En daarom schrijf ik dus

Jeetje, wat een reacties op mijn vorige verhaal. Ik lig moe en een beetje ziekjes in bed terwijl ik dit schrijf, maar wilde toch vast even zeggen: wat helpt dat, zeg.

Niet zozeer om bevestiging te krijgen (hoewel ook dat natuurlijk prettig is). Nee, vooral omdat in mij iets begint te gloeien: hier schrijf ik dus voor. Daarom deel ik dus.

Ik wil me kwetsbaar opstellen, dingen schrijven die raken. De zaken verwoorden die ertoe doen, de woorden die eruit willen. Ik wil dat mijn teksten de wereld een beetje verder brengen – jou misschien ook wel. Dat je je barrières doorbreekt, dat je gaat durven, dat je doet en leeft. Zodat we samen elkaar laten groeien.

Gisteravond werd mijn overtuiging dat ik mij eerst zelf kwetsbaar op moet stellen, voordat ik echt iets kan veranderen bij anderen, weer eens bevestigd. Ik besloot namelijk mijn huisgenootjes te vertellen over de heftige therapie-sessie die ik vorige week had. Nodig, voelde ik, omdat thuis echt thuis moet zijn en ik dus ook gewoon sip of in slons-modus door de gang wil kunnen lopen als ik me even niet lekker voel. Omdat ik ook gewoon keihard wil kunnen huilen op mijn kamer, zonder me daarna te schamen. En omdat ik vind, nee: hoop!, dat mijn huisgenootjes zich ook vrij genoeg voelen om die dingen te doen.

Dus toen stond ik ineens in de gang te praten en te vertellen. O, natuurlijk werd ik rood en verlegen, natuurlijk ging ik te snel praten en stotteren en voelde ik me ontzettend kwetsbaar. Maar ik dook niet weg. Ik dacht: dit mag er zijn, ik mag ruimte innemen in dit huis. Ik ga ik hier nu gewoon doorheen, door de schaamte. Hoi, ik ben Suusie en dit is mijn verhaal. Met een open blik, want: wat is het jouwe?

Nou, en toen gebeurde er toch wat moois, later die avond. Met een van mijn huisgenootjes zat ik in de woonkamer te eten – we hadden na mijn ontboezemingen besloten samen te koken en een pan zuurkoolstampot met appel en rozijntjes gemaakt. ‘Zeg’, vroeg ze, ‘hoe ben jij eigenlijk terechtgekomen bij die psych?’

En zo begon ze ineens te vertellen over haar achtergrond, haar verleden, haar verhaal. Omdat het haar leven is zal ik de details hier niet delen (zij heeft hier natuurlijk niet om gevraagd), maar de essentie is dit: wij hadden dat gesprek nooit gehad, als ik in mijn schulp was gebleven.

Kruip eruit, wil ik maar zeggen. Open die deuren. Durf maar, ga maar.
We snappen elkaar allemaal veel beter dan we zelf denken.

Ik en de Volkskrant

Na lang twijfelen hakte ik deze week de knoop door: ik stop met het schrijven van m’n maandelijkse verhaal voor de economiepagina van de Volkskrant. Ik wil je graag vertellen waarom ik nu – met pijn in m’n hart – mijn lievelingskrant even loslaat.

WE KUNNEN NIETS BELOVEN

Terug naar mei 2016. Een paar dagen nadat ik mijn contract tekende bij Einder, bracht ik een bezoekje aan het Amsterdamse INIT-gebouw. Misschien ken je het wel, de grote kranten van de Persgroep huizen er: De Volkskrant, Trouw, Het Parool. Ik kwam de laptop inleveren die ik als vaste freelancer in gebruik had. En ik heb dit bijna niemand verteld, maar een maand eerder was ik ook in het INIT, toen om te solliciteren op de functie van onderwijsverslaggever. Van de drie kandidaten werd ik tweede. O, natuurlijk kon ik voor de Volkskrant blijven freelancen, zeiden ze, en mogelijk kwam er over een tijdje wel weer zo’n kans. ‘Maar nu kunnen we helaas niets beloven.’

