• Met de trein

    Nog maar een paar nachtjes slapen en dan gaan we naar Italië. Yes, ik geloof dat ik het eindelijk hardop durf te zeggen: we gaan naar Italië! Al sinds het voorjaar ligt het plan er, maar in tijden van corona weet je natuurlijk nooit of zoiets ook echt doorgang kan vinden. Ik bedoel: ons oorspronkelijke langere-tijd-op-reis-plan (per trein naar Indonesië!) hebben we twee keer uitgesteld en uiteindelijk op de lange baan geschoven. Misschien gaan we nog eens, maar voorlopig is over land door Rusland en China reizen geen optie.

    Maar ja, B en ik wilden nog wel graag op reis. Bovendien konden we half september 4 weken vrij nemen – voor mij een mooie overgang van vaste-Einder naar freelancer en B is al zzp’er, dus die kon er ook een paar weken tussenuit.

    Zo ontstond een nieuw plan: met de Volkswagen-camperbus van m’n schoonouders op pad. Dat deden we twee keer eerder en het is een heerlijke manier van reizen. Naar Italië wilden we, net als in 2019. En dan dit keer niet in het noorden blijven, maar helemaal over land naar Sicilië – en met de boot terug.

    Eigenlijk hadden we het al zo ongeveer besloten. Sterker nog, toen we in Zweden waren vertelde ik er vrolijk over aan m’n moeder. Maar toen die zich de volgende dag, in een gesprek over de klimaatcrisis en wat je daar zelf aan kunt doen, liet ontvallen ‘dat jullie toch ook met de bus naar Italië rijden’, had ik geen weerwoord.

    Eh. Ja.
    Vooruit, vliegen doe ik niet meer. Maar eerlijk is eerlijk, een paar duizend kilometer in een dieselauto is ook niet bepaald klimaatneutraal…

    ‘Zeg’, begon ik tegen B. ‘Kunnen we niet met de trein?’

    Nou heb ik gelukkig een man die ook bezig is met duurzaam leven, dus het was niet enorm moeilijk om ‘m te overtuigen. Er was één probleem: we gingen ook verhuizen en onze beider hoofden zaten veel te vol om nog zoiets als een uit-je-comfortzone-treinreis te plannen. Dus na wat verkennende gesprekken besloten we: dit gaan we zéker doen, maar nog niet nu.

    Maar bij mij bleef het knagen.

    Want hoe relaxt ik die eerdere reisjes met de Volkswagenbus ook vond, de opmerking van m’n moeder bleef door mijn hoofd spoken. Oké, natuurlijk is met de auto naar Italië nog altijd véél beter voor de wereld dan per vliegtuig naar Thailand. Maar toch.

    En zijn deze vier weken vrij niet júist een uitgelezen kans om het vakantiereizen-per-trein op ons gemakje te verkennen?

    Op een ochtend besloot ik een paar sommetjes te maken. We hadden namelijk een paar aannames gedaan.

    ONZE AANNAMES

    1. Reizen per trein is veel duurder dan met de auto – misschien wel 2 keer zo duur.
    2. Je doet overal veel langer over.
    3. Als we met onze eigen (kleine hybride) auto zouden gaan, zou het verschil in CO2-uitstoot misschien niet eens zo groot zijn. Misschien een alternatief?

    Maar eh, klopten die aannames wel? Ik telde het aantal reiskilometers op met de ANWB Routeplanner, zocht de CO2-uitstoot per kilometer van diesel- en benzineauto’s op, plus het verbruik van de VW-bus én onze eigen auto. Ook googlede ik de gemiddelde brandstofprijs. Zo berekende ik wat we zouden uitstoten én uitgeven voor een reis van Elst naar Palermo over land, en terug via Genua, met nog wat dagtripjes onderweg.

    Conclusies:

    • Reizen met de VW-bus is het vervuilendst én het duurst. Deze reis zou ons ca. 880 euro aan diesel en tolwegen kosten en we zouden maar liefst 1014 kilogram CO2 uitstoten. Nog altijd stukken minder dan een retourtje Bali (= 4000 kg CO2 per persoon, dus 8000 kg!) maar toch weer duizend kilo troep erbij in de atmosfeer.
    • Reizen met onze eigen hybride Toyota Yaris scheelt al bijna de helft: 553 kilogram CO2. Qua kosten (benzine + tolwegen) kwam ik uit op een schatting van 640 euro.
    • Tot slot: reizen per trein blijkt goedkoper dan met de VW-bus, en het is niet megaveel duurder dan met de auto. Voor 335 euro per persoon (dus 670 euro met z’n tweeën) heb je een Interrailpas die een maand geldig is, en waarmee je binnen die maand 7 dagen vrijwel onbeperkt kunt treinen in Europa. Alleen voor sommige HSL-treinen betaal je een paar euro reserveringskosten. Eventuele bus- en ferrytickets komen daar natuurlijk nog bij, maar die zijn in Italië goed te betalen (en eigenlijk zou je bij de autoritten ook nog je afschrijving, verzekeringen, belastingen et cetera moeten optellen). Zeg dat je al met al 750 euro kwijt bent.

      En de CO2-uitstoot van treinreizen? Ik zocht naar goede calculators, vond die nog niet. Wel vond ik op de website van ÖBB, de Oostenrijkse spoorwegen, een rapport waarin ze spreken over 8 gram CO2 per persoon per kilometer. Met 4000 treinkilometers zou je dan uitkomen op 32 kilo uitstoot, dus 64 kilo met z’n tweeën.

    Vierenzestig kilo.

    Stiekem vind ik die 8 gram wel erg optimistisch klinken (zo’n rapport heeft toch een ‘wij van WC-eend’-factor), maar stel dat het het dubbele is – dat is alsnog stukken groener dan autorijden of vliegen.

    Toegeven, het ‘treinen kost meer tijd’-argument is lastiger te weerleggen. Sommige gebieden zijn inderdaad lastiger bereikbaar met het openbaar vervoer. De trein kan bovendien vertraging hebben. Je kunt pech hebben met overstaptijden. Daar staat tegenover dat je met hogesnelheidstreinen direct van stadscentrum naar stadscentrum zoeft, zonder gedoe met ringwegen en vliegveld-shuttlebussen.

    Ik ontdekte dat je met de HSL in 4 uur van Venetië naar hartje Rome reist. Met de auto doe je daar volgens Google zo’n 6 uur over – pauzes en file niet meegerekend. Na wat research kwam ik erachter dat je zelfs binnen een dag van Arnhem naar het Gardameer reist; je neemt eerst de TGV naar Parijs, stapt over op de trein naar Milaan en komt om 11 uur ‘s avonds aan in Peschiera del Garda. Een relaxtere optie is de nachttein. Dan reis je naar München, waar je om 20.10 uur aan boord gaat van de ÖBB Nightjet. Terwijl je slaapt, trein je door de Alpen en vroeg in de ochtend ben je bij het Gardameer.

    Al deze dingen vertelde ik aan B en zo kwam onze brainstorm weer op gang. Na een paar dagen zei hij: ‘Ik geloof dat ik wel zin in die treinreis begin te krijgen.’

    Twee dagen later boekten we onze Interrail-passen. En komende zondag gaan we al! Man, wat heb ik er zin in. Ik ben súperbenieuwd hoe ‘Europa per spoor’ me gaan bevallen. We beginnen dus met een paar dagen chillen aan het Gardameer. Omdat we ons beiden erg verheugen op buiten-zijn, boekten we een glamping-tent. Eerst even bijkomen van alle drukte. Wat wandelen misschien.

    En daarna?
    Daarna gaan we het wel zien. Er staat van alles op m’n wensenlijstje (ijsjes in Rome, pizza in Napels, hiken langs de Amalfikust, de Etna beklimmen), maar het fijnste is om gewoon bij de dag te leven en ter plekke te ontdekken wat we tegenkomen.

    Italië kennende belooft dat veel goeds.


    2+
  • In de tussentijd

    Ik zou natuurlijk gewoon elke dag hier even wat kunnen schrijven. Een halfuurtje maar, geen gepolijst stukje maar gewoon wat flarden. Ik bedoel: gedachten genoeg, dat is het probleem niet. Bijna elke dag sta ik onder de douche en bedenk eerste regels van stukjes.

    Vervolgens is daar de dag, en de volgende, en die daarna. Boem, weer een week voorbij. En plots zijn er nog maar drie dagen in dienst bij Einder. Ja, want jemig, daar had ik nog nauwelijks over verteld. Oké: ik ga dus voor mezelf beginnen!

    Huh wacht. Maar Suus, je vond het toch altijd zo fijn bij Einder?
    Klopt. Vind ik nog steeds.
    Maar: na bijna 5 jaar merkte ik dat er toch wat begon te knagen.

    Vorige zomer eigenlijk al. Na een paar maanden thuiswerken besefte ik dat Einder weliswaar nog steeds het leukste bureau van Nederland is, maar dat ik in mijn dagelijkse werk wat anders wilde. Vernieuwing. Verdere verdieping in het schrijversvak. Weer op andere plekken komen. Uitgedaagd worden, me weer eens echt moeten bewijzen. Daarvan groeien.

    Dus na een aantal goede gesprekken met m’n leidinggevenden hakte ik dit jaar de knoop door. Sinds april werk ik al een dag per week minder bij Einder – drie in plaats van vier – en ben ik bezig m’n tekstbusiness op te bouwen. Ik begon als eindredacteur van VLOT, een magazine over waterwonen, maakte verhalen voor de Wageningen Universiteit, werkte samen met twee andere content- en communicatiebureaus en bleef natuurlijk schrijven voor Radboud Magazine.

    Ook volgde ik een tweedaagse eindredactietraining, schreef me in bij beroepsvereniging Tekstnet, sloot me aan bij een intervisiegroep voor schrijvers. Ik opende een zakelijke bankrekening, zette m’n boekhouding op in MoneyMonk. Dronk koffie met andere freelancers om ervaringen uit te wisselen. En schreef een ondernemingsplan: wat wil ik precies gaan doen, voor wie ben ik er?

    Hoewel het soms best een puzzel was om dat alles goed te managen, die 24-uur-Einder-plus-twee-dagen-freelance, merkte ik meteen het verschil. Ja. Dit wil ik. Ik word uit m’n comfortzone geschopt en hoewel dat heus niet altijd léuk is, weet ik diep vanbinnen dat dit het juiste pad is.

    Ja, ik word meer, veel meer geconfronteerd met m’n angsten. Ben ik wel echt zo goed als ik denk? Is er genoeg werk voor me? Kan ik dat wel, in m’n uppie alles draaiende houden? Durf ik de wereld in zonder de back-up van het warme Eindernest? Wat als het allemaal misgaat?

    Maar weet je, pas als je je je monsters aankijkt kun je ze leren temmen.

    En als ik die angst-bril even afzet en een paar stappen achteruit doe, weet ik dat ik er gewoon hartstikke goed voor sta. Al jaren lever ik kwaliteit – dat weet ik omdat opdrachtgevers binnen én buiten Einder dat tegen me zeggen, omdat ze tevreden zijn en graag opnieuw met me werken na een klus. Ik heb een knetterdik portfolio vol landelijk gepubliceerde verhalen. Kan een prima uurtarief vragen. En of er wel genoeg werk is? De rest van het jaar zit ik eigenlijk al vol…

    Van Einder neem ik trouwens eind deze week niet écht afscheid. Ook vanaf oktober blijven we samenwerken – natuurlijk in een wat andere vorm, maar misschien ook weer niet zó anders. Mijn mailadres susanne@einder blijft gewoon bestaan en ik verwacht gemiddeld een dag per week te besteden aan Einder-projecten. Ook is me al meerdere malen op het hart gedrukt dat ik erg welkom ben om te komen werken op het kantoor aan de Sint Annastraat, zoals wel meer freelancers doen. Nu ik in Elst woon, gaat dat alleen maar makkelijker – ik kan zelfs op de fiets!

