A little bit of everything, all rolled into one

feestje! & stomme peesontsteking is wéér terug…

Op de valreep heb ik een supervlog voor jullie. Op de valreep omdat het nu tegen middernacht is en ik morgenvroeg naar Frankrijk vertrek, super omdat-ie bijna twee weken aan beeldmateriaal bevat.

Maar je leest het goed, we gaan uiteindelijk niet naar Italië dus. Leek ons corona-technisch toch niet de handigste optie (maar we wilden wel heel graag even Nederland uit). En heel veel wandelen en andere actieve dingen – wat ik graag doe op vakantie – zit er ook niet in, want al dat lopen van laatst heeft helaas z’n tol geëist. Grr. Verder bevat deze vlog gelukkig vooral veel léuke dingen: cheesecake bijvoorbeeld, beelden van mijn verjaardag-in-het-park, Vegan B&J’s (is dat nou lekker?) en het filmdebuut van Ruby het Racemonster.

Veel kijkplezier – en tot over twee weekjes!

0

de rest van de week

Dinsdag

  • Fijn zonnig zomerweer.
  • Dat B’s vriend J spontaan kwam eten én een fles bubbels meenam om te vieren dat B zijn aller-allerlaatste dienst als huisarts in opleiding erop zat.
  • ‘s Avonds schrijven op de bank.

Woensdag

  • Dat lieve collega H slingers en een cadeautje voor me had meegenomen naar kantoor (ook al bleek ik daar niet te zijn, maar toch, zo lief, moest er de hele dag steeds aan denken).
  • Laatste dingen voor werk afronden en dan VAKANTIE! (Ook laatste keer VoorleesExpress voor de vakantie en dat A zo gezellig tegen me aan kwam hangen terwijl we de boeken over Lotje lazen.)
  • Na werktijd mijn nieuwe fiets ophalen, Ruby het Racemonster.

Donderdag

  • Jarig zijn en beneden komen en dat er allemaal slingers hangen en er vrolijke muziek opstaat (The Feeling – Helicopter).
  • Allemaal digitale felicitaties, kaartjes met lieve woorden in de brievenbus, even bellen met E.
  • Naar De Sterrenberg en daar ‘s avonds heerlijk uitgebreid dineren.
  • (stiekem een vierde ding want hé ik was jarig!) Prachtige ketting en oorbellen krijgen van B.
chocolade-truffeltaart

Vrijdag

  • Heerlijk hotelontbijt met eggs norvegienne, een croissantje en vers fruit.
  • Dat de mensen van de mountainbikeverhuur zo coulant waren (we hadden gereserveerd en al betaald, maar mijn voet speelt weer enorm op deze weken dus we konden helaas niet gaan – nu mogen we alsnog later dit seizoen de reservering inlossen!).
  • Om dezelfde reden (stomme voet) een rustig dagje in het hotel dat na even balen – zit je in zo’n prachtig natuurgebied, kun je er niet op uit trekken! – uiteindelijk heel fijn was. Spelletjes, zwemmen, sauna, boekje lezen (Jaap Robben – Zomervacht, net begonnen en nu al prachtig), samen in het grote hoekbad met bonbons, en ‘s avonds opnieuw heerlijk dineren met goede bijpassende wijnen (leve halve glazen, trouwens). Het enthousiasme van de sommelier.

Zaterdag

  • Nog een ochtend wakker worden in het hotel, zo fijn om daar het gevoel van alle tijd te hebben.
  • Dat het maar 20 minuutjes rijden was naar J en E in Arnhem, goede gelegenheid om bij hen te lunchen en een potje Orléans te doen.
  • Avondeten bij de ouders van B en daarna samen nog een keer de video bekijken die ik als verrassing had samengesteld voor zijn afstuderen – met bijdragen van allemaal lieve mensen in zijn leven.
0

29

Dit wordt een kort blogje, want B en ik staan op het punt om te vertrekken naar een heerlijke plek op de Veluwe, waar we twee nachten gaan chillen, wandelen, mountainbiken, sauna’en en goed eten.

We hebben iets te vieren: ik ben 29 geworden én B is officeel huisarts.

Over dat tweede moet hij zelf maar een keer wat vertellen, laat ik het hier lekker bij mezelf houden. ;-) Hoe dan ook: ja, 29. Mijn laatste jaar als twintiger is vandaag officieel ingegaan. Jeetje.

Natuurlijk ga ik dan een beetje denken over waar ik vandaan kom en waar ik sta. Daar kan ik weer een heel verhaal over schrijven, maar eigenlijk is het vrij simpel: ik ben blij met hoe het gaat, tevreden met de plek die ik op dit moment heb in de wereld. Trots op wie ik ben en wat ik doe.

Komend jaar wil ik vooral alleen maar meer van dit. (Oké, natuurlijk niet meer corona en klimaatverandering en racisme, maar je snapt me.)

