Intentie

Als je, zoals ik, de neiging hebt om nogal veeleisend te zijn naar jezelf, is het maar een dunne scheidslijn tussen dingen doen omdat je diep vanbinnen voelt dat ze de juiste zijn, en jezelf dingen opleggen.

Zo schreef ik gisteren in mijn dagboek dat er eigenlijk een min of meer vast lijstje is van dingen die ik al jaren met vlagen wil of probeer te doen. Vegetarisch (en liefst zo veel mogelijk helemaal plantaardig) eten. Weinig alcohol drinken (daarmee bedoel ik: 1, hooguit 2 glazen per week). Mediteren. Yoga.

Iets in mij zegt al jaren: toe maar Suusie. Die dingen zijn goed voor je. Ze doen je groeien. Toch “lukt” het me al jaren niet om ze consistent te doen. O, thuis eet ik vrijwel altijd vega hoor, maar ben ik in een restaurant waar ze carpaccio hebben, of hert, dan vind ik het soms moeilijk om die verleiding te weerstaan. En de laatste maanden ben ik voor het eerst langere tijd bewust bezig met – proberen – bijna elke dag even te mediteren, een mindfulnessoefening te doen, en af en toe tijdens de dag even m’n voeten te voelen en diep in en uit te ademen.

Het punt is: zodra ik mezelf vaste regeltjes ga opleggen, worden die dingen al gauw een ‘moeten’. En moeten veroorzaakt spanning. Oordeel. Mogelijkheid tot falen.

Dus nee, ik hoef niet elke dag te mediteren.
Wel probeer ik steeds vaker zo bewust en aanwezig te leven, dat ik het wil doen. En het grappige is: hoe meer ik mediteer, hoe ‘wakkerder’ en dichter bij mezelf ik me voel, waardoor ik juist al die andere terugkerende thema’s – vega eten, de wijn laten staan, thuis zijn in plaats van overal en nergens – makkelijker kan doen.

Hetzelfde met yoga. Zolang ik bikram yoga uiteindelijk zag als workout, als manier om fit (lees: slank) te blijven, als sporten, werd het op de lange termijn een moeten. Werden de lessen bovendien vaak steeds minder leuk. Ik stelde ook geen grenzen: lukte het me om 1 keer in de week te gaan, dan vond ik dat eigenlijk te weinig. Twee keer minstens, was m’n eigenlijke overtuiging – vooruit, een keer was misschien acceptabel, maar drie keer, dat zou pas echt goed zijn. Hetzelfde gold voor hardlopen.

Pas nu ik werkelijk naar bikram yoga ga om te ontspannen en in mijn lijf te komen, om bij mezelf te raken, om mijn lichaam te eren en te respecteren (o, ik besef hoe wazig die zin misschien klinkt, maar nou ja dat is dan maar zo)… Pas nu “houd ik het vol”. Het voelt namelijk niet meer als volhouden. Het voelt als iets waarvoor ik bewust kies. En ik kies ervoor om dat 1 keer in de week te doen. Dat is – voor mij – genoeg. Dat past bij mijn leven op dit moment.

Maandag is altijd de dag dat ik naar yoga ga. Maar vorige week – Nieuwjaarsdag – ging ik niet. Dus dacht ik: ik haal de les later in. Maar toen ik in mijn agenda keek, zag ik dat het moeilijk was om een gaatje te maken – er stonden al vrij veel afspraken in de avond. De enige optie was woensdag – m’n thuiswerkdag – om zes uur opstaan en de les van 6:30u pakken. Ik had dat al bijna zo’n beetje bedacht om te gaan doen, voelde toen de tegenzin opbouwen…

en ineens dacht ik: zeg, waarom zou ik eigenlijk?
Mijn doel met yoga, mijn reden om erheen te gaan, is ontspannen en voor mijn lijf zorgen. Mild leren zijn. Niet elke week gaan no matter what zodat ik een vinkje kan zetten in mijn agenda. Om zes uur opstaan betekent korter slapen, minder rust en mezelf in een ritme dwingen waar ik niet in zit. Dat hoort helemaal niet bij “ontspannen en voor mezelf zorgen”. En al helemaal niet bij mild zijn naar mezelf toe.

Mild zijn, besloot ik uiteindelijk, is: deze week is er redelijkerwijs even geen ruimte. Volgende week zorg ik dat die ruimte er wél is, want ik vind yoga belangrijk.

Dus ik sloeg een keertje over. Vertelde mezelf dat dat oké was.
Nee: méér dan oké. Helemaal goed.
En weet je wat? Deze maandag had ik de fijnste yogales in tijden.

 

Over self love & technical debt

Hoe vaak op een dag voel jij je voeten?

