Dit las ik in december: Het Rosie-project

In december las ik niet zo veel. Onderweg naar mijn werk liet ik me iets te vaak afleiden door mijn smartphone (ik las dus wel dingen, maar weinig noemenswaardigs) en verder was de Kerstmaand druk als altijd.

Gelukkig vond ik tóch tijd voor 1 boek: Het Rosie-project. Zo haalde ik overigens op de valreep mijn GoodReads Reading Challenge: 40 boeken in 2016. Jeej!

Maar dat Rosie-project dus. Ik had het al vaak zien liggen in de boekhandel en het was natuurlijk weer zo’n boek dat iedereen al láááng gelezen had en dat ik (daarom) steeds maar niet wilde openslaan. Nu dan toch.

Gramae Simsion, Het Rosie-project **** 

Het boek (Australische auteur, vertaald uit het Engels) gaat over Don Tillman, een verstrooid professor genetica van eind dertig. Al na een paar bladzijden realiseer je je dat Dons brein op een wonderlijke manier werkt – hij heeft het syndroom van Asperger, al weet hij dat zelf niet en wordt het ook nergens expliciet vermeld.

Don is op zoek naar een vrouw om mee te trouwen. Eigenlijk kan ik niet veel méér zeggen zonder de verhaallijn te spoilen, maar dat verhaal is eigenlijk nog de minste reden waarom Het Rosie-project zo’n leuk boek is. Als lezer krijg je alles mee vanuit het perspectief van Don en dat zorgt regelmatig voor een grijns op je gezicht. Bijvoorbeeld omdat je op basis van zijn observaties conclusies trekt over sociale situaties, die Don zelf duidelijk níet trekt.

Van het Abrikozenijs Fiasco, tot het Jas Incident en Olivia de vegetarische hindoe/antropoloog én natuurlijk de enige echte Rosie; ja, dit boek blijft me nog wel een tijdje bij. Op dit moment lees ik trouwens het vervolg, Het Rosie-effect. Schijnt niet zó briljant te zijn als het eerste deel, maar is tot nu toe evengoed erg vermakelijk.

Dit las ik in oktober en november

Jongens, nog maar TWEE WEKEN en dan is het jaar alweer voorbij. Niet te geloven, zeg. Ik weet nog dat ik een maand geleden dacht: ‘Ah joh, kerstkaarten, dat hoeft nu echt nog niet, aaaallle tijd…’

Nou, en dan is het plotseling nog maar tien dagen tot Kerstmis. Vanavond hebben Tom en ik in alle haast nog een boom(pje) gescoord bij de Intratuin. Dat ding staat nu een béétje random in de woonkamer, nog niet opgetuigd, want ’t is al bijna elf uur en ik kom net warm en rozig (en moe) uit bad. Morgen dan maar, ik ben gelukkig een dagje vrij.

Tijd tekort in elk geval dus, om alle dingen te doen die ik zou willen. Zo ook m’n maandelijkse boekenblogjes! Van oktober én november schreef ik nog niets. Of nou ja, er stond wel een half blogje in m’n concepten, maar…

Goed, om de traditie niet te doorbreken: dit las ik de afgelopen twee maanden.

Kim van Kooten – Lieveling *

Oké, laat ik maar met het rampzaligste beginnen, dan hebben we dat ook weer gehad. Want lezen, lézen kun je het niet echt noemen, ik heb hier op een griepige middag in bed maar zo’n beetje doorheen gebladerd. Vreselijk om te zeggen, want het onderwerp van dit boek is natuurlijk zwaar (het gaat over een jong meisje dat seksueel wordt misbruikt door haar stiefvader), maar eh, ja, het is gewoon écht heel slecht geschreven.

Maar eigenlijk kunnen Marja Pruis (en Sylvia Witteman) dat beter onder woorden brengen dan ik.

René Kahn – Op je gezondheid? Over de effecten van alcohol ****

Als ik een top vijf zou maken van boeken die je het aankomende jaar zéker zou moeten lezen (en hey, misschien doe ik dat ook nog wel), dan staat dit boekje van René Kahn er zeker in. Iedereen die wekelijks meer dan twee glazen wijn drinkt, zou dit boek moeten lezen, vind ik. De laatste wetenschappelijke kennis en feiten over alcohol staan er op een goed leesbare manier in beschreven, op zo’n manier dat ’t niet saai wordt.

