A little bit of everything, all rolled into one

De VEGAPROEF: Cucina Chanti

Ik zal het maar meteen verklappen: ik heb een nieuw lievelingstentje in Utrecht.

Op het blog Explore Utrecht las ik een tijdje terug voor het eerst over Cucina Chanti, een in augustus geopend restaurant met naar eigen zeggen ‘verse pasta’s, krokante pizza’s, heerlijke antipasti een sublieme espresso’. Nou, da’s leuk, zul je zeggen, maar zulke tentjes zijn er wel meer in Utrecht. Waarom nu juist déze dan op dit moment mijn lievelings is?

Eigenlijk vooral hierom: bij Cucina Chianti doen ze niet onnodig ingewikkeld. Goed voedsel voor schappelijke prijzen en gastvrije bediening, in een ongedwongen sfeer. What you see is what you get. Weinig gedoe – tenzij je een grote pot zelfgemaakte limoncello op de bar ‘gedoe’ vindt, maar die is zo lekker dat ik er niet om maal.

Foto: ExploreUtrecht

KLINKT GOED, WAAR VIND IK DEZE PLEK?

Het restaurantje zit in West, verstopt in een woonwijk vlak achter de Vleutenseweg. Niet in het centrum dus – jammer voor wie na een dagje shoppen ‘even’ wat wil eten, maar geloof mij, Chanti is het waard om voor om te fietsen. Het hoekpand aan een pleintje doet denken aan De Sjalot in Nijmegen. Wie binnenloopt, ruikt Italië.

Tip: begin je avond met een glas wijn. Niet voor niets heeft het restaurant de woorden e vino achter haar naam staan – de pinot grigio is bijvoorbeeld heerlijk en ook de prosecco is een aanrader.

Foto van mijn Instagram.

MAAR DAN HET VOEDSEL! GENOEG VEGA-OPTIES?

Zeker. Wat de pasta’s betreft: de huisgemaakte ravioli met ricotta-spinazievulling, walnoten, knoflook en Parmezaan is om je vingers bij af te likken. Ook de papardelle met paddenstoelen klinkt lekker. De bruschetta’s die je vooraf kunt bestellen (voor slechts 3,75 per persoon!) zijn trouwens prima. En ik moet echt gáuw terug om de artisjok met balsamico-dip te proberen…

Een verdere blik op de kaart leert me dat Chanti ook creatief is met (vegetarische) pizza’s. Met mozarella, provolone, geroosterde knolselderij en dadels bijvoorbeeld. Of met knoflook, rode ui, paddenstoelen, truffel, tijm en peterselie. En wat dacht je van een pizza met geroosterde pompoen en rozemarijn? (Op de kaart staat ‘ie ook met pancetta, maar die kunnen ze vast weglaten als je het vraagt)

Ben je veganist, dan valt je vast op dat in alle gerechten zuivel zit. Inderdaad, een honderd procent plantaardig gerecht zie ik helaas (nog) niet op de kaart staan – maar dat is natuurlijk vaker zo en betekent niet dat er niets mogelijk is (toch, Wally?).

Bij Cucina Chanti kun je ook een wekelijks wisselend viergangenmenu eten voor 25 (!) euro. Ik weet niet hoe het zit met de prijzen búiten de stad, maar in Utrecht is dat dus Echt Heel Goed Geprijsd. Hoe dat kan? Chanti werkt alleen met lokale en seizoensproducten en kijkt wekelijks wat voor een scherpe prijs verkrijgbaar is.

Foto (c) DeStadUtrecht

OKE, MAAR IS DAT MENU DAN WEL VEGETARISCH?

Eh, gevoelig puntje. Niet altijd, helaas. Juist doordat het menu vast ligt (vanwege die inkoop), is er geen vegetarisch alternatief. Soms is het menu wel vega: “in de zomer waarschijnlijk vaker dan in de winter”, kreeg ik te horen toen ik ernaar vroeg.

Toen ik de eerste keer at bij Chanti, bestond het viergangenmenu uit een vega voorgerecht (een heerlijke gorgonzoladip met groenten), een verse spaghetti met mosselen, een hoofdgerecht met lam en groenten en een chocoladedessert. Nu ben ik geen expert, maar het lijkt me niet ontzettend ingewikkeld om mosselen & lam te vervangen door paddenstoelen/kaas/groenten, zonder dat dat veel duurder hoeft te zijn. Ik had het trouwens ook niet erg gevonden om een paar euro extra te betalen voor een vega-variant.

