Skip to content

Maand: november 2017

Houden van jezelf

Dit jaar heb ik besloten om echt te beginnen met leren houden van mezelf. Niet dat ik mezelf nu de hele tijd zo’n afschuwelijk persoon vind, hoor, maar onvoorwaardelijke liefde? Daarin heb ik nog best een weg te gaan. Ik vind mezelf op steeds meer fronten best oké – bijvoorbeeld als ik goed in dingen ben, zoals wanneer dingen lukken op werk of als ik lekker kook voor vrienden – maar vaak ben ik hard, oordelend, eisend.

En dat wil ik niet meer. Want weet je, het is hartstikke zonde, kost bakken energie, levert weinig op en bovendien: wat voor voorbeeld ben ik dan voor de kinderen van de toekomst (ongeacht of dat mijn eigen zijn)? Welke kant wil ik dat het op gaat met de wereld?

Ik wil zacht en mild zijn en liefde verspreiden. Leven vanuit moed en kwetsbaarheid. Daar actief mee bezig zijn – want het is nu eenmaal niet iets dat je in een middagje leert, maar iets waarin je elke dag opnieuw bewust een keuze moet maken.

Niet geheel toevallig lees ik op dit moment Brene Browns boekje ‘De moed van imperfectie’, en o man wat komen haar woorden als geroepen. Confronterend ook, hoor. Brown, die als wetenschapper al ruim 12 jaar onderzoek doet naar dingen als schaamte, kwetsbaarheid en authenticiteit, schrijft in het boekje over moed, compassie en verbondenheid, en hoe uitoefening van die drie dingen leiden tot wat ze noemt ‘bezield leven’. Bovendien schrijft ze op zo’n manier dat het lekker wegleest – en de inhoud sluit exact aan bij de dingen die op dit moment spelen in mijn leven. Ze geven antwoord op vragen richting de kant waar ik op wil. Ik ben pas op pagina 49 en het boek is nu al een gigantisch steuntje in de rug.

Op basis van 10 jaar aan diepte-interviews formuleert Brown definitie van liefde, en daarin stelt ze onder meer dat je niet meer van anderen kunt houden dan van jezelf. Dit is de volledige definitie:

“Liefde krijgt de kans om te groeien wanneer we onszelf ten diepte laten zien en kennen, met al onze kwetsbare en krachtige kanten, en wanneer we de spirituele verbondenheid die daaruit voortkomt bekronen met vertrouwen, respect, vriendelijkheid en genegenheid.

Liefde is niet iets wat we geven of krijgen, maar iets wat we koesteren en aankweken, een verbondenheid die alleen kan groeien tussen twee mensen wanneer e basis daarvoor in hen allebei aanwezig is. We kunnen niet meer van anderen houden dan van onszelf.

Schaamte, verwijten, gebrek aan respect, verraad en het onthouden van genegenheid beschadigen de wortels waaruit liefde groeit. Liefde kan dergelijke beschadigingen alleen overleven als ze zelden voorkomen en worden erkend en hersteld.”

Au. Ja. Shit.

Dit korte stukje doet overigens de essentie van haar punt ontzettend tekort – Brown schrijft ook dat ‘liefde’ en ‘erbij willen horen’ onlosmakelijk verbonden zijn, bijvoorbeeld. Maar hoe dan ook: “Behalve dat deze definities me inzicht hebben geven in. hoe liefde tussen twee mensen eruitziet, hebben ze me er ook toe gedwongen te erkennen dat leren van jezelf te houden en jezelf te accepteren absolute noodzaak is. Daar kun je niet mee wachten tot je ooit ergens eens wat tijd over hebt. Daar moet je prioriteit aan geven.”

Goed, punt is dus: meer leren houden van mezelf. Milder leren zijn. En omdat ik eigenlijk wel nieuwsgierig ben naar jullie gedachten daarover: hoe pak jij dat aan? Durf/kun jij zeggen dat je (echt, onvoorwaardelijk) van jezelf houdt, in welke mate en hoe heb je dat geleerd – of was het er misschien gewoon altijd al?