    Dus ja, zo gaat het.
    Ik keek al maanden uit naar deze week, de laatste in-dienst-week, en nu het zover is heb ik de neiging heel hard op de rem te trappen. Stop! Maar ik moet nog zoveel dingen!

    Ik laat het maar gewoon allemaal gebeuren. Diep ademhalen, loslaten en gewoon doen wat je moet doen. Dan zien we daarna wel weer verder. Dan gaan we daarna gewoon weer verder.

    En weet je: eigenlijk heb ik er gewoon hartstikke veel vertrouwen in.

    3+
  • Veel

    Het voelt of ik hier al eeuwen niet heb ingelogd – terwijl dat nou ook wel weer meevalt. Er gebeurt gewoon zo veel, deze weken. Hele vreugdevolle en intens verdrietige dingen gebeuren er.

    Ik kocht een huis met B. We klusten, verhuisden.
    Nog maar een paar weken en dan ben ik niet meer in dienst bij Einder – ik ga voor mezelf beginnen (doe dat eigenlijk al, deels).
    En iemand die me dierbaar is, heeft niet lang meer te leven.

    Ja, jemig, wat moet je dan verder nog zeggen hè. Niets misschien, en misschien zweeg ik hier daarom ook zo lang. Het voelt als niet mijn verhaal om te vertellen. Dit is het verhaal van anderen en ik heb niet het recht om dat zomaar op internet te gooien.

    Dus ik weeg mijn woorden voorzichtig.

    Sinds ik vorige maand 30 werd, lijkt het leven te zeggen: hallo Suus, nu ben je volwassen, dan heb je hier een berg grotemensendingen om mee te dealen.
    De ene na de andere vriendin wordt zwanger.
    Afscheid nemen van voorleeskindje A confronteert me met m’n eigen kind-pijn.
    Kleine I (1 jaar) kruipt voor het eerst op mijn schoot.
    Ik besef dat ik moet leren m’n ouders te vergeven.
    En V* gaat straks dood.
    (Die laatste zin wilde ik eigenlijk niet opschrijven, te hard, te rauw, alsof het daarmee pas echt waar is, terwijl de woorden te groot zijn voor deze post, ze passen gewoon niet. Maar ik kan me niet voor altijd blijven verstoppen en ik weet dat het schrijven hapert wanneer ik doe alsof essentiële zaken niet bestaan.)

    Het is raar hoe de wereld dan toch gewoon doordraait. Zoals een collega zei: je kunt wel de hele tijd verdrietig zijn maar daar schiet ook niemand wat mee op. En dus pakken we na de tranen ons werk weer op. Houden vergaderingen. Lunchen in de tuin. Maar het is allemaal niet hetzelfde.

    Weet je, jarenlang leken heel veel dingen een zekerheid. Sinds het begin van de coronacrisis weet ik dat alles ineens zomaar anders kan zijn (ergens had ik dat gevoel altijd al maar nu ís het zo). Dat het geen kwestie is van ‘wachten tot alles weer normaal is’, dat we echt nooit meer teruggaan naar de wereld van 2019 en daarvoor. We zijn onderweg, maar wie weet waarheen?

    Ik geloof dat ik vooral even naar huis wil.

    *V’s naam is eigenlijk niet met een V. Iets met privacy.

    P.S. En over de grote lijnen van het leven gesproken: vandaag is het precies 10 jaar geleden dat ik naar Taiwan vertrok. Tien jaar, jongens!

