Skip to content

bijna vliegen

Dus dat was het dan. Ik schrijf dit vanuit een stoel op Taoyuan Airport, naast de 7-Eleven op de tweede verdieping waar ik twee maanden geleden nog met KS zijn laatste EasyCard-dollars spendeerde. Nu probeer ik zelf blut te raken (en ik moet zeggen, dat is aardig gelukt hoor, de laatste dagen in Taipei). De inmiddels zo vertrouwde, penetrante lucht van tea eggs zweeft zo nu en dan voorbij en af en toe deelt een omroepster iets mee in het Chinees: ‘da jia hao…’

Het zit erop. Over een uurtje gaan we door de douane en om 18:10 uur lokale tijd vliegen we met EVA Air naar Hong Kong. Daar checken we daar in bij British Airways en vliegen door naar Londen, om uiteindelijk donderdagochtend op het Europese continent te landen te Dusseldorf. Simpeler gezegd: als alles goed gaat, loop ik over zo’n 26 uur door de aankomsthal. Nog heel even geduld dus…

Gelukkig is met m’n baggage alles goed gekomen. Zojuist hebben we de koffers ingecheckt, en dankzij Shrimps – die nog wat ruimte in zijn tas over had – woog mijn koffer uiteindelijk 23,6 kg. Dat was eigenlijk nog 600 gram te veel, maar het mannetje achter de balie zei er niets van. Nu maar hopen dat mijn (te zware) carry-on koffer niet wordt gecontroleerd… we zullen zien.

De laatste dagen in Taipei waren fenomenaal. Op de valreep maakte ik een nieuwe vriend voor het leven, en ondanks dat er van mijn plannen om nog wat cultuur te snuiven niets terecht kwam, heb ik het fantastisch gehad. Het was dan ook met wat pijn in mijn hart, dat ik vanmorgen uit het raampje van de bus keek en afscheid nam van de stad. Dat het drie dagen lang stralend weer was (20-25 graden, dat is zelfs uitzonderlijk mooi voor Taiwan in februari!), was het mooiste cadeautje dat ik had kunnen krijgen van het eiland. Zondagmiddag bracht ik door op het dak van een appartement aan de rand van de stad, met een mimosa in mijn hand en uitzicht op de 101. En oh, de zon. Euforie.

 

Tegelijkertijd – en ik weet, ik heb dit al zo vaak gezegd – ben ik niet intens verdrietig om te vertrekken. Het is goed zo, althans voor nu. Op een dag zal ik teruggaan naar Azie, naar Taipei, maar nu is het tijd voor nieuwe focus. Ik kijk er naar uit om weer gezond en vegetarisch te koken, om te ontbijten met sapjes en smoothies, om maandagavond naar het centrum van Nijmegen te fietsen voor een wijntje bij Karpe Noktem. Ook heb ik zin om me weer lekker in de banken van het Collegezalencomplex te nestelen, te lezen in boeken over kunstgeschiedenis, te beginnen met mijn scriptie. Maar eerst natuurlijk mijn liefsten knuffelen, morgenochtend in Dusseldorf.

Het is dus een beetje dubbel, maar bovenal: ik bubbel. Want elk einde is immers ook een nieuw begin. Met dit blogje sluit ik het hoofstuk Taiwan af, en oh, ik ben zo benieuwd naar wat er nu zal komen. You’ll see, sweeties. Want wat er ook gebeurt, schrijven blijf ik sowieso.

slepen met spullen & nog heel even Taipei

20:42 uur. Ik zit op de bank, exact dezelfde bank als van waar ik vijf maanden geleden m’n eerste stukje in Taiwan schreef. Opnieuw Live from Taipei dus, al klinkt dat me inmiddels een stuk minder spannend in de oren. Meer nog dan Hsinchu is de Taiwanese hoofdstad een beetje m’n hometown geworden. ‘Even een dagje’ gaan is zo’n gewoonte geworden en toen ik eergisteren Hsinchu achter me liet en door de straatjes rond het Homey Hostel liep, realiseerde ik met een kriebel hoe ik me hier thuis ben gaan voelen. Taipei, ik ga haar missen!

