Dit ga ik missen aan Terwijde

Wat ik het meest te horen heb gekregen als ik aan mede-Utrechtenaren vertelde waar ik het afgelopen jaar woonde:

Ja, maar dat is eigenlijk geen Utrecht hè.

Voor wie hier nog niet zo lang meeleest: we wonen dus in Leidsche Rijn, de grootste Vinexwijk van het land. (Over op je 24e in de Vinex wonen schreef ik al eens eerder.)

De eerste paar maanden probeerde ik me nog wel eens te verweren tegen honende opmerkingen (‘als ik doorfiets sta ik binnen 22 minuten op Utrecht CS’, ‘met de trein ben je in 5 minuten in de stad’, ‘we betalen wél veel minder voor onze vierkante meters’).

Maar de laatste tijd betrapte ik mezelf erop dat ik zo moe van de discussie was geworde. Zozeer, dat ik meestal de bijdehante gesprekspartner voor probeerde te zijn. “Ik woon in Utrecht”, begon ik dan, gevolgd door: “Nou ja, buiten de ring, in Leidsche Rijn. Pokken-eind weg van alles, maar verder prima wonen.”

Ook mijn geliefde maakte er wel eens grapjes over. “Ja, het ís nog Utrecht, maar loop 100 meter en je staat in Vleuten.” (Dat is overigens geen leugen.)

Dit alles laat onverlet dat ik, in alle eerlijkheid, met plezier in Leidsche Rijn heb gewoond. Dus de opmerkingen van collega’s – ‘wist je dat het tegenwoordig Scheidsche Rijn wordt genoemd, vanwege het hoge aantal scheidingen?’ – nam ik maar voor lief. Ik had een heerlijk appartement, en met mijn relatie gaat het overigens ook prima.

Nu we dan tóch vertrekken, lijkt het me dus goed om op een rijtje te zetten wat er WEL leuk is aan wonen in Leidsche Rijn.

  • Het Máximapark, met zijn paadjes, bruggetjes, grasveldjes en de Japanse tuin (!). Maar bovenal:
  • Het Lint, de recreational track van 8 kilometer die om het park heen slingert. Breed asfalt, speciaal voor lopers/skaters/fietsers, waar geen auto’s mogen komen.
  • Een groter huis én een vollere portemonnee. Waar je in Utrecht al gauw ruim 1000 euro (exclusief g/w/l) neertelt voor een appartementje groter dan 40 vierkante meter, hadden wij bijna 70 vierkante meter tot onze beschikking voor een stuk minder geld.
  • Sterke fietsbenen. Tenzij je altijd met de bus of trein gaat, natuurlijk. Dat deed ik ook wel eens, hoor, maar zeker nu het weer warmer wordt probeer ik toch (bijna) altijd de fiets te pakken. Een stuk flexibeler en megagoed voor je conditie. Ik denk dat ik per maand zeker twee extra stukken taart en een chocoladereep méér kan eten dankzij die fietskilometers. En het kwam m’n hardloopprestaties ook ten goede.
  • Kasteel de Haar op fietsafstand. Of eigenlijk zelfs op loopafstand; de 6 kilometer (enkele reis) was meerdere keren een mooie training op zaterdagochtend.
  • Rust en ruimte. De heisa rond de Tour de France in Utrecht vorige zomer? Niets van gemerkt. Chaos en oranje ellende op Koningsdag? Ging compleet aan me voorbij. En voor de duidelijkheid: dat vind ik heerlijk. Hoewel ik best houd van een feestje op z’n tijd, ben ik geen enorme fan van mensenmassa’s.
    En als je dan tóch een avondje gaat stappen…
  • Je kater er onderweg al uit trappen. De afstand van dit huis naar TivoliVredenburg is zo’n 8 kilometer. Lang genoeg om na een avondje cocktails & dansen of na wat wijntjes in de kroeg weer nuchter te worden – en ook nog een deel van je nachtelijke patat/kebab te verbranden. ;)
  • Een goed excuus voor een slaapfeestje. Vooruit, het is niet altijd tof als je bezoek om 22:49 alweer in de laatste stoptrein moet stappen, omdat ze anders niet meer thuis komen. Des te meer reden om vrienden gewoon het logeermatras aan te bieden en het alsnog gezellig laat te maken.
  • Tot slot: laat ik het mooie appartement waar we woonden niet vergeten. Grote ramen, ruime kamers, een prachtige keuken… waarom ga je daar dan weg, zou je zeggen? Tja, uiteindelijk kwam er toch wat beters op ons pad. Een volgende stap. Neemt niet weg dat het heerlijk wonen was hier. Het huis, de dagelijkse rituelen… Die ga ik misschien nog wel het meeste missen.
IMG-20150819-WA0007
Ja, het was fijn hier. Maar de rest is geschiedenis… want gisteren zijn we verhuisd!

