-speaker, een paar kaarsenhouders, wierook, nieuwe thee van Simon Levelt. Het zijn kleine dingen, maar ik zie ze als uitingen van liefde en mildheid naar mezelf – ik mag het mezelf fijn en aangenaam maken. Ik verdien dat. Wat doe jij vandaag om jezelf een fijne dag te geven?

O ja, over ‘kleine dingen’ gesproken: in navolging van de moeder van een vriendin, die daarover laatst een inspirerend berichtje op Facebook plaatste (ja, ik zit dus echt nog wel een beetje op social), wil ik me de komende maanden (nog) meer richten op doen met wat ik heb. Met wat er is. Ik schreef er rondom kerst al een beetje over; in mijn leven – en ik denk in veel levens hier – is de hele tijd zo veel van alles, dat ik heel makkelijk in een staat van overconsumptie schiet.

Voor ik het weet, ga ik dan weer twee keer per week uit eten omdat het leuk is, bestel ik een pizza omdat ik geen zin heb om te koken (terwijl er heus nog genoeg voedsel in de koelkast ligt als ik een beetje creatief denk), wordt een uitgebreid weekendontbijt het nieuwe normaal, koop ik voor een paar honderd euro aan nieuwe kleding.

En al die dingen zijn op zich natuurlijk niet “fout”. (Ik werd laatst heel erg blij van de nieuwe schoenen die ik kocht. En soms wil ik gewoon pizza.) Maar weet je, wat een vreugde geeft het eigenlijk om op steeds meer momenten die meer-meer-meer-craving te laten razen en er dan toch niet aan toe te geven. Om terug te keren naar het gewone, het alledaagse. Om zo’n zaterdag te hebben als vandaag.

Begrijp me niet verkeerd: dit is geen oproep tot calvinisme, tot soberheid omdat dat ‘beter’ of verheffender zou zijn – zoals ik zei, ik ben ontzettend blij en dankbaar met mijn nieuwe dekbed. Strenge soberheid komt op mij eerder over als straffen dan als zelfliefde. Terwijl het me om dat laatste gaat. En dat is meer: leren oog te hebben voor wat er is. In mezelf en mijn lichaam zakken. Milder worden. Hier zijn.

Tot slot, kleine maar cruciale verschilletjes die ik opmerk:

  • Als ik nu zin krijg ik een glas wijn, ga ik bij mezelf te rade waarom ik dat wil. Is het echt dat ik zin heb in zo’n lekker glas, of voel ik me eigenlijk gespannen, moe, verveeld of verdrietig? Snak ik naar rust en is mezelf dat glas gunnen eigenlijk een manier om te zeggen ‘toe maar Suusie, je mag bijkomen’? Opvallend genoeg merk ik heel vaak dat dat het geval is, als ik eerlijk ben naar mezelf. En zo ja, kan ik mezelf dat niet ook op een andere manier gunnen – een manier waarop ik dichter bij mezelf blijf, ik m’n gevoelens en behoeften bestaansrecht geef ipv ze verdoof?
  • Hoewel ik in sociale interactie mezelf vaak nog in de drukke modus (hoog ademen, snel praten, veel tegelijk willen) voel schieten, kan ik tussendoor, als ik alleen ben, steeds vaker en makkelijker terugkeren naar momenten van rust. Ik voel dan letterlijk de spieren in m’n borstkas ontspannen. Ik voel mijn voeten beter.
  • Ik verslind boeken over zenmeditatie en mindfulness. Vind het allemaal vet boeiend. Wil misschien zelfs wel eens ergens in Utrecht bij zo’n groep die gezamenlijk mediteert. (Iemand tips?)
  • Na jaren veel en intensief Whatsappen, merk ik dat ik dat medium nu vrijwel alleen nog gebruik voor praktisch contact in de categorie ‘hoe laat spreken we af’/’waar moet ik zijn’/’heb je zin om..’. Te veel op mijn telefoon kijken stoort me, vind ik vervelend en ergerlijk zelfs, het voelt onrustig en ik heb helemaal geen zin om hele verhalen te gaan typen. Dit is nieuw en voelt fijn. Het betekent weliswaar dat ik minder de hele tijd op de hoogte ben van wat iedereen doet, maar ook dat ik en m’n vrienden veel meer te bespreken hebben als we elkaar zien.
  • Ik merk dat ik af en toe de neiging heb om nu “heel goed” te willen worden in mediteren/rustig zijn/etc. Terwijl het idee daarvan nu juist is dat het puur gaat om aandachtig en opmerkzaam zijn. Dat er geen goed of fout is. Dat het ‘goed willen worden in..’ (door bijv. ook mezelf nu een hele leefstijl zonder druppel alcohol of dierlijk voedsel of wat dan ook op te leggen) juist deel is van het oude patroon, juist nog steeds mijn ego voeden. Dat het niet gaat om actie, maar om intentie.
  • Soms vind ik de dingen moeilijk. Baal ik na een voor-mijn-gevoel-niet-zo-productieve werkdag. Worstel ik met de balans tussen B willen zien en tijd voor mezelf nemen. Mis ik mijn ouders. Ben ik bang dat ik niet goed genoeg ben in mijn werk. Vraag ik me af of anderen me niet raar of stom vinden. Twijfel of ik of mijn leven niet veel leuker was toen het (over)vol met sociale happenings was, toen ik in veel opzichten zo veel harder ging. Maar steeds vaker kan ik tijdens (of anders vlak na) zo’n moment daar ook oké mee zijn. Het niet wegduwen, maar erkennen, ook al is dat echt niet altijd leuk.

