A little bit of everything, all rolled into one

Fed Up

Hoi, ik ben Suus en ik ben verslaafd aan suiker.

“Hallo Suus.”

OK, misschien overdrijf ik een beetje.

Maar nadat ik deze week de documentaire Fed Up keek, dacht ik toch weer: ja, iets minder suiker, dat kan geen kwaad.

Ik zag het NPO Gemist-linkje al minstens vier keer voorbij komen in mijn Facebook- en Twitterfeeds. Niet alles bleek nieuw voor me, maar er zaten een hoop opfrissertjes tussen. En die deel ik graag met jullie.

Noot: zomaar wat notities en observaties die me te binnen schoten tijdens het kijken. Zelf oordelen? Check die docu! Hij duurt anderhalf uur en het eerste kwartier dacht ik ‘uh, waar gaat dit heen’, maar daarna werd het dus mega-interessant.

Het gaat natuurlijk allemaal om Amerika, deze documentaire. Toch vrees ik dat we hier in Europa hard op weg zijn dezelfde kant op te gaan. Ook hier vind je op alle stations voedselverleidingen. Ook hier zijn er kinderen die opgroeien met suiker in overvloed. Die niet beter weten dan dat ze lam en hangerig zijn van de K3-koekjes en pakjes Taksi waar ze dagelijks op leven.

En: ook hier zit in een groot deel van de spullen die je in de supermarkt kunt krijgen (toegevoegde) suiker en ook hier denken veel mensen nog steeds dat ‘light’ staat voor gezond.

Nee, zegt Fed Up. Want:

  • Een light-product is, wat de voedselindustrie je ook wil doen geloven, geen gezond alternatief. Bij veel lightproducten is het vet vervangen door suiker. En daarmee ben je eigenlijk nog verder van huis dan wanneer je “gewoon” het volle product (met mate) eet.
  • Bovendien: als je cola light drinkt of een ander product met aspartaam/stevia/zoetstof, reageert je lichaam op die zoetstoffen precies hetzelfde als op suiker. O YEAH IETS ZOETS, denkt je lijf, ‘laat ik gauw meer insuline aanmaken’. En te veel insuline zorgt er dus voor dat sneller vet wordt opgeslagen. Daar komt nog bij dat het zoete ook maakt dat je hongerpikkel wordt gestimuleerd.
  • Suiker is verslavend. Dezelfde gebieden in je brein lichten op als bij heroine/cocaine. In feite is suiker zelfs 8 keer verslavender dan cocaine.
  • De voedselindustrie is écht ontzettend machtig. En is er niet uit om jou gezond te houden, maar om geld te verdienen.
  • Vruchtensap wordt in je lichaam op precies dezelfde manier verwerkt als cola. Eet liever heel fruit, want daarin zitten nog vezels die het ‘schadelijke’ effect van de grote hoeveelheid suiker afremmen.
  • Veel zinniger is het om kant-en-klaar/bewerkt voedsel te laten staan en zelf te koken, zodat je gezonde maaltijden eet waarvan je zeker weet dat er niet een paar eetlepels suiker in verstopt zit.

Klinkt allemaal best logisch. Niet héél verrassend, zou ik zelfs willen zeggen. Maar daarnaast waren er ook dingen waar ik toch wel een beetje van schrok:

  • Dat je niet dik bent, wil niet zeggen dat je niet ongezond bent (!). In deze valkuil trap ik wel eens. ”Ach, ik kan het hebben’, denk ik dan, en vreet nog maar een paar koekjes/reep chocola weg. Maar volgens experts in deze documentaire bestaat er ook zoiets als “dun van buiten, dik van binnen”. En dat heeft dezelfde gezondheidsrisico’s (hartziekten, kanker, diabetes, et cetera). Hoe je lijf eruit ziet is dus lang niet altijd representatief.
  • Sommige voedingsproducten maken je letterlijk dik. Dat komt doordat ze alleen van suiker gemaakt zijn; dat zorgt ervoor dat meer insuline wordt aangemaakt. En insuline (= een hormoon) zet glucose in je lichaam direct om in vet. “Dat is simpelweg de taak van insuline.”
  • Logisch gevolg van het bovenstaande: twee producten die evenveel calorieën bevatten, kunnen door je lichaam volledig anders worden verwerkt. Een twee volkorenboterhammen zijn dus niet te vervangen door een chocolate chip cookie. ;) Calorieen tellen zegt dus niet alles. (Dat gevoel had ik altijd al, want als alle glazen wijn die ik in mijn leven heb gedronken 1 op 1 zou hebben ‘meegeteld’, zou ik 100 kilo wegen ;p).

