Skip to content

2011: deel I

Nog maar negen dagen, dan is het jaar voorbij. Ik kan het me amper voorstellen – voor mijn gevoel is het nog maar oktober, of zo. Misschien komt het omdat niet de jaarwisseling, maar de dag van mijn terugreis in mijn hoofd is gemarkeerd als het einde van een hoofdstuk in mijn leven. Verschillende mensen hebben er de afgelopen week al naar gevraagd: 9 februari ben ik weer in Nederland.

Goed, omdat ik sinds 2008 van elk jaar een verslag maak op mijn weblog, mag 2011 natuurlijk niet ontbreken. Mocht je je vervelen, eerdere verslagen kun je hier teruglezen: 2010 (deel 1 en deel 2), 2009 (deel 1, deel 1.5, deel 2) en 2008 (deel 1 en deel 2). Het schrijven van een jaarverslag is altijd een heel karwei, maar ik vind het ontzettend leuk om oude blogs te herlezen en terug te bladeren in mijn agenda. Zoals altijd gaat het ook nu weer moeilijk worden om de blog compact te houden, er is immers weer zo veel gebeurd in twaalf maanden tijd. Ik ga vast duizend dingen vergeten, en daarom zeg ik alvast vooraf: dat ik er niet over schrijf, wil niet zeggen dat het niet toch ook belangrijk voor me was.

Vorig jaar toen ik mijn jaarverslag schreef, had ik steeds het gevoel dat de eerste maanden al zo ver weg lagen, dat er sindsdien zoveel gebeurd was dat het uit een ander leven leek. Ditmaal lijkt het eerder andersom. Als ik mijn blogs van januari tot en met juni 2011 doorlees, zie ik dat de basis werd gevormd van veel gedachten die in de tweede helft van het jaar steeds meer mijn leidraad zijn geworden. Bij deze: de eerste zes maanden!

Januari
Het nieuwe jaar begon in Amsterdam; samen met Blondie, Sahara en hun andere beste vriendinnetje luidde ik 2011 in onder het genot van oliebollen en champagne. We mochten verblijven in het prachtige appartement van Blondies zus. Ik maakte risotto, we speelden Boonanza en staken om 12 uur sterretjes af. Het was een heerlijk knusse avond.
De eerste maand van het jaar stond in het teken van mijn Monsterlijk Europa Tentamen, waar ik veel stress van had. Daarnaast stond ik elke woensdag om 5 uur op om te werken bij AH – Lange Woensdag noemde ik dat – en schreef ik een artikel voor de ANS dat moeilijker was dan ik dacht. Toch sloeg ik me er aardig doorheen en maakte ook ruimte voor schrijven in cafeetjes (oh, die foto!). Ik had een paar heftige ontmoetingen, en dacht veel na over Het Leven. En eigenlijk was ik een beetje te druk, maar er was genoeg leuks.

Februari
‘Kon ik maar stralend falen,’ schreef ik aan het begin van de maand. Ja, ik worstelde behoorlijk met mijn perfectionisme, ervaarde het steeds meer als last. Ik werd er strijdlustig van en besloot voor altijd af te rekenen met de negativiteit in mijn hoofd. ‘Ik weiger nog langer zo’n klein stukje mij op dictatoriale wijze de dienst te laten uitmaken.’ Gelukkig ontdekte ik ook steeds meer hoe ik kan ontspannen; met series kijken in bed bijvoorbeeld, iets dat ik voorheen tijdverspilling maar nu steeds vaker heel erg fijn vind. Nodig was dit ook, het nieuwe semester was immers van start gegaan en daarmee begon ik enthousiast aan de minor Politieke Geschiedenis. ‘Alles loopt op rolletjes,’ schreef ik blij. Er zat structuur in mijn dagen en ik was productief. Tegelijkertijd realiseerde ik me voor het eerst een belangrijke levensles. ’Leven is niet te definieren. Ik kan geluk ervaren na een dag niets-doen. Ik kan moedeloos worden bij de gedachte wat-ik-nog-allemaal-moet. En andersom.’

Maart
Het voorjaar brak aan, maar in Zweden was het nog hartstikke winter. Toch was het heerlijk bijkomen in het nieuwe huis van mijn ouders. Ik wandelde door de sneeuw, bakte pannenkoeken en las eindelijk weer een boek. Een week eerder was ik al begonnen met een Internet-Detox, en ik merkte al gauw hoe goed dat me deed.
Eenmaal weer thuis begon de drukte weer. Ik rockte m’n presentatie over Margaret Thatcher, maar struikelde toen ik te veel naar de Mooie Mensen om me heen keek. Elke dag zet ik een stapje, schreef ik op 26 maart in mijn agenda om mezelf een steuntje in de rug te geven. Verder hielp ik KS met zijn verhuizing en kreeg ik het aanbod om vanaf september hoofdredactrice van Karpe Noktem’s Akta Nokturna te worden, iets waardoor ik blij was verrast. Aan het eind van de maand begonnen DK en ik een nieuwe traditie: voortaan zouden we elke woensdagavond samen eten in haar nieuwe huis.

April
Op de eerste dag van de vierde maand nam ik ontslag bij AH. In Zweden had ik me gerealiseerd dat ik na vier jaar daar te hebben gewerkt, toe was aan iets nieuws. Een paar dagen later had ik al een nieuw baantje te pakken, bij Bagels&Beans.
Maar er was meer. Rebelle gaf een tuinfeest, Broer ging mee naar het BeestFeest, ik at voor het eerst weer buiten op m’n terras en verkocht twee dagen honingwijn voor Makana Mede op de Elf Fantasy Fair. Omdat het heerlijk weer bleef, ging ik met m’n blogmeisjes picknicken in het Amsterdamse Vondelpark. Zij waren degenen die het eerst hoorden over Taiwan, een fragiel plan dat nog onzeker was maar dat mijn hart sneller deed kloppen. Een paar weken later volgde ik samen met Hedoniste, Lin en Genesis m’n eerste les Bikram Yoga in Rotterdam. Oh, voor ik het vergeet: deze maand begon ik aan een cursus Vipassana meditatie.
Uiteindelijk kreeg ik op 29 april te horen dat ik aan de hand van mijn motivatiebrief was uitgekozen. Samen met twee studiegenoten mocht ik in september naar Taiwan!

Mei
Voor ik daar echter serieus mee aan de slag ging, stonden andere reisjes op het programma. Eerst logeerde ik een paar dagen om tot rust te komen in het huis van Hedoniste en haar lief. We stonden vroeg op om te zwemmen, zaten ‘s middags te lezen op de bank of in het park en ‘s avonds stond ze in de keuken om mij van Goed Voedsel te voorzien. Opgeladen ging ik terug naar Nijmegen, maar daar bleef ik niet lang: drie volle lentedagen bezocht ik GB in Brighton. De frisse zeewind deed me goed. Voor ik wegging voelde ik me ontevreden; toen ik terugkwam was ik geinspireerd om wat struggles te facen. Met nieuwe energie begon ik aan het Start-to-Run-programma, en naarmate de weken verstreken werd hardlopen weer deel van mijn ritme. Eindelijk schreef ik ook op Suushi over Taiwan. De tickets waren immers geboekt! Nou heb ik nog geen sprinkhaan geproefd (zoals ik toen schreef) en viel mijn idee van ‘oosterse geschiedenis leren’ in het water, maar goed, jullie hebben inmiddels wel door dat ik het ook zonder dat enorm naar m’n zin heb. Anyway, in mei ging ik verder samen met Sahara naar Hedonistes feest – zo leuk om m’n vriendinnetjes elkaar te zien leren kennen. Ik besteedde een hele dag mediterend (dat was deel van de cursus), nipte Goede Wijn op de proeverij van Karpe Noktem en wende langzaam aan het werken bij Bagels&Beans.

