A little bit of everything, all rolled into one

Cuba: daar gaan we dan (bijna)

Op 31 augustus 2011 vloog ik 9.448 kilometer naar het oosten. In de avond van 1 september landde ik in Taipei, Taiwan.

Op 19 januari 2017 vlieg ik 7.808 kilometer naar het westen. Dezelfde avond – leve het tijdsverschil – land ik in Havana, Cuba.

Vijf-en-een-half jaar nadat ik voor het eerst naar de andere kant van de wereld vloog, doe ik dat opnieuw, maar nu de andere kant op. En jeetje, de afgelopen dagen zaten de zenuwen er goed in hoor. Inmiddels zijn die – gelukkig – een beetje bedaard en beginnen de ZIN IN/NIEUWSGIERIG-kriebels weer te komen.

Maar nu het allemaal zo dichtbij komt (haha), denkt een deeltje van mij toch: O SUUSIE waarom moest je nou weer zo nodig naar een land gaan…

  • Waar ze niet of nauwelijks internet hebben. Nee, ook geen WiFi (alleen op sommige openbare plekken, heb ik gehoord, tegen betaling en van slechte kwaliteit)
  • Waar je niet gewoon ff op Booking.com je hotel regelt en klaar. Nee, je moet mailtjes sturen – vaak in het Spaans – naar hosteleigenaren, en dan maar hopen dat die hun belofte dat de kamer voor je is gereserveerd ook inderdaad nakomen. Gelukkig bestaat wel de site HostelsClub.com, waar je (so I’ve read) betrouwbare casa’s kunt boeken.
  • Waar ze twee verschillende munt-eenheden hebben.
  • Waar ze geen/nauwelijks winkels hebben, zodat het credo “als ik mijn paspoort en portemonnee maar bij me heb, de rest koop ik daar wel” niet geldt. Na veel andere blogs lezen met paklijsten en tips (wat fijn toch, dat internet) heb ik nu een groot deel van m’n bagage bij elkaar. Van kleding, vaccinatieboekje en zonnebrandcrème tot duct tape, Engelse verklaringen van m’n reis- en zorgverzekering, een medicijnkast vol tabletten, tekentang, zaklamp en een paar telefoonladers.
  • Waar je nauwelijks geld kunt pinnen – alleen op sommige plekken met creditcard, en dan moet je nog maar hopen dat er geen storing is/de automaat niet stuk is/etc.
  • Waar ze er een compleet ander politiek en economisch systeem op na houden en veel van de impliciete onuitgesproken regels die ik in de afgelopen 25 jaar leerde plotseling niet meer gelden.
  • Waar op dit moment zó veel westerse toeristen zijn, dat veel buslijnen al volgeboekt zijn (en op twee trajecten heb ik nog geen ticket argh..)

Goed, misschien heb ik in mijn intensieve voorbereiding wel zó veel gelezen over ‘de dingen waar je op moet letten’ en ‘de zaken die handig zijn om te weten’, dat ik een beetje uit het oog verloor dat

  • Cuba een hartstikke veilig land is. Ik hoor dit telkens weer van ervaren Cuba-reizigers: ‘zelfs als alleenreizende vrouw voel je superveilig’.
  • Je er geweeeldige cocktails hebt, vrolijke muziek en kleur op straat.
  • Ik al mijn accommodaties en bijna al mijn busreizen gewoon wél ruim op tijd heb geregeld. En voor het overige vervoer schijn je ook heel makkelijk een taxi te kunnen delen.
  • Het grote aantal toeristen ook betekent dat er veel ‘gebaande paden’ zijn, waardoor ik niet alles in m’n eentje hoef uit te vinden (en misschien/hopelijk vind ik zelfs reismaatjes).
  • Ik stiekem nog best wat Spaans heb onthouden van de vijf jaar les die ik had op de middelbare school. Vooruit, ik zal het allemaal weer een beetje moeten ‘ophalen’ (en heb daarom ook twee taalgidsjes mee) maar vergeleken bij de gemiddelde toerist sta ik er denk ik niet slecht voor.
  • Veel mensen in mijn omgeving naar Cuba terug zijn geweest en niet één zei: ”oh nee dat moet je niet doen”. Integendeel, iedereen zegt alleen maar “supervet-awesome-cool-megaleuk-je gaat de tijd van je leven hebben”-achtige dingen.
  • HET GEWOON NEGENENTWINTIG GRADEN EN ZONNIG IS IN HAVANA NU OH YEAH

Kortom: het gaat vast goedkomen, zelfs al kan ik nu niet alles overzien (en hey, wie kan dat trouwens ooit?). Lesje in loslaten dus ook, deze reis.