Gisteren in de trein stuitte ik toevallig op een online mini-cursus ‘Self Love’, die deze week wordt gegeven door Margo Awanata. Ik ken Margo niet persoonlijk, maar wel via-via, en weet dat zij al jaren werkt met vrouwen, empowerment, sisterhood en meer van die dingen.

Dus ja, een mini-cursus zelfliefde – gratis! – die precies op 2 januari begint? Sign me up! Tip: doe dat ook. Margo nodigt je uit om deel te worden van een Facebook-community, die nu al bestaat uit bijna 200 vrouwen van over de hele wereld. Ze post video’s met oefeningen, mensen delen hun verhalen. Het is gisteren pas begonnen, en nu al gaaf.

Deze zin van Margo raakte me in het bijzonder:

“Self love is not a quick fix and it’s not something you work on and then let go. It’s like getting a fit body. You have to keep working on it.”

Ja, dat dus.
Zo logisch, en toch denk ik: shit, inderdaad. Wat ik tot nu toe bij vlagen wel deed – van mezelf leren houden – verslapte dan altijd na een tijdje weer, zoals sommige mensen twee maanden fanatiek gaan fitnessen en daarna weer maandenlang geen aandacht besteden aan het gezond houden van hun lichaam.

Als ik echt wil leven vanuit een houding van self love en acceptatie, dan zal ik daar vanaf nu elke dag aan moeten – willen – werken, mijn hele leven lang. Nu ik dat zo opschrijf klinkt ’t wat heftig, maar eigenlijk voelt het juist als een bevrijdend inzicht.

Ik wil dit. En ik wens het jou ook toe. Dus doe je mee?

***

Vóórdat ik dit alles tegenkwam, besteedde ik na werktijd ruim drie uur bijkletsend met m’n oude studievriendinnetje DK. Het was al meer dan een jaar geleden dat we elkaar echt gesproken hadden en daarvoor geloof ik óók alweer een jaar geleden. En ja, aangezien we in die twee jaar allebei nogal veel nieuwe dingen zijn gaan doen en gegroeid zijn, hadden we genoeg te bespreken.

Pratend over therapie – en dat je heus niet altijd op het randje van de afgrond hoeft te staan om baat te hebben bij een psycholoog of andere vormen van ‘aan jezelf werken’ – leerde DK me over ‘technical debt’. Als je als computer-programmeur een stuk software schrijft, vertelde ze (ze is afgestudeerd informaticus), dan ontstaan in dat proces vaak allerlei kleine foutjes in je code. Klein gerommel waar je in principe niet direct last van hebt. Of kleine probleempjes die je makkelijk even met een metaforisch pleistertje kunt oplossen. Dan kun je gewoon vrolijk verder bouwen, de boel blijft wel werken.

Vaak is het op korte termijn het goedkoopst om een tussenoplossing te bedenken voor die kleine probleempjes. Maar ja, als je maar gewoon doorgaat en doorgaat en nooit de boel écht opschoont – nooit investeert in de herstelwerkzaamheden die eigenlijk nodig zijn – gaat het op een gegeven moment wel een beetje wankelen allemaal…

Technical debt ontstaat dus als je, al dan niet bewust, een oplossing kiest die op de korte termijn voordelig is (of lijkt) maar op de lange termijn juist extra kosten met zich meebrengt. En weet je wat het is, zei DK? ‘Ik geloof dat er ook zoiets is als emotional debt.’

Daar heeft ze natuurlijk een punt. Als je allerlei verdriet en boosheid en andere rommel in jezelf houdt en niet verwerkt, stapelt zich dat ongemerkt op – mentaal, maar ook fysiek. Heel langzaam, zo langzaam dat je het niet merkt, bouwt zich spanning op in je lichaam.

Ik denk dat we als mensen op dat moment steeds meer in ons hoofd gaan leven, omdat ons lijf ongemakkelijk gaat voelen. Omdat we dan onverwerkte pijn en oud verdriet voelen, dat we niet willen voelen. Dan gaan we dus oppervlakkiger ademen (en daardoor weer: sneller praten, jachtiger leven). Vergeten we onze voeten te voelen, onze benen, buik, romp, armen. Vergeten we in feite een beetje dat we een lichaam hebben. Worden we geregeerd door ons hoofd, ons denken. (“Maar denken brengt me toch ook heel veel?”, zul je zeggen – hm, en bedenk je dan eens welk deel van jou daarvan zo overtuigd is ;-))

Gaan we drinken, eten, rondrennen, geld uitgeven, indrukwekkende dingen doen, onszelf steeds nieuwe doelen stellen, scrollen over onze smartphone. Kijken we naar het leven van andere mensen, dat altijd beter lijkt. Gaan we verlangen naar meer, beter, verder, groter, sterker. Raken we daarmee eigenlijk steeds verder weg van onszelf.

Ik voel steeds meer hoe belangrijk – cruciaal zelfs! – het is dat we in ons leven tijd en ruimte maken om die ‘emotional debt’ in te lossen. Om terug te blikken op de moeilijke momenten in ons leven. Het onszelf te gunnen verdrietig of boos te zijn. Te rusten. Maar ook: te spelen. Dingen te doen die niet nuttig zijn. Dingen doen waarvoor geen of minder denken nodig is; sporten, mediteren.

Of gewoon, een aantal keer per dag even bewust en diep ademhalen. Een minuutje vrijuit dansen door de kamer. Jezelf een knuffel geven. Je voeten voelen.

 

Het negatieve omarmen

De vraag die op Oudejaarsavond kwam, was natuurlijk onvermijdelijk: ‘zeg, heb jij nog goede voornemens?’

Mijn eerste gedachte was: nou nee, eigenlijk niet. Voor de verandering wil ik dit jaar vooral eens doorgaan met wat ik al een tijdje steeds meer aan het doen ben: meer rust en ruimte maken in mijn leven, van mezelf leren houden, vriendschappen verdiepen, tevreden zijn met wat er is.

Bovendien: ik kan wel lijstjes maken met dingen die ik van mezelf moet gaan doen (geen alcohol drinken, elke dag mediteren, weer een halve marathon lopen et cetera), maar weet je: bij al die dingen is het niet het ‘doen’ dat het verschil maakt, maar de intentie waarmee het gebeurt.

Als ik mezelf elke dag dwing om een kwartier te mediteren omdat ik anders niet blij met mezelf ben, is het idee van mindful zijn en mezelf accepteren ook een beetje weg, he. En ik wil heus nog wel eens over de finish van een halve marathon komen, maar op dit moment zijn er andere dingen waarvan ik het belangrijk vind er tijd in te steken.

Maar goed, als ik er wat langer over nadenk, zijn er natuurlijk wel graag dingen waar ik me op wil richten komende tijd. Zo kwam ik na m’n nieuwjaarsfeestje om vier uur met een tollend hoofd thuis en voelde ineens heel diep vanbinnen: alcohol verwijdert me zo ver van mezelf. O, natuurlijk had ik een leuke avond, hoor. Maar waar ik jarenlang dacht dat ‘de beste gesprekken op een avond nu eenmaal komen na een fles wijn’, geloof ik nu steeds meer dat de nóg betere momenten diezelfde gesprekken zijn, maar dan zonder die wijn. Enger, ja. Maar ook puurder, echter, helderder.

Dus hoewel ik nu niet ga zeggen “ik mag geen alcohol drinken”, ga ik weer lekker dor met wat ik de afgelopen maanden – dat wil zeggen voor de kerstvakantie begon – deed: minder, veel minder drinken. Gewoon omdat dat fijner en rustiger voelt. Omdat het me helpt om bij mezelf te blijven.

En dan is er nog zo’n ander ‘voornemen’: het negatieve omarmen. Ook nogal wat, voor iemand die jarenlang vond dat het leven een groot feestje moest zijn en je zelf de slingers moest ophangen en je uit alles wel vreugde kunt halen en dat het een mindset is om blij en positief te zijn.

Want weet je, dat mag dan wel zo zijn, soms zijn dingen gewoon STOM/ROT/NAAR/KUT. Dan kan ik wel direct “komt wel goed” zeggen om mezelf en/of anderen een negatief of ongemakkelijk gevoel te besparen, maar loop ik daarmee niet ook een beetje voorbij aan een belangrijk deel van het verhaal? Ontken ik daarmee niet een stukje werkelijkheid?

Ik ben nog niet altijd op het punt dat ik anders kan reageren, maar ik hoor mezelf wel steeds vaker praten en dan denk ik: kijk Susie, daar ga je weer. Een vriendin vervloekt haar enorme studieschuld. ‘Ah joh, don’t worry’, zeg ik. (Terwijl: ja inderdaad, mooi klote die schuld, lijkt me vreselijk stressvol!) Een vriend baalt dat hij een baan niet krijgt. ‘Joh, er komt vast wat beters’, roep ik. (Is ongetwijfeld zo, en toch: balen, man.) Of ikzelf ben verdrietig om het een of het ander. ‘Ach’, vertel ik mezelf en bedenk allemaal redenen waarom het toch heus toch niet zo slecht is en er ergere dingen in de wereld zijn. Terwijl: ik ben nu gewoon even verdrietig, punt.

Op die momenten wil ik leren om gewoon te luisteren. Niet bij de pakken neerzitten natuurlijk, niet erin gaan hangen…maar wel: kijken, erkennen. Ja, da’s eng, want er zullen meer momenten van spanning en ongemak zijn dan ik tot nu toe ken en daar moet ik dan dus mee leren omgaan.

Maar dat wil ik nu wel eens durven.