Vrije tijd (2)

“Ga je mee”, zei B vanmiddag, “naar een concertje van The Grand East in De Helling vanavond?”

En ik, ik kauwde vanmiddag eens op die gedachte – hm, leuke muziek, leuke mensen, leuke zaterdagavond! – maar besloot na een fijne dag met 10 kilometer hardlopen en een pan chili met wraps: nee, vandaag blijf ik lekker thuis.

Het voelt nog steeds een beetje gek en onwennig, om zo’n weekend-avond (of eigenlijk: elke willekeurige avond) voor mezelf te kiezen in plaats van voor “iets leuks” met anderen. Saai voel ik me, suffe huismus misschien ook.

Tegelijkertijd komt er op zo’n avond zo veel rust over me heen. En hoe vaker ik de tijd neem – en hoe meer uren zo’n Suusmoment heeft – hoe meer ik besef: wauw, ik heb tijd!

Tijd om rustig m’n kerstkaarten te schrijven (in plaats van gehaast tussen alles door).
Tijd om fijne TED-filmpjes te kijken – zo keek ik vanavond eindelijk die van Brene Brown over schaamte en kwetsbaarheid. Veel herkenbare dingen die ik ook teruglees in haar boek ‘De moed van imperfectie’ – en beide een dikke aanrader. Haar woorden veranderen veel in mij.
Tijd om lekker in een boek te duiken. Of zomaar wat op de bank te zitten met een dekentje en twee of drie opengeslagen boeken en tijdschriften om me heen.
Tijd voor een mindfulnessoefening.
Tijd om iets lekkers te koken of bakken.
Tijd om fotoalbums te maken.
Tijd om zomaar wat RollerCoaster Tycoon of SimCity te spelen op m’n iPad.
Tijd om te bloggen.

Toch is het nog niet altijd makkelijk om oordeelvrij naar mezelf te zijn (zie ‘suffe huismus’). Hoezeer ik ook geniet van dit moment – alleen thuis, Massive Attack/J. Bernardt/Damien Rice/Ludovico Einaudi door de speakers, sloffen aan, kopje thee – ergens knaagt het aan me en heb ik het idee dat ik ‘nooit meer iets leuks doe’.

Maar, herinner ik mezelf er dan weer aan, dat is helemaal niet waar. Vandaag nog kocht ik voor mezelf, zes vrienden en B tickets voor BEST KEPT SECRET volgend jaar. Gisteravond ging ik naar de nieuwste Star Wars-film (mini-review: ouderwets fijn, om je lekker mee te laten slepen en niet te veel letten op de ongeloofwaardige plot-twists ;-)), dinsdag at ik pizza bij Bastacosi terwijl ik bijkletsen met de Historicus en morgenavond heb ik dat etentje waar ik gisteren over schreef. Ik doe, kortom, heus genoeg leuke dingen buiten de deur en met anderen.

Het kost gewoon nog wat tijd om de normaal-standaarden in mijn hoofd te verschuiven. Als je, zolang je je herinnert, je agenda volplannen de standaard was en sociale activiteiten altijd prioriteit hebben gehad boven ‘alleen-tijd’, is het natuurlijk gek en verwarrend als je ineens andere keuzes maakt. Maar weet je, het is een heerlijk vrije gedachte dat ik vanaf nu gewoon die tijd echt kan nemen. Ga nemen. Ja, ook al betekent dat dat m’n sociale leven kleiner wordt. Dat ik sommige mensen niet meer zie, al voel ik liefde en waardering voor hen.

Wellicht was het jarenlang veel te groot voor wat ik eigenlijk (diep vanbinnen) nodig heb en wordt het nu eerder richting ‘gezond’. Daarmee wil ik niet zeggen dat het voor iedereen een slecht idee is om altijd druk te zijn – wat goed voor mij is hoeft niet goed te zijn voor een ander, en andersom.

