Oma

Even hoor, jongens: nooit eerder kreeg ik zó veel, en vooral zulke waardevolle reacties op m’n blogposts als de laatste paar maanden. Ik probeer op jullie allemaal te reageren; waar dat niet of te laat lukt, weet dat ik het echt ontzettend waardeer.

Sterker nog, het is gaaf, bemoedigend en inspirerend om te merken dat de dingen die ik schrijf vaak ook voor jullie gelden. Dat ze jullie helpen, dat jullie weer verhalen hebben die mij helpen – dat we zo samen verder komen. Ik zal niet zeggen dat dat de enige reden is dat ik schrijf (vaak heb ik gewoon woorden in m’n hoofd die eruit willen, ook al zou niemand ze lezen), maar het helpt wel.

Het sterkt me in de overtuiging dat ik niet gek ben dat ik dingen anders wil. Dat er iets te zeggen valt voor een rustiger, gewoner leven, uit de gejaagde stroom. En dat dat gewoon kan, hier en nu. Ook als je 26 bent en ambitieus en in de grote stad woont.

Vandaag wil ik één bijzondere reactie met jullie delen die ik afgelopen week kreeg via WhatsApp, na m’n stukje over hoe mijn leven nu zo anders begint te worden dan voorheen. Het was zo’n verhaal waarvan ik dacht: ja, wauw, zo dus. Een verhaal waarvan ik, steeds weer als ik het lees, ontroerd raak.

Gepubliceerd met toestemming van de afzender, natuurlijk.

“Ik had ook een rushing social life, nu is het thuis, thuis, thuis en af en toe erop uit. And I love it! Zie en spreek vrienden amper, maar de vriendschappen zijn zo steady dat dat niet hoeft. De rust inspireert soms meer dan de mensen. De rust laat je je realiseren wat je hebt en je meer in het moment zijn.

Ik werd erg geinspireerd door mijn oma, die 1,5 jaar geleden overleed. Ze was 89 en de liefste, warmste vrouw die ik ken. Toen ze overleed en we haar leven op papier zetten, realiseerde ik me dat zij in haar leven niets wezenlijks bereikt had (naar huidige maatstaven). Nooit gewerkt buitenshuis, enkel 4 kinderen opgevoed en voor het huishouden gezorgd.

Zij wandelde 2 keer per dag hetzelfde rondje van 20 minuten buiten (tot 5 weken voor haar dood), ademde de ochtendlucht een paar keer diep in en zuchtte dan: “Zo, ik kan er weer tegen.” Ze zat buiten op de tuinbank in de zon, met een kop koffie, en luisterde met gesloten ogen naar de vogels. En ze had een glimlach op haar gezicht.

Ze was tevreden. Ze stierf tevreden over haar leven. Nooit wat bereikt. En toen besefte ik: dit is waar het leven om draait. De lucht, de zon, de koffie, de vogels. Maar bovenal: tevredenheid met het kleine leven. De eenvoud. En nog meer bovenal: de liefde voor de mensen om je heen, want die liefde gaf ze onvoorwaardelijk. Het heeft mij aan het denken gezet ook over hoe ik herinnerd wil worden als ik dood ga. Is ambitie nu echt het belangrijkste?

En deze belangrijke les die ze me leerde toen ze wegvloog, blijft me hoop ik de rest van mijn leven bij. Zo jammer dat ik het haar niet meer kan zeggen.”

4 (of eigenlijk 5) lees- en luistertips

Mijn Nijmeegse vriend Bart houdt sinds een tijdje een dagelijks blog bij – onder de toepasselijke naam ‘De dagen’ – waar hij elke dag een lees-, kijk- of luistertip deelt. Dikke aanrader; ik heb al veel pareltjes ontdekt dankzij hem. Het is een fijne selectie van de veelheid aan digitale informatie die dagelijks op je af komt.

Zo, dat was al tip 1, haha ;-) Nee, punt is: in navolging van Bart wil ik vandaag een paar dingen met jullie delen die ik de laatste week tot me heb genomen. Dingen waarvan ik denk: ja, lees dat verhaal.

Hierbij:

