Afgelopen weekend reisde ik samen met KS naar de oostkust van Taiwan. Dat was iets waar ik om al tijden naar uitkeek: natuurlijk omdat ik eindelijk samen ging reizen met mijn lief, maar ook omdat ik al zo veel goede verhalen had gehoord over Taroko National Park. Als ik in een gesprekje met een local vroeg of diegene nog tips voor me had, plekken van het eiland die ik echt moest zien, was het antwoord altijd: ‘The East Coast. So beautiful.’ Ook de andere international students die het gebied hadden bereisd waren er zeer positief over. Ik hoorde verhalen over scooters huren in Hualien en op eigen houtje rondcrossen door de omgeving. Freedom! Nou, dat leek ons wel wat.
Vrijdagavond hadden we eerst gegeten bij de Magic Curry en daarna besloten we om onze plannen concreet te maken. Al gauw bleek dat we het beste een overnachtingsplek konden zoeken in Hualien, een stadje op zo’n 30 kilometer afstand van het park. De makkelijkste (lees: de enige) manier om daar te komen is per trein. Prima! Een hostel was zo gevonden en in no-time lag de boekingsbevestiging in mijn mailbox. Check! Nu de trein nog… We lazen op internet en in de Lonely Planet dat je het beste van tevoren plaatsen kon reserveren. Gelukkig bleek de Taiwan Railways Administration een website in het Engels te hebben. We zochten de juiste tijden op, voerden onze gegevens in, en toen… No Tickets Available. Eh, ok. Andere trein? No Tickets Available. Shit. Met nog een paar klikken werd duidelijk dat alle treinen van Hsinchu naar Hualien waren volgeboekt voor zaterdagochtend. Ja, en dan?
Optie twee was om dan maar eerst een bus naar Taipei te nemen, en van daaruit over te stappen op de trein. Dat zou qua tijd niet heel veel schelen. We zochten weer het treinschema op en begonnen de tijden af te gaan, maar de ene na de andere trein zei No Tickets Available. Ik wilde het net opgeven, toen er een andere melding op het scherm verscheen. Your tickets have been reserved. Yes! Enige puntje was dat we nu pas om 12:20 vanuit Taipei vertrokken, waardoor we pas halverwege de middag in Hualien zouden zijn – waarschijnlijk te laat om zaterdag nog het park in te gaan. Toen vervolgens bleek dat dat ook voor de terugreis geen treinen beschikbaar meer waren in de avond, besloten we om er dan maar een drie-daagse trip van te maken. Ik mailde het hostel met de vraag of we een extra nacht konden blijven en kreeg een positieve reactie terug. Mooi. Ready to go!
Zo stonden we zaterdagochtend op tijd naast ons bed. Om half tien zaten we in de bus naar Taipei en doordat het verkeer dit keer mee werkten, waren we een klein uurtje later al in de hoofdstad. Fijn, want nu hadden we rustig de tijd voor een vroege lunch. KS zag defood court van Q-square, vol Aziatische meuk, niet zo zitten en dus eindigden we met een Subway (hij) en een zoete Momi & Toy’s-crepe (ik). Aardbei, banaan, chocoladesaus, slagroom en vanille-ijs… OK, niet echt een gezonde lunch, maar wel precies waar ik zin in had.
De trein vertrok precies op tijd en zat inderdaad bomvol. Hoewel we normaal gesproken allebei onderweg vrij snel in slaap vallen, konden we vandaag geen van beiden rustig onze ogen sluiten. Er was dan ook genoeg te zien uit het raam. Naarmate we verder van Taipei wegreden, kwamen we langs rijstvelden, bossen, heuvels, dorpjes en af en toe een vrolijk gekleurde tempel. Verderop ging een heel stuk van de reis langs de kust, pal langs de Grote Oceaan. Prachtig!
Eenmaal in Hualien deden we een snelle speurtocht naar het hostel – we hadden goede instructies gekregen per e-mail – en aldaar werden we hartelijk begroet door Fong, de eigenaar. Het Sleeping Boot hostel bleek gloednieuw – ‘four months running now’ – en was stijlvol ingericht. Fong nodigde ons meteen uit aan de houten tafel te komen zitten en vouwde een kaart van het gebied uit. ‘So, how much time do you have here? I will show you the best places to go.’ Enthousiast begon hij van alles te vertellen over de omgeving. Ik kreeg er blije kriebels van: zo te horen hadden we meer dan genoeg te doen! Waarom waren we hier eigenlijk maar twee nachten?!
‘Huur een scooter,’ zei Fong meteen. ‘Dan kun je zelf naar het National Park toe rijden, en naar waar je verder nog heen wilt.’ Nou, dat klonk wel tof. Nu heb ik helaas geen rijbewijs, maar KS gelukkig wel. Fong vertelde dat er twee motorcycle rental shops in Hualien waren die scooters huurden aan foreigners: de bekende keten Pony’s en een local zaakje, Dong Lin (東林). KS’ liet weten dat zijn hippie-aard het hem min of meer verplichtte om de kleine ondernemer te steunen en ik was het daar wel mee eens. Hier in Taiwan kies ik al vaak genoeg voor de grote bedrijven (McDonalds, Starbucks..).
Eerst echter, wilden we een hapje eten. We struinden wat rond door Hualien en kwamen uiteindelijk terecht bij Country Mother’s, een restaurantje dat er vanaf de buitenkant niet veelbelovend uit zag. Maar mijn liefste had honger en ik had ook weinig zin om nog verder te zoeken. Het bleek een goede keus. KS at een gigantische hamburger met chili con carne en ik koos voor groente-quesadilla’s. Vooraf bestelden we een salade om te delen, en ik dronk de beste warme choco die ik tot nu toe in Taiwan heb gehad – met cherry-on-top! Inderdaad, ontzettend westers voedsel, en ik moet bekennen dat ik sinds mijn lief er is sowieso weinig Aziatisch heb gegeten. Stiekem vind ik het niet zo erg. OK, mijn lichaam is niet zo blij met plots weer grote hoeveelheden pasta en pizza, maar m’n mind des te meer tevreden met vertrouwd comfort food.
Met gevulde maag togen we naar Dong Lin. KS twijfelde een beetje of hij wel een scooter zou meekrijgen – hij had nooit op zo’n ding gezeten en bovendien geen internationaal rijbewijs bij zich – maar dat bleek geen probleem. We betaalden 500 NTD(12,50 euro) voor 24 uur. Nice! Na wat oefenrondjes door de straten van Hualien besloten we de avond te besteden door wat verder rond de crossen door de omgeving. Het was dan weliswaar donker, maar dat maakte het scooterrijden niet minder leuk. Wat heerlijk om zo achterop bij m’n vriendje te zitten, de wind in m’n haren en de geuren van Taiwan in m’n neus. Pas toen het te koud werd en wij inmiddels aardig moe, reden we terug naar Sleeping Boot voor een welverdiende nachtrust. Ik lag om negen uur in bed.
De volgende dag stonden we voor dag en dauw op – nou ja, bijna dan, 06:45 was het toen ik m’n wekker uitzette omdat ik de slaap niet meer kon vatten. Plan was om op tijd te vertrekken zodat we zo lang mogelijk in Taroko konden zijn. Zodra ik naar buiten keek kreeg ik daar nog meer zin in: het was stralend weer. We klommen op de scooter, KS gaf gas en… na een paar meter stonden we beduusd langs de kant van de weg. Lekke band! Dat meen je toch niet…
Toevallig liep Fong net langs en die zag aan onze gezichten dat er iets niet goed was. Direct bood hij aan te helpen. We gingen terug naar het hostel en Fong begon allerlei telefoontjes te plegen: naar Dong Lin, naar motorcycle repair stores. Helaas, nog niets was open. ‘You go get breakfast first,’ zei hij daarom. Intussen zou hij verder zoeken naar een oplossing. Wat ontzettend behulpzaam! We gingen terug naar Country Mother’s, want we hadden de vorige dag gezien dat daar vanaf 6:30 AM ontbijt werd geserveerd. Ik was dan ook verbaasd en teleurgesteld toen de rolluiken dicht bleken te zijn. Wat nou ‘all day brunch’?! Uit ellende besloten we dan maar te ontbijten bij de Mac. KS deed zich tegoed aan een stapel McMuffins en ik ging voor pancakes. Verre van briljant, maar met m’n kopje thee in de felle ochtendzon zitten maakte veel goed.
Terug in het hostel had Fong slecht nieuws. Dong Lin had blijkbaar slechte service; ze weigerden onze scooter op te halen en om te ruilen. Uiteindelijk gingen Fong en KS samen terug naar de shop om het probleem op te lossen. Ik zou bij het hostel wachten. Goed, om jullie een nog langer verhaal te besparen… uiteindelijk kregen we een nieuwe scooter mee. Inmiddels was het half elf. Op naar Taroko!
Ruim een half uur sjeesden we door de felle zon over de weg. M’n ogen traanden en ik kreeg al gauw een loopneus maar dat gaf niet; het was heerlijk. Eenmaal in het park parkeerden we de scooter om de Shakadang Trail te lopen. We liepen door prachtig woeste natuur langs een rivierstroom met het blauwste water dat ik ooit heb gezien. Check de foto’s: ze zijn onbewerkt. Naarmate we de one way-trail verder af liepen haakten steeds meer toeristen af en uiteindelijk waren we met z’n tweetjes in de jungle. We zagen enorme zwart-met-rode vlinders, twee gigantische spinnen die ik aardig intimiderend vond en KS zag zelfs een slang (!) wegschieten in de bosjes.
Een kleine 10 km en een paar uurtjes later waren we terug bij het beginpunt. De zon had zich inmiddels achter de wolken verstopt maar het was niet koud. We besloten het park verder te verkennen per scooter. Zo reden we over de slingerachtige asfaltweg tussen voornamelijk busladingen Chinese toeristen. Een enkele keer stopten we om vanaf een uitkijkpost te genieten van de ruige natuur. Hoge rotsen en veel marmer – mijn lief zei dat Taroko hem aan Schotland deed denken.
