Skip to content

Tainan Dag 1: draken, dumplings en vuur op Oudjaarsdag

Het voelde inmiddels als een vertrouwd ritueel. ‘s Morgens vroeg opstaan na te weinig slaap, ontbijten terwijl ik de laatste spullen in m’n rode rugtas prop, twijfelend de deur achter me dicht doen (vergat ik niet iets?) en de trappen af lopen naar buiten, naar de north gate, waar de jongens op me wachtten. De bus naar het HSR-station kwam bijna meteen en om 8:51 zaten we in de trein. Op naar Tainan!

‘Take exit 4 when you arrive,’ had Rainy me gesms’t. Shrimps en Dummy haalden nog gauw 一杯咖非 (yi bei kafei, een kop koffie), terwijl ik een Snickers nam om van mijn dufheid af te komen. Rainy bleek samen met haar vader in de auto naar het station te zijn gereden om ons op te halen. Na ongeveer een half uurtje rijden waren we bij haar huis. ‘I am going to teach you to make your own dumplings for lunch,’ zei ze vrolijk. Gaaf! Daar had ik wel zin in – lekker kliederen met eten, dat was alweer een tijd geleden. Toen we binnen kwamen stond Rainy’s moeder al in de keuken te roeren in een mengsel van groenten en vlees. ‘Ni hao,’ begroetten we haar. Al gauw kwam ik erachter dat Alejandrina (haar westerse naam) in een ver verleden Spaans had gestudeerd. ‘Thirty years antes,’ zei ze bescheiden, maar ze bleek voldoende te hebben onthouden om een soort gesprekje te voeren. Al gauw vormden we zinnen met Chinees, Spaans en Engels door elkaar. Wat heerlijk om zo bezig te zijn met taal!

Dumplings maken bleek een prettig meditatief werkje. Terwijl we zo met z’n vieren aan tafel deegflapjes aan het vouwen waren, kreeg ik weer een beetje het gevoel dat ik vroeger op de basisschool had in het knutseluur. Allemaal geconcentreerd bezig, tussendoor een beetje kletsen… prima. Toen we klaar waren, bereidde Rainy’s moeder ze in een grote pan, en terwijl wij de dumplings hadden gemaakt had zij een grote pan traditionele sour & spicy soup gekookt. De soep bleek de beste die ik tot nu toe in Taiwan had gegeten en hoewel ik meestal geen groot fan ben van dumplings, smaakten deze me goed.

Inmiddels was het drie uur ‘s middags. Na de late lunch stapten we in de auto. In de buurt van Tainan liggen de Beimen Salt Fields, en vanwege het naderende Nieuwjaar had men hier een draak gehouwen van zout. 2012 is namelijk volgens de Chinese kalender het Jaar van de Draak. Het bleek ongeveer een uurtje rijden, en toen we aankwamen begon het al te schemeren. Helaas was het bewolkt; volgens Rainy kan de zonsondergang in Beimen prachtig zijn. Gelukkig was er genoeg ander moois te zien. Nadat we allemaal een likje van het zout hadden geprobeerd (en ja, dat smaakte dus eh..zout) begon toevallig net een show met drums en dans. Een groep in het rood geklede jongens voerde een schouwspel op met een lange roze draak, precies zoals je je voorstelt dat het in China moet zijn. Ze werden begeleid door de ritmische troms. Daarna kwam een kleinere groep mensen het ‘podium’ (a.k.a. een afgezet deel van de zoutvlakte) op. Al gauw zagen we dat deze act nog spectaculairder zou worden. Er werden toortsen ontbrand en de artiesten begonnen te spelen met vuur. Het werd helemaal indrukwekkend toen enkelen een fles benzine (?) pakten en daarmee een patroon op de grond begonnen te tekenen. Een draak van vuur werd ontbrand en de dansers leken niet bang voor de hitte. De show werd afgesloten met vuurwerk-’sterretjes’ die heel wat groter waren dan de exemplaren die we in Nederland in de huiskamer afsteken. ;)

Na afloop kregen alle bezoekers een klein paars buideltje met zout. Rainy vertelde me dat dit een van de tradities is van het Chinese Nieuwjaar. Ik herinner me niet meer precies wat het verhaal was, maar het buideltje brengt in elk geval geluk als je ‘m in het nieuwe jaar bij je draagt.

Het was donker en we waren allemaal best moe, dus de vader van Rainy reed ons weer naar huis. Daar hingen we een tijdje op de bank om bij te komen, terwijl Rainy’s moeder ons opnieuw van een scala aan hapjes voorzag. De Taiwanese gastvrijheid deed me denken aan mijn uitwisseling naar Onati in vwo-5. We zapten wat voor de tv en het viel me op dat in Taiwan, net als in Nederland, op Oudjaarsavond allerlei zang- en dansshows worden uitgezonden.