Dus op nog een jaar,

een jaar met elke dag – elke stap, elke meditatie, elk fietsrondje, elke ontmoeting – weer een stukje dichter bij mezelf raken.
een jaar waarin ik veel blijf schrijven, misschien daarin weer wat nieuwe grenzen verken.
een jaar vol liefde, vriendschap en fijne momenten met de mensen die me dierbaar zijn.
een jaar met open gesprekken, met echte verbinding.
een jaar met tranen, me verder open durven stellen voor verdriet (dat van mezelf en van anderen).
een jaar met heerlijk eten en goede wijn.
een jaar met verder groeien, maar niet hóeven groeien.

En een jaar vol lol met dit fantastische nieuwe racemonster.

cube attain gtc race
Haar naam is Ruby.
1+

ministers

‘Is het nog oké?’, vragen B en ik elkaar regelmatig. ‘Voelt het voor jou nog goed?’

Tien maanden wonen we nu samen en nog steeds bekruipt ons beiden regelmatig het gevoel dat we te weinig doen in huis. Echt een verrassing is dat niet, want dit fenomeen kenden we al van de momenten dat we samen op reis zijn.

In Maleisië hadden we alle taken in ‘ministeries’ onderverdeeld, een overblijfsel uit B’s jeugd. Ik was bijvoorbeeld minister van Voedsel – en zocht dus de lekkerste restaurantjes uit. Hij was minister van Belangrijke Zaken, dus de pasjes van de hotelkamer bleven veilig in zijn portemonnee. Dit werkt supergoed voor ons, want blijkbaar vinden we precies de dingen leuk om te doen waar de ander een hekel aan heeft.

Ik haal plezier uit uren TripAdvisor afstruinen naar bijzondere eettentjes. Hij begrijpt niet waarom je daar zoveel moeite voor zou doen (maar moet inmiddels toegeven dat de investering wél loont). En waar ik op reis continu gestrest check of m’n paspoort, portemonnee en telefoon nog niet gestolen zijn, en ik mezelf er telkens aan moet herinneren om zulke zaken niet overal te laten slingeren maar netjes op te bergen op hun plek, is dat voor hem een tweede natuur. ‘Het kost me meer energie om het níet te doen’, zegt hij dan schouderophalend. (Onbegrijpelijk. ;-))

Halverwege die vakantie in Maleisië begon ik voor het eerst voorzichtig over deze verdeling. ‘Zeg,’ zei ik een beetje schuldbewust, ‘ik heb nou eigenlijk het idee dat ik geen klap uitvoer en jij alles moet doen.’

Bleek hij dus precies hetzelfde te hebben.

Exact zo werkt het nu we samenwonen. Zonder veel overleg verdelen we de taken: ik kook meestal, bedenk wat we gaan eten en haal de weekboodschappen. Hij doet de was en strijkt, zet het vuilnis buiten, maakt ‘s avonds de keuken schoon. Ik houd zicht op de financiën, hij verschoont wekelijks het bed.

Natuurlijk gaat het niet honderd procent van de tijd zo. Soms doen we samen boodschappen, bijvoorbeeld als we ‘s zaterdags naar de markt gaan om kaas te kopen. Vanmorgen zette ik voor de verandering de gft-bak buiten, en voor hij naar z’n werk ging vroeg B mij om straks de was op te hangen. Op donderdagen kookt hij vaak, want dan is hij vrij.

Vaak voelt het belachelijk lui en verwend dat ik nauwelijks nog sokken hoef te vouwen (ik haat de was doen). Maar als ik dat aankaart, lacht hij dat het nog altijd een opluchting is dat-ie amper naar de supermarkt hoeft (dat zit bij hem dan weer in de categorie ‘noodzakelijk kwaad’).

Wat ik vooral zo fijn vind, is dat dit alles grotendeels vanzelf lijkt te gaan – maar we het niet voor lief nemen wat de ander doet, misschien j́úist omdat we zelf zo’n hekel hebben aan die taakjes. Ik ben elke zondagavond weer dankbaar als ik in een schoon bedje kruip, zonder dat ik daar iets voor heb hoeven doen. Hij verzucht regelmatig ‘dat het zó fijn is dat ik al gekookt heb’ als hij moe thuiskomt – ook als ik gewoon maar restjes heb opgewarmd.

Bovendien durven we er steeds meer op te vertrouwen dat de ministers van Vuilnis en Huisraad verantwoordelijkheid nemen voor hun taak, maar ook kunnen delegeren en om hulp vragen als dat nodig is.

Dus ja, het is nog helemaal oké. En wat voelt dat goed.

2+

Italië?

Misschien, zei B vrijdag ineens, moeten we toch maar niet gaan.

Want ja, we zouden dus op vakantie naar Italië. Vooruit, als alles goed gaat, voegde ik daar steevast aan toe, want niets is zeker in tijden van corona. Zéker als je naar een land wil dat drie maanden terug nog stevig piekte in besmettingen.

Vorig jaar aan het Iseomeer waren we ons nog van geen pandemie bewust…

Nu is het niet alsof het Italië-plan er al máánden ligt. Toen het virus dit voorjaar inkickte, legden we ons er vrij snel bij neer dat weggaan in de zomervakantie ‘m niet ging worden. Met geluk een weekje zeilen in Friesland misschien, en anders gewoon een creatieve thuisvakantie. (Ik maakte al een lijstje vol wilde plannen in de categorie ‘een tent bouwen in de woonkamer’ en ‘een hele dag alleen dingen eten die beginnen met de letter P’).

Maar toen de wereld er half juni plots vakantietechnisch een stuk rooskleuriger begon uit te zien – code geel, we mogen weer! – begonnen we langzaam te dromen van het lago di Garda. Mondkapjes in de tas en gáán, gewoon lekker met de auto, niets boeken, kun je ook zo weer terug of toch ergens anders heen.

En zo was wat begon als een aarzelend plan de afgelopen weken ineens vrij concreet geworden. We mochten de camperbus van B’s ouders lenen. We wilden wijnproeven in de Valpolicella-regio. Ik begon stilletjes te mijmeren over verse pasta met pompoen en salie-botersaus. Elke morgen de dag beginnen met een duik in het meer. ‘We moeten maar snel een keer die Amarone opdrinken’, zei ik tegen B, ‘want binnenkort kunnen we toch nieuwe halen’.

En ijsjes natuurlijk, hmmm Italiaanse ijsjes. Ik bedoel, Venezia is ook lekker hoor maar dit is toch wel de real deal.

Juni tikte weg, het aantal besmettingen bleef laag. Hier en daar las ik hoopvolle verhalen: júist nu zou het goed toeven zijn in Italië – heerlijk rustig, immers, zonder al die Amerikaanse en Chinese toeristen!

Maar toen kwam B afgelopen vrijdag thuis van zijn werk. ‘Mijn collega’s lachten me vierkant uit toen ze hoorden dat ik naar het buitenland wil’, zei hij somber. ‘En om eerlijk te zijn ben ik daar wel een beetje van geschrokken.’

Ik prikte m’n vakantiebubbel door en bekeek de nieuwsberichten van de laatste dagen opnieuw met kritische blik. Een flinke toename van coronagevallen in België, Frankrijk en Italië. Delen van Spanje opnieuw in halve lockdown. Twee keer zo hoge dagelijkse besmettingscijfers in ons eigen land.

Hmm.

Weet je, bang om ziek te worden ben ik niet. Misschien naïef, maar ik heb best vertrouwen in m’n antistoffen (al weet ik dat het nog maar de vraag is of die na drie maanden nog in m’n lijf zitten). En zelf kan ik in noodgevallen prima op afstand werken, in Italië hebben ze ook WiFi. Ons voornaamste probleem is dat B op 10 augustus terug móet zijn, voor z’n eerste klus als waarnemend huisarts.

Beetje jammer als je dan vast komt te zitten in een Italiaans dorpje omdat daar een besmettingshaard blijkt te zijn.
Of Duitsland en België de grenzen dichtgooien en je niet terug in Nederland kunt komen.

Want hoewel het ministerie nog altijd zegt dat je best op vakantie kunt, zijn ze er ook helder over dat dat op eigen risico is – en ze ditmaal geen landgenoten gaan terughalen. Je weet immers waar je voor tekent.

Kortom, misschien is het tijd om een plan B te bedenken. Ik baal daar best van en dat vind ik dan ook weer wat verwend van mezelf, kom op Suusie er is een pandemie gaande, wereldwijd gaan duizenden mensen dood, artsen en verpleegkundigen werken zich een burn-out, bedrijven gaan failliet, mensen raken hun baan kwijt en jij maakt je druk om je f*king zomervakantie?? Maar nou ja, eerlijk is eerlijk, ik wilde gewoon best graag even eropuit.

Nu zitten we dus te kijken naar andere opties. Waar ik in elk geval géén zin in heb, is met tweehonderd andere Nederlanders op een of andere overvolle camping in Drenthe zitten. Duitsland trekt me ook niet echt, maar het Zwarte Woud schijnt heel mooi te zijn en bovendien hebben ze in die regio ook best mooie wijnen. Misschien kun je er geen supergoeie pasta’s of ijs krijgen, maar toch in elk geval Schwarzwälder Kirschtorte. En het voordeel van Duitsland is dat we met zeven uurtjes reizen, zonder andere landen te doorkruisen, weer aan onze eigen landsgrens zijn.

Of misschien moeten we toch maar gewoon gaan zeilen? Huizenruil doen met vrienden die ook thuisblijven? Kijken of er nog een huisje vrij is op een Waddeneiland? (Hahaha grappig, dat laatste.)

Weet je, eigenlijk past een vakantie dicht(er) bij huis ook wel bij mijn voornemen om minder ver te reizen – qua klimaat en toekomstbestendig vakantievieren, en zo. Best goed eigenlijk, om mezelf even uit mijn comfort zone te dwingen. Wie weet wat voor ontondekte pareltjes er zijn waar ik geen weet van heb. En waar is mijn beeld van Duitsland überhaupt op gebaseerd, ik ben nauwelijks in dat land geweest!

Dus mocht je nog een goede tip hebben: gráág.

Ga ik intussen vast bedenken welk eten er allemaal nog meer begint met de P.

0