Van 48 naar 94 kilometer & nog zes dagen tot de Tilburg Ten Miles

Yes, ik ben er bijna! Nog 5,5 kilometer te gaan en dan heb ik mijn maanddoel van 100 kilometer gehaald. Feest!

Zaterdagochtend ging ik op tijd uit bed om samen met vriendinnetje V. 16 kilometer te lopen. Hoewel het even wat moeite kost om mezelf vóór acht uur uit bed te slepen, begin ik ochtenden lopen in het weekend steeds meer te waarderen. De wereld is nog stil, hier en daar kom je al andere lopers tegen en met een beetje geluk is het – zoals gisteren – strálend weer.

En dan kom je om elf uur thuis en heb je het gewoon al gedáán – en de rest van het weekend een voldaan gevoel. (Dit in tegenstelling tot de weekenden waarin ik er de hele dag tegenop hik om nog te gaan lopen, uiteindelijk niet/korter ga en achteraf baal van mezelf.)

runnning

Opschroeven

Goed, nu liep ik dus al 94, 5 km in augustus. Ter vergelijking: het afgelopen halfjaar liep ik meestal tussen de 40 en 65 kilometer per maand. En in juni liep ik vrijwel niet, vanwege mijn ongeluk.

Dat ik het aantal kilometers flink heb opgeschroefd, is te merken, want:

  • Ineens heb ik weer de hele dag door honger HONGER. (Vooruit, trek, kindjes in Afrika hebben honger, I know.) Dat was tijdens m’n vorige halve-marathontraining in januari ook z0. Dat je zo veel kilometers loopt, dat je er bijna niet tegenop kunt eten. Nu houd ik gelukkig van eten, maar er zijn toch ook wel momenten dat het irritant wordt. En ik uit ergernis dus maar iets calorierijks/ongezonds naar binnen werk, om een tijdje geen trek te hebben. Niet slim, I know, dus iemand betere tips?
  • Mijn broeken zitten wat strakker om m’n benen. Uh wat? Nee, van hardlopen word je niet dik, maar dat je bovenbenen gespierder worden merk je wel een beetje. Niets extreems hoor, gelukkig. ;)
  • Ik betrap mezelf erop dat ik elke vrije minuut denk: ‘zal ik nog een rondje gaan?’ Ook als ik die dag al geweest ben. Het lopen zit dus in elk geval weer in m’n systeem, en dat is fijn.
  • Was ik ruim een maand geleden nog ZO ONTZETTEND ZENUWACHTIG voor de halve marathon, inmiddels krijg ik er steeds meer zin in.

Maar eerst nog de Tilburg Ten Miles! Over minder dan een week sta ik aan de start. Startnummer is al binnen en komende week tref ik de laatste voorbereidingen. Dat betekent vooral: op tijd naar bed, even geen alcohol drinken en niet al te veel kilometers rennen.  Vanavond loop ik er nog zes. Woensdag nog acht en dan is het rusten tot zondag.

startnummer

Een dag later, op 5 september, vertrekken Tom en ik voor twee weken naar Zuid-Frankrijk. We gaan kamperen, nazomeren en heel veel chillen. Natuurlijk gaan mijn hardloopschoenen mee, maar mijn telefoon laat ik thuis, net als de vorige twee jaren. Even afkicken en zo en écht loskomen van het gewone leven. (En ook zónder Nike-tracking-statistiekjes kan ik vast prima stukken lopen, toch?)

Zover is het nog niet: eerst nog één laatste weekje werken. Vandaag, morgen en overmorgen bij Einder en donderdag bij NU.nl. Even knallen nog – ik heb er zin in.

Wie van jullie zie ik in Tilburg?

25 en zo

Hoe laat het ook is, soms is daar ineens die kriebel om te schrijven. De woorden die eruit willen. En wel nu.

Dus dan klap ik mijn laptop open, ook al is het 23:23 uur en lig ik meestal op dit tijdstip al láng in bed, tegenwoordig. (Voltijd werken gaat ten koste van nachtelijk schrijven, helaas, maar gelukkig komen er veel andere leuke dingen voor in de plaats.)

25 augustus alweer. Ver over de helft van 2016. En ik ben 25. Waar blijft de tijd?

Maar echt, ik ben daar best mee bezig de laatste weken. Zeker nu mijn Timehop-app me steeds foto’s laat zien uit 2011. “Five years ago” staat er dan boven. Plaatjes uit het leven van mijn twintigjarige zelf, de zomer voordat ik naar Taiwan ging. “Vijf jaar geleden” klinkt als een eeuwigheid, en toch had ik toen óók al mijn eigen leven en maakte ik óók dingen mee die me vormden. In die zin zijn alle tijden een beetje hetzelfde.