In de weken daarna nam ik een moeilijk, maar belangrijk besluit. Twee jaar had ik al mijn tijd, liefde en energie gestopt in groeien bij en voor de krant. Nauwelijks 23 was ik toen ik begon als (freelance) binnenlandverslaggeefster. Het was een mooie deal: ik een prachtige kans om te leren, zij een relatief goedkope, flexibele én 200 procent gemotiveerde jonge journalist.

Anderhalf jaar lang kreeg ik inderdaad prachtige kansen, waar ik de krant nog altijd ontzettend dankbaar voor ben. Ik mocht naar de MH17-wrakstukken op de vliegbasis Gilze-Rijen. Samen met slechts 19 andere journalisten mocht ik bij de besloten herdenking van de ramp zijn, later dat jaar in Nieuwegein. Ik ging mee op nachtreportage met de politie in Enschede. Ik mocht Chantal Janzen interviewen, en Rik van de Westelaken. In de zomer van 2015 vloog ik zelfs een paar dagen naar Zuid-Frankrijk voor de krant, waar ik het verhaal van de uitgezette concertpianist Harimada Kusuma optekende en een dag over de Autoroute du Soleil crosste met een man van de Wegenwacht.

Een paar geweldige chefs gaven me ruimte en vertrouwen om te groeien, verder te komen. Andere redacteuren spraken me lof toe, deden een goed woordje voor me bij de hoge bazen. Kortom, iedereen zei ‘jij komt er wel’. Ook nadat ik die onderwijsplek nét niet kreeg. Wacht maar af, heb geduld, was hun boodschap.

IK WILDE NIET MEER WACHTEN

Maar in de weken daarna maakte ik een besluit. Zzp’er, dat was ik eigenlijk al anderhalf jaar tegen wil en dank. Ik wilde niet meer freelancen, ik wilde een vaste baan met zekerheid. Een fijne plek om te aarden en in een vast team verder te leren. Ik was het beu om mijn carrière in handen te leggen van een hoofdredactie, om steeds niet langer dan een paar maanden vooruit te kijken, weinig langetermijnsplannen te kunnen maken.

Ja, ik wilde dólgraag schrijven voor de krant, verder groeien als journalist. Maar ik wilde ook een stuk stabiliteit. En wie de journalistiek kent, weet: die twee gaan nu eenmaal niet vaak samen.

Bovendien, al ben ik lang niet altijd ben ik zeker van mezelf, nu vond – en vind – ik: ik heb me ruimschoots bewezen, ze weten heus wat ik kan.

DUS IK GING SOLLICITEREN

En zo kwam ik twee maanden later, na wat omzwervingen en tussendoor een freelanceklusje hier en daar, bij Einder terecht. Ook bizar trouwens, hoe dat ging: een vage kennis op Facebook had mijn werk-oproepje gezien en appte me dat zijn buurman nog wel een schrijver zocht. Drie dagen vóór het gesprek bij Einder hoorde ik dat ik was ‘aangenomen’ als vaste (parttime) freelancer bij NU.nl. Eigenlijk dacht ik toen: ik blijf voorlopig tóch freelancen, voor NU.nl en de Volkskrant. Ik blijf nog even geduldig. Maar ja hè, dat gesprek bij Einder stond nu eenmaal, en even praten kan nooit kwaad.

En toen voerde ik ineens het leukste sollicitatiegesprek in tijden. Wat het was weet ik niet, maar ik voelde me meteen thuis bij het Nijmeegse communicatiebureau. Dus toen collega Marcel de volgende dag belde (‘we willen heel graag dat je hier komt werken’), hoefde ik geen seconde na te denken: wauw, ja, superleuk!