Wat me tot slot nog bij blijft:

  • De docu laat treffend zien hoe de voedselindustrie in haar lobby steeds met de vinger wijst naar “meer bewegen”. Dat heeft maar tot op zekere hoogte zin. It is about the food, we’re eating.
  • Eén maaltijd met veel suiker of 1 glas frisdank op z’n tijd maakt je niet dik, maar jarenlang dagelijks dit soort producten eten wel.
  • Gezondheidsorganisaties adviseren om niet meer dan 10 procent van je dagelijkse voeding uit suiker te laten bestaan. Shit, dat is bij mij sowieso veel meer. :’) (Ik denk niet dat ik dit echt ga veranderen want ik voel me prima en heb een gezond gewicht, maar het is nuttig om te weten.)
  • “De overheid [in de VS] subsidieert in feite de obesitas-epidemie”, aldus Michael Pollan.
  • Magere producten > te veel kaas > campagnes om mensen meer kaas te laten eten (‘cheese, glorious cheese’). Interesting.

En o ja, wat me misschien nog wel het meest aan het hart ging: die arme kindjes…

Fed Up is te zien op Uitzending Gemist.

41Q2hiuZPSL._SX200_QL80_

LET OP: de documentaire is maar beschikbaar tot 9 juni! Snel zijn dus. ;) (Al kun je hem vast ook elders vinden.)

 

 

0

Lekker eten in Utrecht: dineren in de watertoren

Sinds ik een jaar geleden voor het eerst hoorde over ‘het restaurant in de watertoren’, wilde ik naar WT Urban Café & Kitchen. Al helemaal toen één van mijn AD-collega’s er was geweest: zo stampvol, zei hij, dat je twee maanden van tevoren een tafeltje moet boeken.

Duidelijk: dat moest ik meemaken.

Begin mei gingen we in Tolsteeg wonen, om de hoek bij de watertoren. Nu keek ik elke dag uit op die toren, met in de top het mysterieuze restaurant dat in mijn hoofd al bijna mythische proporties aannam.

Maar hé, als freelancer in betweeen opdrachtgevers ga je niet zomaar >50 euro p.p. uitgeven aan een avondje uit. ‘Zodra ik weer voltijd wérk heb’, beloofde ik Tom, ‘neem ik je mee.’

Dus deze week was het zover! (JA, ik heb werk en JA het is geweldig, ik vertel er gauw meer over, maar niet vandaag.)

watertoren utrecht
De watertoren. (Foto: Architectuurbureau.nl)
watertoren utrecht
Deze foto is gemaakt vanuit een hijskraan in de buurt. (Foto: Bouwbedrijf Stokkers)
watertoren utrecht
Laatste 3 foto’s (c) WT Urban Cafe & Kitchen
watertoren utrecht
watertoren utrecht

‘Het is een beetje de Eiffeltoren, maar dan voor Utrecht’, zei Tom toen we op de verjaardag van Joyce waren en hij ook vanuit haar huis de toren kon zien. De watertoren is een ijkpunt in de stad, of in elk geval in dit stadsdeel.

Restaurant WT Urban Cafe & Kitchen zit op de 9e en 10e verdieping. (Ik kon zo gauw niet vinden hoe hoog de toren precies is, weet iemand dat?) Met de lift ga je naar boven. Hoewel het één restaurant is, reserveer je specifiek voor een van de twee verdiepingen, omdat die erg verschillend zijn.

De 9e verdieping is industrieel ingericht, met weliswaar kleine ramen maar fijne zitjes en zicht op de open keuken. Een wenteltrap brengt je omhoog naar de 10e verdieping, die muren van glas heeft en een prachtig uitzicht geeft op Utrecht.

