A little bit of everything, all rolled into one

Lees dit als je écht geen zin hebt om hard te lopen

Hierbij verklaar ik het hardloop-winterseizoen voor geopend. Ja jongens, de tijd van na werk lopen door zachte, lichte avonden is voorbij, de lampjes en reflectoren zijn weer uit de kast en gisteren liep ik voor het eerst weer met een thermoshirt onder m’n kleren. Het zal niet lang duren voor ik ook de warme leggings, handschoentjes en Buff weer moet opduikelen.

Ik zal er eerlijk over zijn: lopen in de zomer vind ik gewoon véél lekkerder dan rennen door de kou. Dat heeft er vooral mee te maken dat ik mezelf niet amper naar buiten gesleept krijg op natte, koude, donkere avonden, als het binnen behaaglijk en knus is en ik moe ben na een lange dag werken.

LOGISCH, MAAR EIGENLIJK OOK GEWOON ONZIN

Want hé, steeds áls ik mezelf dan inderdaad zover heb, bedenk ik ALTIJD weer na 100 meter: die kou is eigenlijk helemaal niet erg. Sterker nog, zodra je loopt heb je er geen of nauwelijks last meer van. Eigenlijk heeft het ook wel wat, struinen door de donkere straten terwijl binnen overal gezellig licht brandt. Achteraf ben ik áltijd blij dat ik ben gegaan – ik voel me weer fris, sterk en beter over mezelf.

Waarom is het dan toch steeds weer zo moeilijk? 
En beter nog: wat kan ik eraan doen?

HOE HARDLOPEN JE DE WINTER DOOR HELPT

Uiteindelijk draait het allemaal om mindset. Het is goed je te realiseren dat je jezelf continu van alles wijsmaakt. We zijn er de hele tijd van overtuigd dat we allerlei dingen niet kunnen (of willen).

“Ik loop niet als het donker is.”

“Na mijn werk ben ik al moe genoeg.”

“Ik haat rennen door de regen.”

“Ik ben een mooiweerloper.”

“Vandaag ben ik vast niet zo snel.”

“Het is al tien uur ‘s avonds, te laat om nog te gaan.”

“Temperaturen onder de 10 graden vind ik te koud.”

“Wat heeft een kwartiertje rennen nou voor zin?”

Al deze smoesjes komen eigenlijk neer op de volgende misvatting: ik kan beter níét gaan vandaag. 

Sorry jongens (en ik zeg dit in de eerste plaats tegen mezelf): dat is 8 van de 10 keer gewoon onwaar.

Ja, natúúrlijk is het soms een beter idee om een avondje bij te komen op de bank. Om te relaxen, tot rust te komen, misschien wat yoga te doen of lekker een boek te lezen. Natuurlijk moet je niet over jezelf heen lopen als er al zo véél is in je leven.

En ik weet dat het vreselijk veel mentale kracht kan kosten om een nieuwe weg in te slaan – om dus niet maar weer die zak chips open te trekken en voor de tv te gaan hangen. Maar wie zegt dat hardlopen je niet juist op dat moment kan helpen?

HAHA, LEUK BEDACHT. MAAR HOE DAN?

Gisteren liep ik mijn eerste rondje na de halve marathon van Eindhoven (waarvan morgen het verslag volgt!). Dat betekent dat ik 9 dagen niet liep. Nu was een dikke week rust na zo’n prestatie zéker geen slecht idee, maar het is wél een slecht idee als ik vanaf nu tussen elk rondje 9 dagen laat zitten.

Want hardlopen levert van álles op:

  • Op de langere termijn méér energie, zodat ik juist minder snel moe ben
  • Een sterker en strakker lijf, waardoor ik me goed voel over mezelf (en minder snel in depressieve snaaibuien verval)
  • Een blij hoofd (HALLO endorfine, dopamine en andere blijmaak-stofjes) en dus een ijzersterk wapen tegen de winterdip
  • Een mentale oppepper: als ik op een regenachtige dinsdagavond vijf kilometer kan lopen, heb ik nog véél meer in m’n mars
  • En misschien wel de belangrijkste: een fris, opgeruimd hoofd. Echt waar: door beweging worden hersengebieden actiever. Met name de delen verantwoordelijk voor motivatie/initiatief en voor je geheugen doen het aantoonbaar beter. Hardlopen maakt je dus niet alleen sterker, maar ook slimmer.

Eerlijk is eerlijk, het kostte mij gisteren de nodige overtuigingskracht en peer pressure om m’n schoenen aan te trekken en om 21:30 uur nog vijf kilometer te gaan rennen. Maar halverwege dat rondje wist ik weer: dit moet ik vaker doen, dit heb ik nódig.

Hardlopen in de winter is geen struikelblok, geen extra “moeten”, maar juist een noodzakelijke voorwaarde om die winter heelhuids & happy door te komen.

Als je er zó naar kijkt – als je hardlopen niet meer als strijd ziet maar als oplossing, of zelfs als medicijn – zie je dat twee keer in de week rennen eigenlijk net zo bij je leven kan horen als dagelijks douchen of je tanden poetsen. Rennen hoort bij zorgen voor jezelf.

En het dagelijks leven voelt nu eenmaal een stuk makkelijker én comfortabeler als je goed voor jezelf zorgt.

NOG NIET OVERTUIGD? KIJK FF DEZE TWEE FILMPJES

Nike – No excuses

Erik Scherder – Maakt bewegen ons slimmer?

1+

10 tips om minder geld uit te geven

Een vriendin van mij kan niet zo goed met geld omgaan. Dat klinkt misschien lullig, zeker omdat ik zelf ook geen wonder ben wat financiën betreft. Je moet immers wel léven, vind ik: ik vind het belangrijk om goed te eten, zo nu en dan een fles lekkere wijn te halen en ik geef ook graag geld uit aan goede hardloopschoenen.

