Skip to content

Taiwan: all good things come to an end

Nog een paar dagen ben ik in Hsinchu. Gisteren regelde ik mijn verblijf voor de laatste week in Taipei; ik zal mijn reis eindigen waar ik haar begon, bij Josh en Kelly in het Homey Hostel. Ik vond het moeilijk om de knoop door te hakken. Wanneer ga ik hier weg? Ik zou morgen al kunnen gaan, of vanavond, of nu… Nee, nog even geduld Suusie. Eerst wil ik wachten tot alles op de campus weer open gaat. Nog één keer een duik nemen in het zwembad, m’n laatste chocolade-banaan wafel eten, een Oolong-tea-and-orange-juice halen in Dining Hall 1, afscheid nemen van de campus loop die ik de afgelopen vijf maanden zo vaak rende. Vijf maanden? Echt? Ben ik hier al zo lang? Die gedachte schiet de afgelopen dagen regelmatig door mijn hoofd. Aan de ene kant is het ontzettend snel gegaan, en aan de andere kant is er zo veel gebeurd dat het ook niet in minder tijd had gekund.

Gisterenmiddag kwam ik terug uit Tainan. Ik reed mee met Rainy’s oom en tante, die terug gingen naar hun huis in Taipei en mij wel even wilden afzetten op de campus. Ideaal! Ik had nog langer in het zuiden kunnen blijven – ‘you can stay as long as you want’, zei Rainy toen ik haar vertelde wat een ghost town de campus was toen ik vertrok. Toch merkte ik dat, ondanks dat Chinese New Year een interessante ervaring was, ik al vrij snel weer de behoefte had me af te zonderen. Het klinkt misschien stom, maar ik kon het bijna niet meer opbrengen om vier dagen lang sociaal en gezellig te doen met onbekenden. Natuurlijk was het een hele eer dat ik was uitgenodigd om het familiegebeuren bij te wonen, en ik probeerde dan ook zo veel mogelijk te participeren, open en spontaan te zijn. Maar om eerlijk te zijn kostte het me veel moeite. De afgelopen maanden heb ik zo veel nieuwe mensen ontmoet, gesprekken gevoerd, verhalen aangehoord. En hoe lief, aardig, vriendelijk en geinteresseerd alle Taiwanezen ook zijn, voor de tweehonderdste keer vertellen dat ik uit Nederland kom en dat ik exchange student ben en vragen beantwoorden over wat ik heb gedaan en of ik het naar m’n zin had in Taiwan, word me een beetje te veel.

Weet je, de eerste maanden vond ik het hartstikke leuk, al die nieuwe mensen met hun verhalen. En steeds maar horen dat ik ‘so beautiful!’ ben, en meerdere malen per dag op straat worden aangesproken of ik even met iemand op de foto wilde, was lange tijd vleiend. Ik was blij dat iedereen zo vriendelijk tegen me deed en het was leuk om te zien dat zelfs elke baliemedewerker en cassiere geinteresseerd was in mijn reis. Maar de afgelopen weken is dat veranderd. Als ik de Starbucks in loop wil ik gewoon een warme choco, een stoel in de hoek, en met rust gelaten worden met m’n boek. Niet eerst door de kassajongen naar m’n naam worden gevraagd, vervolgens me verplicht voelen een gesprekje aan te knopen – want ja, hij keek alsof hij dat graag wilde maar er bijna te verlegen voor was, en ik wil als ‘westerling’ toch een goede indruk maken. En als ik dan vervolgens een plekje zoek, wil ik gewoon m’n boek kunnen openslaan en wegduiken in het verhaal, niet eerst een kwartier lang vragen beantwoorden van de trotse moeder en haar zoon aan het tafeltje naast me. Goh, hij was in Nieuw-Zeeland geweest? Leuk voor hem! Echt, als ik ‘m in m’n eerste week in Taipei had ontmoet had ik alle verhalen en ervaringen willen uitwisselen, maar nu… Desondanks zette ik een lach op en vertelde wat over mijn tijd in Hsinchu.

