mijn Bikram-gevoel

Tijd om te vertellen over mijn eerste Bikram yoga ervaring, afgelopen dinsdag.

Laat ik bij het begin beginnen: ik was al tijden nieuwsgierig naar deze vorm van yoga. Een paar jaar geleden volgde ik een keer in de week Iyengar-yoga lessen bij een kleine studio in de straat van m’n ouders, maar zodra ik op kamers ging ben ik daarmee gestopt. Toch bleef ik aan yoga denken en zo nu en dan deed ik wat oefeningen een strekkende hond als ik wakker werd, een paar grondoefeningen voor het slapengaan. Eerder vertelde ik al dat ik sinds kort weer les heb, bij het sportcentrum van de universiteit. Het is fijn om weer regelmatig mijn lichaam tot rust te laten komen en tegelijkertijd sterker te maken.

Bikram is nét even wat anders, las ik al snel. Ik kwam ermee in aanraking door Genesis en GA, beiden fanatiek beoefenaars van deze vorm van yoga. Genesis heeft de afgelopen maand zelfs een ’30 day bikram challenge’ gedaan – wat dus inderdaad inhoudt dat ze élke dag een les Bikram volgde in april. Wat bikram verder ook is; dit op zich vind ik al enorm inspirerend.

Maar wat is Bikram nu? Op de site van Bikram yoga Den Haag – een van de weinige plaatsen in Nederland waar je de sport kan beoefenen – stelt men dat een les ‘naast een hoop plezier ook een fysieke uitdaging is’. Een les Bikram duurt negentig minuten; in deze tijd voer je 26 vastgestelde asana’s (yoga-houdingen) uit in een bepaalde volgorde. Dat gebeurt onder begeleiding van een instructeur – en in een ruimte van veertig graden Celcius. Essentieel detail.

Het enthousiasme en de aansporingen van Genesis en GA maakten dat Hedoniste en ik afgelopen dinsdag afreisden naar Rotterdam voor onze eerste les Bikram. Zowel benieuwd als bevreesd stapten we het modern vormgegeven gebouw in. De mannen achter de balie merkten ons direct op als nieuwelingen en gaven ons enige uitleg. ‘Doe rustig aan. Het belangrijkste doel van je eerste les is om de negentig minuten lang in de ruimte vol te houden.’ Oh jee. Waar was ik aan begonnen?

Toen ik de studio binnenstapte kwam een golf van prettige warmte me tegemoet. Ah, dit was nog best aangenaam – een soort half-opgewarmde sauna, prima te doen. In navolging van mijn gevorderde vriendinnetjes rolde ik m’n yogamatje uit en spreidde een handdoek erover. De leraar – een gespierde jonge man in niets dan een zwembroek – begroette ons en gaf het teken dat de les begon.

Waar ik de eerste twintig minuten de meeste moeite mee had, was het verstaan van de snel gesproken Engelse instructies van de leraar. De houdingen volgden elkaar in sneller tempo op dan ik van m’n andere yogalessen gewend was en ik werd niet in m’n houdingen gecorrigeerd. Ik was dus vooral bezig te begrijpen wat ik moest doen. Na ongeveer de helft van de les viel ik een beetje in het ritme, al moest ik af en toe even gaan zitten omdat ik duizelig werd van de hitte en het zweet. Als ik voor m’n gevoel lekker in een houding stond, was de warmte niet onderdrukkend maar stimulerend en ik begreep waar Genesis’ passie voor Bikram vandaan kwam. Na negentig minuten verliet ik werkelijk doorweekt de zaal.

De lauwe douche achteraf koelde m’n huid en na afloop kwam ik bij op een bankje in de zon, in gezelschap van m’n vriendinnetjes en onder het genot van biologisch kokosnootsap. ‘Hoe vond je het?’ vroeg GA. ‘Heerlijk,’ was alles dat ik kon zeggen. Ik was overweldigd van indrukken en mijn lichaam voelde alsof ik vijf kilometer had gerend na een lange sauna-dag: vermoeid, maar rozig en fijn.

Pas de volgende dag in de trein naar huis had ik de gelegenheid om zelf in alle rust over m’n ervaring na te denken. Dat heb ik vaker met nieuwe dingen: direct na de beleving kan ik niet goed bij wat ik werkelijk denk en voel. Dat bewustzijn sijpelt pas later langzaam naar binnen. Ik realiseerde me dat Bikram inderdaad een totaal andere beleving van yoga geeft dan ik gewend ben. Voor mij is het niet de prettigste manier. Ik werd niet gecorrigeerd in m’n houdingen, terwijl het zo prettig is als een leraar dat doet. Ik had geen rust en tijd om me te concentreren op mijn ademhaling, om die te sturen en te gebruiken bij het uitvoeren van de oefeningen en om mezelf af en toe af te vragen: ‘hoe voelt dit? Wat zegt mijn lichaam?’. Het tempo waarin de asana’s elkaar opvolgen en de manier van instructiegeven doen me sterk denken aan sportschoolmentaliteit. Bikram is dan ook de enige vorm van yoga waar kampioenschappen voor bestaan. Voor mij botst dat. Yoga draait voor mij om in contact komen met m’n lichaam, om leren bewust te zijn van m’n ademhalingen, om tot rust komen, om acceptatie van hoe dingen zijn en mezelf de ruimte geven die ik nodig heb. Tijdens de Bikram oefeningen was het verboden m’n ogen dicht te doen, terwijl dat me vaak helpt beter te concentreren. Drinken tijdens de les werd niet op prijs gesteld en het was niet toegestaan gedurende de negentig minuten de zaal te verlaten. Voor mij correspondeert dat niet met ‘luisteren naar m’n lichaam’, hoewel ik moet zeggen dat het wel bijdraagt aan het verleggen van je grenzen.

Begrijp me niet verkeerd: ik vond Bikram niet onprettig en ik zal vast nog eens met Genesis en GA mee gaan voor een les. Ik zie dat het volgen van Bikram yoga hen erg goed doet; zowel fysiek als mentaal bewonder ik mijn vriendinnetjes in hoe sterk ze zijn. Bikram is inderdaad een fysieke uitdaging en prikkelt me in die zin. Toch is het niet wat ik zoek in yoga. Misschien moet ik het dan ook niet zo zien. Voor mij zal het een sport zijn die ik zo nu en dan eens beoefen ‘voor erbij’ – dit trouwens ook uit praktisch oogpunt, want een les kost vijftien euro en past daarmee amper in een studentenbudget. Bikram-beoefenaars zeggen dat elke les volledig anders kan zijn en alleen al om die reden wil ik zeker nog eens mee. Mijn nieuwsgierigheid naar bikram en wat het doet is niet verdwenen; wel heb ik mijn verwachtingen bijgesteld.