Terug naar bikram yoga

‘Sta rechtop, je voeten naast elkaar, tenen raken elkaar. Kijk recht vooruit in de spiegel. Span je benen, trek je buik in, breng in een inademing je armen over je hoofd. Verstrengel je tien vingers, vouw je wijsvingers naar boven, kruis je duimen. Houd je armen recht naast je gezicht, achter je oren. Strek op. Adem in en buig in een uitademing je bovenlichaam naar rechts.” 

Half moon pose: de tweede houding in de serie van 26 in een bikramyogales. Het was lang één van mijn minst favoriete houdingen. Maar toen ik gisteren eindelijk weer eens naar de les ging, voelde zelfs deze asana heerlijk.

Het was Tom die mee meesleepte, zondagmiddag om vijf uur. Sinds we in Utrecht wonen zit de studio op minder dan 2 kilometer van ons huis, een luxe waar ik tot nu toe te weinig gebruik van heb gemaakt. Hij gaat vaker – het is goed voor zijn pijnlijke rug – en de laatste tijd kwam ‘ie steeds zo blij terug dat ik niet meer kon achterblijven.

Oké, voor wie geen flauw idee heeft waar dit in godsnaam over gaat: bikram yoga is yoga, maar dan in de sauna.
Of nou ja, in een ruimte van 40 graden.
Een les duurt anderhalf uur en in die tijd werk je onder begeleiding van de docent een vaste serie houdingen door. De eerste helft van de les staand, de tweede helft liggend en zittend. Omdat het zo warm is, draag je alleen een sport-bh of top en een kort broekje (mannen hebben vaak een zwembroek aan).

UH, WAAROM ZOU JE DAT JEZELF AANDOEN?

Omdat het heerlijk is. Zwaar, ja, maar lekker. Door de warmte kun je verder strekken en raak je in een diepere focus. En doordat de docent elke houding tot in detail met woorden begeleidt, hoef je zelf weinig meer na te denken – je laat je gewoon leiden door zijn/haar stem. Na een bikramyogales voel ik me vaak herboren (en oké, soms gesloopt ;)).

Eerlijk is eerlijk: bikram yoga en ik hebben een bijzondere relatie. In april 2011 ging ik voor het eerst naar een les en dat vond ik toen zo heftig dat dat ik niet wist of ik nog eens wilde gaan. Ik was zachte, rustige yoga gewend, geen sportschoolmentaliteit.

Lees hier wat ik in 2011 schreef over mijn eerste les bikram yoga.

Toch bleef ik terugkomen. In Nijmegen opende een bikramyogaschool met een geweldige, lieve docente. Soms kwam ik er eens per week, soms maanden niet. Maar vroeg of laat was ik altijd weer in de hot room te vinden.

Eind 2014, toen ik in Amsterdam woonde, zat de bikramyogaschool aan de Herengracht op drie minuten lopen van mijn huis. Ik ging er steeds vaker heen, kocht uiteindelijk zelfs een maandkaart. ‘s Morgens vóór de werkdag begon al anderhalf uur strekken – ik kan het iedereen aanraden, al is het maar omdat je je de rest van de dag zo voldaan voelt.

En nu? Nu pak ik af en toe een lesje. Naast 2-3 keer in de week hardlopen, >40 uur werken en 10 uur reizen per week blijft er immers niet zo veel ruimte over. Voor alles is een tijd, nietwaar?

OH JA, EN…

Naast tijd is is het prijskaartje eigenlijk de belangrijkste reden dat ik niet vaker ga. Een losse les bikram kost 15 euro. Je kunt een beetje korting krijgen door een 5- of 10-lessenkaart te kopen (respectievelijk 65 en 110 euro), maar het blijft een vrij prijzige hobby. Voor de maandkaart die ik destijds in Amsterdam kocht, telde ik 120 euro neer. Dat geld wil ik op dit moment niet elke maand uitgeven aan sport, zeker niet als ik ook fit kan blijven met hardlopen en thuis yoga doen.