Het was best een gekke week en ik besef ook nog niet helemaal dat ik ‘weekend’ heb. Dinsdagmiddag gebeurde er iets raars: ineens kon ik de letters op mijn scherm niet meer lezen. Eerst dacht ik dat het aan de monitor lag – ik probeerde de instellingen te veranderen – maar dat de letters plotseling wazig waren en leken te dansen, lag daar niet aan. Het waren mijn ogen.

Niet veel later was de rechterkant van mijn zicht wazig. “Neem anders even pauze”, zei mijn lieve collega, “loop even het park in en ontspan je.” Het hielp inderdaad een beetje, maar toen kwam de hoofdpijn. En werd ik misselijk.

Waarschijnlijk was het migraine – naar de huisarts ben ik niet geweest, maar een vriendinnetje met kennis van zaken wist het te duiden. Best wel scary, op een gegeven moment voelde ik in de hele rechterkant van mijn lichaam een soort van tintelingen, alsof het verlamd was (was niet zo). Gelukkig kon ik die avond in Nijmegen blijven. Helaas bleek het de volgende dag nog niet veel beter, dus nadat ik drie kwartier trillerig achter m’n bureau had gezeten, dacht ik: misschien moet ik toch maar naar huis.

Ik ben daar dus niet goed in, he. Ziek-zijn. Hebben jullie dat ook? Ik voel me dan schuldig, vraag me af of ik wel “ziek” genoeg ben, of ik me niet aanstel en of het niet mijn eigen schuld is. Ik houd ook gewoon niet van opgeven. Maar ja, soms moet je toegeven. Is ook iets om te leren.

(‘Waar gaat je blogje over?’ vroeg Tom net, toen hij me hoorde tikken. Over alles en niets, zomaar wat gedachten die me te binnen schieten, antwoordde ik. Vergeef me het gebrek aan consistentie in dit stukje tekst.)

Goed, dat waren dus dinsdag en woensdag. Vandaag wel weer gewerkt in Hoofddorp, morgen nog even wat Einder-werk inhalen (ik werk er maar 24 uur en als daar de helft van wegvalt, heb je ineens een super leeg en ontevreden gevoel) en dan zeg ik écht weekend.

O ja, tot slot nog even wat eet-tips voor jullie:

  • Bij Orloff aan de Kade (Oosterkade, Utrecht, bij het Ledig Erf) hebben ze prima burgers en salades. Terras zit vaak vol maar als je geluk hebt scoor je een plekje en kun je na een werkdag nog even de laatste zonnestralen meepakken. Binnenkort meer hierover, maar je weet hoe dat gaat – er zijn nog minstens drie restaurants waarvan ik een review wil tikken (maar WANNEER dan?!). Dus nu vast even dit.
  • Wie pizza wil bestellen in Utrecht, heeft aan La Delizia (in de Twijnstraat) een goede. Mooie dunne bodems, rijk belegd, smaakvol, in balans & niet druipend van het vet. Jammie.
  • En als je in Breda bent, bestel dan geen tapas bij ‘De Markt’ (aan het grote plein), behalve als je gezelschap & omgeving (midden in de stad met uitzicht op de grote kerk!) belangrijker zijn dan de kwaliteit van het voedsel. Niet dat het niet lekker was hoor, maar de prijs-kwaliteitverhouding was uh, niet op z’n best.
  • Tot slot: PRONTO PRONTO GAAT DICHT. Shit man. Volgende week al. En dat is dus mijn lievelingsrestaurant in Utrecht. Boeh. Dus ga er nog gauw een keer eten, zou ik zeggen. Al is er ook goed nieuws: de chef van Pronto Pronto gaat een nieuw restaurant openen met dezelfde formule: Piatto. Nog wel even wachten tot november.

PS. Ik heb net 8 kilometer hardgelopen in de zinderende avondhitte – het deed me denken aan Taiwan, heerlijk – en dat heeft mogelijk indirect ook invloed gehad op de inhoud van deze blog. JSYK.

[REBLOG] Breinvervuiling

Tussen 2011 en 2014 schreef ik (vrijwel) maandelijks een column voor online magazine Nadelunch.com. De komende tijd post ik zo nu en dan een van die schrijfsels opnieuw, nu hier op Suushi.

[4 april 2012]

Met televisieseries heb ik een haat-liefdeverhouding. Trouwens, de relatie tussen mij en die eindeloze afleveringen heeft sowieso nog geen lang bestaan. Terwijl al mijn leeftijdsgenoten al jarenlang verslingerd waren aan HouseLost en Prison Break, moest ik maar niets hebben van dat snelle Amerikaanse gedoe.