Dat ‘verhuizen’ was trouwens nog een heel gedoe. Ondanks dat ik de afgelopen weken al zo veel mogelijk spullen had weggegooid of -gegeven, en dus een behoorlijk strenge selectie had toegepast op wat er in m’n koffer mee naar huis mocht, paste het allemaal maar net. Ik heb een doos gevuld met dingen die te zwaar of onhandig waren om mee te slepen (boeken, zomerkleding, slaapzak) en die gaat via de post in een boot naar Nederland.

Desondanks was al mijn bagage bij elkaar veel te zwaar om langer dan een paar meter mee te slepen. Ik voelde me een overbelaste pakezel met mijn grote blauwe koffer (20+ kg), kleinere handbagage-koffer (kilo of 10?), rode backpack (die moet nog in de grote koffer straks en was nu vooral gevuld met eten en andere dingen die nog op gaan) en laptop-schoudertas waarin ik ook nog een paar boeken had gepropt. Mijn plan om -zoals ik meestal doe- via Tsing-Hua University te lopen naar de bushalte aan Guang-Fu Road, was kortom niet erg realistisch. Normaal gesproken probeer ik zo veel mogelijk luiheid (a.k.a. een taxi bellen voor stukken die minder dan een half uur lopen zijn) te beperken, maar dat was nu gewoonweg geen optie. De honderd meter die ik moest lopen om m’n sleutel in te leveren leverde me al een pijnlijke schouder op…

Eenmaal in Taipei nam ik opnieuw een taxi naar het Homey Hostel – de Taiwanese forenzen waren vast niet blij geweest met een Grote Westerling die een hele vierkante meter metro in beslag nam met al haar zooi. En oh, wat werd ik warm onthaald door Josh en Kelly! Toen ik trek kreeg nam ik een bus naar Shida, mijn favoriete wijk, voor pizza & cheesecake bij Maryjanes. Na het toetje was ik net nog even aan het bladeren in m’n Lonely Planet, toen een van de medewerksters plots voor mijn neus staat. ‘I have your bill here – not to rush you, don’t worry, take your time.. but I already printed it to give you a 10%-discount. You come here so often! So from now on, every time you come here you get a discount. And if you bring your friends, they can get a discount too, because of you!’ Awesome. Kijk Nederland, dat is klantvriendelijkheid.

Goed. Inmiddels zijn er nog drie dagen over. Wat gaat de tijd ineens snel.. het is heel dubbel. Het ene moment – als ik lekker in een bar zit te praten met een toffe Canadees – bedenk ik met schrik dat ik nog helemaal niet weg wil, maar even later zou ik willen dat het vliegtuig over een uurtje al vertrok. En dan de reis, dat wordt nog een avontuur op zich – en een lesje stressbestendigheid. Want ook al heb ik de spullen die emotionele waarde hebben ditmaal wél zo veel mogelijk in m’n carry-on bagage, toch ben ik ergens heel bang dat er (weer) iets mis gaat. Ja, natuurlijk kwam het de vorige keer allemaal goed met m’n bagage, en de meeste postpakketjes bereiken hun bestemming gewoon, maar het gaat ook af en toe fout. Zo stuurde de Keukenprinses me in december een Sinterklaaspakket dat Taiwan (of in elk geval: mijn dorm) nooit heeft bereikt… Nou ja, ik kan control-freaken wat ik wil maar ik heb er toch geen invloed op dus ik probeer er op te vertrouwen dat ik en al mijn meuk zonder problemen in Nijmegen arriveren. Liefsten, tot gauw!

 

ergens tussen Hsinchu en Nijmegen

Hoi, ja ik leef nog. Je merkt al, ik ben niet zo geinspireerd de afgelopen week. Natuurlijk zijn er dingen te verzinnen om over te schrijven – altijd – maar ik kan me er niet zo goed toe zetten. Logisch ook, aangezien ik al dagenlang het grootste deel van de dag alleen in m’n dorm zit met Lost en Facebook. Weinig input, Suusie. Duh. Gelukkig is alles op de campus weer open, en dus kan ik er af en toe even uit om iets te doen (lees: wat eten te halen). Ook ben ik gisteren eindelijk weer gaan zwemmen; ik had een volle week niet gesport. Dat kwam ‘vroeger’ in Nederland regelmatig voor, maar nu amper meer. En gosh, wat had ik het gemist! Vanavond ging ik rennen en ondanks dat mijn scheenbeen zo nu en dan een beetje zeurde, was het zo heerlijk om de endorfine-rush weer te voelen!

Na een warme douche besloot ik dat het tijd werd om me eens te verdiepen in m’n Nijmeegse studieleven. Immers, het nieuwe semester daar is vandaag begonnen, en ik had al een paar mailtjes van docenten gekregen met informatie. Aangezien ik twee volle weken college mis, lijkt het me verstandig om in elk geval geinformeerd en voorbereid te zijn voor zover dat kan. Na ruim twee uur rondklikken op Blackboard, Osiris, de Minorgids en het RU Student Portal (oh, wat een handige, synchroon lopende systemen heeft onze universiteit toch – NOT) kwam ik tot verschillende conclusies. Sommige stemden me vrolijk, andere zijn minder handig, bijvoorbeeld:

  • Ik mis in totaal 8 colleges.
  • Twee colleges in mijn rooster worden tegelijkertijd gegeven: op donderdagochtend tussen 10:45 en 12:30 uur word ik geacht zowel aanwezig te zijn bij Historiografie, als bij Kunstgeschiedenis van de Moderne Periode. Eh, ja, dat gaat ‘m dus niet worden. Historiografie mag ik echt niet missen, aangezien daarvan maar 1 college per week is en ik het vak vorig jaar niet heb gehaald (ten dele omdat ik het toen iets te vaak belangrijker vond om in bed te liggen met KS). Aan de andere kant is het natuurlijk ook niet handig om consequent twee uur van m’n minorvak te missen. Dus.. het ziet er naar uit dat ik contact moet opnemen met Hermione. Of heeft iemand van jullie toevallig nog een Tijdverdrijver te leen?
  • Morgenochtend wordt het eerste college Meesterwerken gegeven, over Donatello’s David. En AAAAGH ik zou er zo graag bij zijn!!!
  • Mijn week gaat druk maar compact worden; op vrijdag ben ik vrij.
  • Als ik thuis kom is er 1 week college, en daarna is het alweer carnavalsvakantie. Hier ben ik erg blij mee: niet omdat ik me nou zo graag vijf dagen lang lam zuip in een raar pakje (bah), maar omdat ik die eerste week waarschijnlijk voor genoeg onverwachte verrassingen kom te staan. Kan ik mooi de vrije week gebruiken voor inhaalwerk, eetdates en andere thuiskom-shizzle.
  • Hoewel mailen naar de docenten van Kunstgeschiedenis me niets opleverde (goh, je zou toch zeggen dat ze bereid waren een ijverige student aan wat leeswerk te helpen!), heb ik in elk geval 2 verplichte teksten via het Radboud Zoeksysteem gevonden. Dus al kan ik morgenochtend niet in de zaal zitten, ik kan wel zelfstandig tijd besteden aan Donatello!
  • Het boek dat ik nodig heb (Fred Kleiner – Gardner’s Art Through the Ages: The Western Perspective, 13e druk) kost ruim 90 euro. Auw.
  • Ik heb het nog nooit zo jammer gevonden om colleges te missen, en voor het eerst in lange tijd sta ik werkelijk te popelen om morgen met een stel teksten aan de slag te gaan. Nerd alert, oh yeah!

Taiwan: all good things come to an end

Nog een paar dagen ben ik in Hsinchu. Gisteren regelde ik mijn verblijf voor de laatste week in Taipei; ik zal mijn reis eindigen waar ik haar begon, bij Josh en Kelly in het Homey Hostel. Ik vond het moeilijk om de knoop door te hakken. Wanneer ga ik hier weg? Ik zou morgen al kunnen gaan, of vanavond, of nu… Nee, nog even geduld Suusie. Eerst wil ik wachten tot alles op de campus weer open gaat. Nog één keer een duik nemen in het zwembad, m’n laatste chocolade-banaan wafel eten, een Oolong-tea-and-orange-juice halen in Dining Hall 1, afscheid nemen van de campus loop die ik de afgelopen vijf maanden zo vaak rende. Vijf maanden? Echt? Ben ik hier al zo lang? Die gedachte schiet de afgelopen dagen regelmatig door mijn hoofd. Aan de ene kant is het ontzettend snel gegaan, en aan de andere kant is er zo veel gebeurd dat het ook niet in minder tijd had gekund.

