Cuba: voorbereiding en tips van andere reizigers

Op dit moment ben ik met Tom een weekje in Zweden, bij mijn moeder en stiefvader. Even helemaal niets hoeven, samen tijd besteden en lekker eten. Heel erg fijn.

zweden1 zweden2

Goed, deze vakantie is zo rustig dat ik het dáár even niet over hoef te hebben vandaag. Maar over reizen gesproken: nog minder dan twee maanden voordat ik naar Havana vlieg!

Hoogste tijd dus om me wat verder voor te bereiden op m’n tweewekelijkse reis naar Cuba. Alle verhalen van reizigers zijn op één punt hetzelfde: het is op dit moment hartstikke druk in Cuba en het lijkt er niet op dat dat gaat veranderen. Hoewel ik dus graag op de bonnefooi was gaan reizen, heb ik toch besloten een reisplan te maken en m’n accommodaties (casa particulares) en busreizen te boeken. Daar heb ik deze week een ochtend de tijd voor genomen.

In het kort: ik besteed eerst een paar dagen in Havana en reis dan door naar Vinales. Vervolgens naar Cienfuegos, Trinidad en Sancti Spiritus. Via Santa Clara reis ik dan weer terug naar Havana.

Sinds ik mijn reis naar Cuba boekte, hoor ik echt uit alle uithoeken van m’n sociale leven mensen die er ook zijn geweest. Voor wie binnenkort ook naar Cuba gaat, deze tips las en kreeg ik de afgelopen tijd al van vrienden, kennissen en andere bloggers.

Voor de duidelijkheid: ik ben zelf nog niet in Cuba geweest, dit blogje is geschreven op basis van wat anderen me hebben verteld en wat ik zelf heb gelezen.

  • Zoals gezegd: boek je casa’s en bus/auto op tijd! Tekenend: de rest van dit kalenderjaar kun je al geen auto’s meer huren op Cuba en ook de bussen zitten helemaal volgeboekt… Ook de tickets voor januari gaan op sommige trajecten al hard. De Viazul-bus is naar ik heb begrepen een prima (en betaalbare) manier om over het eiland te crossen, dus ik heb besloten per bus over het eiland te reizen. Boeken kan online met een creditcard.
  • In Cuba zal het soms voelen alsof je dezelfde route aflegt die alle toeristen “doen”. De Cubaanse overheid en het systeem maken het niet makkelijk om daar van af te wijken, heb ik begrepen. Bereid je daar dus op voor (en sowieso: op de aanwezigheid van veel andere toeristen ;-)). In de woorden van Dennis Storm (3 Op Reis): “Het lijkt wel of Cuba twee gezichten heeft: een voor de toeristen en één voor de Cubanen”. Buiten het gebaande pad gaan is moeilijker, maar niet onmogelijk. Voor mij een reden om naast het (toeristische) Trinidad ook het (als het goed is nog wat minder massale) Sancti Spiritus te bezoeken.
  • 3 Op Reis maakte twee leuke afleveringen over Cuba. Met name de meest recente – die met Dennis – bevat veel nuttige tips. De andere, met Edsilia Rombley (2008), lijkt wat sommige informatie betreft verouderd, maar is nog steeds leuk om te kijken.
  • Neem genoeg contant geld mee. Pinnen schijnt in Cuba moeilijk te zijn; met een VISA-card kun je nog wel eens geld halen, MasterCard is nog lastiger. En naar ik heb begrepen zijn soms de automaten ook leeg vanwege het grote aantal toeristen op zoek naar bankbiljetten. ;) Sowieso: verdiep je van tevoren even in de twee verschillende munteenheden van Cuba, de CUC (voor toeristen, ongeveer gelijk aan de dollar) en de Peso (voor Cubanen, officieel verboden voor toeristen).
  • Neem twee creditcards mee. Pin je geld alleen bij de Cadeca-bank; die zit er in elke plaats wel één.
  • Backpack of koffer? Dat hangt er vanaf wat je reisplan is. Aangezien ik in Cuba veel ga rondreizen, kies ik voor een backpack. Aniek is zo lief om me de hare uit te lenen.
  • Zorg dat je gedroogd fruit in je tas stopt (abrikozen, vijgen, dadels, etc). Daar zitten vezels in en die ga je nodig hebben.
  • Neem altijd wat muntgeld, desinfecterende handgel en zakdoekjes mee, dan kun je onderweg redelijk naar het toilet.
  • Regel je visum op tijd. Dit kan bij het consulaat van Cuba in Rotterdam; je kunt het ook online regelen, dan moet je je paspoort opsturen. Aangezien ik een NS-abonnement heb, koos ik voor het eerste. :) Mijn ervaring is dat het daar zo geregeld is: binnen 20 minuten stond ik weer buiten, mét tourist card.