Gaaf dus, die 10e verdieping en dat is ook te zien aan de wachttijden: ik had het geluk dat ik op de avond zelf nog even keek op de site en er 1 plekje vrij was. Anders was de eerstvolgende datum met vrije plaatsen 1 augustus (!!) geweest. Op de 9e verdieping kun je nu ongeveer half juni terecht – of dus, als je geluk hebt, spontaan op een avond wanneer andere gasten hebben afgezegd.

Genoeg over praktische zaken. Hoe is het eten?

Tom
voorgerecht

We begonnen de avond beiden met een goed glas chardonnay. Al gauw kwam daar een warm, knapperig broodje bij met beurre noisette en wat gerookte ham. Nom.

Bij WT Urban Café & Kitchen kies je een 3-, 4- of 5-gangenmenu (voor 34 / 39 / 44 euro). Bijpassende wijnen zijn 6 euro per glas.

Wij gingen voor vier gangen. Mijn voorgerecht was een soort vijgentaartje op bladerdeeg, met frambozen, iets van room en nog wat smaakmakers. Ik had eigenlijk de gemarineerde zalm besteld, maar blijkbaar was er iets misgegaan bij het bestellen en ik vond dit eigenlijk ook wel prima.

Hoewel: het was lekker, maar ik had ook een beetje het gevoel dat ik een toetje aan het eten was. Nu ben ik best een zoetekauw, maar (zelfs) wat mij betreft had dit voorgerecht wel een tikje hartiger gekund.

Tom had intussen sashimi van hamachi, een Japanse vissoort die lijkt op makreel. Smaakte goed.

Als ‘tussengerecht’ had ik burrata, een soort verse mozzarella die is ingespoten met room, zodat ie fluweelzacht wordt. Tom had eend met een Aziatisch tintje. Niets op aan te merken.

Eend (Tom) en burrata (Suus).
Eend (Tom) en burrata (Suus).

Het hoofdgerecht spande voor mij de kroon. Ik had rundvlees uit Nieuw-Zeeland – tja, erg milieuvriendelijk was het niet, maar wel erg lekker. Fluweelzacht, goed gegaard vlees met fantastische sauzen en garnituren erbij (zoete wortel, tuinbonen, waterkers, mousse van bieten).

Het lamsvlees van Tom was ook heerlijk. Hij had er een soort currypasta bij met veel komijn, en ook asperges en nog wat andere groenten.

Voor de oplettende kijker:  ja, halverwege de avond zijn Tom en ik inderdaad van plek gewisseld. Zodat hij ook eens direct uitzicht had op de stad!
Voor de oplettende kijker: ja, halverwege de avond zijn Tom en ik inderdaad van plek gewisseld. Zodat hij ook eens direct uitzicht had op de stad!
watertoren
Bijzonder: de zwarte ‘spikkels’ zijn stukjes gerookte zwarte olijf. De ziltige smaak ervan paste goed bij de maaltijd.

Overigens: noem me een barbaar, maar een bakje verse frites of iets anders aardappel-achtigs had hierbij niet misstaan.

En dan het toetje! Ik heb er helaas geen foto’s van, maar geloof mij: het was heerlijk. Zodra de serveester de woorden ‘moelleux au chocolat‘ uitsprak, wist ik genoeg – dat ging ik eten, sowieso. Mijn tafelpartner had een creatief dessert met peer op vier manieren. Omdat we de volgende dag weer vroeg op moesten besloot ik de dessertwijn te skippen, maar aan de tafel naast ons zag ik al dat dat ook een goed idee was geweest.

Na afloop van het diner liepen we nog even naar buiten, een rondje om de toren heen.

watertoren utrecht
Deze & de andere foto’s van het restaurant: WT Urban Cafe & Kitchen.
watertoren utrecht

OK, recap please: wat vonden we ervan?