Juni
Op de laatste dag van mei vloog KS naar Singapore. De drie weken dat hij weg was, waren vast even oefenen voor Taiwan. ;) Ik had in elk geval genoeg om me mee bezig te houden. Ik schreef voor de ANS, hielp mama een dag op de keramiekmarkt van Gouda, ging met Hedoniste naar een symposium op de Universiteit Utrecht en bereidde me voor op de laatste tentamenweek van het jaar. Het was ook deze maand dat ik er een nieuwe vriendin bij kreeg; het bleek ontzettend goed te klikken met Tough Lady. Daarnaast kon ik eindelijk weer de Keukenprinses knuffelen, die terugkwam uit Canada.
Ondanks de drukte was ik vaker rustig en tevreden dan voorheen. ‘Ik ben zo intens gelukkig,’ smste ik aan Lichtje. Dat ik eigenlijk wat te veel hooi op mijn vork nam, erkende ik wel maar ik deed er weinig aan. ‘Nog even, nog even,’ hield ik mezelf voor als ik weer in de bieb zat/op weg naar mijn werk ging/aan het hardlopen was. Bagels&Beans was leuk, maar horeca-werk viel me zwaarder dan ik wilde toegeven. Om te ontspannen pakte ik yogalessen in het sportcentrum op, en in de avonden at ik regelmatig bij Master en EP.
Midden in juni ging ik een paar dagen op excursie naar Straatsburg, waar ik op locatie het tentamen Geschiedfilosofie maakte. Terug in Nederland rolde ik middenin de examenweek, maar ondanks dat ik bijna elke ochtend huilend in bed lag, drong nog niet door dat ik te veel van mijn reserves had gebruikt. Geen wonder dan ook, dat aan het eind van de maand voor het eerst in mijn student-zijn een tentamen heel hard faalde. ‘Zomer, omarm me…’ schreef ik smekend.

To be continued, uiteraard… de komende twee dagen ben ik in Taipei en daarna moet ik hard aan de slag voor verschillende vakken, maar hopelijk vind ik tussendoor ergens tijd voor Deel II van 2011!

 

over doelen (of eigenlijk: juist niet)

Oh jongens, ik ben zo tevreden. Steeds beter ontdek ik hoe leven werkt voor mij. Toen ik vandaag aan het hardlopen was, en zo ontzettend genoot van gewoon rennen en buiten zijn, drong tot me door: ik functioneer vaak veel beter zonder doelen. Wat een openbaring.

Het was – onder andere - Lin die me een paar dagen geleden op het spoor bracht. Ik uitte mijn bewondering voor haar snel opgebouwde hardloopconditie, en liet vallen dat ik het zelf soms best moeilijk vind dat ik niet het ene na het andere record breek, ondanks dat ik nu al bijna vier maanden regelmatig train. Ze reageerde met de volgende wijze woorden: Plezier houden en blijven gaan is ook een doel. Een prachtig doel. Oh ja. Zo had ik het nog niet bekeken. Want hoewel ik mezelf wel steeds vertelde dat het belangrijkste was dat ik ga, niet hoe lang ik het volhoud, zo langzaamaan knaagde toch steeds vaker ontevredenheid. Waarom verleg ik geen grenzen? Waarom ga ik niet zichtbaar met sprongen vooruit?

Maar hey, waarom zou ik eigenlijk niet gewoon helemaal uit dat westerse prestatie-paradigma stappen? Net nadat ik terug was van m’n rondjes campus, stuitte ik op het blog 100 Days with No Goals. Met elke zin die ik las, voelde ik mezelf rustiger worden. En wat een herkenbaarheid! Feitelijk heb ik hier in Taiwan heel weinig doelen, in de zin van ‘dingen die ik moet halen’ of ‘dingen die mensen van me verwachten’ of ‘dingen die ik denk dat mensen van me verwachten’. Er is niemand die me op de vingers tikt als ik een dag in bed lig met series. Niemand die me vertelt dat ik niet zo gezond leef als ik al een week lang ontzettend veel chocola eet. Niemand die het me kwalijk neemt, als ik een paar dagen niets laat horen op Facebook. Of nou ja, misschien ook wel. Alleen: het doet me minder. Daarbij stel ik zelf ook veel minder doelen (lees: eisen aan mezelf).

En precies zoals Joshua Fields Millburn het schrijft, zo ervaar ik het ook: het is helemaal niet zo dat ik zonder eindeloze verwachtingen en lijstjes-waar-ik-me-aan-moet-houden minder productief ben. Sterker nog, het tegenovergestelde is waar. Gisteren ramde ik er in één dag een paper uit van 2000 woorden en vandaag voltooide ik de moeilijke presentatie van Cultural Studies, waar ik pas mee begon nadat KS in het vliegtuig naar Nederland zat. Bijna elke dag oefen ik wat Chinees. Soms een kwartiertje, soms twee uur. Net waar ik zin in heb. No pressure.

Zo ook met sporten. Weet je nog dat ik laatst schreef hoe sport een deel van mijn dagelijkse routine is geworden? Nou, om eerlijk te zijn: precies na die blog begon er een verzet in mij. Misschien omdat ik weer mezelf probeerde te definieren. Terwijl het juist zo fijn was om vrij te zijn. Wat ik ‘vroeger’ (lees: tot voor kort) altijd deed, was van tevoren een ideaalbeeld creeren in mijn hoofd van hoe ik wilde zijn. Vegetarier. Fit. Serieuze studente. Trouwe vriendin. Dun. Maar door dat te doen, legde ik een enorme last op m’n eigen schouders. Want zie maar eens te voldoen aan het perfecte beeld in je hoofd. Maakt je niet gelukkig. Duh.

Ter nuance: het is niet alsof ik nooit meer mezelf tot de orde roep. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen af en toe een schop onder z’n kont nodig heeft, dus ik ook. ‘Kom op Suusie, nu even focus.’ En ja, de afgelopen dagen vond ik het prettig om op een post-it een paar dingen te schrijven die ik die dag gedaan wilde hebben. Ik denk dat dat prima is. Maar er ligt niet langer een Ever-Expanding Plan of Progress in mijn hoofd waar ik aan moet voldoen. Dat ik vandaag hard werk, wil niet zeggen dat ik morgen nog harder aan de slag moet. Dat ik vandaag twee rondjes campus ren, wil niet zeggen dat ik er overmorgen ook twee moet.

Misschien is dit voor jou wel allemaal heel vanzelfsprekend. Maar ik kan je vertellen: deze vrijheid maakt voor mij een wereld van verschil.

 

KS in Taiwan: de tweede week

Zo, waar was ik gebleven? Pakjesavond! Het was al donker toen we op maandag 5 december bepakt en bezakt over University Road naar boven liepen. Ik had het koud, het regende, ik was moe en dus niet te genieten. In mars-tempo liep ik de heuvel op, tot KS begon te protesteren. ‘Hey, waarom die haast?’ Toen ik begon te miepen over hoe hard het waaide en wat voor ontzettend kutweer het was, begon hij te lachen. ‘Jij Taiwanees meisje. Het is zacht, echt waar. En over welke regen heb je het eigenlijk? Dit is echt niets vergeleken met Nederland.’ Oh. Eh.. ja. Hoewel ik het op dat moment niet toegaf, realiseerde ik me later: hij heeft gelijk. Ik begin zo gewend te raken aan het weer hier, dat ik net als de gemiddelde Taiwanees een winterjas aan wil bij temperaturen beneden de 17 graden, en als vanzelf m’n muts op doe als er een paar spetters vallen. Geen goede ontwikkeling, want hoe moet dat straks terug in Nederland?

Nou ja, inmiddels waren we bij de guesthouse aangekomen en aldaar ruimde ik gelijk het mini-koelkastje in met de boodschappen die we in Taipei hadden gedaan. Tijd om te gourmetten! Eerst moest ik echter nog op-en-neer naar m’n dorm om onder andere bestek te halen. En toen ik terugkwam… was het grote licht in de kamer uit en schenen overal kleine sfeerlampjes. Het kleine tafeltje was gedekt met de papieren bordjes die we hadden gekocht en het grillsetje-voor-twee stond helemaal klaar. ‘Wauw…’ verrast kuste ik m’n lief gedag. Pas toen ik op het bed wilde neerploffen, zag ik de enorme berg cadeautjes die daar lag uitgestald. Woah! Gauw legde ik mijn eigen gedicht en cadeautje erbij en toen ging ik verlegen op de rand van het bed zitten. Bovenop de stapel cadeautjes lag een opgevouwen stuk papier. ‘Het is vast de bedoeling dat ik hardop voorlees?’ ‘Altijd, dat moet wel voor Sinterklaas,’ grijnsde KS met een twinkel in zijn ogen.