Het bleek de beste beslissing van het jaar. Fijn aan Einder is onder andere dat ik er parttime kan werken – en het dus te combineren is met journalistieke dingen. Ineens had ik het beste van twee werelden, met 3 dagen Einder en 1-2 dagen NU.nl. Toch zou ik liegen als ik zeg dat het pijnloos was om een ander pad te kiezen. Journalist wilde ik al jaren worden en de Volkskrant paste me erg goed. Ik was dan ook súperblij dat ik af en toe nog een verhaal kon maken – bijvoorbeeld voor zaterdagbijlage Sir Edmund.

VAST FREELANCEN VOOR DE KRANT

Helemaal gelukkig was ik toen de economieredactie me in oktober 2016 vroeg om maandelijks twee rubrieken te vullen. Vanwege Einder heb ik geen tijd om de hele week leeg te ruimen voor een verhaal. Maar ik kan wél 1 a 2 dagen per week dingen doen, verspreid over de maand. Perfect dus. En toen de rubrieken na een paar maanden helaas alweer stopten (‘komt niet door jou, ze passen bij nader inzien niet goed bij de opzet van de pagina’) vroegen ze me om elke maand een groter verhaal te maken over werk/carrière. De 10 uur in de week die in februari vrij was gekomen na mijn afscheid van NU.nl, had ik direct weer gevuld.

Zodoende schreef ik vanaf dit voorjaar over digitale nomaden, over traineeships, levenscoaches, carpoolen en ondernemen in het buitenland. Mooi stukje kruisbestuiving was m’n verhaal over staand werken – geinspireerd op de sta-tafel die ik sinds kort had bij Einder.

Geweldig, zou je zeggen. Waarom zou je daarmee stoppen?

Goede vraag. Toch voelt het logisch. Hoewel ik het leuk vond om de stukken te maken voor economie, is over carrièredingen schrijven uiteindelijk niet wat mijn hart sneller doet kloppen. Liever zou ik stukken maken over wezenlijke zaken, de dingen in het leven die mensen ráken. Bovendien doe ik sinds deze zomer bij Einder steeds meer grote en uitdagende klussen – per 1 oktober heet ik dan ook niet meer ‘schrijver’ maar ‘schrijver/adviseur’ (ja, ik moet ook nog wennen ;-)). Ik beheer en regel projecten, stuur freelancers aan, zit vaker aan tafel bij klanten.

En: ik heb het er ontzéttend naar m’n zin. Ik heb de leukste collega’s, voel me enorm gewaardeerd, krijg alle kansen die ik wil. Kortom, ik groei op zo veel verschillende terreinen, dat het ineens beperkend voelt om de maandag of vrijdag thuis achter m’n bureau te gaan zitten om mensen te bellen voor de krant. Met alle respect, maar dat trucje ken ik nu wel. Ik weet zeker dat ik wat schrijven betreft nog veel verder kan groeien, maar dit is niet meer de plek om dat te doen.

STILSTAAN DOE IK TOCH NIET

Waar wel? Dat weet ik nog niet. Allereerst vind ik het vooruitzicht om een tijdje wat meer ruimte in m’n week te hebben – 28 uur werken bij Einder, elk kwartaal 1 groot verhaal voor Radboud Magazine en that’s it – heerlijk. Ik kan er momenteel makkelijk van rondkomen en waarom zou ik me dan niet de luxe perimtteren om meer vrije tijd te hebben?

Ik weet zeker dat het vanzelf weer gaat kriebelen om iets nieuws te doen. Wie me kent, weet dat ik toch niet kan stilzitten.

En de krant? Die kom ik vast weer tegen. Oude liefde roest niet.

 

PS. Weet je? Eigenlijk ontdekte ik deze zomer pas waarom ik misschien toch niet zo goed op een nieuwsredactie pas als ik dacht. Ik houd eigenlijk helemaal niet van #ophef veroorzaken. Gaaf hoor, zo’n ‘opening krant’, maar van elk voorpaginaverhaal lag ik wakker. Hoe zouden mensen reageren? Zou ik veel gezeik krijgen? 

