Skip to content

what happens in Kenting…

.. is shared @ Suushi! Toch? I know, inmiddels is het alweer bijna een week geleden dat ik samen met vier andere meiden naar Kenting vertrok. Nu weten trouwe lezers misschien wel dat hoe langer ik wacht, hoe hoger mijn drempel wordt om nog te schrijven over wat ik heb meegemaakt. Desondanks, omdat ik het had beloofd: wat heb ik daar in het zuiden nou precies uitgespookt?

Laat ik bij het begin beginnen. Op zaterdagochtend vertrokken we – ik, Kelly, Annemijn, Iona en Laura – in alle vroegte vanaf de campus. Eerst liepen we de heuvel af tot Kuang-Fu Road, waarvandaan de gratis High Speed Rail (HSR) shuttle bus zou vertrekken. Eenmaal op het HSR-station hadden we een prima aansluiting op de trein van 8:10 uur, en slechts anderhalf uur later waren we bijna aan de andere kant van het eiland. Station Zuoying, bij de stad Kaohsiung. In de Lonely Planet las ik dat de HSR pas sinds 2007 in gebruik is, en dat deze snelheden kent tot 350 km/h (!). In datzelfde boekje bestudeerden we de verdere reismogelijkheden vanaf Kaohsiung. Wie de kaart bekijkt, ziet immers dat het vanaf daar nog een heel eind is naar Kenting..

Er waren feitelijk twee opties: we konden een bus pakken voor tussen de 300 en 380 NTD per kaartje, of een taxi voor 400 dollar per persoon. Dat laatste was volgens de LP ruim een uur sneller en werd dan ook aanbevolen voor groepen. Want zeg eerlijk, wat is nou 10 euro voor een rit van ruim anderhalf uur?

Zo gezegd, zo gedaan, en omdat we vroeg waren vertrokken was het nog maar net middag toen we voor de deur van het hostel werden gedropt. Het Catholic Hostel, welteverstaan. Geen van ons had daar specifiek behoefte aan, hoor, maar omdat onze trip zo spontaan was, waren alle andere opties al volgeboekt. Bij de receptie wachtte ons een domper: hoewel de vrouw aan de telefoon de avond tevoren duidelijk had gezegd dat een zespersoonskamer voor twee nachten 2800 dollar kostte, bleek dit ineens 4200 te zijn. We hebben geprobeerd duidelijk te maken dat ze dat echt niet had gezegd, maar gezien het gebrekkige Engels dat men sprak zonder succes. Oh, in zulke situaties had ik zo graag vloeiend Chinees gebabbeld…

Nadat we onze koffers op het knusse kamertje hadden gedropt – de matrasjes hier waren trouwens nog twee keer zo dun als in het Homey Hostel, en overal krioelden mieren, die gelukkig nadat we klaagden met insectenspray en nieuwe lakens werden bestreden – togen we naar de hoofdstraat op zoek naar lunch. Voordat ik het enigszins doorhad, was de rest al bij een random restaurant naar binnengelopen. Een blik op het menu buiten leerde me dat het voedsel hier stukken duurder was dan in Hsinchu, en zodra we binnenkwamen werd ik nog minder enthousiast. Nou ja, we waren met z’n vijven, dacht ik, ik kan toch niet gelijk gaan tegenstribbelen?

Het eten was inderdaad matig, en de drankjes arriveerden pas lang nadat we onze borden hadden gekregen. Toen de door mij bestelde orange juice na een kwartier wachten uitverkocht bleek, en ik in mijn smakeloze shrimp pancake een vastgebakken haar aantrof, verging m’n eetlust totaal. Met tegenzin gaf ik de ongeïnteresseerde ober zijn 260 dollar – nog niet eerder telde ik in Taiwan zo veel neer voor een maaltijd.

Een kwartier later was mijn humeur gelukkig alweer stukken beter. Hoe kon het ook anders, bij de aanblik van de helderblauwe zee? Op aandringen van Iona en Laura huurden we een parasol; iets waar ik aanvankelijk sceptisch, maar achteraf ontzettend blij mee was. Zij waren vaker in tropische oorden geweest en wisten natuurlijk hoe fel de zon hier kan zijn. Langer dan een half uur uit de schaduw hield niemand het uit – dan werd je zo’n beetje levend gegrild.

De zee was heerlijk, het water precies de goede temperatuur en oh, wat was het fijn om af te koelen. Toch voelde ik me de eerste middag nog wat onwennig tussen de vier andere meiden – zij kenden elkaar immers al bijna een week en ik had hen voor dit tripje nog amper gesproken. Daarbij moest ik best even omschakelen na ruim anderhalve week met twee jongens te hebben gereisd. Een club meiden gaat toch duidelijk anders met elkaar om dan een groepje dudes, merkte ik al gauw.

