Skip to content

Koken & Cafeetjes: zomaar wat verlangens

Weggaan om terug te komen, daarover plaatste Hedoniste een paar dagen geleden een quote op haar blog. Coming back to where you started is not the same as never leaving, zei Terry Pratchett. Het is waar. Voor het eerst ervaar ik wat reizen zo waardevol maakt, eindelijk snap ik waarom nieuwe plekken ontdekken de moeite waard is. ‘Maar ik ben toch al gelukkig in Nijmegen,’ dacht ik altijd. Oh zeker, en juist nu ik aan de andere kant van de wereld ben zie ik des te meer waarom. Steeds vaker dwalen mijn gedachten af naar mijn gewone leventje in Nederland, en van de cravings die ik heb leer ik wat er echt belangrijk is. Zo zijn er een aantal dingen die ik, als ik straks terug ben, zal waarderen als nooit tevoren. Hele normale dingen waar ik voorheen amper bij stilstond, maar waar ik nu ontzettend naar uitkijk. Een lijstje – opdat ik niet vergeet.

1. Mijn eigen boodschappen doen bij Albert Heijn en de Natuurwinkel. Gewapend met een lijstje en twee tassen op m’n fietsje naar de XL crossen, m’n mandje vol laden met fijn vers, biologisch, vegetarisch voedsel. Bewust kiezen voor wat ik wel en niet koop. Hier in Taiwan is dat toch een stuk moeilijker. En weet je, voor een tijdje is dat niet erg. Inmiddels kan ik genieten van een bord kung pao chicken of een zoetig wit 7-Eleven-broodje. Ik lap m’n semi-vegetarisme behoorlijk aan m’n laars, eet regelmatig bij de Mac (ja, echt) en checken of iets biologisch is heeft hier toch geen zin, dus ik laat het gaan en dat is OK. Maar als ik thuis kom wil ik weer wat meer een hippie-meisje zijn.

2. In cafeetjes zitten met mijn laptop en/of schrijfboekje. Samson, Blonde Pater of de Blaauwe Hand. Met een kop thee of warme chocomel erbij (op veilige afstand van m’n toetsenbord, welteverstaan) aan een houten tafeltje zitten. Mensen kijken, nadenken, schrijven. Wegduiken in een goed boek en pas na een half uur merken dat m’n drankje koud is. Of m’n studiewerk meenemen en tussen het zondagse geroezemoes m’n opdrachten voor de nieuwe week maken.

3. Avonden voor mezelf hebben. OK, eigenlijk is dit niet iets ‘wat ik mis’, want tot halverwege juli was ik toch behoorlijk vaak de hort op. Als ik nu door m’n agenda blader, begrijp ik niet hoe ik dat volhield: in een week reisde ik soms van Nijmegen naar Tilburg, Dreumel, Leiden, Velp, Utrecht en terug. Nou ja, eigenlijk hield ik het natuurlijk ook niet vol. Nu mijn sociale leven grotendeels is beperkt tot etentjes met locals en e-mails aan familie en goede vrienden, merk ik hoe heerlijk het is om meer rust en tijd te hebben. Het houdt me dan ook ontzettend bezig hoe ik deze rust ga voortzetten als ik weer midden in het Nijmeegse studentenleven sta. Dat wil ik namelijk. Niet meer wekenlang vooruitplannen, geen ever-expanding vriendenkring. Moeilijk, hard, maar waar. Het wordt anders. Prioriteiten, Suusie.

4. Een baantje hebben en mijn eigen geld weer verdienen. Want hoewel het natuurlijk ontzettend relaxed is om even niet te hoeven werken, voelt het toch een stuk minder fijn om te leven op geld van DUO en mijn ouders. Ontzettend fijn dat die me steunen, maar…. Liever zorg ik daarnaast voor m’n eigen inkomen.

5. Yogalessen volgen. Ik heb in een van de eerste weken hier m’n eerste eigen matje gekocht en doe nu regelmatig wat oefeningen die ik me nog herinner van de lessen die ik op de middelbare school kreeg bij de lerares in onze straat. Maar ik wil nieuwe houdingen leren en, vooral, gecorrigeerd worden weten hoe ik kan verbeteren.

6. Meer lezen. Zie ook punt 3. Jemig, ik mis mijn Harry Potter-boeken.

7. Koken! God, ik heb nog nooit zo verlangd naar het snipperen van een ui of het fruiten van knoflook in olijfolie. Parmezaanse kaas raspen, verse pesto maken in m’n kleine blender, paprika’s grillen, lasagna bouwen, roeren in een pan risotto of een enorme stapel pannenkoeken bakken. Oh, alleen als ik er aan denk krijg ik al blije kriebels. En dan natuurlijk koken voor meerdere personen en opeten samen met KS, DK, Tough Lady of een ander vriendinnetje.

8. Mijn aromalampje gebruiken: een kaarsje aansteken, etherische olie in het waterschaaltje druppelen en genieten van de heerlijke geur in m’n kamer.

9. Constructief studeren. Nieuwe dingen leren in structuur en duidelijkheid, in plaats van met de vaagheid waarmee de Taiwanese colleges gepaard gaan. Literatuur aanschaffen (ik heb hier maar voor 1 van mijn vier vakken een boek). Een opdracht krijgen voor een essay, daarmee aan de slag gaan. Discussieren in werkcolleges. Gaar zijn na een lange dag, bijkomen tussen twee lessen door met een Twix en een kop chocomel. Voldaan zijn.