Goed, nu eerst nog één laatste dagje werken bij Einder, daarna de laatste boodschapjes halen (o.a. gedroogd fruit, tuc-koekjes en mueslirepen – lees op veel plekken dat wat eten meenemen geen overbodige luxe is) en vanavond die grote backpack maar eens inpakken. Alles ligt klaar, dus dat is hopelijk niet al te veel werk meer.

Lastminute-tips zijn overigens van harte welkom. En als het er vanavond niet meer van komt om nog een laatste blogje te schrijven: tot over twee weken!

0

De VEGAPROEF: restaurant Vroeg

Na die geslaagde VEGAPROEF bij restaurant Wally schreeuwt het “plantaardig uit eten”-experiment natuurlijk om een vervolg. Aan de vegans die nu hopen op een tweede recensie met voedsel zonder dierlijke producten: stop maar met lezen. Niet omdat je bij Vroeg niet lekker plantaardig kan eten, maar omdat ik dat (nog) niet heb uitgetest.

Nu schrijf ik dit blogje natuurlijk niet voor niets. Ik at namelijk wél vegetarisch bij Vroeg, een geweldige plek in Bunnik (5 km van mijn huis) waar toch vooral vlees en vis domineren op de kaart.

De (eerlijke) reden? Ik durfde het even niet aan, dat honderd procent plantaardig. Heel leuk natuurlijk, zo’n ervaring als bij Wally, maar soms heb je al genoeg andere dingen aan je hoofd en wil je je niet ook nog eens ‘lastige gast’ voelen.

Eerst maar eens kijken dus, of je bij Vroeg goed kunt lunchen zonder gebakken dood dier. ;-) Noem het maar: de Vegaproef, deel 1. Dan kom ik later wel eens terug voor de échte plantaardigheidstest (deel 2). En zo werd dit etentje niettemin een VEGAPROEF.

Lees gauw verder of die geslaagd was…

Foto (c) Google Images
Foto (c) Google Images
Foto (c) Vroeg
Foto (c) Vroeg

VLEESNOCHVISSERS

Bij Vroeg – een gemoedelijk en stijlvol etablissement in een boerderij, vlakbij natuurgebied Amelisweerd – at ik al eens eerder, toen wél vlees. “Maar ook vleesverlaters, vegetariërs en vleesnochvissers kunnen hier terecht”, lees ik op hun website. Dat belooft wat.

Ik ben dan ook een béétje teleurgesteld, als ik het menu lees. Het klinkt allemaal súperlekker, maar vrijwel overal zit vlees of vis in: zijlende met gemarineerde bospaddenstoelen en oude kaas, zuurkoolquiche met eendenbout, forel met citroenroom…

Toch moet het gezegd: de klassieke (lees: saaie) salade geitenkaas-walnoot-appel-balsamico is op deze lunchkaart gelukkig niet te vinden. Als vegetariër kun je bij Vroeg kiezen uit een tosti geitenbrie (toch nét anders) met pompoen en veenbessensalsa, een salade met geitenbrie, pompoen en munt, grofgesneden brood met oude kaas en olijvenchutney, een kruidige pompoensoep met gepofte kastanje of een maaltijd van drie sneeen brood (waarvan één met geitenbrie, één met geroosterde pompoen en één met kaas-rucolakroketjes).

Dat deze opties deels een beetje ‘hetzelfde’ klinken, neem ik voor lief. Ze klinken immers wél lekker en creatiever dan ik op menig plek zie. Ik besluit voor het laatste te gaan, ingedeeld onder het kopje Voor de stevige trek. Nou, kom maar op met die kroketten!

EN HOE SMAAKTE DAT DAN?

“Wauw”, laat ik me ontvallen als de serveerster mijn bord voor m’n neus zet. Het ziet er werkelijk geweldig en smaakvol uit. En ik kan je vertellen: dat ís het ook. Wat de roze frambozendressing(?) op het bord doet weet ik niet helemaal zeker, maar de kroketjes zijn prima, de geitenbrie lekker en het knapperige volkorenbrood – uit eigen bakkerij! – is werkelijk fantastisch.