Natuurlijk niet nieuw, die kennis, maar jongens, houd je vast: alcohol veroorzaakt allerlei vormen van kanker. En nee, dat geldt níet alleen als je probleemdrinker bent. Ook, juist, de mensen die ‘matig’ drinken (tussen de 2 en 10 glazen per week), vomen een risicogroep. Bij vrouwen is 12,5 procent van de gevallen van borstkanker te wijten aan alcoholgebruik en met elk glas dat je per dag extra drinkt, neemt de kans op borstkanker met 10 procent (!) toe. Ontnuchterend (haha) om zulke feiten (er zijn er nog veel meer) zo eens op een rijtje te zien. Goed, schrijf ik ook nog wel eens langer over, maar niet nu.

Wil allemaal overigens niet zeggen dat ik nu nooit meer een glas wijn aanraak, maar ik merk dat dit boek me wel veranderd heeft in de zin dat ik veel bewuster ben gaan drinken.

Voor wie (nog) geen tijd of zin heeft om het (overigens niet eens zo dikke) boek te lezen: de Volkskrant schreef er een goed artikel over, NRC Next ook (vandaag nog!).

Henk van Straten – Bidden en vallen ***

Henk – of nou ja, zijn boek – stond al bijna een jaar in de kast hier (sorry, Henk). Ik gaf ‘m eens aan Tom, maar ja, als de hoofdpersoon (die toch niet de voorbeeldigste blijkt te zijn) dezelfde naam heeft als jij, leest dat toch wat ongemakkelijk. Hoe dan ook, mijn Tom kwam niet door Bidden en vallen heen. En ik, ik had nog zo veel andere dingen die ik óók wilde lezen.

Maar nu dan toch! Bidden en vallen gaat dus over Tom, een in mijn ogen vrij onsympathieke accountmanager bij horlogemerk Omega. Type kalend, groot en in pak, beetje vlezig en misschien zelfs wat onfris (althans zo stel ik me hem voor). Verderop in het boek komen nog een paar andere personages aan het woord.

Wat ik van het boek vond? Tja, ik ben best fan van Henk en z’n teksten. Zeker z’n dagelijkse blogposts vind ik bij vlagen zéér bewonderenswaardig (al kan ik me soms ook vreselijk ergeren, maar ben er op die momenten niet helemaal zeker of dat nu juist z’n bedoeling was) Bidden en vallen is rauw en ongemakkelijk; goed geschreven, maar geen vrolijk boek dat je iemand cadeau doet voor z’n afstuderen. ;-)

Toine Heijmans – Pristina ****

Van mijn oma – 83 en nog steeds ook leesgek – leende ik Pristina, geschreven door m’n oud-Volkskrantcollega Toine Heijmans. En o, Toine, mocht je dit ooit lezen: wat een prachtig werk heb je op je naam staan.

Pristina gaat over Irin, een meisje van onbekende afkomst dat gezocht wordt door de vreemdelingenpolitie. Maar we beginnen met Albert Drilling (mogelijk niet z’n echte naam), ambtenaar op het ministerie, die naar een Waddeneiland afreist om Cira Dosta te vinden. En o, dan is er ook nog de man die namen verzint. En de onheilspellende laatste zin op de achterflap: “Maar op het eiland gelden andere wetten.”

Ik wil ook zo’n verfijnd boek kunnen schrijven.

Giulia Enders – De mooie voedselmachine (De charme van je darmen) ****

Enige tijd geleden was De charme van je darmen overal: bij de AKO op het station – en eigenlijk op de eerste tafel in elke willekeurige boekwinkel -, bij RTL Late Night, op Facebook, in andere blogs.

En eh, ja, als boeken/series/films zo’n overdaad aan exposure krijgen, heb ik meestal al meteen geen zin meer om ze te lezen of bekijken (overigens ga ik deze stelling bij het volgende boek hieronder al ontkrachten, maar ach).

Goed, het darmen-boek van de Duitse geneeskundestudente Giulia had ik dus aan me voorbij laten gaan, maar toen ik het in de bieb zag staan werd ik toch nieuwsgierig. En niet voor niets! Als je darmen hebt, zou je dit boek moeten lezen, sowieso.

Giulia vertelt op een frisse en toegankelijke manier dat de darmen eigenlijk onze tweede hersenen zijn, dat darmbacterien een rol spelen bij vrijwel alle processen in ons lichaam en dat je zelfs depressief kunt zijn doordat je darmen niet goed werken. Ook legt ze nauwgezet uit hóe onze darmen nu eigenlijk werken (maar dan op zo’n manier dat ook ik als niet-beta het onthoud!) en er is ook een hoofdstukje over eh, ontlasting. En over kotsen, trouwens (wist je dat kots ook vaak uit je dunne darm komt? Oké, misschien wilde je dat niet weten.)