Rond half 10 waren we weer een beetje opgeladen. Dat was maar goed ook, want het was tijd om New Year’s Eve te vieren! Vlakbij het HSR-station was een festival waar Rainy ons mee heen sleepte. We haalden op het nippertje de laatste (propvolle) bus en eenmaal op het terrein struinden we eerst de talloze eettentjes af. Hoewel ik allesbehalve honger had – sterker nog, ik zat vol van alle dumplings, scallion pancakes, fruit en andere snacks die we thuis hadden gekregen – wilde ik deze kans om nieuwe snacks te proberen niet aan me voorbij te laten gaan. Dus ik propte me vol met aardbeien in chocoladesaus, geglazuurd fruit op een stokje, een soort zoete panini gevuld met cream en verschillende gefrituurde hapjes die Rainy ons liet proeven.

En toen was het plotseling al half twaalf… we haastten ons naar de 7-Eleven bij het HSR-station om drankjes te halen waarmee we konden proosten. In tegenstelling tot op Nederlandse festivals staat er in Taiwan niet elke twintig meter een biertap, zo leerden we vanavond. Sterker nog, de drankstalletjes die er waren verkochten alleen maar juice, koffie, milk tea en soortgelijk fris. Een vreemde gewaarwording, maar het viel me op hoe ontzettend relaxed en ontspannen de sfeer op het terrein was. Geen lallende dronkenlappen, geen getrap op je tenen elke twee minuten, geen bier over je hoofd. Dummy merkte op dat er opvallend weinig bewaking aanwezig was, en ik had ook helemaal niet het gevoel dat dat nodig was. Wat een enorm verschil! Overal waren mensen gewoon het gezellig aan het hebben, en in plaats van geergerde blikken van vreemdelingen werd ik regelmatig vrolijk begroet. ‘Hey, how are you? Happy New Year!’

Vlak voor middernacht schaarden we ons bij de grote mensenmassa rond het podium. Opnieuw viel me op hoe stil het was om me heen. Als ik iets tegen Rainy wilde zeggen kon ze me verstaan als ik op normale toon praatte, en iedereen luisterde naar wat de mensen op het podium te zeggen hadden. Met z’n allen telden we af en schreeuwde mee in het Chinees: shi, jiu, ba, qi, liu, wu, si, san..er..yi… XIN NIAN KUAI LE!!!



2011: nog maar één dagje…

GOSH, bizar. Het is (hier) nu vrijdagavond 30 december, 23:14 uur. Morgen gaat de wekker vroeg – ik heb om 8:00 met de jongens afgesproken bij de ingang van de north gate en ik moet mijn tas nog inpakken voor het weekend. In tegenstelling tot de andere international students, die uitgaan in Taipei, vieren wij Oud en Nieuw in Tainan. Rainy heeft ons uitgenodigd om bij haar familie op bezoek te komen! Hoe leuk is dat? Ik ben heel benieuwd hoe het zal zijn om een echte Taiwanese familie te ontmoeten. Waarschijnlijk kunnen haar ouders geen of weinig Engels, dus dat wordt nog een heel avontuur… Nou ja, een mooie gelegenheid om m’n Chinees te oefenen.

Vanavond ging ik met Shrimps en Dummy ‘even’ avondeten bij Table Joe’s. Nou, je raadt het al… immers, altijd als je in Taiwan ‘even’ iets gaat doen lopen dingen volledig anders dan je had gepland. Toen we drinken wilden bestellen, zag Shrimps dat er Hoegaarden op de kaart stond en zowel hij als ik had wel zin in een witbiertje. Tijdens het eten (oh, die quesadilla’s, weet je nog KS?) ontwikkelde zich een interessant gesprek. Plotseling waren we eerlijk, open en direct met elkaar aan het praten over Het Leven, geloof in het universum/God/liefde, en het was zo gezellig dat ook Dummy maar een drankje bestelde. Even later dronk ik zelfs een calimocho (oh, Onati, weet je nog Sas?) en de conversatie aan tafel werd met de minuut fijner. Ik realiseerde me dat, hoezeer we op veel fronten ook van elkaar verschillen, hoe anders we ook over bepaalde zaken denken, ik ontzettend veel ben gaan geven om mijn twee Taiwanbroers.