Maar ja hè, ik zit al zo’n groot deel van de dag op een stoel. Als ik gezond, sterk en soepel oud wil worden, is een investering daarin wellicht niet zó gek als ik denk…

Soms krijg ik weerzin van het feit dat bikram yoga kampioenschappen kent, of van de gedachte aan oprichter Bikram Choudhury, die een eng en vies mannetje schijnt te zijn.

En soms zit ik even niet lekker in mijn vel en dan weet ik: die 90 minuten strekken, zweten en ademen gaan me nu zó goed doen.

 

Uit eten: De Witte Zwaan

Afgelopen zomer konden Tom en ik geen genoeg krijgen van etentjes buiten de deur. En dankzij de AH restaurantactie was dat in veel gevallen ook nog eens niet (al te) slecht voor ons budget. Van m’n goede vriendin Eline en haar vriend kregen we de tip om eens te gaan eten in De Bilt, bij de Witte Zwaan.

Echt een beleving, zei ze: creatieve amuses, geweldige gerechten, fijne sfeer.
Dat moesten we natuurlijk proberen. Toevallig was Tom begin september jarig – uitstekende reden om lekker uit eten te gaan toch?

Van Elines lofzang bleek geen woord gelogen! De Witte Zwaan is een stijlvol, klassiek restaurant waar elke gang een creatieve verrassing is.

Omdat foto’s soms meer zeggen dan duizend woorden:

20160902_190518
Bij ons glas cava kregen we een interessant krokantje, creatief geserveerd op een grote kei met gleuven.
20160902_191017
Amuse één
20160902_191904
Amuse twee: ‘ijshoorntjes’ van gedroogde mango. Ik geloof dat de vulling avocado-ijs was..
Voorgerecht: makreel op twee manieren. De helft van het gerecht zat, zoals je ziet, in een 'blik' dat voor onze neus werd opengetrokken. Leuk detail!
Voorgerecht: makreel op twee manieren. De helft van het gerecht zat, zoals je ziet, in een ‘blik’ dat voor onze neus werd opengetrokken. Leuk detail!
Voorgerecht
Tussengerecht: langzaam gegaard buikspek met o.a. rode biet, bloemkool en hazelnoot. Ik ben zelf eigenlijk niet zo’n fan van varkensvlees, maar dit was écht heel goed. Textuur, smaak, alles klopte.
20160902_202415
Hoofdgerecht: rood gebakken rundersukade (wow, wat was dit zacht en mals!) met heerlijke jus van zwarte knoflook, geserveerd met puree en verschillende soorten uitjes.
En als klap op de vuurpijl dit bijzondere dessert, dat ik in het halfdonker helaas niet goed op de foto kreeg. Aan tafel werd met een gieter water gegoten in het dubbele bakje, waar blijkbaar droogijs (?) in zat. De reactie die ontstond veroorzaakte stoomwolken om de ronde diepe kom heen. Gaaf!
En als klap op de vuurpijl dit bijzondere dessert, dat ik in het halfdonker helaas niet goed op de foto kreeg. Aan tafel werd met een gieter water gegoten in het dubbele bakje, waar blijkbaar droogijs (?) in zat. De reactie die ontstond veroorzaakte stoomwolken om de ronde diepe kom heen. Gaaf! Wat erin zat? Iets met framboos en rabarber, jasmijn en witte chocolade. Mooi.
20160902_214359
En bij de koffie kregen we óók nog een keur aan lekkers. Het hield niet op hier ;)

Ja, dat was een feestje dus. En o ja, bij het tussengerecht dronk ik óók nog een heerlijk glas primitivo. (Ik moest rijden, dus daarna ging de wijn helaas aan me voorbij.)

Als ik dan toch iets moet verzinnen dat beter kan: de bediening sprong er niet echt uit. Ze deden hun werk, maar heel persoonlijk vond ik het niet, en dat verwacht ik toch wel een beetje in dit prijsklassement.

Dat mag gekrabbel in de marge lijken, ik vraag me wel af of ik opnieuw zo verrast word als ik nóg eens naar de Witte Zwaan zou gaan. Wie luxe(r) uit eten gaat, wil zich toch wat ‘in de watten gelegd’ voelen. Die extra mile ontbrak voor mij een beetje. Maar hé, misschien ook niet gek, aangezien het restaurant al wekenlang vol zat met mensen die voor de restaurantactie kwamen.

En laat onverlet dat dit een eetbeleving was die ik nog niet eerder zo had gehad.

De Witte Zwaan
WAT: klassiek restaurant in modern jasje
WAAR: Dorpsstraat 8, De Bilt
BUDGET: 3 gangen ca. 50 euro p.p., excl. drank

 

Hardlopen: nieuwe plannen!

De halve marathon is alweer een paar weken voorbij en zoals ik van de week al schreef, heeft het hardloop-herfstseizoen nu echt z’n intrede gedaan: lange mouwen en lopen in het donker.

Dus wat zijn op hardloop-gebied m’n plannen voor de komende maanden?

Ik loop graag met een doel, het voelt fijn om ergens ‘naartoe’ te werken. Bovendien zorgt een wedstrijdinschrijving – en het liefst een beetje een uitdagende – ervoor dat ik daadwerkelijk DE DEUR UIT ga, wanneer ik daar eigenlijk geen zin in heb. En dat ik tijd maak voor hardlopen, in plaats van ‘dringender’ zaken steeds voor te laten gaan.

De verleiding is dan ook groot om me meteen in te schrijven voor een nieuwe halve marathon. Ik vind het een fijne afstand; niet té ver (al dacht ik daar een jaar geleden anders over, ha!, zie hoe je perspectief verandert…) en wel ver genoeg om enigszins getraind te moeten blijven.

MAAR EERST FF EEN WEDSTRIJD-WEEEKEND

Heel lang hoef ik gelukkig niet te wachten op een nieuwe uitdaging. Op 19 én 20 november loop ik namelijk in Nijmegen. De avond van zaterdag de 19e is de Zevenheuvelennacht, 7 kilometer die ik vorig jaar ook liep. Dat was zó leuk en sfeervol dat Chaim en ik ons dit jaar meteen weer inschreven zodra dat kon.

En stiekem had ik toen al een groter plan in mijn hoofd… De Zevenheuvelenloop zelf, de volgende dag, wil ik namelijk ook best graag lopen. Maar ja, da’s dan wel meteen vijftien kilometer over, inderdaad heuvels.

Onmogelijk is het niet. Sterker nog, vorige winter liep ik al eens op zaterdag 7 en zondag 15 kilometer, omdat dat toevallig zo uitkwam. En toen vorige maand tijdens de lunch het gesprek op de Zevenheuvelenloop kwam, begon het bij mij meteen te kriebelen En waarom zou ik mezelf tegenhouden? De dag na de halve marathon van Eindhoven schreef ik me in. Let’s do this!

Mijn plan is om de 7 km op snelheid te lopen; ik wil graag mijn PR van vorig jaar (38:23 min) verbeteren, al wordt dat best een opgave. De 15 km wil ik dan gewoon lekker lopen, zonder eindtijd in gedachten.

EN DAARNA?

Tja, een race in november helpt me nog steeds niet fit de winter door. Om te voorkomen dat ik de komende maanden in een couch potato verander, kan ik me volgens mij het beste gewoon weer inschrijven voor een halve marathon in het voorjaar.

Ik zou graag eens de halve marathon van Berlijn lopen; die is op 2 april 2017. Een weekendje heen-en-weer zou best kunnen, maar toen ik het eens ging checken zag ik dat bijna alle startbewijzen al uitverkocht zijn. Alleen de ‘duurste’ set (50 euro) zijn nog over en dat vind ik toch wel wat veel, zeker als je bedenkt dat ik dan ook nog reis en verblijf moet betalen. (Ik spaar nu voor mijn reis naar Cuba in januari..)