Ik ben verzadigd, op, vol. En dus wil ik me terugtrekken in m’n dorm – alleen zijn, even helemaal niets. Maar ben ik eenmaal in m’n uppie, dan overvalt de stilte me, verveel ik me dood en voel ik me vooral doelloos. Voor je nu denkt dat ik alleen maar kan zeuren: dit gevoel is op zich niet verkeerd. Het is goed om ook dit stuk van de reis mee te maken en me te realiseren dat ondanks dat ik in het verleden soms gek werd van drukte in m’n leven, het ook juist die chaos is die me sprankelend houdt. Uitdagingen, bezigheden – momenteel heb ik er geen. Zelfs hardlopen kan even niet, want de afgelopen twee keer had ik last van m’n scheenbeen en uit angst voor blessures dwing ik mezelf tot minstens een week rust.

Gelukkig gaat het zwembad morgen weer open (tenminste, als ik de Chinese tekst op de deur goed heb begrepen), en de 29e gaat ook de rest van het leven op de campus weer van start. De afgelopen twee dagen besteedde ik vooral met series en Facebook, en in de avond liep ik naar Guang-Fu Road om wat te eten. Daarna zat ik een aantal uurtjes in de Starbucks met m’n boek. Nu zijn al m’n boeken uit en dus heb ik morgen wat te doen! Op naar Taipei, voor een bezoekje aan de Eslite bookstore. En als ik dan toch in de grote stad ben, kan ik daar net zo goed gebruik van maken door ergens lekker te gaan eten, nietwaar?

Een deze dagen pak ik m’n grote koffer een laatste keer in (dat deed ik al eerder, maar inmiddels is het weer een warrige berg kleren geworden waar ik elke dag wat uit vis), en op 2 februari zal ik de dorm definitief verlaten. Voor de laatste week heb ik al een aantal ideeen: natuurlijk wil ik nog wat souvenirs en cadeaus zoeken, en daarnaast ben ik van plan een paar musea te bekijken en natuurlijk te genieten van pizza bij Maryjanes en de andere goede eetplekjes van Taipei. Wat ik precies zal doen, dat lees je snel genoeg. Oh, maar eerst binnenkort natuurlijk nog een verslag van Tainan!

De dag voor en de dag na Chinees Nieuwjaar dwaalde ik in m'n eentje door Tainan. Beide keren eindigde ik in een relaxte stoel met m'n boek.

Vanavond ging ik eten bij de nieuwe Sushi Express naast de ai mai. Misschien was het wel de laatste keer...

 

 

Taiwan: stilte voor de storm & hoe het goed kwam met mijn dorm

De campus – ja, ik ben er nog, kom ik zo op! – is veranderd in een ghost town. De lanen zijn verlaten, Dining Halls zijn gesloten en zelfs 7-Eleven (normaal gesproken altijd open) is dicht. Af en toe rijdt er nog een auto, hier en daar loopt een student met een koffer achter zich aan, maar verder is de levendigheid ver te zoeken. Ook in de dorm is het merkbaar stiller. Op mijn eigen kamer – die heb ik nu voor mezelf, want Russisch meisje is verhuisd naar een flat – maar ook op de gangen. Ik maak geen praatjes meer bij de waterautomaat; de Nederlandse meiden zijn een paar dagen geleden vertrokken.

Wat zal ik eens eten vanavond? Het enige waar ik zo onderhand nog naar verlang is comfort food, pasta’s met groenten of chili sin carne, maar elke avond naar een westers restaurant is niet praktisch en past bovendien niet in mijn budget. Wat zal ik eens doen vandaag? Het zwembad en de sportschool zijn gesloten, er is niemand om thee mee te drinken en bovendien gaan morgen naar ik heb vernomen alle winkels en restaurants voor minstens vier dagen (!) dicht. Chinees Nieuwjaar is net zoals bij ons met Kerst, heb ik gemerkt; de ai mai is tot de nok toe vol gestapeld met feest-eten, het is er een drukte van jewelste en iedereen bereidt zich voor om een paar dagen naar familie te gaan.