Bij mij vriendin ging het allemaal nog een stapje verder. Etentjes hier, lezingen daar, twéé muziekstreamingabonnementen, lifestylecoaches en -cursussen, obscure dieetpakketten, een verzekerde iPhone, altijd nieuwe kleding (ze heeft meer dan tien jassen, is het gek dat ik dat veel vind?), klasse A-panty’s, chique sportscholen, massages en regelmatig een vliegticket naar verre oorden. Muntjes van vijf eurocent gooide ze vaak weg, “dat vond ik maar troep”.

Op de een of andere manier kreeg ze altijd genoeg geld binnen (goede baan, lieve ouders, et cetera) en dus raakte ze nooit écht in de problemen. Maar nu – ze is 27 – moet ze om allerlei redenen plots wél op haar budget letten.

Je kunt je voorstellen dat dat niet heel makkelijk is.

Nu is mijn vriendin gelukkig óók een open persoon mét lef en een flinke dosis zelfinzicht. Echt zorgen maak ik me dus niet – we hebben allemaal zo onze portie levenslessen, nietwaar? Wel deed haar verhaal me realiseren dat ik door de jaren heen de nodige tips & tricks heb geleerd om een beetje op mijn geld te letten.

In die zin ben ik ook “dankbaar” dat ik na mijn uitwisseling naar Taiwan in 2012 letterlijk met nul euro (en een schuld bij m’n ouders) terugkwam. En ook de periode dit voorjaar, toen ik weinig werk had, was waardevol; minder geld hebben dwong me keuzes te maken, me te leren beheersen en na te denken over wat ik nu echt belangrijk vond.

Het lijkt in onze samenleving soms toch een beetje een taboe om het over geld te hebben. Terwijl ik zeker weet dat ik niet de enige ben die haar financiën toch een beetje op eigen houtje heeft moeten uitvogelen.

Dus hé, moet je ook op je portemonnee letten of wil je leren om niet elke maand je hele salaris er weer doorheen te jagen? Ik deel je graag mijn tips om minder geld uit te geven. (En misschien heb jij nog wel veel betere tips, laat het me vooral weten in de comments!)

TIP 1 – Maak in Excel een overzicht van je financiële situatie

Om te bepalen hoeveel je kunt (be)sparen of overhouden, moet je natuurlijk eerst weten hoe je er precies voor staat. Begin dus bij het begin door op een rijtje te zetten: wat komt er maandelijks in, wat gaat sowieso op aan wonen en jezelf in leven houden? Zo weet je altijd wat je overhoudt voor leuke dingen – dat scheelt een hoop stress en je geniet veel meer van de uitgaven die je doet. Bovendien is mijn ervaring dat je vanzelf minder gaat ‘big spenden’ als je het overzicht bewaart.

Dat laatste is immers toch een beetje je kop in het zand steken…

TIP 2 – Pin elke week je boodschappengeld in één keer en houd het contant in je portemonnee

Zo houd je duidelijk overzicht van wat je nog over hebt en of het dus wel zo’n slim idee is om vanavond biefstuk met oesterzwammen en rosevalaardappeltjes te eten. Mijn ervaring is dat je voor 50-60 euro per week (70 euro voor 2 personen) héél goed kunt eten. En dan heb je niet eens de allergoedkoopste dingen van de budgetsupermarkt.

Als student pinde ik een tijdlang elke week mijn boodschappengeld. En nu hebben T. en ik samen een aparte bankrekening voor het boodschappengeld. Ook daarvoor geldt: op = op.

TIP 3 – Bedenk áltijd voordat je iets gaat kopen: heb ik dit nú, vandaag, echt nodig? 

Dus niet alleen als je in de rij van de ZARA staat om het zoveelste shirtje af te rekenen, maar ook – juist! – als je in de supermarkt je mandje hebt volgeladen. Supermarkten zijn venijnige plekken die je zomaar tientallen euro’s lichter kunnen maken. Bol.com en Coolblue kunnen trouwens ook enorm gevaarlijk zijn – klik-klik en je bent weer tientallen/honderden euro’s armer. En wat dacht je van IKEA? (Check ALTIJD je karretje op onnodige zooi voordat je daar afrekent en maak in je hoofd vast de rekensom: wil je dit bedrag echt uitgeven vandaag?)

Door uitgaven uit te stellen (‘als ik het volgende week/maand ook nog wil, dan koop ik het’) voorkom je dat je onnodige impulsaankopen doet, of dat nu om spullen of diensten gaat. Zo had ik afgelopen week INEENS het fantastische idee om een fitness tracker (Fitbit) te kopen. Het ding zat al bijna in mijn digitale mandje toen ik bedacht dat mijn salaris volgende week pas komt. Impulsieve Suusie denkt dan: ‘ach ja, dan maak ik toch gewoon ff wat over van mijn spaarrekening’. Maar die gewoonte probeer ik af te leren – ik heb 25 jaar en 3 maanden zonder fitness tracker geleefd, een weekje extra kan heus nog wel. 

We maken onszelf altijd wijs dat we een heleboel dingen nódig hebben om gelukkig te zijn. (En de commercie helpt daarbij een flink handje.) Maar 9 van de 10 keer ís dat helemaal niet zo.

TIP 4 – Werk in elk geval één keer per week/maand al je uitgaven bij en kijk kritisch naar je koopgedrag

Open je internetbankieren-app en scroll naar het begin van de maand. Noteer van élke uitgave de datum, wat het was en hoeveel het kostte. Beter nog: werk met standaard-categorieen en sorteer je uitgaven per soort: boodschappen, kleding, drankjes in de stad, et cetera (Google Docs heeft een kant-en-klare spreadsheet die het rekenwerk voor je doet, heel handig!).

