• Spiri

    Ik weet het even allemaal niet zo goed, met spiritualiteit.

    Kijk, dit jaar ben ik me gaan verdiepen in de spiri side of life. Ik track m’n menstruatiecyclus, trek af en toe orakelkaarten, probeer in de gaten te houden wanneer het volle of nieuwe maan is. Soms brand ik salie om het huis te reinigen, ik maak bewust verbinding tussen mijn lichaam en de aarde en probeer te voelen welke energie/emoties van mij zijn en welke bij anderen horen.

    En nu ik dit zo opsom, besef ik al hoe oppervlakkig het klinkt. Alsof een setje kaarten je ineens wijs en verlicht maakt. Daar gaat het nu juist niet om. Het is alleen zo moeilijk uit te leggen…

    In elk geval merk ik dat bezig zijn met zingeving en spiritualiteit me iets brengt. Het is prettig om rituelen te doen, om stil te staan bij wat je voelt. Om dat ook met anderen te delen. Tegelijkertijd is De Kritische Wetenschapper sterk in mij aanwezig. Dus bij veel van de dingen die ik lees of doe, roert zich een knagend stemmetje in mijn achterhoofd: oh ja??? Zit dat zo? Hoe weet je dat? Is daar bewijs voor?

    Want laten we eerlijk zijn: ook de spirituele wereld zit vol ego’s. Met mensen die vooral overtuigd van zichzélf zijn en groepen die zich daar dankbaar aan laven.

    En dan zit ik weer te googlen naar wetenschappelijk bewijs voor de invloed van de maan op je cyclus (schijnt er niet of nauwelijks te zijn). Dan voel ik ergernis als ik zie dat in spirituele kringen indianenverhalen over coronavaccins de ronde gaan. Erger ik me vervolgens weer aan mezélf, dat ik dat ‘indianenverhalen’ noem. Want wat weet ik er zelf nou van? Wie heeft eigenlijk echt de waarheid in pacht?

    Kijk, de wetenschap weet niet alles. Ze is zelf trouwens de eerste om dat te erkennen. En wat nu als er dingen zijn die je werkelijk nooit zult kunnen bewijzen? Dingen die je per definitie niet kunt meten – waar je gewoon in moet geloven? Ik moet denken aan Dumbledore: those who don’t believe in magic will never find it.

    Tegelijkertijd weet ik ook hoe je als mens jezelf voor de gek kunt houden. Hoe in ons brein psychologische mechanismen aan het werk zijn die maken dat we een neiging hebben tot tunnelvisie, cognitieve dissonantie willen wegnemen. Vertroebeling.

    Hoe weet je wat waar is?
    De spirituele mens zegt dan: gewoon, door goed te leren voelen.

    Maar hoe weet je wanneer je dat gevoel écht kunt vertrouwen? Ik voel vaak dingen die achteraf niet blijken te kloppen, gevoelens die het product zijn van mijn eigen angst. Bovendien: ik vind het moeilijk om geen oordeel te hebben richting spirituele westerlingen die ‘zichzelf gaan zoeken’ in luxeresorts op Bali. Als je echt zou voelen, voel je toch ook dat al die vliegreisjes de aarde en je medemens schaden?

    Maar ja, dat zal wel weer een te simpele gedachte zijn.

    Gelukkig zijn er ook veel dingen waarvan ik voel dat ze wijs, puur en waar zijn. Zoals coach Margo, bij wie ik komend jaar een spirituele jaartraining ga doen. En sterrenkundige Heino Falcke, die ik dit jaar interviewde. Falcke is wetenschapper én hij gelooft in God. Hij zei veel interessante dingen, waaronder dit: ‘Ik ben vol van hoop en geloof. We stellen iets voor als mens, we hebben betekenis, punt. Ja, dat is een overtuiging, ik kan het niet bewijzen. Maar hiermee wil ik leven en dat wil ik ook uitdragen. Ik wil mensen meenemen in die hoop, in het begrip dat je betekenisvol bent.’