consulaat

  • Heb je ook gedacht aan vaccinaties? Ze zijn niet verplicht, maar inenten tegen tbc en Hepatitis A wordt wel aanbevolen.
  • Koop bananen bij de kraampjes die je tegenkomt en betaal liefst in peso’s. Dan kost het bijna niets Als je betaalt in CUC’s, betaal je veel meer.
  • Koop op straat geen rum, sigaren of wat dan ook, alleen eten. Rum kun je in alle winkels vinden en de sigaren die Cubanen hebben zijn afgekeurd voor de officiële verkoop, geen goede dus. Haal ze dus in de officiële winkels of direct bij de boer.
  • Vertrouw niet 100 procent op je reisgids. Cuba verandert zó snel, dat ook gidsjes van <2 jaar oud op sommige punten alweer achterhaald kunnen zijn. (Vooral wat betreft casa’s en restaurants…)
  • Wat wel in meer ‘armere’ landen geldt: wees beducht op tourist traps. Mensen die je wel even de weg willen wijzen, muzikanten die gezellig voor je gaan spelen, taxichauffeurs die allervriendelijkst zijn: het is misschien stom, maar reken erop dat niets voor niets is. (Ik ben benieuwd hoe dit ‘in het echt’ zal zijn, heb in reisverlagen heel verschillende verhalen gelezen. Nou ja, als vrouw alleen probeer ik me niet te veel illusies te maken en een gezonde portie scepsis/wantrouwen mee te nemen.)
  • Cuba is een veilig land en prima te bereizen in je eentje, ook als vrouw (gebruik natuurlijk wel je gezond verstand en ga op je onderbuikgevoel af ;-)).
  • Tot slot: GENIET van de lekkerste mojito’s en andere cocktails, het mooie landschap, het heerlijke weer. Januari is een uitstekende tijd om in Cuba te zijn (als het goed is weinig regen en geen orkanen) en er zijn meer dan genoeg medereizigers om het gezellig mee te maken, ook als je – zoals ik – alleen reist.

Heb jij nog tips? Zeer welkom! Mailen kan naar suushi91 [at] gmail.com.

 

Flarden na een dag alleen zijn

Soms heb ik zó de neiging om alles er gewoon uit te gooien. Alle gedachten, ervaringen, gevoelens. Zo van: hoi, laten we met z’n allen de wereld een beetje echter maken. Ik begin wel.

Rauw, puur, eerlijk.
Naakte tekst.

Maar ja hè, hoe slim is het om het internet vol te schrijven met je hartekreten?

Soms slechts een paar seconden later bedenk ik me weer dat dat een ontzettend slecht idee is. Wil ik juist het liefst m’n laptop/telefoon wegleggen en me verstoppen onder m’n rode fleecedekentje. Die extremen, ja.

(Net als dit blogje, overigens: zijn dit dingen die je met de wereld zou moeten delen? Zo veel mensen, zo veel meningen.)

Anno 2016 zijn er mensen die dagelijks de hele dag met een videocamera in de hand lopen, op zichzelf gericht. Er zijn ook mensen die bewust geen account op Facebook, Twitter en Instagram hebben en vrijwel helemaal ‘offline’ leven. Die extremen ja,
en alles ertussenin.

Waar sta ik dan?
En: waar wil ik staan?
Soms denk ik: als ik later misschien kinderen krijg, zou ik hen dan ook fotograferen en dat delen met mijn zeshonderdzoveel Facebookvrienden delen?
Ik hoop van niet, ik vrees van wel.
Als ik nú al de halve dag met m’n telefoon in de hand zit, waarom zou dat dan tegen die tijd anders zijn?

