in een beetje van alles

Ik en de Volkskrant

Na lang twijfelen hakte ik deze week de knoop door: ik stop met het schrijven van m’n maandelijkse verhaal voor de economiepagina van de Volkskrant. Ik wil je graag vertellen waarom ik nu – met pijn in m’n hart – mijn lievelingskrant even loslaat.

WE KUNNEN NIETS BELOVEN

Terug naar mei 2016. Een paar dagen nadat ik mijn contract tekende bij Einder, bracht ik een bezoekje aan het Amsterdamse INIT-gebouw. Misschien ken je het wel, de grote kranten van de Persgroep huizen er: De Volkskrant, Trouw, Het Parool. Ik kwam de laptop inleveren die ik als vaste freelancer in gebruik had. En ik heb dit bijna niemand verteld, maar een maand eerder was ik ook in het INIT, toen om te solliciteren op de functie van onderwijsverslaggever. Van de drie kandidaten werd ik tweede. O, natuurlijk kon ik voor de Volkskrant blijven freelancen, zeiden ze, en mogelijk kwam er over een tijdje wel weer zo’n kans. ‘Maar nu kunnen we helaas niets beloven.’

In de weken daarna nam ik een moeilijk, maar belangrijk besluit. Twee jaar had ik al mijn tijd, liefde en energie gestopt in groeien bij en voor de krant. Nauwelijks 23 was ik toen ik begon als (freelance) binnenlandverslaggeefster. Het was een mooie deal: ik een prachtige kans om te leren, zij een relatief goedkope, flexibele én 200 procent gemotiveerde jonge journalist.

Anderhalf jaar lang kreeg ik inderdaad prachtige kansen, waar ik de krant nog altijd ontzettend dankbaar voor ben. Ik mocht naar de MH17-wrakstukken op de vliegbasis Gilze-Rijen. Samen met slechts 19 andere journalisten mocht ik bij de besloten herdenking van de ramp zijn, later dat jaar in Nieuwegein. Ik ging mee op nachtreportage met de politie in Enschede. Ik mocht Chantal Janzen interviewen, en Rik van de Westelaken. In de zomer van 2015 vloog ik zelfs een paar dagen naar Zuid-Frankrijk voor de krant, waar ik het verhaal van de uitgezette concertpianist Harimada Kusuma optekende en een dag over de Autoroute du Soleil crosste met een man van de Wegenwacht.

Een paar geweldige chefs gaven me ruimte en vertrouwen om te groeien, verder te komen. Andere redacteuren spraken me lof toe, deden een goed woordje voor me bij de hoge bazen. Kortom, iedereen zei ‘jij komt er wel’. Ook nadat ik die onderwijsplek nét niet kreeg. Wacht maar af, heb geduld, was hun boodschap.

IK WILDE NIET MEER WACHTEN

Maar in de weken daarna maakte ik een besluit. Zzp’er, dat was ik eigenlijk al anderhalf jaar tegen wil en dank. Ik wilde niet meer freelancen, ik wilde een vaste baan met zekerheid. Een fijne plek om te aarden en in een vast team verder te leren. Ik was het beu om mijn carrière in handen te leggen van een hoofdredactie, om steeds niet langer dan een paar maanden vooruit te kijken, weinig langetermijnsplannen te kunnen maken.

Ja, ik wilde dólgraag schrijven voor de krant, verder groeien als journalist. Maar ik wilde ook een stuk stabiliteit. En wie de journalistiek kent, weet: die twee gaan nu eenmaal niet vaak samen.

Bovendien, al ben ik lang niet altijd ben ik zeker van mezelf, nu vond – en vind – ik: ik heb me ruimschoots bewezen, ze weten heus wat ik kan.

DUS IK GING SOLLICITEREN

En zo kwam ik twee maanden later, na wat omzwervingen en tussendoor een freelanceklusje hier en daar, bij Einder terecht. Ook bizar trouwens, hoe dat ging: een vage kennis op Facebook had mijn werk-oproepje gezien en appte me dat zijn buurman nog wel een schrijver zocht. Drie dagen vóór het gesprek bij Einder hoorde ik dat ik was ‘aangenomen’ als vaste (parttime) freelancer bij NU.nl. Eigenlijk dacht ik toen: ik blijf voorlopig tóch freelancen, voor NU.nl en de Volkskrant. Ik blijf nog even geduldig. Maar ja hè, dat gesprek bij Einder stond nu eenmaal, en even praten kan nooit kwaad.

En toen voerde ik ineens het leukste sollicitatiegesprek in tijden. Wat het was weet ik niet, maar ik voelde me meteen thuis bij het Nijmeegse communicatiebureau. Dus toen collega Marcel de volgende dag belde (‘we willen heel graag dat je hier komt werken’), hoefde ik geen seconde na te denken: wauw, ja, superleuk!