10. Weekend hebben en het gevoel hebben dat ik het echt hebt verdiend – omdat ik vijf dagen lang hard heb gewerkt (en toch heel veel lol gemaakt). Met een glas Goede Wijn op de bank ploffen, alles van me af laten glijden en genieten van de stilte om me heen. OK, er zitten veel voordelen aan een tijdje niet werken en weinig studeren (uitslapen, tot rust komen, veel tijd voor leuke dingen!), maar af en toe mis ik het wel om eens een weekje keihard te werken en daarvan resultaten te zien.

I know, sommige dingen die ik hierboven schrijf heb ik al eerder of zelfs vaker genoemd. Ach, dit is wat me bezighoudt. Om Pratchett nog maar eens aan te halen: now I see the place I came from with new eyes and extra colors.

En nu is het tijd om mijn liefste een kus te geven en plannen te maken voor de komende dagen in Taiwan. Want ondanks dat ik uitkijk naar al deze dingen van Nederland, hoef ik ze niet right here, right now te hebben. KS is er, dat is ontzettend fijn, en precies genoeg voor de komende twee weken. Alle andere vooruitzichten maken me blij, maar ik vind het niet erg dat ze nog een tijdje in het verschiet liggen. Ik ben nu in Taiwan, en het is zo’n luxe om een tijdje weg te mogen zijn. Tijd te hebben om na te denken, en te concluderen: of het nou hier of daar is, het leven is goed.

counting the days: (sinter)K(laa)S!

Over een maand is het al Kerstmis. Ik realiseerde het me pas afgelopen weekend, toen ik door Kaohsiung liep en daar ineens bij de ingang van een winkel een opblaaskerstman stond te wiegen op de wind. In de 30-graden-brandende-zon, ja. Het was een gek gezicht.

Dat doet niet af aan het feit dat we het eind van 2011 naderen. Bijna elf maanden zijn voorbij, en zoals alle andere bloggers die daar al over hebben geschreven moet ik ook ik weer beamen: wat is het snel gegaan. Toen ik vanavond via Tsing-Hua University terug liep naar m’n dorm realiseerde ik me dat ik over een paar weken alweer een jaarverslag ga schrijven, en hoewel dat altijd een behoorlijke klus is, heb ik er nu al zin in. Wat heb ik allemaal gedaan dit jaar? Waar stond ik een jaar geleden? Oh, ik houd toch zo van reflecteren.

Wat óók best snel is gegaan, zijn de afgelopen acht weken. Twee maanden geleden verraste mijn liefste KS me met de mededeling dat hij me als Sinterklaascadeau zou komen opzoeken in Taiwan. En OK, ik zal geen mooi weer spelen, het is niet alsof de zestig dagen die ik heb afgeteld zijn voorbijgevlogen. Het duurt nog zo lang, verzuchtte ik regelmatig. God, af en toe leek er aan die weken geen einde te komen. En toch heb ik nu het gevoel dat het plotseling ‘al’ zover is. Overmorgen vliegt m’n lief weg uit Amsterdam en maandag landt hij om 13:00 op Taoyuan International Airport.

Natuurlijk ga ik hem ophalen. Waarschijnlijk kan ik sowieso amper slapen van de spanning – ik heb al een paar dagen het gevoel dat ik als klein kind had vlak voor 5 december, dus wat dat betreft is het Sinterklaascadeau geslaagd, hihi. Om een uur of tien neem ik de shuttle bus naar Hsinchu High Speed Rail station, waar ik een supersnelle trein pak naar Taoyuan en vanaf daar weer een bus naar het vliegveld. Dat is sneller dan eerst naar Taipei; want hoewel op vliegtickets ‘Taipei’ staat, ligt Taoyuan Airport in feite tussen Hsinchu en de hoofdstad in.

‘Maar heb je dan geen les op maandag, Suusie?’ Eh, ja. Iets met prioriteiten, al was KS het daar dus niet mee eens. ‘Je gaat gewoon naar de les hoor!’ zei hij van de week verontwaardigd op Skype, om met een evil grijns toe te voegen: ‘anders blijf ik gewoon achter de douane wachten.’ Zijn koppigheid is me niet onbekend en meestal als we dit soort discussies hebben wint hij het van me, maar dit keer lekker niet. Ik heb het plan voor maandag gefixt en loop er al weken over te fantaseren. Mooi niet dat ik tot 17:30 in het Assembly Building zit terwijl ik weet dat mijn liefste nog maar honderd kilometer bij me vandaan is. De tijd die we de komende weken samen is me kostbaar. Dus ging ik gisteren aan het eind van de les naar Li lao shi (teacher Lee) toe, om mee te delen dat wo de nanpengyou (my boyfriend) naar Taiwan komt en dat ik er daarom niet zal zijn. ‘OK, say Hi to him from me,’ antwoordde ze met een geruststellende glimlach. ‘And have fun!’