Nee, als vegetariër heb ik totaal niet het gevoel dat mijn maaltijd onder doet voor die van m’n vleesetende tafelgenoten (al moet gezegd: de op houtskool gegrilde hamburger zag er ook goed uit – de gemiddelde planteneter zal me deze uitspraak niet in dank afnemen).

Zeg mensen-van-Vroeg, waarom zetten jullie niet meer vleesnochvis-opties op de kaart? Jullie zijn er duidelijk goed in.

WhatsApp Image 2017-01-16 at 4.09.09 PM

STERREN

Wat ik mis (maar toegegeven, dit is gekrabbel in de marge), is misschien op het menu een icoontje bij de ándere gerechten die mogelijk vegetarisch te bereiden zijn. Nu ik nog eens een blik op de kaart werp, denk ik immers dat het wel moet lukken om bij het ‘gegrild brood met gebakken paddenstoelen en spek’ dat laatste ingredient weg te laten. En hey, is dat gerecht dan niet al helemaal plantaardig?

Niettemin, conclusie: Vroeg is in elk geval VEGAPROOF*. Met één sterretje, want: vegetariërs kunnen hier lekker eten, veganisten vooralsnog niet – er staat niets 100% plantaardigs op de kaart. Al heb ik daar ook niet om gevraagd. Dus binnenkort – lees: na m’n Cubareis – maar eens met hen bellen en dan (hopelijk) terug voor de enige echte VEGAPROEF**!

Foto: (c) Vroeg
Foto (c) TripAdvisor
Foto (c) TripAdvisor

P.S. Sowieso voor de vega(n)-fans en andere foodies: bij Vroeg zit ook een geweldige bakkerij waar je allerlei soorten vers brood, lekkers én streekproducten kunt halen. Ruikt heerlijk, smaakt nog beter. Dikke aanrader.

 

0

de beste alcoholvrije drankjes als het feest is (of gewoon weekend)

Heb je er ook zo’n hekel aan dat je veroordeeld ben tot cola en sinas, als je (even) geen alcohol drinkt? Ik bedoel, soms wil je gewoon wat feestelijks drinken. Gelukkig zijn er steeds meer hippe, lekkere én originele alcoholvrije drankjes te krijgen. Ik deel graag mijn favorieten met je!

In mijn omgeving hoor ik afgelopen tijd steeds vaker mensen zeggen dat ze minder willen drinken. Nu is het daar natuurlijk ook de tijd van het jaar voor; verschillende vrienden en kennissen houden de maand januari de kurk op de fles, of drinken zelfs drie maanden niet.

Lees hier mijn 5 tips om minder alcohol te drinken.

Eén van de dingen waar je vaak tegenaan loopt als je de drank laat staan, is het gebrek aan waardige alternatieven. Ik bedoel: cola en sinas, wie wordt daar nu blij van op vrijdagavond? En zeg eerlijk: die eeuwige spa rood ben je ook wel eens beu.

Sowieso: na een dag water en thee drinken ben ik, eenmaal thuis, vaak toe aan iets anders in m’n glas. En ja, als je dan een mooi wijnrekje vol hebt liggen is de verleiding groot om er maar weer eentje open te trekken. Jeej! Heb ik verdiend!

Maar ja, (bijna) elke dag wijntjes of biertjes is nu eenmaal niet zo best voor je gezondheid. Nu het verband tussen alcohol en kanker steeds duidelijker wordt, en zelfs het credo dat een glas (rode) wijn per dag gezond is geen stand meer houdt, ben ik begonnen mezelf een nieuwe levensstijl aan te leren. Een ritme waarin dagelijks een glas wijn – zelfs al is het er maar één – niet meer de normaalste zaak van de wereld is.

Omdat ik evengoed óók iets feestelijks wil drinken als er wat te vieren valt, ben ik aan het experimenteren geslagen met alcoholvrije drankjes. Want hey, er zijn genoeg waardige alternatieven. M’n favorieten deel ik graag met jullie.

Doet niet onder voor de Tripel Karmeliet, toch?
Gelukkig hebben ook steeds meer horecagelegenheden door dat je als alcoholvrije gast óók best een feestelijk glas wilt. ;)

Vlierbloesemsiroop & spa rood

Mijn all-time favourite! Een goede vriendin van me kreeg deze ‘cocktail’ ooit als aperitief toen ze ging eten in een chique restaurant. Sinds ze het mij leerde, heb ik vrijwel standaard een fles vlierbloesemsiroop in de koelkast staan.

Doe een klein (!) scheutje vlierbloesemsiroop in een (champagne)glas. Vul aan met spa rood. Voilá, een lekker, licht en chique drankje. Eventueel af te maken met wat munt en limoen.

Vlierbloesemsiroop (‘elderflower’ in het Engels) koop je bij de natuurwinkel, sommige supermarkten (AH) of IKEA. O ja en het merk Fever Tree heeft ook ‘kant-en-klaar’ limonade (tonic water heet het), die ik steeds vaker op drankkaarten zie staan in restaurants.

Ginger Beer

Hoewel de naam anders doet vermoeden, bevat ginger beer geen alcohol. En het is superlekker! Als je tenminste van de pittige smaak van gember houdt, want dat heeft dit drankje wel. ;-) Dit ‘easy peasy’-recept van Jamie Oliver heb je zo gemaakt.

Ook het proberen waard: gelijke delen ginger ale & alcoholvrij bier, met munt, limoen en ijs. De versie met gewoon bier is in elk geval erg lekker.

Crodino

In Italië drinken ze sinds jaar en dag Crodino, een bitterzoet non-alcoholisch aperitief. Wordt geserveerd in een klein flesje van 100 ml; drink het on the rocks (met ijs). Ik ben het nu al een aantal keer tegengekomen op de menukaarten van Nederlandse horeca – ja, ook buiten de Randstad.

En o ja, ook gewoon te koop in de meeste supermarkten. Kijk bij het drankenschap, waar ook de blikjes passoa-jus, Safari en Coebergh staan. Daar vind je – gek genoeg – ook sixpackjes Crodino voor ongeveer 3,50 euro.

Bionade

Ook steeds vaker te vinden in – vooral de wat hippere – cafés: Bionade! Ziet er bijna uit als een flesje bier (en je kunt ‘t ook zo lekker uit de fles drinken op een zwoele zomeravond), maar volledig alcoholvrij. In verschillende smaken verkrijgbaar. Kruiden en Gember-Sinaasappel zijn mijn favorieten.

Te koop bij natuurwinkels en (sommige) supermarkten.

pasdutout

Alcoholvrije bubbels: Pasdutout

De mensen van Culy deden eens een test met alcoholvrije wijn. Conclusie: ‘t is niet veel soeps. Behalve! Pasdutout (juist ja), een bubbelwijn waar de alcohol uit is gehaald, smaakt best redelijk, zo oordeelde het panel.

Dat moest ik natuurlijk proberen. Een fles haal je voor 8 euro bij Grape District. “Onze meestverkochte wijn tijdens de feestdagen”, knikte de verkoper toen ik Pasdutout afrekende. Blijkbaar komen mensen in groten getale dit spul halen, al bevat het in feite nog steeds 0,2 procent alcohol (dus als we heel strikt zijn past ‘ie niet in dit rijtje).

De fles – mét (plastic) kurk – plopt als ‘ie open gaat. Yeah, feest! En eerlijk is eerlijk: als je geen high class champagne verwacht, is het inderdaad prima te drinken. In elk geval niet zoet zoals veel alcoholvrije drankjes en dus lekker als aperitief. Aanrader voor als je op feestelijke gelegenheden liever de drank laat staan.

Rose Lemonade

Nog zo’n drankje met een heel eigen smaak: Rose Lemonade. Met rozensmaak dus. Licht prikkelend, niet te zoet. In Engeland al een hit, hier ook steeds vaker verkrijgbaar. Grote flessen (750 ml) zijn te koop bij onder andere Albert Heijn, kleine flesjes vond ik tot nu toe alleen bij speciaalzaken.

Jillz 0,0%

Vooruit, een béétje zoete troep is het wel hè, die Jillz. Maar evengoed best te doen, deze alcoholvrije variant. Makkelijk en lekker voor tijdens zomerse avonden in het park, als de rest aan het bier zit.

Willekeurige siroop + prikwater

Wat met vlierbloesemsiroop kan, kan natuurlijk ook met andere siropen. Simpele Karvan Cévitam (ja, wel veel suiker maar goed, anders zou je alcohol drinken en daar zitten nog meer calorieën in hè), biologisch bramensiroop of nog wat anders. Belangrijk: schenk het niet in zo’n saai longdrinkglas, maar pak er een mooi wijnglas bij. Dat zou je ‘anders’ toch ook doen?

Prikwater erbij en drink ‘m zo sterk/waterig als je wilt. De keuze is reuze!

