Taiwan: all good things come to an end
Nog een paar dagen ben ik in Hsinchu. Gisteren regelde ik mijn verblijf voor de laatste week in Taipei; ik zal mijn reis eindigen waar ik haar begon, bij Josh en Kelly in het Homey Hostel. Ik vond het moeilijk om de knoop door te hakken. Wanneer ga ik hier weg? Ik zou morgen al kunnen gaan, of vanavond, of nu… Nee, nog even geduld Suusie. Eerst wil ik wachten tot alles op de campus weer open gaat. Nog één keer een duik nemen in het zwembad, m’n laatste chocolade-banaan wafel eten, een Oolong-tea-and-orange-juice halen in Dining Hall 1, afscheid nemen van de campus loop die ik de afgelopen vijf maanden zo vaak rende. Vijf maanden? Echt? Ben ik hier al zo lang? Die gedachte schiet de afgelopen dagen regelmatig door mijn hoofd. Aan de ene kant is het ontzettend snel gegaan, en aan de andere kant is er zo veel gebeurd dat het ook niet in minder tijd had gekund.
Gisterenmiddag kwam ik terug uit Tainan. Ik reed mee met Rainy’s oom en tante, die terug gingen naar hun huis in Taipei en mij wel even wilden afzetten op de campus. Ideaal! Ik had nog langer in het zuiden kunnen blijven – ‘you can stay as long as you want’, zei Rainy toen ik haar vertelde wat een ghost town de campus was toen ik vertrok. Toch merkte ik dat, ondanks dat Chinese New Year een interessante ervaring was, ik al vrij snel weer de behoefte had me af te zonderen. Het klinkt misschien stom, maar ik kon het bijna niet meer opbrengen om vier dagen lang sociaal en gezellig te doen met onbekenden. Natuurlijk was het een hele eer dat ik was uitgenodigd om het familiegebeuren bij te wonen, en ik probeerde dan ook zo veel mogelijk te participeren, open en spontaan te zijn. Maar om eerlijk te zijn kostte het me veel moeite. De afgelopen maanden heb ik zo veel nieuwe mensen ontmoet, gesprekken gevoerd, verhalen aangehoord. En hoe lief, aardig, vriendelijk en geinteresseerd alle Taiwanezen ook zijn, voor de tweehonderdste keer vertellen dat ik uit Nederland kom en dat ik exchange student ben en vragen beantwoorden over wat ik heb gedaan en of ik het naar m’n zin had in Taiwan, word me een beetje te veel.
Weet je, de eerste maanden vond ik het hartstikke leuk, al die nieuwe mensen met hun verhalen. En steeds maar horen dat ik ‘so beautiful!’ ben, en meerdere malen per dag op straat worden aangesproken of ik even met iemand op de foto wilde, was lange tijd vleiend. Ik was blij dat iedereen zo vriendelijk tegen me deed en het was leuk om te zien dat zelfs elke baliemedewerker en cassiere geinteresseerd was in mijn reis. Maar de afgelopen weken is dat veranderd. Als ik de Starbucks in loop wil ik gewoon een warme choco, een stoel in de hoek, en met rust gelaten worden met m’n boek. Niet eerst door de kassajongen naar m’n naam worden gevraagd, vervolgens me verplicht voelen een gesprekje aan te knopen – want ja, hij keek alsof hij dat graag wilde maar er bijna te verlegen voor was, en ik wil als ‘westerling’ toch een goede indruk maken. En als ik dan vervolgens een plekje zoek, wil ik gewoon m’n boek kunnen openslaan en wegduiken in het verhaal, niet eerst een kwartier lang vragen beantwoorden van de trotse moeder en haar zoon aan het tafeltje naast me. Goh, hij was in Nieuw-Zeeland geweest? Leuk voor hem! Echt, als ik ‘m in m’n eerste week in Taipei had ontmoet had ik alle verhalen en ervaringen willen uitwisselen, maar nu… Desondanks zette ik een lach op en vertelde wat over mijn tijd in Hsinchu.
Ik ben verzadigd, op, vol. En dus wil ik me terugtrekken in m’n dorm – alleen zijn, even helemaal niets. Maar ben ik eenmaal in m’n uppie, dan overvalt de stilte me, verveel ik me dood en voel ik me vooral doelloos. Voor je nu denkt dat ik alleen maar kan zeuren: dit gevoel is op zich niet verkeerd. Het is goed om ook dit stuk van de reis mee te maken en me te realiseren dat ondanks dat ik in het verleden soms gek werd van drukte in m’n leven, het ook juist die chaos is die me sprankelend houdt. Uitdagingen, bezigheden – momenteel heb ik er geen. Zelfs hardlopen kan even niet, want de afgelopen twee keer had ik last van m’n scheenbeen en uit angst voor blessures dwing ik mezelf tot minstens een week rust.
Gelukkig gaat het zwembad morgen weer open (tenminste, als ik de Chinese tekst op de deur goed heb begrepen), en de 29e gaat ook de rest van het leven op de campus weer van start. De afgelopen twee dagen besteedde ik vooral met series en Facebook, en in de avond liep ik naar Guang-Fu Road om wat te eten. Daarna zat ik een aantal uurtjes in de Starbucks met m’n boek. Nu zijn al m’n boeken uit en dus heb ik morgen wat te doen! Op naar Taipei, voor een bezoekje aan de Eslite bookstore. En als ik dan toch in de grote stad ben, kan ik daar net zo goed gebruik van maken door ergens lekker te gaan eten, nietwaar?
Een deze dagen pak ik m’n grote koffer een laatste keer in (dat deed ik al eerder, maar inmiddels is het weer een warrige berg kleren geworden waar ik elke dag wat uit vis), en op 2 februari zal ik de dorm definitief verlaten. Voor de laatste week heb ik al een aantal ideeen: natuurlijk wil ik nog wat souvenirs en cadeaus zoeken, en daarnaast ben ik van plan een paar musea te bekijken en natuurlijk te genieten van pizza bij Maryjanes en de andere goede eetplekjes van Taipei. Wat ik precies zal doen, dat lees je snel genoeg. Oh, maar eerst binnenkort natuurlijk nog een verslag van Tainan!

De dag voor en de dag na Chinees Nieuwjaar dwaalde ik in m'n eentje door Tainan. Beide keren eindigde ik in een relaxte stoel met m'n boek.

Vanavond ging ik eten bij de nieuwe Sushi Express naast de ai mai. Misschien was het wel de laatste keer...
E-mail dit