“Nu ik meer tijd neem voor mezelf, merk ik pas hoe gevoelig ik eigenlijk ben voor te veel sociale activiteit”, zei ik van de week tegen vriendinnetje S. “Hoe snel ik overloop. Ik heb wel lol hoor, maar ik raak zo snel weer weg bij mezelf.” Ze reageerde niet verrast.

Misschien ben ik inderdaad op veel fronten een stuk gevoeliger dan ik jarenlang heb toegegeven. Negeerde ik het liever – met werk, druk zijn, lachen, gezelligheid – omdat dat nu eenmaal makkelijker en comfortabeler is dan rustig zitten met al die indrukken en emoties die de hele tijd door me heen stormen.

Maar weet je, nu denk ik dat ik veel verder kan groeien als ik die gevoeligheid en kwetsbaarheid wel de ruimte ga geven. O, en ik ben bij vlagen heus nog hypersociaal en stuiterig hoor! Is toch een beetje de aard van het beestje. ;-) Maar de rustige onderstroom die ik probeer te laten ontstaan, brengt een zee van mogelijkheden met zich mee.

Koken

Een vriendinnetje van mij organiseert komedn weekend een dinner party voor mij en een paar anderen. In onze groepsapp vertelde ze dat ze al op zoek was gegaan naar goede recepten. “Maak het jezelf niet te moeilijk hoor”, reageerde één van de andere meiden. “Het gaat om de gezelligheid!”

Het was niet voor niets, dat ze dat zei – we kennen ons vriendinnetje goed. En we kennen het ook van onszelf: die eeuwige lat hè, die je altijd weer zo hoog legt dat je zelf soms niet eens meer door hebt hóe hoog. Want ja, als vrienden komen eten wil je natuurlijk geen kant-en-klare pastasaus door de spaghetti roeren. En eigenlijk ook geen Mona-puddinkje opentrekken. Bovendien, hoort bij een diner niet minstens een lekker voorgerecht – en wat dacht je van bijpassende wijn?

Zo gaat het althans vaak in mijn hoofd. Ik wil met alles en iedereen rekening houden: die houdt van risotto, die is niet zo van de kaas, die eet vegetarisch en die wordt blij van volle rode wijn… Voor ik het weet, heb ik een gigantische wensen-en-eisenlijst gemaakt. Zodat niemand ook maar iets tekort komt – behalve ikzelf, en dan vooral tijd en chillmodus.

For the record: die lijst is vooral MIJN probleem. Want ik durf te wedden dat mijn vrienden het eigenlijk vooral heel leuk vinden dat ze gezellig komen eten. Ik bedoel, laat ik het eens omdraaien, want dat werkt goed als je je eigen dubbele standaarden wilt tackelen. Ga ik ergens eten, ja tuurlijk word ik dan blij van een lekker hapje. En ik lust ook wel een glas wijn. Maar is er gewoon water, dan ben ik niet minder vrolijk. Gooit m’n gastheer of -vrouw diepvriespizza’s in de oven omdat het nu eenmaal een drukke dag was, dan ben ik evenmin teleurgesteld.

Dus in de categorie #ongevraagdadvies zei ik tegen mijn dinnerparty-vriendin: wees lief voor jezelf en doe een variant op “pick your battles”. Ga je uitgebreid koken, eis dan niet van jezelf dat je vier verschillende nieuwe gerechten maakt uit drie kookboeken. Maak maximaal één ding dat helemaal nieuw voor je is. Kies daarnaast bijvoorbeeld een soepje vooraf dat je al vaker hebt gemaakt, zodat het je nauwelijks brainspace kost. En ga voor dat ene dessert dat je twee jaar terug met Kerst al eens maakte.

Op die manier mijn eigen keuzes kritisch bekijken helpt me steeds vaker, merk ik, om zachter voor mezelf te zijn. Gewoon even tussendoor van een afstandje m’n eigen wilde plannen opnieuw beoordelen: is dit echt nodig? Waarom doe ik dit eigenlijk? Waaraan draagt het bij? Kan het simpeler en is het dan misschien óók gewoon goed?

