Skip to content

Maand: april 2016

Wie weet het ooit?

Mijn nichtje – lees: mijn vijf jaar jongere, ‘kleine’ nichtje – is tiener-af. Gisteren vierden we haar twintigste verjaardag. ‘Goh Suus, wanneer word jij eigenlijk dertig?’, grapte ze.

We lachten erom, maar het is toch gek. Hoe alles steeds maar doorgroeit. Soms tergend langzaam en soms zo hard dat ik het liefst met m’n volle gewicht aan de tijd zou gaan hangen, om het passeren van de gebeurtenissen wat te vertragen.

Zij studeert nu in Nijmegen, precies zoals ik vijf jaar geleden deed. En ook zij worstelt nu met de dingen die achteraf gezien zo universeel zijn (al heb je dat op je twintigste helaas nog teleurstellend weinig door).

Studiekeus bijvoorbeeld. Beter dan ik destijds weet zij wat ze wil; het liefst stippelt ze de route meteen uit. Eerst dit, dan dat – en alles ten behoeve van een groter plan. Maar ja, wie een strak omlijnd plan heeft, ziet ook beren op de weg.

‘Ja, maar om in die richting te gaan werken moet je een universitair diploma hebben.’
‘Als ik die kant op ga, vind ik als hbo’er vast geen baan.’
Deze keus is vast verstandig, maar ik weet eigenlijk niet of ik het wel leuk genoeg vind.’

Gelukkig zei mijn tante precies de goede dingen – en dat herinnerde mij er ook weer aan hoe waar het is. Namelijk: er is geen vooropgezet plan. Je kunt je wel van alles in je hoofd halen, maar het leven gaat toch wel z’n weg. En dingen lopen altijd anders dan je van tevoren kunt bedenken. (Denk aan wat wijlen Steve Jobs ooit zeiyou can’t connect the dots by looking forward. You can only connect them looking backwards. So you have to trust that the dots will somehow connect in your future.)

Zo koos ik er toen ik 17 was voor om geschiedenis te studeren. Eigenlijk wilde ik journalistiek doen, maar ik wilde ook graag naar de universiteit. Laat ik me nu eerst vooral kennis eigen maken om over te schrijven, zei ik tegen mezelf. Schrijven deed ik toch al en betere vaardigheden daarin zou ik gaandeweg vast opdoen. Het (vage) plan: een bachelor geschiedenis, dan een master journalistiek. Die had je niet in Nijmegen, maar dat zou ik tegen die tijd wel weer zien.

Natuurlijk liep het allemaal anders dan ik ooit had kunnen verzinnen. Hoewel ik nooit van plan was naar het buitenland te gaan, belandde ik in 2011 als uitwisselingsstudente in Taiwan. En daar, tijdens een avondrondje rennen over de campus, realiseerde ik me: ik wil niet weg uit Nijmegen. En ik ben ook nog niet klaar voor een master.

Een pre-master Politicologie werd het, waar ik bovendien twee van m’n beste vrienden leerde kennen. En dankzij dat ‘tussenjaar’ had ik tijd voor een bijbaantje bij het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis.

(Dat baantje was trouwens ook weer zoiets: ik zocht een bijverdienste, was tot mijn grote teleurstelling afgewezen bij het Academisch Schrijfcentrum. Twee weken later mailde ik in een opwelling het CPG. Ze hadden geen vacature, kreeg ik te horen. Maar twee dagen later een tweede mail: ik heb het nog eens nagevraagd, een van onze student-assistenten gaat weg. Wil je toch eens komen praten?)

Dat ik bij het CPG mocht komen werken, was mede te danken aan de 9 die ik voor m’n bachelorscriptie kreeg (onderwerp: Tawian). Was ik even blij dat ik daar na terugkomst uit Taiwan een groot deel van mijn tijd en aandacht aan had besteed. Toen maakte ik me vooral zorgen omdat ik geen baantje (en dus geen geld) had, maar achteraf gezien bleek dat juist ‘nodig’ geweest om bij het CPG terecht te komen. En o, wat bleek ik goed te passen op die plek, bij die mensen.

Zo zie je maar. Vaak zie je pas achteraf waarom bepaalde dingen op je pad komen. Waarom ze wel of niet gebeuren. En het beste wat je dus maar kunt doen, is wat leven betreft je impulsen volgen. Als ik dat baantje bij het Schrijfcentrum wel had gekregen, was ik misschien nooit de master Politiek en Parlement gaan doen. Want juist door m’n werk op het CPG laaide m’n enthousiasme voor parlementaire geschiedenis op. Ik mocht er zelfs onderzoek doen en meeschrijven aan een standaardwerk over het kabinet-De Jong.

En dat op z’n beurt hielp weer toen ik in november 2014 in het Haagse café Schlemmer belandde, om met de chef politiek van de Volkskrant de mogelijkheden voor een stage daar te bespreken.

Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar je snapt het idee. Nooit gaat het zoals je denkt dat het zal gaan – vaak wordt het zelfs beter dan dat. Soms moet je alleen een beetje geduld en vertrouwen hebben. Dat zei ik gisteren tegen mijn nichtje, maar ik zeg het vandaag ook weer tegen mezelf. Het zijn enerverende maanden: weer wat schrijven voor de Volkskrant, nieuwe opdrachtgevers, sollicitatiegesprekken.

Ik weet niet waar ik heen gaat. Maar ja, wie weet dat ooit?
En waarom zou je het eigenlijk moeten weten? De gedachtes, overpeinzingen – het is in feite weinig meer dan de illusie van controle.

Al ben je nog zo verdwaald: wees niet bang.
Volg je hart, het brengt je ergens waar je moet zijn.

5 reacties

Deze lezers krijgen een boek!

20160415_135207 20160415_135239 20160415_135254 20160415_135313 20160415_135303 20160415_13522520160415_140543

Zes boeken had ik te vergeven. Als er zes verschillende mensen zijn die een boek willen ben ik blij, dacht ik toen ik de weggeefactie vorige week online plaatste. Maar joh, wat een reacties!

Wat bleek: vooral het boekje over mindfulness is populair. En jullie willen ook wel erg graag over wijn lezen. Dat is sowieso nuttige info, want over juist die onderwerpen wil ik de komende tijd ook weer ‘ns wat gaan schrijven.

Het liefst zou ik aan jullie allemaal één exemplaar geven, dat gaat helaas niet. Ook voor de andere boeken waren er meerdere gegadigden, hier en op Facebook/per mail. Daarom heb ik met behulp van een random generator (klik) de winnaars bepaald:

PAAZ gaat naar Myrthe Klein Haneveld
Tien jaar chaos gaat naar Lot Bouman
De onvolmaakten gaat naar Loes van Hove
Mindfulness gaat naar Annemiek Troch
Blijven ademhalen gaat naar Zina Geurtjens
De wijnsurvivalgids gaat naar Bregje van der Veen

De winnaars krijgen vandaag bericht van mij. Zodra ik jullie adres heb, stuur ik het boekje op – dan heb je ‘m misschien nog vóór het weekend in huis. (Al gebiedt de eerlijkheid me te zeggen dat ik het vandaag & morgen zo ontzettend druk heb, dat ‘halverwege volgende week’ realistischer is ;-))

Aan iedereen die mee heeft gedaan: bedankt. Ik vond het leuk om eens voor Sinterklaas te spelen. ;) Wie weet valt er bij m’n volgende KonMari-opruimactie weer wat weg te geven. As always, stay tuned.

Morgenavond weer een hardloopblog – dan vertel ik jullie meer over mijn plan voor de Marikenloop 2016!

 

Laat een reactie achter

Sundae (2)

Even hoor. Vandaag wil ik het hebben over mijn vriendinnetje Aniek. Die overigens dit soort prachtige schilderijen maakt:

s343374174254717234_p1_i1_w640
Dit prachtige werk is al verkocht, meer van haar kunst vind je hier.

Ken je dat gevoel, dat je iemand zo goed snapt en (her)kent dat je als het ware kan vertellen hoe ze zich voelt voordat ze dat zelf weet? Dat iemand je spiegel is én je zachte westenwind-in-de-goede-richting? Dat je aan een half woord genoeg hebt en tegelijkertijd nooit bent uitgepraat?

Aniek dus. Zes jaar geleden ontmoette ik haar voor het eerst, in Nijmegen. Ze las mijn blog (o, waar Suushi niet goed voor is geweest!) en stuurde me een berichtje. Het was oktober 2010. “Je inspireert me,”schreef ze. “Heb je zin om een keer wat te drinken?”

De mailwisseling die volgde heb ik nog – (ik: ‘Lijkt me leuk, maar ik ga niet zomaar mensen van internet ontmoeten, dus heb je Hyves?’) en een kleine twee maanden later ontmoetten we elkaar voor het eerst. Daarover schreef ik dit:

Sundae’s op Sunday (12 december 2010)

Waar te beginnen? De afgelopen vijf uur heb ik gepraat en geluisterd en gevraagd en verteld. Nu is mijn hoofd tegelijkertijd vol en leeg. Toch is het belangrijk om te blijven schrijven; dat is immers een van de conclusies van al deze gesprekken. Want, zo herinnerde ze mij er aan, juist die paar woorden of die ene foto helpen je de momenten te herinneren die anders in vaag- of vergetelheid verdwijnen.

‘Net een blind date’, lachte ze toen we elkaar met rode neusjes van de kou begroetten op straat. Gauw doken we de Samson in voor de kop warme choco die al weken in onze agenda’s stond. Al voor de barman onze bestelling op kwam nemen waren we diep in gesprek en in de vier-en-een-half uur die volgden, vielen de enige stiltes in minuten dat een van ons het toilet bezocht.

We spraken over studie en werk en alle mogelijkheden daarbinnen en -buiten. We zwijmelden over eten en drinken, jubelden over hardlopen en deelden beknopte versies van ons liefdesverhaal. Ze keek me steeds recht in de ogen en ik raakte verheugd om zo veel herkenning.

Was de Suushi goed?, sms’te haar vriend net nadat we onze laatste happen maki en sashimi bij Fujisan hadden weggewerkt. Pas na een paar seconden realiseerde ze zich dat hij het niet over haar bord eten had. Want dat was het gekke aan deze middag: zij kende me al maanden en wist wat in mijn leven speelde, terwijl haar profiel op Facebook de enige schets was die ik van haar had.’Je inspireert me’, schreef ze ooit in een reactie en daarop mailde ik haar, blij verrast. Ik kan nog zo veel meer vertellen maar dit is eigenlijk precies wat ik wilde zeggen: dat zij mij vandaag ook enorm heeft geïnspireerd.

‘Heb je nog een gaatje over?’ vroeg ze na de sushi en ze sleepte me mee naar de McDonalds voor het eerste caramel-met-nootjes-ijsje van mijn leven. We deden precies de dingen die ik het liefste doe op een willekeurige dag – goed eten en praten, elkaar door het leven leiden en vooral veel ruimte laten voor spontaniteit. Ook zij kent de Kunsten, ze weet wat leven is. We hadden geen plan, handelden naar gevoel. Ja, wil meer van deze mooie Sundae!

Fast forward naar 2016.
De sushitent is failliet en het café grondig verbouwd.
En dat ‘meer’ liet een tijdje op zich wachten.

Zoals dat gaat met leven: ik ging een half jaar naar Taiwan, volgde een bachelor-pre-master-master, ging samenwonen, liep stage, begon met werken. Zij op haar beurt verhuisde naar Den Haag, later naar Tiel. Reisde vaker naar Azië, zocht en vond zichzelf. Werd intussen ook nog even een ster in haar werk.

Het was februari 2015 toen ik haar Facebookpost zag. Ik heb een kaartje over voor The Script in de Ziggo Dome, schreef ze. Wie heeft zin om mee te gaan?

In een opwelling stuurde ik haar een privébericht. Je hebt vast iemand met wie je liever gaat, zei ik, maar het lijkt me leuk je weer te zien. En je kunt bij mij slapen. Ik woon in Amsterdam, dan hoef je niet meer laat terug naar Tiel.

Tot mijn verbazing zei ze meteen ja.

Niet gauw zal ik vergeten hoe we een paar weken later langs de grachten liepen, vanaf Amsterdam CS op weg naar mijn huisje in de Jordaan. We aten goeie sla bij SLA (die hipstertent waar ze volgens Hiske Versprille niet kunnen koken) en hadden binnen een half uur het persoonlijkste gesprek dat ik in tijden had gevoerd.

De volgende dag aten we appeltaart.
Nog geen maand later woonden we allebei in Utrecht.

Zo’n vriendin dus. Iemand bij wie het altijd gewoon goed is. Die niet wegloopt als je haar de harde waarheid vertelt, die dat ook tegen jou doet als het nodig is. Met wie je een fles wijn leegdrinkt en twee dagen later hele gesprekken kunt voeren over hoe fijn het is om minder te drinken. Waarmee het niet erg is om losse afspraken te maken als het bij nader inzien een ander moment toch beter uitkomt om thee te drinken.

En ook: die vaak beter weet dan jijzelf hoe goed een boek/kledingstuk/baan bij je past. Met wie je alles kunt bespreken, van seks-drugs-rock-‘n roll tot spiritualiteit, meditatie en halve marathons. Die snapt als je kortaf of verdrietig doet, die je drama met een korrel zout neemt en vooral heel veel begrijpt.

Eigenlijk komt het hierop neer: dat je je gewoon altijd beter voelt nadat je elkaar hebt gezien. Alsof alle verwarde puzzelstukjes weer even op z’n plek zijn gezet, alle lege vaatjes aangevuld. Elkáár beter, mooier, rustiger maken.

Nu is het aftellen. Nog vijf weken, dan slaat ze haar vleugels uit. Voor vier maanden naar Azië – althans, dat is het plan, je weet nooit hoe het leven loopt. Dus misschien kom ik haar wel opzoeken, misschien zien we elkaar weer vijf jaar niet. Hoe het ook loopt, ik weet nu: het is allemaal goed.

Dit hebben we in elk geval al beleefd.

Laat een reactie achter