Als vegetariër wil je je vooral niet steeds de uitzondering voelen en ook niet je vleesetende tafelgenoot belemmeren in zijn/haar keus voor zo’n viergangenmenu. En dan is het wel zo gezellig als jij ook vier gangen mee kunt eten. Wat mij betreft is de beperking in dit menu dus een minpunt, zeker omdat ik nu niet zeker weet of/wanneer ik bij Chanti kan genieten van vier gangen.

Tip voor Chanti: zorg dat op jullie Facebookpagina makkelijk te vinden is wat deze week het menu is. Zo weet ik als vega meteen of er deze week iets voor mij bij zit. ;-)

Foto: ExploreUtrecht

DE VEGAPROEF: HET EINDOORDEEL

Nou ja hè, ik ga natuurlijk niet zeggen dat ik een lievelingstentje heb en het vervolgens afkraken. Het ietwat inflexibele viergangenmenu wordt gecompenseerd met een prima selectie vegetarische opties op de kaart. De schappelijke prijzen – zeker voor Utrechtse begrippen – en de heerlijke wijn zijn extra redenen om deze plek uit te checken. Ja, ook als je (graag) vegetarisch eet, want Cucina Chanti is VEGAPROOF!

En nu krijg ik zin om die pizza’s te proberen. Wie gaat binnenkort met me mee? ;)

—–

Als vegetariër ben je in restaurants meer dan eens veroordeeld tot een smakeloze pasta of die eeuwige salade met geitenkaas. Nu vlees eten zo’n beetje het nieuwe roken is, wordt het hoog tijd dat je in elke Nederlands horecatent góed kunt genieten zonder dood dier. Daarom test ik in DE VEGAPROEF op (on)regelmatige basis of de restaurants waar ik eet VEGAPROOF zijn. Klik hier voor eerdere recensies.

0

Durf

‘Dit is niet als kritiek bedoeld, want ze kan goed schrijven. Maar Suus laat zichzelf niet écht zien.’

Aldus de moeder van een goede vriendin, die wel eens stukjes leest hier.

Treffend, want het is waar, besefte ik toen die vriendin de boodschap overbracht. Hoewel ik nu alweer een jaar onder mijn eigen naam blogjes schrijf (en da’s al meer dan ik de twee jaar daarvoor durfde), zijn er genoeg dingen, belángrijke dingen, waar ik niet of (te) weinig over schrijf. Omdat ik – dit heb ik vaker gezegd – heel erg goed besef wie er meeleest of mee zou kunnen lezen.

Logisch, zouden veel mensen nu zeggen. Waarom zou je het hele internet een kijkje in je ziel gunnen? Sommige dingen zijn toch ook beter om te bespreken achter gesloten deuren? Waarom die drang om alles te delen met iedereen? Waarom doe je dat jezelf aan?

Nou, misschien omdat ik vind dat de beste teksten gaan over kwetsbaarheid. Als ik naga: wie vind ik nou eigenlijk echt gaaf? Dan zijn dat toch de mensen die durven te schrijven over het leven zoals het is. Mooi, overweldigend, rauw, intens, schaamtevol. (En for the record, dat kunnen allerlei mensen zijn, van Griet op de Beeck tot Des, Jentl en Annemerel.)

Ook wanneer ik terugblader in m’n eigen blogarchieven, vind ik de sterkste stukjes die teksten die gaan over zoeken en vinden. Over nachtelijke avonturen op de dansvloer en daarna. Over veel te veel willen en tegen jezelf aan lopen. Over ontdekken waar de grenzen van maakbaarheid en redelijkheid liggen. Over twijfel, onrust, verlangen. Kortom: over dingen die we allemaal wel eens ervaren.

Dat zijn vaak stukjes die ik schreef vóór ik begon met werken. Maar ja hè, als scholier/student leef je in een relatief onschuldige bubbel. Mensen vonden vast wel eens wat van mijn blogs, maar dat had weinig gevolgen voor m’n carrière.