Maar ja hè, ik zeg dat allemaal wel zo leuk, zondag trof ik mezelf in de keuken aan terwijl ik in alle haast appeltaartdeeg (nieuw recept) in een springvorm propte, terwijl op het vuur uien met tijm stonden te fruiten voor de spelt-risotto met boerenkool en geitenkaas (ook nieuw recept) die ik voor B en J aan het maken was en die eigenlijk over een half uurtje al klaar moest zijn.

Ehm, ja. O, natuurlijk kwam het goed hoor. J hielp me de kilo appels te schillen, ik roerde tussendoor in de pan, sneed prei, stoofde boerenkool, brokkelde geitenkaas in stukjes, schonk ook m’n gasten hun spa rood nog in in en uiteindelijk aten we heerlijk (die speltotto staat in Veg en is een aanrader!). Maar achteraf gezien was het voor mij – gezien de tijd die ik had – een stuk chiller geweest als ik gewoon een bak tiramisu uit het supermarktschap had gegrist. Ook lekker, stukken minder stress.

Wát m’n vriendinnetje overmorgen ook gaat maken, één ding weet ik zeker: die avond wordt goed.

Vrije tijd

Vorige week nam ik een weekje vrij, met het idee om gewoon even een aantal dagen helemaal niets te doen. Om de verleiding te weerstaan allerlei plannen te maken, alleen maar to do-lijstjes af te werken, met mensen af te spreken waarvan ik vind dat ik ze al te lang niet heb gezien. Om even te stoppen met rennen. Kijken wat er dan gebeurt.

En dat is behoorlijk goed gelukt. Terwijl de week vorderde, merkte ik hoe ik steeds rustiger werd. In mezelf zakte, als het ware. Hoe ik kon genieten van gewoon niets hoeven. Ik hoefde niet gezellig te zijn. Er niet leuk uit te zien. Niet hard te lopen. Niet gezond te eten. Niets ‘goed te maken’ met mensen waar ik in mijn hoofd altijd bij tekortschiet.

Ik kon gewoon precies doen waar ik zin in had – en wat goed voelde. Het ging me verbazingwekkend soepel af. Jeetje, dacht ik aan het eind van de week, dit was echt een cadeautje aan mezelf. Ja. Ik kan mezelf nieuwe kleren geven of boeken. Ik kan uit eten gaan of op vakantie. Ik kan dagjes naar de sauna en naar de film en goede wijn drinken. Dat zijn ook allemaal “cadeautjes”. Maar weet je? Het allerbeste cadeau dat ik aan mezelf kan geven, is werkelijke vrije tijd.

Mensen zagen het ook. “Je gezicht ziet er ontspannener uit”, zei mijn collega toen ik maandag weer aan het werk ging. Dinsdag zei m’n psychologe – die slechtziend is – dat ze aan mijn stem hoorde dat ik meer in mijn lichaam zit. “Je struikelt veel minder over je woorden.”

Hoewel ik nu al een paar maanden bezig ben met meer prioriteiten stellen, meer lege ruimte in mijn agenda laten, keuzes maken in wat ik wel en niet doe, geeft de ervaring van deze vakantieweek m’n verlangen naar meer rust en ruimte een nieuwe impuls. Als je jong bent, in de stad woont en een smartphone bezit, is er immers ALTIJD MEER TE DOEN. Je kunt altijd naar nog meer feestjes, nog meer mensen ontmoeten op Tinder, nog meer kleding/boeken/huisraad kopen, nog meer uitstapjes maken (film/escape room/restaurant/kerstmarkt/museum/workshop/cursus/wijnbar/concert/voorstelling/wedstrijd/etc).