Goed, het liefst waren we allemaal nog uren blijven zitten, maar aangezien we een druk weekend voor de boeg hebben besloten we rond tienen om toch naar huis te gaan. Nu tikken de minuten in turbotempo voorbij terwijl ik nog sneller tracht m’n laatste woorden van 2011 te typen, zonder dat dat al te veel ten koste gaat van m’n slaap. Ineens bedenk ik me: woah, als ik weer thuis ben zondag is het al 2012! Zoals tot nu toe elk jaar is het ook nu weer niet gelukt om m’n hele jaarverslag voor het vuurwerk online te zetten… maar ach, als dat het ergste is.

Lieverds, ik zal het nieuwe jaar wat eerder beginnen dan de meesten van jullie, en het is helaas niet reeel om jullie nu nog allemaal persoonlijk een mailtje of sms’je te sturen. Daarom bij deze, voor jullie allemaal: geniet van Oud & Nieuw (eet ook een oliebol voor mij, ik mis ze!) en alvast een hele mooie start van het nieuwe jaar!

2011: Best of Suushi

Zo tegen het einde van het jaar verschijnen overal op internet en daarbuiten weer een scala top-zoveel-lijstjes. Nu, aangezien ik daarop Suushi een heuse categorie voor heb, kan ik natuurlijk niet achterblijven. Daarom hier een overzicht van de stukjes uit 2011 waar ik zelf het meest tevreden over ben. De volgorde is overigens vrij willekeurig.

1.Just Do It” – een stukje waarvan ik nog steeds energie krijg als ik het lees.
2. Het beste van twee werelden, een brief aan KS.
3. Fata morgana in januari, een gedichtje dat ik schreef na een nachtelijke fietstocht
4. Rolmodellen: over sterren en stralen. Over alle mooie mensen in mijn leven, en hoe ik soms worstelde met groter willen zijn.
5. De motivatiebrief die ik instuurde en die me naar Taiwan bracht.
6. Over doelen, nu ik steeds beter realiseer dat niet alles draait om prestaties en succes.
7. Wereldreis, een gedichtje dat ik schreef toen KS in Singapore was.
8. Klein geluk x100, over een avond in Hsinchu die goed illustreert hoe mijn leven hier loopt.
9. Lagom, over de fijne zomerweek in Zweden waar ik m’n rust een beetje terugvond.

En 10? Die vraag stel ik aan jullie. Welk Suushi-blogje van het afgelopen jaar is jou bijgebleven?

 

KS in Taiwan: een weekend Kenting (slot)

Er is zo veel om over te schrijven, zo in de laatste dagen van het jaar! Ik was er nog helemaal niet aan toe gekomen om jullie op de hoogte te stellen van de laatste dagen samen met KS. Dat het gisteren alweer een maand geleden is dat ik hem opwachtte op Taoyuan Aiport, is bijna niet voor te stellen.

Zoals ik aan het eind van het stukje over de tweede week schreef, liepen de laatste dagen een beetje anders dan gepland. Die maffe Amerikanen ook, met hun tequila-feestjes in Curry Fans… Hoe dan ook, uiteindelijk boekten we op zaterdag 10 december onze trip naar het zuiden. Ondanks de goede verhalen die we hadden gehoord over goedkope hotels in het laagseizoen, besloten we voor de echte budget-optie te gaan. Dat was trouwens ook wel nodig, na alle uitgaven van de afgelopen twee weken. Het Surf Shack Hostel zag er veelbelovend uit: volgens de website werd het gerund door een Amerikaan en zijn Taiwanese vrouw, en naast bedden hadden ze ook Goed Voedsel.

Zondag 11 december ruimden we eerst de laatste spullen uit de guesthouse. Doordat we niet konden uitchecken en afrekenen – de balie bleek gesloten op zondag, typisch Taiwan weer hoor, wat moesten we nu? – duurde het wat langer voor we op weg waren, maar uiteindelijk liepen we rond 10:30 dan toch DaXue Road af naar de halte van de HSR-shuttle bus. We pakten de supersnelle trein tot Kaohsiung en daarna stapten we over in een bus. De vorige keer dat ik naar Kenting ging had ik samen met de Nederlandse meiden een taxi genomen, dus het eerste half uur van de busrit keek ik steeds twijfelend om me heen of we wel goed gingen. Na zo’n 2,5 uur kwamen we gelukkig in Hengchun Village aan. Een beetje teleurgesteld was ik wel: ondanks dat het hier een paar graden warmer was dan in Hsinchu, zag de lucht er grijs en regenachtig uit. Een enorm contrast met de vorige keer dat ik in het zuiden was. Hoezo tropisch winterparadijs?!

The Surf Shack was zo gevonden en omdat we beiden aardig gaar waren van de reis, rustten we uit op bed met een aflevering Being Human. We hadden een kamer voor onszelf en er leken sowieso verder geen andere gasten te zijn. Omdat we aardig hongerig waren – we hadden niet echt fatsoenlijk geluncht onderweg en het was inmiddels al bijna 18:00 – gingen we naar beneden voor een avondmaal. Er wachtte me een heerlijke verrassing: had ik een dag eerder nog geroepen dat ik als ik weer in Nederland zou zijn graag een Griekse salade zou maken, The Surf Shack had er eentje op de kaart die bijzonder goed bleek te zijn. De burrito’s die we hadden besteld als avondmaal waren ook prima en ik nam een chocolademilkshake toe, terwijl KS nog een cheeseburer bestelde en genoot van zijn blikjes Mountain Dew.

Tijdens het avondeten waren we niet de enigen in het knusse restaurantje. Naast de moeder van de eigenaresse – die de tent runde wegens afwezigheid van haar dochter – en Charlyn, de schattigste Aziatische peuter die ik tot nu toe heb ontmoet, zat er een groep Amerikanen van hamburgers te smullen. Een beetje meeluisteren met hun gesprek leerde ons dat het professionele duikers waren. Ik zag de twinkeling in KS’ ogen; een van de redenen dat we naar Kenting waren gegaan, was immers om te kijken of we wellicht een duikcursus konden volgen. Vlak daarna kwam nog een man het hostel binnenlopen. Met zijn lange blonde haren, gebronsde huid en brede schouders moest hij wel de eigenaar van The Surf Shack zijn. ‘Papa!’, riep Charlyn en ze rende op hem af. Duidelijk. ;) We knoopten een praatje met hem aan en kregen al gauw te horen dat hoewel we geen tijd zouden hebben voor een drie-daagse duikcursus, er ook de mogelijkheid was tot een zogenaamde Discovery Dive. Voor we het wisten was het geregeld; de volgende dag zouden we om 12:30 afspreken met John Boo, die ons een kijkje onder water zou geven.

Eerst was er natuurlijk nog een avond. Ondanks dat het weer nog steeds niet fantastisch was, besloten we een scooter te huren en rond te crossen door de omgeving. Dat was immers zo heerlijk geweest in Hualien! We reden naar Kenting Village, haalden wat drinken bij 7-Eleven en gingen toen bij Little Bay op het strand zitten. 11 december, 22 graden Celsius. Prima te doen. ;-)

Maandag 12 december wilden we graag uitgebreid ontbijten bij The Surf Shack. Ik had de avond tevoren een paar veelbelovende opties op de kaart gezien, waaronder banana pancakes en The Super Surf Shack Breakfast, een Engels ontbijt waar KS wel voor te porren was. Helaas bleek de tent pas om 12:00 open te gaan en daarom gingen we op zoek naar wat anders. Het werden maple-raisin-almond toast (ik), pizza (hij) en hot chocolates. Gosh, die toast is een aanrader, als ik weer een keuken heb ga ik dat zeker eens zelf maken.
Na het ontbijt hadden we nog een klein uurtje de tijd voor John Boo ons zou oppikken bij The Surf Shack. Met de scooter crossten we daarom nog wat rond en zo stuitten we toevallig op Chuhuo (出火) Scenic Area, een plek met zogenaamd ‘natural eternal fire‘. Of, zoals KS het lollig noemde, de ontvlammende scheten van de aarde. De grond bestaat hier uit mudstone (wie kent de Nederlandse vertaling?) dat op sommige plaatsen gebarsten is. Zo kunnen gassen van diep in de aarde naar het oppervlak komen. In de droge seizoenen brandt er daarom ‘eeuwig vuur’ op deze plaatsen.

Helaas was het al gauw tijd om terug te gaan. We ontmoetten John Boo en reden met hem mee naar zijn duikaccommodatie, waar hij ons van uitrusting voorzag. Hier ontmoetten we Richard, een magere man op leeftijd, en een jonge vrouw uit Beijing die ook mee onder water zou gaan. Op weg naar het strand zaten ik en KS achterin bij Richard, en gosh, wat kon die vent roekeloos rijden. Ik ben blij dat we heelhuids aankwamen.

Eenmaal bij Kenting Beach stond ons natuurlijk meer spannends te wachten. Met hulp van Richard werd een duikfles op mijn rug gehesen (jemig, wat is zo’n ding zwaar!) en daarna gingen we samen met John het ondiepe water in. We kregen een spoedcursus ademen onder water waar ik het een beetje benauwd van kreeg: wat nou als het me niet zou lukken? Omdat dit slechts een korte Discovery Dive was, hoefden we verder niet zelf onze uitrusting in de gaten houden. John zou onze meters checken en ons vasthouden en begeleiden zolang dat nodig was.

