Hoe en waarom ik er precies mee in gestemd had wisten we beiden niet meer. Tijdens mijn werk gisteren vroeg ik me steeds af waar ik in hemelsnaam aan was begonnen. Van zijn vage hints twee dagen eerder werd ik niet veel wijzer: ‘een donderdag’, ‘leiderschap bij brand’, ‘je zou eens moeten leren falen’. Zaterdagavond stond in mijn agenda genoteerd. Eén belofte zou ik hem mogen laten doen, op een door mij gekozen moment. De vraag was alleen: wat, en wanneer?
Aan het eind van de middag pikte het rode busje me op. Mijn fiets werd achterin gelegd en ik mocht plaatsnemen op de passagiersstoel. ‘Je krijgt zo een kwartier om te eten,’ zei hij vanachter zijn zonnebril. Het was kwart over zes. We reden langs bekende plekken - tot nu toe had ik niets te vrezen. Hij parkeerde de auto op de stoep en mijn fiets in de garage. Ik kreeg wat drinken en een pizza. ‘Dit is het ontspannings-gedeelte, geniet er nog maar van’. Hij schoof een groen doosje mijn kant op - ‘je overlevingspakket’ - een wit fietslampje, een onbekend pilletje, een eiersnijder en een TomTom. Oh jee.
Hij dirigeerde me weer naar de auto en we reden de stad uit, een dorp in. Op een plein zette hij de auto stil. Ik wist behalve van de bordjes niet waar we waren. Pas toen ik de poster voor het raam zag hangen, begreep ik waarom we per se op tijd moesten zijn. Inception.. Ik mocht blijkbaar nog wat langer ontspannen. :)
Het schemerde al een beetje toen we 2.5 uur later weer naar buiten liepen. Mijn brein was verdraaid en versuft - echt, die film doet wat raars met je en dat was nu juist deze avond niet zo handig. Weer bij de auto pakte hij wat uit de achterbak. Een blauw flesje doorzichtige vloeistof en een gele doek hield hij voor mijn neus. ‘Luister, we moeten natuurlijk wel in de sfeer blijven… je snapt toch wel dat het niet anders kan dan…’
Ik had al bijna al mijn nagels stuk gebeten toen ik pas begreep dat hij een grapje maakte. ‘Maar dit is wel serieus,’ zei hij en hij pakte een andere doek en touw uit het dashboardkastje. Toen werd mijn wereld donker. We reden weg en ik had geen flauw idee waarheen.
Ik babbelde loos voor me uit van de zenuwen. Waarom deed ik dit ook alweer? Waarom vertrouwde ik hem eigenlijk? ‘Je bent goed in je rol van ontvoerd onschuldig meisje’, grapte hij. Ik was ineens niet meer zeker van de waarheid en liet hem beloven dat hij, wat er ook zou gebeuren, de hele tijd mijn hand zou blijven vasthouden. De gedachte ‘alleen zijn’ was enger dan ooit geweest.
Uiteindelijk werd de auto geparkeerd. Hij maakte de deur voor me open en hielp me overeind. Ik rook bosgeur en voelde zachte grond onder mijn voeten. Ik kreeg mijn tas in mijn handen gedrukt. ‘We gaan een stukje lopen. Nee, je blinddoek mag nog niet af.’
Ik was compleet gedesoriënteerd en bedacht me hoe naïef ik eigenlijk bezig was. Misschien was het geen grap, misschien was het een sluwe truc om mij te doen verdwijnen. Misschien speelde hij het spelletje met me mee. Alles was mogelijk, ik kon feitelijk geen kant op. Er was duidelijk niemand in de buurt. Op een gegeven moment stopten we. ‘Houd eens vast,’ zei hij en hij drukte een rol tape in mijn hand. Ik kreeg de kriebels. Had ik nou maar niet zoveel Dexter gekeken de afgelopen week… Even later werd de tape gelukkig weer weggestopt en we vervolgden onze weg, ik half wankelend maar zijn hand nog altijd vast.
Na een paar minuten stonden we weer stil. ‘Nu even wachten,’ zei hij en hij liet me los. ‘Waar ben je?’ zei ik zwakjes. ‘Blijf je wel hier?’ Ik hoorde hem rommelen in een tas en heen-en-weer lopen. Toen werd de doek van mijn hoofd geknoopt.
Drie seconden lang zag ik niets dan vlekken voor mijn ogen, toen keek ik om me heen. We stonden aan de rand van een vlakte in het bos (maar waar?). Op de grond lag een kleed met in het midden een klein rood doosje. Hij keek me breed glimlachend aan - zijn zonnebril was af. ‘Gefeliciteerd, je verjaardagscadeau.’
Na de eerste vertwijfeling (’blijven we nu hier?’ ‘gebeurt er nu niks meer?’ ‘waar zijn we in godsnaam?’ ‘waar had ik die eiersnijder dan voor nodig?’) kwam opluchting en nog meer ontspanning. Tot diep in de nacht lagen we in het bos onder het genot van chips en drinken, kijkend naar maan en sterren. Toen het te koud werd, liepen we samen terug door het donkere bos. De batterij van TomTom bleek leeg en de auto rook naar spiritus, maar we waren gelukkig binnen een kwartiertje thuis. Moe viel ik in slaap, vol van indrukken. Ik werd wakker en weet nog steeds niet zeker of ik alles heb gedroomd, al raad ik je wel aan om Inception te kijken.
Posted in leven | 3 reacties »