    En daar krijg ik nou hoop van.

    Met dank aan Des.

    1+
  • Mijn favoriete recepten

    Twee lezers vroegen om mijn favoriete recepten! Nu wil het toeval dat ik dit jaar 18 nieuwe recepten toevoegde aan m’n online kookschrift. Ter vergelijking: soms zijn er jaren waarin ik daar niets nieuws noteer.

    In 2021 wilde ik elke week een nieuw plantaardig recept proberen. Niet lang daarna ontdekte ik de Vegan Box en die hadden we zolang we in Utrecht woonden. Ik vond het een uitkomst: dankzij die box kookten we dagelijks plantaardig, zonder dat ik allemaal nieuwe recepten hoefde op te zoeken.

    Sinds we in Elst wonen, hebben we geen Vegan Box meer. Ze bezorgen hier wel hoor, maar ik heb juist weer meer zin om zelf te bedenken wat ik ga koken. Wel hebben we sinds kort een biologisch groentepakket van tuinderij de Stroom, een bedrijf hier in de regio. Ik ben er superblij mee, want door deze pakketten leer ik te koken met groenten die ik anders nooit zou kopen.

    Met zo’n groentepakket kook je automatisch met de seizoenen mee. Dat wilde ik al jaren leren, maar bij de supermarkt shoppen + seizoensgroenten kopen is nog niet zo simpel. Tenminste, ik vind het altijd gedoe om al die bordjes met herkomstlanden na te gaan, de groentekalender erbij te pakken, en dan ook nog te bedenken wat ik met zo’n groente ga maken.

    Anyway, die recepten dus.
    Deze 10 gerechten – in willekeurige volgorde – vind ik een groot succes:

    1. Comfy ovenschotel met prei, boerenkool en knoflooktoast – dit maakte ik pas 1 keer maar het was ZO lekker dat ik niet kan wachten tot we weer boerenkool in het groentepakket hebben.

    2. Kruidige aubergineschotel met gerookte paprika, kikkererwten en couscous – lekker en voedzaam stoofpotje, ook voor als je gasten krijgt.

    3. Nasi goreng met zelfgemaakte seroendeng – dit recept komt uit de Vegan Box en ik vind het een buitengewoon geslaagd nasi-recept.

    4. Linzencurry uit de Ecostoof – misschien wel m’n favo gerecht om te maken als er mensen komen eten. Je maakt het overdag al en laat het dan een aantal uur garen in de Ecostoof, een soort hooikist. Ook nog energiebesparend dus! Ik denk trouwens dat je het ook zonder Ecostoof kunt maken.

    5. Risotto met paddenstoelen, citroen en gegrilde asperges – de vrienden voor wie ik dit klaarmaakte, konden bijna niet geloven dat het helemaal plantaardig is. Zo rijk en romig!

    6. Risotto met pompoen en salie – ja, ik houd van risotto. Dit maakte ik vorige week voor het eerst en het was zéér voor herhaling vatbaar. Gelukkig is pompoen nog wel effe in het seizoen.

    7. Spaghetti bolognese – maar dan zonder vlees, natuurlijk. Deze maak ik al jaren en het blijft een goeie.

    8. Rode curry met udon noedels – dit maak ik graag als ik weinig zin heb om te koken, maar wél wat gezonds wil eten. Het staat binnen een kwartiertje op tafel.

    9. Oma’s appeltaart – Vriendin A, die gek op appeltaart is, zegt dat dit misschien wel haar lievelingsrecept is.

    10. Appel-peercrumble met kaneel en kardemom – ‘pepernoten met appel’, noemde een vriendin dit onlangs. Perfect toetje voor gure herfst- en winteravonden.

    Wat is jouw favoriete recept van dit jaar? Deel het in de comments!

    Met dank aan Eline en Shirah.

    1+
  • Gaatjes

    Voor de gelegenheid heb ik even een foto van het ding opgezocht. Negentien was ik, toen ik mijn lippiercing liet zetten bij een shop in Nijmegen. Ik herinner me het geluid van de naald door m’n huidlagen en weet nog dat het minder zeer deed dan de traguspiercing die ik een jaar eerder in m’n rechteroor had laten zetten.

    De lippiercing hield het maar een jaartje uit. Niet omdat ik m’n beu was – ik voelde me er eigenlijk wel prettig bij. Dat staafje door m’n lip was echt van mij. Het maakte me een tikje minder lief-en-schattig, het was een kleine daad van verzet tegen het gewone, een uiting van ‘ik ben niet zo mainstream als ik me verder gedraag’.

    Hij moest eruit omdat-ie er anders uit zou groeien. Mijn lippiercing was een zogenaamde ‘eskimo’: niet horizontaal maar verticaal door je lip gepiercet, geen ringetje om je onderlip maar een staafje met twee bolletjes. Het risico daarvan is dat je lichaam ‘m er zelf uit gaat werken, als een splinter. Dat gebeurde dus, en ik had weinig zin om de rest van m’n leven rond te lopen met een enorm litteken op m’n lip. Nu zie je er niets meer van, behalve wanneer ik met m’n tong tegen mijn onderlip duw om de huid strak te trekken. Dan wordt een wit puntje zichtbaar.

    Ach, intussen had het toch niet meer gekund. Werken in politiek Den Haag was met een piercing wat ingewikkeld geworden en ik weet ook niet of Einder er bijzonder blij mee was geweest. In elk geval had ik me wat steviger moeten bewijzen tegenover klanten, vermoed ik, sommige mensen hebben nu eenmaal flinke vooroordelen tegenover piercings. Of je nu wilt of niet: met die twee gram titanium in je lip maak je een statement.

    Ik vind het nog steeds stoer dat ik die piercing heb gehad. Af en toe droom ik er nog van: gewoon weer de shop binnenlopen en opnieuw iets laten zetten. Iets kleins dan, misschien gewoon in m’n oor maar dan wel op een plek die nét anders is. Een stukje expressie.

    Wat me tegenhoudt is niet zozeer de pijn tijdens het zetten, als wel het gedoe van genezen. Dagelijks ontsmetten met zeep, het fragiele staafje heen en weer bewegen over rauwe huid om te voorkomen dat-ie vastgroeit. Gedoe met douchen, gedoe met zwemmen. Zeker bij de traguspiercing – die in m’n oor – duurde het genezingsproces lang. Een jaar later voelde ik nog altijd een hard knobbeltje naast de piercing, een hoekje dat de neiging had te gaan zweren.

    Maar wie weet, ooit.

    Met dank aan JJ.

    0
  • Kat

    Toen onze huiskater Thijs op mijn veertiende doodging, dacht ik: later neem ik ook een kat. Maar ja, zo eenvoudig denkt een tienerbrein. Woon je eenmaal op jezelf, dan blijken dingen toch wat minder simpel. Een huisdier op je studentenkamer is bijvoorbeeld nauwelijks een optie. Oké, ik had studievrienden met katten, maar mijn leven was daar veel te onregelmatig voor. Het arme beest zou zijn weggekwijnd van eenzaamheid en het was trouwens al lastig genoeg om m’n kamer enigszins schoon te houden zonder ook nog een kattenbak te moeten leegscheppen.

    Tja en dan ben je afgestudeerd en is je leven nog steeds niet geschikt voor huisje-boompje-beestje. Fulltime aan het werk bij de krant – daar past een poes niet bij.

    Zie trouwens maar eens een huurappartement te vinden als je nog geen vast contract hebt (of überhaupt een contract, want de eerste twee jaar van m’n carrière werkte ik op freelancebasis). Dan is zo’n kat een extra obstakel, de meeste verhuurders zijn er duidelijk over: geen huisdieren. O ja, en mijn vriend was allergisch voor katten.

    Het leven ging door, m’n relatie ging uit en ik verhuisde naar de Floris. Opnieuw: géén plek voor huisdieren. Op een avond vond m’n huisgenootje een verdwaalde poes op het balkon en hoewel we allemaal meteen verliefd waren, besloten we toch maar de dierenambulance te bellen.

    Inmiddels had ik B leren kennen en een van zijn vele kwaliteiten bleek dat hij een kattenmens is. Kijk, zo komen we ergens. Hoewel? Ook het appartement waar we eind 2019 samen in trokken, was verboden voor huisdieren. En hoewel we een relaxte huurbaas hadden, voelden we er beiden weinig voor om deze discussie met ‘m aan te gaan. Misschien waren we er stiekem ook nog niet aan toe.

    Een koophuis haalt de meeste beren van de weg. Geen huurcontracten met regels, meer dan genoeg ruimte. Maar we wonen hier nu drie maanden en er is nog steeds geen kat. Weliswaar hebben we urenlang gediscussieerd over of het er één of twee moeten worden – ‘katten zijn solitaire dieren’, aldus de ene vriendin, \ze worden hartstikke blij van een speelmaatje uit hetzelfde nest’, zegt de ander. De discussie is nog niet beslecht, maar het lijstje namen ligt al klaar. Wie zei ook alweer dat een huisdier de opstap is naar een baby?

    Weet je, da’s het ding. Zelf ben ik de laatste tijd meer bezig met de vraag of ik kinderen wil (ja) en wanneer dan (eerst m’n bedrijf stevig neerzetten). En dus lees ik liever verhalen over hypnobirthing dan artikelen over hoe je voorkomt dat je kat in de gordijnen hangt.

    Aan de andere kant: het is wel gezellig, zo’n kat om mee te kroelen.

    En toen deed zich de ideale kans voor. Vrienden gaan binnenkort een halfjaar naar het buitenland en zoeken nog oppas voor hun twee poezen. Misschien wat voor ons, polsten ze subtiel?

    Voor de vorm dachten we er nog een dag of drie over na.
    Maar natuurlijk gaan we het gewoon doen.

    Met dank aan Romy en Claudia

    5+
  • Proloog

    Het idee is simpel. Deze kerstreeks – adventbloggen – is bedoeld om het bloggen wat aan te zwengelen en vooral ook om mezelf weer even LOS te schoppen, qua schrijven. De verleiding is groot om gepolijst te gaan schrijven. Om stukjes te tikken die ik van tevoren al helemaal heb uitgedacht, om daarna nog eindeloos te schaven tot het ritme compleet klopt en er geen zin te veel meer in staat.

    Maar. Dat verkrampt m’n schrijfspier, het plet m’n creativiteit. Soms moet je de woorden gewoon laten stromen. Tikken, tikken, en dan maar zien. Niet te veel nadenken.

    Daarom werkt dit denk ik goed: feitelijk geven jullie, lezers, me steeds een schrijfopdracht. Jullie kwamen met een hele lijst ideeën waar ik zelf nooit op was gekomen: schrijven over poezen, m’n favoriete series en wat ik leerde van therapie. Veel dank daarvoor – ik was verrast door alle verzoekjes.

    Omdat creativiteit ook wordt gestimuleerd als je jezelf beperkingen oplegt, én ik anders de neiging heb om het weer veel te groot en veel omvattend te maken, telt elk stukje maximaal 500 woorden.* Voorkomt ook dat jij hele epistels moet gaan zitten lezen. Of nou ja, dat hoef je natuurlijk sowieso niet, maar toch.

    Oké, dus daar gaan we. Elke dag een stukje, tot en met 25 december. Veel plezier!

    *In principe dan. Ik sluit niet uit dat ik hier en daar iets meer ruimte pak. ;-)

    2+