Uiteindelijk kwamen we bij Tiansiang, een kleine nederzetting met een boeddhistische tempel. We klommen langs de vele trappen omhoog en bewonderden de enorme boeddha’s. Op de top van een van de bergen stond een pagode en hoewel die aardig vervallen was en lang niet zo indrukwekkend als de pagode bij Sun Moon Lake, was het uitzicht de moeite waard. Ook de serene rust die deze plek uitstraalde deed me een beetje denken aan Sun Moon Lake.
Nadat we de kale non bij de ingang vriendelijk bedankt hadden en een donatie in de daarvoor bestemde box hadden gedaan (de pagode kon echt wel een opknapbeurt gebruiken!), besloten we langzaamaan terug te gaan. Taroko was nog veel groter en Fong had ons nog minstens drie andere trails aangewezen die de moeite waard waren, maar het zou over anderhalf uur alweer donker zijn en inmiddels kregen we beiden honger. Helaas was er weinig interessants te eten in het park (KS probeerde een worstje maar wist niet hoe snel hij die weer kwijt moest raken) dus we besloten terug te rijden naar Hualien. Eenmaal uit het park maakten we eerst een pit-stop bij 7-Eleven voor alvast een broodje en wat drinken, en daarna sjeesden we weer met 75 km per uur terug naar de stad. Yes, op een scooter, dat mag in Taiwan.
We aten die avond bij Tosca Pasta, een restaurantje waarvan ik een lovende recensie had gelezen op Wikitravel. De pasta was inderdaad prima en zelfs meer dan ik op kon. Als klap op de vuurpijl kwam na het eten de eigenaresse naar ons toe: er was een loterij met als hoofdprijs een gratis maaltijd. Of we wilden meedoen? Zo kwam het dat wonder-boven-wonder KS’ naam uit de hoge hoed werd getrokken. ‘Your meal is free tonight!‘ We gingen op de foto met de enthousiaste eigenaresse en ik realiseerde me pas toen we buiten stonden dat het allemaal wel erg toevallig was geweest. Zeker aangezien de eigenaresse ons trots vertelde over alle nationaliteiten die al in haar restaurant had gegeten, en de enorme fotomuur liet zien met alle voorgaande ‘prijswinnaars’. Ze kwamen uit alle uithoeken van de wereld. Beetje doorgestoken kaart, die ‘loterij’? Nou ja, we hadden in elk geval maar de helft van ons eten hoeven betalen. Prima!
Moe maar voldaan kwamen we terug in de Sleeping Boot. Fantastische Fong bood aan om onze scooter terug te brengen naar Dong Lin, en hoewel ik anders had geweigerd – hij had al zo veel voor ons gedaan! – was ik hem dankbaar toen ik de kleine oogjes van mijn liefste zag. Bedtijd…
Maandagochtend ontbeten we heerlijk knus bij Starbucks. Er draaide kerstmuziek, het regende buiten en ik voelde voor het eerst een sprankje wintergevoel. Daar ontbreekt het me hier doorgaans nogal, met nog steeds temperaturen rond de 20 graden! Voor we terug gingen naar het hostel om uit te checken, kochten we een cadeautje voor Fong om hem te bedanken voor alles. Hij was totaal onderdonderd toen we het hem gaven en ik geloof dat de andere hostelgast die op de bank zat ons in gedachten voor gek verklaarde, maar ach. Om twaalf uur stapten we in de trein naar huis en een kleine vier uur later sloten we het reisweekend af met een late lunch in Taipei en een ijsje van ColdStone. In de bus naar Hsinchu vielen we beiden in slaap.
God, wat een enorme lap tekst, en ik heb nu lang niet alles verteld. Maar of de East Coast nou echt zo mooi is? Daarop kan ik niets anders dan bevestigend antwoorden. Ik had er moeiteloos een paar dagen langer kunnen blijven. Sowieso, de afgelopen twee weken zijn voorbijgevlogen en kenden talloze prachtige momenten – maar daarover een deze dagen meer. KS vliegt dinsdag terug naar Nederland (wat mij betreft veel te gauw), daarna is er weer alle tijd om me terug te trekken, na te denken, te schrijven. Nu geniet ik nog even van rust en privacy, voor ik terug moet naar de dorms. Lieve lezers, fijn weekend!
E-mail dit

( 4 ) Reacties
Suus, door jou wil ik ook naar Taiwan. Fijn weekend en geniet van je laatste dagen met KS!
Haha Suus ik moet wel lachen om de hoeveelheid normaal voedsel. Heeft KS nog iets Taiwanees geprobeerd? Veel plezier de laatste dagen samen x
Wat moet het fijn zijn om dit allemaal samen met je lieve vriend te doen. Ik ga nu de foto’s even goed bekijken!
Heerlijk verhaal! Jammer dat het eten niet zo makkelijk gaat allemaal, maar ik kan het me helemaal voorstellen. En wat ontzettend lief dat jullie een cadeautje kochten voor Fong! :)
Laat een berichtje achter: