• www

    Giving yourself the space and time to respond instead of reacting blindly is an important way to reclaim your power.

    Yung Pueblo

    *WWW = Wise Words Wednesday, een blogserie die ik tegenkwam bij Eva.

    0
  • Alleen

    Waaraan ik merk dat ik echt een tijdje weg ben geweest: mijn filter voor ‘wat belangrijk is’ functioneert een stuk beter.

    Je weet wel, als de weken elkaar in rap tempo opvolgen en alles tegelijk lijkt te komen, is het zo makkelijk om je te laten meeslepen. Je agenda te ‘laten’ volplannen. In elk geval, zo gaat het nog altijd bij mij. Oké, natuurlijk doe ik het uiteindelijk allemaal zelf, maar er zijn nu eenmaal altijd zo veel dingen waar ik enthousiast over ben, mensen die ik graag zie en spreek.

    En begrijp me niet verkeerd: dat wil ik dan ook écht.

    Maar. Dan ben ik een maand los van alles. Alleen met B, m’n boeken, schrijfboekje. Dan lees ik dingen die me boeien. Kijk van een afstandje naar mijn leven.

    En waar ik in de eerste vakantieweek nog riep dat ik ook echt blij word van Instagram, zie ik inmiddels ook weer de keerzijde. Niet zozeer van Insta trouwens, maar wel van overmatig schermgebruik in het algemeen. Van overmatig plannen, bovendien.

    Al op de eerste werkdag gisteren voelde ik mezelf weer in de digitale druktetunnel glijden. Terwijl ik tegelijkertijd zo sterk voel: nee, niet terug naar die rush.

    Kijk, ik vind het echt geen probleem om mijn werkdagen achter m’n laptopje te slijten. Heerlijk zelfs! Maar ik wil ook de rust van offline zijn blijven ervaren. Van even-helemaal-niets. En als ik niet oplet, ben ik door die smartphone nooit langer dan een halfuurtje écht alleen. Ik sta met internet op en ik ga ermee naar bed, letterlijk, want die telefoon ligt op m’n nachtkastje en als ik niet kan slapen ga ik liggen scrollen.

    “Zonder telefoon kan ik niet lekker wakker worden”, vertelde ik mezelf altijd. Vanmorgen besefte ik dat het andersom is: door die telefoon slaap ik later en lichter, waardoor ik inderdaad dat scherm ook weer nodig heb om me uit bed te slepen.

    Weet je, eigenlijk is het niet eens die telefoon. (Je merkt, ik zoek naar de essentie terwijl ik dit schrijf, heb het allemaal nog niet uitgedokterd.) Wat zo fijn was van vakantie was vooral het gevoel dat even niemand iets van me verwachtte.

    Ik hoefde niet naar verjaardagen. Er was niemand die ik vergat terug te appen. Ik hoefde niet te puzzelen met afspraken in m’n agenda, eeuwig balancerend tussen mensen-willen-zien en genoeg-vrije-tijd. Ik had niet steeds maar het gevoel dat ik dingen in de ogen van anderen niet goed doe. Dat ik dingen vergeet, niet attent genoeg ben, al te lang niets laat horen, niet vaak genoeg aanwezig ben. Kortom, dat eeuwige tekortschiet-stemmetje hield eindelijk eens d’r mond.

    En dat was een verademing.

    Vooral omdat ik ineens weer voelde wat ik óók graag wil doen. Rustig koken in mijn nieuwe keuken. ‘S Morgens in alle rust opstaan, een kaart trekken, diep ademen, mediteren. Of even dansen om m’n lijf wakker te schudden. Dagelijks pianospelen, daar langzaam maar zeker beter in worden. Tussendoor wat schrijven. Boeken lezen. En ja, natuurlijk, ook gezellig theedrinken of samen een wandeling maken.

    Het maakt eigenlijk niet uit wat. Zolang het maar niet allemaal dagen, weken of maanden van tevoren al gepland is.

    Maar hoe doe je dat dan, als je weer thuis bent? Allerlei vrienden en familie willen ons nieuwe huis zien. Al voordat we vertrokken waren er mensen die ik ‘veel te lang’ niet had gezien. Met een paar vrienden probeer ik nu al tijden wat af te spreken. Er ‘moeten’ nog etentjes gepland, verjaardagen ingehaald. Mijn voorleeskindje mist me. In mijn mailbox zitten datumprikkers die ik niet zomaar kan negeren.

    Meid, laat toch lekker, zou je kunnen zeggen. Je kunt niet altijd alles en iedereen tevreden maken. Klopt. Maar waar begin je met mensen teleurstellen?

    Misschien ligt de oplossing een stap eerder: minder hoge verwachtingen wekken.

    Nota bene op Instagram kwam ik een tijdje terug wat goede raad tegen:

    It’s impossible to please everyone. The question is whether you’re dissapointing the right people. Part of setting healthy boundaries is deciding who you’re willing to let down – and who has the right to make you feel guilty. Not everyone deserves power over your emotions. (Adam Grant)

    In de categorie ‘alle beetjes helpen’: sinds de vakantie ligt m’n telefoon ‘s nachts beneden in de kast.

    0
  • Met de trein naar Italië: zo was dat dus

    Hoi, daar ben ik weer! Live vanuit Elst. Dit blogje had ik vanmorgen al willen schrijven, maar toen gebeurde de werkdag en was het ineens avond – wat trouwens een goed teken is, want mijn allereerste dag als fulltime freelancer zit erop!

    Maar daarover later meer.

    Eerst natuurlijk: Italië! Er is meer te vertellen dan ik hier waarschijnlijk kwijt kan, maar ik wil in elk geval een poging gaan doen. Laat ik beginnen met een samenvatting. Op zondag 12 september stapten we ‘s morgens in de trein, en op vrijdag 8 oktober – ook ‘s morgens! – kwamen we weer thuis.

    In bijna 4 weken tijd treinden én vaarden we zo’n 4.000 kilometer door Europa: Elst – München – Peschiera del Garda – Arco – Rome – Napels – Ischia – Amalfi – Napels – Innsbruck – Elst.

    Vooruit, en af en toe zaten we ook een stukje in de bus, op de scooter of op de fiets.

    We doorkruisten 4 landen en zaten in 12 treinen (in totaal zo’n 43 uur, waarvan twee nachttreinen!). Dit kaartje klopt trouwens niet helemaal, Ischia en de ferry’s staan er niet op, maar ach, het geeft een idee. ;-)

    Bron: Interrail-app.

    Verder: reizen per trein is fantastisch. Want super-ontspannen, geen gedoe met files en parkeren en route-stress, gewoon lekker uit het raam staren en boekjes lezen en Netflixen en dutjes doen en RollerCoaster Tycoon spelen op de iPad terwijl je met 120-300 km/u (afhankelijk van de trein) door het land zoeft.

    De nachttrein is een briljante uitvinding. Je slaapt als een roosje, die trein wiegt je in slaap op zo’n manier dat je je ineens weer kunt voorstellen hoe het is om een baby’tje te zijn, en als je wakker wordt ben je plots honderden kilometers verderop. Ter illustratie: wij stapten donderdag 7 oktober ‘s morgens in Napels (1.800 km van Elst) in de trein. De volgende ochtend, vrijdag dus, waren we thuis – fris, fruitig en hartstikke uitgerust. Dat red je niet met de auto. ;-)

    En dan Italië zelf. We leerden duizend dingen (waaronder een berg Italiaanse woorden en zinnen, met dank aan Duolingo, geduldige hosts en de vriendelijke meneer van de gelateria in Atrani!), aten tientallen pasta’s en pizza’s en probeerden natuurlijk elke dag ergens gelato te scoren (niet altijd gelukt, meestal wel).

    Zomaar wat dingen die ik leerde:

    • Tomaten in Zuid-Italië zijn écht honderd keer lekkerder dan in Nederland. Leve de zon, zeg maar.
    • Noord- en Zuid-Italië zijn écht twee verschillende landen.
    • Napels is intens. En gaaf. En intens. En gaaf.
    • In Rome kom ik inmiddels een beetje thuis.
    • De Amalfikust is duur. Maar dat is het waard, ja sorry, echt. Wat een plek.
    • Je kunt prima met de trein naar Sicilië. Dat moet je alleen niet willen doen in een vakantie waarin je ook al tig andere plannen hebt, en bovendien nodig moet bijkomen van je verhuizing.
    • Je wilt niet autorijden in Zuid-Italië. Zowel qua verkeer als qua eh, staat waarin de gemiddelde auto verkeert. (Nog een voordeel van treinreizen.)
    • Een 770 meter hoge vulkaan op wandelen als je net flink verkouden bent geweest is wat pittiger dan gemiddeld.
    • Verkouden zijn op reis is niet wat je wilt. Verkouden zijn op reis in coronatijd al helemaal niet. (Het was trouwens geen corona, maar we zaten wel even in de stress, en ook als je weet dat je niet de rest van je vakantie in een quarantainehotel hoeft door te brengen wil je niet hoestend in een restaurant zitten.)
    • Italianen zijn superlief en gastvrij.
    • Probeer te accepteren dat je aan het Gardameer voortdurend voor Duitser wordt aangezien – en dus ook in het Duits wordt aangesproken. Ik snap het wel hoor, en toch werd al dat “bitte” na zes dagen best irritant. Zeker als je elke dag braaf je Duolingo-lesjes doet om het horecapersoneel in hun moedertaal aan te spreken. Op een gegeven moment leerde B zichzelf het zinnetje “ik spreek geen Duits” in het Italiaans. Kan-ie overigens prima, dat Duits, maar het is gewoon veel leuker om je Italiaans te oefenen. ;-)
    • Als je met de trein reist heb je veel sneller een vakantiegevoel. Juist doordat je soms even ergens moet wachten, zak je in de overgave en ontspanning. En je ziet, ruikt, hoort en beleeft ook nog eens veel meer van het land!
    • De Frecciarossa (de Italiaanse hogesnelheidstrein) gaat knetterhard. Dat voelt bijna een beetje als vliegen, inclusief karretjes met drinken en poppende oortjes, maar dan met veel meer beenruimte en zonder al het gedoe dat vliegen met zich meebrengt (bagagescanners, 100ml-flesjes, zere rug van het zitten).
    • Kamperen in een huurtent is relaxed.
    • Soms heb ik gewoon even zon, mooi uitzicht en een zwembad nodig.
    • Klettersteigen is niet mijn ding. Catamaranzeilen op het Gardameer wel!
    • Als veganist heb je het vaak moeilijk in Italië, tenzij je het prima vindt om elke dag een variatie op “deeg met tomatensaus en groene salade” te eten. Maar ik besloot al snel om gewoon vier weken vegetariër te zijn, oké, pescetariër. (De dagen waarop we zelf kookten was het trouwens prima te doen om iets plantaardigs te maken. Borlottibonen! O ja, en in Rome heb je verschillende goede vegan restaurants.)
    • Tot m’n eigen verbazing kon ik prima wennen aan het Italiaanse ontbijt van cornetti (croissants) met verse jam en een kopje espresso of cappuccino. Terwijl ik thuis dus echt zelden koffie drink en graag niet te zoet ontbijt.
    • 1x per week je werkmail checken is helemaal niet stressvol als je van tevoren weet dat je er sowieso niets mee hoeft. Juist leuk als je ineens vanaf je strandstoel een leuke nieuwe klus binnenhaalt voor het najaar. #freelanceleven
    • Vier weken zonder telefoon is een topplan. Wél fijn dat de iPad mee was – om die sporadische mail te lezen, maar vooral om reisgerelateerde dingen op te zoeken/te boeken en natuurlijk om Duolingo-lesjes te doen.
    • Af en toe een tour voor toeristen doen is zo slecht nog niet, mits je een leuke gids hebt. Best relaxed zelfs om eens niet te hoeven bedenken waar je heen gaat maar gewoon een door iemand anders in elkaar gezet programma te volgen, en intussen allemaal hotspots tegen te komen.
    • Tip: doe een food tour in Rome, liefst in de wijk Testaccio.
    • Je hoeft niet alles (ver) van tevoren te boeken. Durf spontaan te reizen, gaat hartstikke prima (in elk geval in het laagseizoen).
    • Mijn enkel/voet is echt een heeeeel stuk beter, want dagen achter elkaar 20.000 stappen lopen bleek geen enkel (haha) probleem.
    • Ze kunnen in Italië ook echt hele lekkere taartjes maken.
    • Proef minstens een keer in je leven citroenen van de Amalfikust.
    • Er schuilt zowel een vegahippie als een reislustige Bourgondiër in mij en ze hoeven elkaar niet uit te sluiten. Ze mogen er allebei zijn.
    3+
  • Met de trein

    Nog maar een paar nachtjes slapen en dan gaan we naar Italië. Yes, ik geloof dat ik het eindelijk hardop durf te zeggen: we gaan naar Italië! Al sinds het voorjaar ligt het plan er, maar in tijden van corona weet je natuurlijk nooit of zoiets ook echt doorgang kan vinden. Ik bedoel: ons oorspronkelijke langere-tijd-op-reis-plan (per trein naar Indonesië!) hebben we twee keer uitgesteld en uiteindelijk op de lange baan geschoven. Misschien gaan we nog eens, maar voorlopig is over land door Rusland en China reizen geen optie.

    Maar ja, B en ik wilden nog wel graag op reis. Bovendien konden we half september 4 weken vrij nemen – voor mij een mooie overgang van vaste-Einder naar freelancer en B is al zzp’er, dus die kon er ook een paar weken tussenuit.

    Zo ontstond een nieuw plan: met de Volkswagen-camperbus van m’n schoonouders op pad. Dat deden we twee keer eerder en het is een heerlijke manier van reizen. Naar Italië wilden we, net als in 2019. En dan dit keer niet in het noorden blijven, maar helemaal over land naar Sicilië – en met de boot terug.

    Eigenlijk hadden we het al zo ongeveer besloten. Sterker nog, toen we in Zweden waren vertelde ik er vrolijk over aan m’n moeder. Maar toen die zich de volgende dag, in een gesprek over de klimaatcrisis en wat je daar zelf aan kunt doen, liet ontvallen ‘dat jullie toch ook met de bus naar Italië rijden’, had ik geen weerwoord.

    Eh. Ja.
    Vooruit, vliegen doe ik niet meer. Maar eerlijk is eerlijk, een paar duizend kilometer in een dieselauto is ook niet bepaald klimaatneutraal…

    ‘Zeg’, begon ik tegen B. ‘Kunnen we niet met de trein?’

    Nou heb ik gelukkig een man die ook bezig is met duurzaam leven, dus het was niet enorm moeilijk om ‘m te overtuigen. Er was één probleem: we gingen ook verhuizen en onze beider hoofden zaten veel te vol om nog zoiets als een uit-je-comfortzone-treinreis te plannen. Dus na wat verkennende gesprekken besloten we: dit gaan we zéker doen, maar nog niet nu.

    Maar bij mij bleef het knagen.

    Want hoe relaxt ik die eerdere reisjes met de Volkswagenbus ook vond, de opmerking van m’n moeder bleef door mijn hoofd spoken. Oké, natuurlijk is met de auto naar Italië nog altijd véél beter voor de wereld dan per vliegtuig naar Thailand. Maar toch.

    En zijn deze vier weken vrij niet júist een uitgelezen kans om het vakantiereizen-per-trein op ons gemakje te verkennen?

    Op een ochtend besloot ik een paar sommetjes te maken. We hadden namelijk een paar aannames gedaan.

    ONZE AANNAMES

    1. Reizen per trein is veel duurder dan met de auto – misschien wel 2 keer zo duur.
    2. Je doet overal veel langer over.
    3. Als we met onze eigen (kleine hybride) auto zouden gaan, zou het verschil in CO2-uitstoot misschien niet eens zo groot zijn. Misschien een alternatief?

    Maar eh, klopten die aannames wel? Ik telde het aantal reiskilometers op met de ANWB Routeplanner, zocht de CO2-uitstoot per kilometer van diesel- en benzineauto’s op, plus het verbruik van de VW-bus én onze eigen auto. Ook googlede ik de gemiddelde brandstofprijs. Zo berekende ik wat we zouden uitstoten én uitgeven voor een reis van Elst naar Palermo over land, en terug via Genua, met nog wat dagtripjes onderweg.

    Conclusies:

    • Reizen met de VW-bus is het vervuilendst én het duurst. Deze reis zou ons ca. 880 euro aan diesel en tolwegen kosten en we zouden maar liefst 1014 kilogram CO2 uitstoten. Nog altijd stukken minder dan een retourtje Bali (= 4000 kg CO2 per persoon, dus 8000 kg!) maar toch weer duizend kilo troep erbij in de atmosfeer.
    • Reizen met onze eigen hybride Toyota Yaris scheelt al bijna de helft: 553 kilogram CO2. Qua kosten (benzine + tolwegen) kwam ik uit op een schatting van 640 euro.
    • Tot slot: reizen per trein blijkt goedkoper dan met de VW-bus, en het is niet megaveel duurder dan met de auto. Voor 335 euro per persoon (dus 670 euro met z’n tweeën) heb je een Interrailpas die een maand geldig is, en waarmee je binnen die maand 7 dagen vrijwel onbeperkt kunt treinen in Europa. Alleen voor sommige HSL-treinen betaal je een paar euro reserveringskosten. Eventuele bus- en ferrytickets komen daar natuurlijk nog bij, maar die zijn in Italië goed te betalen (en eigenlijk zou je bij de autoritten ook nog je afschrijving, verzekeringen, belastingen et cetera moeten optellen). Zeg dat je al met al 750 euro kwijt bent.

      En de CO2-uitstoot van treinreizen? Ik zocht naar goede calculators, vond die nog niet. Wel vond ik op de website van ÖBB, de Oostenrijkse spoorwegen, een rapport waarin ze spreken over 8 gram CO2 per persoon per kilometer. Met 4000 treinkilometers zou je dan uitkomen op 32 kilo uitstoot, dus 64 kilo met z’n tweeën.

    Vierenzestig kilo.

    Stiekem vind ik die 8 gram wel erg optimistisch klinken (zo’n rapport heeft toch een ‘wij van WC-eend’-factor), maar stel dat het het dubbele is – dat is alsnog stukken groener dan autorijden of vliegen.

    Toegeven, het ‘treinen kost meer tijd’-argument is lastiger te weerleggen. Sommige gebieden zijn inderdaad lastiger bereikbaar met het openbaar vervoer. De trein kan bovendien vertraging hebben. Je kunt pech hebben met overstaptijden. Daar staat tegenover dat je met hogesnelheidstreinen direct van stadscentrum naar stadscentrum zoeft, zonder gedoe met ringwegen en vliegveld-shuttlebussen.

    Ik ontdekte dat je met de HSL in 4 uur van Venetië naar hartje Rome reist. Met de auto doe je daar volgens Google zo’n 6 uur over – pauzes en file niet meegerekend. Na wat research kwam ik erachter dat je zelfs binnen een dag van Arnhem naar het Gardameer reist; je neemt eerst de TGV naar Parijs, stapt over op de trein naar Milaan en komt om 11 uur ‘s avonds aan in Peschiera del Garda. Een relaxtere optie is de nachttein. Dan reis je naar München, waar je om 20.10 uur aan boord gaat van de ÖBB Nightjet. Terwijl je slaapt, trein je door de Alpen en vroeg in de ochtend ben je bij het Gardameer.

    Al deze dingen vertelde ik aan B en zo kwam onze brainstorm weer op gang. Na een paar dagen zei hij: ‘Ik geloof dat ik wel zin in die treinreis begin te krijgen.’

    Twee dagen later boekten we onze Interrail-passen. En komende zondag gaan we al! Man, wat heb ik er zin in. Ik ben súperbenieuwd hoe ‘Europa per spoor’ me gaan bevallen. We beginnen dus met een paar dagen chillen aan het Gardameer. Omdat we ons beiden erg verheugen op buiten-zijn, boekten we een glamping-tent. Eerst even bijkomen van alle drukte. Wat wandelen misschien.

    En daarna?
    Daarna gaan we het wel zien. Er staat van alles op m’n wensenlijstje (ijsjes in Rome, pizza in Napels, hiken langs de Amalfikust, de Etna beklimmen), maar het fijnste is om gewoon bij de dag te leven en ter plekke te ontdekken wat we tegenkomen.

    Italië kennende belooft dat veel goeds.


    2+
  • In de tussentijd

    Ik zou natuurlijk gewoon elke dag hier even wat kunnen schrijven. Een halfuurtje maar, geen gepolijst stukje maar gewoon wat flarden. Ik bedoel: gedachten genoeg, dat is het probleem niet. Bijna elke dag sta ik onder de douche en bedenk eerste regels van stukjes.