In december is natuurlijk ook weer de Bruggenloop van Rotterdam, vorig jaar mijn eerste 15 kilometer-wedstrijd. En dan is er in januari de halve marathon van Egmond aan Zee, die berucht is om z’n niveau: de eerste zeven kilometer gaan over het strand, daarna ga je kilometers omhoog-omlaag door de duinen en begin januari is het aan zee vaak guur, winderig en nat.

En zei ik niet dat ik graag de CPC-loop (12 maart 2017) nog een keer wilde lopen?

Tja, ‘gewoon alles doen’ is hierin helaas geen optie. Ik zal moeten kiezen – maar zoals je al zou vermoeden, ben ik er nog niet uit. De Bruggenloop wordt het dit jaar in elk geval niet, heb ik besloten; ik loop hem graag nog eens, maar december zit dit jaar al zó vol met van alles dat het dan een beetje veel wordt.

INTUSSEN IS KOU NATUURLIJK GEEN EXCUUS…

..om op de bank te blijven hangen. Fair enough, ik werk deze maand gemiddeld 45 uur in de week en daar bovenop zit ik nog 10 uur in de trein. Dus misschien moet ik op hardloopgebied niet té veel van mezelf eisen. Tegelijkertijd merk ik hoezeer ik het lopen nodig heb om me goed te voelen, te ontstressen en m’n energieniveau hoog genoeg te houden.

Dus net als vorige winter spreek ik met mezelf af dat ik élke week in elk geval twee keer een rondje ga lopenDrie keer is nog beter eigenlijk, maar ervaring leert dat die derde keer er soms bij inschiet (en als je de lat lager legt kun je sneller tevreden zijn, want weer motiverend werkt!).

Plan is dus om in elk geval één doordeweekse avond en één keer overdag in het weekend m’n loopschoenen aan te trekken. Dit ‘winter-ritme’ heeft zich voor mij vorig jaar bewezen als haalbaar doel. En voor die tweede keer doordeweeks geef ik mezelf dan in gedachten veel BONUS-CREDITS (wat dat zijn? geen idee, maar CREDITS zijn awesome).

Goed, vanavond ga ik dus weer. Morgen – misschien – ook en in elk geval zaterdag weer. Ik heb er zin in, op naar die (dubbele) Zevenheuvelenloop…

Tot slot, om af te sluiten met iets leuks: zaterdagmiddag rende ik plots zomaar een PR op de 10KM. Dat was meer dan een jaar geleden!

pr10km
En nu nog leren deze snelheid 21.1 km lang vol te houden…als ik dát kan, loop ik een halve marathon onder de twee uur. Je moet immers altijd blijven dromen…

 

 

 

6x lekker eten op Texel

Het parkeervignet mag dan nog steeds op de voorruit van de auto zitten, toch lijkt het alweer eeuwen geleden dat Tom en ik een weekje vakantie hadden op Texel. (En stiekem is dat natuurlijk ook zo: we waren er in juni.)

Maar hé, ik ben jullie nog een lijstje eet- en drinktips op het eiland verschuldigd. Dit blogje stond al tijden in m’n concepten, maar wegens tijdgebrek maakte ik het nooit af. Nu dan toch maar even.

In een week tijd deden we dus héél wat eet- en drinktentjes op het eiland aan. Sommige waren zéér geslaagd, andere wat minder. Om jou die slechte(re) ervaringen te besparen, deel ik hier m’n persoonlijke toppers (in willekeurige volgorde).

Venezia
Wat: pizzeria
Waar: Den Burg
Budget: 10 euro p.p. (excl. drankjes)

Zoek je eenvoudig, lekker én budgetvriendelijk eten zonder al te veel poespas, ga dan naar Venezia. Deze qua interieur oubollig-kitscherige Italiaan serveert prima pizza’s en pasta’s voor een schappelijke prijs. Daarom erg geschikt voor grotere gezelschappen, maar met z’n tweetjes kun je er ook prima zitten.

