Feesboek

Ik zit dus al sinds 24 januari (de dag dat ik naar Maleisie vertrok) nauwelijks meer op Facebook. Dat is nu ruim een maand – iets dat niet is gebeurd sinds ik me in 2009 aanmeldde op het sociale netwerk.

Tijdens m’n vakantie heb ik helemaal niet meer op het platform gekeken. Nu ik weer thuis ben doe ik het af en toe (vooral voor m’n werk), maar ik probeer het zo veel mogelijk te vermijden. Stiekem ben ik een beetje bang dat ik in no-time weer word opgezogen in de Eindeloze Tijdlijn der Afleiding. Dat ik opnieuw verslaafd raak.

Het grappige – en eigenlijk belachelijke – is dat Facebook er werkelijk alles aan doet om mij binnen te houden. Toen ik vandaag na een aantal dagen offline weer eens inlogde, had ik maar liefst 20 (!) notificaties.

Nou, denk je, wat zit daar dan tussen?

Mijn moeder heeft haar status bijgewerkt.
Vage kennis 1 heeft een foto geplaatst. (Niet eens één van/met mij he! Gewoon, een foto.)
Vage kennis 2 heeft een foto geplaatst.
Mijn moeder heeft haar status weer bijgewerkt.
Vriendinnetje zegt dat ze samen met jou was bij restaurant X. Plaats nu een recensie over deze plaats!
De pagina ‘studio/appartement in Utrecht aangeboden’ heeft een oproep voor verkoop geplaatst.
Organisatie C heeft een evenement aangemaakt. Laat weten of je gaat.
Zeer vage Kennis 3 was in Hamburg.
Organisatie Y heeft het thema van Groep Z veranderd van “kopen en verkopen” in “reizen”.

Argh!!

Let wel: dit zijn dus niet eens de berichten in mijn tijdlijn zelf he. Want ook daar gooit Facebook al z’n charmes in de strijd. Door alle recente updates achter elkaar te plaatsen van de mensen die ik volgens het bedrijf het interessantst vind (en inderdaad, ik lees meteen wat leuke nieuwtjes en zie fijne foto’s). Door me artikelen aan te bieden die ik Vast Echt Wil Lezen. Door recente fotoseries van mijn vrienden te laten zien. En door zelfs “vriendschapsvoorstellen” te doen.

Voor de duidelijkheid: die laatste zijn géén vriendschapsverzoeken (waarbij mensen op mijn profiel hebben geklikt en gevraagd of we vrienden zullen worden), maar voorstellen van Facebook zélf, die waarschijnlijk vermoedt dat ik de betreffende mensen ken (dat is inderdaad zo, maar ik wil geen vrienden met hen worden – al was ik eerst hoogst verbaasd om de “voorstellen”, omdat ik dacht dat één van hen me inderdaad zelf had toegevoegd en dat leek me om allerlei redenen zeer sterk).

En zo zit ik in no-time weer een kwartier rond te klikken op Facebook.

Maar elke seconde dat het platform aan staat, bekruipt me zo’n ontzettende irritatie. Ik wil hier niet zijn. Ik wil geen tijd besteden aan de dingen die Facebook wil dat ik zie of lees. Ik wil geen minuten, uren, dagen van mijn leven laten wegslurpen door dit netwerk.

Dit zijn geen nieuwe gedachten. Ik wil al jaren minder tijd doorbrengen op sociale media. Maar dan was er altijd een stemmetje dat zei: “Maar je haalt er toch ook veel? Al die artikelen dan, die je dankzij Facebook leest? Al die inspiratie over vegan eten, over hardlopen, al die leuke en interessante mensen die hun verhalen en mijlpalen delen en die jou ook weer verder brengen? Dat moet je dan allemaal missen!”

Pas nu ik een maand (vrijwel) Facebookloos leef, ontdek ik wat een drogreden dat is.
Ik vertelde mezelf dat Facebook mijn leven ver-armde. Dat ik minder kennis, inspiratie en nieuwigheid zou tegenkomen.

Het tegendeel blijkt waar.

Ik heb veel meer tijd én veel meer rust in m’n hoofd. Doordat ik me niet steeds laat afleiden door sociale media, pak ik veel sneller een boek. Sterker nog: ik heb sinds 1 januari al 11 boeken (!) gelezen – waaronder Een klein leven (ruim 750 pagina’s) en De nieuwe achternaam (550 pagina’s).

En doordat ik niet tijdens de werkdag en in de trein al allerlei hap-snap-artikelen en stukjes lees die Facebook me opdringt, ontstaat vanzelf “lees-zin”. Honger naar nieuwe kennis. Kennis die ik zelf uitkies, niet de dingen die anderen mij digitaal voorschotelen.