Door dit (twee)wekelijks, maar in elk geval maandelijks te doen, houd je het overzicht. Bovendien – en dit is nog belangrijker – word je opnieuw geconfronteerd met je eerdere spend-gedrag. Vaak kom je er, zeker in het begin, achter dat je allerlei achteraf gezien nutteloze dingen had gekocht. (‘Huh, wat heb ik in godsnaam op 3 oktober voor 23,75 gekocht bij de HEMA? O ja, die notitieboekjes die nu in een hoek liggen en dat shirtje dat ik eigenlijk nooit aantrek…’)

Door de boel per categorie te sorteren, zie je bovendien waar je grote uitgavenposten zitten. En kun je eens kritisch bekijken of je het daar nog wel mee eens bent. Ik vind het soms bijvoorbeeld erg confronterend om te zien hoeveel geld ik in sommige maanden onderweg (op stations) uitgeef aan eten en drinken. Dat helpt dan om de volgende keer de Julia’s-espresso en triple chocolate cookies te laten staan.

Hiervoor geldt: dit doe je niet eens en voor altijd, maar steeds weer opnieuw. Natuurlijk zal het af en toe een beetje verzanden – dat is niet erg, wees niet te streng voor jezelf, als je daarna maar weer de draad oppakt.

TIP 5 – Probeer van alles dat je gebruikt eerst de goedkope variant

Ach, wat maakt die paar eurocent extra nou uit, zul je denken. Nou, het maakt op jaarbasis nogal uit of je altijd perse pasta van Bertolli wilt, of dat je ook genoegen neemt met de huismerk- of budgetvariant. In veel gevallen proef je het verschil niet of nauwelijks. Marketingsaus is nu eenmaal nogal duur…

Dat geldt voor vrijwel alle spullen/gebruiksvoorwerpen en ook voor veel diensten. Oké, soms niet, maar dat merk je dan vanzelf wel – en dan waardeer je je vertrouwde spulletje daarna des te meer. Het is het uitproberen waard; zo kom je er meteen achter van welke dingen je het belangrijk vindt dat ze ‘luxe’ zijn, en bij welke het je minder kan schelen.

Neem bijvoorbeeld eens een goedkopere versie:

  • Voedsel*: brood, kaas, appels (Elstar of Jonagold in plaats van Fuiji of Pink Lady), hagelslag, rijst(wafels), rauwkost (kropsla in plaats van een zakje), chips, vruchtensap
  • Cosmetica/verzorging: wasmiddel, mascara, dagcrème, shampoo, paracetamol, tandpasta, wc-papier
  • Diensten: telefoon/internetabonnement, verzekeringen (check of je ze echt wel nodig hebt; in plaats van een telefoonverzekering kun je dat geld ook maandelijks opzij zetten voor een nieuwe telefoon over twee jaar)
  • Gadgets: smartphone (mijn Samsung doet qua specs niet onder voor een iPhone en hij was 200 in plaats van 600 euro)

*Ik maak zelf de keus om dierlijke producten als kaas, boter en eieren veel mogelijk biologisch te kopen (want beter voor de wereld en wellicht ook een beetje voor mij). Da’s duurder, inderdaad, maar vind ik persoonlijk het geld waard. Een ander zal misschien liever meer uitgeven aan een A-merk wasmiddel of Coca-Cola ipv huismerk-frisdrank.

TIP 6 – Lees je graag? Neem een bibliotheekabonnement

En bespaar zo jaarlijks tientallen, zo niet honderden euro’s op boeken.

Ik kom heus nog wel eens in de boekhandel (dat blijft een heerlijke plek) en zo af en toe koop ik nog wel een boek. Maar steeds vaker sta ik al met de nieuwste bestseller in m’n hand, als ik bedenk: deze kan ik vast ook lenen. Op die manier heb ik het afgelopen half jaar al minstens 100 euro bespaard.

TIP 7 – Drankje in de stad? Thee bij je thuis! 

Als je ervan houdt om lekker te happen en borrelen met vrienden in de kroeg, of graag een kop koffie drinkt met een vriendin in de stad, stel dan eens voor om het feestelijke gebeuren te verplaatsen naar iemands huis. Investeer in lekkere thee en koffie (Simon Lévelt!), haal een goed flesje wijn… kost al met al een stuk minder en is eigenlijk net zo leuk. Het gaat er immers toch om dat je tijd samen hebt?

(Overigens voorkom je zo ook dat “even 1 drankje doen in de kroeg” eindigt in een lange avond iets-te-lekkere wijntjes, tapas, hamburgers, toetjes, dessertwijn en espresso en je uiteindelijk alsnog 70 euro armer bent op een avond.)

TIP 8 – Bedenk van al je kostenposten welk bedrag je eigenlijk ‘normaal’ vindt om eraan uit te geven

Dus niet “ik ga naar de stad en ik zie wel” maar even de moeite nemen om te kijken: wat heb ik te besteden? En: wat vind ik zo’n sportschoolabonnement/driegangendiner/avondje film/vakantie eigenlijk waard?

De uitkomst van zo’n brainstorm is natuurlijk hoogst persoonlijk. Ik vind het bijvoorbeeld best gek dat mensen maandelijks 50 euro of meer uitgeven aan hun mobiele telefoon. Maar ja, T vindt de 30 euro die ík uitgeef dan weer veel. En ik snap niet dat mensen tassen van 400 euro willen, terwijl zij wellicht niet begrijpen dat ik een Eastpak met me meesleep. Het is allemaal oké. Ieder maakt z’n eigen afweging.

En je hoeft je ook niet altijd strikt aan je eigen eisen te houden. Ik ben niet zo heel vaak in de stad en als ik er dan ben én ik kom iets moois tegen dat ik niet meer heb (bijv. pumps/een nette zwarte broek/een fijne warme winterjas), en het is wat duurder, dan zie ik het nog wel eens als een investering voor de toekomst. Dan geef ik dus meer geld uit – maar het gaat hier dan wel om een eenmalige uitgave waarvan ik weet dat ik er nog jaren mee vooruit kan (en dus niet om het zoveelste leuke shirtje, die vind je altijd wel weer).

Maar ik ga bijvoorbeeld in januari naar Cuba en heb al wel een (vaag) plan voor hoeveel ik redelijkerwijs denk te gaan uitgeven. En ook als Tom en ik met z’n tweetjes een city trip maken, bedenken we van tevoren wat ons budget is. Daarbinnen kun je dan dure en minder dure hapjes/drankjes/musea verdelen.

TIP 9 – Doe een challenge met jezelf

Zoals je ook met jezelf kunt afspreken een maand niet te drinken/geen suiker te eten/3x in de week te sporten, kun je ook op financieel gebied afspraken met jezelf maken en doelen stellen. Een maand (of zelfs een jaar!) geen kleding kopen. Een tijdlang niet uit eten (of maximaal 1 keer per maand). Een week leven van 25 euro incl. alles. It’s up to you!

TIP 10 – Werk aan een nieuwe mindset

Eigenlijk is dit natuurlijk het allerbelangrijkste: lees je in en laat je inspireren om anders te gaan nadenken over geld. Cliché misschien, maar waar: leer jezelf te beheersen en tevreden te zijn en te waarderen wat je hebt (ja, dat is echt iets dat je kunt leren).

Deze gedachten helpen mij vaak als ik de neiging heb te veel een big spender te worden:

  • Voor elke euro die je uitgeeft, heb je x minuten van je tijd moeten werken (en je kunt hem maar één keer uitgeven). Indirect betaal je álles dus met “tijd” van je leven.
  • Mijn geluk is niet afhankelijk van spullen; dit is een heel sterk besef dat voortkwam uit de tijden waarin ik het niet breed had en tóch heel blij was.
  • Werk ik nu nog wel om te leven of andersom?
  • Waarom wil ik eigenlijk zo graag spullen kopen nu? Vind ik dat ik het verdien? Kan ik mezelf die waardering ook op een andere manier geven?
  • Denk eens vijftig of zelfs honderd jaar terug in de tijd. Mensen leefden toen heel anders. In veel opzichten hebben we het beter gekregen, maar zijn we ook niet aan het doorschieten? Er is niets mis met een beetje soberheid op z’n tijd.
  • Wat zou er gebeuren als ik deze jas/schoenen/tas/boek/iPad nu gewoon níet koop? (En het dan inderdaad niet doen en je de volgende dag realiseren dat het leven natuurlijk gewoon doorgaat.)

Tot slot: het gaat er natuurlijk niet om dat je een saai, krenterig persoon wordt die nooit meer iets leuks kan doen. Maar in mijn ogen is er wel een verschil tussen geld uitgeven als water terwijl je het amper doorhebt, en geld uitgeven nadat je er bewust voor hebt gekozen dat te doen. Ik zou zeggen: natuurlijk mag je genieten van je zuurverdiende centen, júist.

Dat laatste, die bewustwording, kan je helpen om sterkere keuzes te maken in je consumeergedrag – en eigenlijk dus ook in je leven.

En bedenk je ook: alles op z’n tijd (en niet alles tegelijk). Afgelopen zomer ging ik bijvoorbeeld veel uit eten, minimaal 1 keer per week. Ik had eindelijk een vaste(re) baan, had een paar extra schrijfklussen gedaan, woonde voor het eerst weer vlakbij de stad en ging bovendien niet op vakantie in de zomermaanden. En ik houd enorm van lekker eten.

Ik realiseerde me dat ik relatief veel uitgaf aan voedsel in leuke tentjes, maar koos ervoor dat te doen. Maar ik had in die maanden bijvoorbeeld geen Spotify-abonnement, ging niet naar bikram yoga en kocht geen cd’s en boeken.

Nu het winter wordt, krijg ik weer andere behoeften. Je uitgaven hoeven dus echt niet altijd “saai” en hetzelfde te zijn, integendeel! Het is juist leuk ermee te spelen, zij het in balans.

Succes! En heb jij ook nog een supertip? Laat het me weten!

PS. Check ook eens de site van het Nibud. Daar vind je nog veel meer goede tips en inspiratie om te besparen!

0

Dit las ik in september: van Haro tot Harry (en nog veel meer)

Stephen King stelt in zijn boek On Writing – A Memoir of the Craft dat wie goed wil leren schrijven, twee dingen in elk geval moet doen:

1. Read a lot

2. Write a lot

Geen slecht advies, als je het mij vraagt. Toch ben ik pas ongeveer een jaar geleden voor mijn gevoel weer écht begonnen met lezen. Dat wil zeggen: als kind las ik véél, maar vanaf ongeveer mijn vijftiende kreeg ik andere zaken aan mijn hoofd (en meer onrust vooral, denk ik achteraf). Tijdens mijn studie had ik zo veel studieboeken door te ploegen dat ik als ik eenmaal vrij was, absoluut geen zin meer had in nóg meer lezen.

O, natuurlijk las ik hier en daar wel wat hoor. Sowieso las ik natuurlijk een stapel boeken voor m’n leeslijst (al waren er, zo begreep ik, genoeg klasgenoten die gewoon een samenvatting kopieerden van scholieren.com). En als ik er verder over nadenk, heb ik door de jaren heen toch vast tientallen boeken gelezen, van Eating Animals tot The Kite Runner. Herman Koch, Saksia Noort, Kader Abdolah, van alles eigenlijk. Maar er lag niet, zoals nu, altijd een boek (of twee) op mijn nachtkastje.

Hoe anders is dat nu! Dagelijks twee uur treinen is goed voor de leeshonger. En september was een goede leesmaand. Twee weken vakantie helpen natuurlijk, al las ik toen eigenlijk niets ‘nieuws’: samen besteedden Tom en ik úrenlang aan het elkaar voorlezen van Thea Beckman’s Thule-trilogie. Hij had ze nog nooit gelezen en ik, ach ik vind het geen probleem om mijn favoriete jeugdboeken nog eens te herlezfen.

