A little bit of everything, all rolled into one

Lekker in de yogaflow & piekdrukte op werk

Coronatijd een rustige periode?! Nou jongens, als je hier de laatste maand hebt meegelezen, kreeg je er al wat van mee… niets is minder waar. Het was even flink aanpoten op m’n werk én daarbuiten.

Gelukkig is yoga mijn nieuwe hobby; die uurtjes in de downward-facing dog en child’s pose zijn hard nodig om de boel in balans te houden. Hoe kom ik in zo’n drukke periode weer een beetje úit m’n hoofd? Je ziet het in deze nieuwe vlog.

Veel kijkplezier!

0

Kind en water

Conclusie na drie smartphonevrije dagen: je moet niet het kind met het badwater weggooien.

Wacht, voor je denkt dat ik een lofzang ga afsteken over mijn iPhone: het was allereerst heel fíjn, dat weekend zonder telefoon. Ik heb heerlijk rustig zitten lezen op de bank (zonder dat ik steeds naar dat ding greep). Het was een verademing om eens niet de ochtend te beginnen met het checken van nieuwssites, maar gewoon de rolgordijnen open te doen en m’n boek te pakken.

En het was ontnuchterend om maandagochtend te merken dat ik nauwelijks noemenswaardige appjes had. Vooruit, een paar, maar niet iets waar ik uren van m’n weekend aan had hoeven besteden. Wederom concludeerde ik: gebruik genereert gebruik.

Over gebruiken gesproken, in Trouw las ik laatst dat sociale media en drugs de enige producten zijn waarvan we de klanten ‘gebruikers’ noemen. Nou vond ik dat nogal een sterk statement (volgens mij gebruik je ook shampoo, toetsenborden en je pinpas) maar het zette me wel aan het denken.

Dit weekend besefte ik dat er inderdaad een parallel te trekken is met drugs. Maar dan in de zin van: zoals niet alle drugs “slecht zijn, punt”, geldt dat ook niet voor je smartphone.

Vandaar dus dat badwater.

Spontane roadtrip
Kijk, ik miste het dit weekend namelijk best om een podcast te luisteren tijdens het wandelen. En toen we vrijdagavond eten bestelden, moest ik B’s telefoon lenen om te kunnen betalen via iDeal. Bovendien was het wat omslachtig om Spotify via m’n laptop op de speakers in de woonkamer aan te sluiten. Geen onoverkomelijke dingen allemaal, maar op zulke momenten is die telefoon best handig.

Sterker nog – en nu komt een kleine bekentenis – op zaterdagmiddag besloot ik voor een spontane road trip m’n telefoon tóch aan te zetten. In eerste instantie had ik bedacht om ‘m alleen voor de zekerheid in de achterbak te leggen. De vriendin met wie ik op de heenweg reed had immers ook Google Maps (en ik had zelfs de route vooraf kunnen opzoeken en noteren op een papiertje!), en op de terugweg kon ik voor de verandering best eens gewoon radio luisteren.

Maar toen was ik plots laat, besefte dat de deurbel van die vriendin het niet deed (ik bel haar als ik voor de deur sta en dan komt ze naar beneden om open te doen), en wist toch eigenlijk niet precies hoe ik mezelf door alle smalle eenrichtingsstraatjes van Utrecht zou moeten navigeren.

En toen dacht ik: wat maak ik het mezelf moeilijk. Dient dit nog z’n doel?

Pure coke
Precies van daaruit – dat doel –  kwam ik dus bij die geestverruimende middelen uit. Kijk, apps als Google Maps, een meditatietimer, mobiel bankieren of je podcastbibliotheek zou je kunnen vergelijken met psychedelica. Net als bijvoorbeeld truffels moet je zulke applicaties niet in overvloed gebruiken (dat laat je trouwens sowieso wel uit je hoofd), maar ze kunnen een nuttig doel dienen. Ze brengen je dichter bij jezelf, stuwen je ontwikkeling of helpen je een handje in het leven – kortom, ze brengen je verder.
En oké, vaak geven ze plezier.