Hoewel ik in het begin nogal overdonderd was, leerde ik al gauw dat ademen onder water best prima ging en na een tijdje merkte ik dat John ons niet langer aan de duikfles vasthield. Toen ik gewend was aan de situatie kon ik rustiger genieten van de blauwe zee, de vissen, het koraal. Nou, ik kan je vertellen, het was mooi en ik zou graag ooit nog eens een echte duikcursus doen zodat ik me wat vrijer voel onder water en niet steeds de verkeerde kant op zwem. ;)

Aan het eind van de middag waren we terug bij het hostel. Al gauw waren we het erover eens dat we weer lekker bij The Surf Shack zouden eten. Het regende nog steeds, dus erg veel zin om rond te toeren op de scooter hadden we geen van beiden. En toen was onze laatste avond alweer aangebroken! We keken weer Being Human en dronken het laatste restje Casillero del Diablo. Eigenlijk voelde het een beetje zoals thuis: we hoefden niets bijzonders te doen om het samen fijn te hebben.

Dinsdag 13 december sliepen we lekker uit. Ik wilde nog heel graag de banana pancakes eten waar ik me al twee dagen zo op had verheugd, en wat is er beter dan op ontbijt wachten terwijl je in bed ligt? Na een geweldig bord voedsel (oh, er zaten ook pecans in mijn pancakes en ik proef de maple syrup nog!) zeiden we Ee, haar moeder en de kleine Charlyn gedag en liepen naar de bushalte. In een ontzettend vercrackte bus hobbelden we terug naar Kaohsiung, en vanaf daar pakten we de High Speed Rail naar Taoyuan. Op naar het vliegveld… maar daarover heb ik al geschreven.

Kenting was een relaxte afsluiting van twee mooie weken. OK, drie dagen regen was een beetje jammer, zeker toen John Boo vertelde dat het maar een paar weken per jaar zulk weer is in het zuiden en dat het een paar dagen later vast weer 28 graden zou zijn. Maar ach, so be it, ik heb er niet minder om van genoten. En over vijf weken zijn we alweer bij elkaar. Liefste KS, ik kan niet wachten om weer nieuwe avonturen met je te beleven…


soms moet je even klimmen, Suusie

Gedachten razen op volle vaart… recap time.

De afgelopen dagen heb namelijk ik de neiging te verzanden in de bergen schoolwerk die op me wachten. De essays van Cultural Studies spoken de hele dag door m’n hoofd, en hoe groter ik de berg voor mezelf maak, hoe moeilijker ik me ertoe kan zetten daadwerkelijk iets te doen. Gelukkig zie ik het gebeuren. Ik voel mezelf terugglijden in oude gewoontes, gedachten en uitstelgedrag. Dat is vooruitgang: zoals KS opmerkte toen we (nog maar een paar weken terug!) chocolate-banana-waffles aten in de zon, je bewust worden van je eigen gedrag is de eerste stap naar verandering.

In plaats van te studeren, denk ik nogal veel na over wat ik wil met mijn leven, hoe ik het wil leven, hoe het werkt voor mij, waar de balans ligt tussen in- en ontspanning, of het goed is om mezelf regelmatig een schop onder m’n kont te geven en regels te stellen of dat het ook wel goed komt zonder dat ik dat doe. Ik bedoel, het is heel leuk om simpelweg te stellen dat ik niets moet van mezelf, maar get real Suusie, af en toe is het simpelweg nodig dat je je nuttig maakt. Misschien niet omdat ik dat direct wil, maar wel omdat ik dat anderen (vrienden, familie, docenten, de maatschappij, m’n geweten) schuldig ben. Daarbij, niets kan je zo om de tuin leiden als je eigen gedachten. Wedden dat dit filmpje ook voor jou herkenbaar is? Als je iets niet wilt doen, is er altijd wel een reden te verzinnen om het niet te doen.

Aan de andere kant, een zekere dosis schijt aan de wereld kan erg verlichtend werken. Leo Babauta is hierin een grote inspiratie. Ik hoef geen willoze slaaf van consumentisme te zijn. Ik kan ook mijn eigen wegen kiezen. Maar woah, hoe leg ik het pad dan aan? Of hoef ik alleen maar te lopen en zie ik dan wel waar dat toe leidt? Ja, denk ik aan de ene kant, maar ik moet er wel voor oppassen dat die gedachte niet misbruikt wordt door mijn eigen brein. Ik kan mezelf makkelijk mindtricken wordt door te denken dat het ‘toch wel goed komt op de een of andere manier, dus ik kan ook wel nog een aflevering Lost kijken en pas later aan het essay beginnen’. Af en toe loont het ook om grenzen te verleggen, zoals Hedoniste vandaag terecht schreef.