Het bleek de beste beslissing van het jaar. Fijn aan Einder is onder andere dat ik er parttime kan werken – en het dus te combineren is met journalistieke dingen. Ineens had ik het beste van twee werelden, met 3 dagen Einder en 1-2 dagen NU.nl. Toch zou ik liegen als ik zeg dat het pijnloos was om een ander pad te kiezen. Journalist wilde ik al jaren worden en de Volkskrant paste me erg goed. Ik was dan ook súperblij dat ik af en toe nog een verhaal kon maken – bijvoorbeeld voor zaterdagbijlage Sir Edmund.

VAST FREELANCEN VOOR DE KRANT

Helemaal gelukkig was ik toen de economieredactie me in oktober 2016 vroeg om maandelijks twee rubrieken te vullen. Vanwege Einder heb ik geen tijd om de hele week leeg te ruimen voor een verhaal. Maar ik kan wél 1 a 2 dagen per week dingen doen, verspreid over de maand. Perfect dus. En toen de rubrieken na een paar maanden helaas alweer stopten (‘komt niet door jou, ze passen bij nader inzien niet goed bij de opzet van de pagina’) vroegen ze me om elke maand een groter verhaal te maken over werk/carrière. De 10 uur in de week die in februari vrij was gekomen na mijn afscheid van NU.nl, had ik direct weer gevuld.

Zodoende schreef ik vanaf dit voorjaar over digitale nomaden, over traineeships, levenscoaches, carpoolen en ondernemen in het buitenland. Mooi stukje kruisbestuiving was m’n verhaal over staand werken – geinspireerd op de sta-tafel die ik sinds kort had bij Einder.

Geweldig, zou je zeggen. Waarom zou je daarmee stoppen?

Goede vraag. Toch voelt het logisch. Hoewel ik het leuk vond om de stukken te maken voor economie, is over carrièredingen schrijven uiteindelijk niet wat mijn hart sneller doet kloppen. Liever zou ik stukken maken over wezenlijke zaken, de dingen in het leven die mensen ráken. Bovendien doe ik sinds deze zomer bij Einder steeds meer grote en uitdagende klussen – per 1 oktober heet ik dan ook niet meer ‘schrijver’ maar ‘schrijver/adviseur’ (ja, ik moet ook nog wennen ;-)). Ik beheer en regel projecten, stuur freelancers aan, zit vaker aan tafel bij klanten.

En: ik heb het er ontzéttend naar m’n zin. Ik heb de leukste collega’s, voel me enorm gewaardeerd, krijg alle kansen die ik wil. Kortom, ik groei op zo veel verschillende terreinen, dat het ineens beperkend voelt om de maandag of vrijdag thuis achter m’n bureau te gaan zitten om mensen te bellen voor de krant. Met alle respect, maar dat trucje ken ik nu wel. Ik weet zeker dat ik wat schrijven betreft nog veel verder kan groeien, maar dit is niet meer de plek om dat te doen.

STILSTAAN DOE IK TOCH NIET

Waar wel? Dat weet ik nog niet. Allereerst vind ik het vooruitzicht om een tijdje wat meer ruimte in m’n week te hebben – 28 uur werken bij Einder, elk kwartaal 1 groot verhaal voor Radboud Magazine en that’s it – heerlijk. Ik kan er momenteel makkelijk van rondkomen en waarom zou ik me dan niet de luxe perimtteren om meer vrije tijd te hebben?

Ik weet zeker dat het vanzelf weer gaat kriebelen om iets nieuws te doen. Wie me kent, weet dat ik toch niet kan stilzitten.

En de krant? Die kom ik vast weer tegen. Oude liefde roest niet.

 

PS. Weet je? Eigenlijk ontdekte ik deze zomer pas waarom ik misschien toch niet zo goed op een nieuwsredactie pas als ik dacht. Ik houd eigenlijk helemaal niet van #ophef veroorzaken. Gaaf hoor, zo’n ‘opening krant’, maar van elk voorpaginaverhaal lag ik wakker. Hoe zouden mensen reageren? Zou ik veel gezeik krijgen? 

Ik ben een verbinder. Ik word er blij van als mensen elkaar vinden, als zaken soepel lopen, groepen elkaar leren snappen, conflicten worden opgelost. Daarom vond ik het bij de krant ook zo gaaf om verhalen te maken waarin ik mensen portretteerde, waarin iemand zijn volledige verhaal kan doen. Zodat we elkaar met z’n allen een beetje meer begrijpen. Zodat we samen verder komen.

Precies daarom past werken bij Einder me ook zo goed. Maar daarover vertel ik later nog wel eens meer.

 

Write a Comment

Reactie

  1. Suus, ik lees hier al erg lang mee, met enorm veel plezier. Nu je het bloggen terug hebt opgepakt, én nu je op korte tijd een aantal erg persoonlijke artikelen hebt geschreven, wil ik zeggen: sterke verhalen. Weet dat ik hier veel leer, zowel op schrijfvlak als op emotioneel-menselijk vlak (groeien, weetwel).
    Groetjes!