Gisterenmiddag kwam ik terug uit Tainan. Ik reed mee met Rainy’s oom en tante, die terug gingen naar hun huis in Taipei en mij wel even wilden afzetten op de campus. Ideaal! Ik had nog langer in het zuiden kunnen blijven – ‘you can stay as long as you want’, zei Rainy toen ik haar vertelde wat een ghost town de campus was toen ik vertrok. Toch merkte ik dat, ondanks dat Chinese New Year een interessante ervaring was, ik al vrij snel weer de behoefte had me af te zonderen. Het klinkt misschien stom, maar ik kon het bijna niet meer opbrengen om vier dagen lang sociaal en gezellig te doen met onbekenden. Natuurlijk was het een hele eer dat ik was uitgenodigd om het familiegebeuren bij te wonen, en ik probeerde dan ook zo veel mogelijk te participeren, open en spontaan te zijn. Maar om eerlijk te zijn kostte het me veel moeite. De afgelopen maanden heb ik zo veel nieuwe mensen ontmoet, gesprekken gevoerd, verhalen aangehoord. En hoe lief, aardig, vriendelijk en geinteresseerd alle Taiwanezen ook zijn, voor de tweehonderdste keer vertellen dat ik uit Nederland kom en dat ik exchange student ben en vragen beantwoorden over wat ik heb gedaan en of ik het naar m’n zin had in Taiwan, word me een beetje te veel.

Weet je, de eerste maanden vond ik het hartstikke leuk, al die nieuwe mensen met hun verhalen. En steeds maar horen dat ik ‘so beautiful!’ ben, en meerdere malen per dag op straat worden aangesproken of ik even met iemand op de foto wilde, was lange tijd vleiend. Ik was blij dat iedereen zo vriendelijk tegen me deed en het was leuk om te zien dat zelfs elke baliemedewerker en cassiere geinteresseerd was in mijn reis. Maar de afgelopen weken is dat veranderd. Als ik de Starbucks in loop wil ik gewoon een warme choco, een stoel in de hoek, en met rust gelaten worden met m’n boek. Niet eerst door de kassajongen naar m’n naam worden gevraagd, vervolgens me verplicht voelen een gesprekje aan te knopen – want ja, hij keek alsof hij dat graag wilde maar er bijna te verlegen voor was, en ik wil als ‘westerling’ toch een goede indruk maken. En als ik dan vervolgens een plekje zoek, wil ik gewoon m’n boek kunnen openslaan en wegduiken in het verhaal, niet eerst een kwartier lang vragen beantwoorden van de trotse moeder en haar zoon aan het tafeltje naast me. Goh, hij was in Nieuw-Zeeland geweest? Leuk voor hem! Echt, als ik ‘m in m’n eerste week in Taipei had ontmoet had ik alle verhalen en ervaringen willen uitwisselen, maar nu… Desondanks zette ik een lach op en vertelde wat over mijn tijd in Hsinchu.

Ik ben verzadigd, op, vol. En dus wil ik me terugtrekken in m’n dorm – alleen zijn, even helemaal niets. Maar ben ik eenmaal in m’n uppie, dan overvalt de stilte me, verveel ik me dood en voel ik me vooral doelloos. Voor je nu denkt dat ik alleen maar kan zeuren: dit gevoel is op zich niet verkeerd. Het is goed om ook dit stuk van de reis mee te maken en me te realiseren dat ondanks dat ik in het verleden soms gek werd van drukte in m’n leven, het ook juist die chaos is die me sprankelend houdt. Uitdagingen, bezigheden – momenteel heb ik er geen. Zelfs hardlopen kan even niet, want de afgelopen twee keer had ik last van m’n scheenbeen en uit angst voor blessures dwing ik mezelf tot minstens een week rust.