Gelukkig heb ik ook plannen. Morgen ga ik naar Tainan, en dan blijf ik een paar dagen bij Rainy en haar familie. Ik vind het spannend;  het is een echt familiegebeuren, en ik zal me waarschijnlijk deels moeten redden met m’n beste Chinees. Daarbij ben ik een beetje bang om onbedoeld onbeleefd te zijn – culturen kunnen zo verschillen! Vorige week ontdekte ik bijvoorbeeld per toeval dat het not done is om je chopsticks rechtop in je kommetje rijst te prikken. Dat staat namelijk symbool voor de dood. Oeps… hoe vaak heb ik dat niet onbewust gedaan?
Behalve die kriebel van zenuwen heb ik ook zin om weer naar het zuiden te reizen. Tainan is prachtig en volgens internet is het er momenteel 23 graden Celsius. Ook is het natuurlijk hartstikke gaaf om het Chinese Nieuwjaar mee te maken volgens de echte tradities.

Waarschijnlijk ben ik rond woensdag weer terug in de dorm. Zoals ik al zei, is dat allemaal goed gekomen. Donderdagochtend kwam het verlossende telefoontje van Amy Chen. “I have good news for you, you can stay in your dorm.” Uiteraard – plotseling is er blijkbaar geen ‘other student’ meer die in mijn bed wil slapen. Typisch Taiwan… maar goed, ditmaal wel in mijn voordeel! Ik betaal nu 100 NTD (2,50 euro) per nacht om hier te mogen blijven, en ik heb als het goed is de rest van de tijd de kamer voor mezelf. Dat wil zeggen, zolang er geen nieuwe studente op de plek van m’n vertrokken Russische roommate komt. Ach, ik zie het wel. Sowieso ben ik van plan om de laatste 4-5 dagen in Taipei te zijn, om afscheid te nemen van die stad. Ik ga haar missen.

Nu zijn er nog twee weken en vijf dagen over. Ja, om eerlijk te zijn: ik tel de dagen af, en als ik de keuze had zou ik ook best vanavond al willen vertrekken. Toch realiseer ik me ook dat dit deel is van de reis, en dat het belangrijk is om te leren niet weg te lopen als het even moeilijk wordt. Straks in Nijmegen liggen er weer genoeg uitdagingen op me te wachten. Dus waarom niet nu nog even genieten van niets hoeven? En dus laat ik mijn verstoorde ritme (slapen tot noon en ontzettend laat weer in bed kruipen) voor wat het is, verslind de ene aflevering Lost na de andere, loop tussendoor een rondje hard en doe verder niet zo veel. En wat avondeten betreft? Ik denk dat ik maar naar de night market loop voor een bord teppanyaki of een berg sushi. Nu kan het immers nog!

 

en toen was ik bijna dakloos

Het gebeurde tijdens een Skype-sessie met de Keukenprinses, maandagavond. We waren al aan het afsluiten (‘geniet van je dag!’ – ‘lekker slapen zo!’) toen mijn oog viel op het tablad van m’n browser. Inbox (1). Gedachteloos klikte ik het aan. Het was antwoord van Amy Chen was, het hoofd van de International Office op NCTU, die ik vanmorgen had gevraagd hoe lang ik eigenlijk nog in de dorm mocht blijven. Hoewel een paar Taiwanezen me eerder hadden verzekerd dat je gewoon tijdens de wintervakantie in de dorm kon zijn, had ik van m’n Russische kamergenote onlangs een ander verhaal gehoord. ‘You know, you have to check-out before January 19,’ zei ze op de dag dat ze verhuisde naar haar nieuwe flat.

Tijd voor verheldering dus. Helaas had Amy Chen geen goed nieuws voor me. According to Housing Service Division, you should leave your dorm by 5:00pm, January 19th. Since they’ve already assigned your dorm to the other student, you can not to stay in your room anymore after Jan. 19th. Eh..  say what?! Dat was al binnen vier dagen! Hoewel ik er eerst vooral hard om moest lachen – want gosh, dit is dus echt weer typisch Taiwan – drong de gehele situatie al gauw tot me door. Verschillende gedachten gingen door me heen. Woah, ga ik nu plots onverwacht weg uit Hsinchu? Goed dat ik al was begonnen mijn koffer in te pakken… Yes, eindelijk de eerste stappen naar huis. Maar ik wil nog helemaal geen afscheid nemen van het zwembad! Zou ik de jongens ook moeten waarschuwen? Haha, word ik gewoon m’n kamer uit gezet! Oh jee, waar moet ik nu slapen? Zal ik gewoon na Chinees Nieuwjaar gelijk naar Taipei gaan dan? Maar wat moet ik dan tot ik zondag naar Tainan vertrek? Jemig, ik heb ontzettend veel spullen, hoe ga ik die in godsnaam verslepen…

Goed. Helaas had ik een eetafspraak en veel tijd om direct dingen te regelen was er dus niet. Ik sprong snel onder de douche en haastte me naar de bushalte aan Guang-Fu Road. Vanavond zou ik gaan eten met Iris Tuan, een docente die me in het begin van het semester was toegewezen als begeleidster maar die ik tot dan toe nog nooit had ontmoet. Gelukkig was de eet-date erg gezellig en toen ik mijn housing problems met haar deelde, bood Iris spontaan aan dat ik wel in een kamertje in haar huis kon logeren, als ik echt niets anders zou kunnen vinden. Bij wijze van final back-up. Fijn! Nu was de druk er een beetje af.

Omdat op de campus blijven echter een gunstiger alternatief is, ging ik gistermiddag naar de International Office om met Amy Chen te overleggen. Ze vertelde een beetje verbaasd te zijn dat ik, Jesper en Alex uberhaupt nog in Taiwan waren. ‘Most of the exchange students have gone home already…’  Yes, dat weet ik, zuchtte ik in gedachten, en het liefst zou ik hetzelfde doen. ‘Toen we in mei onze tickets boekten, hadden we geen goed zicht op de planning dus we hebben zomaar een datum geprikt,’ legde ik haar uit.

Gelukkig toonde Amy zich erg meelevend en behulpzaam. Ze belde naar de Campus Housing Division, maar werd daar helaas weg-gebonjourd. Blijkbaar was de vrouw die er de baas was de komende twee dagen niet aanwezig, dus ze konden nu niets voor me doen. Ik gaf Amy mijn telefoonnummer en ze beloofde donderdag te bellen met nieuws. Het best-case scenario is dat ik in elk geval tot eind januari in de dormitory kan blijven; theoretisch gezien kan dat gewoon in m’n eigen kamer, aangezien de Vietnamese meisjes tot half februari in Vietnam zijn. Maar nogmaals, het is Taiwan, dus wellicht dat dit om administratieve redenen niet mogelijk is. In dat geval ben ik allang blij als er ergens op de campus nog een bed vrij is. Dat moet haast toch wel zo zijn?!

Op dit moment is de situatie nog volledig onduidelijk. Ik kan momenteel niets anders doen dan het telefoontje van Amy Chen morgen afwachten, om dan te horen wat het mevrouwtje van Housing Devision te zeggen heeft. Moet ik inderdaad de 19e (morgen dus al!) uitchecken, dan heb ik een paar alternatieven. Ginger, een meisje dat bij me in Chinese les zat en dat op dezelfde gang woont als ik, zei gisteravond dat er in haar dorm een bed vrij is en dat ik daar wel (semi-stiekem) mag blijven, en Rainy heeft aangeboden dat ik in haar bed mag slapen zolang zij in Tainan is (maar ja, hoe krijg ik dan haar sleutel?). Ten slotte is er natuurlijk nog Iris Tuan.

Het komt vast goed, op de een of andere manier, maar een beetje vervelend is het wel. Inmiddels heb ik m’n koffers zo veel mogelijk ingepakt en er staat een doos klaar om naar huis te sturen. In gedachten neem ik al afscheid van de campus, het zwembad, de vertrouwde paadjes, het wooden waffle house… maar stiekem hoop ik dat ik gewoon nog een week of twee in Hsinchu kan blijven. Of nou ja… wat er ook gebeurt, zondag vertrek ik voor Chinees Nieuwjaar een paar dagen naar Tainan, en ik ben sowieso van plan om de laatste week van m’n Taiwan-reis in Taipei door te brengen. Verder, wat mijn toekomstig zwerverbestaan (?) betreft: I’ll keep you posted!

 

living is easy with your eyes closed

En plotseling is de eerste helft van de eerste maand van 2012 alweer voorbij. Of het snel gaat? Deels. Het ene moment geniet ik met volle teugen van de momenten hier: dansen tot diep in de nacht, rode wijn drinken met uitzicht over Hsinchu, praten over Het Leven tot het weer licht wordt, knallen in het zwembad, rondjes campus rennen en lekker uit eten in Taipei. Helaas overvallen me steeds vaker momenten dat ik het liefst morgen in het vliegtuig stap. Lekker naar huis. Ik kon de verleiding niet langer weerstaan en heb m’n koffers al onder het stof vandaan gehaald. Natuurlijk is het voor echt inpakken nog te vroeg, maar ik wil een doos met spullen naar huis sturen en dan moet ik wel weten hoe veel er niet meer in m’n koffer past.

Vandaag schrijf ik m’n laatste essay af (althans, dat is de bedoeling). Verder heb ik besloten het de komende week rustig aan te doen. Back to basics, daar ben ik wel aan toe na alle hectiek van de afgelopen week. Mijn bioritme is weer volledig overhoop gegooid (het was het waard, hoor, die laatste uurtjes quality time met de Internationals voordat iedereen vertrok!) en het gevolg daarvan was gisteravond enorme chaos in mijn hoofd. Daarnaast knaagt er de laatste tijd steeds vaker iets anders aan me: ik ben niet meer tevreden met de gemakzuchtige manier waarop ik de laatste maanden steeds meer ben gaan leven.

Waar is het vega hippie-meisje gebleven dat stellig zei nooit een auto te nemen? Sinds wanneer ben ik zo verslaafd aan m’n smartphone en Facebook dat het eerste dat ik doe als ik een cafe binnenstap is kijken of er WiFi is? Waarom kom ik pas uit bed als ik nieuwsgierig ben naar nieuwe e-mail? En hey, die boeken die ik nota bene vanuit Nederland mee naar hier nam zijn nog steeds niet allemaal uit!

Het voornaamste dilemma is dat ik enerzijds mezelf geen beperkingen wil opleggen, anderzijds wel bewust wil leven. Living is easy with your eyes closed. Zo simpel om op verstand-nul mee te draaien in de kapitalistische wereld, domweg continu spullen te kopen gewoon omdat het kan. Gelukkig zijn er een aantal mensen die me de afgelopen tijd een beetje wakker schudden. Om te beginnen natuurlijk Mille Pagine, met haar Living Like Larry-blogs. Daarnaast vriendinnetje Rebelle, die al zolang ik haar ken zich druk maakt om de bioindustrie en vegan cosmetica. Ook stuurde EP me van de week dit linkje over de man die geen afval meer wil produceren. ‘Dit vond ik iets voor jou’. Ik voelde me een beetje schuldig toen ik het las… jemig, wat ben ik gemakzuchtig geworden. Hier in Taiwan is het plasticverbruik nog veel groter dan in Nederland, en vragen of je kassabonnetje niet kan worden geprint is niet mogelijk. Maar dat is geen excuus om niet weer mijn best te gaan doen.

Wat verder indruk op me maakte, is dit filmpje. Het duurt twintig minuten en OK, ik moest even wennen aan haar stem, maar er worden een hoop rake punten gemaakt. Vooral in de tweede helft worden dingen gezegd die weliswaar niet altijd nieuw voor me waren, maar wel exact wat ik nodig had om weer even te horen. Oh, wat zit de wereld toch bizar in elkaar. “We’re on this crazy work-watch-spend-tredmill and we could just… stop.”

De afgelopen tijd hield ik mezelf steeds voor dat het belangrijker was om zorgeloos gelukkig te zijn en te genieten van de mogelijkheden van het leven, zonder mezelf te beperken, dan om consequent vegetarisch te eten of mezelf ervan weerhouden spullen te kopen die ik ‘nodig’ had. Nu is het tijd om mezelf een schop onder m’n kont te geven. Wake up, Suusie. Nee, ik kan de wereld niet veranderen, maar ik kan wel proberen te luisteren naar de innerlijke stem van mijn idealen.

En dus schreef ik vanmorgen op een post-it:

Deze week wil ik:
- Minder geld uitgeven, ‘het eenvoudige leven’
- Minder producten kopen (more food, less products)
- Minder uren achter Facebook hangen
- Geen vlees en vis eten
- Minder zuivel eten (doe ik eigenlijk al)
- Elke avond om 23:00 in bed liggen

Deze week. Op kleine schaal. En daarna zie ik wel weer verder.

Ik vind het enorm moeilijk om te zoeken naar de balans. Niet streng zijn voor mezelf of boos worden als ik het ‘verkeerd’ doe, maar ook niet simpelweg dan maar m’n ogen sluiten omdat dat makkelijker is. Nee, ik ben er nog lang niet uit. Wel ben ik klaar voor een volgende stap. Dat zal makkelijker zijn als ik straks terug ik Nijmegen ben – met natuurwinkel en inspirerende vrienden dichtbij – maar waarom niet vast nu beginnen? :)

eerste afscheid

Een kort blogje vandaag. Niet omdat ik zo druk ben, gewoon omdat er weinig nieuws is te vertellen. Nog zo’n 1500 woorden moeten er bij m’n tweede essay, en morgenmiddag geef ik een presentatie in het Chinees (!). De andere helft van m’n final exam – het schriftelijke deel – was maandag en hoewel het geen eitje was, ging het best OK. Veel te vrezen heb ik sowieso niet: ‘I will let nobody fail this course,’ zei de lao shi terwijl ze de toets uitdeelde.

Elke dag zijn er nu dingen waaraan ik merk dat de exchange ten einde komt. Gistermiddag zat ik voor de allerlaatste keer twee uur lang verveeld bij Contemporary World. De Zweedse meiden zijn al weg,  Kelly gaat vrijdag en de Fransen vliegen dit weekend ook naar elders in Azie. Gisterochtend vroeg vertrokken mijn Vietnamese roommates naar huis voor het Chinese Nieuwjaar (maar dan natuurlijk op z’n Vietnamees, zo vertelden ze me). En plots drong tot ons door dat we elkaar niet meer zouden zien. Tien februari zijn ze weer in Taiwan, de achtste vlieg ik naar Nederland. Dat ik hen zal missen is te veel gezegd – om eerlijk te zijn, het is heerlijk om nu nog maar 1 roommate en dus meer privacy te hebben, en we waren nooit erg close – maar het is toch een beetje raar. Ik stond te tandenpoetsen in de tochtige badkamer van de dorm, keek naar mijn spiegelbeeld en bedacht: dit komt nooit meer terug, Suusie.

Als ik de mogelijkheid had om ook volgende week – of nou ja, na Chinees Nieuwjaar – naar huis te gaan, zou ik het doen. Ik schreef al, het is wel goed zo. Maar zo lang ik nog niet huilend met heimwee in bed lig, blijf ik hier. Dit is immers mijn kans, nu kan ik nog hier zijn. You don’t know what you have until it’s gone… Dus probeer ik nu vooral niet te ver vooruit te kijken, maar te genieten van de plannen die in de nabije toekomst liggen. Morgenavond gaan we nog een laatste keer uit met alle international students, vrijdagavond drink ik rode wijn met de Songwriter en het weekend ben ik bij Cathy in Taipei. Vandaag kijk ik Lost tot de afleveringen op zijn (downloaden gaat niet erg snel hier) en dan moet ik mezelf maar eens aan dat essay schoppen. 1500 woorden, Suusie. Een half essay en zo’n twintig zinnen Chinees. Die laatste loodjes zijn wat zwaar, maar gelukkig ben ik sterk geworden.

2011: deel II

Yes, dat werd hoog tijd… Ik moet zeggen, het was geen makkelijke klus, maar hier dan toch: het tweede deel van m’n jaarverslag!

Juli
Aan het begin van mijn verjaardagsmaand was de tentamenperiode bijna voorbij. Alleen mijn werkstuk voor Parlementaire Geschiedenis moest nog af. Dat deed ik eigenlijk tussen alles door; in een week reisde ik van Nijmegen naar Dreumel, Velp, Tilburg, Zwolle, Deventer en weer terug. Daarnaast werkte ik op het drukke terras van Bagels & Beans. Zondag 10 juli zat ik nog met mijn collega’s aan de Waalkade te genieten van het personeelsuitje… en een dag later moest ik beschaamd en huilend mijn baas opbellen om te zeggen dat ik voorlopig niet zou komen. Want terwijl verschillende liefsten het al lang hadden zien aankomen, was het voor mijzelf volledig onverwacht: door maandenlang over mijn grenzen heen te gaan en al m’n reserves op te gebruiken, was ik overspannen geraakt. Niet zo erg als twee jaar geleden, hoor, maar het was duidelijk dat ik een behoorlijke portie rust nodig had. Hoe zou ik me anders in hemelsnaam goed kunnen voorbereiden op Taiwan?
En dus nam m’n liefste KS me onder zijn vleugels en probeerde ik weer te leren ontspannen. ‘Ik lees wat, speel zinloze maar best fijne games, maak een wandeling naar de supermarkt, bereid voedsel en rommel zomaar wat rond.’ Op 20 juli vloog ik naar Zweden, om verder vertroeteld te worden door mama, Ben en Broer. Ik vierde mijn twintigste verjaardag in de Scandinavische zon – het was een prachtige, warme dag – en leerde een nieuw woord: lagom.

Augustus
Na tien dagen even helemaal weg was het helaas alweer tijd om naar huis te gaan. Dat was even moeilijk, maar er was genoeg te doen: tot dan toe had ik nog niets uit Taiwan gehoord, en daar begon ik me zo onderhand een beetje druk om te maken. Augustus stond dan ook voornamelijk in het teken van dingen regelen voor m’n grote reis. Man, wat een gedoe was dat! Uiteindelijk lukte het op het nippertje om op tijd een visum te krijgen (echt, het had geen dag langer moeten duren). Ik had een ouderwets vertrouwd-fijne middag met de Keukenprinses, en gaf een feest: Suusie’s Twintig & Taiwan Flower Power Party. Ik denk nog regelmatig terug aan deze heerlijke avond. Vanuit het hele land waren m’n liefsten naar Nijmegen afgereisd om me gedag te knuffelen, en iedereen was in hippie-stijl. En op de laatste dag van de maand was het dan zo ver. Met z’n vijven – ik, KS, Broer, mama & Ben – reden we naar Dusseldorf International Aiport. Op naar Taiwan!

September
Om 21:00 lokale tijd landden we 1 september in Taipei. Het avontuur was begonnen… en dat begon meteen interessant, met onze koffers die kwijtraakten. Gelukkig kwam het allemaal goed. De eerste weken in Hsinchu verkende ik de campus en omgeving (sushi!), onderging een niet zo fijne medische test, schreef me in voor mijn vakken en reisde met vier andere Nederlandse meiden een weekend naar Kenting. Daarnaast had ik met Kelly en de jongens een prachtige dag in het Yangmingshan National Park, en ik kwam ook nog op de Taiwanese TV! Halverwege de maand begon het collegejaar, en Chinees werd meteen mijn favoriete vak. Verder bracht ik urenlang door in de bieb, zwoegend op Foucault, en zo nu en dan dacht ik na over mijn toekomstplannen.

Oktober
Terwijl het in Nederland afkoelde, was het in Taiwan nog volop zomer. In korte broek en tanktop liep ik dus een dag met Rainy door Taipei. Op de campus raakte ik in een relaxed leefritme; meestal sliep ik uit en ik keek veel series in bed. Er was alle tijd om na te denken, en naarmate mijn hoofd meer tot rust kwam werd alles helderder – en ik schreef m’n “Just Do It“-blog. Ik ontwikkelde een passie voor midnight running; het was zo heerlijk om door de avondwarmte te rennen en daarna compleet doorweekt onder de koude douche te springen.
KS en ik waren een jaar samen; we konden het niet vieren in elkaars armen, maar Skype bleek doorgaans een prima manier om in contact te blijven. Oktober was helaas ook de maand dat mijn MacBook het begaf. Nou ja, jullie hebben allemaal kunnen lezen hoe dat is gegaan. Weer een leermoment… Aan het eind van de maand reisde ik met Shrimps en Dummy af naar Sun Moon Lake. Deze plek is me bijgebleven als het mooiste dat ik in Taiwan (en misschien wel ooit) heb gezien.