Dit las ik in september:

Peter van der Meer en Frederike van Oostveen – Wat proef ik? ***(*)

Wijn is zo veel lekkerder als je er meer van weet, luidt de ondertitel van dit handzame boekje. En wie meer wíl weten over wijn, doet er goed aan het te lezen. Wijnstreken, druivenrassen, keurmerken, etiketten lezen; alles wordt aangestipt, genoeg om wat kennis om te doen maar niet té veel, zodat je het als beginnend wijnliefhebber ook daadwerkelijk onthoudt. Een belangrijk deel is – uiteraard – gewijd aan het leren proeven van wijn. Het hoofdstuk waarin stap-voor-stap wordt uitgelegd hoe je dat precies moet aanpakken én hoe je er goede notities van maakt, is voor mij al een reden om dit bieb-boek zelf aan te schaffen.

Voor de kenner zal Wat proef ik weinig nieuwe inzichten verschaffen, maar het is des te meer geschreven voor wie graag op een laagdrempelige manier iets leert over dat lekkere drankje in zijn glas.

Thea Beckman – de Thule-trilogie (Kinderen van Moeder Aarde, Het Helse Paradijs, Het Gulden Vlies van Thule****

Zoals gezegd: mijn favoriete jeugdboeken (oké, op Harry Potter na dan). Tom had ze nog nooit gelezen en ik vond dat ie dat écht moest doen – en dus lazen we elkaar onderweg in de auto naar Zuid-Frankrijk om beurten voor. De tijd vloog ;)

J.K. Rowling, John Tiffany and Jack Thorne – Harry Potter and the Cursed Child ***

Zei iemand daar HARRY? Yep, van Judith kreeg ik voor mijn verjaardag de prachtige gebonden editie van het nieuwste “Harry Potter-boek” (dat eigenlijk natuurlijk een toneelscript is). Hoewel ik eerst dacht “ik wacht wel op de Nederlandse versie”, besloot ik dat tóch niet te doen en zo ging Harry last-minute mee in mijn vakantietas.

En daar kreeg ik geen spijt van. Het is namelijk helemaal geen ingewikkeld Engels en het leest zó weg.

Eigenlijk bereidde Annemerel mij nog het best voor op dit boek. Verwacht geen Harry Potterboek, schreef zij, en dan is het nog steeds een leuk verhaal waar je als vanouds door wordt meegesleept.

Jammer vond ik toch wel dat je aan de snelheid waarin de gebeurtenissen zich voltrokken, kunt merken dat het een toneelstuk is. Dat gaat ten koste van de geloofwaadigheid; iets dat op de planken denk ik niet erg is, maar misschien toch een béétje afdoet aan de HP-saga. Op een gegeven moment zit je in zó’n wervelwind van opeenvolgende situaties, dat ik het bijna niet meer kon volgen.

Maar hé, wat zeur ik eigenlijk? MEER HARRY, altijd meer Harry.

Haro Kraak – Lekhoofd ****

Amper dertig jaar, succesvol journalist en dan ook nog debuteren met een geweldig boek – mijn oud-collega van de Volkskrant Haro Kraak deed het (ja jongens, ik zat ooit nog een paar maanden naast hem, ghehe #meeliftenopsucces #grapjehoor). Want ja, wow, wat een debuut! Terecht werd al op de éérste verkoopdag bekend dat er een tweede druk komt.

Goed, Lekhoofd gaat dus over een puberjongen die woorden ruikt en kleuren ziet. Synesthesie heet dat, dat bestaat echt en het lijkt blijkbaar leuker dan het is. Maar eigenlijk gaat Lekhoofd natuurlijk gewoon over een jongen die opgroeit en alle dingen die daarbij horen – en o, wat een mooie woorden, wat een zinnen, wat een prachtpassages.

Hoewel het een aantal bladzijden duurde voordat ik “in” het verhaal zat, kon ik Lekhoofd op een gegeven moment bijna niet meer wegleggen. Maar goed ook, want in de bibliotheek van Utrecht is het boek al een ‘sprinter’, wat betekent dat je hem maar een week mag lenen.

Een beetje jaloersmakend wel, hoor. Op een goede manier. ;) Well done, Haro. Wanneer komt je tweede boek uit?

Richard Sennett – Samen. Pleidooi voor samenwerken en solidariteit ****

Dit boek las ik deze maand eigenlijk voor mijn werk, maar ik vind hem toch ook hier het vermelden waard. Sennett is een gevierd Amerikaans socioloog die zijn leven wijdt aan de vraag hoe mensen zouden moeten samenleven. Samen (de recente Nederlandse vertaling van zijn in 2013 verschenen boek Together) is een pareltje voor wie houdt van nadenken over mens, maatschappij, politiek, geschiedenis, filosofie en aanverwante zaken. Voor heel veel mensen dus. ;)

Hoewel ik een “moeilijk” boek had verwacht, las Samen verrassend makkelijk weg (al is het natuurlijk geen pageturner à la Harry P., althans niet voor mij). Nu moet ik wel zeggen dat er veel namen en theorieen uit de doeken werden gedaan die ik me nog enigszins kon herinneren van mijn studietijd – en die herkennig maakte het leuk.

Nou ja, stof tot nadenken dus. Góeie stof.

Griet Op de Beeck – Kom hier dat ik u kus ***** (eigenlijk gewoon duizend hartjes)

O, Griet, wat ben je toch een schrijfster zeg. En wat ben je prachtig. Nadat ik Vele hemels boven de zevende uit had, zei iedereen: “Kom hier dat ik u kus is nóg mooier”.

Of dat zo is, weet ik nog steeds niet – ik vond Vele hemels ook adembenemend. Maar lieve mensen, als je uit deze hele lijst één boek leest, laat het dan alsjeblieft dit boek zijn.

Beklemmend, rauw, indrukwekkend..ja jeetje, eigenlijk zijn er geen andere woorden aan te geven dan die van Griet zelf. In elk geval gaat Kom hier dat ik u kus (voor mij) over kinderen en ouders, over opgroeien op een plek die niet zo fijn is, over liefde en hoe we daar allemaal naar verlangen. Maar dan een stuk minder kazig opgeschreven dan in dit stukje ;)

PS. En lees na het lezen van Kom hier dat ik u kus vooral ook het interview met Griet Op de Beeck in Volkskrant Magazine terug (feb ’16).

