in een beetje van alles

Anders rennen

Gisteren, toen ik mijn vierde Marikenloop liep, gebeurde er iets nieuws. Iets bijzonders, eigenlijk wel.

Wie mij kent, weet dat ik altijd Meer, Beter en Verder wil. In mijn werk, in persoonlijke doelen, maar ook met hardlopen. En wie me een beetje beter kent, of hier regelmatig meeleest, weet dat ik bezig ben om die eisende kant – die ook een keiharde ‘nooit-genoeg’ met zich meebrengt – wat kleiner te maken.

Het was een van de redenen dat ik na de halve marathon van Stockholm, in september vorig jaar, een tijdje nauwelijks rende. Hardlopen was te veel een ‘moeten’ geworden. Gewoon twee keer in de week een rondje was niet meer genoeg, nee, er zaten allemaal doelen, snelheden, eindtijden in mijn hoofd en als ik die niet haalde, was ik ontevreden. Bovendien heeft de lat die ik mezelf opleg de neiging te verschuiven; haal ik hem, dan stel ik het doel bij naar NOG hoger.

Tja, zo blijft natuurlijk niemand op de lange termijn gemotiveerd.
Bovendien: da’s niet echt vriendelijk, naar jezelf.

Maar ja, naast dat hardlopen goed voor mijn conditie is en ik me er lekkerder in mijn vel door ga voelen, is het OOK gewoon leuk om te doen. Dat ‘leuk’ begin ik de laatste tijd weer terug te vinden. Lekker naar buiten, hartslag omhoog, rennen in de zon en langs het water. De natuur in, frisse lucht opsnuiven, sterker worden. Met 1 belangrijk ding dat ik daarbij in het oog houd: niet meer te hard zijn voor mezelf. Niet te veel eisen, niet te ver hoeven, niet te snel willen.

Dat laatste staat natuurlijk haaks op het lopen van een wedstrijd. Tegelijkertijd is een hardloopwedstrijd wel een supergoede stok achter de deur, een leuk doel én een gezellige activiteit. En dus dacht ik: kom maar op met die Marikenloop!

De 50 minuten die ik maanden terug als geschatte eindtijd had ingevuld, stelde ik drie weken geleden al bij naar 55. Of: “gewoon lekker uitlopen”. In mijn trainingen merkte ik dat dat 50 minuten-doel een blok aan mijn been begon te worden; ik haalde bij lange na de snelheden niet, voelde me er slecht door, raakte gestresst. Ineens dacht ik: waarom zou ik eigenlijk perse dat zelfgestelde doel willen halen? Voor wie? Who cares als ik drie minuten langzamer loop, of vijf, of tien?

Ik ben geen topsporter. Dit is mijn hobby. Het moet wel leuk blijven.

Bovendien: stel ik mezelf 50 minuten als doel en loop ik 51 minuten, dan voel ik me ontzettend gefaald. Is 55 minuten mijn doel en loop ik 52, dan ben ik superhypermegablijdiktevreden. Kortom, het is allemaal ontzettend relatief.

Goed, die Marikenloop. Waar het in andere steden met hardloopwedstrijden gisteren nog ontzettend HEET was, hadden wij geluk: een kwartier voor de start begon het keihard te regenen. Verkoeling! Ik ging dan ook heerlijk van start. 4’58 min, zei mijn app na een kilometer. Oeps, dacht ik, pas op Suusie, niet te hard starten. Dit is eerder misgegaan.

Maar ik voelde me eigenlijk gewoon prima, en dacht: ik kan altijd wat langzamer gaan lopen als het zwaar wordt.

Zwaar, dat werd het na 5 kilometer. Niet gek, want ik vloog nog steeds met 12 kilometer per uur over het parcours. En toen het na ruim 6,5 echt een beetje pittig begon te worden, realiseerde ik me: Suusie, wat doe je eigenlijk?

Wat ik deed was wat ik altijd doe als ik fanatiek word: kiezen op elkaar, gevoel uit, verstand op nul en GAAN. Doorbijten, ja, dat kan ik wel. Maar zoals vriendlief laatst al terecht opmerkte: “Jouw doel is nu niet om alles op 200% te doen. Dat kun je al; als jij wilt ga je ervoor en dan haal je het toch wel. Jouw echte uitdaging ligt erin om tevreden te leren zijn met minder. Om zachter naar jezelf te worden. Dat is voor jou veel moeilijker dan doorbikkelen en dus mag je veel trotser zijn als DAT lukt, dan wanneer je weer sneller of beter bent geworden in iets.” Hij heeft natuurlijk gelijk. En dus besloot ik: OK, ik loop hier dan wel op een persoonlijk parcours-record af, echt lekker loop ik niet meer.

Bij de 7 km-waterpost stopte ik met rennen. Ik pakte een bekertje, nog één, goot er eentje in m’n mond en een over mijn hoofd, wandelde een paar passen.

Achteraf gezien kostte dit alles hooguit een halve minuut. Maar de daad was groter dan dat; het was een keuze voor kindness.Het was luisteren naar de signalen van mijn lichaam. Gas terug nemen, ook als je best nog verder kunt. En juist op een moment dat alles in mij zei: GA HARDER GA MEER, GA VOOR HET RECORD.

De laatste 3 kilometer liep ik minder op mijn tandvlees. Oké, toegegeven, het allerlaatste eindje was nog best pittig – maar op dat moment wist ik: dit is te doen, ik kan dit, het gaat goed. (En eerlijk is eerlijk, ook een beetje: als ik dit tempo nu nog 3 minuten volhoud ben ik sneller dan vorig jaar ;-))

Ik finishte in 50:21 min; een kleine minuut sneller dan een jaar geleden. Nee, geen PR; maar god, ik liep echt 100 keer fijner dan toen ik in oktober die 48-minuut-nog-wat eruit perste tijdens de Singelloop. Dus ja he, inkoppertje natuurlijk, maar waar gaat het dan eigenlijk om?

Had ik dat 50 minuten-doel gehouden, dan was ik waarschijnlijk balend over de finish gekomen. Had ik mezelf dat rustmomentje bij de 7K niet gegund, dan waren de laatste 3 kilometer waarschijnlijk slopend geweest.

Maar ik gunde het mezelf wel. Ach, ik had vast onder de 50 minuten gekund. Maar dat was niet mijn doel. Zachter zijn was mijn doel en zacht zijn, dat deed ik. En daar ben ik eigenlijk nog veel blijer mee, dan met die 50:21.

Write a Comment

Reactie

  1. Goed gedaan en mooi beschreven. Ik loop al jaren niet meer met tijd(app/klok of wat dan ook) ik ga naar buiten en gewoon lopen. Door de jaren heen ben ik veel sneller geworden. Ik deed namelijk wel nog af en toe een 10k loop of een halve marathon. Juist doordat ik zonder tijd ben gaan lope, ben ik beter naar mijn lichaam gaan luisteren waardoor ik ook beter ging rennen. Daarnaast is het zalig, genieten zonder goed of fout (tijd wel of niet gehaald ect).
    Want waarom zou ja altijd maar met een snelheid/ tijd moeten rennen? Wanneer je regelmatig gaat hardlopen blijft je conditie prima.