GOED:

  • Mooi menu, verse ingrediënten, prima presentatie op je bord. Kortom, een ‘luxe’ uitstraling heeft WT Urban Café & Kitchen zeker. Knisperende groenten, het vlees is goed gaar en de wijnen passen er uitstekend bij.
  • Het unique selling point van dit restaurant is natuurlijk het uitzicht over de stad maakt. Dinner with a view, dat maakte voor mij toch wel echt de ervaring. Spectaculair.
  • De serveersters weten waar ze het over hebben. Van tevoren werd het menu goed uitgelegd, bij elke gang werd een toelichting gegeven en ook met de wijnkennis zit het goed.
  • We kregen zonder problemen een karaf kraanwater geserveerd en het broodplankje vooraf was inclusief (/gratis). Zeker dat eerste mag je misschien ook verwachten als je meer dan 100 euro betaalt voor 2 personen, maar ik vind het toch altijd een fijn pluspunt als men niet moeilijk doet over water, wanneer je al wijn hebt besteld. Dat is helaas nog niet overal zo…

MINDER:

  • Het eten was prima, maar ik heb in deze prijsklasse ook (nog) beter gegeten. Waar dat aan lag? Ik kan er de vinger niet goed op leggen. Misschien waren sommige gerechten toch net iets te veel verschillende smaken. Drupje van dit, drupje van dat, allemaal lekker maar daardoor springt niets er echt uit.
  • Op de 10e verdieping stonden de tafels wel érg dicht op elkaar. Halverwege de avond wisten we van de drie stellen om ons heen precies wie ze waren en wat ze te bespreken hadden (en zij dus ongetwijfeld ook van ons). Ruimte om ‘privé’ met elkaar te praten was er voor mijn gevoel te weinig.
  • Klein maar niet onbelangrijk puntje: de stoelen – die toch comfortabel ogen – zaten een beetje matig. Halverwege de avond kregen Tom en ik allebei pijn in onze onderrug en we zagen ook verschillende andere gasten over hun rug wrijven en steeds verzitten.

WT zit er pas anderhalf jaar. Het is een goed restaurant, dat zeker ook nog ruimte heeft voor verbetering. Ik denk dat ik de volgende keer kies voor de 9e verdieping – daar heb je weliswaar geen uitzicht, maar wel wat meer ruimte om in rust te dineren.

Het loont in elk geval de moeite om over een tijdje nog eens te gaan kijken.

0

Wat bloggen voor mij betekent

Op 25 mei 2006 registreerde ik mijn eerste blog. Dat betekent dat ik vandaag dus m’n 10 jarig jubileum vier!

WhatBloggersDo

Jeetje, een decennium online schrijven. Zoals ik al zei: ik ben láng niet de eerste (zo schrijft Martine de Jong al sinds 1999!), maar dat neemt niet weg dat ik over 3 jaar al de helft van m’n leven blogger ben. ;-)

De afgelopen weken hebben jullie all allllles kunnen lezen over mijn blog-geschiedenis, van ASMYD tot Suushi. Maar nog even dit: bloggen heeft me door de jaren heen ontzettend veel gebracht.

Vooruit, geld heb ik met Suushi nooit verdiend, gratis spullen krijg ik evenmin. Wat dan wél? Laat ik eens een ouderwets lijstje maken, zoals ik vroegah zo vaak deed.

Dankzij dit blog:

  • Raakte ik op mijn 17e overtuigd van studeren in Nijmegen. Fem, die toen blogde op Frontaal, nodigde me uit om samen met haar een paar colleges psychologie te volgen. Ik werd niet verliefd op het vak, wél op de stad. Wat wil je ook, met een kop choco van In de Blaauwe Hand…
  • Kreeg ik mijn eerste studentenkamer in Nijmegen, aan de Van Welderenstraat. Diezelfde Fem ging een half jaar naar het buitenland en ik mocht op haar plekje bivakkeren. Daarna bleef ik nog ruim 4 jaar in de Keizerstad wonen.
  • Oefende ik jarenlang bijna dagelijks met schrijven. Ik zeg niet dat dit de reden is dat ik nu in de landelijke journalistiek werk, maar het heeft ongetwijfeld geholpen.
  • Kreeg ik een column op Nadelunch.com. Ruim twee jaar schreef ik stukjes voor dat online magazine. Over keuzes, yoga, Tinder en de Xenos. Je kunt ze hier teruglezen.
  • Leerde ik steeds beter onder woorden brengen hoe ik in het leven sta. Er zijn een aantal momenten geweest dat mijn cursor vertwijfeld boven de Publish-knop hing. En ja, er zijn ook een paar momenten geweest dat ik achteraf dacht: moest ik dat nu echt op die manier opschrijven? Hoort er allemaal bij, denk ik, als je tenminste vérder wilt komen.
  • Werd ik redacteur voor Volonté Générale, een digitaal tijdschrift waar debat centraal staat. Dat begon zo: ik had een blogje geschreven over mindfulness, omdat ik daarin een cursus volgde op de universiteit. Eén van mijn medecursisten linkte dat blogje door op Facebook en zo kwam het bij de redacteuren terecht (de vriend van haar zus – ja, zo via-via gaat het vaak!). Ik schreef een stuk voor ze – ‘Een like geeft nog geen levensgeluk‘ – en werd vervolgens gevraagd het vaste team te versterken. Ontzettend leuk jaar was dat!
  • En maakte ik 5 jaar geleden kennis met een aantal mooie Blogchicks, ieder op haar eigen manier mooi en bijzonder. Hoewel we nu onze eigen weg zijn gegaan, kijk ik met een glimlach terug op de inspirerende ontmoetingen.
  • Dankzij alle bewaarde archieven heb ik nu een vrij compleet overzicht van wat ik uitspookte sinds m’n 14e. De historica in mij is daar natuurlijk erg blij mee. (En Tom vast ook, want het scheelt nóg een doos papieren dagboeken in de kast.)
  • Even zo goed ben ik blij dat ik nog steeds (een paar) recepten kan opduikelen van dingen die ik zes jaar geleden eens maakte. Natuurlijk heb ik daar inmiddels EAT voor, m’n kookblog, maar ik ben blij dat ik destijds de moeite nam om af en toe m’n dinner-tips op Suushi te delen.
  • Trouwens: indirect heb ik met m’n blog zelfs Tom aan de haak geslagen, ha! Die was namelijk een trouwe lezer lang voordat ik wist dat hij uberhaupt bestond. Als ik niet op Suushi had geschreven, had hij me misschien wel nooit opgemerkt… Hij had in elk geval niet geweten dat ik naar Taiwan was geweest, het gespreksonderwerp waar hij tijdens onze eerste ontmoeting indruk mee op mij maakte. ;)

O, ik vergeet vast van alles. (Weet jij nog iets waar ik nu niet aan denk? Laat het me weten in de comments!). Maar weet je, deze hele lijst verdiensten en voordeeltjes, daar gaat het natuurlijk helemaal niet om. Je houdt iets niet 10 jaar vol alleen omdat het mogelijk nuttig is. Niet voor niets staat Suushi nu alweer ruim twee maanden online – het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik vind het heerlijk om hier te schrijven.

Dat is eigenlijk het allerleukste: dankzij m’n blog kan ik altijd, waar en wanneer ik maar wil schrijven over alles waar ik zin in heb.

En dan zijn er nog mensen die het willen lezen ook.

0

REBLOG 2015: Altijd ‘ja’ zeggen tegen iets engs

Vorig jaar schreef ik niet op Suushi. Het laatste blogje hier vóórdat ik een MAINTENANCE MODE op dit blog gooide, dateert van 30 december 2014. Het eerste stukje ná die tijd is geplaatst op 3 maart 2016. 

Toch kon ik het natuurlijk niet laten om in de tussentijd elders wel te schrijven, (semi-)anoniem. Als jonge dagbladjournaliste maak je immers genoeg avonturen mee.

Bijvoorbeeld die keer dat ik – nog maar een half jaar aan het werk- werd gevraagd om voor het oog van de voltallige hoofdredactie de krant te evalueren…

PS. De tv-uitzending waar ik aan het eind op doel, is de aflevering Medialogica (Argos, omroep HUMAN) over het Motivaction-onderzoek naar Turks-Nederlandse jongeren en de reactie van minister Asscher daarop. Door Judith Konijn en Frederick Mansell. Kijk de uitzending hier terug. 

N(i)et te hoog

1 mei 2015 [23 jaar]

Er gebeurt veel. Terwijl het ritme op de redactie van het tweede katern vaak meer dat van een week- of maandblad is – en dat betekent: minder dagelijkse deadlines en stress, en in mijn geval ook soms meer moeite om focus te behouden – zijn er door de week heen steeds weer dingen die me steeds weer een duwtje geven, het diepe in.

Eva Jinek zei ooit: ik zeg altijd ‘ja’ tegen dingen die net wat te hoog gegrepen voor me zijn.