Ik ben een verbinder. Ik word er blij van als mensen elkaar vinden, als zaken soepel lopen, groepen elkaar leren snappen, conflicten worden opgelost. Daarom vond ik het bij de krant ook zo gaaf om verhalen te maken waarin ik mensen portretteerde, waarin iemand zijn volledige verhaal kan doen. Zodat we elkaar met z’n allen een beetje meer begrijpen. Zodat we samen verder komen.

Precies daarom past werken bij Einder me ook zo goed. Maar daarover vertel ik later nog wel eens meer.

 

Over hoe alles is veranderd

Lang heb ik gewacht met het opschrijven van dit verhaal. Het was te vroeg, de tijd nog niet. Misschien is het dat trouwens nooit, maar vandaag zijn dit de woorden die eruit willen.

Wie me van dichtbij – of in mindere mate: op Instagram – heeft gevolgd, weet: het afgelopen half jaar was bij vlagen een beetje heftig. Life changing, zoals ze dan zeggen. Hoewel? Bekijk ik de situatie van een afstandje, dan zou ik op het eerste gezicht niet zeggen dat ‘alles’ veranderde. Ik werk nog steeds bij Einder, voor de Volkskrant en Radboud Magazine. Ik heb een verzameling lieve vrienden om me heen. Ik woon in Utrecht, loop hard, doe leuke dingen.

Toch veranderde alles; mijn basis veranderde. Op 3 mei maakte ik het uit met mijn Liefde, na ruim 4,5 jaar waarvan we er 3 samenwoonden.

Hoewel het al een tijdje borrelde, kwam het moment ook voor mijzelf een beetje als een verrassing. Ik zat ’s avonds met vriendinnetje A op de bank thee te drinken, we praatten over haar werk, de baan waar ze op dat moment helemaal niet meer blij in was. Maar ja hè, het was een prachtige, prestigieuze, vaste baan, met mooi salaris, geweldige arbeidsvoorwaarden en leuke collega’s. Waarom voelde ze zich dan al maanden uitgeblust? Het plaatje was perfect. Waarom werd ze er dan toch zo ongelukkig van?

Ineens zag ik de parallel. Met mijn relatie zat ik in feite in dezelfde situatie. T en ik hadden een goed draaiend systeem, een relatie zonder grote ruzies, een fijn huis, lieve mensen om ons heen. Maar ik voelde het niet meer. Ik had het gevoel dat ik leefde op de automatische piloot. Diep in mijn hart wilde ik iets anders, al wist ik zelf niet goed wat – of hoe.

Het gaat erom, zei A, of je ergens voor kiest uit angst of uit liefde. Kies je voor de dingen in je leven omdat je DIE wilt, of blijf je bij wat je hebt omdat je niet weet ‘wat anders’, omdat dat donkere onbekende je onzeker maakt?

‘Wil je nog wel met hem samen zijn’, vroeg ze mij toen. Ik schrok zelf van mijn ‘nee’.

Maar mijn huis dan, vroeg ik in tranen, denkend aan dat prachtige appartement, dat voelde als de plek waar ik na jaren rondzwerven echt thuis was. Nauwelijks een week eerder had ik er een blije post over geschreven op Instagram. Wat als ik daar inderdaad weg ging? Ik had bij god geen idee hoe dat zou moeten. Waar ik heen zou kunnen. En al die spullen die we samen hadden gekocht, de plannen die we nog hadden, zijn ouders die ook aanvoelden als de mijne. Ik zou weer helemaal opnieuw moeten beginnen.

Heb je wel eens bedacht, vroeg ze, dat het ook uiteindelijk allemaal veel beter kan worden?

Na dat gesprek voelde ik me leeg en opgelucht. Dit was het. Niet mooi, niet wat ik zelf had gedacht te willen, maar onvermijdelijk. Ik kwam thuis, T voelde dat het mis was (twee maanden eerder had ik al eens mijn twijfels geuit). Kom, zei hij, we gaan een rondje lopen.

Het was dinsdag, middernacht en we wandelden door de wijk.

‘Dus nu is het uit?’, vroeg hij.

‘Ja’, wist ik er met moeite uit te krijgen, ‘ik geloof van wel’.