Nou ja, lezen dus. Interessant. Op een gegeven moment wordt ’t wel érg veel feitenkennis, dus ik vond ’t niet echt een gevalletje “in een ruk uit”, maar zeker een boek om er af en toe weer eens bij te pakken als je buikpijn hebt of wat beter voor jezelf wilt zorgen.

Astrid Holleeder – Judas *****

Ja, jeetje, wat een boek zeg. In het diepste geheim gedrukt en als donderslag bij heldere hemel verschenen. En wow, ik dacht dat Astrid een ghostwriter had maar dat (b)lijkt niet zo te zijn. Wat een intrigerend verhaal – zozeer, dat ik bereid was een paar dagen boete te betalen (het boek is een Sprinter bij de bieb, wat betekent dat je ‘m maar 1 week mocht lenen en dat bleek net wat weinig voor het ruim 500 pagina’s tellende werk).

Astrid, ik vind je ontzettend dapper. En je schreef misschien wel het beste boek van het jaar.

Dit las ik in september: van Haro tot Harry (en nog veel meer)

Stephen King stelt in zijn boek On Writing – A Memoir of the Craft dat wie goed wil leren schrijven, twee dingen in elk geval moet doen:

1. Read a lot

2. Write a lot

Geen slecht advies, als je het mij vraagt. Toch ben ik pas ongeveer een jaar geleden voor mijn gevoel weer écht begonnen met lezen. Dat wil zeggen: als kind las ik véél, maar vanaf ongeveer mijn vijftiende kreeg ik andere zaken aan mijn hoofd (en meer onrust vooral, denk ik achteraf). Tijdens mijn studie had ik zo veel studieboeken door te ploegen dat ik als ik eenmaal vrij was, absoluut geen zin meer had in nóg meer lezen.

O, natuurlijk las ik hier en daar wel wat hoor. Sowieso las ik natuurlijk een stapel boeken voor m’n leeslijst (al waren er, zo begreep ik, genoeg klasgenoten die gewoon een samenvatting kopieerden van scholieren.com). En als ik er verder over nadenk, heb ik door de jaren heen toch vast tientallen boeken gelezen, van Eating Animals tot The Kite Runner. Herman Koch, Saksia Noort, Kader Abdolah, van alles eigenlijk. Maar er lag niet, zoals nu, altijd een boek (of twee) op mijn nachtkastje.

Hoe anders is dat nu! Dagelijks twee uur treinen is goed voor de leeshonger. En september was een goede leesmaand. Twee weken vakantie helpen natuurlijk, al las ik toen eigenlijk niets ‘nieuws’: samen besteedden Tom en ik úrenlang aan het elkaar voorlezen van Thea Beckman’s Thule-trilogie. Hij had ze nog nooit gelezen en ik, ach ik vind het geen probleem om mijn favoriete jeugdboeken nog eens te herlezfen.

Dit las ik in september:

Peter van der Meer en Frederike van Oostveen – Wat proef ik? ***(*)

Wijn is zo veel lekkerder als je er meer van weet, luidt de ondertitel van dit handzame boekje. En wie meer wíl weten over wijn, doet er goed aan het te lezen. Wijnstreken, druivenrassen, keurmerken, etiketten lezen; alles wordt aangestipt, genoeg om wat kennis om te doen maar niet té veel, zodat je het als beginnend wijnliefhebber ook daadwerkelijk onthoudt. Een belangrijk deel is – uiteraard – gewijd aan het leren proeven van wijn. Het hoofdstuk waarin stap-voor-stap wordt uitgelegd hoe je dat precies moet aanpakken én hoe je er goede notities van maakt, is voor mij al een reden om dit bieb-boek zelf aan te schaffen.

Voor de kenner zal Wat proef ik weinig nieuwe inzichten verschaffen, maar het is des te meer geschreven voor wie graag op een laagdrempelige manier iets leert over dat lekkere drankje in zijn glas.

Thea Beckman – de Thule-trilogie (Kinderen van Moeder Aarde, Het Helse Paradijs, Het Gulden Vlies van Thule****

Zoals gezegd: mijn favoriete jeugdboeken (oké, op Harry Potter na dan). Tom had ze nog nooit gelezen en ik vond dat ie dat écht moest doen – en dus lazen we elkaar onderweg in de auto naar Zuid-Frankrijk om beurten voor. De tijd vloog ;)

J.K. Rowling, John Tiffany and Jack Thorne – Harry Potter and the Cursed Child ***

Zei iemand daar HARRY? Yep, van Judith kreeg ik voor mijn verjaardag de prachtige gebonden editie van het nieuwste “Harry Potter-boek” (dat eigenlijk natuurlijk een toneelscript is). Hoewel ik eerst dacht “ik wacht wel op de Nederlandse versie”, besloot ik dat tóch niet te doen en zo ging Harry last-minute mee in mijn vakantietas.