Gelukkig gaat het zwembad morgen weer open (tenminste, als ik de Chinese tekst op de deur goed heb begrepen), en de 29e gaat ook de rest van het leven op de campus weer van start. De afgelopen twee dagen besteedde ik vooral met series en Facebook, en in de avond liep ik naar Guang-Fu Road om wat te eten. Daarna zat ik een aantal uurtjes in de Starbucks met m’n boek. Nu zijn al m’n boeken uit en dus heb ik morgen wat te doen! Op naar Taipei, voor een bezoekje aan de Eslite bookstore. En als ik dan toch in de grote stad ben, kan ik daar net zo goed gebruik van maken door ergens lekker te gaan eten, nietwaar?

Een deze dagen pak ik m’n grote koffer een laatste keer in (dat deed ik al eerder, maar inmiddels is het weer een warrige berg kleren geworden waar ik elke dag wat uit vis), en op 2 februari zal ik de dorm definitief verlaten. Voor de laatste week heb ik al een aantal ideeen: natuurlijk wil ik nog wat souvenirs en cadeaus zoeken, en daarnaast ben ik van plan een paar musea te bekijken en natuurlijk te genieten van pizza bij Maryjanes en de andere goede eetplekjes van Taipei. Wat ik precies zal doen, dat lees je snel genoeg. Oh, maar eerst binnenkort natuurlijk nog een verslag van Tainan!

De dag voor en de dag na Chinees Nieuwjaar dwaalde ik in m'n eentje door Tainan. Beide keren eindigde ik in een relaxte stoel met m'n boek.

Vanavond ging ik eten bij de nieuwe Sushi Express naast de ai mai. Misschien was het wel de laatste keer...

 

 

Taiwan: stilte voor de storm & hoe het goed kwam met mijn dorm

De campus – ja, ik ben er nog, kom ik zo op! – is veranderd in een ghost town. De lanen zijn verlaten, Dining Halls zijn gesloten en zelfs 7-Eleven (normaal gesproken altijd open) is dicht. Af en toe rijdt er nog een auto, hier en daar loopt een student met een koffer achter zich aan, maar verder is de levendigheid ver te zoeken. Ook in de dorm is het merkbaar stiller. Op mijn eigen kamer – die heb ik nu voor mezelf, want Russisch meisje is verhuisd naar een flat – maar ook op de gangen. Ik maak geen praatjes meer bij de waterautomaat; de Nederlandse meiden zijn een paar dagen geleden vertrokken.

Wat zal ik eens eten vanavond? Het enige waar ik zo onderhand nog naar verlang is comfort food, pasta’s met groenten of chili sin carne, maar elke avond naar een westers restaurant is niet praktisch en past bovendien niet in mijn budget. Wat zal ik eens doen vandaag? Het zwembad en de sportschool zijn gesloten, er is niemand om thee mee te drinken en bovendien gaan morgen naar ik heb vernomen alle winkels en restaurants voor minstens vier dagen (!) dicht. Chinees Nieuwjaar is net zoals bij ons met Kerst, heb ik gemerkt; de ai mai is tot de nok toe vol gestapeld met feest-eten, het is er een drukte van jewelste en iedereen bereidt zich voor om een paar dagen naar familie te gaan.

Gelukkig heb ik ook plannen. Morgen ga ik naar Tainan, en dan blijf ik een paar dagen bij Rainy en haar familie. Ik vind het spannend;  het is een echt familiegebeuren, en ik zal me waarschijnlijk deels moeten redden met m’n beste Chinees. Daarbij ben ik een beetje bang om onbedoeld onbeleefd te zijn – culturen kunnen zo verschillen! Vorige week ontdekte ik bijvoorbeeld per toeval dat het not done is om je chopsticks rechtop in je kommetje rijst te prikken. Dat staat namelijk symbool voor de dood. Oeps… hoe vaak heb ik dat niet onbewust gedaan?
Behalve die kriebel van zenuwen heb ik ook zin om weer naar het zuiden te reizen. Tainan is prachtig en volgens internet is het er momenteel 23 graden Celsius. Ook is het natuurlijk hartstikke gaaf om het Chinese Nieuwjaar mee te maken volgens de echte tradities.