De grotemensenwereld is een stukje harder. Op een redactie waar ik eens werkte deed men bijvoorbeeld nogal laatdunkend over schrijver Henk van Straten. Hij was maar een negatieve zeikerd en een aansteller, vond men. En ik, ik keek tegen die Goede Journalisten op en dacht: zij weten er meer van, ze hebben vast gelijk.

Terwijl ik, als ik eerlijk ben, genoot van Henk z’n wekelijkse stukjes op LINDAnieuws. Omdat ik vind dat dat pure, oprechte teksten waren. (En om die reden lees ik zijn blog nog steeds met plezier.)

De eerste keer dat ik zelf hardheid als antwoord vond op mijn oprechte schrijven, is nu bijna drie jaar geleden. Misschien weet je het nog: ik was uitgenodigd voor een PR-event voor bloggers. Met een groep meiden gingen we bootje varen op de Kralingse Plas. Waar alle andere genodigden achteraf blije stukjes schreven over de producten die we mogen proberen, schreef ik een vrij rechttoe-rechtaan stuk over mijn onzekerheid daar tussen al die mooie meiden op die boot.

Dat dat niet lekker viel bij degenen die me hadden meegesleept, had ik natuurlijk kunnen verwachten. Vooruit, in sommige zinnen die ik schreef klonk een oordeel door – al bedoelde ik dat niet zo, ik probeerde vooral een gevoel neer te zetten. Ik veroorzaakte in elk geval een hoop shit en nu ik eraan terugdenk, voel ik me er nog steeds een beetje naar over.

Maar had ik het dan niet moeten schrijven?

Nee. Ik had dat stukje zeker wél moeten schrijven. Omdat het was wat ik voelde, omdat het was wat ik vond. Misschien niet mooi, en zéker niet populair, maar wel eerlijk. En naast de negatieve reacties à la Suus-wat-schrijf-je-nu-weer, ontving ik ook een boel berichtjes in de categorie ik ben blij dat je dit schrijft. (Volgens Henk moet je het daar overigens niet om doen, als schrijver, maar dat ben ik dan weer met hem oneens – ik denk dat herkenning er zeker toe doet.)

En nu, nu zijn we dus drie jaar verder. Ik ben 25 vind ik het vaak nog steeds moeilijk om te zeggen: dit ben ik, dit is mijn mening en hier sta ik voor. Ik trek mezelf vaak in twijfel. Misschien te vaak, zei de vriendin waarmee ik dit stukje begon. In feite, besef ik nu, is dit een van de redenen dat ik op dit moment weinig focus heb in m’n schrijven.

Punt is: als iedereen steeds blijft doen alsof ‘ie het allemaal wel wéét, alsof alles duidelijk en uitgevonden en uitgevogeld is, dan blijven we ons allemaal diep vanbinnen raar en alleen voelen. Het is niet voor niets, dat zo’n initiatief als PostSecret (in Nederland herhaald als Briefgeheimen) als een trein gaat. Er zijn van die dingen die we allemaal ervaren. Of in elk geval: die veel anderen óók ervaren. Ik denk dat het ons meer zou verbinden, als we dat zouden weten van elkaar.

Mijn goede vrienden weten: ik houd van openheid.
Tijd om dat meer uit te dragen.

0

Spullen kopen

Als me van Cuba één meta-ding is bijgebleven, dan dit: we leven hier in het westen in een overprikkelde samenleving. En daar raakt je hoofd ontzettend vol en moe van.

Ik schreef al dat je in Cuba niet zo heel lekker kunt eten (nou ja, je moet vaak goed zoeken). Dat klinkt misschien ‘stom’, maar eigenlijk was het ook een zegen. Hier in Nederland – en eigenlijk in alle landen waar ik tot nu toe was – vind je op bijna elke straathoek wel een eettent. Herkenbare eettentjes, ook nog: Starbucks, McDonald’s, Albert Heijn.

Hetzelfde met kleding. De grote winkelketens – H&M, Zara, Mango, Perry Sport, Hunkemoller, HEMA, Costes, Vero Moda, Only, Jack & Jones, Open32, Esprit, moet ik doorgaan? – zitten praktisch in elke stad. En anders adverteren ze er wel. En dus is er altijd de optie om iets te kopen (helemaal nu je ook digitaal kunt shoppen).