Instagram, Facebook, Gmail en nieuwssites daarentegen zijn pure coke. Lijken ook plezierig maar zijn destructief, zuigend, houden je juist weg bij jezelf. Op lange termijn word je er een zombie van.

In andere metaforen schreef Lisa eerder deze week over de smartphone als fopspeen en gokmachine. En Dominique maakte een inspirerende blog over je telefoon bewust dommer maken.

En precies dat inzicht was voor mij de meerwaarde van dit weekend. Nee, ik hoef geen leven zonder iPhone. Ik ben blij met de features die m’n leven werkelijk léuker en makkelijker maken. Maar die features zijn nu juist níet de apps waarbij ik de neiging heb om eindeloos aan het scherm te blijven plakken.

En ik wil niet de hele dag door shots hoeven van dat ding.

0

Tips van deze week

Geen drie-dingen-van-de-dag-lijstjes even, ik wil ze wel graag blijven maken maar zoek naar een manier om dat te doen zonder dat m’n andere blogs ondersneeuwen (en ik m’n mail-abonnees te veel spam). Intussen heb ik deze week wel weer een aantal dingen gehoord, gelezen en gedaan die ik je graag meegeef.

  • De Omdenken-podcast. Ik kreeg de tip ook weer van iemand en dat bleek een goede. Al heb ik pas één aflevering geluisterd, maar goed, die was dan ook meteen de moeite waard. Fijn ook omdat de afleveringen een minuut of twintig duren. Ideaal voor je ochtendwandeling.
  • Nu ik toch podcasts aan het tippen ben: deze aflevering van de Creatiedrift-podcast, waar copywriter Barbara Tammes te gast is. Barbara is auteur van het boek ‘Playmode‘ en stelt dat creativiteit een levenshouding is (en geen talent). Ze pluist het helemaal uit aan de hand van ervaringen en wetenschappelijke onderzoeken, en heeft veel rake en inspirerende voorbeelden – zoals die van een creatief team als stukken uit een schaakspel.
  • Als je wijn interessant vindt: ik kocht deze week op aanraden van een medecursist van m’n schrijfcursus (die vinoloog is) het boek Proeven als een Pro van Cees van Casteren. En wauw, dat was geen miskoop. Wat een prachtige uitgave, inhoudelijk sterk, supertoegankelijk én stijlvol vormgegeven. Ik heb nu twee goede wijnboeken in huis (de ander is de Wijn-spijsbijbel van Victoria Moore) en heb veel plezier van beide.
  • De laatste Happinez, met als thema vrouwelijke energie. Het is jaren terug dat ik dit blad kocht – soms stond ik twijfelend voor de schappen maar dacht dan altijd weer: heb ik dit nodig? – maar er staan een paar verhalen in die me echt raakten en dichter bij mezelf brachten. Ergens denk ik dan: moet zo’n magazine daarvoor zorgen? Speelt zo’n blad ook niet alleen maar in op de trend van ‘zelfontwikkeling’ als marketingstrategie (en daarmee op het gevoel dat je iets moet doen, lees, iets moet kopen, om verder te komen met jezelf)? Maar weet je, als zo’n artikel mij helpt om na een paar weken in overdrive weer emotioneel te ontdooien en eindelijk weer eens m’n tranen te laten stromen, vind ik dat het meer dan waard.
  • De nieuwste video van De Universiteit van Nederland: ‘Ben jij verslaafd aan je telefoon? (Doe de test!)‘ Duurt een klein kwartiertje. Goed genuanceerd verhaal, vind ik. Smartphones zijn niet alléén maar slecht. En tegelijk is het interessant om de grens tussen gewoonte en verslaving te verkennen.
  • Over smartphones gesproken: ik houd deze dagen een telefoonvrij weekend en dat kan ik je van harte aanraden. In de eerste plaats omdat me pijnlijk duidelijk wordt waarvoor ik m’n smartphone allemaal nodig heb. Vrijdagavond eten bestellen? Shit, betaling moet via mobiel bankieren (even B’s telefoon lenen). Rondje wandelen? Hmm, dan maar zonder podcast. Facetimen met mama? Oké, kan gelukkig op mijn laptop, maar dan moet ik wel per mail afspreken hoe laat we gaan bellen. Muziek aan in de woonkamer? Doe ik ook altijd via Spotify op mijn telefoon (kan ook via de iPad of laptop, maar dat moest ik wel even instellen). Langs bij een vriendin wiens deurbel het niet doet? Eh, hoe maak ik haar dan duidelijk hoe ik voor de deur sta…
    Hoe dan ook, een interessant en nuttig experiment. To be continued.
0