***

Weggaan bij iemand met wie je zo lang zo veel hebt gedeeld, hakt erin. Zelfs al voelde ik me de eerste weken vooral licht en vrij, nu we een half jaar verder zijn besef ik dat het niet zo simpel was als het leek. Hij was de jongen met wie ik samen volwassen werd. Van (pre-)masterstudenten werden we stagiairs, daarna Werkende Mensen. We verdienden ons eerste echte salaris. Verloren onze opa’s. Kregen een huis met een vaatwasser.

In drie verschillende huizen woonden we samen, onze vriendenkringen versmolten. We hadden, kortom, een goede, fijne relatie. Liefdevol. En toch, toch was het voorbij. We hielpen elkaar groeien maar op het laatst konden we dat niet meer. Hielden we elkaar, denk ik nu, zelfs tegen.

‘We zijn zo anders geworden’, appte hij maanden later, toen we weer eens samen hadden gegeten. ‘In wat we willen in het leven. Wat we nodig hebben.’

Dat was een treffende constatering. Soms hoor je een tijd bij elkaar – en dan niet meer. Toch hebben we als samenleving nog steeds het idee van een ‘voor altijd’ erg hoog zitten. ‘ Wat jammer dat het niet is gelukt tussen jou en Tom’, kreeg ik van een paar familieleden te horen toen ze hoorden dat het uit was. Hè, dacht ik, hoezo ‘niet gelukt’? In mijn ogen was het ontzettend goed gelukt. Vijf fijne jaren deelden we, goed voor honderden herinneringen om te koesteren. Misschien is dat makkelijk gezegd voor mij – ik was immers degene die er een eind aan maakte. En toch: maybe this love won’t last forever, but who says the best ones do?

***

Zo, en wat kan er dan in een half jaar veel gebeuren. Zes weken woonde ik overal en nergens, toen acht weken op een tijdelijke plek en inmiddels alweer ruim twee maanden op mijn nieuwe kamer, m’n mini-huisje. Van 66 ging ik naar 16 vierkante meter. Ik heb weer huisgenoten met wie ik een badkamer en keuken deel, ik leerde nieuwe mensen kennen, ging naar twee grote zomerfestivals, probeerde psychedelica (interessant!), ging in therapie en voerde (o.a daar) gesprekken met mijn ouders die al jaren op zich lieten wachten. Allemaal dingen waarvan ik me een jaar geleden niet voor kon stellen dat ik ze ooit (weer) zou meemaken. Laatst las ik in mijn dagboek een lijstje vragen en mijmeringen van vorig jaar september en besefte dat ik nu vrijwel al die vragen kon beantwoorden.

Ik voel een verandering in mij, de laatste tijd. Wilde ik eerder dit jaar nog vooral alles, veel en heftig, nu neig ik vooral naar afbakenen, minder, kiezen. Het is niet makkelijk om het schuldgevoel daarover los te laten – de vrienden die ik voor m’n gevoel nu te weinig zie, de aapjes die ik te laat beantwoord, de familiebijeenkomsten waarop ik het laat afweten – maar het is nodig. Nodig om ruimte voor mezelf te maken. Dit is mijn leven. Ik kan niet iedereen tevreden houden.

***

Soms schieten me ineens herinneringen te binnen van T en mij. Samen koken op Westerhelling, ons Nijmeegse studenten-appartement. IJsjes eten in Rome. Weekenden bij zijn ouders, gezellig samen ontbijten met kaiserbroodjes. Avonturen in mijn Simca. De dag dat we de sleutel van ons huis in Leidsche Rijn kregen, daarna naar de Mitra voor een mini-flesje Moet et Chandon.

Op die momenten, of als ik even naar foto’s kijk van hem en mij, voel ik naast lichte nostalgie en een vleugje melancholie vooral heel veel dankbaarheid.

You have this one life. How do you want to spend it? Apologizing? Regretting? Questioning? Be brave. Believe in yourself. Take risks. You have this one life. Make yourself proud.