Het gedicht was hilarisch en bevatte hints voor wat er in de cadeautjes zou zitten, maar zelfs toen het er dubbeldik bovenop lag kon ik het nog amper geloven. Hmm, dat ene cadeautje had qua vorm wel heel veel weg van de iPod die KS van de week ‘voor zijn zusje’ had gekocht… En inderdaad. Zoals de Goedheiligman me schreef, iets wat er duidelijk aan toe was, te vervangen, niet om het oude te stangen, maar gewoon omdat de tijd daarvoor gekomen was, eentje spik en span zonder kras. Nu hing mijn oude iPod Nano (2nd G) inderdaad letterlijk met ducktape aan elkaar… maar, jemig!

En dat was nog niet alles. Ik kreeg ook mijn hele naam in chocoladeletters (zeven letters dus, waarvan er nu al bijna drie op zijn, hihi), een heerlijke fles rode Casillero del Diablo (die had de goede Sint heelhuids mee weten te krijgen vanuit Nederland!) en een pakje van mijn lievelings-Gold Tea. Gruwelijk verwend.

Helaas viel het etentje dat we hadden gepland een beetje in het water. Door het verschil in stroom op het elektriciteitsnetwerk in Taiwan werd het gourmetsetje niet heet genoeg. Goed, de cherrytomaatjes, paprika en broodjes smaakten er niet minder om, maar een beetje jammer van de bief- en kipstukjes was het wel. Gelukkig hadden we ‘s middags in Taipei uitgebreid geluncht, dus honger had ik niet, en de Goede Wijn smaakte precies zoals ik ‘m verwacht (en zo gemist) had.

Dinsdag 6 december ging ik ‘s morgens een rondje hardlopen terwijl KS – je raadt het al – nog diep in dromenland was. ‘s Middags had ik college en daarna had ik het plan gemaakt om samen met Shrimps en Dummy te gaan eten op de night market. Het teppanyaki-restaurantje waar ik het in m’n vorige blog ook al over had leek me een mooie gelegenheid om KS eindelijk te laten kennismaken met Aziatisch eten. Nu is teppanyaki stiekem niet Taiwanees maar Japans, maar desalniettemin. Ik vond het fijn om de jongens weer even te zien en bij te kletsen over wat we in het weekend hadden gedaan. Daarna liepen we met z’n vieren door naar de a-mart, waar Shrimps en Dummy boodschappen gingen doen, terwijl ik en KS een adapter zochten om het gourmetstelletje toch werkend te krijgen. Helaas was de adapter die we nodig hadden – eentje die 350W aankon – ruim dertig euro, en dat vonden we toch wat zonde van het geld. We misten net de pink bus terug naar de campus en wandelden daarom het hele eind terug; volgens de thermometer op Guang-Fu Road was het 25 graden en buiten zijn was dus geen straf.

Woensdag 7 december hielden we een relaxte chill dag. Even bijkomen, rondrommelen… Steeds duidelijker herken ik bij mezelf: eens in de zoveel dagen heb ik dat nodig. Verwerken, opladen.

‘s Avonds aten we Goed Voedsel bij Table Joe’s, een van de weinige goede westerse eetgelegenheden in Hsinchu die ik ken. Toen ik daarna nog even de grote FE21′ Mega Store (een department store) in wilde om wat rond te neuzen en wellicht te shoppen, liepen we toevallig langs de ingang van de bioscoop die in hetzelfde gebouw zit. ‘Hey, zullen we anders naar de film gaan?’ stelde KS voor, wijzend op de filmposter van In Time. ‘Ik heb wat gehoord over het concept van die film, en het klonk interessant…’
Ja, waarom ook niet? We namen de lift naar de negende verdieping en probeerden het filmschema, dat gedeeltelijk in het Chinees was, te doorgronden. Al gauw werd duidelijk dat In Time pas om middernacht (!) zou draaien. Het was nu negen uur. ‘We kunnen wachten…’, begon ik aarzelend. ‘Ja, of gewoon de tijd doden door een film te kijken!’ suggereerde KS met een grijns. Het duurde een paar seconden voor ik me realiseerde dat hij niet ‘teruggaan naar de campus en een film kijken op de laptop’ bedoelde. Oh ja, natuurlijk. Twee films. Dat kan ook. Ik was wel in voor deze kleine bioscoopmarathon en we kochten naast In Time kaartjes voor Real Steel, een prima feelgood actiefilm die ik uiteindelijk misschien wel leuker vond dan In Time. Bij de tweede film hadden we de hele bioscoop voor onszelf – ja, wat wil je, met een aanvangtijd van 0:00! – en omdat we pas zo laat waren opgestaan was ik helemaal niet zo moe toen we om half drie in de taxi stapten naar huis.

Donderdag 8 december gingen we na Chinese les met z’n allen naar Curry Fans. Naast Shrimps en Dummy waren ook Rainy en Jeroen erbij. Dat plan bestond al voordat we op Facebook hadden gezien dat Ian - de enthousiaste Amerikaan – die avond in Curry Fans zijn verjaardag zou vieren. In de taxi zeiden we het al tegen elkaar: dit zou zomaar weer eens een hele vreemde avond kunnen worden. En inderdaad, uiteraard. Voor we het wisten stonden er vier (!) flessen tequila op tafel en toen het restaurant dicht ging haalde Andrew, de eigenaar, ook nog een fles Jagermeister om te mixen met red bull – een combinatie, overigens, die ik waarschijnlijk alleen die avond lekker vond. Gemixte shotjes van tequila met 7-up bleek wel degelijk een idee voor herhaling vatbaar, mits je tenminste geen oneindige drankvoorraad tot je beschikking hebt. Al gauw besloten KS en ik dat we ons tripje naar Kenting, dat we eigenlijk donderdagavond nog wilden plannen zodat we vrijdag weg konden, een dag zouden uitstellen. Soms moet je het leven nemen zoals het komt. Dit is de Taiwan experience.

Nou ja, op de een of andere manier ging donderdag over in vrijdag 9 december, maar hoe en wanneer precies, daarvan kan ik noch KS me nog veel (lees: iets) van herinneren. We werden rond een uur of vier ‘s middags wakker met een zwart gat in ons geheugen. Hoe zijn we in godsnaam thuisgekomen? Nog steeds weet ik het alleen maar van Rainy’s verhalen. Beiden waren we in elk geval zo brak en moe dat we besloten de Kenting-trip opnieuw te verschuiven. We bestelden Pizza Hut – overigens een heel avontuur, met Taiwanezen aan de servicelijn die totaal geen Engels spreken, en bovendien niet de moeite waard, zo bleek toen onze pizza’s maar matig smaakten – en deden de rest van de dag vrij weinig, behalve onszelf uitlachen.

Zaterdag 9 december planden we dan toch eindelijk de weekendtrip naar het zuiden. We boekten twee nachten in The Surf Shack Hostel en besloten dat we zondagochtend met de HSR naar Kaohsiung zouden gaan om tijd te besparen. Dinsdagmiddag zouden we dan meteen vanaf daar terugreizen naar Taoyuan Airport. Daarop liet KS weten dat hij nog wel een laatste keer naar Taipei wilde. Nou, dat kon alleen nog vandaag! En dus was het plotseling tijd om iets te doen waar ik al een paar dagen tegenop zag: de guesthouse leegruimen. De veredelde hotelkamer was in ruim een week tijd voor m’n gevoel toch een beetje ons huisje geworden. Ik had er een hoop spullen vanuit mijn dorm heen gesleept en zag er best tegenop om alles weer terug te brengen. Dat zou betekenen dat ik over een paar dagen alweer op m’n bamboematje sliep…

Maar wat komen moet, komt toch, en dus pakte ik met tegenzin m’n tassen in. Zo liepen we via de dorm naar de bushalte, maar niet voordat we een laatste chocolate-banana waffle hadden gescoord bij mijn favo tentje op de campus. Dat was niet de eerste keer: KS vond ze geloof ik ook erg lekker. ;) Ik bestelde in het Chinees (wǒ yào liǎng ge qiǎo kè lì xiāng jiāo) en was ontzettend trots op mezelf, hehe.