(c) Venezia
(c) Venezia

Lokaal 16
Wat: ontbijt- en lunchcafe annex koffiebar
Waar: Den Burg
Budget: 3-25 euro p.p. (net wat je wilt ;))

Van een eiland als Texel, waar toch relatief veel oudere mensen en gezinnen komen, verwachtte ik helemaal geen hip koffietentje. Daarom was ik blij verrast toen we Lokaal 16 vonden. (Als je gewend bent aan de hipsterheid van Utrecht, snak je op een gegeven moment toch naar thee-van-losse-blaadjes en een goed stuk carrotcake ;)) Dit kleine tentje zit een beetje verstopt in de ‘restaurantstraat’ van Den Burg. Ze hebben er lekkere tosti’s, koffie, gebak en ook verse sapjes en smoothies. Vooruit, mijn gezonde sapje was toch íets te veel gember, maar niettemin: leuk!

De Smulpot
Wat: overdag café, ‘s avonds restaurant
Waar: Den Burg
Budget: 5-40 euro p.p. (afhankelijk van of je een drankje doet of gaat dineren)

Wat aan de buitenkant oogt als een vrij doorsnee bruine kroeg, is eigenlijk een hartstikke hippe plek. En de wijn! O, de wijnkaart van de Smulpot wilde ik wel hélemaal proeven (maar dat liet mijn budget niet toe). Meer-dan-prima hapjes trouwens ook hier, althans de bruschetta’s die we hier op dag 1 op het terras aten waren uitstekend. Als je nog niet overtuigd bent: ze delen gratis bitterballen rond aan gasten.

Bij het restaurant zit trouwens ook een hotel. Kan me voorstellen dat dat best een prima plek is om je vakantie op Texel te vertoeven.

(c) De Smulpot
(c) De Smulpot

Kaap Noord
Wat: strandpaviljoen
Waar: De Cocksdorp
Budget: 20-30 euro p.p. (voor 3 gangen)

Dit is de enige tent waar we in een week tijd twee keer zijn geweest. Dat zegt wat, nietwaar? Bij Kaap Noord – zoals de naam al doet vermoeden helemaal op de noordpunt van het eiland – kun je zowel buiten op het terras als binnen lekker zitten. De sfeer is zoals dat hoort in een strandpaviljoen: ongedwongen, beetje ruig (je kunt het ook rommelig noemen), gezellig dus en met lekker eten. Ook de maaltijdsalades hier zijn een aanrader als je na een week vis, pizza en friet zin hebt in iets gezonds. ;) Loop na het eten een stuk over het strand of richting vuurtoren om uit te waaien.

Rokerij Van der Star
Wat: Vishandel met verse vis uit de Noordzee
Waar: Oudeschild
Budget: 2-8 euro p.p.

Op een eiland moet je natuurlijk minstens één keer goede vis eten. Bij Rokerij van der Star, naast de haven van Oudeschild, ben je aan het goede adres. De gerookte paling die wij hier aten was werkelijk god-de-lijk en de haring was zó zacht, jeetje, ik wist niet dat haring ook zo kon smaken. Bakje patat erbij, prima lunch of snack tijdens je fietstocht over het eiland. Hier kom ik zeker terug.

(c) Vispaleis Van der Star

Novalishoeve
Wat: biologische boerderij en lunchcafé
Waar: Den Hoorn
Budget: 3-10 euro p.p.

Zodra ik het erf opliep, was ik helemaal blij. Want wat een leuke plek is de Novalishoeve zeg. In Zweden heb je dit soort plekken heel veel: boerderijen met een horecagelegenheid erbij, waar zelfgemaakte producten worden opgediend – die je bovendien vaak ook nog kunt kopen in het winkeltje ernaast. Bij de Novalishoeve bakken ze hun eigen brood en brownies, serveren ze goeie koffie én kun je over het terrein struinen en de varkens in de stal zien chillen. Als je houdt van een beetje biologische gezelligheid, ben je hier aan het goede adres.