November
Het leven in Taiwan kabbelde voort, en ook al deed ik de meeste dagen weinig bijzonders, ik genoot ervan met volle teugen. Het gaat er niet om hoeveel ik doe, realiseerde ik me eens te meer. Intussen telde ik de dagen af tot mijn liefste er zou zijn. Ik had een bizar, fantastisch weekend met de Amerikaanse Ian en zijn Belgische vrienden en ging twee dagen met Kelly naar Kaohsiung. Ook danste ik de hele nacht op de midterm party in een club in Hsinchu – en realiseerde ik me hoe ik dat zonder het te weten had gemist. Met Flora ging ik twee keer een woensdagmiddag naar Taipei, en toen ik aan het eind van de maand opnieuw de hoofstad bezocht, was dat samen met mijn liefste!

December
Nou ja, de eerste twee weken van december heb ik al uitgebreid hier en hier beschreven. Samen met KS genoot ik van twee weken heerlijk (westers!) eten, rust en privacy in de guesthouse en tripjes naar de East Coast en Kenting. Daarna ging het snel. Plotseling stonden de final exams voor de deur, en daarnaast was het bijna Kerstmis. Het Kerstweekend bracht ik door in Taipei met een groep Zweden, en zoals ik al schreef was ik op de laatste dag van 2011 in Tainan. Was dat dan alles wat ik deed in december? Nee, natuurlijk was er meer. Ik ontdekte m’n nieuwe serie-verslaving (Lost), was voortaan minstens twee keer per week in het nieuwe zwembad te vinden, bleef lekker hardlopen en oefende m’n Chinees.

Eigenlijk waren de meeste dagen heel gewoon: een beetje studeren, een beetje schrijven, heel veel nadenken over Het Leven. Als ik zo kijk wat ik in een maand deed de afgelopen tijd, en dat vergelijk met de eerste helft van 2011 en eerdere jaren, dan ligt het tempo van m’n leven duidelijk lager. En weet je, dat is ontzettend fijn. Ik schreef het al eerder, maar de grootste uitdaging wordt om in 2012 deze rust te bewaren. Door mezelf meer ruimte te geven komen m’n gedachten los. En dat is me heel veel waard.

post-its & mijn werkplek

Op mijn bureau ligt altijd een stapel post-its. Als ik iets tegenkom dat me inspireert – dat kan een stukje blog zijn, maar ook een quote uit een serie, een uitspraak op Skype, een regel uit een boek of zomaar iets dat opkomt in mijn hoofd - schrijf ik het op en plak dan het gele briefje op de muur tegenover me.

Inmiddels hebben zich daar dus een scala aan woorden verzameld. Dit bijvoorbeeld:

Living is easy
with your
eyes closed.

Stop
being busy.
Just decide to
stop, today.

1. Read a lot.
2. Write a lot.

“I want all things
marvelous.”
- Eva

De reis
is
het doel.

Het is een test,
Suusie. Hoe ga je
ermee om?

Er zijn veel
manieren van
‘de juiste weg’.
Ook voor jou.

“Ontspanning vinden
in leuke activiteiten
waar je energie uit haalt.”

Mistakes are the
best way
to learn.
Don’t be afraid
to make them.

Van uren doorklikken
word je lusteloos in je
hoofd. Je hebt geen
energie meer om aan
echte dingen te denken.

Net als je maag waneer
je een zak chips neemt
bij wijze van avondeten -
dat niet voedt, wel vult.

“Ik ben wel eens
consequent,
maar niet de hele tijd.”
- Theo Maassen

Life is
better enjoyed
at leisurely pace.

1. Start very small.
2. Do only one change at a time.
3. Be present and enjoy the activity.
4. Be grateful for every step you take.

Don’t sit
too much.
It kills you.
Move, run, dance, play.

Verder hangen er op de kasten boven m’n bureau inmiddels zo veel kaartjes en brieven van liefsten, dat het bijna niet meer past. Hoe cheesy het ook mag klinken: ik voel me ontzettend blessed met al deze mooie mensen en wijsheden in mijn leven.