Innovatie

Het probleem met managementtaal is dat nieuwe woorden op een gegeven moment zo vanzelfsprekend voor je worden, dat je vergeet dat ze eigenlijk supervaag zijn.

Neem nu innovatie. Ik vond dat altijd zó’n nietszeggend begrip. Wat de fuck betekent innovatie? Wat zegt dat? Maar ja, dan werk je ruim vier jaar in de communicatiewereld en lees je zó vaak innovatie innovatie innovatie dat je op een gegeven moment wel zo’n beetje weet wat met de term bedoeld wordt.

Mocht jij nog steeds vraagtekens in je ogen hebben: innovatie betekent gewoon vernieuwing. De term wordt vaak gebruikt om technische vernieuwingen aan te duiden – denk aan zorgrobots of softwaresystemen – maar eigenlijk is dat maar een deel van het verhaal.

Innovatie gaat over vooruitkijken, nieuwe plannen maken en uitvoeren, vooruitstrevend zijn. Alle vernieuwing is innovatief.

Als tekstschrijver probeer ik het woord ‘innovatie’ natuurlijk zo veel mogelijk te vermijden en wanneer ik teksten herschrijf of redigeer, staat de term op mijn shortlist van woorden die ik er direct uit knikker.

Vertel liever om wélke innovatie het gaat. Doe je een proefproject met een nieuwe OV-appp of introduceer je een manier om vergaderingen sneller te laten verlopen? En hóe dan? Weigert je manager concreet te worden of wil de directeur zich nog nergens op vastpinnen, noem het dan in elk geval ‘vernieuwing’. Dan weet je lezer in welke richting hij moet denken.

Maar goed, aangezien ik in dit stukje al vaker innovatie heb geschreven dan ik normaal in een maand doe, benut ik die gelegenheid om het eens te hebben over mijn éigen innovaties. In dit gekke coronajaar heb ik namelijk een behoorlijke set kleine vernieuwingen in m’n leven doorgevoerd waar ik behoorlijk tevreden over ben.

Komen ze!

Werken met een takenlijst

Mijn agenda is heilig, al jaren. Zonder Google Calendar ben ik nergens. Dankzij de ADHD-therapiesessies die ik op dit moment volg, is daar een takenlijst bijgekomen. Nou maakte ik altijd al een dagelijks to do-lijstje aan het begin van de werkdag. En hier in huis slingeren ook regelmatig lijstjes van dingen die ik nog wil of kan doen.

Toch is dit anders. Ik gebruik de ‘Taken’-functie die aan Google Calendar vast zit en daar schrijf ik alles op wat ik moet doen, maar waar geen specifiek moment in de week aan hangt. Van ‘schrijfopdracht voor m’n cursus maken’ tot ‘oma een kaartje sturen’ en ‘boodschappen halen voor een vriendin’.

Het idee van zo’n lijst is dat je je (ADHD-)brein een extern geheugen geeft, zodat er meer ruimte vrij is op je harde schijf. Dat geeft bakken rust.

Het grappige is dat ik steeds beter word in het bijhouden van deze takenlijst. In het begin vergat ik ‘m vaak, en inmiddels bedenk ik steeds meer dingen die ik óók op de lijst kwijt kan. Zoals ‘nieuwe biebboeken halen voor m’n voorleeskindje’. Daar plaats ik dan een reminder bij voor komende dinsdag, zodat ik niet vlak voordat ik woensdag ga voorlezen bedenk: SHIT, ik heb nog geen boeken gehaald…

To do: taartjes eten.

Meer spullen refurbished & tweedehands kopen

Tja, als je wat nieuws wilt en je hebt geld zat, is het natuurlijk supersimpel om binnen twee klikken op wat te bestellen bij de bezorgreus. Alleen een beetje jammer dat al die spullen desastreus zijn voor de wereld. Elektrische apparaten spannen de kroon.

Bedenk dat elke keer dat jij op BESTEL klikt, je indirect tegen een producent zegt: ‘fabriceer er hier nog maar eentje van’. En er bestaan al zo veel spullen in de wereld! Denk aan al die schuurtjes, zolderkamers, bergingskasten waar ongebruikte blenders, grasmaaiers, printers, kastjes, bureaustoelen en fitnessapparaten staan…

Gelukkig is daar Marktplaats. Als student kocht ik daar regelmatig m’n spullen, maar sinds het financiële argument wegviel (lees: ik kreeg een baan) was ik er een stuk minder te vinden. Maar nu is daar het duurzaamheidsargument voor in de plaats gekomen!

Eerder dacht ik bijvoorbeeld: ‘waarom zou ik voor 45 euro een wake-uplight op Marktplaats kopen, als ik ook voor 60 euro een gloednieuwe kan hebben?’

Nu denk ik: waarom zou ik weer een nieuw apparaat de wereld in slingeren, als in dit land al driehonderd wakeup-lights staan te verstoffen? En zo vond ik onlangs die lamp op Marktplaats – gloednieuw en nog in de doos. ‘Ik gaf hem aan mijn moeder voor haar verjaardag’, verklaarde de vrouw van wie ik hem kocht, ‘maar zij wilde hem niet’.

Zo zie je maar.

En vandaag had ik alweer een Apple-muis en -toetsenbord in m’n digitale winkelmandje op Amazon, toen ik bedacht dat je die spullen ook prima refurbished kunt kopen. Als nieuw dus, vaak mét twee jaar garantie – maar dan goedkoper en beter voor het milieu.

Pannenkoeken bakken zonder ei

Ik dacht altijd dat je voor pannenkoeken toch zeker wel ei nodig had. Hoe krijg je anders een mooi elastisch en smakelijk deeg? Nou, niets blijkt minder waar. Supersimpel receptje voor 1 persoon: meng 120 gram meel (ik gebruik half volkoren, half wit) en 250-300 ml ongezoete plantaardige melk (ik gebruik amandel- of havermelk) door elkaar, doe er een snuf zout bij. Bak er 3-4 pannenkoeken van. Je kunt dit recept natuurlijk makkelijk verdubbelen of ver-driedubbelen!

Nog een tip: prak een banaan met een vork en meng ‘m door het beslag.

Nieuwe (nieuws)media uitproberen

Jarenlang was ik trouw abonnee van de Volkskrant. In 2017 was ik er zelfs zó zeker van dat ik altijd deze krant zou blijven lezen, dat ik een driejarig abonnement afsloot. Maar sinds de coronacrisis uitbrak, begon ik me steeds vaker te ergeren aan mijn favoriete dagblad. En dan vooral aan alle “analyses”, de bakken “duiding” van “experts” – en de soms zelfs speculatieve of opruiende berichtgeving.

Tijd voor wat anders, dacht ik. En dus nam ik een proefabonnement op Trouw.

Eerlijk: ik moest best even wennen. Zeker de eerste weken had ik vaak het gevoel dat Trouw saaier was en minder urgentie uitstraalde. Tot ik me realiseerde dat ik gewoon zo gewend was AAN AL DIE SCHREEUWERIGHEID EN HARDE KRETEN, dat de verdieping, terughoudendheid en nuance van Trouw op me overkwamen als ‘minder scherp’.

Hmm, interessant.

En inderdaad begon ik m’n nieuwe krant steeds meer te waarderen. Is het eigenlijk wel nodig om à la minute van alles op de hoogte te zijn? Is dat niet juist de reden dat ik wegblijf van sociale media? Waarom zou ik dat dan wél zoeken in een krant?

Tegelijkertijd miste ik op zaterdag m’n Volkskrant Magazine – vooral de interviews, Hiske Versprilles restaurantrecensies en mijn favoriete columnisten. En ik vond het best jammer dat ik op internet geen Volkskeuken-rubrieken meer kon lezen. Of zo nu en dan kon genieten van een messcherpe Sheila Sitalsing.

Trouwens, niet alleen jámmer: ik begon ook te beseffen dat het lezen van al die goedgeschreven stukken voor mij een soort vakliteratuur is. Door veel doordachte diepte-interviews voor ogen te krijgen, word ik zelf ook beter in het schrijven van zo’n interview. Door die kookrubriek te volgen, krijg ik inspiratie om over eten te schrijven (en leer ik daarvan de do’s en dont’s). En door te lezen over maatschappelijke ontwikkelingen, blijf ik me daar zelf toe verhouden. Ook dat komt mijn (schrijf)werk ten goede.

Nou heeft Trouw gelukkig óók een fijne weekendbijlage, Tijdgeest. Maar toen m’n proefabonnement was afgelopen en er vorige week helemáál geen weekendkrant in de bus viel, voelde dat ineens wel erg leeg. Gauw fietste ik naar de Primera en keerde terug met beide kranten, en vooruit, ook nog de nieuwe LINDA., Happinez en een logikwis-puzzelboekje…

Hartstikke leuk natuurlijk, maar financieel niet de handigste situatie. Dus wat nu? Ik ben er nog niet uit. In elk geval heb ik me weer laten verleiden tot een digitaal abonnement op de Volkrant, zodat ik in elk geval online kan lezen. Maar ja, dan kom ik dus ook weer sneller uit bij dat schreeuwiger nieuws. Het liefst zou ik voor nieuwsberichten op Trouw leunen, maar ja, dan heb ik weer geen Volkskeuken en VK magazine

De tijd zal het leren, zullen we maar zeggen.
En intussen fiets ik gewoon wat vaker naar Primera.

PS. Ik heb sinds kort ook weer een maandabonnement op de Correspondent, iets wat ik als erg waardevol ervaar omdat zij niet het dagelijks nieuws volgen maar op zoek gaan naar de lange lijnen en diepgaander verhalen schrijven.

Tot slot: elke dag wandelen

Nou ja, bíjna elke dag. Eerlijk is eerlijk, vandaag ben ik nog niet geweest. Maar ik merk op werkdagen een enórm verschil of ik wel of niet ‘s morgens eerst even een rondje om het park heb gelopen. Wat is het lekker om buiten te zijn, en om te bewegen.

En wat maak je dan ineens veel mee van die prachtige herfstkleuren.

1+

Ook de herbivoor drinkt graag een glas rood

Lieve sommeliers, wees eens wat vrijgeviger naar vegetariërs! Laatst at ik bij een sterrenrestaurant en ik durf het bijna niet te zeggen, maar het wijnarrangement viel me behoorlijk tegen. Niet dat ze niets lékkers schonken, hoor. Afzonderlijk waren alle glazen van topkwaliteit.

Het was alleen allemaal nogal veel van hetzelfde. Waar mijn vleesetende tafelgenoten een prachtig palet aan wijnen bij hun gangen kregen, had ik vijf keer wit in mijn glas. Nu houd ik enorm van witte wijn, en ik weet dat een Portugese alvarinho en een viognier uit Sonoma Valley mijlenver uiteenliggen – niet alleen topografisch. Maar als ik zes uur lang zit te dineren, begin ik me op een gegeven moment ook best te verheugen op een glas rood.

En dit voorbeeld staat niet op zichzelf. Als nieuwbakken planteneter heb ik regelmatig het idee dat ik maar een postzegel van de wijnkaart te proeven krijg. Stevig rood is sowieso uit den boze, lijkt het wel; als ik het lief vraag, wil de gastheer van dienst me wel een spätburgunder schenken, maar daar houdt het dan ook mee op.

Ik kan me de schroom trouwens wel voorstellen hoor. Groenten, peulvruchten en paddenstoelen spelen als het om wijn-spijs-combinaties gaat nog vaak een bijrol. In de meeste Europese gerechten voeren dierlijke producten de boventoon. En basisregel bij wijn-spijs is nu eenmaal dat de twee elkaar in balans moeten houden. Overheerst de wijn, dan proef je het eten niet meer. Gevolg: stevige rode wijn bij rood vlees, lichter rood of vol wit bij gevogelte, houtgerijpt wit bij vette vis en romige sauzen. Rioja met lam of rauwe ham, sancerre met geitenkaas. En groente, tja, daar kan dan het beste wat lichts bij.

Lees ook: 7 dingen die ik leerde over wijn en spijs.

Maar wat als je niets eet van een dier? Vegetariërs, zo was lange tijd het culinaire oordeel, zijn toch ietwat Spartaanse deugmensen die zich aan tafel simpelweg moeten aanpassen. Ben je veganist, dan mag je blij zijn als er überhaupt iets te eten voor je is.

Maar jongens, het is 2020. Steeds meer Nederlanders eten gedeeltelijk of helemaal plantaardig – zien in elk geval het belang daarvan. Horeca en supermarkten springen in op die trend; zo verdubbelt Albert Heijn dit najaar z’n assortiment veganistische producten. Toch lijkt het of het gros van wijnkenners nog altijd denkt dat een herbivoor per definitie minder culinair onderlegd is. Laat staan dat-ie zin heeft in een interessant glas bij z’n maaltijd.

Een beetje ouderwets, als je het mij vraagt. Vegetariërs anno 2020 zijn bij uitstek levensgenieters. Júist, zou ik willen zeggen, want ze proberen hun leven zó in te richten, dat de aarde voor ons mensen nog een tijdje bewoonbaar blijft. Tijd voor een toekomstbestendige wijn-spijsleer, met plantaardig voedsel op de eerste plaats.

Kijkend naar de wijn-spijscombi’s die nu worden gemaakt, lijkt de aanname dat vegavoedsel altijd licht, fris, knapperig en weinig rijk van smaak is. Maar de plantaardige keuken is zó veel meer! Gooi die aubergine lekker een uur in de oven, rooster je paprika’s en kijk wat een smaak er vrijkomt. Stoof kikkererwten met flink veel kruiden, verwonder je over de textuur van gemarineerde tempeh. En durf daar wat stevigs bij te schenken.

Lees ook: Malbec – krachtpatser met twee gezichten.

Weet je, het is heel simpel: ik weiger om nooit meer zinfandel te drinken, omdat daar nu eenmaal ‘vlees bij hoort’. Om Portugese knallers aan me voorbij te laten gaan, omdat er teveel tannines in zitten als je ‘m zonder dierlijk eiwit serveert. Want het kan wél. Paddenstoelenrisotto smaakt voortreffelijk bij rode bourgogne. Carménère combineert prima met een kruidige Indiase curry. Malbec heeft heus geen vlees nodig, zolang je maar iets anders serveert dat voldoende eiwit en vet bevat om de tannines te verzachten. En gevulde portobello’s kunnen zelfs een pittige nebbiolo aan.

Kortom, de wereld van wijn en plantaardig eten ligt voor ons open. Ik heb superveel zin om dat braakliggend terrein te verkennen. Beste sommeliers, doen jullie mee? Dan verheug ik me alvast op m’n volgende wijnarrangement.

1+