IMG-20160803-WA0003 (1)

Allain Millait Chardonnay-druivensap

Vooruit, niet de goedkoopste optie in het lijstje. Maar dit druivensap van chardonnay-druiven (de populairste druivensoort voor droge wijn) is wel ontzéttend smaakvol. Vrij zoet, wel, dus verwacht geen wijn. Wat wel? De warme, volle, rijpe smaak die je van chardonnay gewend bent.

Ik dronk dit drankje in restaurant Bij Teus in Houten, maar het lijkt erop dat je het ook via internet kunt bestellen.

Heb jij nog meer tips voor goede alcoholvrije drankjes?

0

Dit las ik in december: Het Rosie-project

In december las ik niet zo veel. Onderweg naar mijn werk liet ik me iets te vaak afleiden door mijn smartphone (ik las dus wel dingen, maar weinig noemenswaardigs) en verder was de Kerstmaand druk als altijd.

Gelukkig vond ik tóch tijd voor 1 boek: Het Rosie-project. Zo haalde ik overigens op de valreep mijn GoodReads Reading Challenge: 40 boeken in 2016. Jeej!

Maar dat Rosie-project dus. Ik had het al vaak zien liggen in de boekhandel en het was natuurlijk weer zo’n boek dat iedereen al láááng gelezen had en dat ik (daarom) steeds maar niet wilde openslaan. Nu dan toch.

Gramae Simsion, Het Rosie-project **** 

Het boek (Australische auteur, vertaald uit het Engels) gaat over Don Tillman, een verstrooid professor genetica van eind dertig. Al na een paar bladzijden realiseer je je dat Dons brein op een wonderlijke manier werkt – hij heeft het syndroom van Asperger, al weet hij dat zelf niet en wordt het ook nergens expliciet vermeld.

Don is op zoek naar een vrouw om mee te trouwen. Eigenlijk kan ik niet veel méér zeggen zonder de verhaallijn te spoilen, maar dat verhaal is eigenlijk nog de minste reden waarom Het Rosie-project zo’n leuk boek is. Als lezer krijg je alles mee vanuit het perspectief van Don en dat zorgt regelmatig voor een grijns op je gezicht. Bijvoorbeeld omdat je op basis van zijn observaties conclusies trekt over sociale situaties, die Don zelf duidelijk níet trekt.

Van het Abrikozenijs Fiasco, tot het Jas Incident en Olivia de vegetarische hindoe/antropoloog én natuurlijk de enige echte Rosie; ja, dit boek blijft me nog wel een tijdje bij. Op dit moment lees ik trouwens het vervolg, Het Rosie-effect. Schijnt niet zó briljant te zijn als het eerste deel, maar is tot nu toe evengoed erg vermakelijk.

0

De VEGAPROEF: Restaurant Wally

Zoals je wellicht weet, is uit eten gaan een grote hobby van me. In Google Docs houd ik een lijstje bij van de restaurants, lunchtentjes en taartjescafés waar ik nog graag eens heen wil. En het is dat ik mezelf een budget gesteld heb, anders zou ik minstens twee keer per week buiten de deur dineren.

Eigenlijk was het juist die liefde voor uit eten gaan (en m’n stiekeme droom om ooit culinair recensent te worden), die me lange tijd tegenhield om weer vegetariër te worden. Laat staan veganist! Want zeg nou zelf: hoe vaak zie jij op de menukaart van een gemiddeld restaurant een vegetarische optie staan waarvan je gaat watertanden? Vaak is het toch vlees, vlees, vlees, vis, en als je geluk hebt O JA ook nog iets met groenten. Zelfs (of: juist?) bij de ‘betere’ restaurants staat dood dier nog vaak centraal.

Goed, eerlijk is eerlijk, de afgelopen tien jaar is zéker wat veranderd. Groenten zijn hip, schreef recensent Mac van Dinther begin 2016 al in de Volkskrant. Vega(n) eettentjes schieten als paddenstoelen (haha) uit de grond en elke zichzelf respecterende horecagelegenheid heeft toch tenminste één vegetarische optie op de kaart staan – al is het maar die eeuwige geitenkaassalade of dat broodje hummus.

Zo weet ik inmiddels dat je bij hamburgerrestaurant Wally in Nijmegen (Hertogstraat) de béste black beanburger van Nederland kunt krijgen. Fantastische bite, goeie smaak, zéker met een dun plakje lichtpittige bleu d’Evert erop.