Yeh, plezier hebben gaan we zeker. Hoewel er duizend mogelijkheden zijn en ik al een aantal dingen heb bedacht die we zouden kunnen doen, ligt op slaapplaatsen na weinig vast. De eerste dagen blijven we in Taipei en donderdagmiddag reizen we samen terug naar Hsinchu, zodat ik in elk geval niet twee Chinese lessen mis. ;-) De rest van de tijd overnachten we in principe in het guesthouse op de campus, al hoop ik stiekem dat we een paar dagen naar de oostkust kunnen reizen. Taroko National Park is naar het schijnt het mooiste gebied van Taiwan, en wie weet gaan er nog wel boten naar Green Island…

Ach, we zien het wel. Eigenlijk is wat we doen niet zo belangrijk, het zal al zo fijn worden om gewoon in elkaars aanwezigheid te zijn. Hij blijft trouwens tot 13 december, en ik hoop dat jullie het me vergeven als ik de komende tijd wat minder schrijf op Suushi. Ik ben van plan om gewoon te blijven bloggen hoor (ik kan toch niet te lang zonder), maar als het hier stil is, heb ik daarvoor een goede reden toch? De rest van december belooft in elk geval genoeg schrijfs, met uitgebreide jaarverslagen en binnenkort ook weer een maffe-dingen-in-Taiwan-lijstje. Stay tuned!

Kaohsiung: sfeerproeven in het zuiden

Acht uur stipt ontmoetten we elkaar op de gang. Ik had nog slaapoogjes; het was een korte nacht geweest, dus dat ik in de bus nog zo’n drie uur zou kunnen slapen was een prettig vooruitzicht. Samen liepen we de heuvel van Da Xue Road af tot we bijna beneden waren. Daar stond het gebouwtje van Aloha, waar Kelly een dag eerder al onze tickets had gekocht. De afgelopen maanden was ik al vaak langs dit gebouwtje gelopen en het had me een paar weken gekost om erachter te komen dat het een busbedrijf was. Voor zover ik kon zien, bestond het gebouw slechts uit een vierkante wachtruimte waarvan een zijde een groot raam was, met in rijen opgestelde stoelen en een balie. In Nederland hebben we wat minder luxueuze bushokjes…

Nu bleek Aloha dan ook geen doorsnee tourbussen te rijden. Waar ‘normale’ bussen ingericht zijn met vier stoelen op een rij, gescheiden door een gangpad, krijgt bij Aloha elke passagier z’n eigen enorme fauteuil. De ruimte die normaal gesproken voor twee stoelen wordt gebruikt, was dus gereserveerd voor één persoon! Ik was dan ook diep onder de indruk toen ik op mijn stoel – nummer 9 – neerplofte. De leuning bleek bezaaid met knopjes om de zitting naar achter te leggen en een voetenbank naar boven te halen. In alle oprechtheid, deze stoel zat zelfs lekkerder dan de hangbank in m’n Nijmeegse studentenhuis (en geloof, me dat zegt wat, want oh, die bank…) en het was duidelijk de beste manier van reizen die ik tot nu toe heb meegemaakt. Nou, daar betaal je dan ook voor, zou je zeggen. Ongeloofelijk maar waar: met studentenkorting kostte m’n ticket 600NTD (15 euro), de helft van het geld waarvoor je met de High Speed Rail reist. Goed, je doet er ook twee keer zo lang over, maar ach, we hadden geen haast.

Het werd nog beter. Zodra we zaten, kwam een Aziatisch mevrouwtje langs die nog het meest weg had van een stewardess. ‘Coffee or tea?‘ Ik kreeg er zelfs een koekje en een beker water bij, en een doekje om mijn handen en gezicht op te frissen. Daarna kwam ze nogmaals langs om fleecedekens uit te delen. Welterusten!

Aan het begin van de middag kwamen we aan in Kaohsiung. Kelly noch ik was eerder in de stad geweest, en dus besloten we gewoon maar wat rond te gaan lopen op zoek naar lunch. Ik was blij dat Rainy me een dag eerder nog had geadviseerd om vooral zomerkleding aan te trekken, want jemig, het was hier duidelijk een stuk warmer dan in Hsinchu. Al gauw kleefde m’n zwarte blouse tegen mijn rug en lagen er druppeltjes op m’n lip.

Toen we ons realiseerden dat de weg die we afliepen steeds verder van het centrum vandaan leek te leiden, keerden we om. Ik wierp een blik in de Lonely Planet en we besloten op zoek te gaan naar een van de restaurantjes die daarin werd aanbevolen. Tijdens de eerdere reizen die ik met haar maakte, leerde ik van Kelly dat je je niet altijd aan je reisgids hoeft te houden om het leuk te hebben. Laat maar los, ontdek zelf maar, zo’n boekje is immers ook maar een selectie. En gelijk heeft ze: als ik nu een dag naar Taipei ga, stippel ik steeds minder vaak een plan uit. Toch besefte ik dat een plattegrond en wat starting tips best handig zijn als je voor het eerst ronddwaalt in een nieuwe stad. Waar is het centrum? Hoe liggen de verschillende wijken ten opzichte van elkaar? Wat voor etenswaren zijn hier de specialiteit?

Net als Taipei heeft Kaohsiung een metrolijn, zij het een stuk kleiner en minder druk dan in de hoofdstad. Er zijn maar twee lijnen, en meer is ook niet nodig. We namen de rode lijn richting Siaogang en stapten een halte verder uit, bij Formosa Boulevard. Ons plan was om bij BagelBagel3 te eten, maar dat bleek onvindbaar op de plek waar het zou moeten zijn. In plaats daarvan belandden we bij het Italiaanse tentje Golden 88. Ook prima. Pasta it is!

