carnaval is zo gek nog niet
Het is vrijdagavond en ik sta op Tilburg Centraal op de bus te wachten. Ik voel me rozig en blij na een fijne middag en avond met Eline. Om me heen zie ik ondanks de winteravond opvallend veel kleur: oh ja, het is carnaval. In stilte lach ik om de zwalkende meisjes op veel te hoge zilveren hakken met bevroren benen en boa’s om hun nek.
Dan komt een drietal jongens, type sjonnie, mijn kant op gelopen. Het is een bont gezelschap: de een draagt een glimmend gouden broek met bijpassende sneakers en zonnebril, de ander een knalroze pak met krulstaart en de kop van een big in zijn nek. De derde is vooral gewoon heel dronken. ‘Eusj, welleke bus moeten we hebben?’ vraagt Krulstaat terwijl hij vaag naar het busbordje tuurt. ‘Jaaaa, daar issie al!’ lalt de ander, wijzend naar de bus die voor zijn gouden muiltjes parkeert. Gniffelend lopen de jongens naar de bus.
Ik wissel een blik met het meisje naast me en we giechelen. ‘Oh help, ik moet zo meteen met hen in de bus’, knikt zij naar de jongens, die intussen de buschauffeur uitlachen omdat die beweert dat zijn bus niet degene is die zij moeten hebben. ‘Wedden heh, wedden, ik zet zo veul geld op dat busbordje, zekerste weten waar, gij staat hier verkeerd, diz egwel d’n bus!’
‘Ehm, mag ik mijn deuren dichtdoen en verderrijden?’ glimlacht de buschauffeur quasi-geirriteerd en hij rijdt weg, de jongens verdwaasd achterlatend.
Dan keren ze zich naar ons. Er volgt een melige conversatie; ik vind het vaak grappig om mee te gaan in het dronken gebrabbel van mensen, mits ze me goedgezind zijn natuurlijk. De verklede boerenzoons deden geen vlieg kwaad, zei mijn intuïtie, dus ik vermaakte me prima tot mijn bus er was. Toen bovenstaande buschauffeurconversatie zich herhaalde verzocht ik hen vriendelijk doch dringend dat ik wel in deze bus wilde stappen en wenste ik hen nog een fijne dronkenschap. Ik zwaaide nog even naar het meisje, hopend dat de jongens zich verder tegen haar zouden gedragen en lachte toen met mijn medepassagiers de jongens hartelijk hardop uit.
Ik kon niet stoppen met grijnzen. Het was zowaar gezellig, vanavond in Tilburg. De ijzige wind waarin ik normaal in m’n eentje sta te wachten was veel minder koud. Nou ben ik totaal niet ‘van de carnaval’, integendeel, maar ik moet zeggen, vandaag verbreedde mijn blik. Ik bedoel, de rest van het jaar loopt iedereen met z’n iPod in de oren en blik-op-oneindig langs elkaar heen. Vandaag was er contact, gemeenschappelijkheid, gelach. Er klinkt blijdschap door de stad, en ik glimlach mee.
Kunnen we het zo niet vaker doen?
Tags: column, liefde, reizenPosted in leven |



Wat een leuk stukje heb je geschreven, zeg! I like it! Ik heb vorige week een soort van Carnavals feestje gehad hier in Melbourne, ik vond het zwaar kut! I don’t like it…
Suus schrijft. Woehoe! (En ik had ook een stel gezellige carnavallers toen ik mijn bus uit kwam:
‘Je gaat de verkeerde kant op!’
‘Sorry jongens, ik ga niet.’
‘O, tot morgen dan!’
‘Uh, ja, natuurlijk tot morgen!’
‘Weltrusten!’)
Ahaa! Goedzo! That’s the spirit. Carnaval is gezelligheid. Daar gaat het om!
Alaaf!
Mja, zonder de slechte muziek perhaps?