In feite is het veel moeilijker – vind ik althans – om al die dingen NIET te doen. Om te blijven vasthouden aan de overtuiging dat je heus niet al die dingen nodig hebt om je gelukkig en fijn te voelen. Het is een soort verslaving om steeds maar druk te zijn, bezig te blijven. Want ja, dat voelt goed he. Je zou je hele leven lang alleen maar door kunnen gaan en je van de ene afleiding in de andere kunnen storten. Eten, drinken, uitgaan, sporten, gezelligheid, internet, spullen kopen – je kunt er tachtig jaar mee vullen en nog het idee hebben dat je lang niet alles hebt gedaan. Veel moeilijker is het om stil te gaan zitten en je te confronteren met jezelf. Te kijken naar dingen die misschien ook niet fijn zijn: verdriet, eenzaamheid, teleurstelling, ongemak, verlatenheid, pijn. Maar jongens, langzaam begin ik te voelen: als je het wel doet, is de beloning groot.

Deze week was ik weer aan het werk. En hoewel ik een ontzettend leuke week heb gehad (wat bof ik toch met mijn baan!), merkte ik ook aan mijn lijf hoe de spanning er weer in sloop. Hoe ik steeds meer in mijn hoofd raakte – logisch ook, mijn werk bestaat grotendeels uit denken. Niet eerder was ik me daar zo sterk van bewust. Aan het eind van de dag voelde ik hoe de gedachtemachine weer op volle toeren draaide. Hoe mijn ademhaling steeds hoger raakte. Ik daardoor weer steeds sneller en vluchtiger ga praten. De pijn in m’n schouders terugkeert.

O, het is ook verleidelijk hoor, om weer gewoon in dat denken te schieten. In dat doorgaan. Het is immers wat ik gewend ben, het is het hersenpaadje dat ik het meest bewandeld heb. Maar ik wil het niet meer; althans, niet de hele tijd. Het is een ontzettende opluchting om te merken dat ik wel degelijk rustig en helder kan praten, als ik let op hoe ik adem en ik m’n voeten blijf voelen. Het is grappig om te zien hoe snel ik gejaagd raak als ik met mensen in gesprek ben (misschien ook wel een manier om met onzekerheid om te gaan) – en tegelijkertijd, hoe het me soms meer en meer lukt om de kalmte terug te pakken. En het is interessant om te leren hoe ik die rust kan leren vinden; hier en nu, tussen dat dagelijkse drukke leven. Ik ben ervan overtuigd dat dat kan.

Nu is het zaterdag, op het dak tikt de regen en ik ben alleen in het huis van B. Vijf dagen werkte ik deze week; vier avonden zaten vol sociale plannen. In feite was het daardoor een beetje een “oude Suus”-week, qua drukte. Toch voelt het anders. Waar ik voorheen vandaag een to do-lijst had gemaakt van “dingen om me lekker en fijn te voelen” – hardlopen, boodschapjes, huis opruimen, even naar de stad – heb ik mezelf dit weekend twee dagen de ruimte gegund om lekker bij te komen. Op de bank te zitten met een boek. Thee te drinken, pepernoten te eten. Een mindfulnessoefening te doen.

Vorige week was ik bij een magnetiseur, die zei: “als je veel van jezelf vraagt in je werk, je contacten, de dingen die je wilt doen in je leven, dan moet je je lichaam ook veel meer de kans geven om te ontspannen en bij te komen dan iemand die de hele dag achter de geraniums zit. Dat is cruciaal. Ongemerkt bouwt zich, heel langzaam, steeds meer spanning op in je lijf. Veel mensen weten helemaal niet meer wat het is om echt ontspannen te zijn.” (Wat hij dan deed bij me, was die energieblokkades opheffen en de boel weer te laten stromen – klinkt ontzettend vaag, dat besef ik, maar WOW wat een verschil.)

In datzelfde kader: gisteren maakte iemand een opmerking op Twitter, als reactie op mijn berichtje dat ik dit weekend geen plannen heb. “Dat heet vrije tijd”, zei hij nuchter, en daarna: “Als het niet-werk ook volgepland moet worden, wordt het ook een soort werk.”

Om te onthouden.