(c) Biojournaal.nl

PS. Ik ben normaal niet zo van het bashen van restaurants, maar blijf alsjeblieft weg bij Pizzeria Italia in De Koog. Deze tent had toen wij erheen gingen een 8.4 (!!!) op Iens, maar de pizza’s zijn echt te goor voor woorden. Kartonnen bodems en smakeloze toppings. Geloof me, dan kun je nog beter patat gaan halen – maar liever nog een bakje verse vis!

De halve marathon van Eindhoven: mijn verslag

O jongens, ik had natuurlijk al eens een halve marathon gelopen en dat was gaaf, maar dat het zó leuk kon zijn dat je echt terug kunt verlangen naar de race, dat wist ik niet.

Voor de verandering was ik dit keer eens tot in de puntjes voorbereid. (Dit in tegenstelling tot de Tilburg Ten Miles, die ik liep na amper 5 uur slaap en zeker 3 glazen wijn – hoewel dat ook prima ging, overigens.)

Het begon ermee dat ik de dagen voor de wedstrijd zó veel afleiding had op m’n werk, dat ik weinig tijd had om te stressen. ;) De avond vóór de wedstrijd at ik een groot bord pasta carbonara en lag (soort van) op tijd in bed. Ik had zelfs m’n teennagels geknipt – geloof me, dat wil je als je zo’n eind loopt – en bijna tien dagen geen druppel alcohol gedronken.

img-20161009-wa0002
img-20161009-wa0005

9:00u – AAN DE ONTBIJTTAFEL

Zondagochtend sta ik half negen pannenkoeken te bakken. Het begint een fijne traditie te worden: terwijl Tom zich nog eens omdraait, draai ik de luxaflex in de keuken open en meng drie soorten meel (wit-volkoren-boekweit), halfvolle melk en eieren in een beslagkom. Met twee pannen tegelijk bak ik een stapel voedzaam ontbijt, wat mij betreft de beste bodem om op te lopen.

Ditmaal komt Eline me vergezellen. Zij gaat vandaag ook naar Eindhoven, om haar zusje te ‘hazen’ naar een halve-marathontijd onder de twee uur. Zo ambitieus ben ik vandaag niet: gewoon uitlopen, prentte ik mezelf al dagenlang in, een beetje vechtend tegen de Ambitieuze Suusie in mij die natuurlijk gráág een PR zou lopen (= sneller dan de 2.06.37 van de CPC-loop in maart).

10:37u – IN DE TREIN

Op Utrecht CS ontmoeten we mijn vriendinnetje Veerle en haar goede vriendin Marthe. Ook zij lopen vandaag de halve marathon. Met z’n vieren treinen we naar de Lichtstad (Eline stapt al in Den Bosch uit, die gaat eerst langs het huis van haar zusje).

Ik voel me opvallend relaxed; waar ik bij de CPC-loop nog wel wat twijfels had over of ik de afstand wel zou halen, is dat nu gek genoeg amper het geval.

20161009_120346

12:05u – OP DE GROND IN HET BEURSGEBOUW

In Eindhoven stappen naast ons nog tientallen mensen met hardloopschoenen uit. We lopen met de stroom mee naar het Beursgebouw, waar we ons startnummer kunnen ophalen.

Er zijn (bij mijn weten) niet echt kleedruimtes, dus kleden we ons maar gewoon om in een hoekje van de grote zaal. Verder is alles trouwens top geregeld: geen lange rijen bij de startnummerdesks, prima systeem om je tas weg te hangen. Erg relaxed allemaal.

Op de grond van de zaal stouwen we onze laatste koolhydraten naar binnen, spelden de startnummers op en dan is het tijd om richting startvak te gaan. Dat is namelijk nog een eindje lopen.

13:09u – IN HET STARTVAK

Bij het startvak ontmoeten we Kyra, een andere vriendin van Veerle en Marthe. Ook Veerles ouders zijn van de partij. Dankbaar geven we onze truien aan hen af, want met het zonnetje erbij is het plots best warm.

We waren al naar de Dixi geweest allemaal, maar zes minuten voor het startschot moet Veerle plots heel nodig. Dus hup, wij twee weer de menigte uit, nog eens in de (gelukkig niet al te lange) rij. Intussen beginnen de mensen in het startvak al te bewegen, dus Veerle en ik raken de andere meiden kwijt. We kijken elkaar aan: goed, dan starten we dus samen.

20161009_132146

13:27u – OVER DE STARTLIJN

DE EERSTE KILOMETERS (1-8)

Hoewel we het van tevoren niet van plan waren, beginnen Veerle en ik dus samen aan de race. En dat blijkt eigenlijk ontzettend goed te werken. Zij was bang te snel te starten, dus ik rem haar de eerste kilometers wat af; na een kilometer of vier is zij juist degene die míj afremt – gelukkig maar, want hoewel ik superlekker loop is het natuurlijk nog een heel eind. Een paar kilometer ‘bikkelen’ kan nog wel, maar bij zo’n halve marathon wil je je hand niet overspelen.

We lopen een heel stuk over een brede busbaan, in een lang lint van lopers. Het zonnetje schijnt, de temperatuur is goed en ik heb dus niets te klagen. Voor ik het weet, hebben we al vijf kilometer gelopen; de kop is eraf, zeg ik tegen Veerle. Ik zit al bijna op een kwart van de wedstrijd, maar heb nog helemaal niet het gevoel dat ook een kwart van m’n energie op is. Ons tempo ligt op dit moment rond de 6’11 per kilometer; veel hoger dan de 6’30 die we voor ogen hadden om mee te starten, maar ik zie de noodzaak niet om te vertragen.

Rond kilometer zeven merk ik dat ik af en toe, als ik niet zo op mijn tempo let, de neiging heb om Veerle voorbij te lopen. Ik ben me misschien een beetje té veel aan het inhouden nu, realiseer ik me, maar ik wil haar ook niet ‘alleen’ laten. (Want ja, hoe gaaf is het om zo’n wedstrijd echt samen te lopen?)

Vlak na de 8 kilometer gebeurt dat toch. Ik haal een paar mensen in, ga ervan uit dat zij me volgt maar als ik nog eens achter me kijk, is ze verdwenen. Wat nu? Wachten? Hoewel ik enigszins loyaliteitsissues heb, bedenk ik me dat ik het andersom niet erg zou vinden als zij was doorgelopen in een voor haar prettig tempo. Met die gedachte besluit ik haar dan nu ook verder haar eigen wedstrijd te laten lopen.

eindhovenhalve

DIEP IN DE WEDSTRIJD (KM 8-15)

Elke kilometer gaat mijn pace omhoog: rond KM 8 zit ik al op 6’03 gemiddeld. Met voldoening bedenk ik me dat ik op dit moment sneller loop dan een half jaar geleden bij de CPC-loop op hetzelfde punt. Zou ik dit kunnen volhouden? Ik probeer mijn eigen gedachten een beetje te temperen, maar merk dat ik tegelijkertijd heel veel energie krijg van de gedachte een PR te lopen.

In mijn heupband zitten naast m’n telefoon ook een pakje Dextro. Vlak voor elke drinkpost (ongeveer elke 3-4 kilometer) neem ik één tabletje druivensuiker, daarna een slok AA-drink en tenslotte een slok water. Die strategie werkte bij de CPC prima om mijn energiepeil hoog te houden en hongerklop te voorkomen. Gelletjes heb ik dan verder niet nodig.

Ineens is daar al het 13 KM-punt. Heb ik echt al dertien kilometer gelopen?, schiet het door mijn hoofd. Dat voelt totaal niet zo. Nog maar een kilometer of drie, dan kan ik al écht gaan versnellen – al loop ik nog steeds vrijwel elke kilometer wat harder.

En wat geniet ik! Geen pijn, gewoon een totaal gevoel van I’ve got this. Overal staat ook veel publiek, dat maakt het altijd extra leuk. Ik low-five alle kindjes die hun hand uitstaken.

DAAR IS DE STAD WEER & HET LAATSTE STUK(JE) (KM 16-21.1)

Na een paar omzwervingen om de stad en een lang recht pad door het bos, lopen we langzaam weer de bewoonde wereld in. Bij een drinkpost eet ik snel een partje sinaasappel, maar ik wil nu niet te veel tijd meer verliezen. Intussen probeer ik steeds wat meer – maar niet té veel – te versnellen.

Wow, en dan loop je plotseling door het vernieuwde bedrijvenpark Strijp-S! Overal mensen langs de kant – fotografen ook – en na het stuk in de schaduw van de bomen liep ik nu weer in de stralende zon.

Rond kilometer 19 zie ik ineens een bordje ‘JUST KEEP RUNNING’. Hallo Zélia!, wil ik roepen, maar dan realiseer ik me dat ze mij natuurlijk niet zou herkennen. ;)

De stad in! Winkelstraten door, nog meer juichend publiek, feestende mensen met biertjes en enthousiaste aanmoedigingskreten. ‘Goed bezig Susanne, nog heel even!’ O, wat ben ik de organisatie van wedstrijden soms dankbaar dat je voornaam geprint op je startnummer staat.

De laatste meters nu. Kom op Suusie, en nu alles eruit, zei ik tegen mezelf. Ik haalde iemand in, nog iemand, nog twee…. ennnnn STOP! Finish!

14666115_10210747985641512_6531665045466540911_n

15:33u – NA DE FINISH

Mijn precieze tijd weet ik dan nog niet, maar één ding is zeker: ik heb een PR gelopen! 2:04:nog iets zegt mijn app en die zit er waarschijnlijk niet ver naast.

Soms moet ik na een wedstrijd eerst even zitten/hurken/bijkomen tot de wereld niet meer draait en ik weer normaal kan ademen. In mijn herinnering was dat nu helemaal niet het geval. Nou was het ook érg druk na de finish, dus veel ruimte om even uit te puffen was er niet.

Ik liep een stuk door, kreeg een flesje AA-drink (van Josianne van JKR, die mij natuurlijk ook niet herkende maar ik haar wel, ha!) en mijn medaille.

Langzaam loop ik met de stroom mensen mee naar een plek waar het wat begaanbaarder wordt. Ik drink een paar slokjes water, maak een paar after-wedstrijd-selfies, bel Tom even (“IK HEB HET GEHAALD YAY!!”)  en merk plots hoe moe mijn benen toch wel geworden zijn.

img-20161009-wa0017
We kunnen allemaal nog lachen ;)

In het Beursgebouw ontmoet ik de andere meiden, die gelukkig ook allemaal een heerlijke wedstrijd hebben gehad. Via Elines moeder, die de event-app had geinstalleerd, hoor ik mijn eindtijd: 2:04:36 !! Dat is dus precies twee minuten (en 1 seconde) sneller dan een half jaar geleden. Zo blij!

Nadat we onze medailles hebben gegraveerd en een schoon shirt hebben aangetrokken, voeg ik me bij Eline, haar zusje en moeder, die al ergens op een terrasje zitten. Ik krijg een kop warme choco voor mij neus en o, dankjewel nog Lia want daar was ik wel aan toe.

17:31 uur – IN DE TREIN NAAR HUIS

Samen met Eline trein ik uiteindelijk weer naar Utrecht. Moe, maar vooral trots en voldaan kletsen we een uur lang wat af. Eenmaal thuis wil ik nog maar één ding – vooruit, twee: VOEDSEL en een BAD.

Gelukkig kon mijn thuis-supporter Tom in beiden voorzien. ;)

20161009_195438
En wat eet je dan, na zo’n halve marathon? Nou, na een dag pannenkoeken-met-stroop, bananen, Dextro en AA-drink (ofwel: suiker, suiker, suiker) snakte ik naar wat GROENTEN. En dus haalden we voedsel bij de lekkerste afhaal-Thai van Utrecht, Saowapa.