Vegetariër-zijn is dus behoorlijk ingeburgerd, anno 2017. Maar eh, wat nou als je als restaurantganger helemaal niets dierlijks wil eten?

DE VEGAPROEF

Met m’n Nijmeegse vriend Aaron had ik al een tijdje terug afgesproken om burgers te eten bij Wally. Aangezien ik het VeganChallenge-experiment voorlopig voortzet, zat ik daarover enigszins met m’n handen in het haar. Zou ik nu dan de ‘lastige gast’ gaan spelen? Het etentje afzeggen? Of toch, uit sociaal oogpunt, deze avond cheaten?

Omdat Wally een hippe jonge tent is in de groenste stad van Europa, koos ik voor het eerste. Ik zou in elk geval kunnen informeren wat de opties waren, toch? Dus stuurde ik het restaurant een berichtje via Facebook:

Ik houd enorm van jullie vegaburger met black beans, maar nu eet ik deze maand veganistisch dus ik vraag me af: is deze ook helemaal plantaardig (of als zodanig te bereiden)?

Binnen een uur (!) kreeg ik een reactie met het verzoek de chef te mailen. Die – hallo, Stefan! – stuurde een werkelijk alleraardigst mailtje terug, dat er in het kort op neerkwam dat het zéker mogelijk is, al zouden er wat beperkingen zijn. De burger zelf is plantaardig, het broodje helaas niet. De koolsla ook niet, maar hij kon wel speciaal voor mij aparte koolsla maken zonder dressing waar ei in zit. En ook de friet – gebakken in plantaardige olie en een klein deel ossenwit – kon ‘ie apart bereiden, als ik dat wilde. (Ik mailde terug dat dat niet per se nodig was, dan zou ‘ie immers een pan frituurvet moeten wegdoen – ook niet zo milieubewust.)

apc_0071
Ze hebben er trouwens ook lekkere zelfgemaakte limonade. (Foto: Aaron)

‘HOI SUSANNE, WAT KAN IK VOOR JE DOEN?’

Ja uh, en toen stond ik vanavond dus even met m’n mond vol tanden. Want dat was dus Stefan de chef, die bij ons tafeltje kwam. ‘Ja, als jij zo mailt, ga ik je natuurlijk ook even googlen’, grijnsde hij. Gelijk heeft ‘ie natuurlijk.

Doe mij dan maar datgene wat jij bedacht had, zei ik hem. Black bean burger dus, zónder broodje maar met sla, een bak koolsla en frietjes. Aaron ging ook voor de vegaburger, maar dan ‘gewoon’ die van de kaart.

OK, lang verhaal kort: ik heb werkelijk superlekker gegeten. Vooruit, een béétje sip zag het er wel uit, zo’n burger-zonder-broodje op een bord. Maar de smaak was geweldig: goeie bite, perfect gekruid. En nog meer feest: Stefan had zelfs speciaal voor mij vegan mayonaise (zonder ei) gemaakt. ‘Was even experimenteren, maar eigenlijk best leuk: leer ik ook weer eens wat nieuws.’

apc_0070

Kijk, zo’n positieve instelling, daar houden we van! De gezellige chefkok kwam zelfs tot twee keer toe even buurten en vertelde daarbij a) dat ‘ie mijn kookblog gevonden had (‘je bent nog niet zo heel lang veganist, hè?’), b) dat ze bij Wally bezig zijn een tweede vegaburger ‘vast’ op het menu te zetten (NIEUWS!) en c) dat de koolsla-zonder-ei die hij voor me maakte misschien ook wel het vaste recept wordt (‘kunnen we meer vegetariërs blij maken’).

Conclusie: als (parttime) planteneter word je bij tenminste één restaurant in Nederland als VIP behandeld. Was er dan helemaal niets aan te merken op deze ervaring? Vooruit, een burger mét broodje was leuk geweest – brood is vaak gewoon vegan en de biologische bakker zit om de hoek. Maar ja, wie gaat er dan ook veganistisch eten bij een hamburgertent? ;-)

Pluim dus voor Stefan en het team van Wally. Dit restaurant is VEGAPROOF!

apc_0069
De ‘gewone’ vegaburger van Wally. Geloof me: als je dit eet, mis je vlees totaal niet. (Foto: Aaron)

Disclaimer: ik word niet betaald door Wally voor deze post en heb ook geen gratis eten gekregen. Wel een vriendelijke prijs overigens; we betaalden 23,50 voor twee burgers, friet, koolsla én limonade.

0