In de leegte ontstaat ruimte. In de ruimte ontstaat inspiratie.
En dat is me zo veel waard, dat ik er inmiddels graag die paar mini-voordeeltjes van Facebook voor opgeef. O, ik houd m’n profiel wel hoor – het is nodig voor m’n werk en als ik ooit weer een huis moet vinden, is Facebook een geweldige plek. Maar intussen blijf ik er zo veel mogelijk weg.

 

PS. in dit blogje kun je de naam ‘Facebook’ ook vervangen door ‘Instagram’ of ‘Twitter’. Geldt hetzelfde voor.

PPS. ik ga ook niet/nauwelijks meer blogjes posten op Facebook. Wil je toch graag meteen weten als ik een nieuw blogje online plaats? Subscribe! Dat kan door bovenin de linkerbalk <<< je e-mailadres in te vullen.

Mindful

Het is zo fijn he, dat mediteren. Ik zit op de grond, benen recht voor me uit, ontspannen. Armen ook langs mijn lichaam, handen rustend op de vloer naast me, handpalmen naar boven. Een open houding, zou Edel Maex zeggen.

Ik doe de oefening ‘zittend mediteren’. Eerst concentreer ik een tijdje op mijn ademhaling. Als je merkt dat je afgedwaald bent; geen probleem, gewoon terug naar je ademhaling. Telkens weer terugkomen. Terugkomen, terugkomen. 

Daarna vraagt Edel me om mijn aandacht uit te breiden naar m’n hele lichaam. Doordrenk je hele lichaam met aandacht. Net als wanneer je in het water ligt, overspoel je jezelf nu helemaal met aandacht, zodat er geen plekje meer is dat geen aandacht krijgt. En omhul jezelf met die aandacht.

Dit is precies de reden dat deze zittende meditatie mijn lievelingsoefening is. Vaak voel ik me helemaal in mijn lichaam zakken als ik dit doe. Natuurlijk raak ik ook nog steeds afgeleid door gedachten – moet ik mezelf weer terug duwen naar die aandacht bij het hier en nu. Maar ik zak erin. Ik ben hier.

En dan, in de laatste minuten, vraagt Edel me om mijn aandacht helemaal open te stellen. (Overigens zegt Edel nooit dat ‘ie het van je vraagt, merkte B laatst scherp op. Hij nodigt je uit om iets te doen.) Maar goed, helemaal open dus. Stel je open voor alles dat zich aandient. In jezelf, in je omgeving, alles. Ga er niet in mee, duw het ook niet weg. Laat het gewoon zijn.

Als de oefening voorbij is, voel ik me tegelijkertijd helemaal hier en in mijn lichaam én als het ware een beetje erboven zweven. Mijn lijf voelt zwaar – maar dan op de positieve manier – en ontspannen, ik kijk naar het zonlicht dat in mijn kamer valt.

Ik ben hier.
Het is goed.

Project 333 – de eerste 2 weken

Op de dag dat ik terugkwam uit Maleisië pakte ik niet alleen mijn backpack uit. Nee, ik leegde mijn volledige kledingkast en maakte hem ‘Project 333-ready’. Dat wil zeggen dat ik 33 kledingstukken uitkoos (inclusief schoenen, jassen en sieraden!) waar ik de komende drie maanden mee doe. De rest van m’n kleding en schoenen – twee kratten en twee grote tassen vol – stopte ik weg achterin m’n berghok.

Waarom zou je zoiets doen? Het idee achter deze ‘minimalist fashion challenge’ is dat je leven er opgeruimder, eenvoudiger, lichter en gelukkiger van wordt. Duizenden mensen over de hele wereld hebben de afgelopen jaren Project 333 gedaan – of doen het nog steeds. Lees hier meer over het initiatief.

Waarom mij dit zo aanspreekt:

  1. Sinds ik op 16m2 woon, ben ik sowieso veel bezig met spullen wegdoen, minder bezittingen hebben en nadenken over of al dat kopen me nu echt zo blij maakt(e).
  2. Nu ik al bijna twee jaar een vaste baan (en dito salaris) heb, was de gewoonte er een beetje in geslopen om m’n kledingkast al maar uit te breiden met nieuwe, toffe items. Onlangs nog moest ik (weer) een setje nieuwe kleerhangers halen omdat ’t niet paste.
  3. Als ik heel eerlijk was, droeg ik een groot deel van m’n kast nauwelijks. Broeken die niet lekker (meer) zaten, truitjes die het eigenlijk net niet waren… Ik droeg trouwens wél meer dan 33 items, hoor.
  4. Het fijne van een grote kledingkast was dat ik rustig 2-3 weken niet kon wassen, zonder daar echt last van te hebben. Het nadeel was dan wel weer dat ik soms gigantische bergen was liep te doen.
  5. Ik was benieuwd welke keuzes ik zou maken voor de 33 items en of ik echt het gevoel zou krijgen dat ik “niets heb om aan te trekken”. Mensen die Project 333 doen, zeggen dat het tegendeel waar is; het valt andere mensen ook totaal niet op, zeggen ze.
  6. Sterker nog; deelnemers krijgen juist complimenten over hun kledingstijl. Logisch ook, want als je maar 33 items hebt denk je goed na welke dat zijn en ga je er wel voor zorgen dat je daar – qua kleur en stijl – zo veel mogelijk verschillende combinaties mee kunt maken.
  7. Ik speelde al een tijdje met de gedachte om een aantal maanden gewoon geen nieuwe kleding te kopen. Project 333 maakt dit een stuk makkelijker.
  8. Een lange-termijndoel van me is om steeds meer duurzame kleding te kopen. Dat doe ik nu nog helemaal niet; als Project 333 een succes is, ga ik *als het goed is* sowieso meer nadenken over nieuwe dingen die ik aanschaf. Dus dan kan ik ook de moeite gaan doen om op zoek te gaan naar die eco-friendly spijkerbroek of dat jasje-zonder-kinderarbeid.

Dus ik ging van start! Eerst mestte ik m’n kast dus uit; van tevoren had ik al een lijst gemaakt met 33 items. In de uiteindelijke selectie veranderde ik daar nog een beetje aan. Sokken en ondergoed tellen niet mee en omdat ik een koukleum ben, besloot ik dat zwarte & witte hemdjes daar ook bij horen. Die heb ik namelijk, zeker in de winter, standaard onder m’n kleding en anders zit je met alleen die hemdjes en t-shirts al op zo’n 15 items. Sport- en chillkleding is ook uitgezonderd.

Voor de geïnteresseerde, dit is mijn Project 333-lijst voor 9 februari t/m 9 mei:

  1. Warme winterjas uit Zweden (zwart)
  2. Tussen-jas (grijs)
    *
  3. Donkerblauwe jeans
  4. Zwarte hoge skinny jeans
  5. Blauwe jeans
  6. Lichtblauwe skinny jeans
    *
  7. Zwart t-shirt
  8. Lichtgrijs t-shirt
  9. Donkerblauw t-shirt
  10. Wit t-shirt
  11. Gebroken wit t-shirt
  12. Wit-blauw gestreept t-shit met v-hals
  13. Donkerblauw met witte stippen-shirtje met knoopjes
    *
  14. Zwart-roze hemdje met bloemetjes
  15. Lichtblauw hemdje met kraaltjes-kraag
    *
  16. Lichtblauwe blouse
  17. Blouse van donkerblauwe spijkerstof
  18. Donkerblauwe trui met kasjmier
  19. Shirt met lange mouwen, donkerblauw met witte strepen
  20. Roze trui met halflange mouwen
  21. Lichtblauw/grijze wollen warme trui
  22. Lichte asymmetrische trui met knoopjes
  23. Zwart net jasje met knoopjes
  24. Zwart halflang open vestje
    *
  25. Strak jurkje met donkergrijze print
  26. Bruine warme winterlaarzen
  27. Zwarte wedge sneakers met zilverkleurige rand
  28. Donkerblauwe schoenen met lichte veters en witte zool
  29. Ballerina’s
    *
  30. Oorbellen 1: zilveren ringetjes
  31. Oorbellen 2: blauwe hangertjes
  32. Oorbellen 3: wit met rode kraaltjes
  33. Ray Ban-zonnebril

Zo! Da’s toch eigenlijk nog best wel een lijst, he? Ik moet zeggen, er waren echt wel een stuk of zeven, acht kledingstukken waar ik enorm over heb getwijfeld en er zitten dus zeker een paar dingen in m’n berging weggestopt waarvan ik er naar uitkijk om ze straks weer te hebben. Maar da’s juist tof, want dan ben ik er over 2,5 maand weer écht blij mee, alsof ’t iets nieuws is.

Ook merk ik dat er veel zwart/wit/donkerblauw in m’n kast hangt; interessant om eens verder na te denken over of dat inderdaad mijn “beste kleuren” zijn om te dragen (of misschien juist niet!). Zo’n capsule wardrobe – zoals Project 333 ook wel wordt genoemd – maakt in elk geval dat je wat meer gaat kijken naar het kleurenpalet in je kast en de stoffen die je draagt. Het is fijn als dat allemaal op elkaar afgestemd is. Ik merk nu bijvoorbeeld dat ik die spijkerstof blouse alléén maar kan dragen in combinatie met m’n zwarte broek, en dat is combinatie-technisch helemaal niet efficiënt. Maar goed, al doende leert men.

Ik ben trouwens ook benieuwd in hoeverre deze 33 stukken versleten zijn als ik ze 3 maanden veel heb gedragen… en welke stukken ik over 3 maanden ga uitkiezen voor de zomerperiode. Want één ding weet ik wel: dit voelt nu al heel erg fijn om te doen. Rustiger, inderdaad, gebalanceerder. Leuk.