En daar kreeg ik geen spijt van. Het is namelijk helemaal geen ingewikkeld Engels en het leest zó weg.

Eigenlijk bereidde Annemerel mij nog het best voor op dit boek. Verwacht geen Harry Potterboek, schreef zij, en dan is het nog steeds een leuk verhaal waar je als vanouds door wordt meegesleept.

Jammer vond ik toch wel dat je aan de snelheid waarin de gebeurtenissen zich voltrokken, kunt merken dat het een toneelstuk is. Dat gaat ten koste van de geloofwaadigheid; iets dat op de planken denk ik niet erg is, maar misschien toch een béétje afdoet aan de HP-saga. Op een gegeven moment zit je in zó’n wervelwind van opeenvolgende situaties, dat ik het bijna niet meer kon volgen.

Maar hé, wat zeur ik eigenlijk? MEER HARRY, altijd meer Harry.

Haro Kraak – Lekhoofd ****

Amper dertig jaar, succesvol journalist en dan ook nog debuteren met een geweldig boek – mijn oud-collega van de Volkskrant Haro Kraak deed het (ja jongens, ik zat ooit nog een paar maanden naast hem, ghehe #meeliftenopsucces #grapjehoor). Want ja, wow, wat een debuut! Terecht werd al op de éérste verkoopdag bekend dat er een tweede druk komt.

Goed, Lekhoofd gaat dus over een puberjongen die woorden ruikt en kleuren ziet. Synesthesie heet dat, dat bestaat echt en het lijkt blijkbaar leuker dan het is. Maar eigenlijk gaat Lekhoofd natuurlijk gewoon over een jongen die opgroeit en alle dingen die daarbij horen – en o, wat een mooie woorden, wat een zinnen, wat een prachtpassages.

Hoewel het een aantal bladzijden duurde voordat ik “in” het verhaal zat, kon ik Lekhoofd op een gegeven moment bijna niet meer wegleggen. Maar goed ook, want in de bibliotheek van Utrecht is het boek al een ‘sprinter’, wat betekent dat je hem maar een week mag lenen.

Een beetje jaloersmakend wel, hoor. Op een goede manier. ;) Well done, Haro. Wanneer komt je tweede boek uit?

Richard Sennett – Samen. Pleidooi voor samenwerken en solidariteit ****

Dit boek las ik deze maand eigenlijk voor mijn werk, maar ik vind hem toch ook hier het vermelden waard. Sennett is een gevierd Amerikaans socioloog die zijn leven wijdt aan de vraag hoe mensen zouden moeten samenleven. Samen (de recente Nederlandse vertaling van zijn in 2013 verschenen boek Together) is een pareltje voor wie houdt van nadenken over mens, maatschappij, politiek, geschiedenis, filosofie en aanverwante zaken. Voor heel veel mensen dus. ;)

Hoewel ik een “moeilijk” boek had verwacht, las Samen verrassend makkelijk weg (al is het natuurlijk geen pageturner à la Harry P., althans niet voor mij). Nu moet ik wel zeggen dat er veel namen en theorieen uit de doeken werden gedaan die ik me nog enigszins kon herinneren van mijn studietijd – en die herkennig maakte het leuk.

Nou ja, stof tot nadenken dus. Góeie stof.

Griet Op de Beeck – Kom hier dat ik u kus ***** (eigenlijk gewoon duizend hartjes)

O, Griet, wat ben je toch een schrijfster zeg. En wat ben je prachtig. Nadat ik Vele hemels boven de zevende uit had, zei iedereen: “Kom hier dat ik u kus is nóg mooier”.

Of dat zo is, weet ik nog steeds niet – ik vond Vele hemels ook adembenemend. Maar lieve mensen, als je uit deze hele lijst één boek leest, laat het dan alsjeblieft dit boek zijn.

Beklemmend, rauw, indrukwekkend..ja jeetje, eigenlijk zijn er geen andere woorden aan te geven dan die van Griet zelf. In elk geval gaat Kom hier dat ik u kus (voor mij) over kinderen en ouders, over opgroeien op een plek die niet zo fijn is, over liefde en hoe we daar allemaal naar verlangen. Maar dan een stuk minder kazig opgeschreven dan in dit stukje ;)

PS. En lees na het lezen van Kom hier dat ik u kus vooral ook het interview met Griet Op de Beeck in Volkskrant Magazine terug (feb ’16).