    2+
  • Tijd rekken

    Om de schrijver in me te voeden, heb ik ruimte nodig. Als ik erover nadenk, is dat altijd zo geweest: in mijn studententijd schreef ik blogjes vaak in een verloren uurtje tussen colleges door, of op een brakke zondag waarop verder niets hoefde.

    Open tijd. Het is cruciaal, want creativiteit laat zich niet in een mal dwingen. Tijd rekken helpt de schrijfspier soepel te houden. Yoga trouwens ook, want een uurtje op de mat trekt me terug in m’n lijf. Precies om die reden zijn ook ochtend-ommetjes belangrijk. Het lijkt een vrij oppervlakkige routine maar terwijl ik loop, gebeurt in mij van alles. De mijmermotor zet zich in beweging – en die zwengelt het schrijven aan.

    Misschien is het ook om deze reden belangrijk dat ik verhuisd ben naar een dorp. Alles is hier opener, rustiger. Er is minder afleiding en ook létterlijk meer ruimte. In huis (deze woning is 40 procent groter dan de vorige) en eromheen. Ik kijk uit op m’n eigen tuin, die nog een tegelpleintje is maar vooruit, dat komt allemaal wel.

    Sinds gisteren wonen we hier echt. Onwennig voelt het nog – het huis zo groot en nog overal dozen – maar ik voel dat dit een goed plan was, zelfs al zijn B en ik vandaag allebei vermoeide bolletjes. Ik wil hier koken, boeken lezen, dansen door de kamer, sudoku’s maken, in de zon zitten, pianospelen, schaterlachen, liefhebben, proosten met goede wijn, maar om te beginnen gewoon een beetje zijn.

    En schrijven. Maar dat komt op hetzelfde neer.

    2+
  • Morning pages

    Ik ben weer begonnen met het schrijven van morning pages. Het idee: elke ochtend schrijf je 3 pagina’s vol. Maakt niet uit waarover, gewoon wat er in je hoofd opkomt. Gedachten, gebeurtenissen, twijfels, angsten, wat dan ook maar. Daarna begin je aan je dag. Een geweldige manier om a) elke dag te schrijven, b) je bewust te worden van wat je bezighoudt en c) de dag te beginnen met een fijne gewoonte.

    Een paar jaar geleden probeerde ik dit al eens. Maar zoals met veel voornemens gaf ik het toen al na een paar dagen op. En hoewel ik nog maar een weekje of twee bezig ben, heb ik het idee dat dat ditmaal anders is.

    Het was een post op Instagram die me inspireerde. Marlou deelde iets over haar morning pages-routine, ik vroeg haar ernaar en ze zei:

    “Ik combineer het met mijn ontbijt. Het schrijven geeft overzicht, rust en regelmatig het besef waarom ik me sip, gestrest of wat dan ook voel. Ik merk dat de eerste anderhalve tot twee pagina’s vaak dagboekachtig zijn, ‘ik deed zus en zo’, maar het daarna overgaat op waar ik (onbewust) over aan het nadenken ben. Het heeft me dus al een paar keer het besef gegeven dat ik dingen bespreekbaar moest maken, maar ook bij gewoon schrijven brengt het de rust van een goed begin van de dag. Even stilstaan en tijd nemen voor mezelf, en vervolgens een veel betere concentratie.”

    Voor mij heeft het natuurlijk ook te maken met me schrijver voelen. Schrijver zijn. Maar dat niet alleen; het combineert ook geweldig met de flow van spirituele ontwikkeling waar ik de laatste maanden in zit, aangewakkerd door gesprekken met vriendinnen, boeken die ik lees en de retreat die ik in juni volgde.

    Het is alsof er allemaal verschillende dingen samenkomen in die drie pagina’s. Een stukje verankering is het ook.

    Ik kan het je van harte aanraden.

    1+