Het goede nieuws is dat ik denk dat het me steeds beter afgaat. Ik ben nu halverwege mijn vrije vakantieweek en ik heb het ontzettend naar mijn zin, gewoon (grotendeels) thuis en met mezelf. Beetje aanrommelen, foto’s uitzoeken, gevulde speculaas bakken, RollerCoaster Tycoon spelen op de iPad, uitgebreid naar de kapper, struinen door de bieb en een hele stapel boeken meenemen in de categorie ‘meer rust in je leven’ / ‘mindfulness’, in bad met fijne bad-dingen van Lush en zo nu en dan een fijne afspraak met een vriend of vriendin. Vooral: ruimte pakken in mijn eigen leven. Standvastiger worden. Niet zo veel hoeven.

Ik kan hier wel aan wennen.

3 reacties

Minimalisme

Op zestien vierkante meter wonen dwingt je om keuzes te maken. Elk ding dat je bezit is immers de hele tijd IN YOUR FACE aanwezig, je bergruimte is beperkt en als je iets laat slingeren ligt het direct in de weg. Sinds augustus heb ik dan ook al een aanzienlijke hoeveelheid spullen naar de kringloop/container/milieustraat gebracht.

Interessant bij-effect: ik snap ineens waarom mensen die meer rust in hun leven willen, spullen wegdoen. Het gebeurt namelijk vanzelf: al je dingen wegdoet, creeer je letterlijk ruimte. Het voelt lichter, zorgelozer, om niet zo veel meuk te hebben. Bovendien is het een geweldige oefening in loslaten. De Aardkinderen-serie bijvoorbeeld, die al sinds m’n tienerjaren een aanzienlijk deel van m’n boekenkast in beslag nam, besloot ik nu dan toch eindelijk naar de kringloop te brengen. Natuurlijk met wat pijn in m’n hart – o, ik weet nog hoe ik de boeken kreeg met Pakjesavond, hoe ik ze verslond – maar weet je, hoe vaak ga ik die dingen nou nog lezen? Waarschijnlijk nooit en anders misschien nog 1 keer in mijn leven, maar ja, dan kan ik die boeken ook heus weer ergens op de kop tikken.

Ik merk ook dat ik veel kritischer ben op dingen die ik koop: of het nu voedsel (mijn voorraadkast is 1 plankje), kleding (ook die kast is niet eindeloos groot) of random prullaria (die leuke kaars/rituals geurstokjes/fotolijst staat SOWIESO meteen in de weg) is. En jee, wat is het leven dan ineens – op een bepaalde manier – eenvoudig.

Vorig jaar rond deze tijd zat ik juist in een stroom waarin ik alleen maar meer, beter, mooier wilde. Nieuwe kleding, nieuwe schoenen, nieuwe boeken, lekkere verzorgingsproducten, ik kocht het voor mezelf – en ja, genoot ervan. Maar ik kocht zo veel dat ik nu nog steeds een grote voorraad heb. In mijn kast staan nog drie onaangebroken shampooflessen en nog STEEDS moet ik mezelf ervan weerhouden de zoveelste Etos-aanbieding van die ene lekkere conditioner aan te schaffen. Het is bizar om te merken hoe subtiel en venijnig het koopmonster in mij te werk gaat, hoe ik me (geholpen door aanbiedingen en lovende Facebookposts) steeds weer laat verleiden om Van Alles Te Kopen.

Nu ben ik de laatste om te beweren dat je niet moet genieten van het leven. Ik ben nog elke dag dankbaar om mijn winterlaarzen, die m’n voetjes warm houden op deze gure dagen. Ik geniet van de twee paar g-starjeans die ik vorig jaar kocht en die inderdaad veel langer mooi blijven dan de goedkopere broeken die ik eerder vooral had. Na een werkdag trek ik het liefst meteen sloffen aan – maar wat het dus vooral is: ik ben me veel bewuster van deze dingen en – hoe kazig het ook mag klinken – ik waardeer ze veel meer.