PS. Stiekem kwam dit blogje een paar dagen terug al online – ik had hem ingesteld op ‘inplannen’, dat doe ik normaal nooit – met een reden, want door de verhuizing kwam het er totaal niet meer van het stukje tekst fatsoenlijk af te maken. Hierbij dan toch. :)

 

 

Niet zo veel

Eens kijken, hoe vaak ben ik de afgelopen jaren verhuisd?

Van een klein dorpje in Brabant naar Nijmegen, toen ik 18 was. Ik mocht een half jaar bivakkeren in de kamer van een vriendin die ik via de blogwereld kende. (Nogmaals: wat bloggen niet kan brengen…)

Toen in april 2010 naar m’n eerste ‘echte’ eigen Nijmeegse kamer, vlakbij het Goffertpark. Ik woonde er drie heerlijke jaren. Tweeënhalf eigenlijk, want ik ‘verhuisde’ natuurlijk ook nog een half jaar naar Taiwan (2011-2012).

In 2013 wilde ik toch écht wel graag m’n eigen studio – bijna vier jaar keukens en badkamers delen was genoeg. Tegelijk met mijn liefste T. verhuisde ik naar de rand van de stad, een oud klooster vlakbij Berg en Dal. Een klein jaar later (2014) zegde ik mijn huur op en trok tijdelijk bij hem in, tot ik in november een kamer vond in Amsterdam, de Jordaan.

Drie maanden later volgde weer een (kleine) verhuizing, naar een studiootje elders in de Jordaan. En daarna – inmiddels maart 2015 – verhuisden T. en ik samen naar een fijn appartement in Utrecht Terwijde (Leidsche Rijn).

Ook van deze plek wisten we dat het tijdelijk zou zijn, want we huren iets dat te koop staat. En hoewel we totaal geen haast hadden te vertrekken, kwam vorige week ineens een buitenkansje langs: een mooie plek, bijna in het centrum van Utrecht. Per 1 mei al.

We besloten ervoor te gaan.

verhuisdozen

Ik koester de hoop dat we nu weer minstens drie jaar, hopelijk langer, op één plek zullen wonen. Uiteindelijk is álles tijdelijk (this too shall pass), maar ik merk dat ik eraan toe ben me écht te vestigen op een plek. De geheimen van de buurt te leren kennen. Zo lang bij dezelfde huisarts blijven dat ‘ie me daadwerkelijk herkent als ik eens langskom.

Niettemin, nu ik erover nadenk: ik heb me op alle plekken die ik hierboven noem, thuis gevoeld. Misschien is dat de conclusie van dit alles – dat ik vrij makkelijk ergens neer kan strijken. Ik zou het een prettige eigenschap noemen.

(De keerzijde: ik zie er een beetje tegenop dat het nu hier, in Terwijde, alweer voorbij is. Maar daarover later nog eens meer.)

Natuurlijk zijn er randvoorwaarden om je fijn te voelen. Een goed bed, genoeg ruimte voor tenminste een páár boeken, spullen om thee te maken. Maar in Taiwan sliep ik 5 maanden op een bamboematje van amper 3 centimeter dik. Sterker, ik hád er niet eens een eigen kamer; ik deelde een dormitory met twee Vietnamese meisjes en een Russin. En daar was ik óók gelukkig.

Vaak denken we dat we allerlei spullen, omstandigheden, voorzieningen nodig hebben om het ons naar de zin te maken. Gedreven door de commercie zijn we gaan geloven dat er zo ontzettend veel dingen cruciaal zijn voor ons geluk.

Maar als je van dit stukje tekst iets onthoudt, laat het dan dit zijn: geloof me, geluk zit in andere dingen. Een mens heeft niet zo  veel nodig.