Gelukkig ervaarde ik zojuist, toen ik even naar het Technology Service Center liep om wat documenten in te scannen, hoezeer het soms kan helpen om een blokje om te lopen. Ik zie de wijsheid regelmatig langskomen in boeken en blogs, maar vond zomaar ‘een wandelingetje maken’ vroeger meestal zonde van mijn tijd. Waarom zou je? Mijn gedachten op een rijtje zetten, dat kan ik ook wel aan mijn bureau, hoor. Maar om een lang verhaal kort te maken: het hielp.

Misschien is het juist het besef dat ik weet dat het nooit stopt, dat ik altijd zal blijven strugglen met dingen, dat me soms moe maakt. Leven is geen Ever-Improving Progress. Heuveltje op, heuveltje af. Maar ach, zo werkt het nu eenmaal. En soms moet je even klimmen, al is dat zwaar. Mag je daarna weer van het uitzicht genieten. Goed, ik geloof dat ik ‘m te pakken heb, die motivatie. Essay-tijd!

Suushi op Facebook

Het wordt een leuke boel op Suushi, schreef ik bijna een jaar geleden. Ik had ontdekt hoe ik een Like-button kon toevoegen onder elk blogje. De laatste tijd geeft het ding kuren, althans als ik m’n site open in Google Chrome. Hoe is dat bij jullie? Ik heb nu een nieuwe plugin geactiveerd, met ook links naar Twitter en Google+, zijn die zichtbaar voor jou?

Anyways, eigenlijk had ik al tijden weinig moeite gestoken in het promoten van m’n blog. Goed, elke nieuwe post wordt automatisch doorgelinkt naar mijn persoonlijke via twitterfeed, maar c’est tout. Nu ik niet in Nederland ben, heeft het geen zin om post-its achter te laten in de trein.

Vanmiddag bedacht ik me dat ik eigenlijk best een Facebook-pagina aan kon maken voor Suushi. Ja, waarom ook niet? Na veel gepruts werkt de ‘Like-Box‘ in de linkerkolom nog maar half (wel in Firefox, niet in Chrome), maar dat neemt niet weg dat ik vanaf vandaag officieel te vinden ben op Facebook. Yay!

Dus, vind je Suushi leuk? Laat het me weten! Dat vind ik dan weer leuk. ;-)

 

南門 (NanMen / South Gate), Hengchun Village (Kenting)

Funky Taiwan Facts (3): over schoenen, paraplu’s en hele frisse wind

Het is een hele tijd geleden sinds ik de vorige Taiwan-lijst samenstelde. Natuurlijk is er een hoop gebeurd sindsdien, en tussen alle activiteiten door heb ik weer een boel maffe dingen ontdekt van en over dit land. Hoog tijd dus voor een update, dacht ik zo!

1. In Nijmegen ben ik gewend om m’n vrienden een knuffel of een zoen te geven ter begroeting en als ik gedag zeg. Nou, hier in Taiwan is dat niet zo gewoon, en niet alleen omdat ik daar met sommige mensen niet close genoeg voor ben. Al in een van de eerste weken werd me door de locals duidelijk gemaakt dat Taiwanezen erg verlegen zijn en dat fysiek contact tussen vrienden niet normaal is. Zelfs als het een tijdje geleden is dat je elkaar zag, zwaai je gewoon naar elkaar, gevolgd door een ‘好久不見!‘ (hao jiu bu jian, long time no see). Gelukkig zijn de internationals over het algemeen wat minder preuts, en als ik echt even een knuffel nodig heb kan ik altijd bij Shrimps of Dummy aankloppen. En intussen probeer ik de Taiwanese Flora ervan te overtuigen dat het echt geen ramp is dat ze wat knuffelig werd na wat cocktails op de X-Mas Party afgelopen dinsdag… ‘I am so ashamed,’ zei ze, ‘all my friends think I misbehaved..’