  1. Het Verhaal van de Dag van De Correspondent gaat vandaag over twee jonge biologische boeren, Hillie en Stefan: ‘zo ploeteren zij voort bij het verbouwen van onze biologische groenten‘. Over 7 dagen per week werken van 7 uur ’s morgens tot 10 uur ’s avonds, met hun 3 opgroeiende kinderen rondkomen van 1.300 netto per maand, hun financiele gesteggel met de Rabobank en hoe ze ondanks dat alles blijven volhouden, kiezen voor dit leven.
    *
  2. Vorige week verschenen in de Volkskrant twee verhalen van Ruslandcorrespondent Tom Vennink. Toen ik nog bij de krant werkte heb ik Tom wel eens ontmoet, dus ik weet dat ‘ie ongeveer een leeftijdsgenootje van me is – en dat maakt deze verhalen des te indrukwekkender. De journalist reisde af naar het voor de buitenwereld afgesloten Oezbekistan, en sprak daar met mensen over de tijd na een dictatoriaal regime waar mensen levend werden gekookt (!) en soms met honderden tegelijk in de openbaarheid werden vermoord. Zijn ‘making of‘-verhaal is minstens zo interessant. En heftig, natuurlijk. Mag deze jongen alsjeblieft snel een Tegel-nominatie?
    *
  3. Dit TED-filmpje van Caroline McHugh over ‘the art of being yourself’ vond ik erg fijn. Over wat er gebeurt als je in een ‘true mirror’ kijkt, hoe we allemaal compleet het leven binnenkomen (je alles al in je ziet) en hoe je eigenlijk zo weinig mogelijk als je kunt op andere mensen moet proberen te lijken. Duurt 26 minuten, zeker luisteren tot het einde. “Some people say about others that they seem larger than life. That always makes me smile. Because life is large. And most us don’t nearly take the space the universe intended for us.”
    *
  4. En laat ik tot slot deze (oude) talk van Elizabeth Gilbert niet vergeten. Over ‘ons ongrijpbare creatieve genie’, over angst en moed en hoe de oude Grieken en Romeinen ervan overtuigd waren dat creativiteit niet puur in ons zit, maar ons deels wordt ingefluisterd door een ‘genius’ of ‘daemon’, een klein onzichtbaar wezentje waar je als schrijver/schilder/beeldhouwer/.. mee moet samenwerken.

Gewoon

Vanmiddag liep ik even door de stad. In mijn eentje was ik, na een paar uur fijn bijkletsen met vriendinnetje A. Daarna had ik een cadeautje gekocht voor de verjaardag van de Historicus, vanavond, en was ik de bieb in gedoken. Met een stapeltje boeken nestelde ik me aan een tafeltje. Pas ruim een uur later, toen de bieb dicht ging, kwam ik weer naar buiten.

Daarna liep ik dus terug naar mijn fiets. En ineens overviel me het besef: wauw, wat ben ik aan het groeien. Ik kan moeilijk uitleggen hoe dat nu precies voelt – en misschien is het ook wel wat gek om zo over jezelf te zeggen? – maar het is vandaag ineens zo helder.

Zo was ik afgelopen dagen weer even op Instagram. En eerlijk? Dat was best heel leuk. Allemaal foto’s en berichtjes zien van mensen die ik on/offline ken en de dingen die ze beleven, geïnspireerd raken door wat anderen doen. Ik postte zelf ook een paar foto’s in m’n story en werd daar best heel blij van.

Toch klikte ik vanmiddag weer op ‘delete deze app’. Want al na nauwelijks drie dagen merkte ik hoe ik weer de hele dag, tussen de bedrijven door, zat te scrollen. Hoe dat me uit mijn eigen dag, mijn eigen ritme, mijn eigen gevoel en gedachten haalde. Hoe ik steeds maar weer dezelfde foto’s langs zag komen (want ja, zo veel posten de 97 mensen die ik volg nou ook weer niet).

Ja, Instagram levert me best wel wat op. Nee, het is heus niet allemaal duivels. Maar op dit moment kost het mij onder de streep nog steeds meer dan het oplevert. Ik ben dus weer even offline.

Verder probeer ik de laatste weken bewust om dit mini-huisje van mij steeds meer ‘thuis’ te maken. Hoewel dat aan de ene kant betekent dat ik heel veel spullen wegdoe (als je woont op 16m2 neemt alles letterlijk ruimte in, dat dwingt tot keuzes maken), heb ik ook geïnvesteerd in een paar fijne dingen om m’n leefcomfort te verhogen. M’n laatste aanwinst is een nieuw, fijn, groot, zacht, luxe dekbed. Wauw, wat voelt het nu hemels om elke avond in bed te kruipen! M’n bed is net een hotelbed en ik geniet er intens van.

Verder: een kacheltje (misschien wel de best bestede 30 euro van deze winter, want op mijn kamer werd het met de centrale verwarming nooit warmer dan 18 graden – en dat met veel moeite), een bluetooth-speaker, een paar kaarsenhouders, wierook, nieuwe thee van Simon Levelt. Het zijn kleine dingen, maar ik zie ze als uitingen van liefde en mildheid naar mezelf – ik mag het mezelf fijn en aangenaam maken. Ik verdien dat. Wat doe jij vandaag om jezelf een fijne dag te geven?

O ja, over ‘kleine dingen’ gesproken: in navolging van de moeder van een vriendin, die daarover laatst een inspirerend berichtje op Facebook plaatste (ja, ik zit dus echt nog wel een beetje op social), wil ik me de komende maanden (nog) meer richten op doen met wat ik heb. Met wat er is. Ik schreef er rondom kerst al een beetje over; in mijn leven – en ik denk in veel levens hier – is de hele tijd zo veel van alles, dat ik heel makkelijk in een staat van overconsumptie schiet.