Maar hé, we gaan wonen aan dit heerlijk groene plantsoen. Tussen de bomen zie je ons nieuwe huisje.
Maar hé, we gaan wonen aan dit heerlijk groene plantsoen. Over geluk gesproken!

SUUS LOOPT op naar #Marikenloop2016

Nog maar een kleine vier weken en dan is het alweer zover: de Marikenloop. Voor de tweede keer sta ik aan de start van dit Nijmeegse evenement, op zondag 22 mei. (Je kunt je nog inschrijven!)

Eigenlijk best gek: in de vijf jaar dat ik in de Keizerstad woonde, nam ik nooit deel. Conditie niet goed genoeg, blessures, er was altijd wel wat. Maar ik was nog geen maand verhuisd naar Utrecht, of ik reisde speciaal terug voor mijn allereerste hardloopwedstrijd.

Helaas schreef ik er geen verslag van (note to self: altijd een verslag schrijven van je hardloopwedstrijden, is leuk om terug te lezen) maar ik weet nog heel goed hoe het ging.

En hoe ik me daarna voelde. On top of the world!
En hoe ik me daarna voelde. Rood koppie & on top of the world!

Dit jaar doe ik weer mee.
En anders dan vorig jaar – ‘uitlopen, als ik geluk heb binnen een half uur’ – heb ik ditmaal een duidelijk doel voor ogen: 5 kilometer afleggen in minder dan 26 minuten.

marikenloop5km
Het 5 km-parcours is met roze aangegeven. Blauw is de 10 KM ;) Die had ik natuurlijk ook kunnen lopen, maar een paar vriendinnen lopen ook de 5 dus dat is wel zo gezellig.

Vorig jaar liep ik 27:02 min, veel beter dan ik toen had durven dromen. Sindsdien liep ik een paar keer sneller: bij de 5KM Jeroen Boschloop in juni finishte ik in 26:20 (al was ik toen wel he-le-maal stuk) en in augustus liep ik op een zonnige middag zowaar 25:58 min.

Daar wil ik nu dus onder komen. Spannend, want sinds september heb ik vooral getraind op afstand – en dat gaat onherroepelijk ten koste van snelheid, tenminste als je blessures wilt voorkomen. Sowieso krijg ik sneller last van m’n schenen en knieën als ik sneller ga lopen. Logisch ook, aldus de sportfysio, want als je hartslag te hoog komt, verzuur je en bij te veel verzuring kan je lichaam de afvalstoffen niet kwijtraken. Gevolg: pijn.

Het devies is dus niet te snel lopen. Een rustige 5 kilometer loop ik nu in ongeveer 29 minuten.

Maar hoe sleep ik dan ooit dat PR binnen?

Intervaltrainingen, zeggen de experts, afgewisseld met niet-te-snelle trainingen in de juiste hartslagzone. Vaker trainen, niet per se telkens sneller willen. Het vergt wat geduld, maar dat lijkt inderdaad te werken. Ik ben nu een week of drie wat serieuzer aan het trainen en toen ik gisteren een snelheidsmeting deed – ofwel, alles geven en helemaal stuk gaan – bleek er inderdaad vooruitgang te zijn: 5:00 km in 26:14 min!

(Ja ik heb mijn telefoon tegenwoordig ingesteld op Spaans - daarover later meer.)
(Ja ik heb mijn telefoon tegenwoordig ingesteld op Spaans – daarover later meer.)
5km2404
Dit is inclusief cooling-down. Als ik ‘rustig’ loop, kom ik meestal uit tussen de 28 en 30 minuten.

Nog vier weken te gaan. Plan is nu om elke week vier keer te lopen (‘normaal’/gemiddeld voor mij is twee keer per week), namelijk:

  • een semi-rustige vijf kilometer, binnen 30 minuten
  • een ‘trappentraining’: ik ren naar station Utrecht Terwijde, op precies 1 kilometer van mijn huis. Daar ren ik 10 keer de trappen op en af. Even strekken, en rustig terug.
  • een rustige, lange(re) duurloop van 8-15 kilometer
  • een intervaltraining, waarbij lengte & duur afhankelijk zijn van waar ik zin in heb en hoe mijn benen zich gedragen. Ik houd geen strak schema aan maar doe het een beetje speels, a la fartlek training

Verder ben ik heus niet zo streng als nu lijkt hoor. Vorige week liep ik per ongeluk 20 kilometer, waarop mijn benen een wat langere hersteltijd nodig hadden. En omdat ik zeker drie keer op en neer naar de stad fietste (= 7-9 kilometer enkele reis), vond ik twee keer hardlopen ook prima. Met andere woorden: dit is een wet, geen richtlijn.

Maar goed, om m’n doel te bereiken is er nog wel werk aan de winkel. Ik heb er zin in; het fijne van trainen op korte afstanden is dat het niet zo veel tijd kost. Binnen 20 minuten tot een half uur sta ik vaak weer binnen –geen tijd is dus eigenlijk geen excuus meer.

OK, let’s go.
Wie zie ik nog meer aan de start op 22 mei?

Wie weet het ooit?

Mijn nichtje – lees: mijn vijf jaar jongere, ‘kleine’ nichtje – is tiener-af. Gisteren vierden we haar twintigste verjaardag. ‘Goh Suus, wanneer word jij eigenlijk dertig?’, grapte ze.

We lachten erom, maar het is toch gek. Hoe alles steeds maar doorgroeit. Soms tergend langzaam en soms zo hard dat ik het liefst met m’n volle gewicht aan de tijd zou gaan hangen, om het passeren van de gebeurtenissen wat te vertragen.

Zij studeert nu in Nijmegen, precies zoals ik vijf jaar geleden deed. En ook zij worstelt nu met de dingen die achteraf gezien zo universeel zijn (al heb je dat op je twintigste helaas nog teleurstellend weinig door).

Studiekeus bijvoorbeeld. Beter dan ik destijds weet zij wat ze wil; het liefst stippelt ze de route meteen uit. Eerst dit, dan dat – en alles ten behoeve van een groter plan. Maar ja, wie een strak omlijnd plan heeft, ziet ook beren op de weg.

‘Ja, maar om in die richting te gaan werken moet je een universitair diploma hebben.’
‘Als ik die kant op ga, vind ik als hbo’er vast geen baan.’
Deze keus is vast verstandig, maar ik weet eigenlijk niet of ik het wel leuk genoeg vind.’

Gelukkig zei mijn tante precies de goede dingen – en dat herinnerde mij er ook weer aan hoe waar het is. Namelijk: er is geen vooropgezet plan. Je kunt je wel van alles in je hoofd halen, maar het leven gaat toch wel z’n weg. En dingen lopen altijd anders dan je van tevoren kunt bedenken. (Denk aan wat wijlen Steve Jobs ooit zeiyou can’t connect the dots by looking forward. You can only connect them looking backwards. So you have to trust that the dots will somehow connect in your future.)

Zo koos ik er toen ik 17 was voor om geschiedenis te studeren. Eigenlijk wilde ik journalistiek doen, maar ik wilde ook graag naar de universiteit. Laat ik me nu eerst vooral kennis eigen maken om over te schrijven, zei ik tegen mezelf. Schrijven deed ik toch al en betere vaardigheden daarin zou ik gaandeweg vast opdoen. Het (vage) plan: een bachelor geschiedenis, dan een master journalistiek. Die had je niet in Nijmegen, maar dat zou ik tegen die tijd wel weer zien.

Natuurlijk liep het allemaal anders dan ik ooit had kunnen verzinnen. Hoewel ik nooit van plan was naar het buitenland te gaan, belandde ik in 2011 als uitwisselingsstudente in Taiwan. En daar, tijdens een avondrondje rennen over de campus, realiseerde ik me: ik wil niet weg uit Nijmegen. En ik ben ook nog niet klaar voor een master.

Een pre-master Politicologie werd het, waar ik bovendien twee van m’n beste vrienden leerde kennen. En dankzij dat ‘tussenjaar’ had ik tijd voor een bijbaantje bij het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis.

(Dat baantje was trouwens ook weer zoiets: ik zocht een bijverdienste, was tot mijn grote teleurstelling afgewezen bij het Academisch Schrijfcentrum. Twee weken later mailde ik in een opwelling het CPG. Ze hadden geen vacature, kreeg ik te horen. Maar twee dagen later een tweede mail: ik heb het nog eens nagevraagd, een van onze student-assistenten gaat weg. Wil je toch eens komen praten?)

Dat ik bij het CPG mocht komen werken, was mede te danken aan de 9 die ik voor m’n bachelorscriptie kreeg (onderwerp: Tawian). Was ik even blij dat ik daar na terugkomst uit Taiwan een groot deel van mijn tijd en aandacht aan had besteed. Toen maakte ik me vooral zorgen omdat ik geen baantje (en dus geen geld) had, maar achteraf gezien bleek dat juist ‘nodig’ geweest om bij het CPG terecht te komen. En o, wat bleek ik goed te passen op die plek, bij die mensen.

Zo zie je maar. Vaak zie je pas achteraf waarom bepaalde dingen op je pad komen. Waarom ze wel of niet gebeuren. En het beste wat je dus maar kunt doen, is wat leven betreft je impulsen volgen. Als ik dat baantje bij het Schrijfcentrum wel had gekregen, was ik misschien nooit de master Politiek en Parlement gaan doen. Want juist door m’n werk op het CPG laaide m’n enthousiasme voor parlementaire geschiedenis op. Ik mocht er zelfs onderzoek doen en meeschrijven aan een standaardwerk over het kabinet-De Jong.

En dat op z’n beurt hielp weer toen ik in november 2014 in het Haagse café Schlemmer belandde, om met de chef politiek van de Volkskrant de mogelijkheden voor een stage daar te bespreken.

Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar je snapt het idee. Nooit gaat het zoals je denkt dat het zal gaan – vaak wordt het zelfs beter dan dat. Soms moet je alleen een beetje geduld en vertrouwen hebben. Dat zei ik gisteren tegen mijn nichtje, maar ik zeg het vandaag ook weer tegen mezelf. Het zijn enerverende maanden: weer wat schrijven voor de Volkskrant, nieuwe opdrachtgevers, sollicitatiegesprekken.

Ik weet niet waar ik heen gaat. Maar ja, wie weet dat ooit?
En waarom zou je het eigenlijk moeten weten? De gedachtes, overpeinzingen – het is in feite weinig meer dan de illusie van controle.

Al ben je nog zo verdwaald: wees niet bang.
Volg je hart, het brengt je ergens waar je moet zijn.

Deze lezers krijgen een boek!

20160415_135207 20160415_135239 20160415_135254 20160415_135313 20160415_135303 20160415_13522520160415_140543

Zes boeken had ik te vergeven. Als er zes verschillende mensen zijn die een boek willen ben ik blij, dacht ik toen ik de weggeefactie vorige week online plaatste. Maar joh, wat een reacties!

Wat bleek: vooral het boekje over mindfulness is populair. En jullie willen ook wel erg graag over wijn lezen. Dat is sowieso nuttige info, want over juist die onderwerpen wil ik de komende tijd ook weer ‘ns wat gaan schrijven.

Het liefst zou ik aan jullie allemaal één exemplaar geven, dat gaat helaas niet. Ook voor de andere boeken waren er meerdere gegadigden, hier en op Facebook/per mail. Daarom heb ik met behulp van een random generator (klik) de winnaars bepaald:

PAAZ gaat naar Myrthe Klein Haneveld
Tien jaar chaos gaat naar Lot Bouman
De onvolmaakten gaat naar Loes van Hove
Mindfulness gaat naar Annemiek Troch
Blijven ademhalen gaat naar Zina Geurtjens
De wijnsurvivalgids gaat naar Bregje van der Veen

De winnaars krijgen vandaag bericht van mij. Zodra ik jullie adres heb, stuur ik het boekje op – dan heb je ‘m misschien nog vóór het weekend in huis. (Al gebiedt de eerlijkheid me te zeggen dat ik het vandaag & morgen zo ontzettend druk heb, dat ‘halverwege volgende week’ realistischer is ;-))

Aan iedereen die mee heeft gedaan: bedankt. Ik vond het leuk om eens voor Sinterklaas te spelen. ;) Wie weet valt er bij m’n volgende KonMari-opruimactie weer wat weg te geven. As always, stay tuned.

Morgenavond weer een hardloopblog – dan vertel ik jullie meer over mijn plan voor de Marikenloop 2016!