2. We hadden geluk dat het dit jaar in het weekend viel, want Kerstmis is geen officiele feestdag in Taiwan. Logisch natuurlijk, aangezien het grootste deel van de bevolking boeddhist is. Nou is het niet zo dat het feest ongemerkt voorbij is gegaan, hoor: met dank (?) aan de Amerikanisering van de wereld proberen ook de Taiwanese winkels in Hsinchu en Taipei hun klanten in kerstsfeer te brengen (lees: aan te zetten tot het kopen van cadeaus). Op diverse plekken klonk Jingle Bells, er hingen lichtjes in de straten en hier en daar stond een enorme opblaaskerstman. Toegegeven, het was wel een beetje vreemd om lyrics als dashing through the snow te horen terwijl het buiten boven de 15 graden was, maar ach. Naar ik heb vernomen, heb ik in elk geval geluk gehad met m’n vrije weekend in Taipei: ‘sometimes I’ve had an exam on Christmas, or the day after’, zei een van m’n Taiwanese maatjes.

3. Het weer mag hier dan een stuk minder heftig zijn dan in Nederland, waaien kan het in elk geval goed in Hsinchu. Ik snap nu waaraan deze stad haar bijnaam ‘The Windy City’ dankt. De eerste maanden vroeg ik me wel eens af Soms is het zo stormachtig dat ik dagenlang binnen de wind hoor huilen… en helaas ook voel tekeer gaan door de niet-geisoleerde muren en ramen vol kieren van de dorm.

4. Om daar dan maar gelijk op door te gaan: het is inmiddels al lang geen 30 graden meer overdag, en de airco in de dorm staat dan ook al wekenlang uit. Sterker nog, de periode is aangebroken waar ik een beetje tegenop zag. In Taiwan hebben de huizen namelijk geen verwarming. Niet gek, de winter duurt immers maar kort. Ik herinner me echter nog maar al te goed de woorden van Nina, het meisje dat hier vorig jaar was Warme kleren zul je soms best nodig hebben. Het is binnen net zo koud als buiten en dat kan wel eens naar zijn. Ze heeft gelijk. De combinatie van wind en vochtigheid zorgt ervoor dat sommige dagen aardig fris zijn. Nadat ik laatst een middag lang zat te rillen met twee truien aan, had ik er genoeg van. Bij de 愛買 (ai mai, letterlijk love to buy, ook bekend als a-mart) kocht ik een fleecedeken en bij de kledingwinkel ernaast een sjaal en wat warme shirts. Nu heb ik het niet meer koud, al hoorde ik van een uitwisselingsstudente die hier al een jaar woont dat het nog frisser kan zijn dan nu. Aan de andere kant: er zitten ook nog steeds zomaar dagen tussen met 20+ graden. Prima afwisseling!

5. Een van de eerste dingen die KS direct opmerkte toen hij in Taipei liep, was hoe (bijna) alle media foto’s tonen van westerlingen. Ik vertelde al eens eerder hoe vaak mensen naar mij toe komen om op te merken dat ik ‘so beautiful’ ben, en ik begrijp steeds meer waarom. Het westerse uiterlijk is het Aziatische schoonheidsideaal. Zo zijn ooglidcorrecties schijnbaar ontzettend populair onder Aziatische vrouwen. Niet om rimpels weg te werken, nee, men wil graag het ‘dubbele vouwtje’ dat wij Europeanen hebben. Ook tracht menig Aziaat zijn of haar zwarte haar te verven – meestal resulteert dit in een rood-achtige gloed, maar een enkele keer spotte ik een heus ‘blondje’ in de metro van Taipei. Tevens worden Jesper en Alexander geroemd om hun krullen en zelfs ik ben al diverse keren gevraagd of de slag in mijn haar natuurlijk is. Nicole keek verbaasd op toen ik vertelde dat het op mijn middelbare school cool was om je haar te bewerken met een stijltang.

6. Het verschil in bouw tussen mijn lichaam en dat van Aziatische vrouwen brengt een paar nadelen met zich mee. Zo blijkt het bijna onmogelijk om schoenen in maat 41 te kopen. Natuurlijk ben ik zo dom geweest om geen nette schoenen mee te nemen uit Nederland; ik haal in Taipei wel een paar pumps, dacht ik destijds, in een poging mijn koffer onder de 20 kg te houden. Sja, en toen was dinsdag ineens de X-Mas Party en had ik toch echt een paar schoenen nodig voor onder mijn zwarte jurkje. Uren ronddwalen door downtown Hsinchu leverde niets op; tai xiao, (太小) moest ik steeds weer zeggen tegen de schoenenverkoopsters. Te klein! Ten einde raad klopte ik aan bij Laura en Iona, de Nederlandse meiden die bij me op de gang wonen. Gelukkig had Laura een paar zilveren ballerina’s dat me precies bleek te passen. Laura, als je dit leest: nogmaals, mijn dank is groot!