0

Tilburg Ten Miles: het verslag

Zo’n beetje meteen nadat ik op 4 september over de finish van de Tilburg Ten Miles kwam, vloog ik door naar huis om mijn spullen te pakken. De volgende ochtend zat ik met Tom in de auto naar Frankrijk.

En nu zijn we plots alweer bijna een maand verder.

Dat neemt niet weg dat ik graag nog schrijf over dit loopfestijn, dat qua prestatie mijn beste hardloopwedstrijd tot nu toe was. Als ik naar de gegraveerde finishtijd op m’n medaille kijk, kan ik me eigenlijk nauwelijks meer voorstellen dat ik dat écht heb gelopen…

Goed, jullie weten wellicht dat ik wel het een en ander aan voorbereiding had gedaan. Met oog op de halve marathon van Eindhoven (9 oktober) liep ik in augustus 100 kilometer hard en ik tikte ook weer een paar lange afstanden (15, 16 en 17 km) aan.

Toch had ik totaal niet de intentie om de Tilburg Ten Miles snel te lopen. Ik wist dat ik van het groepje waarmee ik startte (Eline, haar twee zussen en hun vader) veruit het langzaamst zou zijn. Zij gingen voor een tijd tussen de 1:25 en 1:30 uur, ik durfde héél zachtjes en voorzichtig 1:35 als doel te noemen – maar dat is al sneller dan 10 kilometer per uur.

“Ik wil gewoon een lekkere race lopen”, zei ik daarom voor de start. Liefst op gemiddeld 10 kilometer per uur (met die snelheid liep ik in maart de CPC), maar liever wat langzamer en genieten dan een toptijd en kilometers lang afzien.

Maar ja hè, je weet hoe dat gaat. Eenmaal van start komt er dan toch een Ambitieuze Suusie in mij naar boven. En dan loop je ontspannen, loop je lekker én staat er langs de hele route geweldig publiek – waaronder Elines moeder en haar vriend, die in recordtempo de stad doorfietsten om ons op meerdere plekken aan te moedigen. Woei, dan is er plots véél meer mogelijk dan je ooit had gedacht.

20160904_130338

OP NAAR HET STARTVAK

Na een veel te korte nacht slaap (Tom vierde zaterdagavond zijn verjaardag dus ik lag om half drie in bed) bakte ik zondagochtend een stapel pannenkoeken. Door het licht brakke gevoel in mijn maag –  nee geen wijn, gewoon slaaptekort – kreeg ik er geen zes weg, maar slechts drie. Niet enorm handig, maar ja. Met langere wedstrijden is het altijd zo enorm aanvoelen & afwegen hoeveel je moet eten en drinken: kort van tevoren niet te veel (want dan zit het voedsel in de weg), maar ook niet te weinig (want gevaar van hongerklop!).

Na een klein uurtje in de trein kom ik aan in Tilburg. Ik kleed me om en vind al gauw Eline en haar familie. Samen lopen we naar het startvak. Tevergeefs zoeken we naar pacers; die zijn er normaal gesproken elk jaar bij de TTM, maar dit jaar blijkbaar niet. Ik kan er ook nergens informatie over vinden, beetje gek.

En dan klinkt het startschot en gaan we al!

KM 1-4

Rustig starten, dacht ik, maar ook weer niet té rustig. De eerste kilometers is het altijd weer even zoeken naar een lekker ritme. Bovendien voel ik soms ‘ineens’ allerlei pijntjes (knie/scheen/zij/etc..), maar als je een aantal wedstrijden hebt gelopen weet je dat je daar gewoon even ‘doorheen’ moet en dat het ook weer weg gaat.

Na twee kilometer stonden daar Joep en Lia! Wow, hen zien gaf me en enórme boost van energie. Ineens realiseerde ik me: “yeah, ik loop hier, ik loop de ten miles en het gaat goed!” (Dat ik nog maar twee kilometer had gelopen wist ik natuurlijk ook wel, maar toch.)

screen-shot-2016-10-01-at-18-59-01

KM 5-12

Volgens mijn app liep ik al de hele tijd onder de zes minuten per kilometer. 5’57, 5’55, 5’53… Op een gegeven moment werd het een beetje een spelletje: kan ik hier onder blijven? Dat ik nog best een eind moest, probeerde ik maar te vergeten, want tot dusver ging het best lekker.

Sommige delen van de route herkende ik van vorig jaar, toen ik de 10K liep tijdens dit evenement. Nu plakten we er natuurlijk hier en daar wat lusjes aan. Bij kilometer 10 (57:05 minuut, zei mijn app) realiseerde ik me dat ik deze 10K nu al sneller had gelopen dan vorig jaar. Wow! Nog maar zes km en een beetje te gaan.

KM 12-16,1

Okee jongens, ik kan er kort over zijn: zo rondom kilometer 12 kwam de man met de hamer. HONGER ineens, niet normaal. Dom van me ook, ik had gewoon – net als bij de halve marathon – wat Dextrootjes en gedroogd fruit moeten meenemen voor onderweg. Had ik niet gedaan, omdat ik er eigenlijk wel vanuit ging dat er posten AA-drink zouden zijn. Ai, dat was dus niet zo… er was steeds alleen water.

Ik herinner me een punt waarop ik door vrolijk versierde straten liep, waar langs de stoep overal mensen stonden om de lopers aan te moedigen. Velen hadden een klapstoeltje erbij gepakt en zaten daar zeg maar te chillen – met eten en drinken. Nou, in mijn hoofd was het op dat moment een heel realistische optie om het trosje druiven van de schaal te grissen. O, ik herinner me ook een vrouw die een KOUD FLESJE COLA stond te drinken… Wat moest ik me beheersen om niet te stoppen en te vragen of ik alsjeblieft een slokje mocht.

OK, door, Suusie. Ja, ik raakte vermoeid maar nee, stoppen wilde ik niet. Nu stoppen betekende het ‘werk’ van de afgelopen kilometers – op weg naar een droomtijd – teniet doen. Twintig minuten doorbijen Suusie, dat kun je best, vertelde ik mezelf. Ik probeerde weer in de looptrance te komen en dat lukte nog best aardig. Zeker toen ik Lia en Joep weer tegenkwam: wat een energie geeft het om fijn publiek aan de kant te hebben.

Rond kilometer 12- ik kon nog lachen!
Rond kilometer 12- ik kon dus toch nog lachen!

Daar was de Korte Heuvel al, waar het pad door een ‘erehaag’ van cafebezoekers liep. Tja, op dat punt kun je het eigenlijk al niet meer gaan maken om te wandelen. (En sowieso: zeer deden m’n benen toch al, stoppen zou dat alleen maar erger maken.)

Nog 300 meter, 200, nog een hoekje om, eindsprintje…. Ik perste alles wat ik had er nog uit en haalde vlak voor de finish nog wat mensen in. YES! Ik had het gedaan!

En dan jongens, o dan komt de euforie. Wie ooit een hardloopwedstrijd heeft gelopen, weet wat ik bedoel. Dan is het zo heerlijk om te weten dat je alles hebt gegeven, dat je echt je krachten hebt gemeten. Enigszins wankel liep ik door, kreeg mijn medaille en EEN APPEL EN EEN FLESJE AA-DRINK OH YES.

Jeetje, wat is zo’n stuk fruit dan lekker.

NA DE FINISH

Gelukkig vond ik na niet al te lang zoeken Eline, Lia en Ilse. Via de TTM-app konden we mijn eindtijd bekijken: 1:31:52! Dat scheelde maar zes seconden met Elines vader. De drie zussen liepen allemaal natuurlijk toptijden – iedereen was volgens mij meer-dan-tevreden met z’n prestatie en had lekker gelopen.

Nog even een groepsfoto…

cimg6151-1

…en toen was het voor mij alweer hoog tijd om terug naar Utrecht te gaan. Thuis wachtte me het karwei van inpakken-voor-de-kampeervakantie. Met pijnlijke vermoeide benen weliswaar, maar ook met mentaal een enorme boost en een mega-tevreden gevoel. Wat is de TTM toch een leuke wedstrijd – heel veel geweldig publiek, muziek, een leuke afwisselende route en fijne sfeer.

Wie zie ik volgend jaar ook aan de start?

 

 

0

7 pro-tips voor je sollicitatiegesprek

Inmiddels ben ik alweer een paar maanden vol aan de bak voor Einder en NU.nl, maar nog niet zo héél lang geleden besteedde ik een deel van mijn werkweek aan sollicitatiebrieven versturen en gesprekken voeren. En ook toen ik full time freelancer was, dronk ik regelmatig kopjes koffie met potentiele opdrachtgevers. Omdat de stages & banen vandaag de dag niet voor het oprapen liggen, maar je met een aantal slimme tips & tricks wél je baankansen kunt verhogen, deel ik vandaag mijn zeven tips voor je sollicitatiegesprek.

Doe er je voordeel mee!

1. Superlogisch, maar wél nodig: bereid je tot in de puntjes voor.

Zorg dat je in elk geval weet:

  • Wat de exacte functieomschrijving is voor de vacature. Ofwel: wat zoekt de werkgever? En hoe sluit jij hierbij aan? Zorg dat je met voorbeelden kunt komen (zie verder tip 3).
  • Hoe de organisatie ongeveer in elkaar steekt: hoeveel mensen werken er, wie zit in de directie, hoe is het management georganiseerd (voor zover dit te vinden is). Indien mogelijk: praat met mensen die vergelijkbaar werk doen.
  • Wat jijzelf al voor ervaring hebt die relevant is voor deze functie. Probeer even in je arbeidsverleden te graven, vraag familie & vrienden om raad, zorg dat je zo veel mogelijk ‘munitie’ hebt om de werkgever ervan te overtuigen dat jij hier past.
  • Welke antwoorden je kunt geven op allerlei standaard-solliciatievragen.

Zorg verder voor een lijst(je) met vragen die je zelf kunt stellen. Niet alleen kun je met die informatie zélf beter beoordelen of je die baan eigenlijk wel wilt, ook laat je door het stellen van vragen zien dat je je goed hebt voorbereid. Hoe specifieker gericht op de functie, hoe beter. Daarmee laat je zien dat je hebt nagedacht over je toekomstige werk. (Als je bijvoorbeeld solliciteert als webredacteur: “Ik zie dat jullie op je website die-en-die indeling hebben, wat is de gedachte daarachter?”)

Toon ook interesse in je gesprekspartner: wat is zijn/haar functie binnen het bedrijf, gaan jullie eventueel met elkaar te maken krijgen? Van tevoren even rondsneaken op de LinkedIn-pagina van je toekomstige baas kan nooit kwaad.

Stel in elk geval geen feitelijke vragen over zaken die je zelf had kunnen opzoeken (‘Hoeveel mensen werken hier?’). Daarmee krijgt je gesprekspartner juist de indruk dat je je slecht hebt voorbereid. Ook vragen over je salaris zijn not done tijdens het eerste gesprek.

2. Probeer je te bedenken dat een sollicitatie een kennismaking van twee kanten is. 

Zie het als een gelijkwaardig gesprek waarin zij jou, maar jij zeker ook hén probeert in te schatten. Duw eventuele verlegenheid opzij: geef je gesprekspartner een stevige hand, kijk hem/haar in de ogen.

Natuurlijk is het dat uiteindelijk niet helemaal – jij wilt immers die baan! – maar deze houding zal je helpen om zelfbewuster en rustiger over te komen. Het laatste dat je wilt is dat ze denken dat je wanhopig bent.Probeer dus die (financiele) stress even uit je hoofd te duwen: jij bent awesome. En voor jou is het óók nog maar even zien of je dit wel wilt.

(Dat laatste moet je natuurlijk niet letterlijk zeggen, dat snap je wel. Maar een onafhankelijke houding is aantrekkelijker dan een smekende sollicitant.)

3. Bedenk veel voorbeelden die je kunt gebruiken in het gesprek. 

Iedereen kan natuurlijk wel zeggen dat hij “goed kan samenwerken” of “in staat is onder druk te presteren”. Zorg dat je een aantal voorbeelden paraat hebt die je desgevraagd – of uit jezelf – kunt noemen om je betoog te illustreren. “Bijvoorbeeld die keer dat ik….”

Het helpt hier natuurlijk als je al wat werkervaring hebt, zodat je meteen wat eerdere projecten die je hebt gedaan kunt toelichten (en daarmee direct indruk kunt maken met wat je allemaal hebt gedaan!). Maar denk vooral ook breder, zeker als je pas net afgestudeerd bent. Vaak zijn de dingen die je in je leven hebt gedaan nuttiger dan jij zelf denkt.

Zowel in mijn sollicitatiegesprekken bij Einder als bij NU.nl noemde ik onder andere mijn blog als voorbeeld, toen men vroeg of ik online ervaring had. Natuurlijk is Suushi maar “gewoon” een hobby, maar dat ik hier al 10 jaar schrijf laat zien dat ik ervaring heb met lange termijnsprojecten én dat ik al lang “publiceer”. Bovendien toont het op z’n minst basiskennis van CMS-systemen (WordPress) , sitemanagement en sociale media.

4. Wees positief en enthousiast (maar overdrijf het niet).

Mijn stage bij de Volkskrant sleepte ik (mede) binnen doordat ik, zo hoorde ik achteraf ,”veel enthousiasme en nieuwsgierigheid toonde”. En zelf vind ik het ook fijn om met mensen te werken waarvan ik het gevoel krijg: die heeft er zin in, die zit vól energie en kan de taak wel aan. Je wilt vertrouwen wekken dat jij alles in huis hebt én dat je van aanpakken weet. 

Zorg er dus voor dat je passie voor het onderwerp te zien is – zonder dat je overkomtals een hyperactieve stuiterbal. Let op: praat jezelf niet onnodig omlaag (je kunt vaak meer dan je denkt!), maar overspeel je hand ook niet. Heb je ergens geen of weinig ervaring mee, zeg dat dan eerlijk. Je hoeft niet álles al te kunnen, zeker niet als je solliciteert op een junior-functie. Geef in plaats daarvan aan dat je bijvoorbeeld snel nieuwe dingen leert en dat ook graag doet.

(c) Cyanide & Happiness

5. Laat je nooit, ik herhaal NOOIT negatief uit over je huidige of vorige werkgevers.

Echt, kom niet in de verleiding. Misschien lijkt het slim om je vorige werk af te zetten tegen het werk dat je nú graag wilt doen, maar je oude baas zwartmaken is not the way to go. Je gesprekspartner kan niet alleen het gevoel krijgen dat je negatief en veeleisend bent, maar ook nog eens dat je niet loyaal bent.

Als jou direct wordt gevraagd wat je nu eigenlijk vond van je vorige werkgever, probeer dan zakelijk te blijven. Ga natuurlijk niet liegen, dus wil je toch wat kwijt, spreek dan vanuit je eigen ervaring (‘ik vond het soms lastig dat…’). Denk van tevoren na over wat je kunt antwoorden op dit soort lastige vragen.

6. Hierop voortbordurend: laat je geen uitspraken ontlokken die je niet wilt doen.

Het kan zijn dat een werkgever je een beetje uittest. Maar laat je nooit uit de tent lokken om dingen te zeggen die niet bij je passen, alleen om in de gunst te vallen. Lieg absoluut nooit. En zodra jij het gevoel krijgt dat de vraag compleet niet relevant is, kun je dat ook gewoon zeggen.

Bij een solliciatiegesprek werd mij bijvoorbeeld gevraagd of ik soms last had van een “quarter life crisis”, omdat ik dat woord had genoemd op mijn blog. Ik heb toen gezegd dat dat me geen relevante vraag leek – we hadden het immers over mijn zakelijke kwaliteiten en niet over mijn persoonlijke sores. De ander gaf dat vervolgens toe.

Ik denk dat het juist goed is als je in dit soort situaties ook je grens weet aan te geven – dat is een goede eigenschap, toch?

Ter info: een werkgever mag sowieso nooit vragen of je zwanger bent, kinderen wilt, wat je seksuele geaardheid is, of je gelovig bent en of je lid bent van een politieke partij.

(c) Cyanide and Happiness

7. Tot slot: kom goed verzorgd voor de dag. 

Wat je precies wilt uitstralen, is natuurlijk afhankelijk van het bedrijf waar je gaat solliciteren. Ik heb zelf nooit gesolliciteerd bij grote chique kantoren met harde dresscodes, maar een (simpel, niet afleidend) jurkje (hemd en nette broek voor de mannen) is altijd goed. Zelf probeer ik in elk geval spijkerstof en gympen te vermijden. ;)

En doe verder vooral aan waar je je lekker in voelt! Draag je nooit hakken, ga dan niet ineens lopen wiebelen. En heb je áltijd felrode nagels, doe dat dan nu gerust ook – maar overdrijf het niet. Ik trok meestal een jurkje aan, of anders een zwarte broek met blouse en jasje. Haren opgestoken, klein likje mascara, subtiele oorbellen, en klaar. Zorg dat je fris ruikt, maar spuit niet zó’n wolk parfum dat die de rest van de middag nog nawalmt in het kantoor. ;)

Je uiterlijk moet professioneel en representatief zijn, maar niet afleiden van waar het eigenlijk om gaat: jouw vaardigheden en het eerste gesprek op weg naar – hopelijk – jouw nieuwe baan!

0