A little bit of everything, all rolled into one

Yuri en de drank: de leukste inhakers

Vooruit, of je dit echt ‘leuk’ vindt of niet, is misschien een kwestie van smaak. Maar ik moet toegeven: de reclamebureaus laten zich wel weer van hun creatiefste kant zien, zo na het nieuws van de dag.

Smakeloos, zegt de één, supergrappig zegt de ander. Ik zal me niet in de discussie mengen, maar vond ‘t wel leuk om vandaag wat dingen die ik tegenkwam te verzamelen.

Overigens vraag ik me bij Chocomel wel af of ze geen problemen gaan krijgen met de regels van het IOC. Je mág namelijk als niet-officiele sponsor tijdens de Spelen geen gebruik maken van olympische symbolen zoals de fakkel of de ringen. (Ik schreef daar onlangs een stuk over voor marketingvakblad Adformatie.)

Goed, laten we hopen dat ze weten wat ze doen.

radler
Caption: “Voor als je wat langer wilt blijven hangen.”

bavaria

13925442_1061834037204337_8887268940140912844_o

Al kan het ook zomaar ontzéttend kazig uitpakken… (Jongens, zo moet het niet.)

kazigzwaluwhoeve
Caption: “Nu is het tijd voor Yuri om te relaxen.. ;) #geintje”

Om dan toch vrolijk af te sluiten: De Speld kon natuurlijk ook niet achterblijven.

wayurispeld

 

0

Hardlopen: ik moet nu eindelijk maar eens kilometers gaan maken

Over twee maanden en één dag is het zover: de halve marathon van Eindhoven.
En ik heb in augustus nog maar drie kilometer hardgelopen.

Uh, ja.
Ter vergelijking: in voorbereiding op de CPC-loop begin maart liep ik in januari precies 101 kilometer. Mijn plan is/was om dat record in augustus te evenaren.

Je kunt dus wel stellen dat er werk aan de winkel is.
Zomerse terrasmiddagen en gezellige weekenden of niet, als ik op 9 oktober een beetje vol vertrouwen aan de start wil staan moet ik NU echt wat serieuzer gaan trainen.

Na de val

Na mijn ongeluk in juni kon ik natuurlijk een tijdje niet hardlopen. Een maand, om precies te zijn – en daar heb ik eigenlijk nog ontzettend veel geluk mee gehad. Inmiddels gaat het gelukkig stukken beter en ik ben dus ook alweer een maandje aan het trainen.

Toch vond ik het in juli moeilijk genoeg tijd te vinden om drie keer in de week te lopen – wat ik eigenlijk wel graag wil doen. Dat kwam vooral omdat ik veel werkte (45 uur per week plus 2-3 uur reistijd per dag), waardoor er eenmaal thuis weinig tijd en/of energie over was om een rondje te lopen.

Soms koos ik er in de avond dan ook bewust voor om thuis op de bank te blijven, omdat ik aanvoelde dat dát was wat ik (en mijn lijf) op dat moment nodig had.

66 kilometer

Gelukkig is het ook niet zo dat ik helemaal niet liep! Sterker nog, ik liep ‘gewoon’ weer twee keer in de week en tikte zelfs alweer een keer de 14 kilometer aan. In totaal liep ik in juli 66 kilometer.

En steeds weer als ik mezelf dan naar buiten heb gesleept, realiseer ik me weer: ik houd van lopen in de zomer. Lekker ‘s avonds nog even in korte broek naar buiten voor een rondje, terwijl het nog licht en warm is. Gek of niet, ik vind lopen in de hitte best lekker. In elk geval loop ik véél liever in de brandende zon dan in de snijdende januariwind.

De laatste tijd train ik ook regelmatig samen met vrienden. Dat vind ik een geweldige stok achter de deur, zeker voor langere stukken. Met z’n tweetjes 10, 12 of 15 kilometer lopen is een stuk fijner én gezelliger dan in je eentje. Zo coachte ik vorige week mijn goede vriend de Journalist naar zijn eerste 10K! (En mocht iemand uit Utrecht dit lezen en denken: hé, samen lopen is leuk, laat het me gerust weten!)

IJkpunt

Die halve marathon begint langzaam dichterbij te komen, maar eerst is er nog een ander moment waar ik m’n krachten kan meten. Op zondag 4 september loop ik samen met mijn vriendin de Keukenprinses, haar vader en zusje de Tilburg Ten Miles.

Dus zondag stond mijn eerste 15 kilometer-training in maanden gepland. Eindelijk, dacht ik.

Maar…toen stootte ik zaterdagavond kéihard mijn knie aan de deurpost. Met een paars, pijnlijk ei erop was het toch lastig lopen.