‘s Avonds aten we – op aanraden van ons reisgidsje – bij Amy’s Cucina, een westers restaurant. Hier kreeg ik dan eindelijk m’n versgeperste orange juice! Daarna slenterden over de enorm lange en drukke night market van Kenting. We keken hoe inktvissen op stokjes werden gegrild, zagen bakken vol vers seafood en Annemijn kocht een enorme kokosnoot met een rietje om uit te drinken. Toen we de golden arches van de o-zo-herkenbare McDonalds zagen, konden Kelly en ik de verleiding van een Sundae-ijsje niet weerstaan. Op de terugweg naar het hostel kwamen we langs een bar waarvan overal mensen liepen te adverteren. Er zou een spectaculaire show plaatsvinden, met onder andere ladyboys. Toen Iona me dat fenomeen uitlegde, bedankte ik vriendelijk, maar zij en Laura hadden wel zin om op avontuur uit te gaan. Daarop splitsten we de groep; samen met Kelly en Annemijn bracht ik de rest van de avond rustig op bed door, met een boekje en muziek.

Zondag sliepen we allemaal lekker uit. De andere meiden waren oorspronkelijk van plan om vroeg op te staan en een 3-uur-durende boottocht te maken naar het eiland Lanyu, maar na diverse verhalen van locals waren ze op dat plan teruggekomen. Hoewel ik van tevoren had aangegeven dat ik niet mee wilde naar Lanyu en dat ik me prima in m’n eentje kon vermaken in Kenting, was ik achteraf blij met hun keuze. Het was natuurlijk veel gezelliger om met z’n allen naar de Kenting Forest Recreation Area te gaan. Ruim twee uur liepen we door een jungle-achtig park. Het was ontzettend mooi en ik kreeg eindelijk het gevoel dat Taiwan méér is dan vierkante betondozen en smogstraten vol scooters. Behalve van het park genoot ik ook in toenemende mate van mijn reisgenootjes; in gesprekken tijdens het wandelen leerde ik hen een stuk beter kennen. Daarbij gaf het een goed gevoel om met z’n allen zo’n wandeltocht te maken. Team spirit!

In de avond gingen we opnieuw op een eettip van de Lonely Planet af. Warung Didi beloofde volgens de beschrijving veel goeds: “excellent Thai and Malay curries, good music, beer and lively beach atmosphere.” We werden niet teleurgesteld. Het eten was inderdaad heerlijk – ik denk het beste voedsel dat ik tot nu toe hier heb gehad – en geen van ons kon ophouden met jubelen over hoe gezellig en leuk deze plek was. Met goedgevulde maag viel ik al vroeg in de avond in slaap.

Maandag genoten we nog een laatste lange ochtend van het strand. Om drie uur stapten we ten slotte in een taxi, die beloofde ons terug te brengen naar Kaohsiung. Aan de rand van Kenting stopte hij echter langs de weg, en hij maakte ons duidelijk dat we moesten uitstappen. ‘Jullie gaan verder met een andere taxi,’ gebaarde hij, en hij wees op een roestige landrover. Wat een rip-off! Gelukkig voelden de andere meiden hier net zo min voor als ik. Zomaar bij een vreemde mannetje in een random oude wagen stappen, in plaats van te reizen in een licensed yellow taxi zoals ons was beloofd? No way. Toen de mannen doorkregen dat we niet te bedonderen waren, begonnen ze druk te bellen. Uiteindelijk stopte een andere gele taxi, die ons voor 300 dollar per persoon terugbracht naar de HSR.

Op een file na verliep de terugreis soepel. Eenmaal in de trein vloog de tijd voorbij en rond een uur of negen ‘s avonds waren we terug in onze dorm, waar ik mijn reisgenotes gedag zei en hen bedankte voor de heerlijke dagen. In korte tijd hebben zij me veel nieuws geleerd: over reizen, over hun levens en tot mijn verbazing ook over mezelf. Zoals Mark Twain al ooit schreef: “travel is fatal to prejudice, bigotry and narrow-mindedness.

Ja, what happened in Kenting was meer dan de moeite waard!

( 1 ) Comments

  1. Eline | 16 september 2011 at 18:52

    Wat een fijn stuk en wat leuk dat het zo geslaagd was met de meiden!
    (en elke keer als ik je stukjes lees, ben ik heel trots op je, dat je dit gewoon doet!)

Laat een berichtje achter:

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *