Die stilte is noodzakelijk

Vrijdagavond kwam ik thuis van vakantie na (bijna) twee smartphone-loze weken.

Dat betekent:

Twee weken geen WhatsApp, sms, Facebook, Twitter en Instagram.

Maar ook:

Geen nieuws,
geen mail (werk en privé),
elke dag ineens een stuk minder reclame en commercie-zooi (!)
en geen fotocamera om alles vast te leggen.

De láátste keer dat ik twee weken zonder telefoon deed, was voordat ik er een had – dat wil zeggen, toen ik twaalf was. Dat was toen nog een eenvoudige Siemens C60 waarmee ik alleen op beltegoed kon sms’en, maar toch.

Omdat de afgelopen twee zomers mijn weekje-weg-zonder-telefoon erg goed beviel (ik ging in 2014 zes dagen naar Rome en in 2015 zeven dagen naar Mallorca), besloot ik de traditie voort te zetten. Alleen ging ik dit keer dus niet één, maar twee weken weg, naar Zuid-Frankrijk.

Toen ik vrijdag dus thuiskwam trof ik dit aan:

39 WhatsApp-berichten
25 Facebookberichten – waarvan driekwart nutteloze bullshit in de categorie “Suushi.nl heeft 5 nieuwe weergaven”, “Je hebt deze week twee evenementen” en “Persoon X heeft een bericht geplaatst in groep Y”
3 Instagram-mentions
111 nieuwe e-mails – waarvan driekwart mailinglists en onzin van Kobo, Bol.com, Marktplaats, enzovoorts

Dat was alles.
Wat heb ik dan in godsnaam eigenlijk gemist?!
Betrekkelijk weinig.

En waarom besteedde ik dan het afgelopen jaar twee tot vijf (!) uur per dag aan mijn smartphone? Waarom scroll ik tijdens mijn werkdagen uberhaupt nog door Facebook? “Omdat ik dan interessante artikelen tegenkom die me verrijken”, praatte ik het altijd goed.

Maar weet je? Al die ruis zorgde er ook voor dat mijn hoofd continu vol zat. En dat ik zélf veel te weinig op nieuwe, unieke gedachten kwam. Het was nooit stil, want elk wacht-moment, elk toiletbezoek, elk loopje over het station vulde ik op met scrollen, met klikken, met berichtjes sturen.

Natuurlijk moest ik daar even van afkicken. De eerste dagen wilde ik steeds mensen appen, foto’s maken van mijn eten, random dingen googlen tijdens gesprekken. Maar op het laatst miste ik mijn smartphone hooguit één keer per dag. 1!!! Als ik hem daadwerkelijk die ene keer per dag zou gebruiken, zou ik ineens zo veel tijd en rust overhouden voor andere dingen.

Meer brainspace, bovendien.

Waarom doe ik dat dan niet?
Want eerlijk is eerlijk, toen ik vanmorgen wakker werd was het eerste dat ik dacht: “even m’n telefoon checken”. Zo begin ik immers altijd de dag. Berichtjes bijlezen, zien hoe de wereld erbij ligt.

Maar ja, kijken hoe het met de wereld gaat kun je eigenlijk ook gewoon doen door rond te lopen, door te leven, te kijken en te praten.

En wat nog meer fijn is: ik heb het gevoel dat mijn geheugen weer beter werkt. De laatste maanden had ik steeds vaker het gevoel dat gebeurtenissen me ontglipten, dat ik dingen niet meer zo onthoudde – en dat compenseerde ik door nog maar weer meer foto’s van alles te maken en die te delen. De instagramfeed als persoonlijk dagboek slash geheugensteun. Omdat het leek alsof dingen minder waar(d) waren als ik ze niet registreerde. Alsof ze dan niet helemaal ten volle waren benut. Terwijl juist dat delen maakte dat ik nooit helemaal in de ervaring kwam, maar er altijd een beetje boven zweefde.

Niet zo gek dat mijn brein nauwelijks tijd kreeg om nieuwe indrukken te verwerken, op te slaan, als ik het almaar bleef voeden met meer informatie, steeds weer nieuwe prikkels. (Of dat nu in de vorm van artikelen, filmpjes, appjes, Facebookberichten of wat dan ook was.)