De laatste drie dagen, in Kenting, verdienen een eigen verhaal. Niet dat we nu zo veel hebben gedaan – voornamelijk veel lekker eten - maar nou ja, reisjes zijn toch een blogje apart. Daarbij is het inmiddels alweer veel te laat. Hoewel mijn voornemen om vroeg op te staan tot nu toe succes heeft, merk ik dat het met ontzettend veel moeite kost (a.k.a. meestal faalt) om voor middernacht in bed te liggen. Nu is het 23:41, dus als ik opschiet maak ik nog kans. Tot morgen! ;)

woensdag: over paradoxen & productiviteit

Geheel tegen m’n eigen verwachting in: vandaag was fijn. Zo verrassend fijn dat ik er even over moet schrijven. Opdat ik niet vergeet. Het was namelijk een beetje een dag zoals ik die in Nijmegen vaak aan het begin van de week had: een van-alles-wat productieve dag. Zo’n dag dat ik aan het einde op m’n bureaustoel zat met een kop thee in m’n hand, een aromalampje aan, en tevreden om me heen keek in een geordende kamer. Vandaag was dus zo’n dag. Nou ja, ongeveer dan – want zoals m’n liefste Keukenprinses gisteravond terecht mailde: hoe gewoon is het ‘normale’ leven in Taiwan?

Het begon in elk geval anders dan ik hier gewend ben. Toen de wekker om 8:00 ging dacht ik voor het eerst in maanden niet in-gedachten ohgodverdomme**$^@#%&-wekker ik ga je zo hard negeren. Sterker nog, ik voelde een sprankel energie en klauterde opgewekt uit bed. I’m so going to rock today. Ik zette een kopje muntthee (Muntthee? Jij, Suusie? Ja, blijkbaar vind ik dat tegenwoordig lekker) en at een bakje van mijn favo noten-vruchten-muesli, door mama uit Nederland opgestuurd. Direct daarna klapte ik m’n laptop dicht – anders was ik vast nog uren bezig geweest met het bijlezen van blogs -, propte een handdoek en badkleding in m’n tas en wandelde naar het zwembad. Want YES, het zwembad op de campus, dat letterlijk naast mijn dorm ligt, is na maandenlange renovatie nu eindelijk heropend! Voor 30 NTD (75 cent) kan ik nu elke ochtend zwemmen als ik dat wil.

Een uur lang trok ik non-stop baantjes in het 25-meterbad. Het deed me denken aan die week in mei dat ik bij Hedoniste logeerde; toen nam zij me twee ochtenden mee naar het bad in Deventer. Ik herinner me dat ik het toen nog aardig zwaar vond, een uur lang zwemmen, en dat ik om de tien baantjes echt even moest pauzeren. Dat was nu niet het geval. Het was lekker, en dat bleef het, zelfs toen ik mijn benen begon te voelen was het prima vol te houden. Na de 40 raakte ik de tel kwijt, maar ik geloof dat ik in totaal zeker 60 banen heb gezwommen. Na afloop dook ik even het stoombad in en daarna sprong ik in het ijskoude water van de spa. Nou, ik kan je vertellen, dat was een fantastische kickstart of the day. In het zwembad werd Coldplay-achtige muziek gedraaid (soms was het ook gewoon Coldplay) en het was zo fijn om te merken dat mijn regelmatige looptrainingen van de afgelopen maanden mijn lichaam wel degelijk sterker hebben gemaakt, ook al loop ik nog steeds geen 5K achtereen zonder pauzes.

Het regende zachtjes toen ik terug naar huis liep, maar koud was het allerminst. Ik had wel een fleecetrui, maar verder geen jas aan: wat een luxe in december! Terug in de dorm besloot ik dat dit geen dag van soggen en slacken zou worden. KS’ woorden zweefden door mijn hoofd. Pure wilskracht Suusie, daarmee kun je alles. En dat is aardig wat.

Dus ik pakte m’n post-its erbij (oh, ik houd zo van post-its!) en begon een lijstje te maken. Wat wilde ik vandaag doen? Het belangrijkste bleek al snel het artikel voor Cultural Studies uitprinten en lezen. Dat zou nog een aardige kluif worden en ik wil in elk geval proberen er iets van te maken tijdens m’n presentatie komende dinsdag. Verder stelde ik een lijst op van mensen die ik wilde mailen – privé en voor school – en daarnaast stond de was op het programma. Aangezien ik een gruwelijke hekel heb aan de was doen (KS en ik hebben al afgesproken dat, mochten we ooit gaan samenwonen, hij die taak op zich neemt – ik doe dan wel de afwas), besloot ik daar direct mee te beginnen. Toen m’n vuile kleding in de machine zat typte ik wat mails en daarna bekeek ik de foto’s van de laatste dagen met KS die nog op mijn camera stonden. Zoals altijd plaatste ik een selectie op Facebook… en zoals altijd is Facebook een ontzettende bron van eeuwige SOG.

No way, Suusie! Ik zag mezelf verzanden in eindeloos klikken en klapte opnieuw m’n laptop dicht. Chinees oefenen was een ander puntje op de post-it van vandaag. Ik luisterde naar de vocabulary op de CD (hiervoor moest mijn laptop stiekem toch weer open) en schreef daarna de character practice sheets van les 7 vol. Halverwege kreeg ik trek, dus liep ik even naar de tweede verdieping van Dining Hall 2, waar een fruittentje is. Tijd voor kiwi’s en een bak havermout met banaan, cranberries en kaneel. Powerfood!

Intussen hadden zich op mijn bureau verschillende post-its verzameld, en een daarvan was een lijstje van ‘kleine dingen die ik nodig had‘. Een nieuwe gloeilamp voor m’n bureau bijvoorbeeld, nieuwe pennen en een collegeblok. Plots bedacht ik me tevens dat ik de guesthouse nog moest betalen, en het Cultural Studies-artikel was ook nog niet uitgeprint… Dus trok ik m’n schoenen aan en deed een rondje campus. Een gloeilamp vond ik niet, wel prachtige kerstkaarten in de bookstore. Al gaat het me dit jaar niet lukken om iedereen een kaartje te sturen in december, ik weet zeker dat in elk geval mijn oma’s blij zullen worden van bericht uit Taiwan in hun brievenbus.

Het was al bijna drie uur ‘s middags toen ik mezelf opnieuw tot de orde riep. OK Suusie, tijd voor focus. Dit artikel gaat uit vandaag, no matter what. Over wilskracht gesproken! En al kostte het me wat moeite, een paar kopjes thee en een aanzienlijke hoeveelheid chocola, een kleine anderhalf uur later was K.A. Appiah’s Is the Post- in Postmodernism the Post- in Postcolonial? versierd met onderstrepingen en krabbels aan de zijkant. Tevreden bekeek ik de post-it die ik van het kopje WEDNESDAY had voorzien. Bijna alles was doorgekrast. Ha!

Ik had een dinner-date met m’n Taiwanese vriendinnetje Flora. We zouden in Dining Hall eten, wat ik budgetgewijs wel prima vond, maar naarmate de middag vorderde merkte ik dat ik steeds meer weerzin kreeg tegen lauwe buffet-meuk. Toen Shrimps me op Skype vroeg of ik mee ging naar het grillplaat-tentje – een teppanyaki-restaurant waar je als student voor 100 NTD kunt eten – was de verleiding dan ook te groot. Gauw sms’te ik Flora en nog geen half uurtje later zaten we met z’n vieren in de pink bus naar de night market. Na het eten struinden we nog wat winkeltjes af en zo vond ik uiteindelijk toch nog alles wat op de “dingen die ik nodig heb”-post-it stond. Zoals altijd wandelden we via Tsing-Hua University terug naar onze eigen campus en voor de ingang van het zwembad waar ik die ochtend nog was geweest zei ik de jongens en Flora gedag. Het maakte de dag mooi rond.