Nu denk ik niet dat je perse op zestien vierkante meter moet wonen om te waarderen wat je hebt. Om te stoppen met steeds maar meer willen. (Ik denk trouwens ook niet dat ik nu vrij van verlangens ben, hoor, afgelopen week was ik namelijk nog naarstig op zoek naar een mooie camera voor in Maleisië.) Dus ik hoop dat ik mezelf over een paar jaar, als ik misschien weer groter woon, kan herinneren aan deze mindset. Je gaat vanzelf de ruimte innemen die je hebt, met je spullen. Des te belangrijker om daar kritischer naar die blijven kijken. Want voor je het weet, ben je vooral aan het werk om een huis te onderhouden (en in je vrije tijd ook nog schoon te houden!) om al die spullen in te bewaren.

Je omgeving simpeler houden, helpt je om jezelf scherp te krijgen. Helderder in je hoofd te zijn. En laat dat nu precies zijn, waar ik op dit moment mee bezig ben.

3 reacties

De muur afbreken

Voor het eerst in mijn leven kocht ik gisteren de Flair. Meestal ben ik niet zo van de vrouwentijdschriften, wilde ik daar achteraan schrijven, maar dat is een leugen – maar het voelt als guilty pleasure om door zo’n tijdschrift te bladeren. Ik word vaak een beetje opstandig van de onderwerpen die zo’n blad je voorschotelt – make-up, mannen, afvallen – alsof dat dan is wat de vrouw nog steeds definieert anno 2017. En ik vind het stom dat de modellen in zulke tijdschriften nog steeds altijd maatje 34 of kleiner dragen. Ik ben juist bezig van mijn scheve zelfbeeld af te komen, niet het te voeden.

Maar ja hè, stiekem zijn die artikelen bij vlagen gewoon hartstikke herkenbaar. En toen ik zag dat F, een kennis van me op Facebook, deze maand in Flair staat. In ‘The Real Issue’, welteverstaan, een heel nummer over echtheid in het (digitale) leven, over authenticiteit, selfcare, leven met je imperfecties, Instagramverslavingen, hoe we onszelf en elkaar voor de gek houden met in scène gezette foto’s en nog meer van die dingen. Volgens de cover is geen van de foto’s in het nummer gephotoshopt.

Dus ik kocht die Flair; eigenlijk vooral om het artikel met F erin te lezen, maar ik las het nummer van kaft tot kaft uit. Achterin stond een bloemlezing van bekentenissen van Instagrammers. Van “het lijkt of ik in mn eentje in die infinity pool zit maar in werkelijkheid stikte het er van de toeristen die allemaal dezelfde selfie maken” tot “ik woon op Bali en laat me 1x per maand naar alle mooie plekjes rijden waar ik dan in 10 kledingsets mooi ga poseren, voordat ik weer iets comfortabels aantrek” en “ik baal als ik vergeet een after-workout selfie te maken, dan is het net of ik voor niets heb gesport”.

En ik, ik herkende veel van die bekentenissen (ook al ben ik nooit op Bali geweest) en dacht tegelijkertijd: mensen toch, waar zijn we allemaal mee bezig? Waarom vinden we het toch zo ontzettend belangrijk om met z’n allen de schijn op te houden? We bouwen allemaal muren om ons heen. Muren van perfecte foto’s en mooie verhalen en indrukwekkende cv’s. Muren van druk-druk en veel vrienden en de hele tijd gezellige fijnheid.

Die muur kun je zelfs zo hoog en dik en mooi maken, dat je niet eens meer naar jezelf hoeft te kijken. Want ja hè, wie ben je zonder je toffe baan, zonder je hippe ontbijtsmoothie, zonder je mooie huis? Begrijp me niet verkeerd, ik doe er zelf soms net zo hard aan mee. Misschien niet met een 10K-volgers-account, maar dan toch op andere manieren. Niet voor niets verwijderde ik Instagram een tijdje geleden van mijn phone en probeer ik m’n Facebookverslaving weer terug te dringen… het is zo makkelijk, zo gruwelijk makkelijk om de hele tijd maar afgeleid te zijn.

Maar ik wil me niet meer laten afleiden. Ik wil meer rust in mijn leven, mezelf beter leren kennen, verdieping opzoeken met de mensen en op de gebieden die ik echt belangrijk vind. En ik wil schrijven. Elke dag een stukje.

Laat een reactie achter