Ik herken dat. Dat je een voorstel krijgt, en je eerste reactie is: OH HELP DAT KAN IK TOCH NIET? Maar dat meteen daarna de kick komt, het FUCKYEAH-gevoel: let’s do this. Hoe? Geen idee. Maar we zien wel, niet geschoten is immers altijd mis.

En dus zat ik vorige week maandag aan het hoofd van de vergadertafel, naast de voltallige (driekoppige) hoofdredactie van de krant en in aanwezigheid van een stuk of twintig collega’s, om te vertellen wat ik wel en niet goed vind aan de krant. En hoe het in mijn ogen beter kan.

Wie me kent, weet dat ik niet degene ben die als eerste haar woordje klaar heeft als er Meningen moeten worden verkondigd. Ik luister liever een tijdje tot ik er ECHT uit ben en ga dan pas ergens staan. Na een maand of negen bij de krant was dat moment er ZEKER nog niet.

Maar ja, toen ik vrijdagmiddag werd gevraagd of ik maandag de nabespreking wilde doen, kon ik toch eigenlijk geen nee zeggen. Ik zit zelf altijd bij die – vrijblijvende – vergaderingen, en bovendien: wat heb ik te vrezen?

Nee zeggen is sowieso afgaan.

En ik geloof niet dat ik afging. Natuurlijk had ik nog veel rustiger, helderder en minder gespannen kunnen praten. Uiteraard vergat ik sommige dingen die ik had bedacht te noemen. En misschien doe ik het een volgende keer beter.

Maar achteraf kreeg ik schouderklopjes van collega’s en ook de hoofdredactie was enthousiast. Sterker nog, een van mijn ideetjes werd meteen uitgewerkt in de vorm van een nieuwe rubriek op de site.

Nu, een kleine twee weken later, gebeurde er weer zoiets. Woensdag had ik een gesprek ‘op achtergrondbasis’ met twee researchers van een tv-programma van de publieke omroep. Over het onderwerp waar ze nu een programma over maken, schreef ik in het najaar een paar stukken voor de krant. Ze wilden daarom graag weten wat mijn afwegingen waren bij het schrijven, en waarom en hoe we deze artikelen hebben gepubliceerd.

Vandaag een telefoontje: ze vinden het interessant wat ik te vertellen had. Of ik het nog eens wil doen, maar dan op camera?

‘Tuurlijk, doen, leuk,’ zei mijn leidinggevende. ‘Is ook goed voor je ervaring.’

En zo is het. Leef, mensen, en pak de kansen die je krijgt. Als het niets blijkt, red je je er ook wel weer uit. Ik gebruikte de quote al toen ik vijftien was, en gebruik hem nog steeds graag als motto:

Don’t let the fear of failure keep you from playing the game.

0

REBLOG 2014: Over toen ik net een maand journalist was

‘Ík heb al je reblogs gelezen’, zei het vriendinnetje waarmee ik vanmiddag zat te lunchen in de kantine van de Radboud Universiteit. Ze had er nog wel een rake observatie over: ‘De stukjes zeggen niet alleen iets over wie je toen was, maar ook over wie je nu bent. Je kiest immers niet voor niets bepaalde blogs uit.’

Nu zijn we alweer bijna aan het einde van de #reblog-fase (hoewel ik nog wel wat extra plannetjes heb voor het Suushi-archief, de komende maanden). Overmorgen viert m’n blog écht haar tiende verjaardag. Een decennium lang bloggen! Ik ben niet de eerste die dat viert, maar niettemin erg blij dat schrijven altijd de rode draad in m’n leven is gebleven. 

En, – dat mag ook wel eens gezegd -, ik ben enorm dankbaar dat jullie na m’n blogpauze nu alweer in groten getale hier zijn teruggekeerd. Steeds vaker merk ik aan gesprekken en ontmoetingen dat mensen Suushi lezen. ‘Stiekem lees ik je blog best heel vaak’, bekende het zusje van een van m’n beste vriendinnen bijvoorbeeld. Een collega-journalist vertelde me gisteren zelfs dat (o.a.) deze online schrijfsels hem inspireren om binnenkort ook te gaan bloggen. 