Nou ja, eigenlijk was het een hele normale dag, nietwaar? Gek genoeg was deze woensdag voor m’n gevoel helemaal niet doorsnee-Taiwan. Misschien was het omdat ik door de dag heen steeds zweefde op herinneringen aan de afgelopen weken, misschien gewoon omdat ik zo weinig moest van mezelf en toch alles deed wat nodig was. Woah, zo kan het dus ook. Want al zei ik dat het leek op een Nijmegen-dag, het grootste verschil met toen is denk ik dat ik soms dagenlang puur op schema leefde, geleefd werd door mijn agenda en door m’n eigen control-freak-gedachten over wat ik vond dat ik moest doen, hoe ik moest zijn.

Nu ben ik. Nu kan ik alles zijn. ‘s Morgens knallen in het zwembad, en ‘s middags teksten lezen onder het genot van een hele chocoladeletter (buikpijn, ja, oeps, maar ach). ‘s Morgens enorm blij worden van een back-to-basics-bio-vega bakje muesli, en ‘s avonds gebakken ei en beef bestellen. ‘s Morgens vroeg op staan, ‘s avonds toch niet willen stoppen met schrijven. ‘s Morgens m’n bureau volledig netjes maken, ‘s avonds weer typen tussen stapels boeken en papier. Wakker worden op Pendulum, BLØF voor het slapengaan. Gisteren nog walgen van mojito’s, morgen toch eens muntthee kopen. Dan weer dit, dan weer dat. Maakt dat me een wandelende paradox? Misschien in jouw ogen. Maar kijk in de mijne: ik ben steeds minder in conflict. Laat mij de grenzen maar opzoeken, laat mij het leven maar verkennen. Think out of the box, dan kan er zo veel meer dan je ooit had gedacht.

KS in Taiwan: de eerste week

Zoals ik al zei: ze zijn voorbijgevlogen, die twee weken samen met KS in Taiwan. Als ik er aan terugdenk – en dat doe ik regelmatig vandaag – heb ik tientallen herinneringen, en toch vraag ik me af: wat hebben we nou allemaal precies gedaan? Omdat ik stiekem denk dat jullie ook wel nieuwsgierig zijn: een day-by-day diary. Eens kijken hoe ik dat beknopt ga houden.

Maandag 28 november was het eindelijk zover! Ondanks dat ik slecht had geslapen – rumoerige roommates, irritante muggen en toch ook wel wat spanning – stond ik voor negen uur naast m’n bed. Gauw stopte ik m’n tas vol met genoeg spullen voor vier dagen, dubbelcheckte de gegevens van de slaapplekken die ik had geboekt en om iets over tienen deed ik de deur achter me dicht. Ready to go! Het weer had niet mooier kunnen zijn en toen ik halverwege de weg naar de bushalte was, vroeg ik me af waarom ik geen korte broek had meegenomen. De weersvoorspelling was dan wel niet fantastisch, maar na drie maanden in Taiwan zou ik toch beter moeten weten… negen van de tien keer klopt daar namelijk niets van.

Met de HSR was ik in een kleine 20 minuten in Taoyuan en vanaf daar stond de bus naar het vliegveld klaar. Zoals ik graag doe had ik ook vandaag alles ruim gepland; liever wat extra tijd dan met stress onderweg. Zo zat ik om iets over twaalven al in de hal van Terminal 2, terwijl KS’ vliegtuig pas om 13:00 zou landen. Prima, had ik mooi de tijd om rustig te lunchen. Enige probleempje was dat ik nergens zin in had…dus eindigde ik met een patatje en salade bij de Mac. Sja, ik moest toch iets eten. Toen ik daarna checkte waar m’n lief precies aan zou komen, bleek dat in de andere terminal te zijn. Oeps.. nou ja, gelukkig had ik toch genoeg tijd dus op m’n dooie gemakje toog ik naar Terminal 1. ARRIVED, stond er op het grote bord boven de doorgang, maar natuurlijk duurde het nog een hele tijd voor KS daadwerkelijk vanachter de wand tevoorschijn kwam. Ik geloof dat ik die dag m’n cardio work-out wel heb gehad, met ruim drie kwartier high speed heartbeat.

En daar was hij dan! Eindelijk! Met vermoeide oogjes maar verder (of juist daardoor) nog precies zoals ik me hem herinnerde. OK, we hadden drie dagen eerder dan ook nog op Skype gekletst, maar toch. Ik pakte zijn hand en samen zochten we een weg naar buiten. Zouden we eerst naar het hostel gaan om spullen te dumpen, vroeg hij. Grijnzend keek ik hem aan. ‘Morgen pas. Vannacht slapen we in een mooi hotel.’

Royal Seasons in Taipei was precies wat ik er zo van had gehoopt; een heerlijk zacht bed met donzen dekens, een prachtige badkamer met groot hoekbad met bubbels en een underwater rainbow light (ja inderdaad, compleet overbodig dat laatste, maar wel leuk). Hoogpolig tapijt, dikke handdoeken, geurende zeepjes. Oh wat een paradijs na drie maanden in een shabby dorm!

Voor het avondeten nam ik m’n vriendje mee naar Hui Liu, het vega restaurantje waar ik een tijdje geleden op een regenachtige woensdag ging lunchen en waar ik toen zo lyrisch over was (verse salade met verschillende bladgroenten! Zuurdesembrood met roomboter!). Helaas stelde het ditmaal wat teleur – het was OK, maar so-so. Oh well.

Dinsdag 29 november begonnen we de dag met uitgebreid ontbijt van het hotelbuffet. Daarna kropen we nog even terug in bed; we hoefden immers toch pas om twaalf uur uit te checken. ‘s Middags zochten we eerst de weg naar het hostel om onze bagage te droppen en daarna wandelden we naar het XinYi shopping district, het gebied rondom de Taipei 101. Het werd een leuke speurtocht met de 508 meter hoge toren zelf als navigatiepunt. Na wat uurtjes rondslenteren door verschillende winkels – waarbij ik KS hielp met het uitkiezen van een t-shirt en hem maar met moeite kon wegslepen bij de ASUS Zenbook – en een verrassend goede pastaschotel tussendoor in de Food Court van de 101, waren we aardig vermoeid. Bovendien begon het al te schemeren, dus we besloten de weg terug naar het hostel te lopen. Eh.. ja… maar hoe dan ook alweer? De heenweg was immers zo simpel (handig, zo’n toren) maar het hostel lag ergens in een steegje en ik had helemaal niet zo op de route gelet. Gelukkig bleek mijn geheugen beter dan ik dacht en bijna moeiteloos liepen we de weg terug aan de hand van diverse herkenningspunten.

We rustten een paar uurtjes in onze fijne hostelkamer (als je nog eens in Taipei bent: May Rooms!) en gingen daarna op zoek naar Maryjane’s, een pizzeria die volgens de Lonely Planetsome of the best pizza in Taipei” serveert. Dat bleek niet overdreven: alleen al de menukaart was een feest om te bekijken, en mijn quattro fromaggi smaakte heerlijk. Onderweg naar huis deelden we nog een ijsje van ColdStone toe. Feest! Oh, wat ben ik toch een foodie soms.

Woensdag 30 november sliepen we beiden tot in de middag. Sja, dat krijg je met zo’n jetlag, en aangezien mijn leven al weken geen ritme meer kende vond ik het ook geen probleem om tot na twaalven in bed te liggen. Toen we opstonden was het al bijna tijd voor avondeten, maar we hadden nog niet onbeten… Gelukkig is dat in een city that never sleeps als Taipei geen enkel probleem. Grandma Nitti’s (ook een LP-tip) serveerde “all day breakfast” en zo zat ik om 17:30 aan de banana pancakes, terwijl KS zich tegoed deed aan een enorm bord English breakfast. Sapje erbij en eindeloze refills thee. Yes please! Met gevulde maag togen we vervolgens naar het noorden van de stad, naar de hot springs van Xinbeitou waar ik al een paar keer eerder was geweest. Voor 1 euro per persoon namen we een duik in de public baths. Hoewel de avondlucht nu merkbaar kouder was dan in de zomer (duh), was daar in de baden niets van te merken. Rozig viel ik die avond in slaap.

Donderdag 1 december had ik ‘s middags Chinese les en dus zeiden we vandaag Taipei gedag, maar niet voordat we nog even langs de 101 gingen om op de Zenbook te kwijlen. Ook kocht KS een iPod voor zijn zusje – althans, dat was zijn alibi, maar hierover later meer. We lunchten op de food court van Taipei City Hall en namen daarna een bus naar Hsinchu.

Was het de eerste dagen in Taipei bizar mooi weer geweest met temperaturen boven de 25 graden (de voorgaande drie keren dat ik de hoofdstad bezocht was het er nat, grijs en grauw), inmiddels was het afgekoeld (nou ja, nog steeds een graad of 16) en zodra ik uit de bus stapte werd duidelijk dat mijn hometown, a.k.a. ‘The Windy City‘, haar naam eer aan deed vandaag. Ik nam m’n lief mee de heuvel op naar de campus en aldaar haalden we de sleutel van de guesthouse op. Hier zouden we waarschijnlijk de rest van de tijd verblijven. Ik dropte er gauw mijn spullen en haastte me daarna naar Chinees. Mijn vriendje zou zich niet vervelen: er was nog genoeg Skyrim te ontdekken. ;)

Na Chinees hadden ik en m’n Taiwan-buddies alweer weekend. Daarbij was Shrimps jarig en dat moest natuurlijk gevierd worden. Op zijn verzoek gingen we naar een all you can eat BBQ-restaurant. Eh, waar is hippie eco vega Suusie, zul je denken. Nou, misschien wel een beetje achtergebleven in Nederland…Oh, leven kan zo flexibel en veelzijdig zijn – al ben ik volgens Dummy en Shrimps een wandelende paradox. Hoe dan ook, het werd een leuke avond want na het eten verplaatsten we ons naar de Red Bar voor een toast op Shrimps’ 22e levensjaar. Na een tijdje voegden Jeroen en Candy zich erbij en zo hingen we tot na middernacht in de kroeg.

Vrijdag 2 december sliepen we uiteraard uit. Joh, enig idee hoe ik dat gemist heb, fijn urenlang doezelen in de armen van m’n vriendje? De guesthouse was trouwens een prettige ruimte om te zijn. Eigenlijk was het een soort hotelkamer, met naast een tweepersoonsbed een klein bureautje, een tafeltje met stoelen en een gloednieuwe badkamer. Terwijl KS nog wat langer in bed bleef liggen (oh, die jetlag!) schreef ik een blog en wat e-mails. Tot nu toe stonden eigenlijk alle contacten met Nederland op een laag pitje en hoewel ik weinig behoefte had om dat te veranderen, voelde het ook niet goed om me helemaal af te zonderen. Aarde aan Suusie

Tegen de avond bespraken we onze plannen voor het weekend. Al gauw besloten we dat we naar de oostkust zouden gaan en nou ja, over de troubles rondom het fixen van die reis heb ik al eerder verteld. Tussendoor liepen we nog naar Guang-Fu Road voor avondeten bij Magic Curry en de rest van de dag besteedden we aan het regelen van treintickets. Terwijl dat steeds misging, merkte ik opnieuw waarin ik de afgelopen maanden ben gegroeid. In plaats van te vloeken, te stressen en in paniek te raken kon ik er wel om lachen. We’ll figure something out. Als je maar flexibel blijft, zijn zo veel dingen mogelijk. En dus kreeg ik uiteindelijk toestemming van KS om m’n lessen op maandag te skippen (daar was hij fel op tegen geweest), hoorde ik van het hostel dat we zonder problemen een extra nacht konden blijven en lukte het om een trein te boeken voor maandagmiddag. Mooi!

Nu waren we klaar om te gaan, maar niet voordat mijn lief een geheimzinnige twinkel in z’n ogen kreeg en begon te vertellen. Hij deed al dagen zo nu en dan mysterieus, en nu zei hij opeens: ‘zal ik je vertellen wat ik van plan ben?’ Daarop grabbelde hij in z’n grote backpack en haalde er een gourmetset-voor-twee uit. ‘Kijk. Zo kunnen we op Sinterklaasavond zelf koken, gewoon thuis met z’n tweetjes, hoe en wanneer we willen. Omdat je steeds zei dat je dat zo miste, nu je geen keuken hebt.’ Je begrijpt, ik smolt. Wat ontzettend lief! Hij vervolgde: ‘Ik wilde het je eigenlijk niet vertellen, maar nu we het weekend weggaan kunnen we beter daarna samen boodschappen doen. Trouwens, dit is nog maar een deel van de verrassing, hoor…’

Wat KS nog meer voor me in petto had? Dat kreeg ik natuurlijk met geen mogelijkheid uit hem. Geduld, Suusie… Zaterdagochtend vertrokken we op tijd, en wat we op zaterdag 3, zondag 4 en maandag 5 december deden heb je al eerder kunnen lezen. Toen we terugkwamen, was ‘t heerlijk avondje gekomen en ik kan je vast vertellen, KS heeft zichzelf weer overtroffen. Ik was meer dan verrast. Ja, ik ga er allemaal nog over schrijven, maar niet nu – deze blog is lang genoeg. Geduld, lieve lezers. More is yet to come! Dit was immers pas de eerste week…

als een wervelwind

Hsinchu, dinsdagavond 13 december. Het is 22:32 uur, 21 graden Celsius en er waait een zachte wind. Winter? Nah. Ik steek de weg over en begin aan de weg heuvelopwaarts richting de universiteit. Al ruim anderhalf uur kan ik bijna alleen maar denken: ik ben weer in m’n eentje. Ongeveer op het moment dat ik bij Taoyuan in de HSR stap, gaat KS door de douane en daarna het vliegtuig in. Terug naar Nederland.

Gek genoeg was het afscheid niet zo moeilijk als ik dacht. Hoe kon dat ook zo zijn, met die glimlichtjes in zijn ogen die steeds helderder werden naarmate onze laatste uur samen verstreek? Al bestond onze dag voornamelijk uit onderweg-zijn, ik vond het geen minuut vervelend. We sliepen heerlijk uit, namen een uitgebreide brunch in het hostel waar we de afgelopen twee nachten hadden verbleven en reisden daarna vanaf Kenting terug naar het noorden. Eerst in een vercrackte bus (god, dat ding had absoluut geen schokdempers meer) naar Kaohsiung, vervolgens in de High Speed Rail naar Taoyuan en tot slot weer met de bus naar het vliegveld. Ruim op tijd waren we in de vertrekhal; we struinden wat rond op zoek naar geschikt eten en strandden bij de Burger King. Om mijn westerse culinaire escapade in stijl af te sluiten, hehe.

Nu ben ik terug in de dorm, en nog wat verdwaasd. Steeds opnieuw bedenk ik me: wat is het in een flits voorbij gegaan. ‘Dag 16′, schreef hij vanmorgen in het kleine notitieboekje waarin hij steeds onze uitgaven had bijgehouden. Echt, nu al? Bizar. Aan de ene kant had ik continu het gevoel alsof hij er pas net was, en aan de andere kant lijkt het inmiddels eeuwen geleden sinds ik ‘s avonds alleen sliep op een dunne bamboemat. Als ik bedenk wat we allemaal hebben gedaan… ik heb de afgelopen twee weken meer van Taiwan gezien dan in de maand daarvoor, en ook absurd veel meer geld uitgegeven (oeps). En toch ben ik niet uitgeput maar opgewekt; we hebben niet in turbotempo door het land gecrosst, maar juist steeds gedaan wat fijn was. Zero stress.

Als een wervelwind raasde hij héél even door mijn Taiwanese leven. Woei - en nu alweer voorbij. Dag guesthouse met je eigen badkamer en privacy, dag heerlijke hostelmatrassen. Dag wakker worden met een arm om me heen, witte boterhammen met nutella smeren voor twee. Dag kusjes, geplaag en cutiepies. Dag avondmaaltijden vol comfort food, afleveringen Being Human, hand-in-hand zwijgend over straat lopen en weten dat het goed is of juist al m’n verhalen vertellen en weten dat geluisterd wordt. Dag roze bubbel. Tot gauw.