We weten, kortom, wat we leuk en lekker vinden (dankzij reclame en vaste menu’s – zie Starbucks/McDo) én dat dat altijd binnen handbereik is. Telefoonabonnementen. iPads. Auto’s. Winterlaarzen. M&M’s. Chocomel. Kauwgom. Tony’s Chocolonely. Parfum. Bier. Bodylotion. Scheermesjes. Overal zijn advertenties van Alles Wat Je Maar Wilt.

Gevolg is dat je eigenlijk de hele tijd – bewust of onbewust – de keus moet maken om NIET te consumeren. ‘Oh lekker’, denkt mijn brein als ik langs AH to go loop (of uberhaupt op een station ben, want ik weet dat op praktisch elk station een AH to go is). ‘Zal ik een triple chocolate cookie nemen?’ En in een flits, als ik langs Steps loop: ‘Zal ik even kijken of ze een leuk jurkje hebben voor dat-en-dat feestje?’

Om nog maar te zwijgen over alle reclameboodschappen die ik dagelijks tegenkom op Instagram (‘hmm, ik moet die nieuwe Tony’s echt snel uitproberen!’).

Kortom: bij elke confrontatie met DINGEN OM TE KOPEN (of dat nu om pizza, een nieuwe jas of die meditatiecursus gaat) moet je weer de afweging maken om dat wel of niet te doen. Vaak gebeurt het misschien half-onbewust, maar eigenlijk is het best vermoeiend. Helemaal omdat we 95% van al die dingen helemaal niet nodig hebben.

Eh Suus, zul je zeggen, maar dat wisten we toch allang?

Natuurlijk, ik weet dat dit geen nieuwe gedachten zijn. De rat-race en het principe van “we werken hard zodat we spullen kunnen kopen om indruk te maken op mensen die we nauwelijks kennen” zijn natuurlijk al zo vaak beschreven.

Toch moet je sommige dingen denk ik ervaren om ze te begrijpen en ernaar te kunnen handelen. Ik besefte dat ik in Cuba helemaal geen minder leuke tijd had door het matige eten. Ja, natuurlijk was ik blij als ik ergens een lekkere salade vond en natuurlijk genoot ik van de uitgebreide ontbijtjes met vers fruit, maar mijn focus lag gewoon op andere dingen.

Bovendien (her)ontdekte ik: ik heb helemaal niet zo veel nodig om me fijn te voelen. Op een fles rum, een paar sigaren en een setje oorbellen na heb ik niets gekocht in Cuba. Mijn geld ging op aan levensonderhoud en ervaringen: voedsel, vervoer, mojito’s. En ik had de tijd van mijn leven.

Vooruit, ik had van tevoren goed nagedacht en alles meegenomen dat ik nodig had. En eerlijk is eerlijk, ik baalde best van het feit dat ik geen conditioner in m’n tas had gestopt voor m’n droge pluishaar. Met andere woorden, natuurlijk is het niet zo zwart-wit en ik wil hier helemaal niet het “consumeren als geheel” afkraken.

Ik denk alleen wel dat het al zo veel zou helpen als we allemaal wat beter nadenken voor we weer gedachteloos iets kopen.

Voor de duidelijkheid: dat wil niet zeggen dat je het allemaal niet moet doen, hè. Soms word je gewoon blij van spullen. Of van een luxe fles wijn. Ik tenminste wel. Van altijd maar calvinistisch de hand op de knip houden is volgens mij ook niemand echt blij geworden.

Maar er is volgens mij een verschil tussen jezelf dingen gunnen (wat je in mijn ogen áltijd moet doen) en dingen kopen omdat je denkt dat je jezelf er een plezier mee doet. Vaak is dingen aanschaffen óók gewoon een beetje een gewoonte geworden. Of misschien wel: een gevolg van de PRIKKELS om te kopen die er de hele tijd zijn.

En op dat moment is het best interessant om eens aan die etalageruit voorbij te lopen.
Die Fitbit niet te kopen.
In plaats van weer een nieuwe fles wijn te kopen, er eentje te drinken die je nog hebt liggen.

En eens te kijken wat er dan gebeurt.