Voor ik het weet, ga ik dan weer twee keer per week uit eten omdat het leuk is, bestel ik een pizza omdat ik geen zin heb om te koken (terwijl er heus nog genoeg voedsel in de koelkast ligt als ik een beetje creatief denk), wordt een uitgebreid weekendontbijt het nieuwe normaal, koop ik voor een paar honderd euro aan nieuwe kleding.

En al die dingen zijn op zich natuurlijk niet “fout”. (Ik werd laatst heel erg blij van de nieuwe schoenen die ik kocht. En soms wil ik gewoon pizza.) Maar weet je, wat een vreugde geeft het eigenlijk om op steeds meer momenten die meer-meer-meer-craving te laten razen en er dan toch niet aan toe te geven. Om terug te keren naar het gewone, het alledaagse. Om zo’n zaterdag te hebben als vandaag.

Begrijp me niet verkeerd: dit is geen oproep tot calvinisme, tot soberheid omdat dat ‘beter’ of verheffender zou zijn – zoals ik zei, ik ben ontzettend blij en dankbaar met mijn nieuwe dekbed. Strenge soberheid komt op mij eerder over als straffen dan als zelfliefde. Terwijl het me om dat laatste gaat. En dat is meer: leren oog te hebben voor wat er is. In mezelf en mijn lichaam zakken. Milder worden. Hier zijn.

Tot slot, kleine maar cruciale verschilletjes die ik opmerk:

  • Als ik nu zin krijg ik een glas wijn, ga ik bij mezelf te rade waarom ik dat wil. Is het echt dat ik zin heb in zo’n lekker glas, of voel ik me eigenlijk gespannen, moe, verveeld of verdrietig? Snak ik naar rust en is mezelf dat glas gunnen eigenlijk een manier om te zeggen ‘toe maar Suusie, je mag bijkomen’? Opvallend genoeg merk ik heel vaak dat dat het geval is, als ik eerlijk ben naar mezelf. En zo ja, kan ik mezelf dat niet ook op een andere manier gunnen – een manier waarop ik dichter bij mezelf blijf, ik m’n gevoelens en behoeften bestaansrecht geef ipv ze verdoof?
  • Hoewel ik in sociale interactie mezelf vaak nog in de drukke modus (hoog ademen, snel praten, veel tegelijk willen) voel schieten, kan ik tussendoor, als ik alleen ben, steeds vaker en makkelijker terugkeren naar momenten van rust. Ik voel dan letterlijk de spieren in m’n borstkas ontspannen. Ik voel mijn voeten beter.
  • Ik verslind boeken over zenmeditatie en mindfulness. Vind het allemaal vet boeiend. Wil misschien zelfs wel eens ergens in Utrecht bij zo’n groep die gezamenlijk mediteert. (Iemand tips?)
  • Na jaren veel en intensief Whatsappen, merk ik dat ik dat medium nu vrijwel alleen nog gebruik voor praktisch contact in de categorie ‘hoe laat spreken we af’/’waar moet ik zijn’/’heb je zin om..’. Te veel op mijn telefoon kijken stoort me, vind ik vervelend en ergerlijk zelfs, het voelt onrustig en ik heb helemaal geen zin om hele verhalen te gaan typen. Dit is nieuw en voelt fijn. Het betekent weliswaar dat ik minder de hele tijd op de hoogte ben van wat iedereen doet, maar ook dat ik en m’n vrienden veel meer te bespreken hebben als we elkaar zien.
  • Ik merk dat ik af en toe de neiging heb om nu “heel goed” te willen worden in mediteren/rustig zijn/etc. Terwijl het idee daarvan nu juist is dat het puur gaat om aandachtig en opmerkzaam zijn. Dat er geen goed of fout is. Dat het ‘goed willen worden in..’ (door bijv. ook mezelf nu een hele leefstijl zonder druppel alcohol of dierlijk voedsel of wat dan ook op te leggen) juist deel is van het oude patroon, juist nog steeds mijn ego voeden. Dat het niet gaat om actie, maar om intentie.
  • Soms vind ik de dingen moeilijk. Baal ik na een voor-mijn-gevoel-niet-zo-productieve werkdag. Worstel ik met de balans tussen B willen zien en tijd voor mezelf nemen. Mis ik mijn ouders. Ben ik bang dat ik niet goed genoeg ben in mijn werk. Vraag ik me af of anderen me niet raar of stom vinden. Twijfel of ik of mijn leven niet veel leuker was toen het (over)vol met sociale happenings was, toen ik in veel opzichten zo veel harder ging. Maar steeds vaker kan ik tijdens (of anders vlak na) zo’n moment daar ook oké mee zijn. Het niet wegduwen, maar erkennen, ook al is dat echt niet altijd leuk.

En op momenten als deze – zaterdagavond, lekker alleen op de bank met een dekentje om me heen en Blackfield aan – ben ik dan zo blij dat ik deze dingen allemaal aan het doen ben.