over doelen (of eigenlijk: juist niet)

Oh jongens, ik ben zo tevreden. Steeds beter ontdek ik hoe leven werkt voor mij. Toen ik vandaag aan het hardlopen was, en zo ontzettend genoot van gewoon rennen en buiten zijn, drong tot me door: ik functioneer vaak veel beter zonder doelen. Wat een openbaring.

Het was – onder andere – Lin die me een paar dagen geleden op het spoor bracht. Ik uitte mijn bewondering voor haar snel opgebouwde hardloopconditie, en liet vallen dat ik het zelf soms best moeilijk vind dat ik niet het ene na het andere record breek, ondanks dat ik nu al bijna vier maanden regelmatig train. Ze reageerde met de volgende wijze woorden: Plezier houden en blijven gaan is ook een doel. Een prachtig doel. Oh ja. Zo had ik het nog niet bekeken. Want hoewel ik mezelf wel steeds vertelde dat het belangrijkste was dat ik ga, niet hoe lang ik het volhoud, zo langzaamaan knaagde toch steeds vaker ontevredenheid. Waarom verleg ik geen grenzen? Waarom ga ik niet zichtbaar met sprongen vooruit?

Maar hey, waarom zou ik eigenlijk niet gewoon helemaal uit dat westerse prestatie-paradigma stappen? Net nadat ik terug was van m’n rondjes campus, stuitte ik op het blog 100 Days with No Goals. Met elke zin die ik las, voelde ik mezelf rustiger worden. En wat een herkenbaarheid! Feitelijk heb ik hier in Taiwan heel weinig doelen, in de zin van ‘dingen die ik moet halen’ of ‘dingen die mensen van me verwachten’ of ‘dingen die ik denk dat mensen van me verwachten’. Er is niemand die me op de vingers tikt als ik een dag in bed lig met series. Niemand die me vertelt dat ik niet zo gezond leef als ik al een week lang ontzettend veel chocola eet. Niemand die het me kwalijk neemt, als ik een paar dagen niets laat horen op Facebook. Of nou ja, misschien ook wel. Alleen: het doet me minder. Daarbij stel ik zelf ook veel minder doelen (lees: eisen aan mezelf).

En precies zoals Joshua Fields Millburn het schrijft, zo ervaar ik het ook: het is helemaal niet zo dat ik zonder eindeloze verwachtingen en lijstjes-waar-ik-me-aan-moet-houden minder productief ben. Sterker nog, het tegenovergestelde is waar. Gisteren ramde ik er in één dag een paper uit van 2000 woorden en vandaag voltooide ik de moeilijke presentatie van Cultural Studies, waar ik pas mee begon nadat KS in het vliegtuig naar Nederland zat. Bijna elke dag oefen ik wat Chinees. Soms een kwartiertje, soms twee uur. Net waar ik zin in heb. No pressure.

Zo ook met sporten. Weet je nog dat ik laatst schreef hoe sport een deel van mijn dagelijkse routine is geworden? Nou, om eerlijk te zijn: precies na die blog begon er een verzet in mij. Misschien omdat ik weer mezelf probeerde te definieren. Terwijl het juist zo fijn was om vrij te zijn. Wat ik ‘vroeger’ (lees: tot voor kort) altijd deed, was van tevoren een ideaalbeeld creeren in mijn hoofd van hoe ik wilde zijn. Vegetarier. Fit. Serieuze studente. Trouwe vriendin. Dun. Maar door dat te doen, legde ik een enorme last op m’n eigen schouders. Want zie maar eens te voldoen aan het perfecte beeld in je hoofd. Maakt je niet gelukkig. Duh.

Ter nuance: het is niet alsof ik nooit meer mezelf tot de orde roep. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen af en toe een schop onder z’n kont nodig heeft, dus ik ook. ‘Kom op Suusie, nu even focus.’ En ja, de afgelopen dagen vond ik het prettig om op een post-it een paar dingen te schrijven die ik die dag gedaan wilde hebben. Ik denk dat dat prima is. Maar er ligt niet langer een Ever-Expanding Plan of Progress in mijn hoofd waar ik aan moet voldoen. Dat ik vandaag hard werk, wil niet zeggen dat ik morgen nog harder aan de slag moet. Dat ik vandaag twee rondjes campus ren, wil niet zeggen dat ik er overmorgen ook twee moet.

Misschien is dit voor jou wel allemaal heel vanzelfsprekend. Maar ik kan je vertellen: deze vrijheid maakt voor mij een wereld van verschil.