Wat ik trouwens wel ontnuchterend ‘echt‘ vind (althans, hoe echt iets gefilmds kan zijn): de YouTube-serie die zangeres Anouk maakte ter ere van haar nieuwe album. Ze nodigt Henk van Straten, Patrick Laureij, Jiggy Djé en (haar manager) Kees de Koning uit om gezellig te komen praten aan de keukentafel.

“Geen talkshow ofzo, maar gewoon lekker eten, goede wijn en sterke verhalen.”
Fijn toch, dat de gesprekken aan zo’n tafel dan niet zo heel anders blijken te zijn dan de avonden die ik met vrienden beleef.

Jongens, even heel wat anders (en toch ook: meer van hetzelfde). Er gebeurt veel in de wereld. Dan heb ik het natuurlijk over Trump en wat sommige mensen al ‘de rentree van het fascisme’ noemen. De twee beste stukken daarover las ik vorige week in Vonk, waar Kustaw Bessems schreef dat ‘Trump als president net zo gewoon is als wij neushoorns‘, en vandaag op De Correspondent, waar Rutger Bregman betoogde dat het tijd is om met z’n allen wakker te worden (‘2016 is het 1933 van mijn generatie‘) en iets te gaan dóen.

Ik hoop trouwens natuurlijk dat ze ongelijk hebben.

Misschien, denk ik af en toe, is een beetje meer menselijkheid deel van de oplossing. Een beetje minder oordeel. Een beetje meer elkaar in de ogen kijken en respect tonen van mens tot mens. Ook, nee juist als die mens anders is dan jij.

Een beetje minder afgunst, ook. Een beetje minder kritiek en heel veel meer waardering voor elkaar, voor de nuance, voor…nou ja, je snapt het idee. Waarom moeten we vaak zo hard voor elkaar zijn?

Ik merk bijvoorbeeld dat ik, ook op mijn werk, alle kritiek die mensen hebben op anderen ‘opzuig’ en dan projecteer op mezelf. Want ja hè, het is niet alsof ik op mijn vijfentwintigste al zo veel ervaring heb, dat ik alles meteen goed kan doen. Vervolgens voel ik me enorm onkundig (duh).

En toch. Vaak denk ik de laatste maanden: ik ben 25, ik zou mijn plek in de wereld nu toch wel een beetje gevonden moeten hebben. Als ik in de tl-verlichting van een H&M-pashokje mijn gezicht van dichtbij bekijk, zie ik dat de huid op mijn voorhoofd ouder is dan toen ik zeventien was.

Op dat soort momenten helpt het als ik denk aan de graffit-tag die ik ooit achter het Nijmegse station fotografeerde. In zwarte hanenpoten stond daar:

Ik doe maar wat.

Het besef dat dat in zekere zin voor iedereen geldt (sommigen hebben alleen wat beter geleerd te doen alsof ze tot in het diepste weten waar ze mee bezig zijn), vind ik soms zó’n opluchting.

 

Cuba: waarom wilde ik dit ook alweer?

Als ik een grote reis ga maken, komt ergens tussen de golf van enthousiasme na het boeken van m’n vliegticket en het daadwerkelijke vertrek een moment waarop ik denk: WAAROM DOE IK DIT IN GODSNAAM EIGENLIJK?

Dat moment is voor Cuba nu aangebroken.

Liep ik anderhalve maand terug nog te stuiteren door het huis nadat ik de knoop had doorgehakt om in m’n eentje op pad te gaan, inmiddels wil ik stiekem vooral wegkruipen onder m’n dekens en het ticket annuleren (wat overigens helemaal niet kan).

Tja, hoort erbij, denk ik. Wat niet helpt, is dat ik nog steeds geen vastomlijnd plan heb. Ga ik er op de bonnefooi heen en zie ik wel wat op m’n pad komt, of maak ik een reisplan voor de 2 weken dat ik er ben?

Tot gisteren neigde ik naar het eerste, nu besluit ik tóch het laatste. Ik las namelijk deze blogpost, het eerste ervaringsverslag dat een wat minder rooskleurig bericht van Cuba schetst. In het kort: het is op dit moment stampvol toeristen in Cuba en samen met de rest van de toeristenkudde leef je nogal in een andere werkelijkheid dan de ‘gewone’ Cubaan. Dat is denk ik in meer arme landen wel zo, maar nou ja, lees het stuk en oordeel zelf.

Van een paar andere reizigers had ik zelf al gehoord dat ze het jammer vonden dat “alle toeristen in Cuba dezelfde route doorlopen”, maar ik dacht eigenlijk een beetje dat dat wel te vermijden was met een beetje creativiteit. Als ik dit lees, was ik daar toch wat naief in.

Goed, neemt niet weg dat het vast hartstikke leuk wordt. ;-) Ter compensatie voor de negatieve/realistische posts op dat blog (The Sandy Feet), las ik weer een paar stukjes van Cuba-fan Edith (Travel, Create, Repeat) en dat maakt me toch weer hoopvoller.

Maar ook zij zegt: boek je casas particulares van tevoren (en ze heeft nog een lijstje tips, hier). En weet je, da’s misschien zo slecht nog niet. Spontaan reizen in Cuba is nu eenmaal moeilijk, lees ik op meerdere plekken, zeker nu het eiland overstroomd wordt door toeristen. Bovendien kan het me wat rust geven.

Rest de vraag: wat wil ik precies doen? De ‘toeristische driehoek’ van Havana, Vinales en Trinidad stond op m’n lijstje, maar misschien doe ik er goed aan die juist te vermijden? Of is het iets dat ik niet wil missen? Ik ben er nog niet uit.

Gelukkig ontving ik afgelopen weken in mijn mailbox lijstjes met enthousiaste Cuba-tips én praktische weetjes van verschillende kennissen die het land onlangs hebben bezocht. Die ga ik maar eens op een rijtje zetten. Plannen maken kan ik wel, dus dan komt het wel goed.

Impressies #1, vijf minuten

Laat je telefoon nou eens voor wat die is en, als je op een station staat, kijk dan eens goed om je heen. Maar dan echt: oefen wat ze in romans “de omgeving in zich opzuigen” zouden noemen.

Zo veel dingen gebeuren er altijd tegelijkertijd. Met je ogen de donkere avond observeren is in die zin minstens zo interessant als scrollen over je Instagramfeed. Driebergen-Zeist is nou niet wat je zou zeggen een eneverende plaats, maar geen moment stilte hier, althans, voor wie goed kijkt.

Tak, tak, hakken over de tegels. Tok, tok, herenschoenen er niet ver vandaan, net niet samen in de pas.

Sigarettenwalm, een blik opzij: bij de rookpaal staat een vrouw met een vaalzwarte trui, blauwe spijkerbroek. Op het bankje drie passen verderop ook een vrouw, maar zo anders: geelblondgeverfd haar, met witte oortelefoons in haar oren, vrolijk kletsend met een vriendin terwijl ze over Facebook scrollt. ‘Ja, ik weet het ook niet, we hebben geen gemeenschappelijke vrienden…’

De mens gereduceerd tot wie hij kent.

Slagbomen klinken, wazig rood daar verderop in de mist. Aan de overzijde van het spoor komt een intercity schurend tot stilstand. Treinstel 8661. Twee minuten later maar en dan is mijn eigen sprinter er al.

De trein ruikt naar triplex. Een vrouw stoot met de trapper van haar vouwfiets tegen de steunpaal.


Schrijven is niet alleen voelen. Het is ook zien, horen, ruiken, ja soms ook proeven. Om mijn zintuigen te trainen en te oefenen in het onder woorden brengen van ervaringen, wil ik vaker even alles ‘open’ zetten. Ik zit natuurlijk, zoals veel mensen, veel te veel in m’n koppie en op een scherm, terwijl de noemenswaardige dingen om me heen gebeuren. Vervolgens moet ik mezelf leren om niet al tijdens het schrijven te oordelen over de woorden die eruit willen. Lees gerust mee.

Regina Spektor in Paradiso

7 november 2016

O Regina, wat was je leuk. Concertreviews schreef ik nooit eerder, maar tijdens de show van Regina Spektor, maandagavond in Paradiso, schoten me zo veel dingen te binnen dat ik het niet kon laten om notities te maken.