Waarschijnlijk ben ik rond woensdag weer terug in de dorm. Zoals ik al zei, is dat allemaal goed gekomen. Donderdagochtend kwam het verlossende telefoontje van Amy Chen. “I have good news for you, you can stay in your dorm.” Uiteraard – plotseling is er blijkbaar geen ‘other student’ meer die in mijn bed wil slapen. Typisch Taiwan… maar goed, ditmaal wel in mijn voordeel! Ik betaal nu 100 NTD (2,50 euro) per nacht om hier te mogen blijven, en ik heb als het goed is de rest van de tijd de kamer voor mezelf. Dat wil zeggen, zolang er geen nieuwe studente op de plek van m’n vertrokken Russische roommate komt. Ach, ik zie het wel. Sowieso ben ik van plan om de laatste 4-5 dagen in Taipei te zijn, om afscheid te nemen van die stad. Ik ga haar missen.

Nu zijn er nog twee weken en vijf dagen over. Ja, om eerlijk te zijn: ik tel de dagen af, en als ik de keuze had zou ik ook best vanavond al willen vertrekken. Toch realiseer ik me ook dat dit deel is van de reis, en dat het belangrijk is om te leren niet weg te lopen als het even moeilijk wordt. Straks in Nijmegen liggen er weer genoeg uitdagingen op me te wachten. Dus waarom niet nu nog even genieten van niets hoeven? En dus laat ik mijn verstoorde ritme (slapen tot noon en ontzettend laat weer in bed kruipen) voor wat het is, verslind de ene aflevering Lost na de andere, loop tussendoor een rondje hard en doe verder niet zo veel. En wat avondeten betreft? Ik denk dat ik maar naar de night market loop voor een bord teppanyaki of een berg sushi. Nu kan het immers nog!

 

en toen was ik bijna dakloos

Het gebeurde tijdens een Skype-sessie met de Keukenprinses, maandagavond. We waren al aan het afsluiten (‘geniet van je dag!’ – ‘lekker slapen zo!’) toen mijn oog viel op het tablad van m’n browser. Inbox (1). Gedachteloos klikte ik het aan. Het was antwoord van Amy Chen was, het hoofd van de International Office op NCTU, die ik vanmorgen had gevraagd hoe lang ik eigenlijk nog in de dorm mocht blijven. Hoewel een paar Taiwanezen me eerder hadden verzekerd dat je gewoon tijdens de wintervakantie in de dorm kon zijn, had ik van m’n Russische kamergenote onlangs een ander verhaal gehoord. ‘You know, you have to check-out before January 19,’ zei ze op de dag dat ze verhuisde naar haar nieuwe flat.

Tijd voor verheldering dus. Helaas had Amy Chen geen goed nieuws voor me. According to Housing Service Division, you should leave your dorm by 5:00pm, January 19th. Since they’ve already assigned your dorm to the other student, you can not to stay in your room anymore after Jan. 19th. Eh..  say what?! Dat was al binnen vier dagen! Hoewel ik er eerst vooral hard om moest lachen – want gosh, dit is dus echt weer typisch Taiwan – drong de gehele situatie al gauw tot me door. Verschillende gedachten gingen door me heen. Woah, ga ik nu plots onverwacht weg uit Hsinchu? Goed dat ik al was begonnen mijn koffer in te pakken… Yes, eindelijk de eerste stappen naar huis. Maar ik wil nog helemaal geen afscheid nemen van het zwembad! Zou ik de jongens ook moeten waarschuwen? Haha, word ik gewoon m’n kamer uit gezet! Oh jee, waar moet ik nu slapen? Zal ik gewoon na Chinees Nieuwjaar gelijk naar Taipei gaan dan? Maar wat moet ik dan tot ik zondag naar Tainan vertrek? Jemig, ik heb ontzettend veel spullen, hoe ga ik die in godsnaam verslepen…

Goed. Helaas had ik een eetafspraak en veel tijd om direct dingen te regelen was er dus niet. Ik sprong snel onder de douche en haastte me naar de bushalte aan Guang-Fu Road. Vanavond zou ik gaan eten met Iris Tuan, een docente die me in het begin van het semester was toegewezen als begeleidster maar die ik tot dan toe nog nooit had ontmoet. Gelukkig was de eet-date erg gezellig en toen ik mijn housing problems met haar deelde, bood Iris spontaan aan dat ik wel in een kamertje in haar huis kon logeren, als ik echt niets anders zou kunnen vinden. Bij wijze van final back-up. Fijn! Nu was de druk er een beetje af.