Op vakantie zat ik soms gewoon op mijn campingstoeltje voor de tent in de verte te staren. Verder niets. En ik schaam me er bijna voor het te zeggen, maar hier thuis kon ik dat dus gewoon niet hè. Altijd weer die telefoon erbij pakken, anders wel de laptop. Afleiding, stimulans voor een snel en graag verveeld brein.

Maar hoe kom je dan ooit nog tot nieuwe gedachten? “De stilte is noodzakelijk”, citeer ik een van de passages die ik opnam in m’n vorige blogje nog maar eens. In deze wereld van eindeloze herhaling kopieren we almaar elkaar – en Facebook houdt ons maar wat graag in die loop. Clicks, views, delen…daar wordt veel geld mee verdiend.

En o, natuurlijk steken we er ook wat van op. Raken we erdoor geinspireerd. Maar ten koste van wat?

Twee dagen ben ik nu thuis en sindsdien is het aantal keren dat ik op Facebook keek, op één hand te tellen. Net probeerde ik een hallo-ik-ben-er-weer-selfie op Instagram te plaatsen, maar na vier minuten geklooi met filters en het zoeken van de “goede” foto ging het me zó tegenstaan dat ik dacht: laat maar. Waarom eigenlijk wil ik zo graag een beeld van mezelf naar buiten toe presenteren? Omdat ik hoop dat het me iets oplevert?

(Want ja als mensen je gaan zien als een expert-in-iets komen er wellicht weer allemaal gave dingen op je pad. Personal branding als noodzakelijke stap in je carriere. Maar nogmaals: ten koste van wat?)

Sinds ik gisteren aan dit blogje begon, twijfel ik zelfs sterk of ik het linkje wel op Facebook zal delen. Ik twijfel er zeer aan – want het geeft onrust, ruis, en toegegeven: dan ga ik vast weer de hele dag op dat netwerk kijken of er misschien likes of reacties zijn. Alleen de gedachte al maakt me onrustig.

Aan de andere kant: wie leest dit nog wanneer ik het niet deel? (En hoe erg is dat?)

Ik geloof dat ik het er maar op ga wagen. Of ik het ‘vol’ zal houden weet ik niet, maar op de een of andere manier heb ik het gevoel dat ik op dit moment veel meer in het leven sta, dan dat ik steeds maar probeer dat naar buiten toe te presenteren. Sterker nog, volgens mij begrijp ik een beetje wat mijn goede vriend Jaap – wars van sociale media – bedoelt met registratie-inflatie.

Wellicht raaskal ik nu in jullie ogen. Maar ik wil mijn leven minder vullen met staren naar schermpjes (mijn werk daargelaten). En meer de diepte in, dus.

Uit Frankrijk nam ik naast een uitgerust hoofd ook een kofferbak vol goede wijn mee. Genoeg gelegenheden dus om de komende tijd sociaal te doen –  maar weet je, daar hoeft Mark Zuckerberg eigenlijk niets van te weten.

 

Even weg, de diepte in

Schrijven is heerlijk, maar het is soms – zeker na een werkdag van, jawel, schrijven – ook iets waar ik me echt toe moet zetten. Op een schop-jezelf-onder-je-kont-en-doe-het-nou-eens-manier. En hoewel ik nog steeds duizend ideeen heb voor blogjes hier op Suushi, ontbreekt me even de energie om al die flarden uit te werken tot coherente stukjes.

Dat klinkt overigens misschien zwaarder dan het is, het is gewoon hoog tijd om even op vakantie te gaan. Precies wat ik ga doen. Maandagochtend vroeg rijden Tom en ik naar Frankrijk.

Maar niet voordat:

  • We uit eten zijn gegaan bij De Witte Zwaan, naar verluidt een fantastisch restaurant in De Bilt. Ik ben benieuwd – jullie horen er natuurlijk over, wellicht vanavond al op Facebook.
  • Tom 25 is geworden (morgen)
  • Ik de Tilburg Ten Miles heb gelopen (en daarvan een verslag heb getikt, misschien?)
  • De stress over wat-mee-te-nemen-als-je-gaat-kamperen is toegeslagen (nog niet, maar straks vast)
  • Ik mijn telefoon heb uitgezet en in een la gelegd.

Dat laatste is wel even een dingetje, want ik denk dat ik op dit meer smartphone/beeldschemverslaafd ben dan ooit. Zozeer, dat ik het gevoel heb dat het ten koste gaat van Essentiele Zaken: rust, ruimte om na te denken, leegte om op nieuwe creatieve ideeen te komen. Daarvoor moet je immers de stilte durven te laten zijn – best een opgave als je het mij vraagt, in een wereld van HONDERDDUIZEND DINGEN DIE NU NU NU JE AANDACHT VRAGEN.

Tijd om af te kicken dus. Loslaten, weggaan, et cetera. Om hopelijk opgeladen terug te komen. (Haha, deze zin staat er overigens wel heel raar als je onderstaand stuk tekst hebt gelezen, uh ja…)

Er gaat natuurlijk wél een schrijfboekje mee.

PS. Wat betreft dat afkicken/m’n mediagebruik anders inrichten, helpt dit stuk alvast enorm. In feite zou iedereen met een smartphone/social media-account/internet ;) het moeten lezen. Stof tot nadenken.

Fluitje van een trend / De Volkskrant (Wieteke van Zeil)

Een passage:

Als televisieseries de tijdgeest reflecteren waarin ze worden gemaakt, dan valt dit op: druk zijn is de norm geworden. Waar zijn de tijden dat Derrick met zijn kromme schouders en zijn uilenblik een kamer binnenstapte, op z’n dooie gemak rondkeek, tandenstoker uit zijn mond haalde en met twee geïnteresseerde vragen de juiste – onverwachte – verdachte tot een bekentenis bewoog?

Gaandeweg is de hoeveelheid werk die we hebben aan onze identiteit gaan kleven. Prestige is niet meer gelegen in het gemak waarmee iemand zijn dingen doet, maar in de werkdruk. Ga een gesprek aan met een gemiddelde hoogopgeleide twintiger, dertiger, of veertiger: grote kans dat in de eerste zinnen het woord ‘druk’ valt, als het al niet het beklagenswaardige ‘hectisch’ is. Dat geldt voor vrouwen én mannen. In mijn ervaring zeggen vrouwen het alleen iets directer (‘hoe gaat het?’ ‘Goed, druk druk druk, je kent het.’) en vatten mannen de vraag iets vaker op als nieuwsgierigheid naar hun recente curriculum (‘ik zit midden in project A, project B gaat als een tierelier, enorme winstresultaten, en project C staat in de steigers’). Druk = goed. Niks doen = falen – of hooguit ‘lekker opladen’ om daarna weer druk te kunnen worden.

En ook nog:

Het vergt concentratie en discipline om tot prestaties te komen die moeiteloos lijken. Maar daar wrikt het nou juist. ‘De meeste kenniswerkers zijn de hele dag als een malle aan het communiceren’, zegt de Amerikaanse expert Cal Newport in het interview dat Ianthe Sahadat in deze V met hem heeft. ‘We laten ons ritme bepalen door onze inbox, onze telefoon en vergaderafspraken. We verplaatsen informatie en noemen dat werk.’

Vooruit, nog één stukje dan wantikkonnietkiezen:

(…) Volgens de onderzoekers reden te concluderen dat het brein zich snel aanpast. Je hersens kunnen dus tot op zekere hoogte met afleiding leren omgaan, al scoorde concentratiegroep nog altijd het beste; het brein is niet gemaakt voor constant navigeren tussen onderwerpen.

Zoals Robbert Dijkgraaf, directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton, waar diepe concentratie wordt aangemoedigd, eerder dit jaar het belang van rust voor zijn medewerkers in NRC omschreef: ‘Zie het als iets wat op de bodem van een zwembad ligt: pas als het water helemaal stil is, kun je het zien. Die stilte is noodzakelijk.’

Concentratie staat onder druk door versnelling, techniek en de totale vanzelfsprekendheid online te zijn. We staan altijd aan, onze tijd vult zich. We leven in een tijd van, om er nog maar een term bij te halen, ‘horror vacui’: angst voor de leegte.

PS. wil je meteen wat veranderen aan je gedrag, dan heeft De Correspondent een aantal goede tips om je smartphoneverslaving te verminderen.