En in het kader van ‘YOLO en je moet wel léven’ boekte ik gisteravond (na een week twijfelen) een weekendje Málaga ;)
0

Los

Cuba heeft me echt zo veel relaxter gemaakt. Ruim twee weken ben ik nu thuis – langer dan ik uberhaupt weg ben geweest. Maar wat laat zo’n reis sporen na, zeg. In goede zin.

Sinds ik thuis ben, heb ik nog niet hardgelopen. Goed, ik was natuurlijk een week ziek en toen nog een paar dagen verkouden, maar gisteren had ik best kunnen gaan. Toch geniet ik ervan om het nog even niet te doen. Ik heb ook nog nauwelijks vrienden gezien; alle doordeweekse avonden was ik gewoon thuis. Op de bank met De Mol en Zondag met Lubach, schrijvend aan de keukentafel of zomaar wat rommelend in huis. En ik vond het heerlijk.

Ik weet dat het ritme heus wel weer terugkomt. Ik besef dat het leven langzaamaan weer steeds sneller zal gaan. Dat mijn agenda over een paar maanden vast weer zo volgepland is als altijd. Dat ik weer ambitieuze hardloopdoelen zal maken.

Maar nu is het nog even niet zo,
en daar ben ik tot mijn eigen lichte verbazing ontzettend oké mee. Zelfs het feit dat ik morgen-over-een-maand een halve marathon te lopen heb, veroorzaakt nauwelijks stress of onzekerheid.

Ik voel vertrouwen. Vertrouwen dat het allemaal wel losloopt. (Oké, het feit dat ik net een uur in bad heb gezeten en ontzettend rozig ben, helpt vast ook.)

Voor 2017 was mijn belangrijkste voornemen: minder doen. Geen werkweken van >50 uur meer draaien. Meer tijd thuis besteden. Ruimte maken en kijken wat er dan gebeurt. De ambitie soms los durven laten (dat is niet echt populair om te doen in de westerse wereld). Herontdekken dat ik ook heus nog oké ben als ik niet op elke verjaardag ben. En dat ik niet ongelukkiger – misschien zelfs gelukkiger! – ben met een lege(re) agenda. Gewoon, leven. Ademen.

Want hey, waarom rennen we eigenlijk allemaal de hele tijd zo hard?

Vannacht stond ik in TivoliVredenburg. Uitgaan vond ik de afgelopen jaren eigenlijk een beetje tijd- en geldverspilling: je bent er een groot deel van je weekend aan kwijt, de volgende dag is alles zwaarder en het is ook nog eens slecht voor je lijf, die drankjes en dat fastfood.

Maar sinds die dansavonden in Trinidad kriebelt het. Dus samen met de liefste Aniek danste ik, urenlang, op alle nummers die we zo goed kennen en die zo veel herinneringen oproepen. Een zwart hemdje droeg ik, mijn lievelingsspijkerbroek en sneakers, de kleding waarin ik het liefst uitga. We zongen mee, schreeuwden soms, sprongen, knuffelden en verwonderden hand in hand.

“Het klinkt misschien gek”, appte ze me vanmiddag, “maar zo’n avond verandert op de een of andere manier weer zo de manier waarop ik naar de wereld kijk”.

Zoals zo vaak snap ik precies wat ze bedoelt. Ook ik voel me herboren, losgedanst. Alsof het leven door die uitbundigheid weer helemaal op z’n plek is gevallen en ik tot in mijn tenen weer voel waar het ook alweer werkelijk om draait.

Ik hoop dat ik nooit vergeet hoe belangrijk het is om soms uitbundig te zijn.

0

Brownies en Maroon 5

Nee, het verhaal van Cuba is nog niet verteld, maar even een Nederlands blogje tussendoor hoor. Het is tien uur ‘s avonds en ik zit aan de keukentafel te wachten tot m’n brownies klaar zijn. Morgen is mijn laatste werkdag bij NU.nl. Dat voelt raar en een beetje onwerkelijk, des te meer omdat ik sinds half januari niet meer op de redactie in Hoofddorp ben geweest.

Eerst had ik 2,5 week vakantie en daarna – vorige week – lag ik met koorts in bed. Dubbel balen, want ik zag juist zo uit naar die laatste diensten.

Maar wacht, wat, weg bij NU.nl?