Omdat op de campus blijven echter een gunstiger alternatief is, ging ik gistermiddag naar de International Office om met Amy Chen te overleggen. Ze vertelde een beetje verbaasd te zijn dat ik, Jesper en Alex uberhaupt nog in Taiwan waren. ‘Most of the exchange students have gone home already…’  Yes, dat weet ik, zuchtte ik in gedachten, en het liefst zou ik hetzelfde doen. ‘Toen we in mei onze tickets boekten, hadden we geen goed zicht op de planning dus we hebben zomaar een datum geprikt,’ legde ik haar uit.

Gelukkig toonde Amy zich erg meelevend en behulpzaam. Ze belde naar de Campus Housing Division, maar werd daar helaas weg-gebonjourd. Blijkbaar was de vrouw die er de baas was de komende twee dagen niet aanwezig, dus ze konden nu niets voor me doen. Ik gaf Amy mijn telefoonnummer en ze beloofde donderdag te bellen met nieuws. Het best-case scenario is dat ik in elk geval tot eind januari in de dormitory kan blijven; theoretisch gezien kan dat gewoon in m’n eigen kamer, aangezien de Vietnamese meisjes tot half februari in Vietnam zijn. Maar nogmaals, het is Taiwan, dus wellicht dat dit om administratieve redenen niet mogelijk is. In dat geval ben ik allang blij als er ergens op de campus nog een bed vrij is. Dat moet haast toch wel zo zijn?!

Op dit moment is de situatie nog volledig onduidelijk. Ik kan momenteel niets anders doen dan het telefoontje van Amy Chen morgen afwachten, om dan te horen wat het mevrouwtje van Housing Devision te zeggen heeft. Moet ik inderdaad de 19e (morgen dus al!) uitchecken, dan heb ik een paar alternatieven. Ginger, een meisje dat bij me in Chinese les zat en dat op dezelfde gang woont als ik, zei gisteravond dat er in haar dorm een bed vrij is en dat ik daar wel (semi-stiekem) mag blijven, en Rainy heeft aangeboden dat ik in haar bed mag slapen zolang zij in Tainan is (maar ja, hoe krijg ik dan haar sleutel?). Ten slotte is er natuurlijk nog Iris Tuan.

Het komt vast goed, op de een of andere manier, maar een beetje vervelend is het wel. Inmiddels heb ik m’n koffers zo veel mogelijk ingepakt en er staat een doos klaar om naar huis te sturen. In gedachten neem ik al afscheid van de campus, het zwembad, de vertrouwde paadjes, het wooden waffle house… maar stiekem hoop ik dat ik gewoon nog een week of twee in Hsinchu kan blijven. Of nou ja… wat er ook gebeurt, zondag vertrek ik voor Chinees Nieuwjaar een paar dagen naar Tainan, en ik ben sowieso van plan om de laatste week van m’n Taiwan-reis in Taipei door te brengen. Verder, wat mijn toekomstig zwerverbestaan (?) betreft: I’ll keep you posted!

 

living is easy with your eyes closed

En plotseling is de eerste helft van de eerste maand van 2012 alweer voorbij. Of het snel gaat? Deels. Het ene moment geniet ik met volle teugen van de momenten hier: dansen tot diep in de nacht, rode wijn drinken met uitzicht over Hsinchu, praten over Het Leven tot het weer licht wordt, knallen in het zwembad, rondjes campus rennen en lekker uit eten in Taipei. Helaas overvallen me steeds vaker momenten dat ik het liefst morgen in het vliegtuig stap. Lekker naar huis. Ik kon de verleiding niet langer weerstaan en heb m’n koffers al onder het stof vandaan gehaald. Natuurlijk is het voor echt inpakken nog te vroeg, maar ik wil een doos met spullen naar huis sturen en dan moet ik wel weten hoe veel er niet meer in m’n koffer past.