Na de lunch besloten we terug te wandelen naar Central Park, dat we bij de metrohalte vanuit de verte al hadden zien liggen. We liepen rond over de bruggetjes, giechelden om slapende oude mannetjes op bankjes en voerden een discussie over de vraag of de beesten bij de vijver wel of geen eenden waren. Daarna liepen we door richting de Sky Tower, het hoogste gebouw van Kaohsiung. Deze toren is qua ontwerp geinspireerd op het Chinese karakter ‘gao’ (高), dat ‘tall’ betekent. Je kunt als bezoeker voor 100 NTD naar de 74e verdieping voor een prachtig uitzicht over de stad. Ik opperde dat de zonsondergang van zo’n hoogte vast prachtig zou zijn. Daarop besloten we nog even te wachten met naar boven gaan – het wordt hier toch rond 17:30 al donker – en de resterende tijd winkelend te besteden bij de grote department stores in de buurt van de toren.

De zonsondergang was inderdaad mooi, maar lang niet zo betoverend als de sunset die ik een paar weken eerder had gezien in Sun Moon Lake. Veel indrukwekkender was de stad by night: een eindeloze zee van lichtjes in alle kleuren. We ploften neer in twee relaxte stoelen, bestelden een kop thee en genoten van de rust en het uitzicht. Ook bestelden we de Honey Cake, een bizar groot stuk gebak dat nog het meest weg had van een vierkant fort. Het bleek een soort uitgeholde witte broodkorst, gevuld met room, Haagen-Dasz-ijs, vers fruit, chocola, nog meer room en brood soaked in honey. Ontzettend veel, machtig en zoet, maar ook bizar lekker en vooral leuk om met z’n tweeën in zo’n enorm baksel te hakken. Ik at me misselijk en toen zelfs nog een beetje meer, maar we kregen ‘m niet op.

Toen we uiteindelijk weer met de High Speed Elevator (die zo snel ging dat m’n oren ervan dichtklapten zoals in het vliegtuig) naar beneden gingen was het etenstijd, maar door de Honey Cake hadden we beiden weinig trek. Daarom slenterden we wat rond de stad en bezochten de Liuhe Night Market. Ik bekeek alle voedselkraampjes met interesse, maar vond niets verleidelijk genoeg om te proeven. Na een tijdje kregen we beiden toch zin in wat voedzaams, dus we zochten een caféetje en bestelden een salade met wat sinaasappelsap.

In de avond had Kelly afgesproken met Nancy, een Taiwanees meisje dat ze op een NCTU-feestje had leren kennen en dat ons zou rondleiden door ‘haar’ Kaohsiung. Nancy bleek een ontzettende toffe, spontane meid vol leuke verhalen, en ze sleepte ons mee naar een night market die me deed denken aan de wijk Ximending in Taipei. Nadat we wat hadden rondgesnuffeld, liepen we door naar de Love River. Yes, zo heet ‘ie echt, de rivier die door Kaohsiung stroomt: 爱河(Ài Hé). Langs de rivier brandden overal lichtjes en de Love Pier bood mooi uitzicht op de stad. Na een Ice Tea namen we ten slotte een taxi terug naar het hotel dat Nancy voor ons had geregeld. Ik was helemaal op en had de hele dag al ontzettend last van m’n buik gehad, dus het was heerlijk om na een verfrissende douche in bed te kruipen.

Zaterdag begon met fantastisch nieuws uit Nederland: Kelly had haar scriptie met een voldoende afgesloten en was daarmee officieel afgestudeerd Master of Science! Natuurlijk verwachtten we dat stiekem al wel, maar wat ontzettend fijn voor haar om het na maanden wachten officieel bevestigd te krijgen. Toen het buiten ook nog eens strakblauw bleek te zijn, kon de dag niet meer stuk. We hadden om 9:30 afgesproken met Nancy, en ook Pei-Chun zou er zijn, een Taiwanees meisje dat vorig jaar in Nederland had gestudeerd aan dezelfde opleiding als Kelly. Beide locals hadden hun scooters meegenomen, zodat we makkelijk met z’n viertjes door de stad konden crossen. Blijkbaar is de metro van Kaohsiung onder jongeren niet zo populair… ‘Motorcycles are more convenient’, aldus Nancy.

OK, om eerlijk te zijn: het leek me best spannend, op zo’n kwetsbaar ding crossen door het Taiwanese verkeer. Ik had nog nooit van m’n leven op een scooter gezeten en ik hield me de eerste minuten dan ook angstvallig vast. Maar al na een paar minuten realiseerde ik me: dit is leuk! Het verkeer bleek lang niet zo chaotisch als het van buitenaf lijkt. Chaos, maar wel georganiseerde chaos met een systeem, zo concludeerden Kelly en ik toen we na het ritje van ongeveer twintig minuten afstapten bij de Lotus Pond. Nou, van mij had het tochtje nog wel langer mogen duren.

De Lotus Pond bleek een enorme ‘vijver’ – eigenlijk een meer – met daaromheen allerlei pagodes en tempels. De felle kleuren matchten perfect met de strakblauwe lucht en de zon stond fel aan de hemel. Want man, wat was het warm. Ik heb nergens thermometers gezien, maar afgaande op het feit dat m’n hele lijf was bedekt met een laagje zweet, was het zeker boven de dertig graden. Daar liep ik dan, in hemdje en korte broek, half november… Een bizarre gewaarwording.

We wandelden van de ene pagode naar de andere en klommen natuurlijk naar boven voor mooi uitzicht. Bij de Dragon & Tiger Pagodes, twee torens naast elkaar, liepen we volgens traditie bij de Draak naar binnen en bij de Tijger weer naar buiten. “For good luck”, zo vertelde de Lonely Planet ons, en er was inderdaad niemand die het rondje andersom deed.

Toen we waren uitgekeken – en mijn camera heel wat foto’s rijker was – was het alweer tijd voor lunch. Achterop bij onze Taiwanese vriendinnetjes crossten we terug naar downtown. Op aanraden van Nancy aten we bij Cucina, een Italiaan die belachelijk goede pasta voor belachelijk weinig geld serveerde. Ik genoot van eindelijk eens ‘normaal’ westers eten zonder rare Taiwanese smaakjes. Want ja, hoewel ik inmiddels helemaal aan de rijst-met-maffe-shizzle gewend ben, is het af en toe prettig om iets te eten waarvan je weet hoe het smaakt.

Na de lunch zeiden we Pei-Chun gedag – zij had andere plannen voor de middag – en toen namen we de metrolijn naar het noorden, weg uit de stad. Nancy had gehoord over een oude suikerfabriek waar een museum bij was. Ze was er zelf ook nog nooit geweest. Het bleek de moeite waard. Zowel Kelly als ik vond het een verfrissing om weer eens weg te zijn uit de drukte van de stad. We snuffelden rond over het fabrieksterrein, konden zelfs in de oude suikerfabriek een kijkje nemen en dat bleek veel interessanter dan de vaak opgepoetste musea in Europa. Een muffe geur, dikke lagen vuil op de machines en hier en daar een vergeten overal of een half-vergane mededeling in karakters op de muur. De fabriek was dan wel opengesteld, maar duidelijk niet spic-and-span gemaakt. Authentiek. Gaaf.

Zo slenterden we wat over het terrein, en toen we de boel wel bekeken hadden namen we de metro terug. Voor we echt naar huis gingen, wilde Nancy ons nog een soort dumplings laten proeven bij een local tentje. ‘Better than Din Tai Fung,’ zei ze, refererend naar een beroemd restaurant. Hoewel we geen van allen nog echt trek hadden, bestelden we een paar bordjes om te proberen, en inderdaad, ze waren goed.

En toen zat onze tijd in Kaohsiung er alweer op! Uitgebreid bedankten we Nancy, knuffelden haar gedag en spraken af binnenkort nog eens samen te eten in Hsinchu. We namen de metro terug naar main station, haalden bustickets bij Aloha en zo zaten we om 17:30 in die heerlijke luxe bus naar huis. Al was er zo veel meer te doen geweest, beide hadden we het gevoel dat het zo precies goed was voor nu. Die conclusie trek ik na elk tripje weer: twee lange, volle dagen is exact wat je nodig hebt om veel te zien, om vermoeid en voldaan maar niet verveeld te raken.

In de bus terug naar NCTU realiseerde ik me voor het eerst hoe veel er nog is te ontdekken op dit eiland. Als we in twee dagen ‘maar’ zo’n stukje hebben kunnen doen, hoeveel schatten liggen dan nog verborgen in Taiwan? En ik bedacht: de helft van mijn reis is nu voorbij, de tijd begint te dringen…

 

deleten, maar nooit vergeten: een stukje over internet

Nu Suushi steeds meer een reisblog is de laatste tijd, merk ik dat ik het af en toe mis om even van me af te schrijven. Gewoon aan een stuk beginnen zonder van te voren te bedenken waar ik over zal vertellen, met slechts in mijn achterhoofd die vage behoefte, die ontzettende drang om mijn warrige gedachtes met jullie te delen. Zonder dat ik alles precies heb uigestippeld, zonder dat ik weet waar ik heen wil met m’n verhaal. Gedachteloos ratelen, al schrijvende de dingen helderder maken.

Maar wat is er dan veranderd?, zeg je misschien, ik kan toch immers nog steeds schrijven wat ik wil? In theorie wel, ja, maar elke verstandige blogger weet dat je altijd in je achterhoofd moet houden dat in principe iedereen kan meelezen. Nu sociale media steeds groter worden en de privacy-discussie rondom bedrijven als Facebook en Google steeds vaker oplaait, merk ik dat ik voorzichtiger word met wat ik online zet. Een paar weken geleden stuitte ik op dit filmpje, waarin een Duitse student Facebook aanklaagt wegens privacy-misbruik. In acht minuten wordt confronterend duidelijk gemaakt dat alles wat je ooit online zet, altijd bewaard blijft.

Duh, zul je zeggen. Geen nieuws. Nee, voor mij ook niet, maar heb je er wel eens echt bij stilgestaan wat dat betekent? Als je informatie op je Facebook-profiel verandert of verwijdert, is deze weliswaar niet langer direct zichtbaar voor je vrienden. Maar de gegevens die je ooit invoerde, worden niet daadwerkelijk gewist als je op de delete-knop drukt. Ze blijven gewoon aanwezig op de servers, zoals in het filmpje te zien is. Hetzelfde geldt voor al je persoonlijke berichten, chats, et cetera.

Ga maar na. Als ik me niet vergis, betekent dat ook dat de msn-gesprekken die ik als veertienjarig meisje voerde met mijn vrienden, nog ergens rondhangen op de servers van Microsoft. En dat dat beschamende KTV-filmpje van Dummy en mij, waarin we met schelle stem Barbie Girl door de microfoon schreeuwen, nog steeds in het bezit is van Facebook, ook al heb ik er persoonlijk voor gezorgd dat het niet langer publiekelijk beschikbaar is. God, om nog maar te zwijgen over de hitsige sms’jes die we als puber allemaal wel eens hebben verstuurd. Wissen uit je telefoon betekent niet dat de tekst daadwerkelijk verdwenen is. Hoe lang blijven dat soort dingen bewaard? En, in theorie, wie kan zulke oude -doch wellicht gevoelige- informatie opvragen?

Kijk, ik wil niet paranoide doen. Ik snap best dat, ook al worden de gegevens van miljarden mensen verzameld, de kans vrij klein is dat iemand ooit mijn informatie zal opvragen en/of misbruiken. Dat zou een monstertaak zijn, waarvan bovendien het nut te betwijfelen valt. En toch.Vandaag ben ik een twintigjarige studente uit Nederland die haar dagelijks leven deelt met haar kennissenkring en wie het verder maar interesseert. Maar hoe is dat over een aantal jaar? Al heb ik weinig ambitie om een Bekende Nederlander te worden, je weet nooit wat de toekomst brengt. Ergens hoop ik stiekem toch dat ik op een dag m’n brood kan verdienen met schrijven. En ook als dat niet het geval is, komt er een tijd dat ik de Grote Boze Wereld betreed – een wereld waarin niet langer iedereen het beste met me voor heeft. Met mensen van wie ik liever niet wil dat ze weten dat ik op mijn vijftiende liefdesverdriet had, of dat ik verdwaald raakte tijdens een wilde nacht stappen. Of hoe ik over-enthousiast reageerde op de blog van een vriendinnetje (want ja, ook reacties blijven bewaard en traceerbaar!). God, om nog maar te zwijgen over de eindeloze forumposts tussen m’n dertiende en zeventiende jaar. Wat ik daar niet allemaal zo lukraak heb gezegd?

Ik denk dat wij, de jongeren die opgroeiden terwijl het internet als persoonlijk communicatiemiddel in haar kinderschoenen stond, in de toekomst hierover steeds vaker de discussie zullen moeten aangaan. Hoe lang bewaren we online informatie? Mogen de servers van Google een ever-expanding archive worden, of is het een goed idee als dit op de een of andere manier aan banden wordt gelegd? En hoe dan?

Een lastige kwestie. Als historica-in-spe zeg ik enerzijds: fantastisch, zo’n eindeloze hoeveelheid aan egodocumenten. Als ervaren blogger en grootgebruiker van sociale media, nu en in het verleden (denk cu2, MSN, Hyves, Twitter) twijfel ik eraan. We zijn mensen. We maken fouten. We veranderen. Moet ik me op mijn vijftigste nog kunnen verantwoorden voor een uitspraak die ik in een ver verleden op Facebook deed? Wellicht niet, maar… Stel je voor dat Geert Wilders en Femke Halsema als pubers actief waren geweest op MSN. Ik durf te wedden dat sommige mensen een behoorlijk bedrag over zou hebben voor kopiën van hun gespreksgeschiedenis…

Ach, misschien valt het ook allemaal mee. Hoewel dit alles me best bezighoudt de laatste tijd, ben ik voorlopig niet van plan mijn Facebook-account te verwijderen. En wees gerust: bloggen vind ik veel te leuk om niet meer te doen. Sterker nog, het liefst zou ik nog veel meer schrijven dan ik nu doe. Dit stukje begon ik met de intentie eindelijk weer eens wat random gedachten te posten – nou, dat is er niet eens van gekomen! En ik moet natuurlijk ook nog schrijven over Kaohsiung. Ach, veel liever deze stortvloed aan woorden in m’n hoofd dan een writers block. En juist daarom moet ik over al het bovenstaande niet te lang nadenken: ik schrijf wat ik wil, maar wel een beetje met m’n verstand erbij.

Next Stop: Kaohsiung City

Het lijkt bijna traditie te worden: een haastig blogje op donderdagavond, waarna ik veel-te-laat in bed kruip om een paar uurtjes slaap te pakken voor ik naar m’n weekendreisbestemming vertrek. Ditmaal staat Kaohsiung (高雄) op het programma, de tweede grootste stad in Taiwan (na Taipei, duh). Kelly is m’n reismaatje, en op plaats van bestemming zal ik nog kennismaken met twee van haar Taiwanese vriendinnetjes. Zij hebben hun roots in Kaohsiung en zijn twee dagen onze gids. We overnachten in een eenvoudig hostel waar ik eerlijk gezegd net zo weinig een beeld van heb als jullie – een van de Taiwanese meiden heeft de bedden geregeld, zij weet immers beter hoe de stad in elkaar steekt.

Wat we precies gaan doen? Geen idee. Toen ik maandag met Kelly onder het genot van een wafel de reisplannen besprak, waren we het er beide over eens dat we weinig willen vastleggen van tevoren. We zien wel wat er op ons af komt en wat we ook doen, leuk wordt het toch wel. Zoals Erwin heel mooi zei naar aanleiding van een van mijn laatste blogs: de flow heeft haar eigen weg. Je kunt je er maar beter aan overgeven, meedeinen met de stroom en erop vertrouwen dat het Leven je brengt waar je moet zijn.

Om geld te besparen (ik wil immers nog zo veel doen de komende tijd, het bezoek van KS komt eraan en mijn laptop was ook niet gratis) nemen we niet de snelle High Speed Rail maar reizen we met de bus. Tot nu toe vind ik de bussen in Taiwan ontzettend relaxed – brede stoelen die achterover kunnen leunen, airco – dus ik heb er totaal geen problemen mee. Kan ik mooi nog een paar uurtjes slapen, en mocht dat niet lukken, dan zie ik tenminste een stuk meer van het land dan wanneer we met 350 km/u langs de kust zouden sjeezen.

Goed. Mijn backpack is nog leeg, het is hier een ontzettende troep en as we speak bijna middernacht, dus het is tijd om te stoppen met typen. God, en dat terwijl ik nog zo veel te vertellen heb… het waren weer een paar bizarre dagen en er zitten een hoop nieuwe gedachten in mijn hoofd. Ach schrijven kan ook nog als ik weer thuis ben. Nu is het tijd om ervaringen te verzamelen, sorteren en verwerken komt later wel. Liefste lezers, fijn weekend!

“even curry eten” – niets is wat het lijkt in Hsinchu

Jemig, het was weer een bizar weekend – geen wonder dat ik vandaag als een zombie heb rondgelopen. Woorden schieten tekort om alles te vertellen en toch is een heel verhaal nodig om de grote lijnen voor jullie begrijpelijk te maken. Het ene moment zat ik rustig achter een bord gekruide rijst en nog geen vierentwintig uur later sjeesde ik met elf mensen in een zespersoonsauto (!) door het Taiwanese binnenland. Hoe dan? Ja, het leven hangt van raadsels en toeval aan elkaar…

Eigenlijk begon het allemaal zo’n twee weken geleden. Het was maandagavond en Shrimps, Dummy en ik zaten gaar van een dag les aan ons doorgekookte avondmaal in Dining Hall 1. We waren bijna klaar met eten toen er ineens een jongen op ons af kwam. ‘Hey, zijn jullie toevallig Nederlanders?’

Dat was dus Jeroen, over wie ik al eerder schreef. Na ruim een half uur te hebben gekletst over onze ervaringen in Taiwan wisselden we telefoonnummers uit en spraken af om binnenkort eens wat te drinken met z’n allen. Zo kwam het dat ik ‘mijn’ dudes donderdag mee sleepte naar de Red Bar. Ook Rainy was erbij; we hadden eerst met z’n vieren gegeten bij Taco House, een afhaalmexicaan waar we veel goeds over hadden gehoord, maar die helaas nogal tegenviel (slapgekruide taaie taco’s met knalgele kaas). Daarna waren we gaan shoppen en toen Jeroen me om een uur of tien belde of we nog kwamen, gaven de jongens dat ze weinig zin hadden nog uit te gaan. ‘Alsjeblieft, één drankje dan,‘ smeekte ik. Ik was zelf ook niet van plan het laat te maken. Uiteindelijk gingen ze overstag. Eéntje dan. Echt.

Maar je weet hoe dat gaat. Hoewel hij na middernacht serieus aanstalten maakte om te vertrekken, bleef ook Dummy toch zitten toen ik hem na overleg met Shrimps een tweede pul Carlsberg voor z’n neus zette. Zelf zat ik ook prima op m’n barkruk in de hoek. Ik genoot ervan voor het eerst in maanden weer eens in een kroeg te zijn: de gesprekken, de sfeer, het geroezemoes… Al kijkend, luisterend en pratende nam ik alles als nieuwe energie in me op.

En toen was daar plots Ian, een enorme Amerikaan die zich ongevraagd bij ons gezelschap voegde en in gesprek raakte met Jeroen en Shrimps. ‘Forget about the tones,’ zei hij over het Chinees, en toen ik dat hoorde was ik een en al oor. Niet omdat ik hoopte dat alles wat ik tot dan toe in de lessen van Li lao shi geleerd had onwaar zou zijn – eerder het tegenovergestelde. Wie dacht deze arrogante westerling wel niet dat hij was? Al gauw leerde ik echter dat Ian al tien jaar in Taiwan woonde, verloofd was met een Taiwanese, een uitgebreid netwerk had in Hsinchu en vloeiend Chinees sprak. Tot zover mijn vooroordelen, al geloof ik nog steeds niet dat hij gelijk heeft wat die tones betreft. Ook moest ik stiekem wel giechelen toen ik vernam dat zijn achternaam Lovegrove was. ‘Tja, mijn ouders waren rasechte hippies,’ verklaarde hij grijnzend, alvorens de serveerster te wenken. ‘Another beer for all these people!’

Ian bleek ontzettend sociaal. Spontaan nodigde hij ons uit voor zijn bachelor party twee dagen later, én voor de bruiloft die op 12 november zou plaatsvinden. Aangeschoten en stuiterend zeiden we er te zullen zijn. De verhalen die hij vertelde over beer gardens in Taichung en een diner van voortreffelijke curry bij het restaurant van zijn ‘Taiwanese brother‘ klonken veelbelovend. Toen de Red Bar sloot, nam Ian ons mee voor een after-party snack bij een local tentje en daarna belde hij een taxi die ons terug bracht naar Chiao Da, zoals NCTU in de volksmond wordt genoemd.