7.  Om nog even terug te komen op het schoonheidsideaal: wat huidskleur betreft lijkt het hier wel de omgekeerde wereld vergeleken met Nederland. Liggen wij urenlang te bakken op het strand en springen we een gat in de lucht bij de eerste zonnestralen, hier lopen sommige meisjes in de zomer angstvallig onder een paraplu. Ook zie ik in de badkamer van de dorm regelmatig Aziatische ganggenotes met een gezichtsmasker rondlopen. In veel gevallen is dat er niet alleen een om een zuivere, maar ook om een wittere huid te krijgen. ‘Body Whitener’, staat er op de fles in het kastje van mijn Vietnamese roommate. Bizar, hoezeer de cosmetica-industrie ons in z’n greep heeft! Europeanen wordt ingeprent dat bruin zijn mooi is, en dus is zijn er honderd soorten bronzers en poeders. En hier is het precies andersom… Jongens, we leven in een rare wereld.

8. Paraplu’s worden hier trouwens niet alleen tegen de zon gebruikt. Na de eerste paar regenbuien in Hsinchu concludeerde ik al: Taiwanezen zijn dol op paraplu’s. Bij de minste miezer zie ik iedereen op de campus z’n apparaat uitklappen, volgens mij hebben m’n Taiwanese maatjes permanent een exemplaar in hun tas. Vaak spettert het alleen maar een beetje en in veel gevallen is het echt niet de moeite waard. Toch heb ik soms het idee dat ik een beetje vreemd word aangekeken als ik door Taipei loop met gewoon m’n capuchon op – als enige op straat zonder paraplu…

9. Alcohol drinken mag dan wel niet zo’n rotsvast deel van de cultuur zijn als in Nederland, dat wil niet zeggen dat wij internationals van NCTU elk weekend veroordeeld zijn tot 可樂 (ke le a.k.a. cola). In diverse clubs hier geldt een all-you-can-drink-beleid. Je betaalt een paar honderd NTD entree (meestal voor mannen overigens bijna twee keer zo veel als voor vrouwen) en dan krijg je een glas waarmee je de hele avond gratis drankjes kunt halen aan de bar. Dummy is er dol op, die heeft al menig weekend in de Babe 18 doorgebracht. Een keer ben ik mee geweest, en het was een interessante ervaring voor een keer. Ook op de Midterm Party en het kerstfeest van afgelopen dinsdag – beiden gehouden in een club in Hsinchu – was de drank ‘gratis’, maar in beide gevallen had ik het na een paar cocktails wel gehad met steeds in de rij staan met m’n glas. Nee, dan ga ik liever nog eens terug naar een van de kroegen die ik afgelopen weekend met de Zweedse studenten bezocht in Taipei. Een kaart met tientallen soorten Belgisch speciaalbier, waaronder mijn favorieten Barbar en Karmeliet. Daar wordt een Karpe Noktem-lid blij van!

10. Last but not least: ik heb voor het eerst dit semester wat academische uitdagingen, a.k.a. ik moet eindelijk wat doen voor m’n vakken. Al is het lang niet in alle gevallen academisch te noemen. Ja, die twee essays voor Cultural Studies worden nog een hele kluif, maar de ‘midterm’ van International Relations die ik vorige week had was werkelijk de makkelijkste toets die ik sinds de brugklas heb gehad. Het enigste wat ik hoefde te doen was fill in the blanks; van een paar A4′tjes met zinnen waren enkele woorden weggelaten. De grootste grap was dat mevrouw Kao de laatste les voor het examen tot op de letter nauwkeurig had gezegd wat ze zou vragen. Het enigste wat ik ter voorbereiding moest doen was een paar zinnen van de in de lessen gebruikte PowerPoints uit mijn hoofd leren. “Generally speaking, the PRC China Lobby can be divided into two groups: one supports the Chinese government and another is considered _______.” Antwoord: anti-government. Om Sylvia Witteman te quoten: ik verzin dit niet.

Morgen is de ‘final exam’ van hetzelfde vak. Je begrijpt: ik maak me weinig zorgen. Goed, ik moet de komende week nog wel aan de bak voor wat andere courses, maar ik heb er vertrouwen in dat het geen al te groot probleem gaat worden. Nog twee weken les, die monster-essays en een paar finals – en dan zit mijn studietijd in Taiwan er op! Langzaam begin ik verder te kijken: wat zal ik in de vier weken daarna nog doen, voor ik terug vlieg naar Nederland? Ik heb nog geen plan, maar een ding is zeker. M’n leven loopt wel los, en hoe, dat hoor je gauw genoeg.