Nu de pijn een stuk minder is, heb ik geen excuus meer. Inplannen die hap en GAAN. Zin of niet, weer of geen weer. En desnoods dan maar ná dat wijntje op het terras. Da’s dan weer een voordeel van die lange dagen.

Hoe ik die trainingen dit keer precies ga aanpakken? Dat lees je morgen!

En dan nu aan de slag- vanavond loop ik een rondje Singel.

 

0

Dit las ik in juli: over Jan van Schaffelaar & stedelijk leven in Afrika

We zijn alweer een week in augustus (en daarmee ruim over de helft van 2016!), maar ik had nog niet geschreven over de boeken die ik in juli las.

Op deze rustige zondag – lekker thuis, wasjes doen, goed eten, spelletje – vind ik daarvoor eindelijk de tijd. ;) In mijn verjaardagsmaand las ik “maar” twee boeken, maar het waren beide wel werken van +300 pagina’s, dus hè, geen slechte score toch

O ja, voor mijn verjaardag kreeg ik trouwens van Tom een e-reader! Nu heb ik dus nóg meer te lezen. ;)

Thea Beckman – Hasse Simonsdochter ***

Wie verslond vroeger niet de historische romans van Thea Beckman? Ik ben al jaren verliefd op haar Thule-triologie (toekomstromans waarin Groenland een soort paradijs is geworden), maar sommige andere klassiekers had ik nog altijd niet gelezen.

Hasse Simonsdochter bijvoorbeeld. Hoewel het al op mijn basisschool op de boekenplank stond, trok het boek me nooit genoeg om echt te gaan lezen. Tot ik laatst, na de verhuizing, een Boektoppers-exemplaar vond in een oude doos.

Hasse Simonsdochter speelt in de 15e-eeuwse Nederlanden. Het beschrijft het verhaal van Hasse, een eenvoudig maar vrijgevochten en temperamentvol meisje dat opgroeit in de rietvelden rondom Kampen. Net als in veel andere boeken van Thea Beckman zitten in het verhaal verwijzingen naar bestaande personen – in dit geval Jan van Schaffelaar, één van de hoofdpersonen, en de schilder Jeroen Bosch.

Ik vond Hasse Simonsdochter een fijn verhaal om te lezen. Het prettige van jeugdboeken vind ik soms dat ze lekker weglezen en ik helemaal in het verhaal kan raken, zonder dat het (te) zwaar wordt. Bovendien leer ik en passant een hoop, want ik mag dan wel historica zijn, van de middeleeuwen weet ik stiekem bar weinig.

Niet het állerbeste boek van Thea Beckman als je het mij vraagt – dat blijven toch de Thule-boeken – maar deze historische roman is zeker het lezen waard.

Femke van Zeijl – Gin-tonic & cholera ****

Femke, ik ben fan van je. Vlotte pen, rake observaties… ja, Dit is een boek dat iedereen zou moeten lezen die meer wil weten over de wereld, maar geen zin heeft zich door een saai epistel te werken.

Hoewel de titel misschien anders doet vermoeden, is Gin-tonic & cholera géén chicklit. Integendeel! Dit boek is in feite het reisverslag van journaliste Femke van Zeijl, die een tijd lang woonde in verschillende Afrikaanse steden om zo het stadsleven op dat continent te ontdekken.

Femke neemt je mee naar Luanda (Angola), Bukavu (Democratische Republiek Congo), Ibadan (Nigeria), Jinja (Oeganda), Maputo (Mozambique) en Bobo-Dioiulasso (Burkina Faso). In elk land licht ze een thema uit: de enorme verschillen tussen rijk en arm, familie en traditie versus het moderne leven, seks en liefde, het (klein)-crimineel circuit.

De verhalen in dit boek lezen een beetje als blogs; je volgt Femke terwijl ze mensen ontmoet en hun verhalen vertelt. Dat alles doet ze op een aanstekelijke manier – hoewel ze soms best in details treedt, wordt het nooit saai.

Toch moet ik eerlijk zeggen dat het wel een paar weken duurde voor ik dit boek uit had. Dat komt denk ik vooral doordat het geen lopend fictie-verhaal is met een spanningsboog, waardoor ik op vermoeide middagen in de trein soms m’n aandacht verloor. Maar zat ik eenmaal weer in het verhaal, dan werd ik er meteen ook weer goed in getrokken, dus dit heeft misschien ook meer te maken met mijn soms wat korte spanningsboog.

Om eerlijk te zijn: voordat ik dit boek was, wist ik weinig van Afrika – het continent was voor mij toch altijd een beetje één groot, stereotiep geheel. Maar de verhalen uit Gin-tonic & cholera zijn blijven hangen en zorgen ervoor dat ik nu veel genuanceerder over het leven in Afrikaanse steden denk. Mooi!