En op momenten als deze – zaterdagavond, lekker alleen op de bank met een dekentje om me heen en Blackfield aan – ben ik dan zo blij dat ik deze dingen allemaal aan het doen ben.

 

4 reacties

Intentie

Als je, zoals ik, de neiging hebt om nogal veeleisend te zijn naar jezelf, is het maar een dunne scheidslijn tussen dingen doen omdat je diep vanbinnen voelt dat ze de juiste zijn, en jezelf dingen opleggen.

Zo schreef ik gisteren in mijn dagboek dat er eigenlijk een min of meer vast lijstje is van dingen die ik al jaren met vlagen wil of probeer te doen. Vegetarisch (en liefst zo veel mogelijk helemaal plantaardig) eten. Weinig alcohol drinken (daarmee bedoel ik: 1, hooguit 2 glazen per week). Mediteren. Yoga.

Iets in mij zegt al jaren: toe maar Suusie. Die dingen zijn goed voor je. Ze doen je groeien. Toch “lukt” het me al jaren niet om ze consistent te doen. O, thuis eet ik vrijwel altijd vega hoor, maar ben ik in een restaurant waar ze carpaccio hebben, of hert, dan vind ik het soms moeilijk om die verleiding te weerstaan. En de laatste maanden ben ik voor het eerst langere tijd bewust bezig met – proberen – bijna elke dag even te mediteren, een mindfulnessoefening te doen, en af en toe tijdens de dag even m’n voeten te voelen en diep in en uit te ademen.

Het punt is: zodra ik mezelf vaste regeltjes ga opleggen, worden die dingen al gauw een ‘moeten’. En moeten veroorzaakt spanning. Oordeel. Mogelijkheid tot falen.

Dus nee, ik hoef niet elke dag te mediteren.
Wel probeer ik steeds vaker zo bewust en aanwezig te leven, dat ik het wil doen. En het grappige is: hoe meer ik mediteer, hoe ‘wakkerder’ en dichter bij mezelf ik me voel, waardoor ik juist al die andere terugkerende thema’s – vega eten, de wijn laten staan, thuis zijn in plaats van overal en nergens – makkelijker kan doen.

Hetzelfde met yoga. Zolang ik bikram yoga uiteindelijk zag als workout, als manier om fit (lees: slank) te blijven, als sporten, werd het op de lange termijn een moeten. Werden de lessen bovendien vaak steeds minder leuk. Ik stelde ook geen grenzen: lukte het me om 1 keer in de week te gaan, dan vond ik dat eigenlijk te weinig. Twee keer minstens, was m’n eigenlijke overtuiging – vooruit, een keer was misschien acceptabel, maar drie keer, dat zou pas echt goed zijn. Hetzelfde gold voor hardlopen.

Pas nu ik werkelijk naar bikram yoga ga om te ontspannen en in mijn lijf te komen, om bij mezelf te raken, om mijn lichaam te eren en te respecteren (o, ik besef hoe wazig die zin misschien klinkt, maar nou ja dat is dan maar zo)… Pas nu “houd ik het vol”. Het voelt namelijk niet meer als volhouden. Het voelt als iets waarvoor ik bewust kies. En ik kies ervoor om dat 1 keer in de week te doen. Dat is – voor mij – genoeg. Dat past bij mijn leven op dit moment.

Maandag is altijd de dag dat ik naar yoga ga. Maar vorige week – Nieuwjaarsdag – ging ik niet. Dus dacht ik: ik haal de les later in. Maar toen ik in mijn agenda keek, zag ik dat het moeilijk was om een gaatje te maken – er stonden al vrij veel afspraken in de avond. De enige optie was woensdag – m’n thuiswerkdag – om zes uur opstaan en de les van 6:30u pakken. Ik had dat al bijna zo’n beetje bedacht om te gaan doen, voelde toen de tegenzin opbouwen…

en ineens dacht ik: zeg, waarom zou ik eigenlijk?
Mijn doel met yoga, mijn reden om erheen te gaan, is ontspannen en voor mijn lijf zorgen. Mild leren zijn. Niet elke week gaan no matter what zodat ik een vinkje kan zetten in mijn agenda. Om zes uur opstaan betekent korter slapen, minder rust en mezelf in een ritme dwingen waar ik niet in zit. Dat hoort helemaal niet bij “ontspannen en voor mezelf zorgen”. En al helemaal niet bij mild zijn naar mezelf toe.

Mild zijn, besloot ik uiteindelijk, is: deze week is er redelijkerwijs even geen ruimte. Volgende week zorg ik dat die ruimte er wél is, want ik vind yoga belangrijk.

Dus ik sloeg een keertje over. Vertelde mezelf dat dat oké was.
Nee: méér dan oké. Helemaal goed.
En weet je wat? Deze maandag had ik de fijnste yogales in tijden.

 

1 reactie

Over self love & technical debt

Hoe vaak op een dag voel jij je voeten?

Gisteren in de trein stuitte ik toevallig op een online mini-cursus ‘Self Love’, die deze week wordt gegeven door Margo Awanata. Ik ken Margo niet persoonlijk, maar wel via-via, en weet dat zij al jaren werkt met vrouwen, empowerment, sisterhood en meer van die dingen.

Dus ja, een mini-cursus zelfliefde – gratis! – die precies op 2 januari begint? Sign me up! Tip: doe dat ook. Margo nodigt je uit om deel te worden van een Facebook-community, die nu al bestaat uit bijna 200 vrouwen van over de hele wereld. Ze post video’s met oefeningen, mensen delen hun verhalen. Het is gisteren pas begonnen, en nu al gaaf.

Deze zin van Margo raakte me in het bijzonder:

“Self love is not a quick fix and it’s not something you work on and then let go. It’s like getting a fit body. You have to keep working on it.”

Ja, dat dus.
Zo logisch, en toch denk ik: shit, inderdaad. Wat ik tot nu toe bij vlagen wel deed – van mezelf leren houden – verslapte dan altijd na een tijdje weer, zoals sommige mensen twee maanden fanatiek gaan fitnessen en daarna weer maandenlang geen aandacht besteden aan het gezond houden van hun lichaam.

Als ik echt wil leven vanuit een houding van self love en acceptatie, dan zal ik daar vanaf nu elke dag aan moeten – willen – werken, mijn hele leven lang. Nu ik dat zo opschrijf klinkt ‘t wat heftig, maar eigenlijk voelt het juist als een bevrijdend inzicht.

Ik wil dit. En ik wens het jou ook toe. Dus doe je mee?

***

Vóórdat ik dit alles tegenkwam, besteedde ik na werktijd ruim drie uur bijkletsend met m’n oude studievriendinnetje DK. Het was al meer dan een jaar geleden dat we elkaar echt gesproken hadden en daarvoor geloof ik óók alweer een jaar geleden. En ja, aangezien we in die twee jaar allebei nogal veel nieuwe dingen zijn gaan doen en gegroeid zijn, hadden we genoeg te bespreken.

Pratend over therapie – en dat je heus niet altijd op het randje van de afgrond hoeft te staan om baat te hebben bij een psycholoog of andere vormen van ‘aan jezelf werken’ – leerde DK me over ‘technical debt’. Als je als computer-programmeur een stuk software schrijft, vertelde ze (ze is afgestudeerd informaticus), dan ontstaan in dat proces vaak allerlei kleine foutjes in je code. Klein gerommel waar je in principe niet direct last van hebt. Of kleine probleempjes die je makkelijk even met een metaforisch pleistertje kunt oplossen. Dan kun je gewoon vrolijk verder bouwen, de boel blijft wel werken.

Vaak is het op korte termijn het goedkoopst om een tussenoplossing te bedenken voor die kleine probleempjes. Maar ja, als je maar gewoon doorgaat en doorgaat en nooit de boel écht opschoont – nooit investeert in de herstelwerkzaamheden die eigenlijk nodig zijn – gaat het op een gegeven moment wel een beetje wankelen allemaal…

Technical debt ontstaat dus als je, al dan niet bewust, een oplossing kiest die op de korte termijn voordelig is (of lijkt) maar op de lange termijn juist extra kosten met zich meebrengt. En weet je wat het is, zei DK? ‘Ik geloof dat er ook zoiets is als emotional debt.’

Daar heeft ze natuurlijk een punt. Als je allerlei verdriet en boosheid en andere rommel in jezelf houdt en niet verwerkt, stapelt zich dat ongemerkt op – mentaal, maar ook fysiek. Heel langzaam, zo langzaam dat je het niet merkt, bouwt zich spanning op in je lichaam.

Ik denk dat we als mensen op dat moment steeds meer in ons hoofd gaan leven, omdat ons lijf ongemakkelijk gaat voelen. Omdat we dan onverwerkte pijn en oud verdriet voelen, dat we niet willen voelen. Dan gaan we dus oppervlakkiger ademen (en daardoor weer: sneller praten, jachtiger leven). Vergeten we onze voeten te voelen, onze benen, buik, romp, armen. Vergeten we in feite een beetje dat we een lichaam hebben. Worden we geregeerd door ons hoofd, ons denken. (“Maar denken brengt me toch ook heel veel?”, zul je zeggen – hm, en bedenk je dan eens welk deel van jou daarvan zo overtuigd is ;-))

Gaan we drinken, eten, rondrennen, geld uitgeven, indrukwekkende dingen doen, onszelf steeds nieuwe doelen stellen, scrollen over onze smartphone. Kijken we naar het leven van andere mensen, dat altijd beter lijkt. Gaan we verlangen naar meer, beter, verder, groter, sterker. Raken we daarmee eigenlijk steeds verder weg van onszelf.

Ik voel steeds meer hoe belangrijk – cruciaal zelfs! – het is dat we in ons leven tijd en ruimte maken om die ’emotional debt’ in te lossen. Om terug te blikken op de moeilijke momenten in ons leven. Het onszelf te gunnen verdrietig of boos te zijn. Te rusten. Maar ook: te spelen. Dingen te doen die niet nuttig zijn. Dingen doen waarvoor geen of minder denken nodig is; sporten, mediteren.

Of gewoon, een aantal keer per dag even bewust en diep ademhalen. Een minuutje vrijuit dansen door de kamer. Jezelf een knuffel geven. Je voeten voelen.

 

Laat een reactie achter