    Vervolgens is daar de dag, en de volgende, en die daarna. Boem, weer een week voorbij. En plots zijn er nog maar drie dagen in dienst bij Einder. Ja, want jemig, daar had ik nog nauwelijks over verteld. Oké: ik ga dus voor mezelf beginnen!

    Huh wacht. Maar Suus, je vond het toch altijd zo fijn bij Einder?
    Klopt. Vind ik nog steeds.
    Maar: na bijna 5 jaar merkte ik dat er toch wat begon te knagen.

    Vorige zomer eigenlijk al. Na een paar maanden thuiswerken besefte ik dat Einder weliswaar nog steeds het leukste bureau van Nederland is, maar dat ik in mijn dagelijkse werk wat anders wilde. Vernieuwing. Verdere verdieping in het schrijversvak. Weer op andere plekken komen. Uitgedaagd worden, me weer eens echt moeten bewijzen. Daarvan groeien.

    Dus na een aantal goede gesprekken met m’n leidinggevenden hakte ik dit jaar de knoop door. Sinds april werk ik al een dag per week minder bij Einder – drie in plaats van vier – en ben ik bezig m’n tekstbusiness op te bouwen. Ik begon als eindredacteur van VLOT, een magazine over waterwonen, maakte verhalen voor de Wageningen Universiteit, werkte samen met twee andere content- en communicatiebureaus en bleef natuurlijk schrijven voor Radboud Magazine.

    Ook volgde ik een tweedaagse eindredactietraining, schreef me in bij beroepsvereniging Tekstnet, sloot me aan bij een intervisiegroep voor schrijvers. Ik opende een zakelijke bankrekening, zette m’n boekhouding op in MoneyMonk. Dronk koffie met andere freelancers om ervaringen uit te wisselen. En schreef een ondernemingsplan: wat wil ik precies gaan doen, voor wie ben ik er?

    Hoewel het soms best een puzzel was om dat alles goed te managen, die 24-uur-Einder-plus-twee-dagen-freelance, merkte ik meteen het verschil. Ja. Dit wil ik. Ik word uit m’n comfortzone geschopt en hoewel dat heus niet altijd léuk is, weet ik diep vanbinnen dat dit het juiste pad is.

    Ja, ik word meer, veel meer geconfronteerd met m’n angsten. Ben ik wel echt zo goed als ik denk? Is er genoeg werk voor me? Kan ik dat wel, in m’n uppie alles draaiende houden? Durf ik de wereld in zonder de back-up van het warme Eindernest? Wat als het allemaal misgaat?

    Maar weet je, pas als je je je monsters aankijkt kun je ze leren temmen.

    En als ik die angst-bril even afzet en een paar stappen achteruit doe, weet ik dat ik er gewoon hartstikke goed voor sta. Al jaren lever ik kwaliteit – dat weet ik omdat opdrachtgevers binnen én buiten Einder dat tegen me zeggen, omdat ze tevreden zijn en graag opnieuw met me werken na een klus. Ik heb een knetterdik portfolio vol landelijk gepubliceerde verhalen. Kan een prima uurtarief vragen. En of er wel genoeg werk is? De rest van het jaar zit ik eigenlijk al vol…

    Van Einder neem ik trouwens eind deze week niet écht afscheid. Ook vanaf oktober blijven we samenwerken – natuurlijk in een wat andere vorm, maar misschien ook weer niet zó anders. Mijn mailadres susanne@einder blijft gewoon bestaan en ik verwacht gemiddeld een dag per week te besteden aan Einder-projecten. Ook is me al meerdere malen op het hart gedrukt dat ik erg welkom ben om te komen werken op het kantoor aan de Sint Annastraat, zoals wel meer freelancers doen. Nu ik in Elst woon, gaat dat alleen maar makkelijker – ik kan zelfs op de fiets!

    Dus ja, zo gaat het.
    Ik keek al maanden uit naar deze week, de laatste in-dienst-week, en nu het zover is heb ik de neiging heel hard op de rem te trappen. Stop! Maar ik moet nog zoveel dingen!

    Ik laat het maar gewoon allemaal gebeuren. Diep ademhalen, loslaten en gewoon doen wat je moet doen. Dan zien we daarna wel weer verder. Dan gaan we daarna gewoon weer verder.

    En weet je: eigenlijk heb ik er gewoon hartstikke veel vertrouwen in.

    3+