0

Onzinnige persberichten

Bij de redactie van NU.nl komt dagelijks een stroom aan persberichten binnen. Als economieredacteur is het onder meer mijn taak om de mailbox bij te houden.

Sorry, bedrijven: negen van de tien persberichten gooi ik na een korte scan op inhoud weg. Omdat ze niet relevant zijn, omdat ze een te hoog “wij van WC-eend”-gehalte hebben, omdat het nieuws al oud is.

Dat ene bericht dat wél interessant is, verwerk ik meestal tot een nieuwsbericht met eigen insteek. “Opening spectaculair verlengde 3e piste Zoetermeer in September 2016, uitbreiding en resultaatontwikkeling SnowWorld op koers” wordt dan bijvoorbeeld “verlengde piste skihal SnowWorld in het najaar open”. Soms bel ik een en ander nog even na.

Maar soms, soms komen er mailtjes binnen die eigenlijk te prachtig zijn om meteen door te verwijzen naar de prullenbak. Omdat ze hilarisch geformuleerd zijn, zó hoog van de toren blazen dat het lachwekkend is en een gigantisch NO SHIT, SHERLOCK-gehalte hebben.

Dus hé, waarom niet wat van die berichtjes verzamelen?
Ter uwer lering ende vermaeck. (Zo moet het dus níet.)

Bijvoorbeeld deze mail van Hotels.com:

Beste relatie,

Gegevens van accommodatie expert Hotels.com laten deze maand een toename in Nederlandse zoekopdrachten naar hotelkamers in Rio de Janeiro zien van maar liefst 540% ten opzichte van een jaar geleden.

Woooow jongens, hoe zou dát nou toch komen?

Of dit GROOTSCHALIG ONDERZOEK:

PERSBERICHT

Nieuw grootschalig onderzoek onder 4000 jongeren

Jongeren voelen zich ‘anders’

De 5- tot 25-jarigen van nu voelen zich niet alleen anders, ze staan ook anders in het leven en willen het anders doen dan hun voorgangers. Dat blijkt uit nieuw grootschalig onderzoek onder vierduizend 5- tot 25-jarigen.

Tja, dat ‘anders willen zijn dan de vorige generatie’ is nogal iets van alle tijden, als je het mij vraagt. Maar misschien vergis ik me, hoor. Er komt immers binnenkort een boek uit. En dan is het waar, toch?

Even hoor. Een VIJFjarig kind dat ‘anders in het leven staat dan zijn voorgangers’?
Stel het je gewoon eens voor. Dat zo’n kind, dat net zijn eerste woorden leert schrijven, plots een essay opstuurt naar de Volkskrant over hoe hij zichzelf ziet in relatie tot anderen.

Op het moment dat vijf- tot tienjarigen zich en masse, openlijk – en in die woorden – plaatsen tegenover de generatie vóór hen, ja, dán is er misschien echt iets veranderd.

Overigens ben ik met mijn 25 jaar ook nog deel van de onderzochte doelgroep. Bij dezen neem ik afstand van de conclusies. ;)

Nee weet je, dat is flauw. Want eerlijk is eerlijk: onzinnige persberichten maken de dag van een bureauredacteur toch bést een stukje leuker.

0

REBLOG: Noodzaak of luxe?

Noodzaak of luxe?

[23 april 2012]

Laatst keek ik een aflevering van het tv-programma Debat op 2. Het thema was – weinig verrassend – de crisis en de financiële gevolgen daarvan voor de Nederlandse burger. “Wat gaan u en ik merken van die bezuinigingen?” vroeg Arie Boomsma. Het zette me aan het denken. 

In de studio waar het debat gehouden werd, zaten een paar mensen die als gevolg van de crisis nu niet meer rond kunnen komen. De uitzending begon meteen opvallend. Er werd een korte reportage getoond waarin een vrouw vertelde over haar moeilijke financiële situatie. Terwijl ze dat deed, rolde ze een sigaret. Dat werd vervolgens punt van discussie. “Tweehonderd euro tekort in de maand, maar wel gewoon doorroken?” zeiden een paar aanwezigen verontwaardigd. “Ja, mag ik?” reageerde de vrouw. “Dat ik nu geen baan meer heb, wil toch niet zeggen dat ik niet meer het recht heb om een beetje te genieten van het leven.”

Een andere vrouw, alleenstaande moeder van drie kinderen, had het ook niet breed en vertelde over haar dilemma’s. “Ik wil ook gewoon m’n kinderen leuk aankleden, en dat ze gaan sporten, eten op de plank hebben. Dat vind ik ook heel belangrijk. Ik wil er ook gewoon leuk uitzien. Het is niet zo dat ik niet leuk mijn haren mag verven en dat je niet meer een peukje op mag steken en leuke dingen mag gaan doen. Dat willen wij ook gewoon.”