Ja, snik snik, maar met een leuke reden: sinds 1 januari ben ik in vaste dienst bij Einder! Een contract voor onbepaalde tijd – jeetje, dat was nog eens een mooie start van het jaar. (Ik weet eigenlijk niet meer zeker of ik dat hier al verteld had, maar ik geloof het niet.)

Hoewel ik nog steeds 0,7 fte werk – de ene week vier, de andere week drie dagen – voelde het tekenen voor Einder-op-lange-termijn als een goed moment om te stoppen als freelance economieredacteur. Een makkelijk besluit was het niet, want NU.nl is een supervette werkplek waar ik het afgelopen jaar veel heb mogen leren.

Toch is het tijd om verder te gaan. Waarom? Waarmee? Met Einder natuurlijk, maar verder? Dat weet ik nog niet. Wat ik wel weet: dat ik het schrijven van creatieve, journalistieke verhalen een beetje mis. Ja, natuurlijk schrijf ik ook bij Einder – en ook heus mooie verhalen! – maar stukken zoals ik ze tot vorig jaar voor de Volkskrant schreef, dát wil ik weer meer doen.

Dit stuk bijvoorbeeld over studenten van laagopgeleide ouders.
Of deze rubriek, over de verdiensten (ja ja) van Jos van Rey.
En een populair-wetenschappelijk stukje schrijven over flossen was ook best interessant.

En hey, nu ik toch dromen en wensen op internet aan het gooien ben: schrijven voor Happinez lijkt me ook gaaf. Of voor LINDA. (Tja, wie wil dat nou niet? Maar hey, dream big.)

Hoewel ik nog wel een paar ideetjes ‘op stapel’ heb liggen, ontbrak het me de afgelopen maanden aan de tijd om die fatsoenlijk uit te werken. Laat staan om te investeren in mijn schrijfskills (regel 1 van Stephen King: read a lot, write a lot) en mezelf uit te dagen door te oefenen met andere woorden, nieuwe tekstvormen. M’n oud-Volkskrantcollega Rik Kuiper is bijvoorbeeld een gaaf webstekje begonnen: de Verhalengarage, waar hij ‘op onregelmatige basis journalistieke verhalen demonteert’ zodat je daarvan kunt leren. Dat lijkt me sowieso iets om in de gaten te houden.

(Even een zijpaadje: ik ben soms een beetje geintimideerd door de schrijfsels van Henk van Straten. In het bijzonder door dit stukje, waarin ‘ie de “echte schrijver” en de “succesvolle auteur” naast elkaar zet, naar aanleiding van de vraag: zou je een relatie kunnen hebben met iemand van wie je het schrijfwerk slecht vindt? Ik weet dan ineens niet meer zo goed of ik wel zo’n Echte Schrijver ben/zou kunnen worden, ooit. Ook al zeggen jullie nu misschien ‘Suus, houd je bek’.)

Goed. Intussen beginnen de brownies lekker te ruiken, terwijl ik op YouTube het ene na het andere nostalgische liedje draai (van de emo-rock à la Breaking Benjamin/30 Seconds To Mars die ik als zestienjarige luisterde tot Maroon5 en Kelly Clarkson, jaja #guiltypleasures #noshame et cetera).

Morgen eerst maar eens die pan opsmikkelen met m’n collega’s – ik ga hen missen.
En wat daarna betreft: plan A is gewoon om de komende tijd even geen plan te hebben voor de 1-2 dagen in de week die vrij komen. Laat ik het maar gewoon even een tijdje kriebelen. Zien wat er dan gebeurt.* De financiele noodzaak om opdrachten te vinden is er niet en da’s een luxe die ik niet eerder heb gekend. Rest dus de vraag: what would you do if money were no object? How would you réally enjoy spending your time? (Klik)

Natuurlijk weet ik dat wel. Schrijven, schrijven. Denken, dromen, verhalen vertellen. De toppen van mijn kunnen verkennen.
En daarom dus nu: ruimte vrij maken, zodat nieuwe dingen kunnen ontstaan. ‘t Wordt voorjaar, tijd om te zaaien.
Ik ben benieuwd wat er in 2017 allemaal gaat groeien.

*Zul je zien dat er dan morgen net een superleuke klus komt – ik ben niet zo heel goed in ‘nee’ zeggen tegen leuk werk en da’s misschien maar goed ook.

0