Kijk, dat vind ik leuk om te horen! Natuurlijk, ook als Suushi 50 bezoekers per maand zou hebben zou ik schrijven – de woorden willen eruit – maar hé, elke schrijver wil gelezen worden. Dus: dank voor jullie tijd, woorden, input en inspiratie.

Daarover gesproken: de REBLOG van vandaag komt uit oktober 2014, toen ik kersvers journaliste was en voor het eerst schreef voor groot publiek. Het was, zoals je leest, op veel vlakken een tijd van transitie. 

Twee weken pas op de plaats

19 oktober 2014 [23 jaar]

Zo, even bloggen. Het is zondagmiddag en ik lig op de bank (moe, hoofdpijn; dat krijg je van wijn op zaterdagavond, te laat naar bed en dan vroeg weer wakker door het weekritme dat een werkend mens heeft). Kopje thee, dekentje. Alleen.

Ruim twee weken is het alweer geleden, die woensdagochtend waarop ik voor het eerst aan de slag ging op de redactie in Amsterdam. Ik wist niet dat je in korte tijd zoveel nieuwe dingen kon leren.

Ja, natuurlijk werd ik in het diepe gegooid, dat was me van tevoren ook verteld – en ik had ook gezegd dat ik dat aankon, wilde bovendien. Gelukkig is er waar nodig nog wel een steuntje in de rug, en daarmee zijn deze weken feitelijk deel 2 van de ‘cursus journalistiek in de praktijk’ die in het voorjaar begon in Den Haag.

Hoe krijg je het telefoonnummer te pakken van iemand die je dringend nodig hebt, hoe maak je een mooie reportage, waar haal je creatieve ideeën vandaan, welke woorden gebruik je wel en juist niet in een nieuwsbericht? Deze dingen leerde ik niet op school. (Dit in tegenstelling tot veel andere beginners, die de School voor Journalistiek afmaakten of dan tenminste een minor of master volgen.) Drie maanden ervaring had ik, in politiek Den Haag. De rest en al het nieuwe leer ik nu door te doen, trial and error. Probeer het maar, Suusie. En wees niet te bang om te vallen.

Soms – nee, vaak – zijn er de twijfels. Kan ik dit wel, ben ik wel goed genoeg? Dat erkennen voelt bijna als een zonde in een wereld die best hard kan zijn en waar de concurrentie moordend is, maar hey, ik ben ook maar een mens. Het enige dat ik kan doen, is alles geven dat ik heb. En dat doe ik dan ook. Ik stort me in dit avontuur met al mijn energie en wacht af of dat genoeg is om verder te mogen. Op hoop van zekerheid.

Omdat het vanaf mijn logeeradres naar de redactie toch nog zo’n anderhalf uur reizen is, sta ik vroeg op en kom ik vaak laat thuis. Dat is niet erg, want elke dag is anders en spannend en ik zou niets liever doen dan wat ik nu doe. Daarbij kom ik thuis in het gezellige huis van vrienden, waar het fijn voelt en ik m’n gang kan gaan. Toch kijk ik uit naar 1 november – nog 2 weken! -, als ik een kamer heb in Amsterdam. De trein heeft net iets te vaak vertraging, en dat stationseten ben ik onderhand wel beu.

En dan kan ik lekker op de fiets, is er ‘s morgens weer tijd om een smoothie te maken. Dan kan ik ‘s avonds weer koken (dat kan nu ook, maar om 21 uur is daar weinig energie meer voor), heb ik weer ruimte om een eigen ritme te vinden, een nieuw, Amsterdams ritme. Dan kan ik m’n koelkast weer vullen en hoef ik eindelijk niet meer uit een koffer te leven.

Nu is het weekend. En hoewel het me soms aanvliegt om hier in Nijmegen alleen te zijn (Liefde is alweer een maand weg, nog twee weken tot ik hem op ga zoeken), is het ook fijn om even tot rust te komen, en te bedenken wat ik eigenlijk wil. Want het zijn grote veranderingen. In een maand tijd werd ik van samenwonende studente in Nijmegen een reizende journaliste in de hoofdstad. En waar wil ik eigenlijk heen? Waar zie ik mezelf over een jaar?

Gelukkig mag ik schrijven, en steeds beter leren schrijven, op de mooiste plek van de journalistieke wereld. En dat maakt het allemaal de moeite waard.

0