De bachelor party sloeg ik over – ik was nog brak van donderdag! – en een paar dagen voor de bruiloft besloten de jongens en ik dat we ook het grote feest aan ons voorbij zouden laten gaan. Wat aanvankelijk een unieke kans had geleken, voelde nu ongemakkelijk. We kenden Ian immers amper en hadden zijn aanstaande bruid zelfs nog nooit ontmoet. Daarbij zou ik dan halsoverkop nog een jurk en nette schoenen moeten aanschaffen, en we zouden met z’n drieen een huwelijkscadeau moeten verzinnen. Bovenal realiseerde ik me dat ik me niet prettig zou voelen op zo’n intiem feest tussen alleen maar onbekenden. ‘And how do you know Ian and Christina again?’ Nah, liever geen wedding crasher.

Prima, zou je denken, end of story. Dachten wij ook. Ik was de hele bruiloft dan ook compleet vergeten toen ik Dummy en Shrimps zaterdag voorstelde uit eten te gaan. Al van verschillende kanten had ik gehoord over Curry Fans, een restaurant in Hsinchu dat vele malen beter scheen te zijn dan de plek waar we tot dan toe heen gingen voor een pittige hap. Via Facebook achterhaalde ik het Chinese adres van de plaats – taxichauffeurs kunnen over het algemeen geen Latijnse letters lezen- en al gauw bleek dat de seafood casserole curry hier inderdaad veel lekkerder was dan bij ons oude tentje aan Guang-Fu Road. Ook de jongens waren enthousiast. We zaten heerlijk te smullen en te kletsen, tot ik opeens merkte dat mij tafelgenootjes stil werden en rood aanliepen. Het duurde even voor ik begreep waarom – zo heet waren de curry’s toch niet?

‘Daar is Ian,’ wist Shrimps uit te brengen na mijn vragende blik.Vanuit de hoek van het restaurant waar we zaten keek ik het zaakje in. De grote groep mensen die aan de lange tafel was geschoven was onmiskenbaar een feestgezelschap. Oh ja, shit, die bruiloft was vandaag! Hoewel ik – in tegenstelling tot de jongens – Ian netjes een berichtje had gestuurd, was dit toch enigszins awkward… Ik dacht even na en realiseerde me dat we nooit weg zouden komen zonder opgemerkt te worden. Trouwens, wellicht had Ian ons al lang gezien. Daarbij kreeg ik nu toch geen hap meer door m’n keel. OK Suusie, zei ik tegen mezelf, en ik dacht aan een uitspraak van KS: “ik doe niet aan schaamte”. Want ja, waarom ook eigenlijk? Dus ik stond op. ‘Whatever jongens, ik ga hem gewoon feliciteren.’

‘Hey guys,’ zei Ian vrolijk, terwijl ik hem hartelijk knuffelde en drie zoenen gaf. ‘I’m sorry for not being there today, I hope you understood,’ zei ik direct. ‘No worries! Here, take a beer,’ antwoordde hij en voor ik het wist hadden we alledrie een halve liter Taiwan Beer in de hand. Iedereen die me kent weet dat ik niet gek ben op pils, maar ik was op dat moment al lang blij dat ik met een gerust hart de rest van m’n curry op kon eten.

Hoewel we van plan waren niet lang te blijven, was het daarvoor uiteraard te gezellig. Op het feest waren een paar Belgen die Ian kenden uit hun studententijd; ik praatte volop met Bart en Erwin en gniffelde tussendoor om de steeds dronkener wordende feestgangers. Uiteindelijk zaten we om half vier in de taxi naar huis. Bij de MOS Burger aten we een after-party snack en voor de zoveelste keer deze reis concludeerden we: dit is de Taiwan experience. Niets, echt niets gaat zoals je het je van tevoren had voorgesteld. Vandaag gingen we “even curry eten”… wat zou ons morgen weer te wachten staan?

Voor ik in bed kroop, besloot ik dat het voortaan best wat vaker zo mag zijn. Laat het maar op z’n beloop, Suusie. Laat je maar meevoeren met de stroom van het leven – soms kalm, dan weer stormachtig. Maar in hemelsnaam, stop je zo te verzetten! Kap nou eens met die eindeloze pogingen van je om op alles grip te krijgen. Je hebt toch nooit daadwerkelijk controle en als je die had zou je ongekend veel spontaniteit aan je voorbij laten gaan.

Go with the flow – ik geloof dat ik die wijsheid de afgelopen maanden steeds beter ga begrijpen. Oh, en die enorme hoeveelheid mensen die de volgende dag in één auto bleek te passen? Dat is een avontuur op zich… Tja, ik moet natuurlijk wel wat sterke verhalen overhouden voor in de Nijmeegse kroeg. ;)

14

shí sì shì shí sì

- practicing Chinese gymnastics -
this shit isn’t so simple

these tongue twisters?
shhhhh - I’d rather just kiss

 

*shí sì (十四) means fourteen in Chinese / shì means ‘to be’
**only fourteen days left until my dearest KS arrives in Taiwan!

(besides, it’s November 14 today)