Voor iedereen die erbij was: om na te genieten.
En voor iedereen die er niet bij was: om toch een beetje sfeer te proeven.

regina1

*

Ze valt eerst bijna niet op, als ze tussen de bandleden het podium op komt. Met een glimlach op haar rode lippen kijkt ze de zaal in en gaat zitten achter de vleugel die midden op het podium staat.

In het zwart is ze gekleed, met knalrode lakschoenen en dito lippenstift. Rossige bos haar over d’r schouders, schuifspeldjes om plukjes van haar pony uit het gezicht te houden. Twee mokken, rood en wit, staan op het tafeltje achter haar. Ze kleuren goed bij het decor, maar Regina zal tijdens het concert vooral vaak naar het blauwe waterflesje grijpen.

BAM, vanuit het niets zetten zij en haar band het eerste nummer in, On The Radio. Halló daar! Voor zover het publiek al was ingedut tijdens het lange wachten (er was geen voorprogramma), Spektor & band maken ons in één klap wakker.

Het grootste deel van de setlist bestaat uit nummers van haar onlangs verschenen album Remember Us To Life, dat ik in voorbereiding op dit concert al regelmatig had geluisterd. Het aanstekelijke Bleeding Hart springt er natuurlijk uit en het melodieuze deuntje van Older and Taller zit nu, een dag later, nog steeds in m’n hoofd.

Haar contact met het publiek is meteen goed. Ze is ontzéttend cute maar niet schuw, kijkt met twinkelogen maar zonder vrees de zaal in en toont zich bescheiden en dankbaar dat ze hier mag spelen. “I love Paradiso.” Nu zeggen artiesten zulk soort dingen natuurlijk wel vaker, maar het voelt integer, oprecht.

Meerdermaal draait ze zich om, zittend op de pianokruk, om te zwaaien naar het publiek achter haar op het balkon. “I’m not with my back at you on purpose, it’s just the design of this fucking thing…” ze zegt het terwijl ze over de vleugel streelt. Zó verontschuldigend, dat een golf van genegenheid door de zaal gonst.

Zo vraagt ze ook tot twee keer toe of het wel goed met ons gaat. “You guys sure you’re okay? You’ve been standing here for a while now… I’ll keep playing some more, if that’s okay.” “Don’t worry!”, roept iemand terug – De grote zaal van Paradiso is zo knus dat met enig stemvolume nog net een gesprek kunt voeren met Regina. Haar reactie: “Oh, I’ve been trying not to worry…”

Haar stem is kraakhelder en zuiver en het is heerlijk om haar vingers over de piano te zien gaan. Als ze na ongeveer een half uurtje spelen optsaat en de grote staande microfoon pakt, gaat het volume AAN. Tijdens Small Bills laat het kleine Russisch-Amerikaans meisje zien dat Paradiso al bijna te klein voor haar is.

En ik kon niet anders dan denken: die chick daar op dat podium heeft gewoon echt lol. Als de geluidstechnicus even aan het zendertje achter op haar heup prutst en het publiek begint te fluiten: “Wooooh, wires. Sexyyyyy!” En als ze daarna opstaat voegt ze met zwoele stem toe: “Oh, she’s got a wire and she moves!”

De Russisch-Amerikaanse schuwt het politieke niet. “In every hotel we’ve been during this tour, there is a tv. And on every tv is the face of an idiot. (…) And it’s fucking scary. I’m not even going to say his name anymore.” Dan draagt ze haar Ballad of a Politician (ook van Remember Us To Life) op aan de Amerikaanse verkiezingen.

Wanneer ze de eerste maal het podium verlaat, gaat het publiek uit z’n dak. Geroffel met voeten op de vloer, ritmische applausgolven, het is duidelijk: WIJ WILLEN REGINA. Bij de toegift, waar ze nog vier nummers speelt en solo afsluit met Us, zegt ze, na al heel veel Thank You’s: “O, thank you so much for this. I thought the building was going to break.”

En toen stonden we plots weer buiten. Jongens, wat een artiest, wat een mens. Dat was misschien nog wel het mooiste. In de woorden van Sab, met wie ik was: “Ze ziet er ook uit alsof je gewoon vrienden met haar zou kunnen zijn.”