Vandaag schrijf ik m’n laatste essay af (althans, dat is de bedoeling). Verder heb ik besloten het de komende week rustig aan te doen. Back to basics, daar ben ik wel aan toe na alle hectiek van de afgelopen week. Mijn bioritme is weer volledig overhoop gegooid (het was het waard, hoor, die laatste uurtjes quality time met de Internationals voordat iedereen vertrok!) en het gevolg daarvan was gisteravond enorme chaos in mijn hoofd. Daarnaast knaagt er de laatste tijd steeds vaker iets anders aan me: ik ben niet meer tevreden met de gemakzuchtige manier waarop ik de laatste maanden steeds meer ben gaan leven.

Waar is het vega hippie-meisje gebleven dat stellig zei nooit een auto te nemen? Sinds wanneer ben ik zo verslaafd aan m’n smartphone en Facebook dat het eerste dat ik doe als ik een cafe binnenstap is kijken of er WiFi is? Waarom kom ik pas uit bed als ik nieuwsgierig ben naar nieuwe e-mail? En hey, die boeken die ik nota bene vanuit Nederland mee naar hier nam zijn nog steeds niet allemaal uit!

Het voornaamste dilemma is dat ik enerzijds mezelf geen beperkingen wil opleggen, anderzijds wel bewust wil leven. Living is easy with your eyes closed. Zo simpel om op verstand-nul mee te draaien in de kapitalistische wereld, domweg continu spullen te kopen gewoon omdat het kan. Gelukkig zijn er een aantal mensen die me de afgelopen tijd een beetje wakker schudden. Om te beginnen natuurlijk Mille Pagine, met haar Living Like Larry-blogs. Daarnaast vriendinnetje Rebelle, die al zolang ik haar ken zich druk maakt om de bioindustrie en vegan cosmetica. Ook stuurde EP me van de week dit linkje over de man die geen afval meer wil produceren. ‘Dit vond ik iets voor jou’. Ik voelde me een beetje schuldig toen ik het las… jemig, wat ben ik gemakzuchtig geworden. Hier in Taiwan is het plasticverbruik nog veel groter dan in Nederland, en vragen of je kassabonnetje niet kan worden geprint is niet mogelijk. Maar dat is geen excuus om niet weer mijn best te gaan doen.

Wat verder indruk op me maakte, is dit filmpje. Het duurt twintig minuten en OK, ik moest even wennen aan haar stem, maar er worden een hoop rake punten gemaakt. Vooral in de tweede helft worden dingen gezegd die weliswaar niet altijd nieuw voor me waren, maar wel exact wat ik nodig had om weer even te horen. Oh, wat zit de wereld toch bizar in elkaar. “We’re on this crazy work-watch-spend-tredmill and we could just… stop.”

De afgelopen tijd hield ik mezelf steeds voor dat het belangrijker was om zorgeloos gelukkig te zijn en te genieten van de mogelijkheden van het leven, zonder mezelf te beperken, dan om consequent vegetarisch te eten of mezelf ervan weerhouden spullen te kopen die ik ‘nodig’ had. Nu is het tijd om mezelf een schop onder m’n kont te geven. Wake up, Suusie. Nee, ik kan de wereld niet veranderen, maar ik kan wel proberen te luisteren naar de innerlijke stem van mijn idealen.

En dus schreef ik vanmorgen op een post-it:

Deze week wil ik:
- Minder geld uitgeven, ‘het eenvoudige leven’
- Minder producten kopen (more food, less products)
- Minder uren achter Facebook hangen
- Geen vlees en vis eten
- Minder zuivel eten (doe ik eigenlijk al)
- Elke avond om 23:00 in bed liggen

Deze week. Op kleine schaal. En daarna zie ik wel weer verder.

Ik vind het enorm moeilijk om te zoeken naar de balans. Niet streng zijn voor mezelf of boos worden als ik het ‘verkeerd’ doe, maar ook niet simpelweg dan maar m’n ogen sluiten omdat dat makkelijker is. Nee, ik ben er nog lang niet uit. Wel ben ik klaar voor een volgende stap. Dat zal makkelijker zijn als ik straks terug ik Nijmegen ben – met natuurwinkel en inspirerende vrienden dichtbij – maar waarom niet vast nu beginnen? :)