Inmiddels ben ik wel een beetje bijgedraaid. Ik kan niet ontkennen dat ik urenlang in bed heb gelegen met Grey’s Anatomy en Vampire Diaries (en oké, in gedachten ook regelmatig met bepaalde hoofdpersonen van die series, maar dat terzijde). Toch ben ik het op een gegeven moment ook weer beu, dat hersenloos staren naar dramatische dialogen. Maar uiteraard zijn de afleveringen zo opgebouwd dat je bijna wel verder moet kijken… Mijn oplossing is dan meestal om simpelweg niet het volgende seizoen te downloaden. Uit zelfbescherming, inderdaad.

Er is echter een serie waarop al deze problemen niet van toepassing zijn: Sherlock van de BBC. Slechts drie afleveringen per seizoen, elk van anderhalf uur. Op zichzelf staande verhalen waar desalniettemin een chronologisch verband tussen bestaat. Benedict Cumberbatch speelt op briljante wijze de rol van Sherlock Holmes anno 2010 – met smartphones, weblogs en een Londen vol wolkenkrabbers. Omdat de serie daadwerkelijk in het midden van de hoofdstad wordt opgenomen, duurde het enorm lang voor seizoen twee verscheen. Voor de mede-fans: niets verklappen, ik heb ‘m nog niet gezien. Voor wie dit allemaal nieuw is: kijken, die serie. Online te bestellen bij de BBC – het was de eerste dvd die ik in jaren legaal aanschafte want geloof me, dit is de moeite waard.

Goed, tot zover mijn reclamepraat. Waar ik het eigenlijk over wilde hebben, is een uitspraak die Sherlock deed in de laatste aflevering van seizoen 1, The Great Game“Listen. This is my hard drive and it only makes sense to put things in there that are useful. Really useful. Ordinary people fill their heads with all kinds of rubbish. And that makes it hard to get at the stuff that matters. Do you see?”

Ik keek de aflevering voor de vijfde keer en nu pas vielen deze woorden me op. Ja, dacht ik, zo is het. De hele dag door ben ik bezig ‘informatie’ te vergaren die in veel gevallen geen enkele coherentie heeft met m’n eigen leven. Facebook is natuurlijk het meest voor de hand liggende voorbeeld – Britt schreef daarover al eerder een stukje op Nadelunch. Maar ook de eindeloze nieuwsberichten en opiniestukken op krantensites, waar elk politiek of maatschappelijk drama ontzettend wordt uitgemolken tot iedereen die er wel en niet toe doet zijn zegje weer heeft gedaan, of de sensationele celebrityroddels die ik hardnekkig probeer te negeren, maar die soms toch mijn aandacht weten te trekken. Zeg, wat heeft die ‘breinvervuiling’ eigenlijk van invloed op mijn mentale gesteldheid?

Het deed me denken aan een ander citaat, dat ik een tijd geleden eens in een documentaire hoorde en toen heb opgeschreven. “Van urenlang doorklikken op internet word je lusteloos in je hoofd,” zei de psychologe die aan het woord was. “Je hebt een energie meer om aan echte dingen te denken. Net als je maag, wanneer je een zak chips neemt bij wijze van avondeten: dat het wel vult, maar niet voedt.”

Bam, raak. O ja, zo was het. Zou het zo zijn dat doordat ik mezelf, dag in dag uit, overstelp met nutteloze weetjes van het kaliber ‘mijn oud-klasgenote at vanavond macaroni met kaas’, ik als het ware een afvalberg van informatie in mijn brein verzamel, waardoor de verbindingen dichtslibben en de helderheid verdwijnt? Puur op gevoel zeg ik: dat klinkt nog niet eens zo gek.

Ter nuancering: nee, natuurlijk hoeft niet alles nuttig en efficiënt te zijn. Soms is het gewoon prettig om gedachteloos voor je uit te staren naar je scherm terwijl Damon en Elena weer eens ruzie maken. Net als dat het soms lekker is om een reep chocola te verorberen, ook al weet je best dat je vervolgens de halve middag ligt te suikerdippen op de bank. Ik denk dat het echt niet nodig is om ernaar te streven altijd de keuze te maken die objectief of rationeel het meest oplevert. Zo nu en dan wil ik nou eenmaal een nacht doorhalen, ook al ben ik de volgende dag dan weinig waard. Op dezelfde manier vind ik het leuk (haha) om via Facebook op te hoogte te blijven van wat mijn vrienden en familie doen. Wel is het iets om over na te denken: met welke informatie ‘voed’ je jezelf elke dag en wat doet dat met je?

Zo zijn die tv-series toch nog ergens goed voor: Sherlock heeft mijn geheugen weer even opgefrist. Ik ga weer wat beter nadenken voor ik mezelf gedachteloos volstouw met junkinfo. Sterker nog, ik kan wel wat betere ‘voeding’ gebruiken. Dus een beetje minder Facebook, wat vaker de computer uit. Zou ik dan op den duur zo helder van geest worden dat ik ook consulting detective kan zijn?