Skip to content

Maand: oktober 2016

6x lekker eten op Texel

Het parkeervignet mag dan nog steeds op de voorruit van de auto zitten, toch lijkt het alweer eeuwen geleden dat Tom en ik een weekje vakantie hadden op Texel. (En stiekem is dat natuurlijk ook zo: we waren er in juni.)

Maar hé, ik ben jullie nog een lijstje eet- en drinktips op het eiland verschuldigd. Dit blogje stond al tijden in m’n concepten, maar wegens tijdgebrek maakte ik het nooit af. Nu dan toch maar even.

In een week tijd deden we dus héél wat eet- en drinktentjes op het eiland aan. Sommige waren zéér geslaagd, andere wat minder. Om jou die slechte(re) ervaringen te besparen, deel ik hier m’n persoonlijke toppers (in willekeurige volgorde).

Venezia
Wat: pizzeria
Waar: Den Burg
Budget: 10 euro p.p. (excl. drankjes)

Zoek je eenvoudig, lekker én budgetvriendelijk eten zonder al te veel poespas, ga dan naar Venezia. Deze qua interieur oubollig-kitscherige Italiaan serveert prima pizza’s en pasta’s voor een schappelijke prijs. Daarom erg geschikt voor grotere gezelschappen, maar met z’n tweetjes kun je er ook prima zitten.

(c) Venezia
(c) Venezia

Lokaal 16
Wat: ontbijt- en lunchcafe annex koffiebar
Waar: Den Burg
Budget: 3-25 euro p.p. (net wat je wilt ;))

Van een eiland als Texel, waar toch relatief veel oudere mensen en gezinnen komen, verwachtte ik helemaal geen hip koffietentje. Daarom was ik blij verrast toen we Lokaal 16 vonden. (Als je gewend bent aan de hipsterheid van Utrecht, snak je op een gegeven moment toch naar thee-van-losse-blaadjes en een goed stuk carrotcake ;)) Dit kleine tentje zit een beetje verstopt in de ‘restaurantstraat’ van Den Burg. Ze hebben er lekkere tosti’s, koffie, gebak en ook verse sapjes en smoothies. Vooruit, mijn gezonde sapje was toch íets te veel gember, maar niettemin: leuk!

De Smulpot
Wat: overdag café, ‘s avonds restaurant
Waar: Den Burg
Budget: 5-40 euro p.p. (afhankelijk van of je een drankje doet of gaat dineren)

Wat aan de buitenkant oogt als een vrij doorsnee bruine kroeg, is eigenlijk een hartstikke hippe plek. En de wijn! O, de wijnkaart van de Smulpot wilde ik wel hélemaal proeven (maar dat liet mijn budget niet toe). Meer-dan-prima hapjes trouwens ook hier, althans de bruschetta’s die we hier op dag 1 op het terras aten waren uitstekend. Als je nog niet overtuigd bent: ze delen gratis bitterballen rond aan gasten.

Bij het restaurant zit trouwens ook een hotel. Kan me voorstellen dat dat best een prima plek is om je vakantie op Texel te vertoeven.

(c) De Smulpot
(c) De Smulpot

Kaap Noord
Wat: strandpaviljoen
Waar: De Cocksdorp
Budget: 20-30 euro p.p. (voor 3 gangen)

Dit is de enige tent waar we in een week tijd twee keer zijn geweest. Dat zegt wat, nietwaar? Bij Kaap Noord – zoals de naam al doet vermoeden helemaal op de noordpunt van het eiland – kun je zowel buiten op het terras als binnen lekker zitten. De sfeer is zoals dat hoort in een strandpaviljoen: ongedwongen, beetje ruig (je kunt het ook rommelig noemen), gezellig dus en met lekker eten. Ook de maaltijdsalades hier zijn een aanrader als je na een week vis, pizza en friet zin hebt in iets gezonds. ;) Loop na het eten een stuk over het strand of richting vuurtoren om uit te waaien.

Rokerij Van der Star
Wat: Vishandel met verse vis uit de Noordzee
Waar: Oudeschild
Budget: 2-8 euro p.p.

Op een eiland moet je natuurlijk minstens één keer goede vis eten. Bij Rokerij van der Star, naast de haven van Oudeschild, ben je aan het goede adres. De gerookte paling die wij hier aten was werkelijk god-de-lijk en de haring was zó zacht, jeetje, ik wist niet dat haring ook zo kon smaken. Bakje patat erbij, prima lunch of snack tijdens je fietstocht over het eiland. Hier kom ik zeker terug.

(c) Vispaleis Van der Star

Novalishoeve
Wat: biologische boerderij en lunchcafé
Waar: Den Hoorn
Budget: 3-10 euro p.p.

Zodra ik het erf opliep, was ik helemaal blij. Want wat een leuke plek is de Novalishoeve zeg. In Zweden heb je dit soort plekken heel veel: boerderijen met een horecagelegenheid erbij, waar zelfgemaakte producten worden opgediend – die je bovendien vaak ook nog kunt kopen in het winkeltje ernaast. Bij de Novalishoeve bakken ze hun eigen brood en brownies, serveren ze goeie koffie én kun je over het terrein struinen en de varkens in de stal zien chillen. Als je houdt van een beetje biologische gezelligheid, ben je hier aan het goede adres.

(c) Biojournaal.nl

PS. Ik ben normaal niet zo van het bashen van restaurants, maar blijf alsjeblieft weg bij Pizzeria Italia in De Koog. Deze tent had toen wij erheen gingen een 8.4 (!!!) op Iens, maar de pizza’s zijn echt te goor voor woorden. Kartonnen bodems en smakeloze toppings. Geloof me, dan kun je nog beter patat gaan halen – maar liever nog een bakje verse vis!

Laat een reactie achter

De halve marathon van Eindhoven: mijn verslag

O jongens, ik had natuurlijk al eens een halve marathon gelopen en dat was gaaf, maar dat het zó leuk kon zijn dat je echt terug kunt verlangen naar de race, dat wist ik niet.

Voor de verandering was ik dit keer eens tot in de puntjes voorbereid. (Dit in tegenstelling tot de Tilburg Ten Miles, die ik liep na amper 5 uur slaap en zeker 3 glazen wijn – hoewel dat ook prima ging, overigens.)

Het begon ermee dat ik de dagen voor de wedstrijd zó veel afleiding had op m’n werk, dat ik weinig tijd had om te stressen. ;) De avond vóór de wedstrijd at ik een groot bord pasta carbonara en lag (soort van) op tijd in bed. Ik had zelfs m’n teennagels geknipt – geloof me, dat wil je als je zo’n eind loopt – en bijna tien dagen geen druppel alcohol gedronken.

img-20161009-wa0002
img-20161009-wa0005

9:00u – AAN DE ONTBIJTTAFEL

Zondagochtend sta ik half negen pannenkoeken te bakken. Het begint een fijne traditie te worden: terwijl Tom zich nog eens omdraait, draai ik de luxaflex in de keuken open en meng drie soorten meel (wit-volkoren-boekweit), halfvolle melk en eieren in een beslagkom. Met twee pannen tegelijk bak ik een stapel voedzaam ontbijt, wat mij betreft de beste bodem om op te lopen.

Ditmaal komt Eline me vergezellen. Zij gaat vandaag ook naar Eindhoven, om haar zusje te ‘hazen’ naar een halve-marathontijd onder de twee uur. Zo ambitieus ben ik vandaag niet: gewoon uitlopen, prentte ik mezelf al dagenlang in, een beetje vechtend tegen de Ambitieuze Suusie in mij die natuurlijk gráág een PR zou lopen (= sneller dan de 2.06.37 van de CPC-loop in maart).

10:37u – IN DE TREIN

Op Utrecht CS ontmoeten we mijn vriendinnetje Veerle en haar goede vriendin Marthe. Ook zij lopen vandaag de halve marathon. Met z’n vieren treinen we naar de Lichtstad (Eline stapt al in Den Bosch uit, die gaat eerst langs het huis van haar zusje).

Ik voel me opvallend relaxed; waar ik bij de CPC-loop nog wel wat twijfels had over of ik de afstand wel zou halen, is dat nu gek genoeg amper het geval.

20161009_120346

12:05u – OP DE GROND IN HET BEURSGEBOUW

In Eindhoven stappen naast ons nog tientallen mensen met hardloopschoenen uit. We lopen met de stroom mee naar het Beursgebouw, waar we ons startnummer kunnen ophalen.

Er zijn (bij mijn weten) niet echt kleedruimtes, dus kleden we ons maar gewoon om in een hoekje van de grote zaal. Verder is alles trouwens top geregeld: geen lange rijen bij de startnummerdesks, prima systeem om je tas weg te hangen. Erg relaxed allemaal.

Op de grond van de zaal stouwen we onze laatste koolhydraten naar binnen, spelden de startnummers op en dan is het tijd om richting startvak te gaan. Dat is namelijk nog een eindje lopen.

13:09u – IN HET STARTVAK

Bij het startvak ontmoeten we Kyra, een andere vriendin van Veerle en Marthe. Ook Veerles ouders zijn van de partij. Dankbaar geven we onze truien aan hen af, want met het zonnetje erbij is het plots best warm.

We waren al naar de Dixi geweest allemaal, maar zes minuten voor het startschot moet Veerle plots heel nodig. Dus hup, wij twee weer de menigte uit, nog eens in de (gelukkig niet al te lange) rij. Intussen beginnen de mensen in het startvak al te bewegen, dus Veerle en ik raken de andere meiden kwijt. We kijken elkaar aan: goed, dan starten we dus samen.

20161009_132146

13:27u – OVER DE STARTLIJN

DE EERSTE KILOMETERS (1-8)

Hoewel we het van tevoren niet van plan waren, beginnen Veerle en ik dus samen aan de race. En dat blijkt eigenlijk ontzettend goed te werken. Zij was bang te snel te starten, dus ik rem haar de eerste kilometers wat af; na een kilometer of vier is zij juist degene die míj afremt – gelukkig maar, want hoewel ik superlekker loop is het natuurlijk nog een heel eind. Een paar kilometer ‘bikkelen’ kan nog wel, maar bij zo’n halve marathon wil je je hand niet overspelen.

We lopen een heel stuk over een brede busbaan, in een lang lint van lopers. Het zonnetje schijnt, de temperatuur is goed en ik heb dus niets te klagen. Voor ik het weet, hebben we al vijf kilometer gelopen; de kop is eraf, zeg ik tegen Veerle. Ik zit al bijna op een kwart van de wedstrijd, maar heb nog helemaal niet het gevoel dat ook een kwart van m’n energie op is. Ons tempo ligt op dit moment rond de 6’11 per kilometer; veel hoger dan de 6’30 die we voor ogen hadden om mee te starten, maar ik zie de noodzaak niet om te vertragen.

Rond kilometer zeven merk ik dat ik af en toe, als ik niet zo op mijn tempo let, de neiging heb om Veerle voorbij te lopen. Ik ben me misschien een beetje té veel aan het inhouden nu, realiseer ik me, maar ik wil haar ook niet ‘alleen’ laten. (Want ja, hoe gaaf is het om zo’n wedstrijd echt samen te lopen?)

Vlak na de 8 kilometer gebeurt dat toch. Ik haal een paar mensen in, ga ervan uit dat zij me volgt maar als ik nog eens achter me kijk, is ze verdwenen. Wat nu? Wachten? Hoewel ik enigszins loyaliteitsissues heb, bedenk ik me dat ik het andersom niet erg zou vinden als zij was doorgelopen in een voor haar prettig tempo. Met die gedachte besluit ik haar dan nu ook verder haar eigen wedstrijd te laten lopen.

eindhovenhalve

DIEP IN DE WEDSTRIJD (KM 8-15)

Elke kilometer gaat mijn pace omhoog: rond KM 8 zit ik al op 6’03 gemiddeld. Met voldoening bedenk ik me dat ik op dit moment sneller loop dan een half jaar geleden bij de CPC-loop op hetzelfde punt. Zou ik dit kunnen volhouden? Ik probeer mijn eigen gedachten een beetje te temperen, maar merk dat ik tegelijkertijd heel veel energie krijg van de gedachte een PR te lopen.

In mijn heupband zitten naast m’n telefoon ook een pakje Dextro. Vlak voor elke drinkpost (ongeveer elke 3-4 kilometer) neem ik één tabletje druivensuiker, daarna een slok AA-drink en tenslotte een slok water. Die strategie werkte bij de CPC prima om mijn energiepeil hoog te houden en hongerklop te voorkomen. Gelletjes heb ik dan verder niet nodig.

Ineens is daar al het 13 KM-punt. Heb ik echt al dertien kilometer gelopen?, schiet het door mijn hoofd. Dat voelt totaal niet zo. Nog maar een kilometer of drie, dan kan ik al écht gaan versnellen – al loop ik nog steeds vrijwel elke kilometer wat harder.

En wat geniet ik! Geen pijn, gewoon een totaal gevoel van I’ve got this. Overal staat ook veel publiek, dat maakt het altijd extra leuk. Ik low-five alle kindjes die hun hand uitstaken.

DAAR IS DE STAD WEER & HET LAATSTE STUK(JE) (KM 16-21.1)

Na een paar omzwervingen om de stad en een lang recht pad door het bos, lopen we langzaam weer de bewoonde wereld in. Bij een drinkpost eet ik snel een partje sinaasappel, maar ik wil nu niet te veel tijd meer verliezen. Intussen probeer ik steeds wat meer – maar niet té veel – te versnellen.

Wow, en dan loop je plotseling door het vernieuwde bedrijvenpark Strijp-S! Overal mensen langs de kant – fotografen ook – en na het stuk in de schaduw van de bomen liep ik nu weer in de stralende zon.

Rond kilometer 19 zie ik ineens een bordje ‘JUST KEEP RUNNING’. Hallo Zélia!, wil ik roepen, maar dan realiseer ik me dat ze mij natuurlijk niet zou herkennen. ;)

De stad in! Winkelstraten door, nog meer juichend publiek, feestende mensen met biertjes en enthousiaste aanmoedigingskreten. ‘Goed bezig Susanne, nog heel even!’ O, wat ben ik de organisatie van wedstrijden soms dankbaar dat je voornaam geprint op je startnummer staat.

De laatste meters nu. Kom op Suusie, en nu alles eruit, zei ik tegen mezelf. Ik haalde iemand in, nog iemand, nog twee…. ennnnn STOP! Finish!

14666115_10210747985641512_6531665045466540911_n

15:33u – NA DE FINISH

Mijn precieze tijd weet ik dan nog niet, maar één ding is zeker: ik heb een PR gelopen! 2:04:nog iets zegt mijn app en die zit er waarschijnlijk niet ver naast.

Soms moet ik na een wedstrijd eerst even zitten/hurken/bijkomen tot de wereld niet meer draait en ik weer normaal kan ademen. In mijn herinnering was dat nu helemaal niet het geval. Nou was het ook érg druk na de finish, dus veel ruimte om even uit te puffen was er niet.

Ik liep een stuk door, kreeg een flesje AA-drink (van Josianne van JKR, die mij natuurlijk ook niet herkende maar ik haar wel, ha!) en mijn medaille.

Langzaam loop ik met de stroom mensen mee naar een plek waar het wat begaanbaarder wordt. Ik drink een paar slokjes water, maak een paar after-wedstrijd-selfies, bel Tom even (“IK HEB HET GEHAALD YAY!!”)  en merk plots hoe moe mijn benen toch wel geworden zijn.

img-20161009-wa0017
We kunnen allemaal nog lachen ;)

In het Beursgebouw ontmoet ik de andere meiden, die gelukkig ook allemaal een heerlijke wedstrijd hebben gehad. Via Elines moeder, die de event-app had geinstalleerd, hoor ik mijn eindtijd: 2:04:36 !! Dat is dus precies twee minuten (en 1 seconde) sneller dan een half jaar geleden. Zo blij!

Nadat we onze medailles hebben gegraveerd en een schoon shirt hebben aangetrokken, voeg ik me bij Eline, haar zusje en moeder, die al ergens op een terrasje zitten. Ik krijg een kop warme choco voor mij neus en o, dankjewel nog Lia want daar was ik wel aan toe.

17:31 uur – IN DE TREIN NAAR HUIS

Samen met Eline trein ik uiteindelijk weer naar Utrecht. Moe, maar vooral trots en voldaan kletsen we een uur lang wat af. Eenmaal thuis wil ik nog maar één ding – vooruit, twee: VOEDSEL en een BAD.

Gelukkig kon mijn thuis-supporter Tom in beiden voorzien. ;)

20161009_195438
En wat eet je dan, na zo’n halve marathon? Nou, na een dag pannenkoeken-met-stroop, bananen, Dextro en AA-drink (ofwel: suiker, suiker, suiker) snakte ik naar wat GROENTEN. En dus haalden we voedsel bij de lekkerste afhaal-Thai van Utrecht, Saowapa.

 

2 reacties

Lees dit als je écht geen zin hebt om hard te lopen

Hierbij verklaar ik het hardloop-winterseizoen voor geopend. Ja jongens, de tijd van na werk lopen door zachte, lichte avonden is voorbij, de lampjes en reflectoren zijn weer uit de kast en gisteren liep ik voor het eerst weer met een thermoshirt onder m’n kleren. Het zal niet lang duren voor ik ook de warme leggings, handschoentjes en Buff weer moet opduikelen.

Ik zal er eerlijk over zijn: lopen in de zomer vind ik gewoon véél lekkerder dan rennen door de kou. Dat heeft er vooral mee te maken dat ik mezelf niet amper naar buiten gesleept krijg op natte, koude, donkere avonden, als het binnen behaaglijk en knus is en ik moe ben na een lange dag werken.

LOGISCH, MAAR EIGENLIJK OOK GEWOON ONZIN

Want hé, steeds áls ik mezelf dan inderdaad zover heb, bedenk ik ALTIJD weer na 100 meter: die kou is eigenlijk helemaal niet erg. Sterker nog, zodra je loopt heb je er geen of nauwelijks last meer van. Eigenlijk heeft het ook wel wat, struinen door de donkere straten terwijl binnen overal gezellig licht brandt. Achteraf ben ik áltijd blij dat ik ben gegaan – ik voel me weer fris, sterk en beter over mezelf.

Waarom is het dan toch steeds weer zo moeilijk? 
En beter nog: wat kan ik eraan doen?

HOE HARDLOPEN JE DE WINTER DOOR HELPT

Uiteindelijk draait het allemaal om mindset. Het is goed je te realiseren dat je jezelf continu van alles wijsmaakt. We zijn er de hele tijd van overtuigd dat we allerlei dingen niet kunnen (of willen).

“Ik loop niet als het donker is.”

“Na mijn werk ben ik al moe genoeg.”

“Ik haat rennen door de regen.”

“Ik ben een mooiweerloper.”

“Vandaag ben ik vast niet zo snel.”

“Het is al tien uur ‘s avonds, te laat om nog te gaan.”

“Temperaturen onder de 10 graden vind ik te koud.”

“Wat heeft een kwartiertje rennen nou voor zin?”

Al deze smoesjes komen eigenlijk neer op de volgende misvatting: ik kan beter níét gaan vandaag. 

Sorry jongens (en ik zeg dit in de eerste plaats tegen mezelf): dat is 8 van de 10 keer gewoon onwaar.

Ja, natúúrlijk is het soms een beter idee om een avondje bij te komen op de bank. Om te relaxen, tot rust te komen, misschien wat yoga te doen of lekker een boek te lezen. Natuurlijk moet je niet over jezelf heen lopen als er al zo véél is in je leven.

En ik weet dat het vreselijk veel mentale kracht kan kosten om een nieuwe weg in te slaan – om dus niet maar weer die zak chips open te trekken en voor de tv te gaan hangen. Maar wie zegt dat hardlopen je niet juist op dat moment kan helpen?

HAHA, LEUK BEDACHT. MAAR HOE DAN?

Gisteren liep ik mijn eerste rondje na de halve marathon van Eindhoven (waarvan morgen het verslag volgt!). Dat betekent dat ik 9 dagen niet liep. Nu was een dikke week rust na zo’n prestatie zéker geen slecht idee, maar het is wél een slecht idee als ik vanaf nu tussen elk rondje 9 dagen laat zitten.

Want hardlopen levert van álles op:

  • Op de langere termijn méér energie, zodat ik juist minder snel moe ben
  • Een sterker en strakker lijf, waardoor ik me goed voel over mezelf (en minder snel in depressieve snaaibuien verval)
  • Een blij hoofd (HALLO endorfine, dopamine en andere blijmaak-stofjes) en dus een ijzersterk wapen tegen de winterdip
  • Een mentale oppepper: als ik op een regenachtige dinsdagavond vijf kilometer kan lopen, heb ik nog véél meer in m’n mars
  • En misschien wel de belangrijkste: een fris, opgeruimd hoofd. Echt waar: door beweging worden hersengebieden actiever. Met name de delen verantwoordelijk voor motivatie/initiatief en voor je geheugen doen het aantoonbaar beter. Hardlopen maakt je dus niet alleen sterker, maar ook slimmer.

Eerlijk is eerlijk, het kostte mij gisteren de nodige overtuigingskracht en peer pressure om m’n schoenen aan te trekken en om 21:30 uur nog vijf kilometer te gaan rennen. Maar halverwege dat rondje wist ik weer: dit moet ik vaker doen, dit heb ik nódig.

Hardlopen in de winter is geen struikelblok, geen extra “moeten”, maar juist een noodzakelijke voorwaarde om die winter heelhuids & happy door te komen.

Als je er zó naar kijkt – als je hardlopen niet meer als strijd ziet maar als oplossing, of zelfs als medicijn – zie je dat twee keer in de week rennen eigenlijk net zo bij je leven kan horen als dagelijks douchen of je tanden poetsen. Rennen hoort bij zorgen voor jezelf.

En het dagelijks leven voelt nu eenmaal een stuk makkelijker én comfortabeler als je goed voor jezelf zorgt.

NOG NIET OVERTUIGD? KIJK FF DEZE TWEE FILMPJES

Nike – No excuses

Erik Scherder – Maakt bewegen ons slimmer?

Laat een reactie achter