Maar weet je, ik ben niet rouwig. Het is precies goed zo. Nu is het tijd voor nieuwe focus. Op studie, voor het eerst in lange tijd. Ja, natuurlijk bleef ik de afgelopen weken trouw Chinees oefenen – KS himself was de voornaamste die me stimuleerde dat te doen! -, maar verder had ik wel belangrijker zaken aan m’n hoofd. Nu ga ik knallen. Volgende week dinsdag heb ik de eerste van twee toetsen voor International Relations, en ik moet ook een essay presenteren voor Cultural Studies. Op 3 januari dien ik met een groepje Taiwanese meisjes een werkstuk in te leveren, en ik hoorde van Shrimps dat ook Public Relations eindelijk een opdracht heeft. En dan volgen al gauw de final exams voor Chinees, en moet ik twee ingewikkelde essay’s van elk 2500 woorden inleveren voor Cultural Studies. Het moge duidelijk zijn: werk aan de winkel! En om eerlijk te zijn: ik heb er zin in.

Ja. Geef mij maar weer eens een productief, regelmatig dag-en-nachtritme. Ik heb zin in bergen fruit en duizend kopjes thee, en ik denk zelfs dat ik ook wel weer een tijdje Dining Hall-meuk aankan. Ik wil m’n loopschoenen aantrekken en rondjes campus maken. En hey, het zwembad op de campus is eindelijk heropend! M’n schrijfkriebels jeuken, ik heb nog zo veel te vertellen over KS, hoe hij me steeds verraste en wat we allemaal hebben meegemaakt samen. Verwacht meer blogjes. Verwacht meer groei – zolang ik maar niet meteen weer te veel van mezelf verwacht. Leven is immers zo zonning zonder getob. Dus ja, mijn hart huilt een beetje maar ik ben niet verdrietig dat hij weg is. Het was heerlijk, en het allermooiste is wel: dat is het nog steeds.

You shine brighter than anyone: Taiwan’s East Coast

Afgelopen weekend reisde ik samen met KS naar de oostkust van Taiwan. Dat was iets waar ik om al tijden naar uitkeek: natuurlijk omdat ik eindelijk samen ging reizen met mijn lief, maar ook omdat ik al zo veel goede verhalen had gehoord over Taroko National Park. Als ik  in een gesprekje met een local vroeg of diegene nog tips voor me had, plekken van het eiland die ik echt moest zien, was het antwoord altijd: ‘The East Coast. So beautiful.’ Ook de andere international students die het gebied hadden bereisd waren er zeer positief over. Ik hoorde verhalen over scooters huren in Hualien en op eigen houtje rondcrossen door de omgeving. Freedom! Nou, dat leek ons wel wat.

Vrijdagavond hadden we eerst gegeten bij de Magic Curry en daarna besloten we om onze plannen concreet te maken. Al gauw bleek dat we het beste een overnachtingsplek konden zoeken in Hualien, een stadje op zo’n 30 kilometer afstand van het park. De makkelijkste (lees: de enige) manier om daar te komen is per trein. Prima! Een hostel was zo gevonden en in no-time lag de boekingsbevestiging in mijn mailbox. Check! Nu de trein nog… We lazen op internet en in de Lonely Planet dat je het beste van tevoren plaatsen kon reserveren. Gelukkig bleek de Taiwan Railways Administration een website in het Engels te hebben. We zochten de juiste tijden op, voerden onze gegevens in, en toen… No Tickets Available. Eh, ok. Andere trein? No Tickets Available. Shit. Met nog een paar klikken werd duidelijk dat alle treinen van Hsinchu naar Hualien waren volgeboekt voor zaterdagochtend. Ja, en dan?

Optie twee was om dan maar eerst een bus naar Taipei te nemen, en van daaruit over te stappen op de trein. Dat zou qua tijd niet heel veel schelen. We zochten weer het treinschema op en begonnen de tijden af te gaan, maar de ene na de andere trein zei No Tickets Available. Ik wilde het net opgeven, toen er een andere melding op het scherm verscheen. Your tickets have been reserved. Yes! Enige puntje was dat we nu pas om 12:20 vanuit Taipei vertrokken, waardoor we pas halverwege de middag in Hualien zouden zijn – waarschijnlijk te laat om zaterdag nog het park in te gaan. Toen vervolgens bleek dat dat ook voor de terugreis geen treinen beschikbaar meer waren in de avond, besloten we om er dan maar een drie-daagse trip van te maken. Ik mailde het hostel met de vraag of we een extra nacht konden blijven en kreeg een positieve reactie terug. Mooi. Ready to go!

Zo stonden we zaterdagochtend  op tijd naast ons bed. Om half tien zaten we in de bus naar Taipei en doordat het verkeer dit keer mee werkten, waren we een klein uurtje later al in de hoofdstad. Fijn, want nu hadden we rustig de tijd voor een vroege lunch. KS zag defood court van Q-square, vol Aziatische meuk, niet zo zitten en dus eindigden we met een Subway (hij) en een zoete Momi & Toy’s-crepe (ik). Aardbei, banaan, chocoladesaus, slagroom en vanille-ijs… OK, niet echt een gezonde lunch, maar wel precies waar ik zin in had.

De trein vertrok precies op tijd en zat inderdaad bomvol. Hoewel we normaal gesproken allebei onderweg vrij snel in slaap vallen, konden we vandaag geen van beiden rustig onze ogen sluiten. Er was dan ook genoeg te zien uit het raam. Naarmate we verder van Taipei wegreden, kwamen we langs rijstvelden, bossen, heuvels, dorpjes en af en toe een vrolijk gekleurde tempel. Verderop ging een heel stuk van de reis langs de kust, pal langs de Grote Oceaan. Prachtig!

Eenmaal in Hualien deden we een snelle speurtocht naar het hostel – we hadden goede instructies gekregen per e-mail – en aldaar werden we hartelijk begroet door Fong, de eigenaar. Het Sleeping Boot hostel bleek gloednieuw – ‘four months running now’ – en was stijlvol ingericht. Fong nodigde ons meteen uit aan de houten tafel te komen zitten en vouwde een kaart van het gebied uit. ‘So, how much time do you have here? I will show you the best places to go.’ Enthousiast begon hij van alles te vertellen over de omgeving. Ik kreeg er blije kriebels van: zo te horen hadden we meer dan genoeg te doen! Waarom waren we hier eigenlijk maar twee nachten?!

Huur een scooter,’ zei Fong meteen. ‘Dan kun je zelf naar het National Park toe rijden, en naar waar je verder nog heen wilt.’ Nou, dat klonk wel tof. Nu heb ik helaas geen rijbewijs, maar KS gelukkig wel. Fong vertelde dat er twee motorcycle rental shops in Hualien waren die scooters huurden aan foreigners: de bekende keten Pony’s en een local zaakje, Dong Lin (東林). KS’ liet weten dat zijn hippie-aard het hem min of meer verplichtte om de kleine ondernemer te steunen en ik was het daar wel mee eens. Hier in Taiwan kies ik al vaak genoeg voor de grote bedrijven (McDonalds, Starbucks..).

Eerst echter, wilden we een hapje eten. We struinden wat rond door Hualien en kwamen uiteindelijk terecht bij Country Mother’s, een restaurantje dat er vanaf de buitenkant niet veelbelovend uit zag. Maar mijn liefste had honger en ik had ook weinig zin om nog verder te zoeken. Het bleek een goede keus. KS at een gigantische hamburger met chili con carne en ik koos voor groente-quesadilla’s. Vooraf bestelden we een salade om te delen, en ik dronk de beste warme choco die ik tot nu toe in Taiwan heb gehad – met cherry-on-top! Inderdaad, ontzettend westers voedsel, en ik moet bekennen dat ik sinds mijn lief er is sowieso weinig Aziatisch heb gegeten. Stiekem vind ik het niet zo erg. OK, mijn lichaam is niet zo blij met plots weer grote hoeveelheden pasta en pizza, maar m’n mind des te meer tevreden met vertrouwd comfort food.

Met gevulde maag togen we naar Dong Lin. KS twijfelde een beetje of hij wel een scooter zou meekrijgen – hij had nooit op zo’n ding gezeten en bovendien geen internationaal rijbewijs bij zich – maar dat bleek geen probleem. We betaalden 500 NTD(12,50 euro) voor 24 uur. Nice! Na wat oefenrondjes door de straten van Hualien besloten we de avond te besteden door wat verder rond de crossen door de omgeving. Het was dan weliswaar donker, maar dat maakte het scooterrijden niet minder leuk. Wat heerlijk om zo achterop bij m’n vriendje te zitten, de wind in m’n haren en de geuren van Taiwan in m’n neus. Pas toen het te koud werd en wij inmiddels aardig moe, reden we terug naar Sleeping Boot voor een welverdiende nachtrust. Ik lag om negen uur in bed.

De volgende dag stonden we voor dag en dauw op – nou ja, bijna dan, 06:45 was het toen ik m’n wekker uitzette omdat ik de slaap niet meer kon vatten. Plan was om op tijd te vertrekken zodat we zo lang mogelijk in Taroko konden zijn. Zodra ik naar buiten keek kreeg ik daar nog meer zin in: het was stralend weer. We klommen op de scooter, KS gaf gas en… na een paar meter stonden we beduusd langs de kant van de weg. Lekke band! Dat meen je toch niet…

Toevallig liep Fong net langs en die zag aan onze gezichten dat er iets niet goed was. Direct bood hij aan te helpen. We gingen terug naar het hostel en Fong begon allerlei telefoontjes te plegen: naar Dong Lin, naar motorcycle repair stores. Helaas, nog niets was open. ‘You go get breakfast first,’ zei hij daarom. Intussen zou hij verder zoeken naar een oplossing. Wat ontzettend behulpzaam! We gingen terug naar Country Mother’s, want we hadden de vorige dag gezien dat daar vanaf 6:30 AM ontbijt werd geserveerd. Ik was dan ook verbaasd en teleurgesteld toen de rolluiken dicht bleken te zijn. Wat nou ‘all day brunch’?! Uit ellende besloten we dan maar te ontbijten bij de Mac. KS deed zich tegoed aan een stapel McMuffins en ik ging voor pancakes. Verre van briljant, maar met m’n kopje thee in de felle ochtendzon zitten maakte veel goed.

Terug in het hostel had Fong slecht nieuws. Dong Lin had blijkbaar slechte service; ze weigerden onze scooter op te halen en om te ruilen. Uiteindelijk gingen Fong en KS samen terug naar de shop om het probleem op te lossen. Ik zou bij het hostel wachten. Goed, om jullie een nog langer verhaal te besparen… uiteindelijk kregen we een nieuwe scooter mee. Inmiddels was het half elf. Op naar Taroko!

Ruim een half uur sjeesden we door de felle zon over de weg. M’n ogen traanden en ik kreeg al gauw een loopneus maar dat gaf niet; het was heerlijk. Eenmaal in het park parkeerden we de scooter om de Shakadang Trail te lopen. We liepen door prachtig woeste natuur langs een rivierstroom met het blauwste water dat ik ooit heb gezien. Check de foto’s: ze zijn onbewerkt. Naarmate we de one way-trail verder af liepen haakten steeds meer toeristen af en uiteindelijk waren we met z’n tweetjes in de jungle. We zagen enorme zwart-met-rode vlinders, twee gigantische spinnen die ik aardig intimiderend vond en KS zag zelfs een slang (!) wegschieten in de bosjes.

Een kleine 10 km en een paar uurtjes later waren we terug bij het beginpunt. De zon had zich inmiddels achter de wolken verstopt maar het was niet koud. We besloten het park verder te verkennen per scooter. Zo reden we over de slingerachtige asfaltweg tussen voornamelijk busladingen Chinese toeristen. Een enkele keer stopten we om vanaf een uitkijkpost te genieten van de ruige natuur. Hoge rotsen en veel marmer – mijn lief zei dat Taroko hem aan Schotland deed denken.

Uiteindelijk kwamen we bij Tiansiang, een kleine nederzetting met een boeddhistische tempel. We klommen langs de vele trappen omhoog en bewonderden de enorme boeddha’s. Op de top van een van de bergen stond een pagode en hoewel die aardig vervallen was en lang niet zo indrukwekkend als de pagode bij Sun Moon Lake, was het uitzicht de moeite waard. Ook de serene rust die deze plek uitstraalde deed me een beetje denken aan Sun Moon Lake.

Nadat we de kale non bij de ingang vriendelijk bedankt hadden en een donatie in de daarvoor bestemde box hadden gedaan (de pagode kon echt wel een opknapbeurt gebruiken!), besloten we langzaamaan terug te gaan. Taroko was nog veel groter en Fong had ons nog minstens drie andere trails aangewezen die de moeite waard waren, maar het zou over anderhalf uur alweer donker zijn en inmiddels kregen we beiden honger. Helaas was er weinig interessants te eten in het park (KS probeerde een worstje maar wist niet hoe snel hij die weer kwijt moest raken) dus we besloten terug te rijden naar Hualien. Eenmaal uit het park maakten we eerst een pit-stop bij 7-Eleven voor alvast een broodje en wat drinken, en daarna sjeesden we weer met 75 km per uur terug naar de stad. Yes, op een scooter, dat mag in Taiwan.

We aten die avond bij Tosca Pasta, een restaurantje waarvan ik een lovende recensie had gelezen op Wikitravel. De pasta was inderdaad prima en zelfs meer dan ik op kon. Als klap op de vuurpijl kwam na het eten de eigenaresse naar ons toe: er was een loterij met als hoofdprijs een gratis maaltijd. Of we wilden meedoen? Zo kwam het dat wonder-boven-wonder KS’ naam uit de hoge hoed werd getrokken. ‘Your meal is free tonight!‘ We gingen op de foto met de enthousiaste eigenaresse en ik realiseerde me pas toen we buiten stonden dat het allemaal wel erg toevallig was geweest. Zeker aangezien de eigenaresse ons trots vertelde over alle nationaliteiten die al in haar restaurant had gegeten, en de enorme fotomuur liet zien met alle voorgaande ‘prijswinnaars’. Ze kwamen uit alle uithoeken van de wereld. Beetje doorgestoken kaart, die ‘loterij’? Nou ja, we hadden in elk geval maar de helft van ons eten hoeven betalen. Prima!

Moe maar voldaan kwamen we terug in de Sleeping Boot. Fantastische Fong bood aan om onze scooter terug te brengen naar Dong Lin, en hoewel ik anders had geweigerd – hij had al zo veel voor ons gedaan! – was ik hem dankbaar toen ik de kleine oogjes van mijn liefste zag. Bedtijd…

Maandagochtend ontbeten we heerlijk knus bij Starbucks. Er draaide kerstmuziek, het regende buiten en ik voelde voor het eerst een sprankje wintergevoel. Daar ontbreekt het me hier doorgaans nogal, met nog steeds temperaturen rond de 20 graden! Voor we terug gingen naar het hostel om uit te checken, kochten we een cadeautje voor Fong om hem te bedanken voor alles. Hij was totaal onderdonderd toen we het hem gaven en ik geloof dat de andere hostelgast die op de bank zat ons in gedachten voor gek verklaarde, maar ach. Om twaalf uur stapten we in de trein naar huis en een kleine vier uur later sloten we het reisweekend af met een late lunch in Taipei en een ijsje van ColdStone. In de bus naar Hsinchu vielen we beiden in slaap.

God, wat een enorme lap tekst, en ik heb nu lang niet alles verteld. Maar of de East Coast nou echt zo mooi is? Daarop kan ik niets anders dan bevestigend antwoorden. Ik had er moeiteloos een paar dagen langer kunnen blijven. Sowieso, de afgelopen twee weken zijn voorbijgevlogen en kenden talloze prachtige momenten – maar daarover een deze dagen meer. KS vliegt dinsdag terug naar Nederland (wat mij betreft veel te gauw), daarna is er weer alle tijd om me terug te trekken, na te denken, te schrijven. Nu geniet ik nog even van rust en privacy, voor ik terug moet naar de dorms. Lieve lezers, fijn weekend!