Dat zette me aan het denken. Ja, natuurlijk mag je ook genieten van het leven als je het niet breed hebt. Geniet nooit met mate, zei Loesje al eens. Maar waar ligt de grens? Ik bedoel, welke uitgaven vallen onder de normale (secundaire) levensbehoeften en wat is wel degelijk een luxe die nou eenmaal niet iedereen zich altijd kan permitteren? Natuurlijk wil de moeder van drie kinderen ook dat haar kinderen gewoon gezond eten en netjes gekleed naar school gaan. Maar neem bijvoorbeeld de mobiele telefoon. Vijftien jaar geleden was het helemaal niet zo normaal om überhaupt een mobiel te hebben; toen belde je nog gewoon naar een huis of kantoor als je iemand wilde spreken. Vandaag de dag is het voor veel mensen van groot belang om zo’n apparaatje te hebben.

Maar hoe zit het dan met de smartphone  – inclusief duur internetabonnement? Is dat iets dat redelijkerwijs normaal is om te houden als je elke maand de eindjes aan elkaar moet knopen? En hoe zit het met dingen als roken, zoals het voorbeeld hierboven, of huisdieren, of een lidmaatschap voor de sportschool of bibliotheek?

Etos-mascara en huiswijnchardonnay
Het houdt me de laatste maanden best bezig, nu ik geen baantje meer heb en dus volledig leef op kosten van mijn ouders en de overheid. Als ik boodschappen doe, kies ik dan altijd voor het goedkoopste, of neem ik uit milieu- en gezondheidsoverwegingen toch mijn dierlijke producten biologisch? Is het normaal om als student uit eten in een restaurant of op vakantie naar het buitenland te gaan? Hoe vaak koop ik nieuwe schoenen? Met andere woorden, hoeveel heb je eigenlijk echt nodig? In de hedendaagse consumentenmaatschappij worden immers letterlijk aan de lopende band behoeftes gecreëerd. Daarbij komt impliciet de boodschap dat genieten en geld uitgeven met elkaar samenhangen. “Neem dit luxe product maar, geniet ervan, je hebt het verdiend.”

Maar kom op jongens, genot haal je niet per se uit de winkel. De afgelopen weken heb ik al drie keer in de supermarkt een bakje aardbeien twijfelend teruggezet. Ja, heel lekker, maar Suusie: aardbeien in de winter? Is dat nou echt nodig?

Spullen kopen maakt ons helemaal niet gelukkiger, kun je stellen. Aan de andere kant: toen ik zo blut was dat ik geen nieuwe Etos-mascara kon kopen, zat ik toch met smart te wachten tot de stufi binnen kwam. In dat opzicht ben ik het eens met de vrouw uit Debat op 2. Het leven moet wel leuk blijven. Als ik een week hard heb gestudeerd, wil ik gewoon een wijntje in de kroeg. En na een paar weken leren voor tentamens beloon ik mezelf met een mooie fairtradesjaal. Nou en?

Wat we ons volgens mij wel moeten blijven realiseren, is dat luxe went – en dat het ook weer ontwend kan worden. Als je altijd versgebakken biologisch brood eet, smaakt een sneetje volkoren van Albert Heijn nergens naar, en als je alleen maar goede pinot grigio drinkt haal je wellicht je neus op voor huiswijnchardonnay. Maar joh, hoe groot is het verschil echt? Sokken van de Zeeman verwarmen je voeten niet minder goed dan een paar van een duur merk. Je kunt aan heel veel dingen wennen als het moet en al die ‘enorme’ verschillen zijn op grote schaal wellicht te verwaarlozen.

Want, om dit hele verhaal tot slot allemaal even in perspectief te zetten: kijk eens een aflevering van de BNN-serie Bloed, zweet en luxeproblemen. Zes Nederlandse jongeren zeggen hun luxeleventje gedag om in Azië en Afrika te werken op de plaatsen waar hun kleding en voedsel wordt gemaakt. Ze leven en slapen bij de lokale werkers en worden zo ruw wakker geschud uit hun consumentisme. Nou, als ik daar een aflevering van kijk, loop ik de rest van de dag niet meer te zeuren over kapotte All Stars of Euroshopper-mozzarella. En als ik dan al die studenten hoor klagen over het afschaffen van hun masterbeurs, dan kan ik het toch niet laten te denken: jongens, wat zeuren jullie nou. We moeten allemaal ons steentje bijdragen aan de crisis, en wij Nederlandse studenten hebben het eigenlijk nog best wel heel erg goed.

0